DROPS Baby / 33 / 13

Pink Petals by DROPS Design

Gebreid vest en broek in DROPS Baby Merino. Het vest wordt van boven naar beneden gebreid met bladpatroon, ronde pas en A-lijn. De broek wordt gebreid van boven naar beneden met kantpatroon. Maat: Prematuur - 2 jaar.

DROPS design: Patroon nr. bm-111-by
Garengroep A
----------------------------------------------------------

VOOR DE HELE SET:

Maat: (<0) 0/1 - 1/3 - 6/9 - 12/18 maanden (2) jaar
De maat komt ongeveer overeen met de hoogte van het kind in cm:
(40/44) 48/52 - 56/62 - 68/74 - 80/86 (92)

MATERIAAL:
DROPS BABY MERINO van garnstudio (behoort tot garengroep A)
(200) 200-250-300-300 (350) g kleur 26, licht oudroze

VEST:

MAAT:
(<0) 0/1 - 1/3 - 6/9 - 12/18 maanden (2) jaar
De maat komt ongeveer overeen met de hoogte van het kind in cm:
(40/44) 48/52 - 56/62 - 68/74 - 80/86 (92)

MATERIAAL:
DROPS BABY MERINO van garnstudio (behoort tot garengroep A)
(150) 150-150-200-200 (200) g kleur 26, licht oudroze
STEKENVERHOUDING:
24 steken in de breedte en 32 naalden in de hoogte in tricotsteek = 10 x 10 cm.
24 steken in de breedte en 40 naalden in de hoogte met bladpatroon = 10 x 10 cm.

NAALDEN:
DROPS NAALDEN ZONDER KNOP MAAT 3 mm
DROPS RONDBREINAALD 3 mm: Lengte 40 en 60 cm.
DROPS NAALDEN ZONDER KNOP MAAT 2.5 mm: Voor de randen
DROPS RONDBREINAALD 2.5 mm: Lengte 40 en 60 cm voor randen
De naalddikte is slechts een richtlijn! Als u te veel steken heeft op 10 cm, brei dan verder met grotere naalden. Als u te weinig steken heeft op 10 cm, brei dan verder met kleinere naalden.

DROPS PARELMOERKNOOP Bloem (rood), NR 617: (5) 5-6-6 7 (7) stuks.

BROEK:

MAAT:
(<0) 0/1 - 1/3 - 6/9 - 12/18 maanden (2) jaar
De maat komt ongeveer overeen met de hoogte van het kind in cm:
(40/44) 48/52 - 56/62 - 68/74 - 80/86 (92)

MATERIAAL:
DROPS BABY MERINO van garnstudio (behoort tot garengroep A)
100-100-100-150-150-150 g kleur 26, licht oudroze
ACCESSOIRES: ongeveer 35-50 cm elastiek

STEKENVERHOUDING:
24 steken in de breedte en 32 naalden in de hoogte in tricotsteek = 10 x 10 cm.

NAALDEN:
DROPS NAALDEN ZONDER KNOP MAAT 3 mm
DROPS RONDBREINAALD 3 mm: Lengte 40 en 60 cm.
De naalddikte is slechts een richtlijn! Als u te veel steken heeft op 10 cm, brei dan verder met grotere naalden. Als u te weinig steken heeft op 10 cm, brei dan verder met kleinere naalden.

Heeft u deze of een van onze andere ontwerpen gemaakt? Tag uw afbeeldingen in social media met #dropsdesign, zodat we ze kunnen zien!

Wilt u een ander garen gebruiken? Probeer de garenvervanger!

100% wol
vanaf 3.70 € /50g
DROPS Baby Merino uni colour DROPS Baby Merino uni colour 3.70 € /50g
Wolplein.nl
Bestel
DROPS Baby Merino mix DROPS Baby Merino mix 3.70 € /50g
Wolplein.nl
Bestel
Naalden & Haaknaalden
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 14.80€ krijgen. Lees meer.

Instructies voor het patroon

UITLEG VOOR HET PATROON:

----------------------------------------------------------

VEST:
RIBBEL/RIBBELSTEEK (heen en weer gebreid):
1 ribbel = 2 naalden recht.

RIBBEL/RIBBELSTEEK (wordt in de rondte gebreid):
1 ribbel = brei 1 naald recht en 1 naald averecht.

TIP VOOR HET MEERDEREN-1 (verdeeld):
Om uit te rekenen hoe u verdeeld meerdert, neem het totaal aantal steken op de naald (dus 70 steken), minus de biezen (dus 10 steken) en deel de overgebleven steken door het aantal te maken meerderingen (dus 13) = 4.6.
In dit voorbeeld meerdert u door 1 omslag te maken na afwisselend ongeveer iedere 4e en 5e steek. Brei op de volgende naald de omslagen gedraaid om gaatjes te voorkomen. Meerder niet over de biezen.

PATROON:
Zie telpatronen A.1 tot A.3. Kies het telpatroon voor uw maat (geldt voor A.2). De telpatronen laten alle naalden in het patroon aan de goede kant zien.

RAGLAN:
Alle meerderingen worden aan de goede kant gemaakt.
Meerder voor de raglan aan elke kant van de 4 markeerdraden in iedere overgang tussen het lijf en de mouwen (= 8 steken gemeerderd op iedere meerdernaald).
Brei tot er 1 steek over is voor de markeerdraad, maak 1 omslag, 2 recht (de markeerdraad is in het midden van deze 2 steken), maak 1 omslag (= 2 steken gemeerderd). Brei op de volgende naald (verkeerde kant) de omslagen gedraaid averecht om gaatjes te voorkomen.

TIP VOOR HET MEERDEREN-2 (geldt voor de zijkanten van het lijf):
Alle meerderingen worden aan de goede kant gemaakt!
Brei tot er 2 steken over zijn voor de markeerdraad, maak 1 omslag, 4 recht (de markeerdraad is in het midden van deze 4 steken), maak 1 omslag (= 2 steken gemeerderd). Brei op de volgende naald (verkeerde kant) de omslagen gedraaid averecht om gaatjes te voorkomen.

