DROPS / 221 / 7

Dancing Diamonds by DROPS Design

Gebreide trui in DROPS Baby Merino. Het werk wordt van boven naar beneden gebreid met zadelschouders, kantpatroon en ¾-lengte mouwen. Maten S - XXXL.

  • Dancing Diamonds / DROPS 221-7 - Gebreide trui in DROPS Baby Merino. Het werk wordt van boven naar beneden gebreid met zadelschouders, kantpatroon en ¾-lengte mouwen. Maten S - XXXL.
  • Dancing Diamonds / DROPS 221-7 - Gebreide trui in DROPS Baby Merino. Het werk wordt van boven naar beneden gebreid met zadelschouders, kantpatroon en ¾-lengte mouwen. Maten S - XXXL.
  • Dancing Diamonds / DROPS 221-7 - Gebreide trui in DROPS Baby Merino. Het werk wordt van boven naar beneden gebreid met zadelschouders, kantpatroon en ¾-lengte mouwen. Maten S - XXXL.
  • Dancing Diamonds / DROPS 221-7 - Gebreide trui in DROPS Baby Merino. Het werk wordt van boven naar beneden gebreid met zadelschouders, kantpatroon en ¾-lengte mouwen. Maten S - XXXL.
  • Dancing Diamonds / DROPS 221-7 - Gebreide trui in DROPS Baby Merino. Het werk wordt van boven naar beneden gebreid met zadelschouders, kantpatroon en ¾-lengte mouwen. Maten S - XXXL.
DROPS Design: Patroon nr. bm-086
Garengroep A
-------------------------------------------------------

MATEN:
S - M - L - XL - XXL - XXXL

MATERIAAL:
DROPS BABY MERINO van garnstudio (behoort tot garengroep A)
250-300-300-350-400-400 g kleur 24, licht hemelblauw

STEKENVERHOUDING:
24 steken in de breedte en 32 naalden in de hoogte met tricotsteek = 10 x 10 cm.

NAALDEN:
DROPS NAALDEN ZONDER KNOP MAAT 3 MM.
DROPS RONDBREINAALD 3 MM: Lengte 40 cm en 80 cm voor tricotsteek/patroon.
DROPS NAALDEN ZONDER KNOP MAAT 2.5 MM.
DROPS RONDBREINAALD 2.5 MM: Lengte 40 cm en 80 cm voor de boordsteek.
De naalddikte is slechts een richtlijn. Als u te veel steken heeft op 10 cm, ga dan verder met een grotere naald. Als u te weinig steken heeft op 10 cm, ga dan verder met een kleinere naald.

-------------------------------------------------------
Stekenverhouding – Kijk hier hoe u deze moet opmeten en waarom
Alternatief garen – Bekijk hier hoe u een ander garen kiest
Garengroep A tot F – Bekijk hier hoe u hetzelfde patroon gebruikt met een ander garen
Garenverbruik als u een alternatief garen kiest – Gebruik onze garenvervanger
-------------------------------------------------------


100% wol
vanaf 3.39 € /50g
DROPS Baby Merino uni colour DROPS Baby Merino uni colour 3.39 € /50g
Breiwebshop
Bestel
DROPS Baby Merino mix DROPS Baby Merino mix 3.39 € /50g
Breiwebshop
Bestel
needles Naalden & Haaknaalden Bestel
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 16.95€ krijgen. Lees meer.

Instructies voor het patroon

-------------------------------------------------------

UITLEG VOOR HET PATROON:

-------------------------------------------------------

PATROON:
Zie telpatroon A.1. Kies het telpatroon voor uw maat.

TIP VOOR HET MEERDEREN-1 (verdeeld):
Om uit te rekenen hoe u verdeeld meerdert, tel het totaal aantal van steken waarover gemeerderd moet worden (dus 14 steken) en deel deze door het aantal te maken meerderingen (dus 5) = 2.8.
In dit voorbeeld meerdert u door 1 omslag te maken na ongeveer elke 3e steek. Brei op de volgende naald de omslagen gedraaid om gaatjes te voorkomen.

TIP VOOR HET MEERDEREN-2:
VOOR DE MARKEERDRADEN:
De nieuwe steek draait richting rechts.
Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de vorige naald vanaf de voorkant op te nemen en brei recht in de voorste lus.
NA DE MARKEERDRADEN:
De nieuwe steek draait richting links.
Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de vorige naald vanaf de achterkant op te nemen en brei recht in de achterste lus.

