DROPS Baby / 31 / 3

Odeta by DROPS Design

De set bestaat uit: Gebreid vest en sloffen met kantpatroon en ribbelsteek voor baby’s. Maten prematuur - 4 jaar. De set wordt gebreid in DROPS BabyMerino.

DROPS Design: Patroon nr. bm-084-by
Garengroep A
----------------------------------------------------------

VOOR DE HELE SET HEEFT U NODIG:
Maten: (<0) 0/1 - 1/3 - 6/9 - 12/18 maanden (2 - 3/4) jaar. De maat komt overeen met ongeveer de lengte van het kind in cm: (40/44) 48/52 - 56/62 - 68/74 - 80/86 (92 - 98/104)
Voor voetlengte: (8) 9-10-11-12 (14-16) cm
Materiaal:
DROPS BABYMERINO van garnstudio (behoort tot garengroep A)
(150) 150-150-200-200 (200-250) g kleur 43, licht zeegroen

Het werk kan tevens gebreid worden met garen van:
"Alternatief garen (Garengroep A)" – zie link hieronder.

DROPS RONDBREINAALD (60 of 80 cm) MAAT 3 MM – of de maat die u nodig heeft voor een stekenverhouding van 24 steken en 48 naalden ribbelsteek is 10 cm breed en 10 cm hoog.

DROPS RONDBREINAALD 2.5 MM – of de maat die u nodig heeft voor een stekenverhouding van 26 steken en 51 naalden ribbelsteek is 10 cm breed en 10 cm hoog.

DROPS HAAKNAALD 2.5 MM – voor de randen en het koord.
-----------------------------------------------------------

VEST:
Maten: (<0) 0/1 - 1/3 - 6/9 - 12/18 maanden (2 - 3/4) jaar.
De maat komt overeen met ongeveer de lengte van het kind in cm: (40/44) 48/52 - 56/62 - 68/74 - 80/86 (92 - 98/104)
Materiaal:
DROPS BABYMERINO van garnstudio
(100) 150-150-150-150 (200-200) g kleur 43, licht zeegroen

Het werk kan tevens gebreid worden met garen van:
"Alternatief garen (Garengroep A)" – zie link hieronder.

DROPS RONDBREINAALD (60 of 80 cm) MAAT 3 MM – of de maat die u nodig heeft voor een stekenverhouding van 24 steken en 48 naalden ribbelsteek is 10 cm breed en 10 cm hoog.

DROPS HAAKNAALD 2.5 MM – voor de randen en het koord.
----------------------------------------------------------

SLOFFEN:
Maten: (<0) 0/1 - 1/3 - 6/9 - 12/18 maanden (2 - 3/4) jaar
Voor voetlengte: (8) 9-10-11-12 (14-16) cm
Materiaal:
DROPS BABYMERINO van garnstudio
(50) 50-50-50-50 (50-50) g kleur 43, licht zeegroen

Het werk kan tevens gebreid worden met garen van:
"Alternatief garen (Garengroep A)" – zie link hieronder.

DROPS RONDBREINAALD 2.5 MM – of de maat die u nodig heeft voor een stekenverhouding van 26 steken en 51 naalden ribbelsteek is 10 cm breed en 10 cm hoog.
----------------------------------------------------------

Heeft u deze of een van onze andere ontwerpen gemaakt? Tag uw afbeeldingen in social media met #dropsdesign, zodat we ze kunnen zien!

Wilt u een ander garen gebruiken? Probeer de garenvervanger!

100% wol
vanaf 3.70 € /50g
DROPS Baby Merino uni colour DROPS Baby Merino uni colour 3.70 € /50g
Wolplein.nl
Bestel
DROPS Baby Merino mix DROPS Baby Merino mix 3.70 € /50g
Wolplein.nl
Bestel
Naalden & Haaknaalden
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 11.10€ krijgen. Lees meer.

Instructies voor het patroon

INFORMATIE VOOR HET PATROON:

RIBBEL/RIBBELSTEEK (heen en weer gebreid):
1 ribbel = 2 naalden recht.

PATROON:
Vest: Zie telpatronen A.1 en A.2. Kies het telpatroon voor uw maat.
Sloffen: Zie telpatronen A.3 en A.4.
De telpatronen laten alle naalden in het patroon aan de goede kant zien.

TIP VOOR HET MINDEREN (voor het vest):
Minder aan de binnenkant van de 1 voorbies steek in ribbelsteek. Alle minderingen worden aan de goede kant gemaakt!
Minder als volgt na de 1 voorbies steek: 1 steek recht afhalen, 1 recht, haal de afgehaalde steek over de gebreide steek.
Minder als volgt voor de 1 voorbies steek: 2 recht samen.
----------------------------------------------------------

VEST:
Het werk wordt heen en weer gebreid met de rondbreinaald. Het lijf wordt eerst gebreid, dan worden er steken opgezet voor de mouwen en de voor- en achterpanden worden apart verder gebreid.

