Red Nose Jumper Kids by DROPS Design

Gebreide trui voor kinderen in DROPS Nepal. Het werk wordt gebreid met een rendiermotief. Maten 2 - 12 jaar. Thema: Kerst

DROPS Design: Patroon nr. ne-026-bn
Garengroep C of A + A
-------------------------------------------------------

Maten: 2 - 3/4 - 5/6 - 7/8 - 9/10 - 11/12 jaar
De maten komen overeen met ongeveer de hoogte van het kind in cm:
92 - 98/104 - 110/116 - 122/128 - 134/140 - 146/152
Materiaal:
DROPS NEPAL van garnstudio (behoort tot garengroep C)
200-250-250-300-350-400 g kleur 3620, rood
(U heeft 50-50-50-50-50-50 g extra nodig van kleur 3620 rood, als u het rendier niet op de achterkant breit)
50-50-50-100-100-100 g kleur 6314, denimblauw
50-50-50-50-50-50 g kleur 0206, lichtbeige
50-50-50-50-50-50 g kleur 0612, bruin
50-50-50-50-50-50 g kleur 0300, beige
50-50-50-50-50-50 g kleur 2923, oker

-------------------------------------------------------
BENODIGDHEDEN VOOR HET WERK:

STEKENVERHOUDING:
17 steken in de breedte en 22 naalden in de hoogte met tricotsteek = 10 x 10 cm.

NAALDEN:
DROPS NAALDEN ZONDER KNOP MAAT 5 MM.
DROPS RONDBREINAALD 5 MM: lengte 40 cm en 80 cm voor tricotsteek.
DROPS NAALDEN ZONDER KNOP MAAT 4 MM.
DROPS RONDBREINAALD 4 MM: lengte 40 cm en 80 cm voor de boordsteek.
De naalddikte is slechts een richtlijn. Als u te veel steken heeft op 10 cm, ga dan verder met een grotere naald. Als u te weinig steken heeft op 10 cm, ga dan verder met een kleinere naald.

DROPS HAAKNAALD 4 MM – voor de halsketting op het rendier.

ACCESSOIRES: Een klein rood decoratief hart van ongeveer 2 cm in diameter of iets vergelijkbaars wat u kunt gebruiken voor de halsketting op het rendier (het moet een gaatje hebben om de toer van lossen door te rijgen).

Heeft u deze of een van onze andere ontwerpen gemaakt? Tag uw afbeeldingen in social media met #dropsdesign, zodat we ze kunnen zien!

Wilt u een ander garen gebruiken? Probeer de garenvervanger!

65% wol, 35% alpaca
vanaf 2.65 € /50g
DROPS Nepal uni colour DROPS Nepal uni colour 2.65 € /50g
Wolplein.nl
Bestel
DROPS Nepal mix DROPS Nepal mix 2.80 € /50g
Wolplein.nl
Bestel
Naalden & Haaknaalden
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 23.85€ krijgen. Lees meer.

Instructies voor het patroon

UITLEG VOOR HET PATROON:

-------------------------------------------------------

RIBBEL/RIBBELSTEEK (heen en weer gebreid):
1 ribbel = 2 naalden recht.
1 kantsteek in ribbelsteek = brei de steek op zowel de goede als de verkeerde kant recht

PATROON:
Zie telpatronen A.1 en A.2.
Het rendier wordt in tricotsteek gebreid.
Om lange draden op de achterkant van het werk te voorkomen als u in patroon breit, kunt u met 3/5 bollen breien. Met andere woorden, brei met 1 bol van denimblauw/rood op elke kant van het rendier en met 1 bol van bruin/beige/lichtbeige in het midden van de trui (dus A.1/A.2). Om gaatjes te voorkomen bij het wisselen van kleur, draait u de draden samen bij het wisselen van kleur.

TIP VOOR HET MEERDEREN (voor midden onder de mouw):
Begin 1 steek voor de markeerdraad, maak 1 omslag, brei 2 recht (de markeerdraad zit tussen deze 2 steken), maak 1 omslag. Brei op de volgende naald de omslagen gedraaid recht om gaatjes te voorkomen. Brei dan de nieuwe steken in tricotsteek.