TIP VOOR HET MEERDEREN-3 (voor de zijkanten van het lijf):
Brei tot er 3-3-3-4-4-4 steken over zijn voor de markeerdraad, 1 omslag, brei 6-6-6-8-8-8 recht (de markeerdraad zit in het midden van deze steken), 1 omslag (= 2 steken gemeerderd). Brei op de volgende naald de omslag gedraaid recht om een gaatje te voorkomen. Brei dan de nieuwe steek in tricotsteek.

TIP VOOR HET MINDEREN (voor de zijkanten van het lijf en de mouwen):
Minder 1 steek aan elke kant van de markeerdraad als volgt: Brei tot er 4-4-4-5-5-5 steken over zijn voor de markeerdraad, 2 recht samen, 4-4-4-6-6-6 recht (de markeerdraad zit in het midden van deze steken), 1 steek recht afhalen, 1 recht en haal de afgehaalde steek over de gebreide steek (= 2 steken geminderd).

TIP VOOR HET AFKANTEN:
Om te voorkomen dat de afkantrand te strak wordt kunt u afkanten met een naald in een grotere maat. Als de rand nog steeds strak is, maak dan 1 omslag na elke 3e of elke 6e steek, terwijl u tegelijkertijd afkant; de omslagen worden als normale steken afgekant.

-------------------------------------------------------

BEGIN HET WERK HIER:

-------------------------------------------------------

TRUI – KORTE SAMENVATTING VAN HET WERK:
De hals en de pas worden in de rondte gebreid met rondbreinaald, vanaf midden achter en van boven naar beneden. De pas wordt verdeeld voor het lijf en mouwen en het lijf wordt verder in de rondte gebreid met de rondbreinaald. De mouwen worden gebreid met breinaalden zonder knop/korte rondbreinaald, van boven naar beneden.

HALS:
Zet 114-114-126-140-146-146 steken op met rondbreinaald 2.5 mm en Baby Merino. Brei 1 naald recht. Brei dan boordsteek in de verschillende maten als volgt:

Maten S, M en L:
* 1 recht, 2 averecht * brei van *-* over de eerste 12-12-15 steken, 1 recht, 1 averecht (= ½ achterpand), brei A.1a (kies het telpatroon voor uw maat) over de volgende 27-27-27 steken (= rechter schouder), 1 averecht, * 1 recht, 2 averecht *, brei van *-* over de volgende 27-27-33 steken, 1 recht, 1 averecht (= voorpand), brei A.1a over de volgende 27-27-27 steken (= linker schouder), 1 averecht, * 1 recht, 2 averecht *, brei van *-* over de volgende 15-15-18 steken. Ga verder met deze boordsteek in de rondte voor 2 cm (A.1a wordt in de hoogte herhaald).

Maten XL, XXL en XXXL:
*1 recht, 2 averecht *, brei van *-* over de eerste 18-18-18 steken, 1 recht, (= ½ achterpand), brei A.1a (kies het telpatroon voor uw maat) over de volgende 33-33-33 steken (= rechter schouder), * 1 recht, 2 averecht *, brei van *-* over de volgende 36-39-39 steken, 1 recht (= voorpand), brei A.1a over de volgende 33-33-33 steken (= linkerschouder), * 1 recht, 2 averecht *, brei van *-* over de volgende 18-21-21 steken. Ga verder met deze boordsteek in de rondte voor 2 cm (A.1a wordt in de hoogte herhaald).

Brei de volgende naald als volgt:
14-14-17-19-19-19 steken recht en meerder 5-7-5-7-9-9 verdeeld over deze steken – lees TIP VOOR HET MEERDEREN-1, brei A.1a zoals hiervoor over de volgende 27-27-27-33-33-33 steken, 30-30-36-37-40-40 steken recht en meerder 10-14-10-15-18-18 verdeeld over deze steken, brei A.1a zoals hiervoor over de volgende 27-27-27-33-33-33 steken, 16-16-19-18-21-21 steken recht en meerder 5-7-5-8-9-9 verdeeld over deze steken = 134-142-146-170-182-182 steken.

PAS:
Voeg 1 markeerdraad in na 66-70-72-86-90-90 steken (= ongeveer midden voor) – HET WERK WORDT GEMETEN VANAF HIER!
Voeg daarnaast 4 andere markeerdraden in zoals beschreven hieronder, zonder de steken te breien en elke markeerdraad wordt ingevoegd tussen 2 steken. De markeerdraden worden gebruikt bij het meerderen voor de schouders.
Markeerdraad 1: Begin midden achter, tel 19-21-22-26-28-28 steken (= ½ achterpand), voeg de markeerdraad in voor de volgende steek.
Markeerdraad 2: Tel 27-27-27-33-33-33 steken vanaf markeerdraad 1 (= schouder), voeg de markeerdraad in voor de volgende steek.
Markeerdraad 3: Tel 40-44-46-52-58-58 steken vanaf markeerdraad 2 (= voorpand), voeg de markeerdraad in voor de volgende steek.
Markeerdraad 4: Tel 27-27-27-33-33-33 steken vanaf markeerdraad 3 (= schouder), voeg de markeerdraad in voor de volgende steek.
Er zijn 21-23-24-26-30-30 steken over na markeerdraad 4 (= ½ achterpand).
Neem de markeerdraden mee tijdens het breien in de hoogte.