LIJF:
Zet (111) 125-145-157-173 (181-205) steken op met rondbreinaald 3 mm en BabyMerino. Brei dan als volgt aan de goede kant: Brei (3) 2-4-2-2 (2-2) steken RIBBELSTEEK – zie uitleg hierboven – (= voorbies), brei A.1 (= 8 steken) over de volgende (104) 120-136-152-168 (176-200) steken (= (13) 15-17-19-21 (22-25) keer in de breedte), brei A.2 (= 1 steek) en eindig met (3) 2-4-2-2 (2-2) steken ribbelsteek. DENK OM DE STEKENVERHOUDING! Pas op de laatste naald in A.1 het aantal steken aan naar (112) 124-146-158-172 (182-204) steken.
Als A.1 1 keer in de hoogte is gebreid, ga dan verder in ribbelsteek tot de gewenste lengte. Het werk meet ongeveer (10) 12-16-16-16 (19-19) cm.
Voeg 1 markeerdraad in (34) 37-44-48-52 (55-62) steken vanaf elke kant. Neem de markeerdraden mee tijdens het breien, ze markeren de voor- en achterpanden = (44) 50-58-62-68 (72-80) steken op het achterpand.

LEES HET VOLGENDE DEEL HELEMAAL DOOR VOORDAT U VERDER GAAT! MINDER VOOR DE HALS AAN DE BINNENKANT VAN DE 1 VOORBIESSTEEK AAN ELKE KANT VAN HET WERK TERWIJL U TEGELIJKERTIJD HET WERK VERDEELD EN STEKEN OPZET VOOR DE MOUWEN.
MINDER MIDDEN VOOR ALS VOLGT:
Als het werk (10) 12-16-16-17 (20-23) cm meet – pas zo aan dat de volgende naald aan de goede kant wordt gebreid, minder dan 1 steek voor de hals aan de binnenkant van de 1 voorbiessteek aan elke kant van het werk (= 2 steken geminderd) – lees TIP VOOR HET MINDEREN. Minder zo iedere 2e naald in totaal (18) 18-22-24-26 (28-32) keer, dan iedere 4e naald in totaal 2 keer.
HET WERK WORDT NU VERDEELD EN DE STEKEN WORDEN OPGEZET VOOR DE MOUWEN ALS VOLGT:
RECHTER VOORPAND:
Als het werk (12) 15-19-20-21 (24-27) cm meet, verdeel dan het werk op de 2 markeerdraden en de voor- en achterpanden worden apart verder gebreid. Pas zo aan dat de volgende naald aan de goede kant is. Brei nu over alle steken tot de eerste markeerdraad (= rechter voorpand). Plaats de overgebleven steken op een hulpdraad.
Zet nieuwe steken op aan het einde van elke naald aan de goede kant (= richting de zijkant) voor de mouw als volgt: Zet in totaal (4) 4-4-5-6 (7-8) keer (3) 4-6-6-6 (6-6) steken op en dan 1 keer (16) 19-19-18-19 (23-26) steken. Als alle steken voor de mouw opgezet zijn en de minderingen voor de hals klaar zijn, zijn er (42) 52-63-70-79 (90-102) steken op de naald voor de schouder/mouw. Brei ribbelsteek tot het werk (20) 24-28-30-32 (36-40) cm meet. Kant af.

LINKER VOORPAND:
Brei over de laatste steken welke op de hulpdraad geplaatst zijn, tot de markeerdraad in de zijkant.
Brei zoals voor het rechter voorpand, maar dan omgekeerd. Met andere woorden, zet steken op voor de schouder/mouw aan het einde van elke naald aan de verkeerde kant. Ga verder met minderen aan de binnenkant van de 1 voorbiessteek aan het einde van elke naald aan de goede kant zoals hiervoor (richting de hals).

ACHTERPAND:
= (44) 50-58-62-68 (72-80) steken. Zet nieuwe steken op aan het einde van elke naald aan elke kant van het werk voor de mouwen als volgt: Zet in totaal (4) 4-4-5-6 (7-8) keer (3) 4-6-6-6 (6-6) steken op en dan 1 keer (16) 19-19-18-19 (23-26) steken = (100) 120-144-158-178 (202-228) steken.
Als het werk (19) 23-27-29-31 (35-39) cm meet, kant dan de middelste (16) 16-18-18-20 (22-24) steken voor de hals af en brei elke schouder/mouw apart verder = (42) 52-63-70-79 (90-102) steken over op elke schouder/mouw. Brei tot het werk (20) 24-28-30-32 (36-40) cm meet, pas aan zodat het overeenkomet met de voorpanden. Kant af. Brei de andere schouder/mouw op dezelfde manier.

AFWERKING:
Naai de naden op de bovenkant van de mouw met maassteken aan de goede kant. Naai de naden onder de mouwen rand tot rand in de buitenste lus van de buitenste steek.