-------------------------------------------------------

BEGIN HET WERK HIER:

-------------------------------------------------------

TRUI - KORTE SAMENVATTING VAN HET WERK:
De voor- en achterpanden worden heen en weer gebreid met de rondbreinaald (met of zonder een rendier op het achterpand). De delen worden apart gebreid, van onder naar boven. De mouwen worden in de rondte gebreid met breinaalden zonder knop / korte rondbreinaald, van onder naar boven.

ACHTERPAND MET RENDIER:
Zet 54-58-62-66-70-74 steken op (inclusief 1 kantsteek aan elke kant) met rondbreinaald 4 mm en denimblauw. Brei 1 naald averecht (= verkeerde kant). De volgende naald wordt als volgt gebreid aan de goede kant: 1 kantsteek in RIBBELSTEEK – lees beschrijving hierboven, * 2 recht, 2 averecht * brei van *-* tot er 1 steek over is op de naald, eindig met 1 kantsteek in ribbelsteek. Ga verder met deze boordsteek voor 2-2-2-3-3-3 cm – pas zo aan dat de volgende naald aan de goede kant is.
Ga verder met rondbreinaald 5 mm. Brei 10-12-14-16-20-24 naalden tricotsteek met 1 kantsteek in ribbelsteek aan elke kant. DENK OM DE STEKENVERHOUDING!
Ga verder met rood en brei de volgende naald als volgt aan de goede kant: Brei 1 kantsteek in ribbelsteek, 13-15-17-19-21-23 steken in tricotsteek, brei A.1 (= 26 steken) – lees PATROON, brei 13-15-17-19-21-23 steken in tricotsteek en eindig met 1 kantsteek in ribbelsteek.
Ga verder met dit patroon. Als het werk 21-23-26-29-32-35 cm meet, kant dan 1 steek af op het begin van de volgende 2 naalden voor de armsgaten = 52-56-60-64-68-72 steken. Ga verder met tricotsteek en A.1. Als A.1 klaar is, ga dan verder met rood over alle steken. Als het werk 31-34-38-42-46-50 cm meet, kant dan de middelste 18-20-22-24-24-26 steken voor de hals af en elk schouder wordt apart verder gebreid. Kant dan 1 steek af op de volgende naald vanaf de hals = 16-17-18-19-21-22 steken over op de schouder. Brei verder tot het werk 32-35-39-43-47-51 cm meet – pas zo aan dat de volgende naald aan de verkeerde kant wordt gebreid. Brei 1 naald recht aan de verkeerde kant, 1 naald recht aan de goede kant en 1 naald recht aan de verkeerde kant. Kant af met recht aan de goede kant. Brei de andere schouder op dezelfde manier. De trui meet ongeveer 33-36-40-44-48-52 cm vanaf de schouder naar beneden.

ACHTERPAND ZONDER RENDIER:
Zet 54-58-62-66-70-74 steken op (inclusief 1 kantsteek aan elke kant) met rondbreinaald 4 mm en denimblauw. Brei 1 naald averecht (= verkeerde kant). De volgende naald wordt als volgt gebreid aan de goede kant: 1 kantsteek in RIBBELSTEEK – lees beschrijving hierboven, * 2 recht, 2 averecht * brei van *-* tot er 1 steek over is op de naald en eindig met 1 kantsteek in ribbelsteek. Ga verder met deze boordsteek voor 2-2-2-3-3-3 cm – pas zo aan dat de volgende naald aan de goede kant is.
Ga verder met rondbreinaald 5 mm. Brei 10-12-14-16-20-24 naalden tricotsteek met 1 kantsteek in ribbelsteek aan elke kant. DENK OM DE STEKENVERHOUDING!
Ga verder met rood en ga verder met tricotsteek en 1 kantsteek in ribbelsteek aan elke kant. Als het werk 21-23-26-29-32-35 cm meet, kant dan 1 steek af op het begin van de volgende 2 naalden voor de armsgaten = 52-56-60-64-68-72 steken. Ga verder met tricotsteek en 1 kantsteek in ribbelsteek aan elke kant. Als het werk 31-34-38-42-46-50 cm meet, kant dan de middelste 18-20-22-24-24-26 steken voor de hals af en elk schouder wordt apart verder gebreid. Kant dan 1 steek af op de volgende naald vanaf de hals = 16-17-18-19-21-22 steken over op schouder. Brei verder tot het werk 32-35-39-43-47-51 cm meet – pas zo aan dat de volgende naald aan de verkeerde kant wordt gebreid. Brei 1 naald recht aan de verkeerde kant, 1 naald recht aan de goede kant en 1 naald recht aan de verkeerde kant. Kant af met recht aan de goede kant. Brei de andere schouder op dezelfde manier. De trui meet ongeveer 33-36-40-44-48-52 cm vanaf de schouder naar beneden.