MEERDERINGEN VOOR DE ZADELSCHOUDERS:
Lees dit deel helemaal door voordat u verder gaat!
Brei verder met A.1b over A.1a op de mouwen en tricotsteek op de voor- en achterpanden.
Meerder TEGELIJKERTIJD op de eerste naald 4 steken voor de schouders als volgt:
Meerder VOOR markeerdraden 1 en 3 en NA markeerdraden 2and 4 – lees TIP VOOR HET MEERDEREN-2. U meerdert alleen op de voor- en achterpanden, het aantal steken op de schouders blijft hetzelfde.
Ga verder met het patroon en meerder zo iedere naald in totaal 22-22-27-27-29-32 keer = 222-230-254-278-298-310 steken (de gemeerderde steken worden in tricotsteek gebreid). DENK OM DE STEKENVERHOUDING!
Na de laatste meerdering, meet het werk ongeveer 7-7-8-8-9-10 cm vanaf de markeerdraad op de hals. Meerder nu voor de mouwen als volgt.

MEERDERINGEN VOOR DE MOUWEN:
Ga verder met het patroon. Meerder TEGELIJKERTIJD op de volgende naald 4 steken voor de mouwen als volgt:
Meerder NA markeerdraden 1 en 3 en VOOR markeerdraden 2 en 4 – denk om TIP VOOR HET MEERDEREN-2.
U meerdert alleen op de schouders en het aantal steken op de voor- en achterpanden blijft hetzelfde. De gemeerderde steken worden gebreid in tricotsteek.
Meerder zo iedere 2e naald in totaal 18-19-18-19-18-16 keer = 294-306-326-354-370-374 steken.
Het werk meet ongeveer 18-19-19-20-20-20 cm vanaf de markeerdraad op de hals.
Meerder nu voor de pas als volgt.

MEERDERINGEN VOOR DE PAS:
Verplaats de 4 markeerdraden zodat elk eentje in de buitenste steek op elke mouw zit. Er zijn 61-63-61-69-67-63 steken tussen de markeerdraadsteken op de mouwen.
Meerder op de volgende naald 8 steken voor de pas door zowel voor als na alle 4 markeerdraadsteken te meerderen – denk om TIP VOOR HET MEERDEREN-2.
U meerdert op zowel de voor- als achterpanden en op de mouwen en de gemeerderde steken worden gebreid in tricotsteek.
Meerder zo iedere 2e naald in totaal 1-4-4-5-7-9 keer = 302-338-358-394-426-446 steken.
Als alle meerderingen klaar zijn, meet het werk ongeveer 18-20-22-23-25-27 cm vanaf de markeerdraad op de hals. Als het werk korter is dan dit, brei dan verder tot de juiste lengte.

Verdeel nu het werk voor het lijf en de mouwen op de volgende naald als volgt:
Brei de eerste 42-47-50-56-61-65 steken (= ½ achterpand), plaats de volgende 65-73-77-85-89-91 steken op een hulpdraad voor de mouw, zet 12-12-16-18-20-22 steken op (= in de zijkant onder de mouw), brei de volgende 86-96-102-112-124-132 steken (= voorpand), plaats de volgende 65-73-77-85-89-91 steken op een hulpdraad voor de mouw, zet 12-12-16-18-20-22 steken op (= in de zijkant onder de mouw), brei de laatste 44-49-52-56-63-67 steken (= ½ achterpand). Het lijf en de mouwen worden apart verder gebreid. HET WERK WORDT NU VANAF HIER GEMETEN.

