Tips & Hulp / Woordenboek

Woordenboek voor breien en haken

Begin met het typen van een woord of een afkorting in het veld hieronder om de definitie, synoniemen, etc te vinden.

Of bekijk een complete lijst van de woorden in dit woordenboek hieronder.

1

1 ribbel = 2 naalden ribbelsteek: 2 naalden ribbelsteek heen en weer gebreid op rechte naalden is 1 ribbel. En 1 naald recht + 1 naald averecht, als u in de rondte breit op de rondbreinaald, is 1 ribbel.
+ lees meer

1 steek recht afhalen, 1 st r afh: Steek de rechter naald in de steek alsof u de steek recht gaat breien, maar in plaats van dat u de steek breit, zet u hem op de rechter naald.
+ lees meer

⬆ naar boven

2

2 recht, 2 averecht, 2r, 2av: Een boordsteek wordt gevormd door afwisselend steken recht en averecht te breien
+ lees meer

2 steken averecht samen breien, 2 av samen: U kunt minderen door 2 steken averecht samen te breien naar 1 steek.
+ lees meer

⬆ naar boven

A

a-lijn: A-lijn betekent dat de trui een vorm van de letter A heeft: het is smaller aan de bovenkant en wordt geleidelijk wijder via de borst naar beneden over de heupen.
+ lees meer

aantal naalden/toeren: Het telpatroon wordt gebreid/gehaakt over een bepaald aantal naalden/toeren in de hoogte.
+ lees meer

achterpand: Het achterpand is het deel van het kledingstuk dat de achterkant van het lijf bedekt. Als u een trui breit is dit het gedeelte dat de rug bedekt.
+ lees meer

achterste lus (van de steek): Als u in de achterste lus van de steek breit of haakt, werkt u in de lus die het verste van u af zit (waarbij het niet uitmaakt of deze op de goede of de verkeerde kant zit). Als breitechniek wordt wordt dit ook wel gedraaid recht of gedraaid averecht genoemd.
+ lees meer

afmetingen: De meeste DROPS patronen bevatten afmetingen in een tekening aan de onderkant van het patroon, waarop u alle afmetingen in alle maten voor het kledingstuk kunt vinden.
+ lees meer

afwisselend, afw: U kunt bijvoorbeeld meerderen/minderen afwisselend (iedere andere keer) op de rechter en linker kant van de markeerdraad, of afwisselend op elke 3e of 4e naald.
+ lees meer

alpaca (vezel): Alpaca is de natuurlijk vezel verkregen van de alpaca, en het is qua structuur vergelijkbaar met wolvezels. De zachtheid komt door de kleine doorsnede van de vezel, vergelijkbaar met merinowol. Het is een zacht, duurzaam, luxueus en zijdeachtig natuurlijke vezel. Garen dat van alpacavezels gemaakt is vilt of pilt niet snel en het kan licht of zwaar in gewicht zijn, afhankelijk van hoe het gesponnen is.
+ lees meer

armsgat: Het armsgat wordt gevormd als een gat waarin de mouwkop op de mouw moet passen en op de trui moet worden genaaid.
+ lees meer

asymmetrisch: Asymmetrisch is een vorm zonder symmetrie, het kan bijvoorbeeld een trui zijn waarbij beide zijkanten verschillend zijn.
+ lees meer

averecht, av: Een averechte steek is een techtniek waarbij de steek eruit ziet als een kleine parel.
+ lees meer

