DROPS / 203 / 14

Lacey Laurels by DROPS Design

Gebreide muts en omslagdoek in DROPS Alpaca. Het werk wordt gebreid met boordsteek en bladpatroon in Patentsteek.

DROPS Design: Patroon nr. z-874
Garengroep A
-------------------------------------------------------

HELE SET:

MATEN:
OMSLAGDOEK: Eén maat
Hoogte: Gemeten in het midden = ongeveer 65 cm.
Breedte: Gemeten over de bovenkant = ongeveer 195 cm.
MUTS: S/M – L/XL
Voor hoofdmaat: Ongeveer 54/56 – 58/60 cm.

MATERIAAL:
DROPS ALPACA van garnstudio (behoort tot garengroep A)
450-450 g kleur 9025, hazelnoot

MUTS:

MATEN:
S/M – L/XL
Voor hoofdmaat: Ongeveer 54/56 – 58/60 cm

MATERIAAL:
DROPS ALPACA van garnstudio (behoort tot garengroep A)
50-100 g kleur 9025, hazelnoot

STEKENVERHOUDING:
24 steken in de breedte en 32 naalden in de hoogte met tricotsteek = 10 x 10 cm.

NAALDEN:
DROPS NAALDEN ZONDER KNOP MAAT 3 MM.
DROPS RONDBREINAALD 3 MM: Lengte 40 cm.
DROPS RONDBREINAALD 2.5 MM: Lengte 40 cm voor de boordsteek.
De naalddikte is slechts een richtlijn. Als u te veel steken heeft op 10 cm, ga dan verder met een grotere naald. Als u te weinig steken heeft op 10 cm, ga dan verder met een kleinere naald.

OMSLAGDOEK:
MAAT:
Hoogte: Gemeten in midden = ongeveer 65 cm.
Breedte: Gemeten over bovenkant = ongeveer 195 cm.

MATERIAAL:
DROPS ALPACA van garnstudio (behoort tot garengroep A)
400 g kleur 9025, hazelnoot

STEKENVERHOUDING:
24 steken in de breedte en 32 naalden in de hoogte met tricotsteek = 10 x 10 cm.

NAALDEN:
DROPS RONDBREINAALD 3 MM: Lengte 80 cm.
LET OP: Vanwege het aantal steken is het wellicht een goed idee om het werk op te delen en op verschillende naalden van dezelfde maat te zetten.
De naalddikte is slechts een richtlijn. Als u te veel steken heeft op 10 cm, ga dan verder met een grotere naald. Als u te weinig steken heeft op 10 cm, ga dan verder met een kleinere naald.

Heeft u deze of een van onze andere ontwerpen gemaakt? Tag uw afbeeldingen in social media met #dropsdesign, zodat we ze kunnen zien!

Wilt u een ander garen gebruiken? Probeer de garenvervanger!
Weet u niet zeker welke maat u moet kiezen? Dan is het misschien zinvol om te weten dat het model in de afbeelding ongeveer 170 cm is en maat S of M heeft. Wanneer u een trui, vest, jurk of vergelijkbaar kledingstuk maakt, dan kunt u onderaan het patroon een schema vinden met de afmetingen van het uiteindelijke kledingstuk (in cm).

100% alpaca
vanaf 3.90 € /50g
DROPS Alpaca uni colour DROPS Alpaca uni colour 3.90 € /50g
Wolplein.nl
Bestel
DROPS Alpaca mix DROPS Alpaca mix 4.10 € /50g
Wolplein.nl
Bestel
Naalden & Haaknaalden
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 35.10€ krijgen. Lees meer.

Instructies voor het patroon

UITLEG VOOR HET PATROON:

-------------------------------------------------------

RIBBEL/RIBBELSTEEK (heen en weer gebreid):
Brei alle naalden recht.
1 ribbel in de hoogte = Brei 2 naalden recht.

PATROON:
Muts: Zie telpatronen A.1B en A.3B.
Omslagdoek: Zie telpatronen A.1 tot A.8.
De telpatronen laten alle naalden in het patroon aan de goede kant zien.

TELPATROON TIP:
Dit patroon bevat veel telpatronen; het is wellicht een goed idee om alle telpatronen uit te knippen en in de juiste volgorde neer te leggen (zie volgorde die in de tekst wordt opgegeven).

TIP VOOR HET MEERDEREN/MINDEREN (verdeeld op de muts):
Om uit te rekenen hoe u verdeeld meerdert/mindert, tel het totaal aantal steken op de naald (dus 122 steken) en deel deze door het aantal te maken meerderingen/minderingen (dus 10) = 12.2. In dit voorbeeld, meerdert u door 1 omslag te maken na ongeveer elke 12e steek. Brei op de volgende naald de omslagen gedraaid om gaatjes te voorkomen. Bij het minderen, breit u ongeveer elke 11e en 12e steek samen.

TIP VOOR HET MEERDEREN/MINDEREN (verdeeld op de omslagdoek):
Om uit te rekenen hoe u verdeeld meerdert/mindert aan elke kant van de middelste steek, tel het totaal aantal steken op de naald (dus 81 steken) minus de kantsteken en de middelste steek (5 steken) en deel de overgebleven steken door 2 (om het aantal steken aan elke kant van de middelste steek te berekenen). Dan deelt u deze steken door het aantal te maken meerderingen/minderingen aan elke kant (dus 18) = 2.1. In dit voorbeeld, meerdert u door 1 omslag te maken na ongeveer elke 2e steek. Meerder niet over de kantsteken of de middelste steek.
Bij het minderen, breit u ongeveer alle steken 2 aan 2 samen.

