DROPS / 143 / 1

Celtica by DROPS Design

Gebreid getailleerd DROPS vest met kabels en sjaalkraag van ”Lima”. Maat: S - XXXL.

Trefwoorden: getailleerd, kabel, sjaalkraag, vesten,

DROPS design: Model nr. li-016
Garengroep B
--------------------------------------------------------
Maat: S/M - L/XL - XXL/XXXL
Materiaal:
DROPS LIMA van Garnstudio
750-850-1000 gr. kleur nr. 5610, bruin

DROPS RONDBREINLD (80 cm) 4 mm - of de maat die u nodig hebt voor een stekenverhouding van 21 st x 28 nld in tricotst = 10 x 10 cm.
DROPS PARELMOER KNOPEN NR. 521: 6 stuks
--------------------------------------------------------

Heeft u deze of een van onze andere ontwerpen gemaakt? Tag uw afbeeldingen in social media met #dropsdesign, zodat we ze kunnen zien!

Wilt u een ander garen gebruiken? Probeer de garenvervanger!
Weet u niet zeker welke maat u moet kiezen? Dan is het misschien zinvol om te weten dat het model in de afbeelding ongeveer 170 cm is en maat S of M heeft. Wanneer u een trui, vest, jurk of vergelijkbaar kledingstuk maakt, dan kunt u onderaan het patroon een schema vinden met de afmetingen van het uiteindelijke kledingstuk (in cm).

65% wol, 35% alpaca
vanaf 1.85 € /50g
DROPS Lima uni colour DROPS Lima uni colour 1.85 € /50g
Wolplein.nl
Bestel
DROPS Lima mix DROPS Lima mix 1.95 € /50g
Wolplein.nl
Bestel
Naalden & Haaknaalden
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 31.45€ krijgen. Lees meer.

Instructies voor het patroon

RIBBELST (heen en weer gebreid op de nld):
brei alle nld recht. 1 ribbel = 2 nld r.

PATROON:
Zie telpatroon A.1, Het telpatroon geeft de goede kant van het werk weer. Zowel de heengaande als de teruggaande naalden zijn weergegeven. Eerste nld = goede kant.

KNOOPSGATEN:
Maak knoopsgaten op de rechter voorbies. 1 knoopsgat = brei de 3 e en 4e st vanaf middenvoor samen en maak 1 omsl. Maak knoopsgaten bij een hoogte van:
MAAT S/M: 7, 14, 21, 28, 35 en 42 cm.
MAAT L/XL: 8, 15, 22, 29, 36 en 43 cm.
MAAT XXL/XXXL: 9, 16, 23, 30, 37 en 44 cm.

TIP VOOR HET MEERDEREN (voor de kraag):
Meerder door 1 omsl te maken naast de buitenste st – brei de omsl in de volgende nld gedraaid recht, dus brei achter in de st in plaats van voor in de st om een gaatje te voorkomen.

TIP VOOR HET MINDEREN (voor de hals):
Minder voor de hals naast alle st in ribbelst (dus de voorbies en de gemeerderde st voor de kraag). Alle minderingen worden aan de goede kant gemaakt!
Minder als volgt NA de st in ribbelst: 1 st r afh, 1 st r, afgeh st overh.
Minder als volgt VOOR de st in ribbelst: 2 st r samen.
Brei op alle nld aan de verkeerde kant de st direct na/voor de st in ribbelst av als u mindert.
--------------------------------------------------------

LIJF:
Wordt heen en weer op de rondbreinld van middenvoor naar middenvoor.
Zet 254-309-360 st op (incl 6 voorbies st aan elke kant middenvoor) met rondbreinld 4 mm en Lima. Brei 5 nld recht (1e nld = verkeerde kant). Brei dan als volgt (gezien aan de goede kant): 6 voorbies st in RIBBELST – zie uitleg boven, [* 2 st av, 2 st r in elke van de volgende 2 st (= 4 st r), 2 st av *, herhaal van *-* nog 2 keer, 14-13-12 st av], herhaal van [-] nog 6-8-10 keer en dan van *-* nog 3 keer en brei tot slot 6 voorbies st in ribbelst = 302-369-432 st. Brei dan recht boven recht en averecht boven averecht en de voorbies st in ribbelst en ga verder in patroon als volgt (gezien aan de goede kant): 6 st in ribbelst, [telpatroon A.1 (= 24 st), 14-13-12 st av], herhaal van [-] nog 6-8-10 keer en eindig met A.1 en 6 st in ribbelst. Plaats een markeerder na 75-92-108 st vanaf elke kant middenvoor om de zijkanten aan te geven (= 152-185-216 st tussen de markeerders voor het achterpand). DENK OM DE STEKENVERHOUDING! Minder bij een hoogte van ongeveer 5-7-9 cm (pas zo aan dat de volgende nld aan de goede kant is) 1 st in elk av-deel door de eerste 2 st av samen te breien (dus minder 7-9-11 st op de nld). Herhaal dit minderen elke 6e nld nog 11-10-9 keer – LET OP: Minder afwisselend aan het einde en begin van elk av-deel. Maak TEGELIJKERTIJD bij een hoogte van 7-8-9 cm knoopsgaten - zie uitleg boven.

