DROPS / 212 / 39

Springs Surrender Jacket by DROPS Design

Gebreid vest met raglan in DROPS Alpaca. Het werk wordt van boven naar beneden gebreid met kantpatroon en korte mouwen. Maat: S - XXXL

  • Springs Surrender Jacket / DROPS 212-39 - Gebreid vest met raglan in DROPS Alpaca. Het werk wordt van boven naar beneden gebreid met kantpatroon en korte mouwen. Maat: S - XXXL
  • Springs Surrender Jacket / DROPS 212-39 - Gebreid vest met raglan in DROPS Alpaca. Het werk wordt van boven naar beneden gebreid met kantpatroon en korte mouwen. Maat: S - XXXL
  • Springs Surrender Jacket / DROPS 212-39 - Gebreid vest met raglan in DROPS Alpaca. Het werk wordt van boven naar beneden gebreid met kantpatroon en korte mouwen. Maat: S - XXXL
DROPS design: Patroon z-887
Garengroep A
----------------------------------------------------------

MAAT:
S - M - L - XL - XXL - XXXL

MATERIAAL:
DROPS ALPACA van garnstudio (behoort tot garengroep A)
200-200-200-250-250-300 g kleur 3112, zacht roze

STEKENVERHOUDING:
24 steken in de breedte en 32 naalden in de hoogte in tricotsteek = 10 x 10 cm.

NAALDEN:
DROPS NAALDEN ZONDER KNOP MAAT 3 mm
DROPS RONDBREINAALD 3 mm: Lengte 80 cm voor tricotsteek.
DROPS NAALDEN ZONDER KNOP MAAT 2.5 mm
DROPS RONDBREINAALD 2.5 mm: Lengte 80 cm voor de boordsteek.
De naalddikte is slechts een richtlijn! Als u te veel steken heeft op 10 cm, brei dan verder met een grotere naald. Als u te weinig steken heeft op 10 cm, brei dan verder met een kleinere naald.

DROPS PARELMOERKNOOP GEBOGEN (wit), NR 521: 6-6-6-6-7-7 stuks

-------------------------------------------------------
Stekenverhouding – Kijk hier hoe u deze moet opmeten en waarom
Alternatief garen – Bekijk hier hoe u een ander garen kiest
Garengroep A tot F – Bekijk hier hoe u hetzelfde patroon gebruikt met een ander garen
Garenverbruik als u een alternatief garen kiest – Gebruik onze garenvervanger
-------------------------------------------------------


100% alpaca
vanaf 3.90 € /50g
DROPS Alpaca uni colour DROPS Alpaca uni colour 3.90 € /50g
Hobbydoos.nl
Bestel
DROPS Alpaca mix DROPS Alpaca mix 4.10 € /50g
Hobbydoos.nl
Bestel
needles Naalden & Haaknaalden
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 15.60€ krijgen. Lees meer.

Instructies voor het patroon

UITLEG VOOR HET PATROON:

----------------------------------------------------------

RIBBEL/RIBBELSTEEK (heen en weer gebreid):
Brei alle naalden recht.
1 ribbel = brei 2 naalden recht.

PATROON:
Zie telpatronen A.1 tot A.4. Kies het telpatroon voor uw maat. De telpatronen laten alle naalden in het patroon aan de goede kant zien.

TIP VOOR HET MEERDEREN-1 (geldt voor de raglan):
Alle meerderingen worden op een naald aan de goede kant gemaakt.
Meerder 1 steek door 1 omslag te maken tussen 2 steken. Brei op de volgende naald de omslag gedraaid averecht om gaatjes te voorkomen. Brei dan de nieuwe steken in tricotsteek.

TIP VOOR HET MEERDEREN-2 (geldt voor de zijkanten van het lijf):
Alle meerderingen worden op een naald aan de goede kant gemaakt.
Brei tot er 2 steken over zijn voor de markeerdraad, 1 omslag, 4 recht (de markeerdraad is in het midden van deze steken), 1 omslag. Brei op de volgende naald de omslagen gedraaid averecht om gaatjes te voorkomen. Brei dan de nieuwe steken in tricotsteek.