TIP VOOR HET MINDEREN (geldt voor midden onder de mouw):
Begin 3 steken voor de markeerdraad en brei 2 recht samen, 2 recht (de markeerdraad zit tussen deze 2 steken), 1 steek recht afhalen, 1 recht, haal de afgehaalde steek over de gebreide steek (= 2 steken geminderd).

KNOOPSGATEN:
Minder voor de knoopsgaten op de rechter voorbies als het kledingstuk gedragen wordt: 1 knoopsgat = brei aan de goede kant tot er 3 steken over zijn op de naald, maak 1 omslag, brei 2 recht samen en eindig met 1 recht. Brei op de volgende naald (verkeerde kant) de omslag recht zodat er een gaatje ontstaat. Minder voor het eerste knoopsgat op de eerste naald aan de goede kant na A.1. Minder dan voor de volgende (4) 4-5-5-6 (6) knoopsgaten, ongeveer met 5 cm tussen elk.

BROEK:

PATROON:
Zie telpatroon A.4.

TIP VOOR HET MEERDEREN (geldt voor de spie midden voor en midden achter):
Brei tot er 1 steek over is voor de markeerdraad, maak 1 omslag, 2 recht (de markeerdraad is in het midden van deze 2 steken), maak 1 omslag (= 2 steken gemeerderd). Brei op de volgende naald de omslagen gedraaid recht om gaatjes te voorkomen. Brei de gemeerderde steken in tricotsteek totdat ze weer in het patroon passen.

TIP VOOR HET MINDEREN (geldt voor de binnenkant van de pijpen):
Begin 3 steken voor de markeerdraad en brei 2 recht samen, 2 recht (de markeerdraad zit tussen deze 2 steken), 1 steek recht afhalen, 1 recht, haal de afgehaalde steek over de gebreide steek (= 2 steken geminderd).

MINDERINGEN VOOR DE HIEL:
Wordt heen en weer gebreid in tricotsteek als volgt:
NAALD 1 (= goede kant): Brei recht tot er 1 steek over is op de naald, keer het werk.
NAALD 2 (= verkeerde kant): Haal de eerste steek averecht af, trek de draad aan en brei averecht tot er 1 steek over is op de naald, keer het werk.
NAALD 3 (= goede kant): Haal de eerste steek recht af, trek de draad aan en brei recht tot er 2 steken over zijn op de naald, keer het werk.
NAALD 4 (= verkeerde kant): Haal de eerste steek averecht af, trek de draad aan en brei averecht tot er 2 steken over zijn op de naald, keer het werk.
Ga verder met minderen op dezelfde manier tot er (7) 9-10-10-11 (12) steken over zijn in het midden van de naald. (Er is ongeveer 2, 5-3 cm over tot het werk klaar is.) Voeg 1 markeerdraad in, in de middelste steek
Ga verder in tricotsteek heen en weer gebreid maar brei nu nog 1 steek iedere keer dat u het werk keert. LET OP! Om gaatjes te voorkomen bij het keren, tilt u het garen voor de steek die u gaat breien op en zet u deze gedraaid op de linker naald. Brei het gedraaide garen samen met de steek voordat u het werk keert. Ga zo verder tot alle hielsteken zijn gebreid.

----------------------------------------------------------

BEGIN HET VEST HIER:

----------------------------------------------------------

VEST - KORTE SAMENVATTING VAN HET WERK:

Brei de pas en het lijf heen en weer op de rondbreinaald vanaf midden voor, brei van boven naar beneden. Brei de mouwen in de rondte op breinaalden zonder knop, van boven naar beneden.

HALSRAND:
Zet (68) 70-78-82-86 (92) steken op (inclusief 5 voorbiessteken aan elke kant richting midden voor) op rondbreinaald 2.5 mm met Baby Merino. Brei A.1 met 5 voorbiessteken in RIBBELSTEEK - zie uitleg hierboven, aan elke kant richting midden voor. Als A.1 is gebreid, ga dan verder met rondbreinaald 3 mm. Brei 1 naald recht aan de goede kant en meerder (15) 13-17-19-21 (21) steken verdeeld - lees TIP VOOR HET MEERDEREN-1 en denk om de knoopsgaten op de rechter voorbies - zie uitleg hierboven = (83) 83-95-101-107 (113) steken. Brei 1 naald averecht op de verkeerde kant aan de binnenkant van de 5 voorbiessteken in ribbelsteek aan elke kant. Brei dan de pas zoals uitgelegd hieronder.