LIJF:
= 196-216-236-260-288-308 steken. Voeg 1 markeerdraad in, in het midden van de opgezette steken onder elke mouw. Er zijn 98-108-118-130-144-154 steken tussen de markeerdraden op de voor- en achterpanden. Neem de markeerdraden mee tijdens het breien in de hoogte; ze worden gebruikt bij het minderen en meerderen in de zijkanten.
Ga verder in de rondte met tricotsteek.
Als het werk 3 cm meet vanaf de scheiding, minder dan 1 steek aan elke kant van beide markeerdraden – lees TIP VOOR HET MINDEREN (= 4 steken geminderd). Minder zo iedere 1½ cm in totaal 5-5-5-5-5-5 keer = 176-196-216-240-268-288 steken. Als het werk 11 cm meet vanaf de scheiding, meerder dan 1 steek aan elke kant van beide markeerdraden – lees TIP VOOR HET MEERDEREN-3 (= 4 steken gemeerderd). Meerder zo iedere cm in totaal 9-9-9-8-8-8 keer = 212-232-252-272-300-320 steken. Als het werk 20 cm meet in alle maten (pas de trui en brei tot de gewenste lengte; er is ongeveer 4 cm over tot de gewenste lengte), meerder 13-14-15-16-18-19 steken verdeeld = 225-246-267-288-318-339 steken. Brei boordsteek (1 recht, 2 averecht) voor 4 cm. Kant af met recht boven recht en averecht boven averecht - lees TIP VOOR HET AFKANTEN.
De trui meet ongeveer 48-50-52-54-56-58 cm vanaf de schouder naar beneden.

MOUWEN:
Plaats de 65-73-77-85-89-91 steken van de hulpdraad aan de ene kant van het werk op breinaalden zonder knop/korte rondbreinaald 3 mm en neem 1 steek op in elk van de 12-12-16-18-20-22 opgezette steken onder de mouw = 77-85-93-103-109-113 steken. Voeg een markeerdraad in, in het midden van de nieuwe steken onder de mouw. Neem de markeerdraad mee tijdens het breien in de hoogte; het wordt gebruikt bij het minderen onder de mouw.
Brei patroon zoals hiervoor over de middelste 27-27-27-33-33-33 steken. De andere steken worden gebreid in tricotsteek.
Als de mouw 3-3-3-3-2-2 cm meet, minder dan 1 steek aan elke kant van de markeerdraad onder de mouw - lees TIP VOOR HET MINDEREN. Minder zo iedere 3-2-1½-1-1-1 cm in totaal 6-9-12-14-15-15 keer = 65-67-69-75-79-83 steken. Als de mouw 24-23-21-20-18-17 cm meet vanaf de scheiding, meerder dan 2-3-4-4-3-5 steken verdeeld over de tricotsteken (A.1b wordt verder gebreid zoals hiervoor) = 67-70-73-79-82-88 steken. Ga verder met breinaalden zonder knop maat 2.5 mm en brei A.1a over A.1B en boordsteek over de andere steken (1 recht, 2 averecht). Als de boordsteek 3 cm meet, kant dan af met recht boven recht en averecht boven averecht. De mouw meet ongeveer 27-26-24-23-21-20 cm vanaf de scheiding. Brei de andere mouw op dezelfde manier.

Telpatroon

symbols = recht
symbols = averecht
symbols = maak 1 omslag tussen 2 steken
symbols = 2 recht samen
symbols = 1 steek recht afhalen, 1 recht en haal de afgehaalde steek over de gebreide steek
symbols = 1 steek recht afhalen, 2 recht samen en haal de afgehaalde steek over de samengebreide steken
symbols = meerderingen voor de zadelschouders
symbols = meerderingen voor de mouwen
symbols = meerderingen voor de pas
diagram
diagram
diagram
diagram
signature

Heeft u hulp nodig voor dit patroon?

Bedankt dat u een patroon van DROPS Design kiest. We zijn er trots op dat we patronen aanbieden die correct en makkelijk te volgen zijn. Alle patronen zijn uit het Noors vertaald en u kunt altijd het origineel patroon controleren (DROPS 221-7) voor de afmetingen en de berekiningen.

Heeft u moeite met het volgen van het patroon? Hieronder vindt u een lijst met bronnen die u kunnen helpen om uw project vlot af te maken - of om eenvoudig iets nieuws te leren.

1) Waarom is de stekenverhouding zo belangrijk?

De stekenverhouding bepaalt de uiteindelijke afmetingen van uw werkstuk en wordt normaliter aangegeven in 10 x 10 cm. Het wordt als volgt aangegeven: het aantal steken in de breedte x het aantal naalden in de hoogte - dus: 19 steken x 26 naalden = 10 x 10 cm.

De stekenverhouding is heel erg individueel; sommige mensen breien/haken heel losjes, terwijl anderen vrij strak werken. De stekenverhouding past u aan met de naalddikte, wat de reden is waarom we slechts een suggestie voor de naalddikte geven! U moet deze aanpassen (naar boven of beneden) om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding overeenkomt met de stekenverhouding die aangegeven staat in het patroon. Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan zal het garenverbruik anders zijn, en zal uw werkstuk andere afmetingen krijgen dan het patroon aangeeft.