Als alle minderingen in de av-delen zijn gemaakt, zijn er 218-270-322 st over op de nld en zijn er nog 2 av st tussen elke herhaling van A.1 (het werk meet nu ongeveer 29 cm). Ga verder tot een totale hoogte van ongeveer 33-35-36 cm (pas zo aan dat de volgende nld aan de goede kant is) meerder nu 1 st in elk av-deel door 1 omsl te maken na de laatste av st in elk av-deel, brei de omsl in de volgende nld gedraaid recht, dus brei achter in de st in plaats van voor in de st om een gaatje te voorkomen. Herhaal dit meerderen elke 6e nld nog 3-2-2 keer – LET OP: meerder afwisselend voor en na alle av st door 1 omsl te maken. Na alle meerderen zijn er 6-5-5 av st in elk av-deel en staan 246-297-355 st in totaal op de nld.
LEES TOT HET LINKER VOORPAND VOOR U VERDER GAAT!

KRAAG:
Meerder bij een hoogte van 41-42-43 cm 1 st aan elke kant middenvoor voor de kraag - ZIE TIP VOOR HET MEERDEREN. Herhaal dit meerderen om de nld nog 11 keer en dan elke 4e nld nog 6 keer = 18 st gemeerderd voor de kraag en 24 st in ribbelst in totaal.
HALS:
Minder TEGELIJKERTIJD 2 cm nadat u bent begonnen met meerderen voor de kraag 1 st aan elke kant voor de hals - ZIE TIP VOOR HET MINDEREN. Herhaal dit minderen om de nld nog 5 keer en dan elke 4e nld 6 keer (dus de helft van A.1 aan elke kant is nu geminderd, ga verder met 2 st r in het midden van het telpatroon waar eerst een kabel over 4 st was).
ARMSGATEN:
Kant TEGELIJKERTIJD bij een hoogte van ongeveer 51-52-53 cm (pas zo aan dat de volgende nld aan de goede kant is) af voor de armsgaten als volgt:
Maat S/M en L/XL: kant 6 st af aan de zijkant (dus 3 st aan elke kant van de markeerders aan de zijkanten).
MAAT XXL/XXXL: Kant 7 st af aan de zijkant, dus de 5 av st waar de markeerder is en 1 st aan elke kant van deze av st. Brei ieder deel apart verder.

LINKER VOORPAND:
Kant af voor het armsgat aan het begin van elke nld vanaf de zijkant: 0-1-3 keer 3 st, 3-3-4 keer 2 st en 5-4-6 keer 1 st. Als alle afkanten voor de armsgaten, minderen voor de hals en meerderen voor de kraag gedaan is, zijn er 55-66-70 st over op de schouder. Er is nu ½ herhaling van A.1 richting de hals naast de kraag voor alle maten en er is ook ½ herhaling richting het armsgat in de kleinste maat. Ga verder in patroon als hiervoor met 1 kant st in ribbelst richting het armsgat. Minder bij een hoogte van ongeveer 70-73-76 cm - pas zo aan dat het na een hele of halve herhaling van A.1 in de hoogte is - 3 st gelijkmatig over de halve patroonherhalingen en 6 st gelijkmatig over de hele (dus minder 6-9-9 st in totaal) = 49-57-61 st.
Kant in de volgende nld aan de goede kant de eerste 25-33-37 st af voor de schouder, brei de laatste 24 st in ribbelst. Brei dan heen en weer in ribbelst over deze st voor de kraag als volgt: * 2 nld over alle st, 2 nld over alleen de buitenste 18 st (middenvoor) *, herhaal van *-* tot de kraag ongeveer 5½ cm meet op het kortste deel. Kant af.

RECHTER VOORPAND:
Brei als het linker voorpand maar in spiegelbeeld. Knip nadat de st voor de schouder afgekant zijn de draad af (aan de goede kant zodat evenveel nld worden gebreid voor beide voorpanddelen) en ga verder met de kraag, knip de draad af aan het einde van de nld. Ga verder over de kraag en begin aan de verkeerde kant.

