DROPS / 221 / 8

Dancing Diamonds Cardigan by DROPS Design

Gebreid vest in DROPS Flora. Het werk wordt van boven naar beneden gebreid, met zadelschouders, kantpatroon en ¾-lengte mouwen. Maten S - XXXL.

  • Dancing Diamonds Cardigan / DROPS 221-8 - Gebreid vest in DROPS Flora. Het werk wordt van boven naar beneden gebreid, met zadelschouders, kantpatroon en ¾-lengte mouwen. Maten S - XXXL.
  • Dancing Diamonds Cardigan / DROPS 221-8 - Gebreid vest in DROPS Flora. Het werk wordt van boven naar beneden gebreid, met zadelschouders, kantpatroon en ¾-lengte mouwen. Maten S - XXXL.
  • Dancing Diamonds Cardigan / DROPS 221-8 - Gebreid vest in DROPS Flora. Het werk wordt van boven naar beneden gebreid, met zadelschouders, kantpatroon en ¾-lengte mouwen. Maten S - XXXL.
  • Dancing Diamonds Cardigan / DROPS 221-8 - Gebreid vest in DROPS Flora. Het werk wordt van boven naar beneden gebreid, met zadelschouders, kantpatroon en ¾-lengte mouwen. Maten S - XXXL.
  • Dancing Diamonds Cardigan / DROPS 221-8 - Gebreid vest in DROPS Flora. Het werk wordt van boven naar beneden gebreid, met zadelschouders, kantpatroon en ¾-lengte mouwen. Maten S - XXXL.
DROPS Design: Patroon nr. fl-063
Garengroep A
-------------------------------------------------------

MATEN:
S - M - L - XL - XXL - XXXL

MATERIAAL:
DROPS FLORA van garnstudio (behoort tot garengroep A)
200-250-250-250-300-300 g kleur 14, ijsblauw

STEKENVERHOUDING:
24 steken in de breedte en 32 naalden in de hoogte met tricotsteek = 10 x 10 cm.

NAALDEN:
DROPS NAALDEN ZONDER KNOP MAAT 3 MM.
DROPS RONDBREINAALD 3 MM: Lengte 40 cm en 80 cm voor tricotsteek en patroon.
DROPS NAALDEN ZONDER KNOP MAAT 2.5 MM.
DROPS RONDBREINAALD 2.5 MM: Lengte 80 cm voor de boordsteek.
De naalddikte is slechts een richtlijn. Als u te veel steken heeft op 10 cm, ga dan verder met een grotere naald. Als u te weinig steken heeft op 10 cm, ga dan verder met een kleinere naald.

DROPS PARELMOERKNOPEN, Gebogen (wit) NR 521: 6 stuks in alle maten.

-------------------------------------------------------
Stekenverhouding – Kijk hier hoe u deze moet opmeten en waarom
Alternatief garen – Bekijk hier hoe u een ander garen kiest
Garengroep A tot F – Bekijk hier hoe u hetzelfde patroon gebruikt met een ander garen
Garenverbruik als u een alternatief garen kiest – Gebruik onze garenvervanger
-------------------------------------------------------


65% wol, 35% alpaca
vanaf 2.39 € /50g
DROPS Flora uni colour DROPS Flora uni colour 2.39 € /50g
Breiwebshop
Bestel
DROPS Flora mix DROPS Flora mix 2.57 € /50g
Breiwebshop
Bestel
needles Naalden & Haaknaalden Bestel
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 9.56€ krijgen. Lees meer.

Instructies voor het patroon

-------------------------------------------------------

UITLEG VOOR HET PATROON:

-------------------------------------------------------

RIBBEL/RIBBELSTEEK (heen en weer gebreid):
Brei alle naalden recht.
1 ribbel in de hoogte = Brei 2 naalden recht.

PATROON:
Zie telpatroon A.1. Kies het telpatroon voor uw maat.

TIP VOOR HET MEERDEREN-1 (verdeeld):
Om uit te rekenen hoe u verdeeld meerdert, tel het totaal aantal steken waarover gemeerderd moet worden (dus 14 steken) en deel deze door het aantal te maken meerderingen (dus 6) = 2.3.
In dit voorbeeld, meerdert u door 1 omslag te maken na afwisselend elke 2e en 3e steek (ongeveer). Brei op de volgende naald de omslagen gedraaid om gaatjes te voorkomen.

TIP VOOR HET MEERDEREN-2 (aan de goede kant):
VOOR DE MARKEERDRAAD:
De nieuwe steek draait richting rechts
Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de vorige naald op te nemen, neem de draad op van achteren en brei recht in de voorste lus.
NA DE MARKEERDRAAD:
De nieuwe steek draait richting links.
Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de vorige naald op te nemen, neem de lus op vanaf de voorkant en brei recht in de achterste lus.