PAS:
Brei de eerste naald als volgt aan de goede kant: 5 voorbiessteken in ribbelsteek, brei A.2 tot er 6 steken over zijn op de naald (= (12) 12-14-15-16 (17) herhalingen van 6 steken) en eindig met 1 steek in ribbelsteek (om het patroon hetzelfde te maken op het begin en het einde richting de biezen) en 5 voorbiessteken in ribbelsteek. Ga zo verder in patroon en meerder en minder zoals te zien is in het telpatroon. DENK OM DE STEKENVERHOUDING!
Op de naald gemarkeerd met een pijl in A.2 past u het aantal steken aan naar (150) 174-182-194-202 (214). Voeg nu 4 markeerdraden in het werk (zonder de steken te breien): Voeg de eerste markeerdraad in na de eerste (26) 29-30-32-33 (35) steken (= voorpand), voeg de 2e markeerdraad in na de volgende (28) 34-36-38-40 (42) steken (= mouw), voeg de 3e markeerdraad in na de volgende (42) 48-50-54-56 (60) steken (= achterpand) en voeg de vierde markeerdraad in na de volgende (28) 34-36-38-40 (42) steken (= mouw). Er zijn (26) 29-30-32-33 (35) steken na de laatste markeerdraad op het voorpand.
Brei dan in tricotsteek met 5 voorbiessteken in ribbelsteek aan elke kant richting midden voor. Meerder TEGELIJKERTIJD op de eerste naald (goede kant) voor de RAGLAN aan elke kant van de 4 markeerdraden - zie uitleg hierboven (= 8 steken gemeerderd). Meerder zo iedere andere naald (dus op iedere naald aan de goede kant) (3) 3-3-4-4 (4) keer in totaal. Na de laatste meerdering voor de raglan zijn er (174) 198-206-226-234 (246) steken op de naald. Brei tot het werk (10) 12-13-14-15 (16) cm meet vanaf de opzetrand midden voor. Brei de volgende naald als volgt op de verkeerde kant: Brei (29) 32-33-36-37 (39) zoals hiervoor (= voorpand), zet de volgende (34) 40-42-46-48 (50) steken op 1 hulpdraad voor de mouw, zet (4) 4-6-6-8 (8) nieuwe steken op de naald (= in de zijkant onder de mouw), brei (48) 54-56-62-64 (68) steken averecht (= achterpand), zet de volgende (34) 40-42-46-48 (50) steken op 1 hulpdraad voor de mouw, zet (4) 4-6-6-8 (8) nieuwe steken op de naald (= in de zijkant onder de mouw) en brei de laatste (29) 32-33-36-37 (39) steken zoals hiervoor (= voorpand). Brei het lijf en de mouwen apart verder. MEET NU HET WERK VANAF HIER!

LIJF:
= (114) 126-134-146-154 (162) steken. Voeg 1 markeerdraad in (31) 34-36-39-41 (43) steken in vanaf elke kant (= (52) 58-62-68-72 (76) steken tussen de markeerdraden op het achterpand) en neem de markeerdraden mee in de hoogte tijdens het breien.
Brei de eerste naald als volgt aan de goede kant: 5 voorbiessteken in ribbelsteek, brei A.3A tot er (5) 9-9-5-5 (5) steken over zijn op de naald (= (13) 14-15-17-18 (19) herhalingen van 8 steken), brei A.3B over de volgende (0) 4-4-0-0 (0) steken en eindig met 5 voorbiessteken in ribbelsteek. Ga zo verder in patroon heen en weer gebreid.
Meerder bij een hoogte van 2 cm vanaf de scheiding, 1 steek aan elke kant van beide markeerdraden - lees TIP VOOR HET MEERDEREN-2 (= 4 steken gemeerderd). Meerder zo iedere (2) 2½-3-3½-4 (4½) cm 5 keer in totaal aan elke kant = (134) 146-154-166-174 (182) steken - LET OP: Brei de gemeerderde steken in tricotsteek zodat er meer steken tussen de gaatjes zijn aan elke kant van het lijf. Ga tegelijkertijd bij een hoogte van (10) 11-13-15-17 (19) cm, verder in tricotsteek en 5 voorbiessteken in ribbelsteek.
Brei tot het werk (12) 13-15-17-19 (21) cm meet vanaf de scheiding.
Brei 4 ribbels over alle steken. Kant af met een picot zoals uitgelegd hieronder.

AFKANTRAND MET PICOT:
Ga verder met rondbreinaald 2.5 mm en brei aan de goede kant als volgt: 1 recht, (* voeg de rechter naald in tussen de eerste 2 steken op de linker naald, dus tussen de steken op de naald, niet door de steken, maak 1 omslag op de rechter naald, haal de omslag naar voren tussen de steken door en zet de omslag op de linker naald *, herhaal van *-* 2 keer = 3 nieuwe steken op de linker naald. ** Brei de eerste steek op de linker naald recht, haal de eerste steek op de rechter naald over de laatst gebreide steek **), herhaal van **-** 5 keer in totaal en herhaal van (-) over de hele rand tot er 1 steek over is op de linker naald. Knip het garen af en haal het door de laatste steek.

MOUW:
Zet de (34) 40-42-46-48 (50) steken van de hulpdraad aan een kant van het werk op breinaalden zonder knop maat 3 mm en neem daarnaast 1 steek op in elk van de (4) 4-6-6-8 (8) nieuw opgezette steken onder de mouw = (38) 44-48-52-56 (58) steken. Voeg 1 markeerdraad in, in het midden van de (4) 4-6-6-8 (8) steken. Begin de naald bij de markeerdraad en brei in tricotsteek in de rondte. Minder bij een hoogte van 2 cm vanaf de scheiding, 2 steken midden onder de mouw - lees TIP VOOR HET MINDEREN. Minder zo iedere (2) 2-1½-1½-1½ (1½) cm (2) 4-6-7-9 (9) keer in totaal = (34) 36-36-38-38 (40) steken. Brei tot de mouw (5) 8-11-13-15 (18) cm meet vanaf de scheiding. Brei verder met naalden zonder knop 2.5 mm en brei in RIBBELSTEEK - zie uitleg hierboven. Als de mouw (8) 11-14-16-18 (21) cm meet, kant dan af met een picot op dezelfde manier als op het lijf. Brei de andere mouw op dezelfde wijze.

AFWERKING:
Naai de knopen op de linker voorbies.

----------------------------------------------------------
BEGIN DE BROEK HIER:
---------------------------------------------------------

BROEK - KORTE SAMENVATTING VAN HET WERK:
Wordt in de rondte gebreid op de rondbreinaald, van boven naar beneden tot de scheiding voor de pijpen. Brei dan elke pijp in de rondte op breinaalden zonder knop van boven naar beneden tot de gewenste afmetingen.

TAILLEBAND:
Zet (88) 96-104-120-128 (136) steken op rondbreinaald 3 mm met Baby Merino. Brei 2 cm in tricotsteek voor de vouwrand. Brei de volgende naald als volgt: * 2 recht samen, maak 1 omslag*, brei van *-* de hele naald (= vouwrand). MEET HET WERK VANAF DE VOUWRAND!
Brei 2 cm in tricotsteek. Voor een betere pasvorm kunt u een verhoging breien op de achterkant van de broek zoals uitgelegd hieronder.