-------------------------------------------------------

BEGIN HET WERK HIER:

-------------------------------------------------------


MUTS – KORTE SAMENVATTING VAN HET WERK:
Het werk wordt in de rondte gebreid met korte rondbreinaald, van onder naar boven. Ga verder met breinaalden zonder knop indien nodig.

MUTS:
Zet 120-126 steken op met korte rondbreinaald 2.5 mm en Alpaca. Brei 1 naald recht. Brei dan 5-6 cm boordsteek in de rondte (= 1 recht / 1 averecht).
Brei 1 naald recht terwijl u 12-28 steken verdeeld meerdert – lees TIP VOOR HET MEERDEREN/MINDEREN = 132-154 steken.
Ga verder met rondbreinaald 3 mm en brei A.3B in de rondte (= 6-7 herhalingen van 22 steken). DENK OM DE STEKENVERHOUDING!
Als A.3B klaar is meet het werk ongeveer 16-17 cm vanaf de opzetrand.
Brei 1 naald recht terwijl u 12-14 steken verdeeld meerdert = 144-168 steken.
Brei A.1B. Minder TEGELIJKERTIJD op de laatste naald in A.1B 16-24 steken verdeeld = 128-144 steken. Brei A.1B nog een keer in de hoogte. Brei TEGELIJKERTIJD op de laatste naald in A.1B alle steken 2 aan 2 recht samen = 64-72 steken.
Brei dan tricotsteek. Brei TEGELIJKERTIJD, op iedere 2e naald, alle steken 2 aan 2 recht samen tot er 8 steken over zijn. Knip de draad af, haal het door de overgebleven steken, trek aan en hecht goed af. De muts meet ongeveer 26-27 cm van boven naar beneden.

-------------------------------------------------------

OMSLAGDOEK - KORTE SAMENVATTING VAN HET WERK:
Het werk wordt heen en weer gebreid met de rondbreinaald, van boven naar beneden. Vanwege het aantal steken is het wellicht een goed idee om het werk te verdelen over verschillende naalden van dezelfde maat.

OMSLAGDOEK:
Zet 7 steken op met rondbreinaald 3 mm en Alpaca. Brei 1 naald recht (= verkeerde kant).
Brei dan en meerder als volgt:
NAALD 1 (= goede kant): Brei 2 kantsteken in RIBBELSTEEK – lees beschrijving hierboven, 1 omslag, brei 1 steek in tricotsteek, 1 omslag, 1 steek in tricotsteek (= middelste steek), 1 omslag, 1 steek in tricotsteek, 1 omslag en eindig met 2 kantsteken in ribbelsteek (= 4 steken gemeerderd).
NAALD 2 (= verkeerde kant): Brei 2 kantsteken in ribbelsteek, 1 omslag, brei tricotsteek tot er 2 steken over zijn op de naald (de omslagen worden averecht gebreid zodat er gaatjes ontstaan), 1 omslag en eindig met 2 kantsteken in ribbelsteek (= 2 steken gemeerderd).
NAALD 3 (= goede kant): 2 kantsteken in ribbelsteek, 1 omslag, brei tricotsteek tot de middelste steek, 1 omslag, 1 steek in tricotsteek (= middelste steek), 1 omslag, brei tricotsteek tot er 2 steken over zijn op de naald, 1 omslag en eindig met 2 kantsteken in ribbelsteek (= 4 steken gemeerderd).
NAALD 4 (= verkeerde kant): 2 kantsteken in ribbelsteek, 1 omslag, brei tricotsteek tot er 2 steken over zijn op de naald (de omslagen worden averecht gebreid, zodat er gaatjes ontstaan), 1 omslag en eindig met 2 kantsteken in ribbelsteek (= 2 steken gemeerderd).
Herhaal naalden 3 en 4 tot er 83 steken op de naald zijn en de laatste naald aan de goede kant gebreid is. DENK OM DE STEKENVERHOUDING!
Brei de volgende naald op dezelfde manier als naald 4 (= verkeerde kant) en meerder tegelijkertijd 17 steken verdeeld aan elke kant van de middelste steek (34 steken gemeerderd op de naald) – lees TIP VOOR HET MEERDEREN/MINDEREN = 119 steken op de naald.

Brei telpatronen A.1 en A.2 als volgt aan de goede kant:
Brei 2 kantsteken in ribbelsteek, A.1A over 2 steken (1 keer in de breedte), A.1B over 52 steken (26 keer in de breedte), A.1C over 3 steken (1 keer in de breedte), 1 steek in tricotsteek (= middelste steek), brei A.2A over 3 steken, A.2B over 52 steken (26 keer in de breedte), A.2C over 2 steken en eindig met 2 kantsteken in ribbelsteek. Ga verder met dit patroon.
Als de laatste naald in A.1 en A.2 over is, zijn er 159 steken op de naald. Brei de laatste naald en minder tegelijkertijd 5 steken verdeeld aan elke kant van de middelste steek (10 steken verdeeld geminderd + 2 steken gemeerderd in de telpatronen) – lees TIP VOOR HET MEERDEREN/MINDEREN = 151 steken.