GEHAAKTE RAND:
Haak met haaknaald 2.5 mm en BabyMerino rondom de hele vestopening (dus haak vanaf het rechter voorpand, naar boven over de opening, rondom de hals en naar beneden langs de opening tot de opzetrand op het linker voorpand) als volgt:
TOER 1: Haak 1 halve vaste in de opzetrand op het rechter voorpand, * 1 losse, sla ongeveer 2 steken/naalden over, 1 vaste in de volgende steek/naald *, haak van *-* tot de hoek waar de minderingen voor de hals zijn begonnen. Haak het koord als volgt: 1 vaste in de punt, haak dan lossen voor ongeveer 20-25 cm, keer het werk en haak terug met 1 halve vaste in elke losse, haak dan opnieuw 1 vaste in de punt van het voorpand, ga verder met de gehaakte rand rondom het vest en de hals tot de punt op het linker voorpand, haak het koord zoals op het rechter voorpand, haak het linker voorpand verder naar beneden en eindig met 1 halve vaste in de opzetrand.
TOER 2: Haak 1 losse, 1 vaste om de eerste losse op de vorige toer, * 4 lossen, 1 stokje in de 4e losse vanaf de haaknaald, sla 1 vaste + 1 losse + 1 vaste over, haak 1 vaste om de volgende losse *, haak van *-* (zorg ervoor dat u over de koorden heen haakt, zodat de koorden eronder liggen), eindig met 1 halve vaste in de laatste steek.
Haak toeren 1 en 2 op dezelfde manier rondom de onderkant van beide mouwen (de toeren beginnen met 1 losse en eindigen met 1 halve vaste in de eerste losse).
Haak losjes 2 koorden: Haak lossen voor ongeveer 20-25 cm, keer het werk en haak terug met 1 halve vaste in elke losse. Knip de draad af en haak nog 1 koord op dezelfde manier. Naai 1 koord aan de binnenkant van de goede kant in de zijkant en 1 koord op de buitenkant van de linkerkant in de zijkant. Zorg ervoor dat de twee koorden op dezelfde hoogte komen aan elke kant.
----------------------------------------------------------

SLOF:
De slof wordt heen en weer gebreid met de rondbreinaald vanaf midden achter, van boven naar beneden; dus u breit eerst de pijp en dan de voet.
Zet (36) 38-40-44-48 (52-56) steken op met rondbreinaald 2.5 mm en BabyMerino. Brei A.3 (= 2 steken) over alle steken. Als A.3 1 keer in de hoogte is gebreid, brei dan de volgende naald aan de goede kant als volgt: Brei (2) 3-0-2-0 (2-0) steken tricotsteek, A.4 (= 8 steken) in totaal (4) 4-5-5-6 (6-7) keer in de breedte en eindig met (2) 3-0-2-0 (2-0) steken tricotsteek. DENK OM DE STEKENVERHOUDING! Als A.4 een keer in de hoogte is gebreid ga dan verder met A.3 als volgt: Brei (0) 1-0-0-0-(0-0) steken recht, A.3 over de volgende (36) 36-40-44-48 (52-56) steken en eindig met (0) 1-0-0-0-(0-0) steek recht (het koord wordt later door deze naald van gaatjes gerijgd). Als A.3 klaar is in de hoogte, brei dan 2 RIBBELS – zie uitleg hierboven en minder (6) 8-6-6-6- (10-14) steken verdeeld op de laatste naald aan de goede kant = (30) 30-34-38-38 (42-42) steken. Knip de draad af.
Plaats nu de eerste (11) 11-12-13-13 (15-15) steken en de laatste (11) 11-12-13-13 (15-15) steken op twee aparte hulpdraden. Het werk wordt nu in ribbelsteek gebreid tot de gewenste lengte. Brei (3) 3½-4-4½-5½ (6½-8) cm, over de middelste (8) 8-10-12-12 (12-12) steken (= midden van de bovenkant van de slof), knip de draad af.
De volgende naald wordt als volgt gebreid aan de goede kant: Zet de steken van de ene hulpdraad aan de ene kant terug op breinaalden zonder knop, neem (7) 9-10-11-13 (16-21) steken op in de buitenste lus van de buitenste steek over de zijkant van het middegedeelte, brei de (8) 8-10-12-12 (12-12) steken op de naald (= voorkant), neem (7) 9-10-11-13 (16-21) steken op in de buitenste lus van de buitenste steek over de andere kant van het middengedeelte en zet de steken van de andere hulpdraad terug op breinaalden zonder knop = (44) 48-54-60-64 (74-84) steken op de naalden. HET WERK WORDT NU VANAF HIER GEMETEN! Brei in totaal (2½) 3-3-4-5 (5-5) cm ribbelsteek over alle steken. Voeg TEGELIJKERTIJD als u ongeveer (1) 1½-1½-2-3 (3-3) cm heeft gebreid, 1 markeerdraad in (22) 24-27-30-32 (37-42) steken in (= midden van slof). Minder nu iedere 2e naald tot de gewenste lengte als volgt:
Brei 1 steek recht, brei de volgende 2 steken recht samen (= 1 steek geminderd), brei recht tot er 2 steken over zijn voor de markeerdraad, brei de volgende 4 steken, 2 aan 2 recht samen (= 2 steken geminderd), brei recht tot er 3 steken over zijn, brei de volgende 2 steken recht samen (= 1 steek geminderd), 1 steek recht (= 4 steken geminderd iedere 2e naald) = ongeveer (32) 36-42-48-52 (62-72) steken.
Kant af en naai de naad onder de voet en naar boven midden achter in de buitenste lus van de buitenste steek zodat de naad plat is.
Brei nog 1 slof op dezelfde manier.