VOORPAND:
Zet 54-58-62-66-70-74 steken op (inclusief 1 kantsteek aan elke kant) met rondbreinaald 4 mm en denimblauw. Brei 1 naald averecht (= verkeerde kant). De volgende naald wordt als volgt gebreid aan de goede kant: 1 kantsteek in RIBBELSTEEK – lees beschrijving hierboven, * 2 recht, 2 averecht * brei van *-* tot er 1 steek over is op de naald en eindig met 1 kantsteek in ribbelsteek. Ga verder met deze boordsteek voor 2-2-2-3-3-3 cm – pas zo aan dat de volgende naald aan de goede kant is.
Ga verder met rondbreinaald 5 mm. Brei 2-4-6-8-12-16 naalden tricotsteek met 1 kantsteek in ribbelsteek aan elke kant. DENK OM DE STEKENVERHOUDING!
De volgende naald wordt met denimblauw gebreid als volgt aan de goede kant: Brei 1 kantsteek in ribbelsteek, 11-13-15-17-19-21 steken in tricotsteek, brei A.2 (= 30 steken) – lees PATROON, brei 11-13-15-17-19-21 steken in tricotsteek en eindig met 1 kantsteek in ribbelsteek.
Ga verder met dit patroon. Als de naald met een pijl in A.2 is gebreid wissel dan van achtergrondkleur van denimblauw naar rood. Ga verder met het patroon op dezelfde manier met 1 kantsteek in ribbelsteek aan elke kant.
Als het werk 21-23-26-29-32-35 cm meet kant dan 1 steek af op het begin van de volgende 2 naalden voor de armsgaten = 52-56-60-64-68-72 steken. Ga verder met tricotsteek en A.2. Als A.2 klaar is, ga dan verder met rood over alle steken. Plaats TEGELIJKERTIJD als het werk 30-31-35-38-42-45 cm meet, de middelste 14-16-16-18-18-18 steken op 1 hulpdraad voor de hals en brei elk schouder apart verder. Kant dan af voor de hals op het begin van elke naald vanaf de hals als volgt: Kant 1 keer 2 steken af en 1-1-2-2-2-3 keer 1 steek = 16-17-18-19-21-22 steken over op de schouder. Ga verder tot het werk 32-35-39-43-47-51 cm meet – pas zo aan dat de volgende naald aan de verkeerde kant wordt gebreid. Brei 1 naald recht aan de verkeerde kant, 1 naald recht aan de goede kant en 1 naald recht aan de verkeerde kant. Kant af met recht aan de goede kant. Brei de andere schouder op dezelfde manier. De trui meet ongeveer 33-36-40-44-48-52 cm vanaf de schouder naar beneden.

MOUW:
Zet 28-28-32-32-32-36 steken op met breinaalden zonder knop maat 4 mm en rood. Brei 1 naald recht. Brei dan 2-2-2-3-3-3 cm boordsteek in de rondte (= 2 recht / 2 averecht). Ga verder met breinaalden zonder knop maat 5 mm. Voeg 1 markeerdraad in op het begin van de naald (= midden onder de mouw). De markeerdraad wordt even later gebruikt bij het meerderen onder de mouw. Brei in tricotsteek in de rondte. Als het werk 6-6-6-6-8-8 cm meet, meerder dan 2 steken midden onder de mouw – lees TIP VOOR HET MEERDEREN. Meerder zo iedere 3½-3-3½-3½-3-3½ cm in totaal 6-8-8-9-11-11 keer = 40-44-48-50-54-58 steken. Brei verder tot het werk 26-30-34-38-42-46 cm meet (of tot de gewenste lengte). Kant dan losjes af. Brei de andere mouw op dezelfde manier.

AFWERKING:
Naai de schoudernaden samen aan de binnenkant van de afkantrand. Naai de zijnaden dicht aan de binnenkant van de 1 kantsteek aan elke kant. Naai de mouwen in de trui.