VERHOGING OP DE ACHTERKANT - ALLE MATEN:
Voeg 1 markeerdraad in op het begin van de naald = midden achter. Brei aan de goede kant en brei 8 steken recht voorbij de markeerdraad, keer het werk, trek de draad aan en brei 16 steken averecht. Keer het werk, trek de draad aan en brei 24 steken recht, keer het werk, trek de draad aan en brei 32 steken averecht. Keer het werk, trek de draad aan en brei 40 steken recht, keer het werk, trek de draad aan en brei 48 steken averecht. Keer het werk, trek de draad aan en brei recht tot midden achter.

BROEK:
Brei A.4 in de rondte over alle steken (= (11) 12-13-15-16 (17) herhalingen van 8 steken). DENK OM DE STEKENVERHOUDING! LET OP! Op iedere naald gemarkeerd met een ster in A.4 verplaatst u het begin van de naald 1 steek naar links, dus haal de eerste steek af op de rechter naald zonder deze steek te breien, brei A.4 in de rondte. Brei de afgehaalde steek op de rechter naald in de laatste herhaling van A.4. Begin de volgende naald zoals hiervoor.
Voeg bij een hoogte van (9) 11-12-15-16 (17) cm vanaf de vouwrand midden voor, 1 markeerdraad in midden voor, zodat er 1 markeerdraad is midden voor en 1 markeerdraad midden achter (= (44) 48-52-60-64 (68) steken aan elke kant tussen de markeerdraden).
Ga verder A.4 in de rondte. Meerder TEGELIJKERTIJD op de volgende naald 1 steek aan elke kant van beide markeerdraden – lees TIP VOOR HET MEERDEREN (= 4 steken gemeerderd). Meerder zo iedere andere naald 8 keer in totaal = (120) 128-136-152-160 (168) steken. Ga verder met A.4 in de rondte tot het werk (15) 18-18-21-22 (23) cm meet vanaf de vouwrand midden voor. Kant nu 4 steken af midden voor en midden achter. Eindig elke pijp apart. Brei de rechter pijp zoals uitgelegd hieronder.

RECHTER PIJP:
= (56) 60-64-72-76 (80) steken. Brei verder met breinaalden zonder knop maat 3 mm. Voeg 1 markeerdraad in aan de binnenkant van de pijp, en neem de markeerdraad in de hoogte mee tijdens het breien. MEET NU HET WERK VANAF HIER!
Begin de naald bij de markeerdraad en ga verder met A.4 in de rondte - brei in tricotsteek waar de herhaling niet past. Als er 2 naalden zijn gebreid, minder dan 1 steek aan elke kant van de markeerdraad aan de binnenkant van de pijp – lees TIP VOOR HET MINDEREN (= 2 steken geminderd). Minder zo op iedere naald 6 keer in totaal en dan in iedere tweede naald 4 keer in totaal en tot slot iedere (5e) 6e-6e-6e-7e (7e) naald (4) 5-6-8-9 (10) keer in totaal = (28) 30-32-36-38 (40) steken. Brei tot het werk (13) 17-20-23-26 (31) cm meet vanaf de scheiding. Brei nu de voet zoals uitgelegd hieronder.

VOET:
= (28) 30-32-36-38 (40) steken. Houd de eerste (14) 15-16-18-19 (20) steken op de naald voor de hiel (het is belangrijk dat de hiel niet op het midden op de bovenkant van de voet komt), zet de overgebleven (14) 15-16-18-19 (20) steken op een hulpdraad (= midden op de bovenkant van de voet).
Brei MINDERINGEN VOOR DE HIEL in tricotsteek - zie uitleg hierboven.
Zet na de minderingen voor de hiel de (14) 15-16-18-19 (20) steken van de hulpdraad midden op de bovenkant van de voet terug op de naalden = (28) 30-32-36-38 (40) steken. Brei in tricotsteek in de rondte over alle steken. Als de voet (8) 9-10-11-12 (13) cm meet vanaf de markeerdraad op de hiel (er is ongeveer 2 cm over tot de gewenste afmetingen), verplaats dan de steken zodat er (14) 15-16-18-19 (20) steken zijn op zowel de bovenkant van de voet als onder de voet. Voeg 1 markeerdraad in aan elke kant. Brei in tricotsteek in de rondte over alle steken. Minder TEGELIJKERTIJD op de eerste naald 1 steek aan elke kant van beide markeerdraden – lees TIP VOOR HET MINDEREN (= 4 steken geminderd). Minder zo om de naald (4) 4-4-5-5 (5) keer in totaal = (12) 14-16-16-18 (20) steken over op de naalden. Knip het garen af zodat het lang genoeg is om het werk samen te naaien. Plaats het werk plat neer en naai de (6) 7-8-8-9 (10) steken op de bovenkant van de voet tegen de (6) 7-8-8-9 (10) steken onder voet met maassteken. De voet meet ongeveer (10) 11-12-13-14 (15) cm vanaf de markeerdraad op de hiel.
Zet de (56) 60-64-72-76 (80) steken van de hulpdraad aan de andere kant van het werk terug op breinaalden zonder knop maat 3 mm en brei de pijp en de voet op dezelfde manier, maar zorg ervoor dat de voet aan de juiste kant zit zodat de hiel niet op het midden van de bovenkant van de voet komt (zet de eerste (14) 15-16-18-19 (20) steken op een hulpdraad (= midden op de bovenkant van de voet), houd de laatste (14) 15-16-18-19 (20) steken op de naald voor de hiel).


AFWERKING:
Vouw de rand naar de verkeerde kant en naai netjes vast, laat een kleine opening over om het elastiek door te rijgen. Rijg het elastiek er door, en naai de opening dicht. Naai de 4 steken die afgekant zijn tussen de pijpen, dicht.