KOORD:
Haak een koord als volgt: Haak lossen met haaknaald 2.5 mm en BabyMerino voor ongeveer 30-40 cm, keer het werk en haak terug met 1 halve vaste in elke losse. Knip en hecht de draad af.
Rijg het koord naar binnen en buiten van de toer van gaatjes op de slof (begin en eindig midden voor van de slof).

----------------------------------------------------------
Voor korte broek zie DROPS Baby 31-04.
----------------------------------------------------------

Dit patroon is gecorrigeerd. .

Gewijzigd online: 03.02.2019
Correctie: SLOF: ...Als A.3 1 keer in de hoogte is gebreid, brei dan...

Telpatroon

= recht aan de goede kant, averecht aan de verkeerde kant
= averecht aan de goede kant, recht aan de verkeerde kant
= maak 1 omslag tussen 2 steken
= 1 steek recht afhalen, 1 recht, haal de afgehaalde steek over
= 2 recht samen
= 1 steek recht afhalen, 2 recht samen, haal de afgehaalde steek over de gebreide steken



Heeft u hulp nodig voor dit patroon?

Bedankt dat u een patroon van DROPS Design kiest. We zijn er trots op dat we patronen aanbieden die correct en makkelijk te volgen zijn. Alle patronen zijn uit het Noors vertaald en u kunt altijd het origineel patroon controleren (DROPS Baby 31-3) voor de afmetingen en de berekiningen.

Heeft u moeite met het volgen van het patroon? Hieronder vindt u een lijst met bronnen die u kunnen helpen om uw project vlot af te maken - of om eenvoudig iets nieuws te leren.

We hebben tevens een stap-voor-stap uitleg voor verschillende technieken, welke u hier kunt vinden.

1) Waarom is de stekenverhouding zo belangrijk?

De stekenverhouding bepaalt de uiteindelijke afmetingen van uw werkstuk en wordt normaliter aangegeven in 10 x 10 cm. Het wordt als volgt aangegeven: het aantal steken in de breedte x het aantal naalden in de hoogte - dus: 19 steken x 26 naalden = 10 x 10 cm.

De stekenverhouding is heel erg individueel; sommige mensen breien/haken heel losjes, terwijl anderen vrij strak werken. De stekenverhouding past u aan met de naalddikte, wat de reden is waarom we slechts een suggestie voor de naalddikte geven! U moet deze aanpassen (naar boven of beneden) om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding overeenkomt met de stekenverhouding die aangegeven staat in het patroon. Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan zal het garenverbruik anders zijn, en zal uw werkstuk andere afmetingen krijgen dan het patroon aangeeft.

De stekenverhouding geeft tevens aan welk garen als vervanging kan dienen. U kunt verschillende garens met elkaar vervangen, zolang de stekenverhouding maar hetzelfde is.

Bekijk de DROPS les: Hoe u de stekenverhouding opmeet

Bekijk de DROPS video: Hoe u een proeflapje maakt

naar boven

2) Wat zijn de garengroepen?

Al onze garens zijn ondergebracht in garengroepen (van A tot F) volgens dikte en stekenverhouding – groep A bevat de dunste garens en groep F de dikste. Dit maakt het makkelijker voor u om alternatieve garens te vinden voor onze patronen, indien u graag ander garen wilt gebruiken. Alle garens binnen dezelfde groep hebben ongeveer eenzelfde stekenverhouding en kunnen elkaar vervangen. Het is wel zo dat verschillende garenkwaliteiten verschillende structuren en eigenschappen hebben, wat het uiteindelijke werkstuk een unieke 'look en feel' geeft.

Klik hier voor een overzicht van de garens in elke garengroep

naar boven

3) Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

Bij het kiezen van een ander garen is het belangrijk dat de stekenverhouding hetzelfde blijft. De afmetingen van het uiteindelijke werk zijn dan hetzelfde als aangegeven in de tekening bij het patroon. Het is makkelijker om dezelfde stekenverhouding te krijgen als u garen gebruikt uit dezelfde garengroep. Het is ook mogelijk om meerdere draden van een dunner garen te gebruiken om de stekenverhouding van een dikker garen te krijgen. Probeer onze garenvervanger. We raden u aan om altijd een proeflapje te maken.

LET OP: als u een ander garen neemt, kan het kledingstuk een andere 'look en feel' krijgen dan het kledingstuk op de foto, vanwege individuele eigenschappen en kwaliteiten van elk garen.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

naar boven

4) Hoe gebruik ik de garenvervanger?