HALS:
Neem aan de goede kant ongeveer 46 tot 66 steken op rondom de hals (inclusief de steken op de hulpdraad aan de voorkant) met korte rondbreinaald 4 mm en rood. Brei 1 naald recht terwijl u verdeeld op de naald meerdert naar 56-60-64-72-72-76 steken. Brei boordsteek in de rondte (= 2 recht / 2 averecht) voor ongeveer 3-3-3-3-4-4 cm. Kant dan losjes af met recht boven recht en averecht boven averecht.

HAIR:
Hecht 3 franjes aan zowel de voor- als achterkant van het hoofd.
1 franje = knip 2 draden van bruin af, elk ongeveer 5-6 cm. Leg de draden samen en haal ze om een steek op de bovenkant van het hoofd van het rendier, tussen het beige op het hoofd en het bruin op de geweien - midden van hoofd. Zet vast met een dubbele knoop. Hecht een andere franje aan elke kant van de middelste franje – zie foto.

OGEN:
Maak 2 knopen met bruin voor de ogen als volgt: 1 knoop: Knip 1 draad van ongeveer 40 cm. Maak 5 knopen om een naald van 5 mm - zie telpatroon A.3 (dus maak 4 LOSSE knopen, maak nog 1 knoop en trek de draad aan op deze knoop = 1 knoop). Plaats de knopen op de voorkant van het hoofd van het rendier, net boven het lichtbeige deel - zie foto. Haal het draad-einde door het kledingstuk aan elke kant van een steek en knoop ze vast op de achterkant

NEUS:
Maak een pompom met rood, ongeveer 5-6 cm in diameter. Hecht de pompom aan de voorkant van het hooft van het rendier in het midden van het lichtbeige deel.

HALSKETTING ACHTERKANT (voor het achterpand met het rendier):
Haak een toer van lossen van ongeveer 7 cm met haaknaald 4 mm en oker. Plaats de halsketting over de hals van het rendier op het achterpand. Hecht de draadeinden af aan de verkeerde kant van het kledingstuk.

HALSKETTING VOORKANT:
Haak een toer van lossen van ongeveer 10-12 cm met haaknaald 4 mm en oker. Rijg een rood hart, of iets vergelijkbaars, op de toer van lossen en zet er een knoop in zodat het hart in het midden van de toer blijft. Plaats de halsketting over de hals van het rendier op het voorpand. Hecht het draadeinde af op de verkeerde kant van het kledingstuk.

Telpatroon

= rood
= denimblauw
= bruin
= beige
= lichtbeige
= als de naald met een pijl in A.2 gereid is, wissel dan van achtergrondkleur van denimblauw naar rood



Heeft u hulp nodig voor dit patroon?

Bedankt dat u een patroon van DROPS Design kiest. We zijn er trots op dat we patronen aanbieden die correct en makkelijk te volgen zijn. Alle patronen zijn uit het Noors vertaald en u kunt altijd het origineel patroon controleren (DROPS Children 32-18) voor de afmetingen en de berekiningen.

Heeft u moeite met het volgen van het patroon? Hieronder vindt u een lijst met bronnen die u kunnen helpen om uw project vlot af te maken - of om eenvoudig iets nieuws te leren.

We hebben tevens een stap-voor-stap uitleg voor verschillende technieken, welke u hier kunt vinden.

1) Waarom is de stekenverhouding zo belangrijk?

De stekenverhouding bepaalt de uiteindelijke afmetingen van uw werkstuk en wordt normaliter aangegeven in 10 x 10 cm. Het wordt als volgt aangegeven: het aantal steken in de breedte x het aantal naalden in de hoogte - dus: 19 steken x 26 naalden = 10 x 10 cm.

De stekenverhouding is heel erg individueel; sommige mensen breien/haken heel losjes, terwijl anderen vrij strak werken. De stekenverhouding past u aan met de naalddikte, wat de reden is waarom we slechts een suggestie voor de naalddikte geven! U moet deze aanpassen (naar boven of beneden) om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding overeenkomt met de stekenverhouding die aangegeven staat in het patroon. Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan zal het garenverbruik anders zijn, en zal uw werkstuk andere afmetingen krijgen dan het patroon aangeeft.

De stekenverhouding geeft tevens aan welk garen als vervanging kan dienen. U kunt verschillende garens met elkaar vervangen, zolang de stekenverhouding maar hetzelfde is.