ACHTERPAND:
= 114-139-167 st.
Ga verder en kant af voor de armsgaten aan het begin van elke nld aan elke kant als op het voorpand = 92-113-121 st. Ga verder in patroon met 1 kant st in ribbelst aan elke kant. Kant bij een hoogte van ongeveer 68-71-74 cm (pas zo aan dat laatste nld 1 van de nld gemarkeerd met 1 pijl in get telpatroon is) in de volgende nld (= goede kant) de middelste 24-23-23 st af voor de hals, brei de rest van de nld en brei daarna elke schouder apart verder in patroon.
LINKER SCHOUDER: Brei 1 nld aan de verkeerde kant, kant 2 st af aan het begin van de volgende nld (= langs de hals) = 32-43-47 st. Brei 1 nld aan de verkeerde kant. Minder in de volgende nld (= goede kant) 3 st gelijkmatig over de halve patroonherhalingen van A.1 en 6 st gelijkmatig over de hele patroonherhalingen van A.1 (dus minder 6-9-9 st in totaal) = 26-34-38 st. Kant af in de volgende nld (= verkeerde kant).
Er is 1 st meer op de schouders op het achterpand dan op het voorpand, dit is omdat de kraag naast 1 st (kant st) op het achterpand wordt genaaid.
RECHTER SCHOUDER:
Begin middenachter, dus aan de verkeerde kant, kant 2 st af aan het begin van de nld (= 32-43-47 st over op de schouder). Brei 1 nld aan de goede kant en 1 nld aan de verkeerde kant. Minder in de volgende nld (= goede kant) 3 st gelijkmatig over de halve patroonherhalingen van A.1 en 6 st gelijkmatig over de hele patroonherhalingen van A.1 (dus minder 6-9-9 st in totaal) = 26-34-38 st. Kant af in de volgende nld (= verkeerde kant).

MOUW:
Brei eerst de manchet zijdelings heen en weer op de rondbreinld.

MANCHET:
Zet 22 st op met nld 4 mm en Lima. Brei 1 nld recht aan de verkeerde kant. Brei de volgende nld als volgt: 1 st in RIBBELST – zie uitleg boven, * 2 st av, 2 st r in elke van de volgende 2 st (= 4 st r), 2 st av *, herhaal van *-* nog 2 keer, eindig met 3 st in ribbelst = 28 st. Brei 1 nld aan de verkeerde kant met recht boven recht en averecht boven averecht en met 1 st in ribbelst aan een kant en 3 st in ribbelst aan de andere kant. Ga verder in A.1 tot er 4-4-5 patroonherhalingen in de hoogte zijn gebreid, brei dan de eerste 2 nld van A.1 nog een keer (het werk meet ongeveer 24-24-30 cm). Brei de volgende nld als volgt (= goede kant): 1 st in ribbelst, * 2 st av, 2 st r samen, 2 st r samen, 2 st av *, herhaal van *-* nog 2 keer, eindig met 3 st in ribbelst = 22 st. Brei 1 nld recht aan de verkeerde kant over alle st, kant alle st af. De rand is ongeveer 10 cm breed, ga verder met de mouw.

MOUW:
Wordt heen en weer gebreid op rondbreinld 4 mm.
Neem st op langs de kant waar maar 1 st in ribbelst is gebreid - neem 1 st op in elke ribbel (= 2 rechte nld). Brei 1 nld recht aan de verkeerde kant en pas TEGELIJKERTIJD het aantal st aan naar 52-54-62. Dan brei 1 nld recht aan de goede kant en ga verder in averechte tricotst. Meerder bij een hoogte van 15 cm in totaal 1 st aan elke kant. Herhaal dit meerderen elke 3-2-2 cm nog 10-13-13 keer = 74-82-90 st. Kant bij een hoogte van 48-45-43 cm (minder cm voor de grootste maten voor een grotere mouwkop en bredere schouders) af voor de mouwkop aan het begin van elke nld aan elke kant: 1 keer 4 st, 3 keer 2 st en 6-7-9 keer 1 st, kant dan 2 st af aan elke kant tot het werk 57-55-54 cm meet, kant nu 1 keer 3 st af aan elke kant. Kant de overgebleven st af, het werk meet ongeveer 58-56-55 cm.

AFWERKING:
Naai de schoudernaden samen.
Naai de kraag samen middenachter en naai deze langs de hals middenachter naast 1 kant st. Naai de mouwnaden samen – naai de manchet met de zijkanten tegen elkaar (opzetrand tegen afkantrand) om een dikke naad te voorkomen, naai de rest van de mouw dicht naast de kant st. Naai de mouwen in het lijf en naai de knopen aan.