Bovenaan al onze patronen vindt u een link naar onze garenvervanger, welke handig kan zijn als u een ander garen wilt gebruiken dan staat aangegeven in het patroon. Door het garen in te vullen dat u wilt vervangen, de hoeveelheid (in uw maat) en het aantal draden, stelt de vervanger geschikte alternatieven voor met dezelfde stekenverhouding. Daarnaast wordt aangegeven hoeveel u nodig heeft in de nieuwe kwaliteiten en of u met meerdere draden moet werken. De meeste bollen zijn 50 gram (sommige zijn 25 gram of 100 gram).

Als het patroon met meerdere kleuren wordt gebreid/gehaakt, moet elke kleur apart worden vervangen. Dit geldt ook als het patroon met verschillende draden van verschillende garens wordt gemaakt (bijvoorbeeld 1 draad Alpaca en 1 draad Kid-Silk) dan zult u voor elk individueel alternatieven moeten vinden.

Klik hier voor de garenvervanger

naar boven

5) Waarom krijg ik de verkeerde stekenverhouding met de aangegeven naalddikte?

De naalddikte die aangegeven is in het patroon geldt slechts als een richtlijn, het is van belang dat de stekenverhouding klopt. En omdat de stekenverhouding per persoon nogal verschillend is, zult u de naalddikte aan moeten passen om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding hetzelfde is als in het patroon – misschien is het nodig dat u 1 of zelfs 2 naalddiktes naar beneden of naar boven moet om de juiste stekenverhouding te krijgen. Daarom raden we ook aan om een proeflapje te maken.

Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan kunnen de afmetingen van het werkstuk afwijken van de afmetingen volgens de tekening.

Bekijk de DROPS les: Hoe meet u de stekenverhouding

Bekijk de DROPS video: Hoe maakt u een proeflapje voor de stekenverhouding

naar boven

6) Waarom wordt het patroon van boven naar beneden gereid?

Als u een kledingstuk van boven naar beneden breit, dan geeft dit meer flexibiliteit en mogelijkheden voor persoonlijke aanpassingen. Het is bijvoorbeeld makkelijker om het kledingstuk te passen terwijl u er mee bezig bent. U kunt ook makkelijker de lengte van de pas en de schouderkoppen aanpassen.

In de uitleg worden alle stappen zorgvuldig uitgelegd in de juiste volgorde. De telpatronen zijn aangepast aan de breirichting en worden zoals gebruikelijk gebreid.

naar boven

7) Waarom zijn de mouwen korter in de grotere maten?

De totale breedte van het kledingstuk (van pols tot pols) is groter in de grotere maten, ondanks dat de eigenlijke mouwen korter zijn. De grotere maten hebben langere mouwkoppen en bredere schouders, dus er is een goede pasvorm in alle maten.

naar boven

8) Wat is een herhaling?

Telpatronen worden vaak herhaald in de breedte op de naald en/of in de hoogte. 1 herhaling van het telpatroon is hoe het te zien is in het telpatroon. Als er staat dat u 5 herhalingen van A.1 op de naald moet breien, dan breit u het patroon in totaal 5 keer achter/na elkaar op de naald. Als er staat dat u 2 herhalingen van A.1 in de hoogte moet breien, dan breit u het hele telpatroon (dus alle naalden van het telpatroon) een keer en begint u opnieuw onderaan bij het begin en breit u het telpatroon nog een keer.

naar boven

9) Hoe brei ik volgens een telpatroon?

Het telpatroon laat alle naalden en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt gelezen van onder naar boven, van rechts naar links. 1 vierkant = 1 steek.

Als u heen en weer breit, wordt elke andere naald aan de goede kant gebreid en elke andere naald wordt aan de verkeerde kant gebreid. Als u aan de verkeerde kant breit, moet u het telpatroon omgekeerd breien, dus van links naar rechts. rechte steken worden dan averecht gebreid en averechte steken recht, etc.

Als u in de rondte breit wordt elke naald aan de goede kant gebreid en het telpatroon wordt dan van rechts naar links gebreid op alle naalden.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees ik de teltekening bij de patronen?

naar boven

10) Hoe haak ik volgens een telpatroon?

Het telpatroon laat alle toeren en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt van onder naar boven gehaakt en van rechts naar links.

Als u heen en weer haakt, wordt elke andere toer aan de goede kant gehaakt: van rechts naar links en elke andere toer wordt aan de verkeerde kant gehaakt: vank links naar rechts.

Als u in de rondte haakt, wordt elke toer in het telpatroon aan de goede kant gehaakt, van rechts naar links.

Als u een cirkelvormig telpatroon haakt, dan begint u in het midden en haakt u naar buiten toe, tegen de klok in, toer na toer.