TIP VOOR HET MEERDEREN-3 (aan de verkeerde kant):
VOOR DE MARKEERDRAAD:
De nieuwe steek draait richting rechts.
Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de vorige naald op te nemen, neem de de draad op vanaf de voorkant en brei averecht in de achterste lus.
NA DE MARKEERDRAAD:
De nieuwe steek draait richting links
Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de vorige naald op te nemen, neem de draad op vanaf de achterkant en brei averecht in de voorste lus.

TIP VOOR HET MEERDEREN-4 (voor de zijkanten van het lijf):
Alle meerderingen worden aan de goede kant gebreid!
Brei tot er 3-3-3-4-4-4 steken over zijn voor de markeerdraad, maak 1 omslag, brei 6-6-6-8-8-8 recht (de markeerdraad zit in het midden van deze steken) maak 1 omslag.
Brei op de volgende naald de omslag gedraaid averecht om gaatjes te voorkomen. Brei dan de nieuwe steken in tricotsteek.

TIP VOOR HET MINDEREN (voor de zijkanten van het lijf en de mouwen):
Alle meerderingen worden aan de goede kant gebreid!
Minder 1 steek aan elke kant van de markeerdraad als volgt: Brei tot er 4-4-4-5-5-5 steken over zijn voor de markeerdraad, 2 recht samen, 4-4-4-6-6-6 recht (de markeerdraad zit in het midden van deze steken), 1 steek recht afhalen, 1 recht en haal de afgehaalde steek over de gebreide steek.

KNOOPSGATEN:
Brei de knoopsgaten op de rechter voorbies (als het kledingstuk gedragen wordt). Minder aan de goede kant als er 3 steken over zijn op de naald als volgt: Maak 1 omslag, 2 recht samen en 1 recht. Brei op de volgende naald (verkeerde kant) de omslag recht zodat er een gaatje ontstaat.
Het eerste knoopsgat wordt gebreid als de hals 1½-2 cm meet. De overgebleven 5-5-5-5-5-5 knoopsgaten worden gebreid met ongeveer 8-8-8½-9-9-9½ cm tussen elk.

TIP VOOR HET AFKANTEN:
Om te voorkomen dat de afkantrand te strak wordt, kunt u afkanten met een naald in een grotere maat. Als de rand nog steeds strak is, maak dan 1 omslag na ongeveer elke 3e of 6e steek, terwijl u tegelijkertijd afkant; de omslagen worden als normale steken afgekant.

-------------------------------------------------------

BEGIN HET WERK HIER:

-------------------------------------------------------

VEST – KORTE SAMENVATTING VAN HET WERK:
De hals en de pas worden heen en weer gebreid met de rondbreinaald vanaf midden voor en van boven naar beneden. De pas wordt verdeeld voor het lijf en mouwen en het lijf wordt heen en weer gebreid. De mouwen worden in de rondte gebreid met korte rondbreinaald/breinaalden zonder knop, van boven naar beneden.

HALS:
Zet 122-122-134-146-155-155 steken op (inclusief 5 voorbiessteken aan elke kant richting midden voor) met rondbreinaald 2.5 mm en Flora. Brei 1 naald averecht (= verkeerde kant). Brei nu boordsteek als volgt:
5 voorbiessteken in RIBBELSTEEK – lees beschrijving hierboven, * 1 recht, 2 averecht *, brei van *-* over de volgende 12-12-15-15-18-18 steken, 1 recht, 1 averecht (= linker voorpand), brei A.1a (kies het telpatroon voor uw maat) over de volgende 27-27-27-33-33-33 steken (= linkerschouder), 1 averecht, * 1 recht, 2 averecht *, brei van *-* over de volgende 27-27-33-33-36-36 steken, 1 recht, 1 averecht (= achterpand), brei A.1a over de volgende 27-27-27-33-33-33 steken (= rechterschouder), 1 averecht, 1 recht, * 2 averecht, 1 recht *, brei van *-* over de volgende 12-12-15-15-18-18 steken en eindig met 5 voorbiessteken in ribbelsteek (= rechter voorpand).
A.1a wordt in de hoogte herhaald. Ga verder met deze boordsteek voor 2 cm – pas aan zodat de volgende naald aan de verkeerde kant zit. Denk om de knoopsgaten op de rechter voorbies – lees beschrijving hierboven.
De volgende naald wordt als volgt gebreid:
5 voorbiessteken in ribbelsteek, 14-14-17-17-20-20 averecht en meerder 6-8-3-7-8-8 steken verdeeld over deze steken - lees TIP VOOR HET MEERDEREN-1, brei patroon zoals hiervoor over de volgende 27-27-27-33-33-33 steken, 30-30-36-36-39-39 averecht en meerder 10-14-10-16-19-19 steken verdeeld over deze steken, brei patroon zoals hiervoor over de volgende 27-27-27-33-33-33 steken, 14-14-17-17-20-20 averecht en meerder 6-8-3-7-8-8 steken verdeeld over deze steken, 5 voorbiessteken in ribbelsteek = 144-152-150-176-190-190 steken.