⬆ naar boven

B

bobbel: Een groep steken die de vorm van een bobbel hebben
+ lees meer

boordsteek, boordst: Een boordsteek bestaat uit averechte en rechte steek die afwisselend gebreid worden (1 recht, 1 averecht of 2 recht, 2 averecht). Een boordsteek is veel elastischer dan bijvoorbeeld tricotsteek en wordt om die reden vaak gebruikt voor randen (aan de onderkant van truien en vesten, aan het eind van de mouw of bij mutsen).
+ lees meer

bovenwijdte: De bovenwijdte is het aantal cm om de borst. In DROPS patronen kunt u de afmetingen vinden van het kledingstuk onderaan ieder patroon. Om een maat te vinden die overeenkomt met uw bovenwijdte doet u de afmetingen keer twee.
+ lees meer

braambessen: Braambessensteek is een techniek die het werk een oneffen oppervlakte geeft met kleine bobbeltjes, net als braambessen.
+ lees meer

brei in de rondte: U breit in de rondte met sokkenbreinaalden of rondbreinaalden. U breit de hele tijd in dezelfde richting. U keert het werk niet om terug te breien. Dus u breit altijd aan de goede kant.
+ lees meer

brei terug: Keer het werk en brei/haak terug. Wordt gebruikt wanneer u heen en weer werkt, of wanneer u verkorte toeren/naalden maakt.
+ lees meer

breinaald: U heeft minimaal 2 naalden nodig bij het breien, u kunt rechte naalden gebruiken, naalden zonder knop of rondbreinaalden (rondbreinaalden hebben aan elke kant van de draad een naald)
+ lees meer

⬆ naar boven

C

Chainette: Chainettegarens hebben een hele unieke constructie, waarbij de draad gemaakt is als een ketting met een holle binnenkant. Dit geeft het breiwerk van deze garens een fantastisch elastisch en donzig gevoel. Kettinggarens geven tevens een heel duidelijk stekenbeeld, waardoor kabels meer opvallen.
+ lees meer

⬆ naar boven

D

diagonaal breien: Een breitechniek waarbij u kunt meerderen aan de ene kant en minderen aan de andere kant om een diagonaal effect te creëren.
+ lees meer

domino: Domino is een patroon, en tevens een techniek om een breiwerk op te bouwen uit meerdere kleine delen, zoals kleine vierkanten, net als in het dominospel.
+ lees meer

driedubbel stokje: Een driedubbel stokje is een haaksteek met 3 omslagen, waardoor hij langer is dan andere haaksteken. Alle steken geven een unieke structuur aan het werk.
+ lees meer

dubbel stokje, dstk: Een dubbel stokje is een haaksteek met 2 omslagen, waardoor het een wat langere steek is dan andere haaksteken. Alle steken geven een unieke structuur aan het werk.
+ lees meer

⬆ naar boven

E

Eén maat: Als een werkstuk slechts één maat heeft.
+ lees meer

Engelse patentsteek / patentsteek: Engelse patentsteek / patentsteek zijn breitechnieken waarbij u met 'dubbele' steken breit, zodat er een dik en elastisch boordpatroon ontstaat.
+ lees meer

⬆ naar boven

G

garengroep: Alle DROPS garens zijn ondergebracht in 6 verschillende diktegroepen (A tot F). Garens in dezelfde garengroep hebben ongeveer dezelfde stekenverhouding, en kunnen daarom met elkaar uitgewisseld worden in patronen, hoewel de looplengte wel verschillend kan zijn. Dus als u een garen vervangt, reken dan altijd de hoeveelheid meters/yards uit die u nodig heeft voor het patroon om te weten hoeveel garen u nodig heeft.
+ lees meer

gerstekorrel: Gerstekorrel is een techniek waarbij u om en om recht en averecht breit, en op de volgende naald breit u averecht over recht en recht over averecht, zodat er een korrelig patroon ontstaat.
+ lees meer

Gespiegeld: Als u 2 voorpanden breit/haakt, dan is de ene de gespiegelde versie van de andere.
+ lees meer

gevallen steek: Een gevallen steek heeft twee verschillende betekenissen. Aan de ene kant kan het een gevallen steek zijn die u weer ophaalt om de gevallen steek te repareren. Het kan ook een verlengde steek zijn die u als patroon breit, door een omslag te maken en deze te laten vallen op de volgende naald.
+ lees meer

goede kant: De goede kant van het werk is de kant die naar buiten gericht is en de kant die het meest zichtbaar is als het kledingstuk gedragen wordt.
+ lees meer