Bekijk de DROPS les: Hoe u de stekenverhouding opmeet

Bekijk de DROPS video: Hoe u een proeflapje maakt

naar boven

2) Wat zijn de garengroepen?

Al onze garens zijn ondergebracht in garengroepen (van A tot F) volgens dikte en stekenverhouding – groep A bevat de dunste garens en groep F de dikste. Dit maakt het makkelijker voor u om alternatieve garens te vinden voor onze patronen, indien u graag ander garen wilt gebruiken. Alle garens binnen dezelfde groep hebben ongeveer eenzelfde stekenverhouding en kunnen elkaar vervangen. Het is wel zo dat verschillende garenkwaliteiten verschillende structuren en eigenschappen hebben, wat het uiteindelijke werkstuk een unieke 'look en feel' geeft.

Klik hier voor een overzicht van de garens in elke garengroep

naar boven

3) Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

Bij het kiezen van een ander garen is het belangrijk dat de stekenverhouding hetzelfde blijft. De afmetingen van het uiteindelijke werk zijn dan hetzelfde als aangegeven in de tekening bij het patroon. Het is makkelijker om dezelfde stekenverhouding te krijgen als u garen gebruikt uit dezelfde garengroep. Het is ook mogelijk om meerdere draden van een dunner garen te gebruiken om de stekenverhouding van een dikker garen te krijgen. Probeer onze garenvervanger. We raden u aan om altijd een proeflapje te maken.

LET OP: als u een ander garen neemt, kan het kledingstuk een andere 'look en feel' krijgen dan het kledingstuk op de foto, vanwege individuele eigenschappen en kwaliteiten van elk garen.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

naar boven

4) Hoe gebruik ik de garenvervanger?

Bovenaan al onze patronen vindt u een link naar onze garenvervanger, welke handig kan zijn als u een ander garen wilt gebruiken dan staat aangegeven in het patroon. Door het garen in te vullen dat u wilt vervangen, de hoeveelheid (in uw maat) en het aantal draden, stelt de vervanger geschikte alternatieven voor met dezelfde stekenverhouding. Daarnaast wordt aangegeven hoeveel u nodig heeft in de nieuwe kwaliteiten en of u met meerdere draden moet werken. De meeste bollen zijn 50 gram (sommige zijn 25 gram of 100 gram).

Als het patroon met meerdere kleuren wordt gebreid/gehaakt, moet elke kleur apart worden vervangen. Dit geldt ook als het patroon met verschillende draden van verschillende garens wordt gemaakt (bijvoorbeeld 1 draad Alpaca en 1 draad Kid-Silk) dan zult u voor elk individueel alternatieven moeten vinden.

Klik hier voor de garenvervanger

naar boven

5) Waarom krijg ik de verkeerde stekenverhouding met de aangegeven naalddikte?

De naalddikte die aangegeven is in het patroon geldt slechts als een richtlijn, het is van belang dat de stekenverhouding klopt. En omdat de stekenverhouding per persoon nogal verschillend is, zult u de naalddikte aan moeten passen om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding hetzelfde is als in het patroon – misschien is het nodig dat u 1 of zelfs 2 naalddiktes naar beneden of naar boven moet om de juiste stekenverhouding te krijgen. Daarom raden we ook aan om een proeflapje te maken.

Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan kunnen de afmetingen van het werkstuk afwijken van de afmetingen volgens de tekening.

Bekijk de DROPS les: Hoe meet u de stekenverhouding

Bekijk de DROPS video: Hoe maakt u een proeflapje voor de stekenverhouding

naar boven

6) Waarom wordt het patroon van boven naar beneden gereid?

Als u een kledingstuk van boven naar beneden breit, dan geeft dit meer flexibiliteit en mogelijkheden voor persoonlijke aanpassingen. Het is bijvoorbeeld makkelijker om het kledingstuk te passen terwijl u er mee bezig bent. U kunt ook makkelijker de lengte van de pas en de schouderkoppen aanpassen.

In de uitleg worden alle stappen zorgvuldig uitgelegd in de juiste volgorde. De telpatronen zijn aangepast aan de breirichting en worden zoals gebruikelijk gebreid.

naar boven

7) Waarom zijn de mouwen korter in de grotere maten?