PAS:
Voeg een markeerdraad in na de voorbies – HET WERK WORDT NU VANAF HIER GEMETEN!
Voeg daarnaast 4 andere markeerdraden in als volgt – zonder de steken te breien; de markeerdraden worden ingevoegd tussen 2 steken en niet in de steek en worden gebruikt voor het meerderen voor de schouders.
Markeerdraad 1: Tel 25-27-25-29-33-33 steken (= linker voorpand), voeg de markeerdraad in voor de volgende steek.
Markeerdraad 2: Tel 27-27-27-33-33-33 steken vanaf markeerdraad 1 (= schouder), voeg de markeerdraad in voor de volgende steek.
Markeerdraad 3: Tel 40-44-46-52-58-58 steken vanaf markeerdraad 2 (= achterpand), voeg de markeerdraad in voor de volgende steek.
Markeerdraad 4: Tel 27-27-27-33-33-33 steken vanaf markeerdraad 3 (= schouder), voeg de markeerdraad in voor de volgende steek.
Er zijn 25-27-25-29-33-33 steken over na markeerdraad 4.
Neem de markeerdraden mee tijdens het breien in de hoogte.

MEERDER VOOR DE ZADELSCHOUDERS:
Lees het hele stuk hieronder door voordat u verder gaat!
Ga verder met A.1b op de schouders, 5 voorbiessteken in ribbelsteek aan elke kant en tricotsteek over de overgebleven steken.
Meerder TEGELIJKERTIJD op de eerste naald aan de goede kant, 4 steken als volgt:
Meerder VOOR markeerdraden 1 en 3 en meerder NA markeerdraden 2 en 4 – lees TIP VOOR HET MEERDEREN-2. U meerdert alleen op de voor- en achterpanden; het aantal steken op de schouder blijft hetzelfde.
Meerder op de volgende naald aan de verkeerde kant 4 steken als volgt:
Meerder VOOR markeerdraden 4 en 2 en meerder NA markeerdraden 3 en 1 – lees TIP VOOR HET MEERDEREN-3.
U meerdert op IEDERE naald, op een verschillende manier op de goede en verkeerde kanten, zodat de steken mooi liggen.
Ga verder met het patroon en meerder op iedere naald in totaal 22-22-27-27-29-32 keer = 232-240-258-284-306-318 steken (de gemeerderde steken worden in tricotsteek gebreid). DENK OM DE STEKENVERHOUDING!
Na de laatste meerdering meet het werk ongeveer 7-7-8-8-9-10 cm vanaf de markeerdraad op de hals. Meerder nu voor de mouwen zoals beschreven hieronder.

MEERDER VOOR DE MOUWEN:
Ga verder met het patroon. Meerder TEGELIJKERTIJD op de volgende naald aan de goede kant, 4 steken als volgt:
Meerder NA markeerdraden 1 en 3 en meerder VOOR markeerdraden 2 en 4 – denk om TIP VOOR HET MEERDEREN-2.
U meerdert nu alleen op de mouwen en het aantal steken dat over is op de voor- en achterpanden blijft hetzelfde. De gemeerderde steken worden in tricotsteek gebreid.
Meerder zo iedere 2e naald (elke naald aan de goede kant) in totaal 18-19-18-19-18-16 keer = 304-316-330-360-378-382 steken.
Het werk meet ongeveer 18-19-19-20-20-20 cm vanaf de markeerdraad op de hals.
Meerder nu voor de pas zoals beschreven hieronder.

MEERDEREN VOOR DE PAS:
Verplaats de 4 markeerdraden zodat elke markeerdraad in de buitenste mouwsteken zit aan elke kant. Er zijn 61-63-61-69-67-63 steken tussen de markeerdraden op elke schouder.
Meerder op de volgende naald 8 steken door zowel voor als na elke markeerdraadsteek te meerderen – denk om TIP VOOR HET MEERDEREN-2.
U meerdert nu op de voor- en achterpanden en op de mouwen, de gemeerderde steken worden gebreid in tricotsteek.
Meerder zo iedere 2e naald (elke naald aan de goede kant) in totaal 1-4-4-5-7-9 keer = 312-348-362-400-434-454 steken.
Als alle meerderingen klaar zijn meet het werk ongeveer 18-20-22-23-25-27 cm vanaf de markeerdraad op de hals. Als het werk korter is dan dit brei dan verder zonder verdere meerderingen tot de juiste lengte.