Telpatroon

= Recht aan de goede kant, averecht aan de verkeerde kant
= Averecht aan de goede kant, recht aan de verkeerde kant
= Zet 1 st op een kabelnld en houd deze achter het werk, 2 st r, 1 st av van de kabelnld
= Zet 2 st op een kabelnld en houd deze voor het werk, 1 st av, 2 st r van de kabelnld
= Zet 2 st op een kabelnld en houd deze achter het werk, 2 st r, 2 st r van de kabelnld
= Zet 2 st op een kabelnld en houd deze voor het werk, 2 st r, 2 st r van de kabelnld
= Zet 2 st op een kabelnld en houd deze achter het werk, 2 st r, 2 st av van de kabelnld
= Zet 2 st op een kabelnld en houd deze voor het werk, 2 st av, 2 st r van de kabelnld


Heeft u hulp nodig voor dit patroon?

Bedankt dat u een patroon van DROPS Design kiest. We zijn er trots op dat we patronen aanbieden die correct en makkelijk te volgen zijn. Alle patronen zijn uit het Noors vertaald en u kunt altijd het origineel patroon controleren (DROPS 143-1) voor de afmetingen en de berekiningen.

Heeft u moeite met het volgen van het patroon? Hieronder vindt u een lijst met bronnen die u kunnen helpen om uw project vlot af te maken - of om eenvoudig iets nieuws te leren.

We hebben tevens een stap-voor-stap uitleg voor verschillende technieken, welke u hier kunt vinden.

1) Waarom is de stekenverhouding zo belangrijk?

De stekenverhouding bepaalt de uiteindelijke afmetingen van uw werkstuk en wordt normaliter aangegeven in 10 x 10 cm. Het wordt als volgt aangegeven: het aantal steken in de breedte x het aantal naalden in de hoogte - dus: 19 steken x 26 naalden = 10 x 10 cm.

De stekenverhouding is heel erg individueel; sommige mensen breien/haken heel losjes, terwijl anderen vrij strak werken. De stekenverhouding past u aan met de naalddikte, wat de reden is waarom we slechts een suggestie voor de naalddikte geven! U moet deze aanpassen (naar boven of beneden) om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding overeenkomt met de stekenverhouding die aangegeven staat in het patroon. Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan zal het garenverbruik anders zijn, en zal uw werkstuk andere afmetingen krijgen dan het patroon aangeeft.

De stekenverhouding geeft tevens aan welk garen als vervanging kan dienen. U kunt verschillende garens met elkaar vervangen, zolang de stekenverhouding maar hetzelfde is.

Bekijk de DROPS les: Hoe u de stekenverhouding opmeet

Bekijk de DROPS video: Hoe u een proeflapje maakt

naar boven

2) Wat zijn de garengroepen?

Al onze garens zijn ondergebracht in garengroepen (van A tot F) volgens dikte en stekenverhouding – groep A bevat de dunste garens en groep F de dikste. Dit maakt het makkelijker voor u om alternatieve garens te vinden voor onze patronen, indien u graag ander garen wilt gebruiken. Alle garens binnen dezelfde groep hebben ongeveer eenzelfde stekenverhouding en kunnen elkaar vervangen. Het is wel zo dat verschillende garenkwaliteiten verschillende structuren en eigenschappen hebben, wat het uiteindelijke werkstuk een unieke 'look en feel' geeft.

Klik hier voor een overzicht van de garens in elke garengroep

naar boven

3) Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

Bij het kiezen van een ander garen is het belangrijk dat de stekenverhouding hetzelfde blijft. De afmetingen van het uiteindelijke werk zijn dan hetzelfde als aangegeven in de tekening bij het patroon. Het is makkelijker om dezelfde stekenverhouding te krijgen als u garen gebruikt uit dezelfde garengroep. Het is ook mogelijk om meerdere draden van een dunner garen te gebruiken om de stekenverhouding van een dikker garen te krijgen. Probeer onze garenvervanger. We raden u aan om altijd een proeflapje te maken.

LET OP: als u een ander garen neemt, kan het kledingstuk een andere 'look en feel' krijgen dan het kledingstuk op de foto, vanwege individuele eigenschappen en kwaliteiten van elk garen.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

naar boven

4) Hoe gebruik ik de garenvervanger?

Bovenaan al onze patronen vindt u een link naar onze garenvervanger, welke handig kan zijn als u een ander garen wilt gebruiken dan staat aangegeven in het patroon. Door het garen in te vullen dat u wilt vervangen, de hoeveelheid (in uw maat) en het aantal draden, stelt de vervanger geschikte alternatieven voor met dezelfde stekenverhouding. Daarnaast wordt aangegeven hoeveel u nodig heeft in de nieuwe kwaliteiten en of u met meerdere draden moet werken. De meeste bollen zijn 50 gram (sommige zijn 25 gram of 100 gram).