De totale breedte van het kledingstuk (van pols tot pols) is groter in de grotere maten, ondanks dat de eigenlijke mouwen korter zijn. De grotere maten hebben langere mouwkoppen en bredere schouders, dus er is een goede pasvorm in alle maten.

naar boven

8) Wat is een herhaling?

Telpatronen worden vaak herhaald in de breedte op de naald en/of in de hoogte. 1 herhaling van het telpatroon is hoe het te zien is in het telpatroon. Als er staat dat u 5 herhalingen van A.1 op de naald moet breien, dan breit u het patroon in totaal 5 keer achter/na elkaar op de naald. Als er staat dat u 2 herhalingen van A.1 in de hoogte moet breien, dan breit u het hele telpatroon (dus alle naalden van het telpatroon) een keer en begint u opnieuw onderaan bij het begin en breit u het telpatroon nog een keer.

naar boven

9) Hoe brei ik volgens een telpatroon?

Het telpatroon laat alle naalden en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt gelezen van onder naar boven, van rechts naar links. 1 vierkant = 1 steek.

Als u heen en weer breit, wordt elke andere naald aan de goede kant gebreid en elke andere naald wordt aan de verkeerde kant gebreid. Als u aan de verkeerde kant breit, moet u het telpatroon omgekeerd breien, dus van links naar rechts. rechte steken worden dan averecht gebreid en averechte steken recht, etc.

Als u in de rondte breit wordt elke naald aan de goede kant gebreid en het telpatroon wordt dan van rechts naar links gebreid op alle naalden.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees ik de teltekening bij de patronen?

naar boven

10) Hoe haak ik volgens een telpatroon?

Het telpatroon laat alle toeren en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt van onder naar boven gehaakt en van rechts naar links.

Als u heen en weer haakt, wordt elke andere toer aan de goede kant gehaakt: van rechts naar links en elke andere toer wordt aan de verkeerde kant gehaakt: vank links naar rechts.

Als u in de rondte haakt, wordt elke toer in het telpatroon aan de goede kant gehaakt, van rechts naar links.

Als u een cirkelvormig telpatroon haakt, dan begint u in het midden en haakt u naar buiten toe, tegen de klok in, toer na toer.

Meestal beginnen de toeren met een opgegeven aantal lossen (overeenkomend met de hoogte van de volgende steek), deze zijn of in het telpatroon opgenomen, of uitgelegd in het patroon.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees je telpatronen voor haken

naar boven

11) Hoe brei/haak je verschillende telpatronen tegelijkertijd op dezelfde naald/toer

Instructies om verschillende telpatronen achter elkaar op dezelfde naald/toer te breien/haken, worden meestal als volgt beschreven: “brei/haak A.1, A.2, A.3 in totaal 0-0-2-3-4 keer". Dit betekent dat u A.1 een keer breit/haakt, daarna wordt A.2 een keer gebreid/gehaakt, en A.3 wordt het aantal aangegeven keren (in de breedte) in uw maat gebreid/gehaakt – in dit geval als volgt: S = 0 keer, M = 0 keer, L=2 keer, XL= 3 keer en XXL = 4 keer.

De telpatronen worden zoals gebruikelijk gebreid/gehaakt: begin met de eerste naald/toer in A.1, brei/haak dan de volgende naald/toer in A.2 etc.

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor breien leest

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor haken leest

naar boven

12) Waarom begint het werk met meer lossen dan waarmee gehaakt wordt?

Lossen zijn ietsje smaller dan andere steken en om te voorkomen dat de opzetrand te strak wordt, haken we eenvoudigweg meer lossen om mee te beginnen. Het aantal steken wordt in de volgende toer aangepast zodat het overeenkomt met het patroon en de afmetingen in de tekening.

naar boven

13) Waarom meerderen voor de boord als het werk van boven naar beneden gebreid wordt?

De rand in ribbelsteek is elastischer en zal ietwat samentrekken vergeleken met bijvoorbeeld tricotsteek. Door te meerderen voor de rand in ribbelsteek, voorkomt u een zichtbaar verschil in breedte tussen de rand in ribbelsteek en de rest van het lijf.

naar boven

14) Waarom meerderen in de afkantrand?

Het gebeurt vrij makkelijk dat u te strak afkant, en door omslagen te maken tijdens het afkanten (terwijl u deze tegelijkertijd afkant) voorkomt u dat de afkantrand te strak wordt.