De stekenverhouding geeft tevens aan welk garen als vervanging kan dienen. U kunt verschillende garens met elkaar vervangen, zolang de stekenverhouding maar hetzelfde is.

Bekijk de DROPS les: Hoe u de stekenverhouding opmeet

Bekijk de DROPS video: Hoe u een proeflapje maakt

naar boven

2) Wat zijn de garengroepen?

Al onze garens zijn ondergebracht in garengroepen (van A tot F) volgens dikte en stekenverhouding – groep A bevat de dunste garens en groep F de dikste. Dit maakt het makkelijker voor u om alternatieve garens te vinden voor onze patronen, indien u graag ander garen wilt gebruiken. Alle garens binnen dezelfde groep hebben ongeveer eenzelfde stekenverhouding en kunnen elkaar vervangen. Het is wel zo dat verschillende garenkwaliteiten verschillende structuren en eigenschappen hebben, wat het uiteindelijke werkstuk een unieke 'look en feel' geeft.

Klik hier voor een overzicht van de garens in elke garengroep

naar boven

3) Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

Bij het kiezen van een ander garen is het belangrijk dat de stekenverhouding hetzelfde blijft. De afmetingen van het uiteindelijke werk zijn dan hetzelfde als aangegeven in de tekening bij het patroon. Het is makkelijker om dezelfde stekenverhouding te krijgen als u garen gebruikt uit dezelfde garengroep. Het is ook mogelijk om meerdere draden van een dunner garen te gebruiken om de stekenverhouding van een dikker garen te krijgen. Probeer onze garenvervanger. We raden u aan om altijd een proeflapje te maken.

LET OP: als u een ander garen neemt, kan het kledingstuk een andere 'look en feel' krijgen dan het kledingstuk op de foto, vanwege individuele eigenschappen en kwaliteiten van elk garen.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

naar boven

4) Hoe gebruik ik de garenvervanger?

Bovenaan al onze patronen vindt u een link naar onze garenvervanger, welke handig kan zijn als u een ander garen wilt gebruiken dan staat aangegeven in het patroon. Door het garen in te vullen dat u wilt vervangen, de hoeveelheid (in uw maat) en het aantal draden, stelt de vervanger geschikte alternatieven voor met dezelfde stekenverhouding. Daarnaast wordt aangegeven hoeveel u nodig heeft in de nieuwe kwaliteiten en of u met meerdere draden moet werken. De meeste bollen zijn 50 gram (sommige zijn 25 gram of 100 gram).

Als het patroon met meerdere kleuren wordt gebreid/gehaakt, moet elke kleur apart worden vervangen. Dit geldt ook als het patroon met verschillende draden van verschillende garens wordt gemaakt (bijvoorbeeld 1 draad Alpaca en 1 draad Kid-Silk) dan zult u voor elk individueel alternatieven moeten vinden.

Klik hier voor de garenvervanger

naar boven

5) Waarom krijg ik de verkeerde stekenverhouding met de aangegeven naalddikte?

De naalddikte die aangegeven is in het patroon geldt slechts als een richtlijn, het is van belang dat de stekenverhouding klopt. En omdat de stekenverhouding per persoon nogal verschillend is, zult u de naalddikte aan moeten passen om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding hetzelfde is als in het patroon – misschien is het nodig dat u 1 of zelfs 2 naalddiktes naar beneden of naar boven moet om de juiste stekenverhouding te krijgen. Daarom raden we ook aan om een proeflapje te maken.

Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan kunnen de afmetingen van het werkstuk afwijken van de afmetingen volgens de tekening.

Bekijk de DROPS les: Hoe meet u de stekenverhouding

Bekijk de DROPS video: Hoe maakt u een proeflapje voor de stekenverhouding

naar boven

6) Waarom wordt het patroon van boven naar beneden gereid?

Als u een kledingstuk van boven naar beneden breit, dan geeft dit meer flexibiliteit en mogelijkheden voor persoonlijke aanpassingen. Het is bijvoorbeeld makkelijker om het kledingstuk te passen terwijl u er mee bezig bent. U kunt ook makkelijker de lengte van de pas en de schouderkoppen aanpassen.

In de uitleg worden alle stappen zorgvuldig uitgelegd in de juiste volgorde. De telpatronen zijn aangepast aan de breirichting en worden zoals gebruikelijk gebreid.

naar boven

7) Waarom zijn de mouwen korter in de grotere maten?

De totale breedte van het kledingstuk (van pols tot pols) is groter in de grotere maten, ondanks dat de eigenlijke mouwen korter zijn. De grotere maten hebben langere mouwkoppen en bredere schouders, dus er is een goede pasvorm in alle maten.

naar boven

8) Wat is een herhaling?