Brei telpatronen A.3 en A.4 als volgt aan de goede kant:
Brei 2 kantsteken in ribbelsteek, A.3A over 14 steken (1 keer in de breedte), A.3B over 44 steken (2 keer in de breedte), brei A.3C over 15 steken (1 keer in de breedte), 1 steek in tricotsteek (= middelste steek), brei A.4A over 15 steken, A.3B over 44 steken (2 keer in de breedte), A.4C over 14 steken en eindig met 2 kantsteken in ribbelsteek. Ga verder met dit patroon.
Als de laatste naald in A.3 en A.4 over is, zijn er 263 steken op de naald. Brei de laatste naald en meerder tegelijkertijd 43 steken verdeeld aan elke kant van de middelste steek (86 steken verdeeld gemeerderd + 2 steken gemeerderd in de telpatronen) = 351 steken.

Brei telpatronen A.1 en A.2 als volgt aan de goede kant:
Brei 2 kantsteken in ribbelsteek, A.1A over 2 steken (1 keer in de breedte), A.1B over 168 steken (84 keer in de breedte), brei A.1C over 3 steken (1 keer in de breedte), 1 steek in tricotsteek (= middelste steek), A.2A over 3 steken, A.2B over 168 steken (84 keer in de breedte), brei A.2C over 2 steken en eindig met 2 kantsteken in ribbelsteek. Ga verder met dit patroon.
Als de laatste naald in A.1 en A.2 over is, zijn er 391 steken op de naald. Brei de laatste naald en meerder tegelijkertijd 1 steek aan elke kant van de middelste steek (2 steken verdeeld gemeerderd + 2 steken gemeerderd in de telpatronen) = 395 steken.
Brei nu A.1 en A.2 een keer in de hoogte; dus brei de volgende naald aan de goede kant als volgt:
2 kantsteken in ribbelsteek, A.1A over 2 steken (1 keer in de breedte), A.1B over 190 steken (95 keer in de breedte), brei A.1C over 3 steken (1 keer in de breedte), 1 steek in tricotsteek (= middelste steek), A.2A over 3 steken, A.2B over 190 steken (95 keer in de breedte), A.2C over 2 steken en eindig met 2 kantsteken in ribbelsteek. Ga verder met dit patroon.
Als de laatste naald in A.1 en A.2 over is, zijn er 435 steken op de naald. Brei de laatste naald en minder tegelijkertijd 11 steken verdeeld aan elke kant van de middelste steek (22 steken verdeeld geminderd + 2 steken gemeerderd in de telpatronen) = 415 steken.

Brei telpatronen A.5 en A.6 als volgt aan de goede kant:
2 kantsteken in ribbelsteek, A.5A over 14 steken (1 keer in de breedte), brei A.5B over 176 steken (8 keer in de breedte), A.5C over 15 steken (1 keer in de breedte), 1 steek in tricotsteek (= middelste steek), A.6A over 14 steken, A.5B over 176 steken (8 keer in de breedte), A.6C over 15 steken en eindig met 2 kantsteken in ribbelsteek. Ga verder met dit patroon.
Als de laatste naald in A.5 en A.6 is klaar zijn, zijn er 523 steken op de naald.

Brei telpatronen A.7 en A.8 als volgt aan de goede kant:
2 kantsteken in ribbelsteek, A.7A over 18 steken (1 keer in de breedte), A.7B over 32 steken (1 keer in de breedte), A.7C over 176 steken (8 keer in de breedte), brei A.7D over 33 steken (1 keer in de breedte), 1 steek in tricotsteek (= middelste steek), A.8A over 32 steken, A.7C over 176 steken (8 keer in de breedte), A.8C over 33 steken, A.8D over 18 steken en eindig met 2 kantsteken in ribbelsteek. Ga verder met dit patroon.
Als de laatste naald in A.7 en A.8 over zijn, zijn er 593 steken op de naald. Brei de laatste naald en meerder tegelijkertijd 72 steken verdeeld aan elke kant van de middelste steek (144 steken verdeeld gemeerderd + 2 steken gemeerderd in de telpatronen) = 739 steken.

Brei telpatronen A.1 en A.2 als volgt aan de goede kant:
2 kantsteken in ribbelsteek, A.1A over 2 steken (1 keer in de breedte), A.1B over 362 steken (181 keer in de breedte), A.1C over 3 steken (1 keer in de breedte), 1 steek in tricotsteek (= middelste steek), A.2A over 3 steken, brei A.2B over 362 steken (181 keer in de breedte), A.2C over 2 steken en eindig met 2 kantsteken in ribbelsteek. Ga verder met dit patroon.
Als de laatste naald in A.1 en A.2 over is, zijn er 779 steken op de naald. Brei de laatste naald en meerder tegelijkertijd 1 steek aan elke kant van de middelste steek (2 steken verdeeld gemeerderd + 2 steken gemeerderd in de telpatronen) = 783 steken.
Brei nu A.1 en A.2 een keer in de hoogte; dus brei als volgt aan de goede kant:
2 kantsteken in ribbelsteek, A.1A over 2 steken (1 keer in de breedte), A.1B over 384 steken (192 keer in de breedte), A.1C over 3 steken (1 keer in de breedte), 1 steek in tricotsteek (= middelste steek), A.2A over 3 steken, brei A.2B over 384 steken (192 keer in de breedte), A.2C over 2 steken en eindig met 2 kantsteken in ribbelsteek. Ga verder met dit patroon.
Als de laatste naald in A.1 en A.2 klaar is, zijn er 825 steken op de naald.
Het werk meet ongeveer 65 cm gemeten over de middelste steek. Kant af zoals beschreven hieronder.