Verdeel nu het werk voor het lijf en de mouwen op de volgende naald als volgt:
Brei de eerste 48-53-53-59-66-70 steken (= voorpand), plaats de volgende 65-73-77-85-89-91 steken op een hulpdraad voor de mouw, zet 12-12-16-18-20-22 steken op (= in de zijkant onder de mouw), brei de volgende 86-96-102-112-124-132 steken (= achterpand), plaats de volgende 65-73-77-85-89-91 steken op een hulpdraad voor de mouw, zet 12-12-16-18-20-22 steken op (= in de zijkant onder de mouw), brei de laatste 48-53-53-59-66-70 steken (= voorpand). Het lijf en mouwen worden apart verder gebreid. HET WERK WORDT NU VANAF HIER GEMETEN.

LIJF:
= 206-226-240-266-296-316 steken. Voeg 1 markeerdraad in, 54-59-61-68-76-81 steken vanaf elke kant (= zijkanten van het lijf). Er zijn 98-108-118-130-144-154 steken tussen de markeerdraden op het achterpand; neem de markeerdraden gaandeweg mee tijdens het breien in de hoogte, ze worden gebruikt bij het minderen en meerderen in de zijkanten.
Ga verder met tricotsteek en 5 voorbiessteken in ribbelsteek aan elke kant.
Als het werk 3 cm meet vanaf de scheiding, minder dan 1 steek aan elke kant van beide markeerdraden – lees TIP VOOR HET MINDEREN (= 4 steken geminderd). Minder zo iedere 1½ cm in totaal 5-5-5-5-5-5 keer = 186-206-220-246-276-296 steken. Als het werk 11 cm meet vanaf de scheiding, meerder dan 1 steek aan elke kant van beide markeerdraden – lees TIP VOOR HET MEERDEREN-3 (= 4 steken gemeerderd). Meerder zo iedere cm in totaal 9-9-9-8-8-8 keer = 222-242-256-278-308-328 steken. Als het werk 20 cm meet (4 cm over tot de gewenste lengte), meerder dan 11-12-16-21-24-25 steken verdeeld = 233-254-272-299-332-353 steken.
Brei boordsteek aan de goede kant als volgt: 5 voorbiessteken in ribbelsteek, * 1 recht, 2 averecht*, brei van *-* tot er 6 steken over zijn, 1 recht en 5 voorbiessteken in ribbelsteek. Als de boordsteek 4 cm meet, kant dan af met ribbelsteek over ribbelsteek, recht boven recht en averecht boven averecht – lees TIP VOOR HET AFKANTEN.
Het vest meet ongeveer 48-50-52-54-56-58 cm vanaf de schouder naar beneden.

MOUWEN:
Plaats de 65-73-77-85-89-91 steken van de hulpdraad aan de ene kant van het werk op breinaalden zonder knop/korte rondbreinaald 3 mm en neem 1 steek op in elk van de 12-12-16-18-20-22 opgezette steken onder de mouw = 77-85-93-103-109-113 steken. Voeg een markeerdraad in, in het midden van de nieuwe steken onder de mouw. Neem de markeerdraad gaandeweg mee tijdens het breien in de hoogte; het wordt gebruikt bij het minderen onder de mouw.
Brei in patroon zoals hiervoor over de middelste 27-27-27-33-33-33 steken. De andere steken worden gebreid in tricotsteek.
Als de mouw 3-3-3-3-2-2 cm meet, minder dan 1 steek aan elke kant van de markeerdraad – lees TIP VOOR HET MINDEREN (= 2 steken geminderd). Minder zo iedere 3-2-1½-1-1-1 cm in totaal 6-9-12-14-15-15 keer = 65-67-69-75-79-83 steken. Brei tot de mouw 24-23-21-20-18-17 cm meet vanaf de scheiding (kortere afmetingen in de grotere maten vanwege bredere schouders) – of tot de gewenste lengte (3 cm over tot de gewenste lengte).
Meerder nu 1-2-3-3-2-4 steken verdeeld over de tricotsteken (de steken in A.1b worden zoals hiervoor gebreid) = 66-69-72-78-81-87 steken. Ga verder met breinaalden zonder knop maat 2.5 mm. Brei A.1a over A.1b, en boordsteek over de overgebleven steken (1 recht, 2 averecht). Als de boordsteek 3 cm meet, kant dan af met recht boven recht en averecht boven averecht - denk om TIP VOOR HET AFKANTEN. De mouw meet ongeveer 27-26-24-23-21-20 cm vanaf de scheiding. Brei de andere mouw op dezelfde manier.

AFWERKING:
Naai de knopen op de linker voorbies.

Telpatroon

symbols = recht aan de goede kant, averecht aan de verkeerde kant
symbols = averecht aan de goede kant, recht aan de verkeerde kant
symbols = maak 1 omslag tussen 2 steken
symbols = 2 recht samen
symbols = 1 steek recht afhalen, 1 recht en haal de afgehaalde steek over de gebreide steek
symbols = 1 steek recht afhalen, 2 recht samen en haal de afgehaalde steek over de samengebreide steken
symbols = Meerdering voor de zadelschouders
symbols = Meerdering voor de mouwen
symbols = Meerdering voor de pas
diagram
diagram
diagram
diagram
signature

Heeft u hulp nodig voor dit patroon?