Dit patroon is gecorrigeerd. .

Gewijzigd online: 21.10.2019
MINDERINGEN VOOR DE HIEL:...Ga verder met minderen op dezelfde manier tot er (7) 9-10-10-11 (12) steken over zijn in het midden van de naald. (Er is ongeveer 2, 5-3 cm over tot het werk klaar is.) Voeg 1 markeerdraad in, in de middelste steek

Telpatroon

= recht aan de goede kant, averecht aan de verkeerde kant
= averecht aan de goede kant, recht aan de verkeerde kant
= 2 recht samen
= 1 steek recht afhalen, 1 recht, haal de afgehaalde steek over de gebreide steek
= haal 1 steek recht af, brei 2 steken recht samen, haal de afgehaalde steek over de samengebreide steken
= maak 1 omslag tussen 2 steken
= meerdernaald
= verplaats het begin van de naald 1 steek naar links zoals uitgelegd in het patroon




Heeft u hulp nodig voor dit patroon?

Bedankt dat u een patroon van DROPS Design kiest. We zijn er trots op dat we patronen aanbieden die correct en makkelijk te volgen zijn. Alle patronen zijn uit het Noors vertaald en u kunt altijd het origineel patroon controleren (DROPS Baby 33-13) voor de afmetingen en de berekiningen.

Heeft u moeite met het volgen van het patroon? Hieronder vindt u een lijst met bronnen die u kunnen helpen om uw project vlot af te maken - of om eenvoudig iets nieuws te leren.

We hebben tevens een stap-voor-stap uitleg voor verschillende technieken, welke u hier kunt vinden.

1) Waarom is de stekenverhouding zo belangrijk?

De stekenverhouding bepaalt de uiteindelijke afmetingen van uw werkstuk en wordt normaliter aangegeven in 10 x 10 cm. Het wordt als volgt aangegeven: het aantal steken in de breedte x het aantal naalden in de hoogte - dus: 19 steken x 26 naalden = 10 x 10 cm.

De stekenverhouding is heel erg individueel; sommige mensen breien/haken heel losjes, terwijl anderen vrij strak werken. De stekenverhouding past u aan met de naalddikte, wat de reden is waarom we slechts een suggestie voor de naalddikte geven! U moet deze aanpassen (naar boven of beneden) om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding overeenkomt met de stekenverhouding die aangegeven staat in het patroon. Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan zal het garenverbruik anders zijn, en zal uw werkstuk andere afmetingen krijgen dan het patroon aangeeft.

De stekenverhouding geeft tevens aan welk garen als vervanging kan dienen. U kunt verschillende garens met elkaar vervangen, zolang de stekenverhouding maar hetzelfde is.

Bekijk de DROPS les: Hoe u de stekenverhouding opmeet

Bekijk de DROPS video: Hoe u een proeflapje maakt

naar boven

2) Wat zijn de garengroepen?

Al onze garens zijn ondergebracht in garengroepen (van A tot F) volgens dikte en stekenverhouding – groep A bevat de dunste garens en groep F de dikste. Dit maakt het makkelijker voor u om alternatieve garens te vinden voor onze patronen, indien u graag ander garen wilt gebruiken. Alle garens binnen dezelfde groep hebben ongeveer eenzelfde stekenverhouding en kunnen elkaar vervangen. Het is wel zo dat verschillende garenkwaliteiten verschillende structuren en eigenschappen hebben, wat het uiteindelijke werkstuk een unieke 'look en feel' geeft.

Klik hier voor een overzicht van de garens in elke garengroep

naar boven

3) Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

Bij het kiezen van een ander garen is het belangrijk dat de stekenverhouding hetzelfde blijft. De afmetingen van het uiteindelijke werk zijn dan hetzelfde als aangegeven in de tekening bij het patroon. Het is makkelijker om dezelfde stekenverhouding te krijgen als u garen gebruikt uit dezelfde garengroep. Het is ook mogelijk om meerdere draden van een dunner garen te gebruiken om de stekenverhouding van een dikker garen te krijgen. Probeer onze garenvervanger. We raden u aan om altijd een proeflapje te maken.

LET OP: als u een ander garen neemt, kan het kledingstuk een andere 'look en feel' krijgen dan het kledingstuk op de foto, vanwege individuele eigenschappen en kwaliteiten van elk garen.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

naar boven

4) Hoe gebruik ik de garenvervanger?

Bovenaan al onze patronen vindt u een link naar onze garenvervanger, welke handig kan zijn als u een ander garen wilt gebruiken dan staat aangegeven in het patroon. Door het garen in te vullen dat u wilt vervangen, de hoeveelheid (in uw maat) en het aantal draden, stelt de vervanger geschikte alternatieven voor met dezelfde stekenverhouding. Daarnaast wordt aangegeven hoeveel u nodig heeft in de nieuwe kwaliteiten en of u met meerdere draden moet werken. De meeste bollen zijn 50 gram (sommige zijn 25 gram of 100 gram).

Als het patroon met meerdere kleuren wordt gebreid/gehaakt, moet elke kleur apart worden vervangen. Dit geldt ook als het patroon met verschillende draden van verschillende garens wordt gemaakt (bijvoorbeeld 1 draad Alpaca en 1 draad Kid-Silk) dan zult u voor elk individueel alternatieven moeten vinden.

Klik hier voor de garenvervanger

naar boven

5) Waarom krijg ik de verkeerde stekenverhouding met de aangegeven naalddikte?

De naalddikte die aangegeven is in het patroon geldt slechts als een richtlijn, het is van belang dat de stekenverhouding klopt. En omdat de stekenverhouding per persoon nogal verschillend is, zult u de naalddikte aan moeten passen om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding hetzelfde is als in het patroon – misschien is het nodig dat u 1 of zelfs 2 naalddiktes naar beneden of naar boven moet om de juiste stekenverhouding te krijgen. Daarom raden we ook aan om een proeflapje te maken.

Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan kunnen de afmetingen van het werkstuk afwijken van de afmetingen volgens de tekening.

Bekijk de DROPS les: Hoe meet u de stekenverhouding

Bekijk de DROPS video: Hoe maakt u een proeflapje voor de stekenverhouding

naar boven

6) Waarom wordt het patroon van boven naar beneden gereid?

Als u een kledingstuk van boven naar beneden breit, dan geeft dit meer flexibiliteit en mogelijkheden voor persoonlijke aanpassingen. Het is bijvoorbeeld makkelijker om het kledingstuk te passen terwijl u er mee bezig bent. U kunt ook makkelijker de lengte van de pas en de schouderkoppen aanpassen.

In de uitleg worden alle stappen zorgvuldig uitgelegd in de juiste volgorde. De telpatronen zijn aangepast aan de breirichting en worden zoals gebruikelijk gebreid.

naar boven

7) Waarom zijn de mouwen korter in de grotere maten?

De totale breedte van het kledingstuk (van pols tot pols) is groter in de grotere maten, ondanks dat de eigenlijke mouwen korter zijn. De grotere maten hebben langere mouwkoppen en bredere schouders, dus er is een goede pasvorm in alle maten.

naar boven

8) Wat is een herhaling?

Telpatronen worden vaak herhaald in de breedte op de naald en/of in de hoogte. 1 herhaling van het telpatroon is hoe het te zien is in het telpatroon. Als er staat dat u 5 herhalingen van A.1 op de naald moet breien, dan breit u het patroon in totaal 5 keer achter/na elkaar op de naald. Als er staat dat u 2 herhalingen van A.1 in de hoogte moet breien, dan breit u het hele telpatroon (dus alle naalden van het telpatroon) een keer en begint u opnieuw onderaan bij het begin en breit u het telpatroon nog een keer.

naar boven

9) Hoe brei ik volgens een telpatroon?

Het telpatroon laat alle naalden en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt gelezen van onder naar boven, van rechts naar links. 1 vierkant = 1 steek.

Als u heen en weer breit, wordt elke andere naald aan de goede kant gebreid en elke andere naald wordt aan de verkeerde kant gebreid. Als u aan de verkeerde kant breit, moet u het telpatroon omgekeerd breien, dus van links naar rechts. rechte steken worden dan averecht gebreid en averechte steken recht, etc.

Als u in de rondte breit wordt elke naald aan de goede kant gebreid en het telpatroon wordt dan van rechts naar links gebreid op alle naalden.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees ik de teltekening bij de patronen?

naar boven

10) Hoe haak ik volgens een telpatroon?

Het telpatroon laat alle toeren en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt van onder naar boven gehaakt en van rechts naar links.

Als u heen en weer haakt, wordt elke andere toer aan de goede kant gehaakt: van rechts naar links en elke andere toer wordt aan de verkeerde kant gehaakt: vank links naar rechts.

Als u in de rondte haakt, wordt elke toer in het telpatroon aan de goede kant gehaakt, van rechts naar links.

Als u een cirkelvormig telpatroon haakt, dan begint u in het midden en haakt u naar buiten toe, tegen de klok in, toer na toer.

Meestal beginnen de toeren met een opgegeven aantal lossen (overeenkomend met de hoogte van de volgende steek), deze zijn of in het telpatroon opgenomen, of uitgelegd in het patroon.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees je telpatronen voor haken

naar boven

11) Hoe brei/haak je verschillende telpatronen tegelijkertijd op dezelfde naald/toer

Instructies om verschillende telpatronen achter elkaar op dezelfde naald/toer te breien/haken, worden meestal als volgt beschreven: “brei/haak A.1, A.2, A.3 in totaal 0-0-2-3-4 keer". Dit betekent dat u A.1 een keer breit/haakt, daarna wordt A.2 een keer gebreid/gehaakt, en A.3 wordt het aantal aangegeven keren (in de breedte) in uw maat gebreid/gehaakt – in dit geval als volgt: S = 0 keer, M = 0 keer, L=2 keer, XL= 3 keer en XXL = 4 keer.

De telpatronen worden zoals gebruikelijk gebreid/gehaakt: begin met de eerste naald/toer in A.1, brei/haak dan de volgende naald/toer in A.2 etc.

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor breien leest

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor haken leest

naar boven

12) Waarom begint het werk met meer lossen dan waarmee gehaakt wordt?

Lossen zijn ietsje smaller dan andere steken en om te voorkomen dat de opzetrand te strak wordt, haken we eenvoudigweg meer lossen om mee te beginnen. Het aantal steken wordt in de volgende toer aangepast zodat het overeenkomt met het patroon en de afmetingen in de tekening.

naar boven

13) Waarom meerderen voor de boord als het werk van boven naar beneden gebreid wordt?

De rand in ribbelsteek is elastischer en zal ietwat samentrekken vergeleken met bijvoorbeeld tricotsteek. Door te meerderen voor de rand in ribbelsteek, voorkomt u een zichtbaar verschil in breedte tussen de rand in ribbelsteek en de rest van het lijf.

naar boven

14) Waarom meerderen in de afkantrand?

Het gebeurt vrij makkelijk dat u te strak afkant, en door omslagen te maken tijdens het afkanten (terwijl u deze tegelijkertijd afkant) voorkomt u dat de afkantrand te strak wordt.

Bekijk de DROPS video: Hoe kant u af met omslagen

naar boven

15) Hoe meerder/minder je afwisselend op elke 3e en 4e naald/toer?

Om gelijkmatig te meerderen (of te minderen) kunt u meerderen op, bijvoorbeeld: afwisselend elke 3e en 4e naald, als volgt: brei 2 naalden en meerder op de 3e naald, brei 3 naalden en meerder op de 4e naald. Herhaal dit tot het meerderen klaar is.

Bekijk de DROPS les: Meerder of minder 1 st afwisselend

naar boven

16) Waarom is het patroon een beetje anders dan wat ik op de foto zie?