ELASTISCHE AFKANTRAND:
Om te voorkomen dat de afkantrand te strak wordt, kant u af met recht aan de goede kant als volgt: 2 recht, * voeg de linker naald in de 2 steken op de rechter naald, van links naar rechts en brei ze recht samen, 1 recht *, brei van *-* tot er 1 steek over is op de naald. Knip de draad af en haal het door de laatste steek. Hecht de draden af.

TIP VOOR HET OP VORM BRENGEN:
Bevochtig het werk een beetje en breng op de juiste afmetingen.

Dit patroon is gecorrigeerd. .

Gewijzigd online: 19.09.2019
Nieuwe telpatronen: A.5A, A.5B, A.5C, A.6A and A.6C (naald 27, 31 en 35).

Telpatroon

= averecht aan de goede kant, recht aan de verkeerde kant
= recht aan de goede kant, averecht aan de verkeerde kant
= 1 recht in de steek onder de volgende steek
= 2 averecht gedraaid samen
= 2 averecht samen
= meerder 1 steek door 1 omslag te maken; brei op de volgende naald de omslag recht of averecht zoals te zien is in het telpatroon (zodat er een gaatje ontstaat)
= meerder 1 steek door 1 omslag te maken; brei op de volgende naald de omslag gedraaid recht of averecht zoals te zien is in het telpatroon (om een gaatje te voorkomen)
= minder 2 steken naar links als volgt: Haal 1 steek recht af, brei de volgende 2 steken recht samen en haal de afgehaalde steek over de samengebreide steken (= 2 steken geminderd)
= minder 2 steken naar rechts als volgt: Brei 3 steken recht samen (= 2 steken geminderd)
= minder 4 steken als volgt: Haal 3 steken samen recht af, brei de volgende 2 steken recht samen en haal de 3 afgehaalde steken over de samengebreide steken (= 4 steken geminderd)










Heeft u hulp nodig voor dit patroon?

Bedankt dat u een patroon van DROPS Design kiest. We zijn er trots op dat we patronen aanbieden die correct en makkelijk te volgen zijn. Alle patronen zijn uit het Noors vertaald en u kunt altijd het origineel patroon controleren (DROPS 203-14) voor de afmetingen en de berekiningen.

Heeft u moeite met het volgen van het patroon? Hieronder vindt u een lijst met bronnen die u kunnen helpen om uw project vlot af te maken - of om eenvoudig iets nieuws te leren.

We hebben tevens een stap-voor-stap uitleg voor verschillende technieken, welke u hier kunt vinden.

1) Waarom is de stekenverhouding zo belangrijk?

De stekenverhouding bepaalt de uiteindelijke afmetingen van uw werkstuk en wordt normaliter aangegeven in 10 x 10 cm. Het wordt als volgt aangegeven: het aantal steken in de breedte x het aantal naalden in de hoogte - dus: 19 steken x 26 naalden = 10 x 10 cm.

De stekenverhouding is heel erg individueel; sommige mensen breien/haken heel losjes, terwijl anderen vrij strak werken. De stekenverhouding past u aan met de naalddikte, wat de reden is waarom we slechts een suggestie voor de naalddikte geven! U moet deze aanpassen (naar boven of beneden) om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding overeenkomt met de stekenverhouding die aangegeven staat in het patroon. Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan zal het garenverbruik anders zijn, en zal uw werkstuk andere afmetingen krijgen dan het patroon aangeeft.

De stekenverhouding geeft tevens aan welk garen als vervanging kan dienen. U kunt verschillende garens met elkaar vervangen, zolang de stekenverhouding maar hetzelfde is.

Bekijk de DROPS les: Hoe u de stekenverhouding opmeet

Bekijk de DROPS video: Hoe u een proeflapje maakt

naar boven

2) Wat zijn de garengroepen?

Al onze garens zijn ondergebracht in garengroepen (van A tot F) volgens dikte en stekenverhouding – groep A bevat de dunste garens en groep F de dikste. Dit maakt het makkelijker voor u om alternatieve garens te vinden voor onze patronen, indien u graag ander garen wilt gebruiken. Alle garens binnen dezelfde groep hebben ongeveer eenzelfde stekenverhouding en kunnen elkaar vervangen. Het is wel zo dat verschillende garenkwaliteiten verschillende structuren en eigenschappen hebben, wat het uiteindelijke werkstuk een unieke 'look en feel' geeft.