Als het patroon met meerdere kleuren wordt gebreid/gehaakt, moet elke kleur apart worden vervangen. Dit geldt ook als het patroon met verschillende draden van verschillende garens wordt gemaakt (bijvoorbeeld 1 draad Alpaca en 1 draad Kid-Silk) dan zult u voor elk individueel alternatieven moeten vinden.

Klik hier voor de garenvervanger

naar boven

5) Waarom krijg ik de verkeerde stekenverhouding met de aangegeven naalddikte?

De naalddikte die aangegeven is in het patroon geldt slechts als een richtlijn, het is van belang dat de stekenverhouding klopt. En omdat de stekenverhouding per persoon nogal verschillend is, zult u de naalddikte aan moeten passen om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding hetzelfde is als in het patroon – misschien is het nodig dat u 1 of zelfs 2 naalddiktes naar beneden of naar boven moet om de juiste stekenverhouding te krijgen. Daarom raden we ook aan om een proeflapje te maken.

Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan kunnen de afmetingen van het werkstuk afwijken van de afmetingen volgens de tekening.

Bekijk de DROPS les: Hoe meet u de stekenverhouding

Bekijk de DROPS video: Hoe maakt u een proeflapje voor de stekenverhouding

naar boven

6) Waarom wordt het patroon van boven naar beneden gereid?

Als u een kledingstuk van boven naar beneden breit, dan geeft dit meer flexibiliteit en mogelijkheden voor persoonlijke aanpassingen. Het is bijvoorbeeld makkelijker om het kledingstuk te passen terwijl u er mee bezig bent. U kunt ook makkelijker de lengte van de pas en de schouderkoppen aanpassen.

In de uitleg worden alle stappen zorgvuldig uitgelegd in de juiste volgorde. De telpatronen zijn aangepast aan de breirichting en worden zoals gebruikelijk gebreid.

naar boven

7) Waarom zijn de mouwen korter in de grotere maten?

De totale breedte van het kledingstuk (van pols tot pols) is groter in de grotere maten, ondanks dat de eigenlijke mouwen korter zijn. De grotere maten hebben langere mouwkoppen en bredere schouders, dus er is een goede pasvorm in alle maten.

naar boven

8) Wat is een herhaling?

Telpatronen worden vaak herhaald in de breedte op de naald en/of in de hoogte. 1 herhaling van het telpatroon is hoe het te zien is in het telpatroon. Als er staat dat u 5 herhalingen van A.1 op de naald moet breien, dan breit u het patroon in totaal 5 keer achter/na elkaar op de naald. Als er staat dat u 2 herhalingen van A.1 in de hoogte moet breien, dan breit u het hele telpatroon (dus alle naalden van het telpatroon) een keer en begint u opnieuw onderaan bij het begin en breit u het telpatroon nog een keer.

naar boven

9) Hoe brei ik volgens een telpatroon?

Het telpatroon laat alle naalden en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt gelezen van onder naar boven, van rechts naar links. 1 vierkant = 1 steek.

Als u heen en weer breit, wordt elke andere naald aan de goede kant gebreid en elke andere naald wordt aan de verkeerde kant gebreid. Als u aan de verkeerde kant breit, moet u het telpatroon omgekeerd breien, dus van links naar rechts. rechte steken worden dan averecht gebreid en averechte steken recht, etc.

Als u in de rondte breit wordt elke naald aan de goede kant gebreid en het telpatroon wordt dan van rechts naar links gebreid op alle naalden.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees ik de teltekening bij de patronen?

naar boven

10) Hoe haak ik volgens een telpatroon?

Het telpatroon laat alle toeren en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt van onder naar boven gehaakt en van rechts naar links.

Als u heen en weer haakt, wordt elke andere toer aan de goede kant gehaakt: van rechts naar links en elke andere toer wordt aan de verkeerde kant gehaakt: vank links naar rechts.

Als u in de rondte haakt, wordt elke toer in het telpatroon aan de goede kant gehaakt, van rechts naar links.

Als u een cirkelvormig telpatroon haakt, dan begint u in het midden en haakt u naar buiten toe, tegen de klok in, toer na toer.

Meestal beginnen de toeren met een opgegeven aantal lossen (overeenkomend met de hoogte van de volgende steek), deze zijn of in het telpatroon opgenomen, of uitgelegd in het patroon.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees je telpatronen voor haken

naar boven

11) Hoe brei/haak je verschillende telpatronen tegelijkertijd op dezelfde naald/toer

Instructies om verschillende telpatronen achter elkaar op dezelfde naald/toer te breien/haken, worden meestal als volgt beschreven: “brei/haak A.1, A.2, A.3 in totaal 0-0-2-3-4 keer". Dit betekent dat u A.1 een keer breit/haakt, daarna wordt A.2 een keer gebreid/gehaakt, en A.3 wordt het aantal aangegeven keren (in de breedte) in uw maat gebreid/gehaakt – in dit geval als volgt: S = 0 keer, M = 0 keer, L=2 keer, XL= 3 keer en XXL = 4 keer.