TIP VOOR HET MINDEREN (geldt voor de zijkant op het lijf en de mouwen):
Alle minderingen worden op een naald aan de goede kant gemaakt.
Minder 1 steek aan elke kant van de markeerdraad als volgt: Brei tot er 3 steken over zijn voor de markeerdraad en brei 2 recht samen, 2 recht (de markeerdraad zit tussen deze steken), 1 steek recht afhalen, 1 recht, haal de afgehaalde steek over de gebreide steek.

AANTAL STEKEN:
Omdat er zowel meerderingen als minderingen worden gemaakt in A.1a, A.2a, A.3a en A.4a, varieert het aantal steken, afhankelijk van op welke naald u ze telt (afhankelijk van of meerdert of mindert in het patroon).

TIP VOOR HET AFKANTEN:
Om een strakke afkantrand te voorkomen kunt u een naald in een maat groter gebruiken. Als het nog steeds te strak is, maak dan 1 omslag na ongeveer iedere 4e steek en kant deze af als normale steken.

KNOOPSGATEN:
Minder voor de knoopsgaten op de rechter voorbies (als het kledingstuk gedragen wordt). Minder aan de goede kant als er 3 steken over zijn op de naald als volgt: Maak 1 omslag, brei de volgende 2 steken recht samen, brei de laatste steek recht. Brei op de volgende naald de omslag recht om gaatjes te maken.
Minder voor het eerste knoopsgat als de halsrand ongeveer 1½-2 cm meet. Minder dan voor de volgende 5-5-5-5-6-6 met ongeveer 8-8½-8½-9-8-8 cm uit elkaar.

----------------------------------------------------------

BEGIN HET WERK HIER:

----------------------------------------------------------

VEST - KORTE SAMENVATTING VAN HET WERK:
Brei de halsrand en de pas heen en weer op de rondbreinaald vanaf midden voor, van boven naar beneden. Verdeel nu de pas voor het lijf en de mouwen. Brei het lijf heen en weer op de rondbreinaald, van boven naar beneden. Brei de mouwen in de rondte op breinaalden zonder knop, van boven naar beneden.

HALSRAND:
Zet 119-131-137-143-146-155 steken op (inclusief 5 voorbiessteken aan elke kant richting midden voor) op rondbreinaald 2.5 mm met Alpaca. Brei 1 naald averecht (= verkeerde kant). Brei de volgende naald als volgt aan de goede kant: Brei 5 voorbiessteken in RIBBELSTEEK - lees uitleg hierboven, * 1 recht, 2 averecht *, brei van *-* tot er 6 steken over zijn, 1 recht en eindig met 5 voorbiessteken in ribbelsteek. Minder voor de knoopsgaten - lees uitleg hierboven.
Ga zo verder met boordsteek voor 2 cm.
Ga verder met rondbreinaald 3 mm. Voeg 1 markeerdraad in na de voorbies op het begin van de naald midden voor, meet de pas vanaf deze markeerdraad!

PAS:
Brei nu als volgt aan de goede kant:
Linker voorpand: Brei 5 voorbiessteken in ribbelsteek, 6-9-9-9-9-12 steken in tricotsteek, A.1 (= 7 steken).
Linker mouw: Brei 2 steken in tricotsteek, A.2 (= 4 steken), A.3a (= 17-17-17-23-23-23 steken), A.4 (= 4 steken), 2 steken in tricotsteek.
Achterpand: Brei A.1 over 7 steken, 11-17-23-17-20-23 steken in tricotsteek, A.1 over 7 steken.
Rechter mouw: Brei 2 steken in tricotsteek, A.2 over 4 steken, A.3a over 17-17-17-23-23-23 steken, A.4 over 4 steken, 2 steken in tricotsteek.
Rechter voorpand: Brei A.1 over 7 steken, 6-9-9-9-9-12 steken in tricotsteek en eindig met 5 voorbiessteken in ribbelsteek.
Meerder op de volgende naald aan de goede kant voor de raglan aan elke kant van iedere A.1 – lees TIP VOOR HET MEERDEREN-1 (= 8 steken gemeerderd). DENK OM DE STEKENVERHOUDING!
Meerder zo iedere andere naald 22-24-28-33-37-40 keer in totaal.
Als de eerste 3 naalden in patroon A.1a, A.2a en A.4a in de hoogte zijn gebreid, hehaal dan A.1a, A.2a en A.4a in de hoogte.
Als A.3a een keer in de hoogte is gebreid, brei dan A.3b (= 29-29-29-35-35-35 steken) over A.3a.
Als het meerderen voor de raglan klaar is, zijn er 335-363-401-447-482-515 steken op de naald – lees AANTAL STEKEN.
Brei verder in het ontstane patroon tot het werk 18-20-21-23-25-27 cm meet vanaf de markeerdraad.
Pas zo aan dat de volgende naald een naald is met een totaal aantal steken (dus 335-363-401-447-482-515 steken), dit omdat het aantal steken kan variëren vanwege de minderingen/meerderingen in de telpatronen. Op de volgende naald verdeelt u het werk voor het lijf en de mouwen als volgt:
Brei over de eerste 50-55-59-66-72-77 steken zoals hiervoor, zet de volgende 73-77-87-97-101-107 steken op een hulpdraad voor de mouw en zet 8 steken op onder de mouw, brei over de volgende 89-99-109-121-136-147 steken, zet de volgende 73-77-87-97-101-107 steken op een hulpdraad voor de mouw en zet 8 steken op onder de mouw en brei de laatste 50-55-59-66-72-77 steken.