Bekijk de DROPS video: Hoe kant u af met omslagen

naar boven

15) Hoe meerder/minder je afwisselend op elke 3e en 4e naald/toer?

Om gelijkmatig te meerderen (of te minderen) kunt u meerderen op, bijvoorbeeld: afwisselend elke 3e en 4e naald, als volgt: brei 2 naalden en meerder op de 3e naald, brei 3 naalden en meerder op de 4e naald. Herhaal dit tot het meerderen klaar is.

Bekijk de DROPS les: Meerder of minder 1 st afwisselend

naar boven

16) Waarom is het patroon een beetje anders dan wat ik op de foto zie?

Herhalingen van het patroon kunnen een beetje anders zijn in de verschillende maten, om de juiste verhoudingen te krijgen. Als u niet dezelfde maat maakt als het kledingstuk op de foto, wijkt uw werkstuk wellicht ietsje af. Dit is met zorg ontwikkeld en aangepaste zodat het totale beeld van het kledingstuk hetzelfde is in alle maten.

Zorg ervoor dat u de instructies en de telpatronen voor uw maat volgt!

naar boven

17) Hoe kan ik een vest in de rondte breien, in plaats van heen en weer?

Als u liever in de rondte breit dan heen en weer, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen. U moet dan steken midden voor toevoegen (meestal 5 steken) en de instructies volgen. Als u normaal het werk keert en aan de verkeerde kant breit, breit u nu over de extra steken en gaat u verder in de rondte. Aan het einde knipt u het werk open. Neem steken op voor de biezen en werk de afgeknipte randen af.

Bekijk de DROPS video: Hoe breit u knipbiezen en openknippen

naar boven

18) Kan ik een trui heen en weer breien in plaats van in de rondte?

Als u liever heen en weer breit dan in de rondt, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen zodat u de panden apart van elkaar breit en aan het eind aan elkaar naait. Deel de steken voor het lijf in tweeën en voeg 1 kantsteek toe aan elke kant (voor het in elkaar naaien) en brei het voor- en achterpand apart van elkaar.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een patroon aanpassen van rondbreinaalden naar rechte naalden?

naar boven

19) Waarom staan er garens in de patronen die niet meer leverbaar zijn?

Omdat de verschillende garens verschillende kwaliteiten en verschillend texturen hebben, hebben we ervoor gekozen om het originele garen in het patroon te laten staan. Maar u kunt vrij makkelijk andere opties vinden tussen de beschikbare garenkwaliteiten door onze garenvervanger te gebruiken, of door een garen uit dezelfde garengroep uit te kiezen.

Het is mogelijk dat sommige verkooppunten nog bollen op voorraad hebben van garens die niet meer leverbaar zijn, of dat iemand thuis nog een paar bollen heeft liggen en hier een patroon bij zoekt.

Degarenvervanger laat alternatieve garens zien en de hoeveelheid die u nodig heeft in de nieuwe kwaliteit.

naar boven

20) Hoe verander ik een kledingstuk voor dames in eentje voor heren?

Als u een patroon heeft gevonden doe alleen beschikbaar is in damesmaten, dan hoeft het niet heel moeilijk te zijn om deze aan te passen naar een herenmaat. Het grootste verschil is de lengte van de mouwen en het lijf. Begin met breien in de damesmaat die overeenkomt met de borstwijdte. De lengte die erbij komt wordt namelijk gebreid voordat u begint met afkanten voor de armsgaten. Als het patroon van boven naar beneden wordt gebreid, kunt u lengte toevoegen vlak na de armsgaten of voor de eerste mindering op de mouw.

Wat betreft de extra hoeveelheid garen wat u nodig heeft: dit hangt heel erg af van hoeveel lengte u toevoegt, maar het is vaak meter dat u een bol te veel hebt dan te weinig.

naar boven

21) Hoe voorkom ik dat een harig kledingstuk gaat pillen of pluizen?

Alle garens hebben vezels die uitsteken (door de productie) waardoor een kledingstuk gaat pluizen of pillen. Geborstelde garens (dus meer harige garens) hebben meer van deze losse, uitstekende vezels waardoor het eerder gaat pluizen of pillen.