De telpatronen worden zoals gebruikelijk gebreid/gehaakt: begin met de eerste naald/toer in A.1, brei/haak dan de volgende naald/toer in A.2 etc.

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor breien leest

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor haken leest

naar boven

12) Waarom begint het werk met meer lossen dan waarmee gehaakt wordt?

Lossen zijn ietsje smaller dan andere steken en om te voorkomen dat de opzetrand te strak wordt, haken we eenvoudigweg meer lossen om mee te beginnen. Het aantal steken wordt in de volgende toer aangepast zodat het overeenkomt met het patroon en de afmetingen in de tekening.

naar boven

13) Waarom meerderen voor de boord als het werk van boven naar beneden gebreid wordt?

De rand in ribbelsteek is elastischer en zal ietwat samentrekken vergeleken met bijvoorbeeld tricotsteek. Door te meerderen voor de rand in ribbelsteek, voorkomt u een zichtbaar verschil in breedte tussen de rand in ribbelsteek en de rest van het lijf.

naar boven

14) Waarom meerderen in de afkantrand?

Het gebeurt vrij makkelijk dat u te strak afkant, en door omslagen te maken tijdens het afkanten (terwijl u deze tegelijkertijd afkant) voorkomt u dat de afkantrand te strak wordt.

Bekijk de DROPS video: Hoe kant u af met omslagen

naar boven

15) Hoe meerder/minder je afwisselend op elke 3e en 4e naald/toer?

Om gelijkmatig te meerderen (of te minderen) kunt u meerderen op, bijvoorbeeld: afwisselend elke 3e en 4e naald, als volgt: brei 2 naalden en meerder op de 3e naald, brei 3 naalden en meerder op de 4e naald. Herhaal dit tot het meerderen klaar is.

Bekijk de DROPS les: Meerder of minder 1 st afwisselend

naar boven

16) Waarom is het patroon een beetje anders dan wat ik op de foto zie?

Herhalingen van het patroon kunnen een beetje anders zijn in de verschillende maten, om de juiste verhoudingen te krijgen. Als u niet dezelfde maat maakt als het kledingstuk op de foto, wijkt uw werkstuk wellicht ietsje af. Dit is met zorg ontwikkeld en aangepaste zodat het totale beeld van het kledingstuk hetzelfde is in alle maten.

Zorg ervoor dat u de instructies en de telpatronen voor uw maat volgt!

naar boven

17) Hoe kan ik een vest in de rondte breien, in plaats van heen en weer?

Als u liever in de rondte breit dan heen en weer, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen. U moet dan steken midden voor toevoegen (meestal 5 steken) en de instructies volgen. Als u normaal het werk keert en aan de verkeerde kant breit, breit u nu over de extra steken en gaat u verder in de rondte. Aan het einde knipt u het werk open. Neem steken op voor de biezen en werk de afgeknipte randen af.

Bekijk de DROPS video: Hoe breit u knipbiezen en openknippen

naar boven

18) Kan ik een trui heen en weer breien in plaats van in de rondte?

Als u liever heen en weer breit dan in de rondt, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen zodat u de panden apart van elkaar breit en aan het eind aan elkaar naait. Deel de steken voor het lijf in tweeën en voeg 1 kantsteek toe aan elke kant (voor het in elkaar naaien) en brei het voor- en achterpand apart van elkaar.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een patroon aanpassen van rondbreinaalden naar rechte naalden?

naar boven

19) Waarom staan er garens in de patronen die niet meer leverbaar zijn?

Omdat de verschillende garens verschillende kwaliteiten en verschillend texturen hebben, hebben we ervoor gekozen om het originele garen in het patroon te laten staan. Maar u kunt vrij makkelijk andere opties vinden tussen de beschikbare garenkwaliteiten door onze garenvervanger te gebruiken, of door een garen uit dezelfde garengroep uit te kiezen.

Het is mogelijk dat sommige verkooppunten nog bollen op voorraad hebben van garens die niet meer leverbaar zijn, of dat iemand thuis nog een paar bollen heeft liggen en hier een patroon bij zoekt.

Degarenvervanger laat alternatieve garens zien en de hoeveelheid die u nodig heeft in de nieuwe kwaliteit.

naar boven

20) Hoe verander ik een kledingstuk voor dames in eentje voor heren?