Meestal beginnen de toeren met een opgegeven aantal lossen (overeenkomend met de hoogte van de volgende steek), deze zijn of in het telpatroon opgenomen, of uitgelegd in het patroon.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees je telpatronen voor haken

naar boven

11) Hoe brei/haak je verschillende telpatronen tegelijkertijd op dezelfde naald/toer

Instructies om verschillende telpatronen achter elkaar op dezelfde naald/toer te breien/haken, worden meestal als volgt beschreven: “brei/haak A.1, A.2, A.3 in totaal 0-0-2-3-4 keer". Dit betekent dat u A.1 een keer breit/haakt, daarna wordt A.2 een keer gebreid/gehaakt, en A.3 wordt het aantal aangegeven keren (in de breedte) in uw maat gebreid/gehaakt – in dit geval als volgt: S = 0 keer, M = 0 keer, L=2 keer, XL= 3 keer en XXL = 4 keer.

De telpatronen worden zoals gebruikelijk gebreid/gehaakt: begin met de eerste naald/toer in A.1, brei/haak dan de volgende naald/toer in A.2 etc.

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor breien leest

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor haken leest

naar boven

12) Waarom begint het werk met meer lossen dan waarmee gehaakt wordt?

Lossen zijn ietsje smaller dan andere steken en om te voorkomen dat de opzetrand te strak wordt, haken we eenvoudigweg meer lossen om mee te beginnen. Het aantal steken wordt in de volgende toer aangepast zodat het overeenkomt met het patroon en de afmetingen in de tekening.

naar boven

13) Waarom meerderen voor de boord als het werk van boven naar beneden gebreid wordt?

De rand in ribbelsteek is elastischer en zal ietwat samentrekken vergeleken met bijvoorbeeld tricotsteek. Door te meerderen voor de rand in ribbelsteek, voorkomt u een zichtbaar verschil in breedte tussen de rand in ribbelsteek en de rest van het lijf.

naar boven

14) Waarom meerderen in de afkantrand?

Het gebeurt vrij makkelijk dat u te strak afkant, en door omslagen te maken tijdens het afkanten (terwijl u deze tegelijkertijd afkant) voorkomt u dat de afkantrand te strak wordt.

Bekijk de DROPS video: Hoe kant u af met omslagen

naar boven

15) Hoe meerder/minder je afwisselend op elke 3e en 4e naald/toer?

Om gelijkmatig te meerderen (of te minderen) kunt u meerderen op, bijvoorbeeld: afwisselend elke 3e en 4e naald, als volgt: brei 2 naalden en meerder op de 3e naald, brei 3 naalden en meerder op de 4e naald. Herhaal dit tot het meerderen klaar is.

Bekijk de DROPS les: Meerder of minder 1 st afwisselend

naar boven

16) Waarom is het patroon een beetje anders dan wat ik op de foto zie?

Herhalingen van het patroon kunnen een beetje anders zijn in de verschillende maten, om de juiste verhoudingen te krijgen. Als u niet dezelfde maat maakt als het kledingstuk op de foto, wijkt uw werkstuk wellicht ietsje af. Dit is met zorg ontwikkeld en aangepaste zodat het totale beeld van het kledingstuk hetzelfde is in alle maten.

Zorg ervoor dat u de instructies en de telpatronen voor uw maat volgt!

naar boven

17) Hoe kan ik een vest in de rondte breien, in plaats van heen en weer?

Als u liever in de rondte breit dan heen en weer, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen. U moet dan steken midden voor toevoegen (meestal 5 steken) en de instructies volgen. Als u normaal het werk keert en aan de verkeerde kant breit, breit u nu over de extra steken en gaat u verder in de rondte. Aan het einde knipt u het werk open. Neem steken op voor de biezen en werk de afgeknipte randen af.

Bekijk de DROPS video: Hoe breit u knipbiezen en openknippen

naar boven

18) Kan ik een trui heen en weer breien in plaats van in de rondte?

Als u liever heen en weer breit dan in de rondt, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen zodat u de panden apart van elkaar breit en aan het eind aan elkaar naait. Deel de steken voor het lijf in tweeën en voeg 1 kantsteek toe aan elke kant (voor het in elkaar naaien) en brei het voor- en achterpand apart van elkaar.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een patroon aanpassen van rondbreinaalden naar rechte naalden?

naar boven

19) Waarom staan er garens in de patronen die niet meer leverbaar zijn?

Omdat de verschillende garens verschillende kwaliteiten en verschillend texturen hebben, hebben we ervoor gekozen om het originele garen in het patroon te laten staan. Maar u kunt vrij makkelijk andere opties vinden tussen de beschikbare garenkwaliteiten door onze garenvervanger te gebruiken, of door een garen uit dezelfde garengroep uit te kiezen.

Het is mogelijk dat sommige verkooppunten nog bollen op voorraad hebben van garens die niet meer leverbaar zijn, of dat iemand thuis nog een paar bollen heeft liggen en hier een patroon bij zoekt.

Degarenvervanger laat alternatieve garens zien en de hoeveelheid die u nodig heeft in de nieuwe kwaliteit.

naar boven

20) Hoe verander ik een kledingstuk voor dames in eentje voor heren?