Klik hier voor een overzicht van de garens in elke garengroep

naar boven

3) Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

Bij het kiezen van een ander garen is het belangrijk dat de stekenverhouding hetzelfde blijft. De afmetingen van het uiteindelijke werk zijn dan hetzelfde als aangegeven in de tekening bij het patroon. Het is makkelijker om dezelfde stekenverhouding te krijgen als u garen gebruikt uit dezelfde garengroep. Het is ook mogelijk om meerdere draden van een dunner garen te gebruiken om de stekenverhouding van een dikker garen te krijgen. Probeer onze garenvervanger. We raden u aan om altijd een proeflapje te maken.

LET OP: als u een ander garen neemt, kan het kledingstuk een andere 'look en feel' krijgen dan het kledingstuk op de foto, vanwege individuele eigenschappen en kwaliteiten van elk garen.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

naar boven

4) Hoe gebruik ik de garenvervanger?

Bovenaan al onze patronen vindt u een link naar onze garenvervanger, welke handig kan zijn als u een ander garen wilt gebruiken dan staat aangegeven in het patroon. Door het garen in te vullen dat u wilt vervangen, de hoeveelheid (in uw maat) en het aantal draden, stelt de vervanger geschikte alternatieven voor met dezelfde stekenverhouding. Daarnaast wordt aangegeven hoeveel u nodig heeft in de nieuwe kwaliteiten en of u met meerdere draden moet werken. De meeste bollen zijn 50 gram (sommige zijn 25 gram of 100 gram).

Als het patroon met meerdere kleuren wordt gebreid/gehaakt, moet elke kleur apart worden vervangen. Dit geldt ook als het patroon met verschillende draden van verschillende garens wordt gemaakt (bijvoorbeeld 1 draad Alpaca en 1 draad Kid-Silk) dan zult u voor elk individueel alternatieven moeten vinden.

Klik hier voor de garenvervanger

naar boven

5) Waarom krijg ik de verkeerde stekenverhouding met de aangegeven naalddikte?

De naalddikte die aangegeven is in het patroon geldt slechts als een richtlijn, het is van belang dat de stekenverhouding klopt. En omdat de stekenverhouding per persoon nogal verschillend is, zult u de naalddikte aan moeten passen om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding hetzelfde is als in het patroon – misschien is het nodig dat u 1 of zelfs 2 naalddiktes naar beneden of naar boven moet om de juiste stekenverhouding te krijgen. Daarom raden we ook aan om een proeflapje te maken.

Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan kunnen de afmetingen van het werkstuk afwijken van de afmetingen volgens de tekening.

Bekijk de DROPS les: Hoe meet u de stekenverhouding

Bekijk de DROPS video: Hoe maakt u een proeflapje voor de stekenverhouding

naar boven

6) Waarom wordt het patroon van boven naar beneden gereid?

Als u een kledingstuk van boven naar beneden breit, dan geeft dit meer flexibiliteit en mogelijkheden voor persoonlijke aanpassingen. Het is bijvoorbeeld makkelijker om het kledingstuk te passen terwijl u er mee bezig bent. U kunt ook makkelijker de lengte van de pas en de schouderkoppen aanpassen.

In de uitleg worden alle stappen zorgvuldig uitgelegd in de juiste volgorde. De telpatronen zijn aangepast aan de breirichting en worden zoals gebruikelijk gebreid.

naar boven

7) Waarom zijn de mouwen korter in de grotere maten?

De totale breedte van het kledingstuk (van pols tot pols) is groter in de grotere maten, ondanks dat de eigenlijke mouwen korter zijn. De grotere maten hebben langere mouwkoppen en bredere schouders, dus er is een goede pasvorm in alle maten.

naar boven

8) Wat is een herhaling?

Telpatronen worden vaak herhaald in de breedte op de naald en/of in de hoogte. 1 herhaling van het telpatroon is hoe het te zien is in het telpatroon. Als er staat dat u 5 herhalingen van A.1 op de naald moet breien, dan breit u het patroon in totaal 5 keer achter/na elkaar op de naald. Als er staat dat u 2 herhalingen van A.1 in de hoogte moet breien, dan breit u het hele telpatroon (dus alle naalden van het telpatroon) een keer en begint u opnieuw onderaan bij het begin en breit u het telpatroon nog een keer.

naar boven

9) Hoe brei ik volgens een telpatroon?

Het telpatroon laat alle naalden en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt gelezen van onder naar boven, van rechts naar links. 1 vierkant = 1 steek.

Als u heen en weer breit, wordt elke andere naald aan de goede kant gebreid en elke andere naald wordt aan de verkeerde kant gebreid. Als u aan de verkeerde kant breit, moet u het telpatroon omgekeerd breien, dus van links naar rechts. rechte steken worden dan averecht gebreid en averechte steken recht, etc.

Als u in de rondte breit wordt elke naald aan de goede kant gebreid en het telpatroon wordt dan van rechts naar links gebreid op alle naalden.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees ik de teltekening bij de patronen?

naar boven

10) Hoe haak ik volgens een telpatroon?

Het telpatroon laat alle toeren en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt van onder naar boven gehaakt en van rechts naar links.

Als u heen en weer haakt, wordt elke andere toer aan de goede kant gehaakt: van rechts naar links en elke andere toer wordt aan de verkeerde kant gehaakt: vank links naar rechts.

Als u in de rondte haakt, wordt elke toer in het telpatroon aan de goede kant gehaakt, van rechts naar links.