⬆ naar boven

H

haaknaald: De haaknaald is een naald met een haakje aan een uiteinde. U kunt veel verschillende haaksteken maken met een haaknaald.
+ lees meer

haal de afgehaalde steek over, afgeh st o: Als u mindert of steken afkant, wordt vaak aangegeven om een steek af te halen en later over de andere steek te halen - dus dat u hem van de rechter naald over de steek haalt die u net heeft gebreid en dan van de naald af afhaalt.
+ lees meer

half stokje, hstk: Een half stokje is een haaksteek met 1 omslag en een doorhaling door alle lussen, zodat het iets korter wordt dan andere haaksteken. Alle steken geven een unieke structuur aan het werk.
+ lees meer

halve vaste, hv: Een halve vaste is een haaksteek die bijna onzichtbaar is. Het kan gebruikt woorden om de steek naar een ander deel van de toer te verplaatsen of om een toer te sluiten of delen samen te haken.
+ lees meer

herhaal van *-*: Her haal het gedeelte dat tussen de sterretjes staat
+ lees meer

herhaling, herh: Een patroonherhaling geeft aan waar een patroon begint en eindigt - dus: een telpatroon of een deel van een telpatroon afgebakend met vierkante haken. Het aantal herhalingen betekent hoe vaak hetzelfde patroon herhaald wordt op de naald/toer.
+ lees meer

hiel: De steken die over de hiel in een sok worden gebreid/gehaakt; er zijn verschillende manieren om voor de hiel te minderen.
+ lees meer

⬆ naar boven

I

In elkaar zetten: Bij het in elkaar zetten, brengt u twee of meer onderdelen bij elkaar door deze samen te naaien, breien of haken.
+ lees meer

in totaal: De totale hoeveelheid. Bijvoorbeeld het totaal aantal keren dat een meerdering herhaald wordt, inclusief de eerste keer - als het meerderen uitgelegd wordt.
+ lees meer

⬆ naar boven

K

kabel: Kabel is een techniek waardoor een patroon ontstaat dat op een vlecht lijkt
+ lees meer

kabelnaald: Kabelnaalden zijn ontworpen om steken aan de kant te houden terwijl u andere steken erom heen verplaatst.
+ lees meer

kant: Kant is een patroon met gaatjes dat meestal volgens een telpatroon gebreid wordt of volgens uitleg in het geschreven patroon
+ lees meer

kant af: Als een werkstuk klaar is, kant u af om ervoor te orgen dat de steken niet uitrafelen.
+ lees meer

kantsteek, kantst: Een kantsteek kan bestaan uit een of meer steken en zit(ten) aan het uiteinde van de naald. Meestal worden deze anders gebreid dan de andere steken.
+ lees meer

Knip de draad af: Wanneer u de draad afknipt in een breiwerk, trek deze dan door de lus, zodat het niet uitrafelt.
+ lees meer

knipbies: Als u een kledingstuk in de rondte breit zonder interrupties voor openingen of mouwen tot het einde - in plaats hiervan voegt u steken toe om later open te knippen. Kan gebruikt worden voor openingen van vesten, mouwopeningen of halslijnen
+ lees meer

knoopsgat: Knoopsgaten worden meestal op de rechter bies gemaakt bij damesvesten en op de linker bies bij herenvesten.
+ lees meer

kwasten: Kwasten zijn losse draden die samengebonden zijn en bevestigd worden ter decoratie op bijvoorbeeld een sjaal.
+ lees meer

⬆ naar boven

L

lengte: Een werkstuk kan gemeten worden in de lengte, waarmee meestal van boven naar beneden bedoeld wordt.
+ lees meer

lijf: Benaming voor het voor- en achterpand
+ lees meer

losse, l: Een losse is een kleine, ronde haaksteek die gebruikt kan worden om een ketting te makken tussen steken. Het wordt vaak gebruikt aan het begin van de toer om de juiste hoogte te krijgen voor de eerste steek.
+ lees meer

lossenlus, l-lus: Een lossenlus is een ketting van lossen in een toer om een lus te creëren die gebruikt kan worden om bij de volgende steek te komen.
+ lees meer

lus (van de steek): Een steek bestaat uit 2 lussen, de voorste en de achterste: De voorste lus is degene die het dichtst naar u toe zit. De achterste lus is degene die het verste van u af zit.
+ lees meer