Als u een patroon heeft gevonden doe alleen beschikbaar is in damesmaten, dan hoeft het niet heel moeilijk te zijn om deze aan te passen naar een herenmaat. Het grootste verschil is de lengte van de mouwen en het lijf. Begin met breien in de damesmaat die overeenkomt met de borstwijdte. De lengte die erbij komt wordt namelijk gebreid voordat u begint met afkanten voor de armsgaten. Als het patroon van boven naar beneden wordt gebreid, kunt u lengte toevoegen vlak na de armsgaten of voor de eerste mindering op de mouw.

Wat betreft de extra hoeveelheid garen wat u nodig heeft: dit hangt heel erg af van hoeveel lengte u toevoegt, maar het is vaak meter dat u een bol te veel hebt dan te weinig.

naar boven

21) Hoe voorkom ik dat een harig kledingstuk gaat pillen of pluizen?

Alle garens hebben vezels die uitsteken (door de productie) waardoor een kledingstuk gaat pluizen of pillen. Geborstelde garens (dus meer harige garens) hebben meer van deze losse, uitstekende vezels waardoor het eerder gaat pluizen of pillen.

Hoewel het niet mogelijk is om te garanderen dat geborsteld garen 100% pluisvrij is, is het wel mogelijk om dit drastisch af te laten nemen, door de volgende stappen te ondernemen:

1. Als het kledingstuk klaar is (voordat u het gaat wassen) schudt u het kledingstuk flink uit, zodat de losse haartjes eruit komen. LET OP: gebruik GEEN roller, borstel of andere methode, waardoor aan het kledingstuk getrokken wordt

2. Plaats het kledingstuk in een plastic zak en leg het in de vriezer - de temperatuur zorgt ervoor dat de vezels minder aan elkaar blijven zitten, en uitstekende vezels komen makkelijker los.

3. Laat een paar uur in de vriezer liggen, voordat u het eruit haalt en schudt het kledingstuk dan opnieuw uit.

4. Was het kledingstuk volgens de instructies op het garenlabel.

naar boven

22) Waar op het kledingstuk wordt de lengte gemeten??

De tekening/ het schema met de afmetingen geeft informatie over de volledige lengte van het kledingstuk. Als het een trui of een vest betreft, dan wordt deze vanaf het hoogste punt op de schouder gemeten (meestal het dichtst bij de halslijn), en recht naar beneden tot de onderkant van het kledingstuk. Het wordt NIET gemeten vanaf de punt van de schouder. Op gelijke wijze wordt ook de lengte van de pas gemeten, vanaf het hoogste punt op de schouder en naar beneden tot waar de pas gesplitst wordt voor het lijf en de mouwen.

Op een vest worden de afmetingen nooit over de biezen genomen, tenzij anders aangegeven. Meet altijd binnen de biessteken als u de lengte opmeet.

Bekijk de DROPS les: Maattekeningen lezen

naar boven

23) Hoe weet ik hoeveel bollen ik nodig heb?

De benodigde hoeveelheid garen wordt aangegeven in grammen, dus bijvoorbeeld: 450 g. Om uit te rekenen hoeveel bollen u nodig heeft, moet u eerst weten hoeveel gram er in 1 bol gaat (25 g, 50 g, of 100 g). Deze informatie vindt u door op de individuele garenkwaliteit te klikken op onze site. Deel de hoeveelheid benodigde garen door de hoeveelheid per bol. Bijvoorbeeld, als de bollen 50 gram wegen (de meest gebruikelijke hoeveelheid), ziet de berekening er als volgt uit: 450 / 50 = 9 bollen.

naar boven

Heeft u DROPS garen besteld om dit patroon te maken? Dan heeft u recht op hulp van de winkel waar u het garen gekocht heeft. Vind hier een lijst van DROPS winkels!
Kunt u het antwoord op uw vraag nog steeds niet vinden? Scroll dan naar beneden en laat een vraag achter zodat een van onze experts kan proberen u te helpen. Dit wordt normaal tussen 5 tot 10 werkdagen gedaan.. In de tussentijd kunt u de vragen en antwoorden lezen die anderen bij dit patroon achter hebben gelaten of doe mee met de DROPS Workshop op Facebook om hulp te krijgen van mede breisters en haaksters!

Opmerkingen / Vragen (71)

Carine 24.11.2019 - 14:33:

Bonjour je ne comprends pas si il faut 2 ou 4 cordons et comment le cache-cœur s’attache

DROPS Design 25.11.2019 kl. 09:57:

Bonjour Carine, on réalise 2 cordons: 1 que l'on coud à l'intérieur du côté droit et 1 que l'on coud à l'extérieur du côté gauche (ils sont ensuite attachés avec ceux des pointes des devants). Bonnes finitions!

Bleue 01.11.2019 - 10:15:

Hello, in the "body" section, there is "Work (3) 2-4-2-2 (2-2) stitches GARTER STITCH " in the begining; there isn't any garter stitch rows to be done. But in the picture, there are 3 garter stitch rows. Is it forgotten or we directly start with the garter sticthes and diagram?