Telpatronen worden vaak herhaald in de breedte op de naald en/of in de hoogte. 1 herhaling van het telpatroon is hoe het te zien is in het telpatroon. Als er staat dat u 5 herhalingen van A.1 op de naald moet breien, dan breit u het patroon in totaal 5 keer achter/na elkaar op de naald. Als er staat dat u 2 herhalingen van A.1 in de hoogte moet breien, dan breit u het hele telpatroon (dus alle naalden van het telpatroon) een keer en begint u opnieuw onderaan bij het begin en breit u het telpatroon nog een keer.

naar boven

9) Hoe brei ik volgens een telpatroon?

Het telpatroon laat alle naalden en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt gelezen van onder naar boven, van rechts naar links. 1 vierkant = 1 steek.

Als u heen en weer breit, wordt elke andere naald aan de goede kant gebreid en elke andere naald wordt aan de verkeerde kant gebreid. Als u aan de verkeerde kant breit, moet u het telpatroon omgekeerd breien, dus van links naar rechts. rechte steken worden dan averecht gebreid en averechte steken recht, etc.

Als u in de rondte breit wordt elke naald aan de goede kant gebreid en het telpatroon wordt dan van rechts naar links gebreid op alle naalden.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees ik de teltekening bij de patronen?

naar boven

10) Hoe haak ik volgens een telpatroon?

Het telpatroon laat alle toeren en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt van onder naar boven gehaakt en van rechts naar links.

Als u heen en weer haakt, wordt elke andere toer aan de goede kant gehaakt: van rechts naar links en elke andere toer wordt aan de verkeerde kant gehaakt: vank links naar rechts.

Als u in de rondte haakt, wordt elke toer in het telpatroon aan de goede kant gehaakt, van rechts naar links.

Als u een cirkelvormig telpatroon haakt, dan begint u in het midden en haakt u naar buiten toe, tegen de klok in, toer na toer.

Meestal beginnen de toeren met een opgegeven aantal lossen (overeenkomend met de hoogte van de volgende steek), deze zijn of in het telpatroon opgenomen, of uitgelegd in het patroon.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees je telpatronen voor haken

naar boven

11) Hoe brei/haak je verschillende telpatronen tegelijkertijd op dezelfde naald/toer

Instructies om verschillende telpatronen achter elkaar op dezelfde naald/toer te breien/haken, worden meestal als volgt beschreven: “brei/haak A.1, A.2, A.3 in totaal 0-0-2-3-4 keer". Dit betekent dat u A.1 een keer breit/haakt, daarna wordt A.2 een keer gebreid/gehaakt, en A.3 wordt het aantal aangegeven keren (in de breedte) in uw maat gebreid/gehaakt – in dit geval als volgt: S = 0 keer, M = 0 keer, L=2 keer, XL= 3 keer en XXL = 4 keer.

De telpatronen worden zoals gebruikelijk gebreid/gehaakt: begin met de eerste naald/toer in A.1, brei/haak dan de volgende naald/toer in A.2 etc.

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor breien leest

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor haken leest

naar boven

12) Waarom begint het werk met meer lossen dan waarmee gehaakt wordt?

Lossen zijn ietsje smaller dan andere steken en om te voorkomen dat de opzetrand te strak wordt, haken we eenvoudigweg meer lossen om mee te beginnen. Het aantal steken wordt in de volgende toer aangepast zodat het overeenkomt met het patroon en de afmetingen in de tekening.

naar boven

13) Waarom meerderen voor de boord als het werk van boven naar beneden gebreid wordt?

De rand in ribbelsteek is elastischer en zal ietwat samentrekken vergeleken met bijvoorbeeld tricotsteek. Door te meerderen voor de rand in ribbelsteek, voorkomt u een zichtbaar verschil in breedte tussen de rand in ribbelsteek en de rest van het lijf.

naar boven

14) Waarom meerderen in de afkantrand?

Het gebeurt vrij makkelijk dat u te strak afkant, en door omslagen te maken tijdens het afkanten (terwijl u deze tegelijkertijd afkant) voorkomt u dat de afkantrand te strak wordt.

Bekijk de DROPS video: Hoe kant u af met omslagen

naar boven

15) Hoe meerder/minder je afwisselend op elke 3e en 4e naald/toer?

Om gelijkmatig te meerderen (of te minderen) kunt u meerderen op, bijvoorbeeld: afwisselend elke 3e en 4e naald, als volgt: brei 2 naalden en meerder op de 3e naald, brei 3 naalden en meerder op de 4e naald. Herhaal dit tot het meerderen klaar is.