⬆ naar boven

M

markeerdraad, md: Markeerdraden kunnen gebruikt worden voor verschillende doeleinden: zoals het begin van de naald, de zijkanten van het werk, de overgang tussen mouwen en het lijf/ de pas. Een markeerdraad kan ook gebruikt worden om een bepaald punt in uw werk aan te geven, zoals vanaf waar u het werk op moet meten terwijl u verder werkt.
+ lees meer

meerderen, meerd: Bij het meerderen maakt u nieuwe steken zodat er meer steken op de naald komen. Er zijn verschillende technieken om te meerderen.
+ lees meer

micron: Een micron (micrometer) is de afmeting die gebruikt wordt om de diameter van een wolvezel aan te geven. Fijne wolvezels hebben een lage waarde. De diameter van de vezel is het belangrijkste karakteristiek voor het bepalen van de waarde en kwaliteit van de wol.
+ lees meer

mindering: Als u mindert krijgt u een kleinder aantal steken. U kunt minderen met verschillende technieken.
+ lees meer

moebius: Moebius was een Duitse wiskundige aan het begin van de 19e eeuw. Deze techniek is gebaseerd op een magisch gedraaide cirkel, die hij heeft ontwikkeld.
+ lees meer

mohair: Mohair is afkomstig van de Angorageiten, en wordt beschouwd als een luxueuze vezel, dat net zo warm als wol is, maar veel lichter in gewicht. Mohair is tevens slijtvast, wil goed verven en vilt niet snel. Het heeft een karakteristieke glans dat ontstaat door de manier waarop de vezels het licht weerkaatsen. Hoewel het een harde vezel is, wordt mohair meestal gesponnen tot heel los garen, wat een luchtig en glanzend kledingstuk als resultaat geeft.
+ lees meer

mouwkop: De mouwkop is helemaal aan de bovenkant van de mouw die gevormd is om over de schouder te passen.
+ lees meer

⬆ naar boven

N

naald, toer, nld, tr: Een naald wordt heen en weer gebreid op de naald, de naald wordt om en om aan de goede en aan de verkeerde kant gebreid. Een toer is rond (en wordt met een rondbreinaald of sokkenbreinaald gebreid) en u breit altijd aan dezelfde kant (meestal aan de goede kant).
+ lees meer

naalden zonder knop: Naalden zonder knop zijn er als set van 5 korte naalden met op elk uiteinde een punt. Ze worden meestal gebruikt voor het breien van kleinere delen in de rondte, zoals sokken, wanten en mouwen.
+ lees meer

neem steken op, neem st op: Als u bijvoorbeeld de halsrand van een trui breit, of de voorbiezen van een vest, kunt u steken opnemen langs de rand of zijkanten van uw werk.
+ lees meer

⬆ naar boven

O

oma vierkant: Een oma vierkant (granny square) A granny square is een bekend haakmotief die gemaakt wordt door in de rondte te haken vanuit het midden naar buiten toe.
+ lees meer

omlslag, omsl: U kunt een extra steek maken door een omslag te maken, sla de draad om de rechter naald om een extra steek te maken op de rechter naald, voordat u de volgende steek breit
+ lees meer

oneven aantal: Een oneven aantal steken op de naald is een aantal dat niet deelbaar is door 2.
+ lees meer

opzetten: Opzetten betekent dat u nieuwe steken maakt die u kunt breien.
+ lees meer