Als u een patroon heeft gevonden doe alleen beschikbaar is in damesmaten, dan hoeft het niet heel moeilijk te zijn om deze aan te passen naar een herenmaat. Het grootste verschil is de lengte van de mouwen en het lijf. Begin met breien in de damesmaat die overeenkomt met de borstwijdte. De lengte die erbij komt wordt namelijk gebreid voordat u begint met afkanten voor de armsgaten. Als het patroon van boven naar beneden wordt gebreid, kunt u lengte toevoegen vlak na de armsgaten of voor de eerste mindering op de mouw.

Wat betreft de extra hoeveelheid garen wat u nodig heeft: dit hangt heel erg af van hoeveel lengte u toevoegt, maar het is vaak meter dat u een bol te veel hebt dan te weinig.

naar boven

21) Hoe voorkom ik dat een harig kledingstuk gaat pillen of pluizen?

Alle garens hebben vezels die uitsteken (door de productie) waardoor een kledingstuk gaat pluizen of pillen. Geborstelde garens (dus meer harige garens) hebben meer van deze losse, uitstekende vezels waardoor het eerder gaat pluizen of pillen.

Hoewel het niet mogelijk is om te garanderen dat geborsteld garen 100% pluisvrij is, is het wel mogelijk om dit drastisch af te laten nemen, door de volgende stappen te ondernemen:

1. Als het kledingstuk klaar is (voordat u het gaat wassen) schudt u het kledingstuk flink uit, zodat de losse haartjes eruit komen. LET OP: gebruik GEEN roller, borstel of andere methode, waardoor aan het kledingstuk getrokken wordt

2. Plaats het kledingstuk in een plastic zak en leg het in de vriezer - de temperatuur zorgt ervoor dat de vezels minder aan elkaar blijven zitten, en uitstekende vezels komen makkelijker los.

3. Laat een paar uur in de vriezer liggen, voordat u het eruit haalt en schudt het kledingstuk dan opnieuw uit.

4. Was het kledingstuk volgens de instructies op het garenlabel.

naar boven

22) Waar op het kledingstuk wordt de lengte gemeten??

De tekening/ het schema met de afmetingen geeft informatie over de volledige lengte van het kledingstuk. Als het een trui of een vest betreft, dan wordt deze vanaf het hoogste punt op de schouder gemeten (meestal het dichtst bij de halslijn), en recht naar beneden tot de onderkant van het kledingstuk. Het wordt NIET gemeten vanaf de punt van de schouder. Op gelijke wijze wordt ook de lengte van de pas gemeten, vanaf het hoogste punt op de schouder en naar beneden tot waar de pas gesplitst wordt voor het lijf en de mouwen.

Op een vest worden de afmetingen nooit over de biezen genomen, tenzij anders aangegeven. Meet altijd binnen de biessteken als u de lengte opmeet.

Bekijk de DROPS les: Maattekeningen lezen

naar boven

23) Hoe weet ik hoeveel bollen ik nodig heb?

De benodigde hoeveelheid garen wordt aangegeven in grammen, dus bijvoorbeeld: 450 g. Om uit te rekenen hoeveel bollen u nodig heeft, moet u eerst weten hoeveel gram er in 1 bol gaat (25 g, 50 g, of 100 g). Deze informatie vindt u door op de individuele garenkwaliteit te klikken op onze site. Deel de hoeveelheid benodigde garen door de hoeveelheid per bol. Bijvoorbeeld, als de bollen 50 gram wegen (de meest gebruikelijke hoeveelheid), ziet de berekening er als volgt uit: 450 / 50 = 9 bollen.

naar boven

Heeft u DROPS garen besteld om dit patroon te maken? Dan heeft u recht op hulp van de winkel waar u het garen gekocht heeft. Vind hier een lijst van DROPS winkels!
Kunt u het antwoord op uw vraag nog steeds niet vinden? Scroll dan naar beneden en laat een vraag achter zodat een van onze experts kan proberen u te helpen. Dit wordt normaal tussen 5 tot 10 werkdagen gedaan.. In de tussentijd kunt u de vragen en antwoorden lezen die anderen bij dit patroon achter hebben gelaten of doe mee met de DROPS Workshop op Facebook om hulp te krijgen van mede breisters en haaksters!

Opmerkingen / Vragen (431)

Marie 09.09.2019 - 09:32:

Ne faudrait-il pas faire des rangs raccourcis sur les bordures au point mousse devant afin que celles-ci ne "tirent" pas ?