Bekijk de DROPS les: Meerder of minder 1 st afwisselend

naar boven

16) Waarom is het patroon een beetje anders dan wat ik op de foto zie?

Herhalingen van het patroon kunnen een beetje anders zijn in de verschillende maten, om de juiste verhoudingen te krijgen. Als u niet dezelfde maat maakt als het kledingstuk op de foto, wijkt uw werkstuk wellicht ietsje af. Dit is met zorg ontwikkeld en aangepaste zodat het totale beeld van het kledingstuk hetzelfde is in alle maten.

Zorg ervoor dat u de instructies en de telpatronen voor uw maat volgt!

naar boven

17) Hoe kan ik een vest in de rondte breien, in plaats van heen en weer?

Als u liever in de rondte breit dan heen en weer, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen. U moet dan steken midden voor toevoegen (meestal 5 steken) en de instructies volgen. Als u normaal het werk keert en aan de verkeerde kant breit, breit u nu over de extra steken en gaat u verder in de rondte. Aan het einde knipt u het werk open. Neem steken op voor de biezen en werk de afgeknipte randen af.

Bekijk de DROPS video: Hoe breit u knipbiezen en openknippen

naar boven

18) Kan ik een trui heen en weer breien in plaats van in de rondte?

Als u liever heen en weer breit dan in de rondt, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen zodat u de panden apart van elkaar breit en aan het eind aan elkaar naait. Deel de steken voor het lijf in tweeën en voeg 1 kantsteek toe aan elke kant (voor het in elkaar naaien) en brei het voor- en achterpand apart van elkaar.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een patroon aanpassen van rondbreinaalden naar rechte naalden?

naar boven

19) Waarom staan er garens in de patronen die niet meer leverbaar zijn?

Omdat de verschillende garens verschillende kwaliteiten en verschillend texturen hebben, hebben we ervoor gekozen om het originele garen in het patroon te laten staan. Maar u kunt vrij makkelijk andere opties vinden tussen de beschikbare garenkwaliteiten door onze garenvervanger te gebruiken, of door een garen uit dezelfde garengroep uit te kiezen.

Het is mogelijk dat sommige verkooppunten nog bollen op voorraad hebben van garens die niet meer leverbaar zijn, of dat iemand thuis nog een paar bollen heeft liggen en hier een patroon bij zoekt.

Degarenvervanger laat alternatieve garens zien en de hoeveelheid die u nodig heeft in de nieuwe kwaliteit.

naar boven

20) Hoe verander ik een kledingstuk voor dames in eentje voor heren?

Als u een patroon heeft gevonden doe alleen beschikbaar is in damesmaten, dan hoeft het niet heel moeilijk te zijn om deze aan te passen naar een herenmaat. Het grootste verschil is de lengte van de mouwen en het lijf. Begin met breien in de damesmaat die overeenkomt met de borstwijdte. De lengte die erbij komt wordt namelijk gebreid voordat u begint met afkanten voor de armsgaten. Als het patroon van boven naar beneden wordt gebreid, kunt u lengte toevoegen vlak na de armsgaten of voor de eerste mindering op de mouw.

Wat betreft de extra hoeveelheid garen wat u nodig heeft: dit hangt heel erg af van hoeveel lengte u toevoegt, maar het is vaak meter dat u een bol te veel hebt dan te weinig.

naar boven

21) Hoe voorkom ik dat een harig kledingstuk gaat pillen of pluizen?

Alle garens hebben vezels die uitsteken (door de productie) waardoor een kledingstuk gaat pluizen of pillen. Geborstelde garens (dus meer harige garens) hebben meer van deze losse, uitstekende vezels waardoor het eerder gaat pluizen of pillen.

Hoewel het niet mogelijk is om te garanderen dat geborsteld garen 100% pluisvrij is, is het wel mogelijk om dit drastisch af te laten nemen, door de volgende stappen te ondernemen:

1. Als het kledingstuk klaar is (voordat u het gaat wassen) schudt u het kledingstuk flink uit, zodat de losse haartjes eruit komen. LET OP: gebruik GEEN roller, borstel of andere methode, waardoor aan het kledingstuk getrokken wordt

2. Plaats het kledingstuk in een plastic zak en leg het in de vriezer - de temperatuur zorgt ervoor dat de vezels minder aan elkaar blijven zitten, en uitstekende vezels komen makkelijker los.

3. Laat een paar uur in de vriezer liggen, voordat u het eruit haalt en schudt het kledingstuk dan opnieuw uit.

4. Was het kledingstuk volgens de instructies op het garenlabel.

naar boven

22) Waar op het kledingstuk wordt de lengte gemeten??