⬆ naar boven

P

pas: De bovenkant van een trui/vest, welke zowel het voor- als achterpand als de mouwen bevat.
+ lees meer

patroon: Door verschillende kleuren en verschillende soorten steken te breien, kunt u verschillende patronen creëren.
+ lees meer

plissé: Een plissé is een kleine vouw die helpt om vorm te brengen in het werk
+ lees meer

polyamide (vezels): Polyamide vezels, ook wel bekend als nylon, is heel sterk, duurzaam, licht in gewicht, makkelijk om te verzorgen (kan in de machine gewassen worden en gedroogd worden), en elastisch, waardoor het heel geschikt is om met andere vezels te mengen om een slijtvast garen, zoals sokkengaren te maken.
+ lees meer

positioneer een patroon: Soms is de positionering van een patroon belangrijk voor het uiterlijk van het werkstuk, bijvoorbeeld dat u ervoor zorgt dat de middelste steek van het patroon overeenkomt met de middelste steek van de mouw.
+ lees meer

⬆ naar boven

R

raglan: Kledingstukken met raglan hebben mouwen die tot de hals van het kledingstuk lopen. De overgang tussen de mouwen en de pas lopen in een diagonale lijn vanaf onder de arm en naar de halslijn, wat het kledingstuk een goede pasvorm geeft en ervoor zorgt dat er niet te veel stof onder de arm zit.
+ lees meer

rand: Een rand is een onderdeel van het patroon ter decoratie, bijvoorbeeld een tailleband of een rand van een hoed.
+ lees meer

recht, r: Brei de steek recht (tegenovergesteld aan averecht)
+ lees meer

rechte steek, r: 1 steek recht
+ lees meer

rechter naald: De naald die u in de rechter hand houd.
+ lees meer

ribbelsteek: Iedere andere naald recht en averecht - gezien vanaf de goede kant. Als u heen en weer breit: brei 2 naalden recht . Als u in de rondte breit : brei 1 naald recht, brei 1 naald averecht
+ lees meer

rondbreinaald: Een rondbreinaald bestaat uit twee naalden die verbonden zijn met en draad. Het wordt gebruikt als u in de rondte breit, maar kan ook gebruikt worden als u heen en weer breit.
+ lees meer

⬆ naar boven

S

schoudernaden: De schoudernaden zitten daar waar de voor- en achterpanden op de schouder aan elkaar vast worden genaaid.
+ lees meer

sjaalkraag: Een sjaalkraag is een kraagvorm die recht op langs het werk gaat, wat betekent dat de kraag vaak opstaat aan de achterkant van de hals.
+ lees meer

sla een steek over: Als u een steek overslaat in een telpatroon, dan wordt de steek niet gebreid/gehaakt.
+ lees meer

split: Een split is een kleine opening aan de zijkant van een blouse of in de hals
+ lees meer

stekenhouder: Een stekenhouder is een soort grote veiligheidsspeld, die gebruikt kan worden als er een groot aantal steken niet gebreid moeten worden. Ze worden dan op een stekenhouder (of op een draad) gezet, totdat ze weer gebreid worden.
+ lees meer

stekenverhouding: De stekenverhouding geeft aan hoeveel steken u moet hebben op 10 cm lengte en 10 cm breedte. Het is belangrijk om dezelfde stekenverhouding te gebruiken zoals aangegeven in het patroon, zodat u dezelfde afmetingen krijgt zoals aangegeven bij de afmetingen in de tekening. Als u te veel steken heeft op 10 cm, ga dan verder met een grotere naald. Als u te weinig steken heeft op 10 cm, ga dan verder met een kleinere naald.
+ lees meer

stiksteek: Een steek die achteraf op een gebreid werkstuk genaaid kan worden
+ lees meer

stokje, stk: Een stokje is een haaksteek met 1 omslag, wat het iets langer maakt dan andere haaksteken. Alle steken geven een unieke structuur aan het werk.
+ lees meer

superwash: Een superwash wol is een speciaal wolproduct dat behandeld is, of op een manier verwerkt is, zodat het in de machine gewassen kan worden. Veel mensen zijn bang om met wol te werken, omdat het zo makkelijk krimpt (hoewel sommigen met opzet wol laten krimpen). Met superwash wol kun je zorgeloos breien en haken.
+ lees meer