LIJF:
= 205-225-243-269-296-317 steken. Voeg 1 markeerdraad in na 54-59-63-70-76-81 steken vanaf elke kant (= in de zijkant van het lijf). Er zijn 97-107-117-129-144-155 steken tussen de markeerdraden op het achterpand. Neem de markeerdraden mee in de hoogte tijdens het breien; ze worden later gebruikt voor het meerderen en minderen in de zijkanten.
Als de laatste herhaling van A.1a vanaf de pas in de hoogte is gebreid, brei dan A.1b over iedere A.1a. Als A.1b een keer in de hoogte is gebreid, zijn er 201-221-239-265-292-313 steken op de naald.
Brei in tricotsteek met 5 voorbiessteken in ribbelsteek aan elke kant.
Bij een hoogte van 2 cm vanaf de scheiding, mindert u 1 steek aan elke kant van de markeerdraad aan elke kant - lees TIP VOOR HET MINDEREN (= 4 steken geminderd). Minder zo iedere 2 cm 4 keer in totaal = 185-205-223-249-276-297 steken.
Meerder bij een hoogte van 10 cm vanaf de scheiding, 1 steek aan elke kant van de markeerdraden in de zijkanten - lees TIP VOOR HET MEERDEREN-2 (= 4 steken gemeerderd). Meerder zo iedere cm 9 keer in totaal = 221-241-259-285-312-333 steken.
Meerder bij een hoogte van 21-21-22-22-22-22 cm vanaf de scheiding, 12-13-13-14-14-14 steken verdeeld = 233-254-272-299-326-347 steken. Ga verder met rondbreinaald 2.5 mm en brei aan de goede kant als volgt: Brei 5 voorbiessteken in ribbelsteek, * 1 recht, 2 averecht *, herhaal van *-* tot er 6 steken over zijn, eindig met 1 recht en 5 voorbiessteken in ribbelsteek. Kant bij een hoogte van 24-24-25-25-25-25 cm vanaf de scheiding, alle steken af met recht aan de goede kant - lees TIP VOOR HET AFKANTEN.