De tekening/ het schema met de afmetingen geeft informatie over de volledige lengte van het kledingstuk. Als het een trui of een vest betreft, dan wordt deze vanaf het hoogste punt op de schouder gemeten (meestal het dichtst bij de halslijn), en recht naar beneden tot de onderkant van het kledingstuk. Het wordt NIET gemeten vanaf de punt van de schouder. Op gelijke wijze wordt ook de lengte van de pas gemeten, vanaf het hoogste punt op de schouder en naar beneden tot waar de pas gesplitst wordt voor het lijf en de mouwen.

Op een vest worden de afmetingen nooit over de biezen genomen, tenzij anders aangegeven. Meet altijd binnen de biessteken als u de lengte opmeet.

Bekijk de DROPS les: Maattekeningen lezen

naar boven

23) Hoe weet ik hoeveel bollen ik nodig heb?

De benodigde hoeveelheid garen wordt aangegeven in grammen, dus bijvoorbeeld: 450 g. Om uit te rekenen hoeveel bollen u nodig heeft, moet u eerst weten hoeveel gram er in 1 bol gaat (25 g, 50 g, of 100 g). Deze informatie vindt u door op de individuele garenkwaliteit te klikken op onze site. Deel de hoeveelheid benodigde garen door de hoeveelheid per bol. Bijvoorbeeld, als de bollen 50 gram wegen (de meest gebruikelijke hoeveelheid), ziet de berekening er als volgt uit: 450 / 50 = 9 bollen.

naar boven

Heeft u DROPS garen besteld om dit patroon te maken? Dan heeft u recht op hulp van de winkel waar u het garen gekocht heeft. Vind hier een lijst van DROPS winkels!
Kunt u het antwoord op uw vraag nog steeds niet vinden? Scroll dan naar beneden en laat een vraag achter zodat een van onze experts kan proberen u te helpen. Dit wordt normaal tussen 5 tot 10 werkdagen gedaan.. In de tussentijd kunt u de vragen en antwoorden lezen die anderen bij dit patroon achter hebben gelaten of doe mee met de DROPS Workshop op Facebook om hulp te krijgen van mede breisters en haaksters!

Opmerkingen / Vragen (8)

country flag Zjiraffe 04.05.2021 - 19:30:

Wanneer moet ik naald 3mm gaan gebruiken? Ik heb de eerste steken opgezet met nld 2,5. Ik verwacht na de halsboord op nld 3mm door te moeten gaan...?

user icon DROPS Design 05.05.2021 kl. 13:40:

Dag Zjiraffe,

Staat inderdaad niet aangegeven, maar de (hals)boord en de boorden onderaan brei je in maat 2,5, de rest in maat 3 mm.

country flag Helle Mouritzen 26.04.2021 - 05:48:

Jeg har strikket “næste omgang strikkes således” - jeg strikker i str.xl og slog 140 m op. Jeg har gjort nøjagtigt som der står i det afsnit. Dog har jeg nu 42 m tilbage, som jeg skal gøre hvad med???

user icon DROPS Design 27.04.2021 kl. 09:50:

Hej Helle. Strik * 1 ret, 2 vrang * over de næste 18 masker, 1 ret (= ½ bagstykket), strik A.1a (vælg diagram for din størrelse) over de næste 33 masker (= højre skulder), * 1 ret, 2 vrang *, strik fra *-* over de næste 36 masker, 1 ret (= forstykket), strik A.1a over de næste 33 masker (= venstre skulder), strik * 1 ret, 2 vrang *, strik fra *-* over de næste 18 masker. Fortsæt ribben rundt således i 2 cm (A.1a repeteres i højden). Gör du det så ska du inte få några m tilbake. Mvh DROPS Design

country flag Juani 21.04.2021 - 15:50:

Hola porque cuando descargo el patrón no se descarga el diagrama me gustaría imprimir este patrón en físico para poder mirarlo cuando lo necesite

user icon DROPS Design 24.04.2021 kl. 19:36:

Hola Juani. El patrón se descarga completo, con las explicaciones y el diagrama. Si no es así, debe ser problema de tu ordenador.

country flag Birgit Jeretzky 03.03.2021 - 12:05:

Summer Haze

country flag Willy 22.02.2021 - 09:38:

Mooi lente trui

country flag Alex Ly 10.01.2021 - 22:09:

Down by the river

country flag Katarzyna 08.01.2021 - 11:17:

Midsummer dream

country flag Pascale Boyer 07.01.2021 - 17:48:

J'aime bien la construction de l'emmanchure. Se rapproche d'un Contiguous sleeve, sans couture et différent du raglan

Laat een opmerking achter voor DROPS 221-7

Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!

Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.