⬆ naar boven

T

tegenovergestelde kant: Als u twee voorpanden van een vest breit of haakt, moet u minderen voor het armsgat aan de tegenovergestelde kant van het andere voorpand.
+ lees meer

telpatroon: Het telpatroon is een grafische weergave van het patroon dat u gaat breien of haken en hoe het eruit ziet. Het bestaat uit symbolen of een rooster met symbolen, en het is meestal de bedoeling om het telpatroon te herhalen.
+ lees meer

tricotsteek, tricotst: Tricotsteek maakt u door aan de goede kant alle steken recht te breien en aan de verkeerde kant alle steeken averecht te breien. Als u in de rondte breit, breit u alle steken recht
+ lees meer

tricotsteek in de rondte: Tricotsteek wordt recht gebreid als u in de rondte breit op de rondbreinaald of sokkenbreinaalden.
+ lees meer

tweede: Elke tweede steek/naald/toer, of om de steek/naald/toer
+ lees meer

⬆ naar boven

V

van boven naar beneden: Als u van boven naar beneden werkt is het makkelijker om de lengte van het kledingstuk aan te passen, vooral de pas, de mouwen en het lijf. Het is tevens makkelijker om het kledingstuk te passen terwijl u er aan werkt.
+ lees meer

vaste, v: Een vaste is een haaksteek zonder omslagen, waardoor het een kortere steek is dan andere haaksteken. Alle steken geven een unieke structuur aan het werk.
+ lees meer

verdeeld: U meerdert of mindert vaak gelijkmatig verdeeld op een naald/toer, wat betekent dat u ongeveer hetzelfde aantal steken tussen elke meerdering/ mindering heeft.
+ lees meer

verkeerde kant: De verkeerde kant is de achterkant van het werk, de kant die aan de binnenkant van een trui zit.
+ lees meer

verkorte toeren: Verkorte toeren helpen om vorm te brengen in het werk en worden gemaakt door het werk te keren voordat u alle steken op de naald/toer heeft gebreid/gehaakt. Als u verkorte toeren maakt, wordt het werk wijder aan de kant waar meer toeren/naalden zijn gehaakt/gebreid.
+ lees meer

vierkant: Een vierkant kan heen en weer gebreid/gehaakt worden, in de rondte of in een diagonaal, we hebben veel suggesties.
+ lees meer

vlechtpatroon: Vlechtpatroon is een techniek die een patroon creëert, het kan zowel gebreid als gehaakt worden.
+ lees meer

voorbies: De voorbiezen zijn de steken het dichtst tegen de opening van de voorkant van een vest - waar de knopen worden bevestigd en de knoopsgaten gemaakt worden. De biezen worden meestal anders gebreid dan de rest van het vest (ribbelsteek, boord etc etc).
+ lees meer

voorste lus van de steek: Als u in de voorste lus van de steek breit of haakt, haakt u in de lus die het dichtst bij u zit, of u nou op de goede of de verkeerde kant bezig bent.
+ lees meer

vorige naald: De naald voor deze naald
+ lees meer

vouw: Vouw de rand, of vouw de rand naar de verkeerde kant.
+ lees meer

⬆ naar boven

Z

zak: Een zak kan op verschillende manieren gemaakt worden; het kan aan de binnenkant van het werk gemaakt worden, of op de buitenkant genaaid worden, of u kunt zelfs een nepzak maken.
+ lees meer

zijde: Zijden stof is een fijne egale stof, geproduceerd van de cocon van de motrups ook wel bekend als zijderups. Deze zijderups wordt gekweekt, maar de wilde of tussah zijde wordt verkregen van de cocon van de wilde zijderups. Zijde is een van de sterkste natuurlijke vezels en maakt een prachtig breigaren. Het is heel geschikt om te combineren met andere garens, vooral met wol. Zijde is tevens heel geschikt om met natuurlijke verfstoffen te verven.
+ lees meer

⬆ naar boven