Hoewel het niet mogelijk is om te garanderen dat geborsteld garen 100% pluisvrij is, is het wel mogelijk om dit drastisch af te laten nemen, door de volgende stappen te ondernemen:

1. Als het kledingstuk klaar is (voordat u het gaat wassen) schudt u het kledingstuk flink uit, zodat de losse haartjes eruit komen. LET OP: gebruik GEEN roller, borstel of andere methode, waardoor aan het kledingstuk getrokken wordt

2. Plaats het kledingstuk in een plastic zak en leg het in de vriezer - de temperatuur zorgt ervoor dat de vezels minder aan elkaar blijven zitten, en uitstekende vezels komen makkelijker los.

3. Laat een paar uur in de vriezer liggen, voordat u het eruit haalt en schudt het kledingstuk dan opnieuw uit.

4. Was het kledingstuk volgens de instructies op het garenlabel.

naar boven

22) Waar op het kledingstuk wordt de lengte gemeten??

De tekening/ het schema met de afmetingen geeft informatie over de volledige lengte van het kledingstuk. Als het een trui of een vest betreft, dan wordt deze vanaf het hoogste punt op de schouder gemeten (meestal het dichtst bij de halslijn), en recht naar beneden tot de onderkant van het kledingstuk. Het wordt NIET gemeten vanaf de punt van de schouder. Op gelijke wijze wordt ook de lengte van de pas gemeten, vanaf het hoogste punt op de schouder en naar beneden tot waar de pas gesplitst wordt voor het lijf en de mouwen.

Op een vest worden de afmetingen nooit over de biezen genomen, tenzij anders aangegeven. Meet altijd binnen de biessteken als u de lengte opmeet.

Bekijk de DROPS les: Maattekeningen lezen

naar boven

23) Hoe weet ik hoeveel bollen ik nodig heb?

De benodigde hoeveelheid garen wordt aangegeven in grammen, dus bijvoorbeeld: 450 g. Om uit te rekenen hoeveel bollen u nodig heeft, moet u eerst weten hoeveel gram er in 1 bol gaat (25 g, 50 g, of 100 g). Deze informatie vindt u door op de individuele garenkwaliteit te klikken op onze site. Deel de hoeveelheid benodigde garen door de hoeveelheid per bol. Bijvoorbeeld, als de bollen 50 gram wegen (de meest gebruikelijke hoeveelheid), ziet de berekening er als volgt uit: 450 / 50 = 9 bollen.

naar boven

Heeft u DROPS garen besteld om dit patroon te maken? Dan heeft u recht op hulp van de winkel waar u het garen gekocht heeft. Vind hier een lijst van DROPS winkels!
Kunt u het antwoord op uw vraag nog steeds niet vinden? Scroll dan naar beneden en laat een vraag achter zodat een van onze experts kan proberen u te helpen. Dit wordt normaal tussen 5 tot 10 werkdagen gedaan.. In de tussentijd kunt u de vragen en antwoorden lezen die anderen bij dit patroon achter hebben gelaten of doe mee met de DROPS Workshop op Facebook om hulp te krijgen van mede breisters en haaksters!

Opmerkingen / Vragen (3)

Marta 03.12.2019 - 20:18:

Como se haría con dos agujas en vez de agujas circulares ME PODEIS AYUDAR patrón 18 meses Jersei del reno

DROPS Design 10.12.2019 kl. 00:16:

Hola Marta. Puedes leer nuestra lección sobre cómo adaptar un modelo trabajado con agujas circulares a agujas rectas: https://www.garnstudio.com/lesson.php?id=13&cid=23

Martine Degryse 02.11.2019 - 18:01:

Is het ook mogelijk om patronen te bekomen voor het breien met de machine ?

DROPS Design 05.11.2019 kl. 10:19:

Dag Martine,

Helaas hebben we alleen patronen voor breien met de hand.

Michele 16.09.2019 - 14:33:

I bought 2 different yarns for two jumpers following the suggestions given earlier in the year. You have only given the instructions for using Nepal and I would like to check the needle size for using Air and also hope the instructions remain the same.

DROPS Design 16.09.2019 kl. 15:25:

Dear Michele, both Nepal and Air belong to yarn group C so that you should get the same knitting tension with both yarns - you'll find all yarn alternatives suggested in the DROPS-Along here. Happy knitting!

Laat een opmerking achter voor DROPS Children 32-18

Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!

Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.