Als u een cirkelvormig telpatroon haakt, dan begint u in het midden en haakt u naar buiten toe, tegen de klok in, toer na toer.

Meestal beginnen de toeren met een opgegeven aantal lossen (overeenkomend met de hoogte van de volgende steek), deze zijn of in het telpatroon opgenomen, of uitgelegd in het patroon.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees je telpatronen voor haken

naar boven

11) Hoe brei/haak je verschillende telpatronen tegelijkertijd op dezelfde naald/toer

Instructies om verschillende telpatronen achter elkaar op dezelfde naald/toer te breien/haken, worden meestal als volgt beschreven: “brei/haak A.1, A.2, A.3 in totaal 0-0-2-3-4 keer". Dit betekent dat u A.1 een keer breit/haakt, daarna wordt A.2 een keer gebreid/gehaakt, en A.3 wordt het aantal aangegeven keren (in de breedte) in uw maat gebreid/gehaakt – in dit geval als volgt: S = 0 keer, M = 0 keer, L=2 keer, XL= 3 keer en XXL = 4 keer.

De telpatronen worden zoals gebruikelijk gebreid/gehaakt: begin met de eerste naald/toer in A.1, brei/haak dan de volgende naald/toer in A.2 etc.

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor breien leest

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor haken leest

naar boven

12) Waarom begint het werk met meer lossen dan waarmee gehaakt wordt?

Lossen zijn ietsje smaller dan andere steken en om te voorkomen dat de opzetrand te strak wordt, haken we eenvoudigweg meer lossen om mee te beginnen. Het aantal steken wordt in de volgende toer aangepast zodat het overeenkomt met het patroon en de afmetingen in de tekening.

naar boven

13) Waarom meerderen voor de boord als het werk van boven naar beneden gebreid wordt?

De rand in ribbelsteek is elastischer en zal ietwat samentrekken vergeleken met bijvoorbeeld tricotsteek. Door te meerderen voor de rand in ribbelsteek, voorkomt u een zichtbaar verschil in breedte tussen de rand in ribbelsteek en de rest van het lijf.

naar boven

14) Waarom meerderen in de afkantrand?

Het gebeurt vrij makkelijk dat u te strak afkant, en door omslagen te maken tijdens het afkanten (terwijl u deze tegelijkertijd afkant) voorkomt u dat de afkantrand te strak wordt.

Bekijk de DROPS video: Hoe kant u af met omslagen

naar boven

15) Hoe meerder/minder je afwisselend op elke 3e en 4e naald/toer?

Om gelijkmatig te meerderen (of te minderen) kunt u meerderen op, bijvoorbeeld: afwisselend elke 3e en 4e naald, als volgt: brei 2 naalden en meerder op de 3e naald, brei 3 naalden en meerder op de 4e naald. Herhaal dit tot het meerderen klaar is.

Bekijk de DROPS les: Meerder of minder 1 st afwisselend

naar boven

16) Waarom is het patroon een beetje anders dan wat ik op de foto zie?

Herhalingen van het patroon kunnen een beetje anders zijn in de verschillende maten, om de juiste verhoudingen te krijgen. Als u niet dezelfde maat maakt als het kledingstuk op de foto, wijkt uw werkstuk wellicht ietsje af. Dit is met zorg ontwikkeld en aangepaste zodat het totale beeld van het kledingstuk hetzelfde is in alle maten.

Zorg ervoor dat u de instructies en de telpatronen voor uw maat volgt!

naar boven

17) Hoe kan ik een vest in de rondte breien, in plaats van heen en weer?

Als u liever in de rondte breit dan heen en weer, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen. U moet dan steken midden voor toevoegen (meestal 5 steken) en de instructies volgen. Als u normaal het werk keert en aan de verkeerde kant breit, breit u nu over de extra steken en gaat u verder in de rondte. Aan het einde knipt u het werk open. Neem steken op voor de biezen en werk de afgeknipte randen af.

Bekijk de DROPS video: Hoe breit u knipbiezen en openknippen

naar boven

18) Kan ik een trui heen en weer breien in plaats van in de rondte?

Als u liever heen en weer breit dan in de rondt, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen zodat u de panden apart van elkaar breit en aan het eind aan elkaar naait. Deel de steken voor het lijf in tweeën en voeg 1 kantsteek toe aan elke kant (voor het in elkaar naaien) en brei het voor- en achterpand apart van elkaar.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een patroon aanpassen van rondbreinaalden naar rechte naalden?

naar boven

19) Waarom staan er garens in de patronen die niet meer leverbaar zijn?

Omdat de verschillende garens verschillende kwaliteiten en verschillend texturen hebben, hebben we ervoor gekozen om het originele garen in het patroon te laten staan. Maar u kunt vrij makkelijk andere opties vinden tussen de beschikbare garenkwaliteiten door onze garenvervanger te gebruiken, of door een garen uit dezelfde garengroep uit te kiezen.

Het is mogelijk dat sommige verkooppunten nog bollen op voorraad hebben van garens die niet meer leverbaar zijn, of dat iemand thuis nog een paar bollen heeft liggen en hier een patroon bij zoekt.