Bedankt dat u een patroon van DROPS Design kiest. We zijn er trots op dat we patronen aanbieden die correct en makkelijk te volgen zijn. Alle patronen zijn uit het Noors vertaald en u kunt altijd het origineel patroon controleren (DROPS 221-8) voor de afmetingen en de berekiningen.

Heeft u moeite met het volgen van het patroon? Hieronder vindt u een lijst met bronnen die u kunnen helpen om uw project vlot af te maken - of om eenvoudig iets nieuws te leren.

1) Waarom is de stekenverhouding zo belangrijk?

De stekenverhouding bepaalt de uiteindelijke afmetingen van uw werkstuk en wordt normaliter aangegeven in 10 x 10 cm. Het wordt als volgt aangegeven: het aantal steken in de breedte x het aantal naalden in de hoogte - dus: 19 steken x 26 naalden = 10 x 10 cm.

De stekenverhouding is heel erg individueel; sommige mensen breien/haken heel losjes, terwijl anderen vrij strak werken. De stekenverhouding past u aan met de naalddikte, wat de reden is waarom we slechts een suggestie voor de naalddikte geven! U moet deze aanpassen (naar boven of beneden) om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding overeenkomt met de stekenverhouding die aangegeven staat in het patroon. Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan zal het garenverbruik anders zijn, en zal uw werkstuk andere afmetingen krijgen dan het patroon aangeeft.

De stekenverhouding geeft tevens aan welk garen als vervanging kan dienen. U kunt verschillende garens met elkaar vervangen, zolang de stekenverhouding maar hetzelfde is.

Bekijk de DROPS les: Hoe u de stekenverhouding opmeet

Bekijk de DROPS video: Hoe u een proeflapje maakt

naar boven

2) Wat zijn de garengroepen?

Al onze garens zijn ondergebracht in garengroepen (van A tot F) volgens dikte en stekenverhouding – groep A bevat de dunste garens en groep F de dikste. Dit maakt het makkelijker voor u om alternatieve garens te vinden voor onze patronen, indien u graag ander garen wilt gebruiken. Alle garens binnen dezelfde groep hebben ongeveer eenzelfde stekenverhouding en kunnen elkaar vervangen. Het is wel zo dat verschillende garenkwaliteiten verschillende structuren en eigenschappen hebben, wat het uiteindelijke werkstuk een unieke 'look en feel' geeft.

Klik hier voor een overzicht van de garens in elke garengroep

naar boven

3) Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

Bij het kiezen van een ander garen is het belangrijk dat de stekenverhouding hetzelfde blijft. De afmetingen van het uiteindelijke werk zijn dan hetzelfde als aangegeven in de tekening bij het patroon. Het is makkelijker om dezelfde stekenverhouding te krijgen als u garen gebruikt uit dezelfde garengroep. Het is ook mogelijk om meerdere draden van een dunner garen te gebruiken om de stekenverhouding van een dikker garen te krijgen. Probeer onze garenvervanger. We raden u aan om altijd een proeflapje te maken.

LET OP: als u een ander garen neemt, kan het kledingstuk een andere 'look en feel' krijgen dan het kledingstuk op de foto, vanwege individuele eigenschappen en kwaliteiten van elk garen.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

naar boven

4) Hoe gebruik ik de garenvervanger?

Bovenaan al onze patronen vindt u een link naar onze garenvervanger, welke handig kan zijn als u een ander garen wilt gebruiken dan staat aangegeven in het patroon. Door het garen in te vullen dat u wilt vervangen, de hoeveelheid (in uw maat) en het aantal draden, stelt de vervanger geschikte alternatieven voor met dezelfde stekenverhouding. Daarnaast wordt aangegeven hoeveel u nodig heeft in de nieuwe kwaliteiten en of u met meerdere draden moet werken. De meeste bollen zijn 50 gram (sommige zijn 25 gram of 100 gram).

Als het patroon met meerdere kleuren wordt gebreid/gehaakt, moet elke kleur apart worden vervangen. Dit geldt ook als het patroon met verschillende draden van verschillende garens wordt gemaakt (bijvoorbeeld 1 draad Alpaca en 1 draad Kid-Silk) dan zult u voor elk individueel alternatieven moeten vinden.

Klik hier voor de garenvervanger

naar boven

5) Waarom krijg ik de verkeerde stekenverhouding met de aangegeven naalddikte?

De naalddikte die aangegeven is in het patroon geldt slechts als een richtlijn, het is van belang dat de stekenverhouding klopt. En omdat de stekenverhouding per persoon nogal verschillend is, zult u de naalddikte aan moeten passen om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding hetzelfde is als in het patroon – misschien is het nodig dat u 1 of zelfs 2 naalddiktes naar beneden of naar boven moet om de juiste stekenverhouding te krijgen. Daarom raden we ook aan om een proeflapje te maken.

Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan kunnen de afmetingen van het werkstuk afwijken van de afmetingen volgens de tekening.

Bekijk de DROPS les: Hoe meet u de stekenverhouding

Bekijk de DROPS video: Hoe maakt u een proeflapje voor de stekenverhouding

naar boven

6) Waarom wordt het patroon van boven naar beneden gereid?

Als u een kledingstuk van boven naar beneden breit, dan geeft dit meer flexibiliteit en mogelijkheden voor persoonlijke aanpassingen. Het is bijvoorbeeld makkelijker om het kledingstuk te passen terwijl u er mee bezig bent. U kunt ook makkelijker de lengte van de pas en de schouderkoppen aanpassen.

In de uitleg worden alle stappen zorgvuldig uitgelegd in de juiste volgorde. De telpatronen zijn aangepast aan de breirichting en worden zoals gebruikelijk gebreid.

naar boven

7) Waarom zijn de mouwen korter in de grotere maten?

De totale breedte van het kledingstuk (van pols tot pols) is groter in de grotere maten, ondanks dat de eigenlijke mouwen korter zijn. De grotere maten hebben langere mouwkoppen en bredere schouders, dus er is een goede pasvorm in alle maten.

naar boven

8) Wat is een herhaling?

Telpatronen worden vaak herhaald in de breedte op de naald en/of in de hoogte. 1 herhaling van het telpatroon is hoe het te zien is in het telpatroon. Als er staat dat u 5 herhalingen van A.1 op de naald moet breien, dan breit u het patroon in totaal 5 keer achter/na elkaar op de naald. Als er staat dat u 2 herhalingen van A.1 in de hoogte moet breien, dan breit u het hele telpatroon (dus alle naalden van het telpatroon) een keer en begint u opnieuw onderaan bij het begin en breit u het telpatroon nog een keer.

naar boven

9) Hoe brei ik volgens een telpatroon?

Het telpatroon laat alle naalden en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt gelezen van onder naar boven, van rechts naar links. 1 vierkant = 1 steek.

Als u heen en weer breit, wordt elke andere naald aan de goede kant gebreid en elke andere naald wordt aan de verkeerde kant gebreid. Als u aan de verkeerde kant breit, moet u het telpatroon omgekeerd breien, dus van links naar rechts. rechte steken worden dan averecht gebreid en averechte steken recht, etc.

Als u in de rondte breit wordt elke naald aan de goede kant gebreid en het telpatroon wordt dan van rechts naar links gebreid op alle naalden.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees ik de teltekening bij de patronen?

naar boven

10) Hoe haak ik volgens een telpatroon?

Het telpatroon laat alle toeren en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt van onder naar boven gehaakt en van rechts naar links.

Als u heen en weer haakt, wordt elke andere toer aan de goede kant gehaakt: van rechts naar links en elke andere toer wordt aan de verkeerde kant gehaakt: vank links naar rechts.

Als u in de rondte haakt, wordt elke toer in het telpatroon aan de goede kant gehaakt, van rechts naar links.

Als u een cirkelvormig telpatroon haakt, dan begint u in het midden en haakt u naar buiten toe, tegen de klok in, toer na toer.

Meestal beginnen de toeren met een opgegeven aantal lossen (overeenkomend met de hoogte van de volgende steek), deze zijn of in het telpatroon opgenomen, of uitgelegd in het patroon.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees je telpatronen voor haken

naar boven

11) Hoe brei/haak je verschillende telpatronen tegelijkertijd op dezelfde naald/toer

Instructies om verschillende telpatronen achter elkaar op dezelfde naald/toer te breien/haken, worden meestal als volgt beschreven: “brei/haak A.1, A.2, A.3 in totaal 0-0-2-3-4 keer". Dit betekent dat u A.1 een keer breit/haakt, daarna wordt A.2 een keer gebreid/gehaakt, en A.3 wordt het aantal aangegeven keren (in de breedte) in uw maat gebreid/gehaakt – in dit geval als volgt: S = 0 keer, M = 0 keer, L=2 keer, XL= 3 keer en XXL = 4 keer.

De telpatronen worden zoals gebruikelijk gebreid/gehaakt: begin met de eerste naald/toer in A.1, brei/haak dan de volgende naald/toer in A.2 etc.

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor breien leest

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor haken leest

naar boven

12) Waarom begint het werk met meer lossen dan waarmee gehaakt wordt?

Lossen zijn ietsje smaller dan andere steken en om te voorkomen dat de opzetrand te strak wordt, haken we eenvoudigweg meer lossen om mee te beginnen. Het aantal steken wordt in de volgende toer aangepast zodat het overeenkomt met het patroon en de afmetingen in de tekening.

naar boven

13) Waarom meerderen voor de boord als het werk van boven naar beneden gebreid wordt?