MOUWEN:
Zet de 73-77-87-97-101-107 steken van de hulpdraad aan een kant van het werk op breinaalden zonder knop maat 3 mm en neem 1 nieuwe steek op in elke van de 8 opgezette steken onder de mouw = 81-85-95-105-109-115 steken – denk om het aantal steken. Voeg 1 markeerdraad in, in het midden van de 8 nieuwe steken. Neem de markeerdraad mee in de hoogte tijdens het breien; het wordt later gebruikt voor het minderen midden onder de mouw.
LEES HET VOLGENDE DEEL HELEMAAL DOOR VOORDAT U VERDER GAAT!
Brei patroon en minder steken midden onder de mouw als volgt:
Brei A.2a, A.3b en A.4a over de middelste steken, brei de overgebleven steken recht.
Als A.3b is gebreid, brei dan A.3c over A.3b.
Als de mouw 1 cm meet vanaf de scheiding, minder dan 1 steek aan elke kant van de markeerdraad (= 2 steken geminderd). Minder zo iedere cm 3-3-3-3-5-5 keer in totaal, minder dan om de cm 2-2-2-2-0-0 keer in totaal = 71-75-85-95-99-105 steken.
Op de laatste naald in A.3c meerdert u 0-1-2-0-1-1 steken voor het patroon, en 2-0-1-2-0-0 steken na het patroon = 73-76-88-97-100-106 steken.
Als A.3c een keer in de hoogte is gebreid, meet het werk ongeveer 14-12-11-10-8-6 cm vanaf de scheiding. Brei verder met breinaalden zonder knop maat 2.5 mm.
Brei de volgende naald als volgt:
* 1 recht, 2 averecht *, brei van *-* over de eerste 15-18-24-24-27-30 steken, A.2b over A.2a, ga verder met recht boven recht en averecht boven averecht over de steken in A.3c, A.4b over A.4a, * 2 averecht, 1 recht *, brei van *-* over 15-15-21-24-24-27 steken en eindig met 2 averecht = 75-78-90-99-102-108 steken.
Ga verder met recht boven recht en averecht boven averecht tot het werk 17-15-14-13-11-9 cm meet vanaf de scheiding, kant dan af met recht.
Brei de andere mouw op dezelfde wijze.

AFWERKING:
Naai de knopen aan de linker voorbies.

Dit patroon is gecorrigeerd. .

Gewijzigd online: 04.06.2020
Correctie: Er zijn wijzigingen gedaan in telpatroon A.4 Als aanvulling op het geschreven patroon is er meer informatie toegevoegd over hoe u de telpatronen A.1a, A.2a and A.4a herhaalt.
Gewijzigd online: 26.02.2021
Correctie: Aanpassingen gemaakt in telpatroon A.4 (naald 6), maten XL-XXL-XXXL.

Telpatroon

symbols = recht aan de goede kant, averecht aan de verkeerde kant
symbols = averecht aan de goede kant, recht aan de verkeerde kant
symbols = brei 3 steken in de steek als volgt: Brei de steek recht maar wacht met de steek van de naald af te laten glijden, maak 1 omslag op de rechter naald en brei de steek 1 keer recht, laat dan de steken van de naald af glijden = 3 steken (= 2 steken gemeerderd).
symbols = dit vierkant is geen steek omdat de steek eerder was geminderd, ga gelijk verder met het volgende symbool in het telpatroon
symbols = 3 recht, haal de eerste steek over de andere 2 zodat deze steek om de andere 2 steken ligt (= 1 steek geminderd).
symbols = maak 1 omslag tussen 2 steken
symbols = maak 1 omslag tussen 2 steken, brei de omslag gedraaid op de volgende naald om gaatjes te voorkomen
symbols = 2 recht samen
symbols = 1 steek recht afhalen, 1 recht, haal de afgehaalde steek over de gebreide steek
symbols = haal 1 steek recht af, brei 2 steken recht samen, haal de afgehaalde steek over de samengebreide steken
diagram
diagram
diagram
diagram
diagram
diagram
diagram
signature

Heeft u hulp nodig voor dit patroon?

Bedankt dat u een patroon van DROPS Design kiest. We zijn er trots op dat we patronen aanbieden die correct en makkelijk te volgen zijn. Alle patronen zijn uit het Noors vertaald en u kunt altijd het origineel patroon controleren (DROPS 212-39) voor de afmetingen en de berekiningen.

Heeft u moeite met het volgen van het patroon? Hieronder vindt u een lijst met bronnen die u kunnen helpen om uw project vlot af te maken - of om eenvoudig iets nieuws te leren.

1) Waarom is de stekenverhouding zo belangrijk?

De stekenverhouding bepaalt de uiteindelijke afmetingen van uw werkstuk en wordt normaliter aangegeven in 10 x 10 cm. Het wordt als volgt aangegeven: het aantal steken in de breedte x het aantal naalden in de hoogte - dus: 19 steken x 26 naalden = 10 x 10 cm.

De stekenverhouding is heel erg individueel; sommige mensen breien/haken heel losjes, terwijl anderen vrij strak werken. De stekenverhouding past u aan met de naalddikte, wat de reden is waarom we slechts een suggestie voor de naalddikte geven! U moet deze aanpassen (naar boven of beneden) om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding overeenkomt met de stekenverhouding die aangegeven staat in het patroon. Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan zal het garenverbruik anders zijn, en zal uw werkstuk andere afmetingen krijgen dan het patroon aangeeft.