Degarenvervanger laat alternatieve garens zien en de hoeveelheid die u nodig heeft in de nieuwe kwaliteit.

naar boven

20) Hoe verander ik een kledingstuk voor dames in eentje voor heren?

Als u een patroon heeft gevonden doe alleen beschikbaar is in damesmaten, dan hoeft het niet heel moeilijk te zijn om deze aan te passen naar een herenmaat. Het grootste verschil is de lengte van de mouwen en het lijf. Begin met breien in de damesmaat die overeenkomt met de borstwijdte. De lengte die erbij komt wordt namelijk gebreid voordat u begint met afkanten voor de armsgaten. Als het patroon van boven naar beneden wordt gebreid, kunt u lengte toevoegen vlak na de armsgaten of voor de eerste mindering op de mouw.

Wat betreft de extra hoeveelheid garen wat u nodig heeft: dit hangt heel erg af van hoeveel lengte u toevoegt, maar het is vaak meter dat u een bol te veel hebt dan te weinig.

naar boven

21) Hoe voorkom ik dat een harig kledingstuk gaat pillen of pluizen?

Alle garens hebben vezels die uitsteken (door de productie) waardoor een kledingstuk gaat pluizen of pillen. Geborstelde garens (dus meer harige garens) hebben meer van deze losse, uitstekende vezels waardoor het eerder gaat pluizen of pillen.

Hoewel het niet mogelijk is om te garanderen dat geborsteld garen 100% pluisvrij is, is het wel mogelijk om dit drastisch af te laten nemen, door de volgende stappen te ondernemen:

1. Als het kledingstuk klaar is (voordat u het gaat wassen) schudt u het kledingstuk flink uit, zodat de losse haartjes eruit komen. LET OP: gebruik GEEN roller, borstel of andere methode, waardoor aan het kledingstuk getrokken wordt

2. Plaats het kledingstuk in een plastic zak en leg het in de vriezer - de temperatuur zorgt ervoor dat de vezels minder aan elkaar blijven zitten, en uitstekende vezels komen makkelijker los.

3. Laat een paar uur in de vriezer liggen, voordat u het eruit haalt en schudt het kledingstuk dan opnieuw uit.

4. Was het kledingstuk volgens de instructies op het garenlabel.

naar boven

22) Waar op het kledingstuk wordt de lengte gemeten??

De tekening/ het schema met de afmetingen geeft informatie over de volledige lengte van het kledingstuk. Als het een trui of een vest betreft, dan wordt deze vanaf het hoogste punt op de schouder gemeten (meestal het dichtst bij de halslijn), en recht naar beneden tot de onderkant van het kledingstuk. Het wordt NIET gemeten vanaf de punt van de schouder. Op gelijke wijze wordt ook de lengte van de pas gemeten, vanaf het hoogste punt op de schouder en naar beneden tot waar de pas gesplitst wordt voor het lijf en de mouwen.

Op een vest worden de afmetingen nooit over de biezen genomen, tenzij anders aangegeven. Meet altijd binnen de biessteken als u de lengte opmeet.

Bekijk de DROPS les: Maattekeningen lezen

naar boven

23) Hoe weet ik hoeveel bollen ik nodig heb?

De benodigde hoeveelheid garen wordt aangegeven in grammen, dus bijvoorbeeld: 450 g. Om uit te rekenen hoeveel bollen u nodig heeft, moet u eerst weten hoeveel gram er in 1 bol gaat (25 g, 50 g, of 100 g). Deze informatie vindt u door op de individuele garenkwaliteit te klikken op onze site. Deel de hoeveelheid benodigde garen door de hoeveelheid per bol. Bijvoorbeeld, als de bollen 50 gram wegen (de meest gebruikelijke hoeveelheid), ziet de berekening er als volgt uit: 450 / 50 = 9 bollen.

naar boven

Heeft u DROPS garen besteld om dit patroon te maken? Dan heeft u recht op hulp van de winkel waar u het garen gekocht heeft. Vind hier een lijst van DROPS winkels!
Kunt u het antwoord op uw vraag nog steeds niet vinden? Scroll dan naar beneden en laat een vraag achter zodat een van onze experts kan proberen u te helpen. Dit wordt normaal tussen 5 tot 10 werkdagen gedaan.. In de tussentijd kunt u de vragen en antwoorden lezen die anderen bij dit patroon achter hebben gelaten of doe mee met de DROPS Workshop op Facebook om hulp te krijgen van mede breisters en haaksters!

Opmerkingen / Vragen (31)

Jacqueline 12.01.2020 - 21:51:

Bonjour, je pense qu’il y a un problème avec la grille A.4C dès le premier rang. En effet, lorsqu’on termine les 44 mailles de À.3B et que l’on suit avec la grille À.4C, il manque 1 maille (10 mailles du diagramme À.3B et 10 mailles du diagramme À.4C = 20 mailles) alors qu’il en faudrait 21 . Qu’en pensez-vous ? Bien à vous. Jacqueline

DROPS Design 13.01.2020 kl. 10:14:

Bonjour Jacqueline, je ne suis pas bien sûre de comprendre, avant de tricoter A.3/A.4 vous devez avoir 151 m et donc tricoter ainsi: 2 m end, A.3A (14 m), A.3B (44 m), A.3C (15 m), 1 m cenrale, A.4A (15 m), A.3B (44 m), A.4C (14 m), 2 m end = 2+14+44+15+1+15+44+14+2= 151 m. Donc, dès le 1er rang, on a le bon nombre de mailles. Bon tricot!