De rand in ribbelsteek is elastischer en zal ietwat samentrekken vergeleken met bijvoorbeeld tricotsteek. Door te meerderen voor de rand in ribbelsteek, voorkomt u een zichtbaar verschil in breedte tussen de rand in ribbelsteek en de rest van het lijf.

naar boven

14) Waarom meerderen in de afkantrand?

Het gebeurt vrij makkelijk dat u te strak afkant, en door omslagen te maken tijdens het afkanten (terwijl u deze tegelijkertijd afkant) voorkomt u dat de afkantrand te strak wordt.

Bekijk de DROPS video: Hoe kant u af met omslagen

naar boven

15) Hoe meerder/minder je afwisselend op elke 3e en 4e naald/toer?

Om gelijkmatig te meerderen (of te minderen) kunt u meerderen op, bijvoorbeeld: afwisselend elke 3e en 4e naald, als volgt: brei 2 naalden en meerder op de 3e naald, brei 3 naalden en meerder op de 4e naald. Herhaal dit tot het meerderen klaar is.

Bekijk de DROPS les: Meerder of minder 1 st afwisselend

naar boven

16) Waarom is het patroon een beetje anders dan wat ik op de foto zie?

Herhalingen van het patroon kunnen een beetje anders zijn in de verschillende maten, om de juiste verhoudingen te krijgen. Als u niet dezelfde maat maakt als het kledingstuk op de foto, wijkt uw werkstuk wellicht ietsje af. Dit is met zorg ontwikkeld en aangepaste zodat het totale beeld van het kledingstuk hetzelfde is in alle maten.

Zorg ervoor dat u de instructies en de telpatronen voor uw maat volgt!

naar boven

17) Hoe kan ik een vest in de rondte breien, in plaats van heen en weer?

Als u liever in de rondte breit dan heen en weer, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen. U moet dan steken midden voor toevoegen (meestal 5 steken) en de instructies volgen. Als u normaal het werk keert en aan de verkeerde kant breit, breit u nu over de extra steken en gaat u verder in de rondte. Aan het einde knipt u het werk open. Neem steken op voor de biezen en werk de afgeknipte randen af.

Bekijk de DROPS video: Hoe breit u knipbiezen en openknippen

naar boven

18) Kan ik een trui heen en weer breien in plaats van in de rondte?

Als u liever heen en weer breit dan in de rondt, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen zodat u de panden apart van elkaar breit en aan het eind aan elkaar naait. Deel de steken voor het lijf in tweeën en voeg 1 kantsteek toe aan elke kant (voor het in elkaar naaien) en brei het voor- en achterpand apart van elkaar.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een patroon aanpassen van rondbreinaalden naar rechte naalden?

naar boven

19) Waarom staan er garens in de patronen die niet meer leverbaar zijn?

Omdat de verschillende garens verschillende kwaliteiten en verschillend texturen hebben, hebben we ervoor gekozen om het originele garen in het patroon te laten staan. Maar u kunt vrij makkelijk andere opties vinden tussen de beschikbare garenkwaliteiten door onze garenvervanger te gebruiken, of door een garen uit dezelfde garengroep uit te kiezen.

Het is mogelijk dat sommige verkooppunten nog bollen op voorraad hebben van garens die niet meer leverbaar zijn, of dat iemand thuis nog een paar bollen heeft liggen en hier een patroon bij zoekt.

Degarenvervanger laat alternatieve garens zien en de hoeveelheid die u nodig heeft in de nieuwe kwaliteit.

naar boven

20) Hoe verander ik een kledingstuk voor dames in eentje voor heren?

Als u een patroon heeft gevonden doe alleen beschikbaar is in damesmaten, dan hoeft het niet heel moeilijk te zijn om deze aan te passen naar een herenmaat. Het grootste verschil is de lengte van de mouwen en het lijf. Begin met breien in de damesmaat die overeenkomt met de borstwijdte. De lengte die erbij komt wordt namelijk gebreid voordat u begint met afkanten voor de armsgaten. Als het patroon van boven naar beneden wordt gebreid, kunt u lengte toevoegen vlak na de armsgaten of voor de eerste mindering op de mouw.

Wat betreft de extra hoeveelheid garen wat u nodig heeft: dit hangt heel erg af van hoeveel lengte u toevoegt, maar het is vaak meter dat u een bol te veel hebt dan te weinig.

naar boven

21) Hoe voorkom ik dat een harig kledingstuk gaat pillen of pluizen?

Alle garens hebben vezels die uitsteken (door de productie) waardoor een kledingstuk gaat pluizen of pillen. Geborstelde garens (dus meer harige garens) hebben meer van deze losse, uitstekende vezels waardoor het eerder gaat pluizen of pillen.