DROPS Design 05.11.2019 kl. 09:29:

Dear Blue, you will work these ridges when working the diagrams, ie you start and end the rows with (3) 2-4-2-2 (2-2) sts in garter stitch and in between you will work diagrams A.1 and A.2 (= 3 ridges, then lace pattern). Happy knitting!

Tuula 04.10.2019 - 13:29:

Hei, tarvitsisin apua reunan virkkaukseen. Miten ensimmäinen rivi virkataan, en ymmärrä ohjeen tekstiä. Toiseen kerrokseen löysin ohjeen aiemmista kysymyksistä.

Theresa Sissons 09.09.2019 - 17:41:

Hello: I started this lovely jacket about a month ago - leaving off where the sleeves were completed. A month later I am continuing - and notice a mistake in the mid back garter stitch. I have ripped the jacket to the mistake, corrected, and am continuing on. Problem: - I am stuck on 'what stitches make up the 'neck band' on each row. Garter does not give me an edge. The body is garter - what combination gives me the outer band? I cannot remember - for the life of me. Thank you

DROPS Design 10.09.2019 kl. 08:37:

Dear Mrs Sissons, after you have worked A.1 with 2 to 4 sts in garter stitch on each size (depending on the size), you continue working in garter stitch over all stitches to the end. Then you will crochet an edge along the whole opening of the jacket (starting from bottom of right piece, along the mid front, neckline on back piece, down along the mid front on left front piece to the bottom edge). Happy crocheting!

Anna 03.09.2019 - 12:11:

Buon giorno Ho avviato 145 maglie,ho terminato il diagramma a1 è misura12 cm Non ho capito x fare le maniche deve essere a 16 cm Grazie

DROPS Design 04.09.2019 kl. 12:56:

Buongiorno Anna. Nella taglia 1/3 mesi, dopo il diagramma il lavoro dovrebbe misurare 16 cm. Provi a verificare che la tensione in verticale sia corretta. Deve poi procedere a legaccio e dividere il davanti dal dietro e avviare le maglie per le maniche quando il lavoro misura 19 cm. Buon lavoro!

Theresa 30.08.2019 - 20:06:

I'm at the 'DECREASE MID FRONT: My piece measures 16 cm. - On right side ' dec.. at each end - and every 2nd row a total of 24 times - *I'm reading this as 48 rows in TOTAL and then another 8 rows (2 more decreases). I am finding the piece is more than 20 cm before I cast on stitches for the sleeves. What am I doing wrong??

DROPS Design 31.08.2019 kl. 09:00:

Hi Theresa, Have you checked your knitting tension? If you are knitting too loose, you need to reduce your needle size. Happy knitting!

Squiddy 28.08.2019 - 21:59:

Ich möchte gerne die Schühchen stricken, die man hs in Hin- und Rückreihen stricken soll. Aber wie soll das mit dem Muster A3 in der 5. Reihe gehen? Hier stricke ich ja immer 2 M rechts zusammen und mache einen Unschlag. Folglich müsste ich dann mit einem Umschlag die Reihe beenden, sonst habe ich ja eine Masche zu wenig. Aber wie soll das gehen?

DROPS Design 29.08.2019 kl. 09:23:

Liebe Squiddy, wierdholen Sie A.3 bis 2 Maschen bleiben, und stricken Sie die 2 letzten Maschen rechts, so haben Sie keinen Umschlag am Ende der Reihe. Viel Spaß beim stricken!

Anja M 28.08.2019 - 18:52:

Ups, Größe vergessen. Ich meine in Größe 6/9 Monate.

DROPS Design 29.08.2019 kl. 08:54:

Liebe Anja, in Größe 6/9 Monate brauchen Sie 150 g BabyMerino - siehe unter Kopfteil. Viel Spaß beim stricken!

Anja M 28.08.2019 - 18:49:

Ich möchte nur die Jacke stricken. Reichen dann 100g Drops BabyMerino?

DROPS Design 29.08.2019 kl. 08:54:

Liebe Anja, 100 g BabyMerino reichen für die Jacke in der Größe <0 = Frühchten - siehe unter Kopfteil. Viel Spaß beim stricken!

Brp 23.08.2019 - 22:34:

Ik ben het vestje aan het breien, en begrijp het aantal steken niet, ik doe mt. 68-74 is 157 st. Opzetten het patroon is 19 x 8 st. = 152 st. Aan beide kanten 2 st. voor de voorbies is dan toch 156 st.? Hoe moet ik dat doen? Bvd.

DROPS Design 31.08.2019 kl. 14:36:

Dag Brp,

Je breit 19 herhalingen van A.1 = 19 x 8 steken = 152 steken. Daarnaast brei je aan beide kanten 2 ribbelsteken en een keer 1 steek van A.2. Dus er komen 5 steken bij die 152 steken = 157 steken in totaal.

Laat een opmerking achter voor DROPS Baby 31-3

Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!

Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.