Herhalingen van het patroon kunnen een beetje anders zijn in de verschillende maten, om de juiste verhoudingen te krijgen. Als u niet dezelfde maat maakt als het kledingstuk op de foto, wijkt uw werkstuk wellicht ietsje af. Dit is met zorg ontwikkeld en aangepaste zodat het totale beeld van het kledingstuk hetzelfde is in alle maten.

Zorg ervoor dat u de instructies en de telpatronen voor uw maat volgt!

naar boven

17) Hoe kan ik een vest in de rondte breien, in plaats van heen en weer?

Als u liever in de rondte breit dan heen en weer, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen. U moet dan steken midden voor toevoegen (meestal 5 steken) en de instructies volgen. Als u normaal het werk keert en aan de verkeerde kant breit, breit u nu over de extra steken en gaat u verder in de rondte. Aan het einde knipt u het werk open. Neem steken op voor de biezen en werk de afgeknipte randen af.

Bekijk de DROPS video: Hoe breit u knipbiezen en openknippen

naar boven

18) Kan ik een trui heen en weer breien in plaats van in de rondte?

Als u liever heen en weer breit dan in de rondt, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen zodat u de panden apart van elkaar breit en aan het eind aan elkaar naait. Deel de steken voor het lijf in tweeën en voeg 1 kantsteek toe aan elke kant (voor het in elkaar naaien) en brei het voor- en achterpand apart van elkaar.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een patroon aanpassen van rondbreinaalden naar rechte naalden?

naar boven

19) Waarom staan er garens in de patronen die niet meer leverbaar zijn?

Omdat de verschillende garens verschillende kwaliteiten en verschillend texturen hebben, hebben we ervoor gekozen om het originele garen in het patroon te laten staan. Maar u kunt vrij makkelijk andere opties vinden tussen de beschikbare garenkwaliteiten door onze garenvervanger te gebruiken, of door een garen uit dezelfde garengroep uit te kiezen.

Het is mogelijk dat sommige verkooppunten nog bollen op voorraad hebben van garens die niet meer leverbaar zijn, of dat iemand thuis nog een paar bollen heeft liggen en hier een patroon bij zoekt.

Degarenvervanger laat alternatieve garens zien en de hoeveelheid die u nodig heeft in de nieuwe kwaliteit.

naar boven

20) Hoe verander ik een kledingstuk voor dames in eentje voor heren?

Als u een patroon heeft gevonden doe alleen beschikbaar is in damesmaten, dan hoeft het niet heel moeilijk te zijn om deze aan te passen naar een herenmaat. Het grootste verschil is de lengte van de mouwen en het lijf. Begin met breien in de damesmaat die overeenkomt met de borstwijdte. De lengte die erbij komt wordt namelijk gebreid voordat u begint met afkanten voor de armsgaten. Als het patroon van boven naar beneden wordt gebreid, kunt u lengte toevoegen vlak na de armsgaten of voor de eerste mindering op de mouw.

Wat betreft de extra hoeveelheid garen wat u nodig heeft: dit hangt heel erg af van hoeveel lengte u toevoegt, maar het is vaak meter dat u een bol te veel hebt dan te weinig.

naar boven

21) Hoe voorkom ik dat een harig kledingstuk gaat pillen of pluizen?

Alle garens hebben vezels die uitsteken (door de productie) waardoor een kledingstuk gaat pluizen of pillen. Geborstelde garens (dus meer harige garens) hebben meer van deze losse, uitstekende vezels waardoor het eerder gaat pluizen of pillen.

Hoewel het niet mogelijk is om te garanderen dat geborsteld garen 100% pluisvrij is, is het wel mogelijk om dit drastisch af te laten nemen, door de volgende stappen te ondernemen:

1. Als het kledingstuk klaar is (voordat u het gaat wassen) schudt u het kledingstuk flink uit, zodat de losse haartjes eruit komen. LET OP: gebruik GEEN roller, borstel of andere methode, waardoor aan het kledingstuk getrokken wordt

2. Plaats het kledingstuk in een plastic zak en leg het in de vriezer - de temperatuur zorgt ervoor dat de vezels minder aan elkaar blijven zitten, en uitstekende vezels komen makkelijker los.

3. Laat een paar uur in de vriezer liggen, voordat u het eruit haalt en schudt het kledingstuk dan opnieuw uit.

4. Was het kledingstuk volgens de instructies op het garenlabel.

naar boven

22) Waar op het kledingstuk wordt de lengte gemeten??

De tekening/ het schema met de afmetingen geeft informatie over de volledige lengte van het kledingstuk. Als het een trui of een vest betreft, dan wordt deze vanaf het hoogste punt op de schouder gemeten (meestal het dichtst bij de halslijn), en recht naar beneden tot de onderkant van het kledingstuk. Het wordt NIET gemeten vanaf de punt van de schouder. Op gelijke wijze wordt ook de lengte van de pas gemeten, vanaf het hoogste punt op de schouder en naar beneden tot waar de pas gesplitst wordt voor het lijf en de mouwen.

Op een vest worden de afmetingen nooit over de biezen genomen, tenzij anders aangegeven. Meet altijd binnen de biessteken als u de lengte opmeet.

Bekijk de DROPS les: Maattekeningen lezen

naar boven

23) Hoe weet ik hoeveel bollen ik nodig heb?