Stassinopoulos 26.12.2019 - 14:48:

Bonjour, j'ai un doute sur le début du châle. Il y a 2 mailles, au point mousse, et ensuite c'est du jersey endroit ? Merci.

DROPS Design 30.12.2019 kl. 14:51:

Bonjour Mme Stassinopoulos! Au debut de l'ouvrage, sur l'endroit vous avez 2 mailles de bordure au point mousse, les autres mailles sont en jersey endroit. Sur l'envers vous avez 2 mailles de bordure au point mousse, les autres mailles sont en jersey envers. Bon tricot!

Jacqueline 25.12.2019 - 14:07:

Bonjour, je pense qu’il y a un problème avec la grille A.4C dès le premier rang. En effet, lorsqu’on termine les 44 mailles de À.3B et que l’on suit avec la grille À.4C, il manque 1 maille (10 mailles du diagramme À.3B et 10 mailles du diagramme À.4C = 20 mailles) alors qu’il en faudrait 21 . Qu’en pensez-vous ? Bien à vous. Jacqueline

Dominique Stassinopoulos 05.12.2019 - 14:44:

Bonjour, je suis tres tentée par ce modele, quel niveau de comprence faut il pour le realiser ? Merci.

DROPS Design 05.12.2019 kl. 15:40:

Bonjour Mme Stassinopoulos, aucun niveau de difficulté n'est indiqué car il dépend de chacune. Lisez attentivement toutes les explications, vous trouverez des vidéos associées à ce modèle, et une FAQ (liste des questions fréquentes) en bas de page. Vous pouvez également poser votre question ici, pour toute assistance personnalisée, votre magasin saura vous aider, même par mail ou téléphone. Bon tricot!

Tanja 29.11.2019 - 21:23:

Wordt er bij de muts 2 keer A.1B in de hoogte gebreid?

DROPS Design 07.12.2019 kl. 11:21:

Dag Tanja,

Ja, je breit A.1b inderdaad 2 keer in de hoogte bij de muts, 1 keer waarbij je op de laatste naald steken verdeeld mindert en 1 keer waarbij je alle steken in de laatste naald 2 aan 2 recht samenbreit.

Tanja 17.11.2019 - 15:15:

Mij is de (bij de muts) de overgang tussen A.3 b en A.1b onduidelijk. Eerst moet je meerderen om daarna in de volgende naald te meerderen..? En hoe zit het met minderen als je bij het einde van A.1 b komt? Moet je 16-24 steken minderen of 2 aan 2?

DROPS Design 23.11.2019 kl. 15:47:

Dag Tanja,

Als je klaar bent met A.3b, dan brei je 1 naald recht en meerder je verdeeld over de toer 12-14 steken door omslagen te maken die je op de volgende naald gedraaid breit. Daarna brei je A.1b en pas in de laatste naald van A.1b minder je 16-24 steken verdeeld door steken samen te breien.

p.s: Bovenaan het patroon staan ook tips hoe je meerdert of mindert.

Chantal 11.11.2019 - 15:47:

Bonjour! Ma question sur les diagrammes était plutôt, quand je regarde le diagramme je lis de droite a gauche pour le rang endroit et de gauche à droite pour le rang envers , ou les rangs envers se tricote comme ils se présentes? Merci de votre aide 😀

DROPS Design 11.11.2019 kl. 16:22:

Bonjour Chantal, sur l'endroit vous lisez effectivement les diagrammes de droite à gauche, et sur l'envers, vous les lisez de gauche à droite. Voir aussi comment tricoter un diagramme. Bon tricot!

Chantal 08.11.2019 - 17:32:

Bonjour! Les diagrammes est-ce que droite c’est endroit et à gauche c’est envers? Merci de votre aide

DROPS Design 11.11.2019 kl. 09:45:

Bonjour Chantal, vous trouverez la légende des symboles juste entre le texte et les diagrammes. Par ex; 1 case noire = jersey endroit, 1 case avec un | est 1 m en jersey envers, et ainsi de suite. Bon tricot!

Caroline 06.11.2019 - 12:34:

Bonjour, j ai un décalage de 3 mailles de la maille centrale après le A3C, j ai tout recommencé et j ai de nouveau ce décalage de 3 mailles, si on suit le diagramme la maille centrale est 3 mailles trop tôt, pouvez vous m aider merci

DROPS Design 06.11.2019 kl. 13:43:

Bonjour Caroline, avez-vous bien 73 m entre les 2 m point mousse et la maille centrale? Si c'est bien le cas, alors vous pouvez tricoter A.3A = 14 m, 2 x A.3B = 44 m, A.3C = 15 m soit 14+44+15= 73 m. Bon tricot!

Caroline 06.11.2019 - 12:29:

Bonjour, j ai un décalage de 3 mailles de la maille centrale après le A3C, j ai recommencé tout depuis le début et de nouveau le décalage de 3 mailles pour la maille centrale, pouvez vous m éclairer merci

Laat een opmerking achter voor DROPS 203-14

Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!

Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.