DROPS Design 09.09.2019 kl. 11:47:

Bonjour Marie, elles ne sont pas prévues dans ce modèle, mais si vous voyez que vos bordures devant contractent trop l'ouvrage en hauteur, vous pouvez en faire. Bon tricot!

Blanca Sanchez Canchari 06.09.2019 - 00:09:

Hola, es un hermoso trabajo, me gustaría saber si tiene un explicación por vídeo, o una imagen más clara donde se ve el aumento, la disminución, etc. Gracias, un fuerte abrazo desde el Perú

Bente Danielsen 13.08.2019 - 18:56:

Hei! Jeg forstår ikke hva jeg skal gjøre når jeg har felt de ytterste 37 maskene (xxl) på skulderen. Da har jeg igjen mange masker før de 24 rillemaskene. Hvordan skal dette gjøres?

DROPS Design 23.09.2019 kl. 10:03:

Hei Bente. Du har 61 masker på pinnen når du skal felle 37 masker, du har da 24 masker igjen på pinnen. Disse maskene strikkes i riller, les krage under Venste forstykke. God Fornøyelse!

Coraline 23.07.2019 - 18:16:

Un grand merci !!!!

Coraline 23.07.2019 - 15:49:

Bonjour , est ce qu’il faut tricoter en allers et retours sur aiguille circulaire en utilisant 2 aiguilles circulaires ou une seule ?

DROPS Design 23.07.2019 kl. 18:11:

Bonjour Coraline! Une seule aiguille circulaire est suffisante. Comment tricoter en allers et retours sur aiguille circulaire vous trouverez ICI. Bon tricot!

Nathalie 19.07.2019 - 13:03:

Hi, I'm working on the LEFT FRONT - When you say STOP after one whole or half repetition does this mean the decreases are done on RS row 9 or 1? Then you work the WS row and then you BO 33 sts on RS row? When piece measures approx. 28 3/4", stop after one whole or half repetition of A-1 vertically, dec 3 sts evenly over the half repetitions and 6 sts evenly over the whole ones (i.e. dec 6-9-9 sts in total) = 49-57-61 sts. On next row from RS, bind off the first 25-33 sts.

DROPS Design 05.08.2019 kl. 16:16:

Dear Nathalie, you should stop A.1 with either last row in diagram or after half the rows, ie either on last row in diagram or on row 10 (= from WS) so that next row is worked from RS. Happy knitting!

Coraline 18.07.2019 - 19:46:

Bonjour , je ne comprends pas ce passage : Relever les mailles le long du côté où il n'y a qu'une seule m au point mousse (= 2 rangs end) - relever 1 m dans chaque côte mousse (= tous les 2 rangs end). Merci

DROPS Design 19.07.2019 kl. 08:00:

Bonjour Coraline, vous relevez les mailles le long du côté du poignet avec 1 m lisière au point mousse (les 3 m point mousse = bordure du bas de la manche), en relevant 1 m dans chaque côte mousse, sachant qu'1 côte mousse correspond à 2 rangs endroit du poignet (= 1 rang sur l'endroit + 1 rang sur l'envers). Bon tricot!

Corry 25.06.2019 - 15:36:

Brei recht boven recht en averecht boven averecht. Houdt dit in dat je een soort ribbel krijgt? Dus niet breien zoals de steken zich voordoen?

DROPS Design 27.06.2019 kl. 13:01:

Dag Corry,

Hiermee wordt inderdaad bedoeld dat je de steken breit zoals ze zich voordoen, dus je breit recht waar de steek op de vorige naald ook recht was gebreid en averecht waar de steek op de vorige naald ook averecht was gebreid.

Eileen Hunkins 28.04.2019 - 23:51:

I tried to figure out your pattern and I come to the conclusion, I am not use to your pattern techniques. I am educated in the rows being numbered and the pattern for each numbered row. A-1Diagram has 16 rows and 24 accross. How does this pattern diagram fit into any of your instructions, the total 16x24=384 stitches. Too many stitches for the sizes. Does RS and WS mean Right side and Wrong side.

DROPS Design 29.04.2019 kl. 11:25:

Dear Mrs Hunkins, you will find here how to read diagrams - A.1 is worked over 24 sts - see written pattern to see when you will work diagram for your size. Happy knitting!

Christine Meyer 24.12.2018 - 02:50:

How do you p2, k2, in one stitch?

DROPS Design 02.01.2019 kl. 09:00:

Dear Mrs Meyer, you shouldn't P2,K2 in one stitch but work the next 4 sts as follows: P2, then knit next both stitches in both front and back loop = there is now P2,K4 (4 sts increased to 6 sts). Happy knitting!

Laat een opmerking achter voor DROPS 143-1

Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!

Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.

Van de #dropsfan gallery

Celtica

Lilly Smuul‎, Ireland