Hoewel het niet mogelijk is om te garanderen dat geborsteld garen 100% pluisvrij is, is het wel mogelijk om dit drastisch af te laten nemen, door de volgende stappen te ondernemen:

1. Als het kledingstuk klaar is (voordat u het gaat wassen) schudt u het kledingstuk flink uit, zodat de losse haartjes eruit komen. LET OP: gebruik GEEN roller, borstel of andere methode, waardoor aan het kledingstuk getrokken wordt

2. Plaats het kledingstuk in een plastic zak en leg het in de vriezer - de temperatuur zorgt ervoor dat de vezels minder aan elkaar blijven zitten, en uitstekende vezels komen makkelijker los.

3. Laat een paar uur in de vriezer liggen, voordat u het eruit haalt en schudt het kledingstuk dan opnieuw uit.

4. Was het kledingstuk volgens de instructies op het garenlabel.

naar boven

22) Waar op het kledingstuk wordt de lengte gemeten??

De tekening/ het schema met de afmetingen geeft informatie over de volledige lengte van het kledingstuk. Als het een trui of een vest betreft, dan wordt deze vanaf het hoogste punt op de schouder gemeten (meestal het dichtst bij de halslijn), en recht naar beneden tot de onderkant van het kledingstuk. Het wordt NIET gemeten vanaf de punt van de schouder. Op gelijke wijze wordt ook de lengte van de pas gemeten, vanaf het hoogste punt op de schouder en naar beneden tot waar de pas gesplitst wordt voor het lijf en de mouwen.

Op een vest worden de afmetingen nooit over de biezen genomen, tenzij anders aangegeven. Meet altijd binnen de biessteken als u de lengte opmeet.

Bekijk de DROPS les: Maattekeningen lezen

naar boven

23) Hoe weet ik hoeveel bollen ik nodig heb?

De benodigde hoeveelheid garen wordt aangegeven in grammen, dus bijvoorbeeld: 450 g. Om uit te rekenen hoeveel bollen u nodig heeft, moet u eerst weten hoeveel gram er in 1 bol gaat (25 g, 50 g, of 100 g). Deze informatie vindt u door op de individuele garenkwaliteit te klikken op onze site. Deel de hoeveelheid benodigde garen door de hoeveelheid per bol. Bijvoorbeeld, als de bollen 50 gram wegen (de meest gebruikelijke hoeveelheid), ziet de berekening er als volgt uit: 450 / 50 = 9 bollen.

naar boven

Heeft u DROPS garen besteld om dit patroon te maken? Dan heeft u recht op hulp van de winkel waar u het garen gekocht heeft. Vind hier een lijst van DROPS winkels!
Kunt u het antwoord op uw vraag nog steeds niet vinden? Scroll dan naar beneden en laat een vraag achter zodat een van onze experts kan proberen u te helpen. Dit wordt normaal tussen 5 tot 10 werkdagen gedaan.. In de tussentijd kunt u de vragen en antwoorden lezen die anderen bij dit patroon achter hebben gelaten of doe mee met de DROPS Workshop op Facebook om hulp te krijgen van mede breisters en haaksters!

Opmerkingen / Vragen (9)

country flag Nina Kubbe 11.05.2021 - 11:22:

Nach der Zunahme der Ärmel habe ich deutlich mehr Maschen zwischen den Makierern als 61. muss ich die Markierer gezielt so umsetzten dass es genau 61 sind? Die Zunahme verläuft dann jedoch an einer anderen Stelle, als die bisherigen.

user icon DROPS Design 11.05.2021 kl. 13:29:

Liebe Frau Kubbe, in S sowie in L sollen Sie 63 Maschen für jede Ärmel haben, dh: 27 Maschen + 18 Zunahmen beidseitig = 63 M, dann legen Sie 1 Markierung in die 1. dieser 63 Maschen und 1 Markierung in die letzte dieser 63 Maschen. Viel Spaß beim stricken!

country flag Tanja 25.04.2021 - 14:22:

Jag hittar inte när det är dags att byta från stickor 2,5 till 3. Är det på ökningsvarvet efter resåren i halsringningen, eller senare?

user icon DROPS Design 27.04.2021 kl. 09:26:

Hej Tanja. Du stickar resår med sticka 2,5 och slätstickning/mönster med sticka 3, så du byter till sticka 3 direkt efter resåren. Mvh DROPS Design

country flag Alex Ly 10.01.2021 - 22:05:

Hazy day

country flag Jana 09.01.2021 - 16:50:

Sommerbrise

country flag Maria Do Céu Teixeira 08.01.2021 - 22:10:

Lavanda fresh

country flag Donna 08.01.2021 - 13:24:

Evening Breeze

country flag Anna Sarjanen 07.01.2021 - 21:40:

City chick

country flag Charlotte 07.01.2021 - 18:39:

Sommer regn

country flag Pascale Boyer 07.01.2021 - 17:50:

Joli, original et féminin. Emmanchure moderne.

Laat een opmerking achter voor DROPS 221-8

Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!

Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.