De benodigde hoeveelheid garen wordt aangegeven in grammen, dus bijvoorbeeld: 450 g. Om uit te rekenen hoeveel bollen u nodig heeft, moet u eerst weten hoeveel gram er in 1 bol gaat (25 g, 50 g, of 100 g). Deze informatie vindt u door op de individuele garenkwaliteit te klikken op onze site. Deel de hoeveelheid benodigde garen door de hoeveelheid per bol. Bijvoorbeeld, als de bollen 50 gram wegen (de meest gebruikelijke hoeveelheid), ziet de berekening er als volgt uit: 450 / 50 = 9 bollen.

naar boven

Heeft u DROPS garen besteld om dit patroon te maken? Dan heeft u recht op hulp van de winkel waar u het garen gekocht heeft. Vind hier een lijst van DROPS winkels!
Kunt u het antwoord op uw vraag nog steeds niet vinden? Scroll dan naar beneden en laat een vraag achter zodat een van onze experts kan proberen u te helpen. Dit wordt normaal tussen 5 tot 10 werkdagen gedaan.. In de tussentijd kunt u de vragen en antwoorden lezen die anderen bij dit patroon achter hebben gelaten of doe mee met de DROPS Workshop op Facebook om hulp te krijgen van mede breisters en haaksters!

Opmerkingen / Vragen (9)

Manuela 02.12.2019 - 07:33:

Lavorare il 1° ferro come segue dal diritto del lavoro: 5 maglie per il bordo a maglia legaccio, lavorare A.2 fino a quando rimangono 6 maglie sul ferro (= (12) 12-14-15-16 (17) ripetizioni di 6 maglie) e finire con 1 maglia a maglia legaccio buongiorno vorrei capire .....finire con 1 maglia a maglia legaccio .....nei giri successivi come la devo lavorare ....va calcolata come una maglia in più.....grazie

DROPS Design 02.12.2019 kl. 10:57:

Buongiorno Manuela. La maglia è già compresa nel numero di maglie indicato e viene lavorata a legaccio su tutti i ferri. Buon lavoro!

Doreen Husen 20.10.2019 - 01:14:

Liebes Drops Team, Bei mir klappt die untere Kante also die 4 Reihen kraus rechts mit der Picotkante um. Wie kann ich das verhindern? Liebe Grüße

DROPS Design 21.10.2019 kl. 10:19:

Liebe Frau Husen, Sie können die Jacke mit Stecknadeln auf einer geeigneten Unterlage spannen, anfeuchten (z.B. mit einer Sprühflasche für Blumen) und trocknen lassen, danach entfernen Sie die Stecknadeln, dann sollte sich der Rand nicht mehr rollen. Viel Spaß beim stricken!

Ana Cecilia Ramirez 18.10.2019 - 10:44:

Ved avslutting av foten, står at det blir 2 cm for felling. Men man skal felle av annen hver pinne 5 ganger det vil gi 10 pinner. Med strikke fastheten blir det mer en 3 cm.

DROPS Design 21.10.2019 kl. 10:06:

Hei Ana. Det stemmer, takk for du gjorde oss oppmerksom på dette. Vi vil komme med en rettelse. mvh DROPS design

Ana Cecilia Ramirez 13.10.2019 - 22:43:

Når det gjelder strømpebukse? Skal man strikke A-4 i de nylig økte maskene?

DROPS Design 14.10.2019 kl. 09:23:

Hej Ana, ja du strikker også mønster i de nye masker, men hvis der ikke er nok masker til en hel rapport, så strikkes de i glatstrik. God fornøjelse!

Sur_ma 07.10.2019 - 12:07:

Hello again! I choose the measurements for 1-3 month, so I have a question. You write: On row marked with arrow in A.2 adjust number of stitches to (150) 174-182-194-202 (214). But I have 179: 5 for bands *2 + 1 stitch + 12 stitches * 14 repeats = 179 Don't you have a mistake? It can't be 182 stitches. Thank you!

DROPS Design 07.10.2019 kl. 13:16:

Dear Sur_ma, before working the row with an arrow in A.2 you should have 179 sts, but then on the row with an arrow increase 3 sts evenly so that there are 182 sts on this row. Work next row (last in A.2) and continue working as explained over the 182 sts. Hapy knitting!

Ria Edam-Dekker 02.10.2019 - 18:39:

Over patroon A1: is de eerste rij de opzetrand? Anders kom ik niet uit, de 1e pen (op de achterkant) moet dan averechts gebreid worden om aan de goede kant de rechte steek te krijgen. Of zie ik dat verkeerd?

DROPS Design 03.10.2019 kl. 12:59:

Dag Ria,

Nee de eerste rij is niet de opzetrand. Je zet eerst steken op en dan begin je gelijk met A.1, waarbij de eerste naald aan de goede kant is.

Sur_ma 02.10.2019 - 11:35:

Hello! I really love this jacket and want to knit it. But I need the measurements for 3-6 month. Can you advise me how can I do it? Thank you

DROPS Design 02.10.2019 kl. 13:33:

Dear Sur_ma, we are unfortunately not able to adjust every pattern to every single request, this pattern is available either in size 1/3 months or in size 6/9 months - you can choose the best matching size checking the measurement chart - read more about sizing here. Happy knitting!

Ana Cecilia Ramirez 24.09.2019 - 08:42:

Når man strikker bolen skal man øke i to sider hver 3.5 cm. Hvordan kan lengden stemmer når det er 5 ganger som vil gi 3.5 x 4 er 14 + 2 da er det 16 cm. Og det er til 15 cm. Takk for svaret.

DROPS Design 25.09.2019 kl. 07:25:

Hei Ana, Du har økt den første gangen når bolen måler 2 cm fra delingen. Deretter har du 4 økninger til x 3 cm som blir 12 cm. Så bolen måler 14 cm fra delingen etter du er ferdig med økningene. God fornøyelse!

Maria Kassalia 14.09.2019 - 06:28:

Hallo liebes tiem ich möchte die jacke gerne als kleid sticken was muß ich beachten!!!!

DROPS Design 16.09.2019 kl. 08:52:

Liebe Frau Kassalia, leider können wir nicht jeder Anleitung nach jeder Anfrage anpassen, aber gerne wird Ihnen Ihr DROPS Laden damit weiterhelfen - auch telefonisch oder per E-Mail. Viel Spaß beim stricken!

Laat een opmerking achter voor DROPS Baby 33-13

Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!

Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.