De stekenverhouding geeft tevens aan welk garen als vervanging kan dienen. U kunt verschillende garens met elkaar vervangen, zolang de stekenverhouding maar hetzelfde is.

Bekijk de DROPS les: Hoe u de stekenverhouding opmeet

Bekijk de DROPS video: Hoe u een proeflapje maakt

naar boven

2) Wat zijn de garengroepen?

Al onze garens zijn ondergebracht in garengroepen (van A tot F) volgens dikte en stekenverhouding – groep A bevat de dunste garens en groep F de dikste. Dit maakt het makkelijker voor u om alternatieve garens te vinden voor onze patronen, indien u graag ander garen wilt gebruiken. Alle garens binnen dezelfde groep hebben ongeveer eenzelfde stekenverhouding en kunnen elkaar vervangen. Het is wel zo dat verschillende garenkwaliteiten verschillende structuren en eigenschappen hebben, wat het uiteindelijke werkstuk een unieke 'look en feel' geeft.

Klik hier voor een overzicht van de garens in elke garengroep

naar boven

3) Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

Bij het kiezen van een ander garen is het belangrijk dat de stekenverhouding hetzelfde blijft. De afmetingen van het uiteindelijke werk zijn dan hetzelfde als aangegeven in de tekening bij het patroon. Het is makkelijker om dezelfde stekenverhouding te krijgen als u garen gebruikt uit dezelfde garengroep. Het is ook mogelijk om meerdere draden van een dunner garen te gebruiken om de stekenverhouding van een dikker garen te krijgen. Probeer onze garenvervanger. We raden u aan om altijd een proeflapje te maken.

LET OP: als u een ander garen neemt, kan het kledingstuk een andere 'look en feel' krijgen dan het kledingstuk op de foto, vanwege individuele eigenschappen en kwaliteiten van elk garen.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

naar boven

4) Hoe gebruik ik de garenvervanger?

Bovenaan al onze patronen vindt u een link naar onze garenvervanger, welke handig kan zijn als u een ander garen wilt gebruiken dan staat aangegeven in het patroon. Door het garen in te vullen dat u wilt vervangen, de hoeveelheid (in uw maat) en het aantal draden, stelt de vervanger geschikte alternatieven voor met dezelfde stekenverhouding. Daarnaast wordt aangegeven hoeveel u nodig heeft in de nieuwe kwaliteiten en of u met meerdere draden moet werken. De meeste bollen zijn 50 gram (sommige zijn 25 gram of 100 gram).

Als het patroon met meerdere kleuren wordt gebreid/gehaakt, moet elke kleur apart worden vervangen. Dit geldt ook als het patroon met verschillende draden van verschillende garens wordt gemaakt (bijvoorbeeld 1 draad Alpaca en 1 draad Kid-Silk) dan zult u voor elk individueel alternatieven moeten vinden.

Klik hier voor de garenvervanger

naar boven

5) Waarom krijg ik de verkeerde stekenverhouding met de aangegeven naalddikte?

De naalddikte die aangegeven is in het patroon geldt slechts als een richtlijn, het is van belang dat de stekenverhouding klopt. En omdat de stekenverhouding per persoon nogal verschillend is, zult u de naalddikte aan moeten passen om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding hetzelfde is als in het patroon – misschien is het nodig dat u 1 of zelfs 2 naalddiktes naar beneden of naar boven moet om de juiste stekenverhouding te krijgen. Daarom raden we ook aan om een proeflapje te maken.

Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan kunnen de afmetingen van het werkstuk afwijken van de afmetingen volgens de tekening.

Bekijk de DROPS les: Hoe meet u de stekenverhouding

Bekijk de DROPS video: Hoe maakt u een proeflapje voor de stekenverhouding

naar boven

6) Waarom wordt het patroon van boven naar beneden gereid?

Als u een kledingstuk van boven naar beneden breit, dan geeft dit meer flexibiliteit en mogelijkheden voor persoonlijke aanpassingen. Het is bijvoorbeeld makkelijker om het kledingstuk te passen terwijl u er mee bezig bent. U kunt ook makkelijker de lengte van de pas en de schouderkoppen aanpassen.

In de uitleg worden alle stappen zorgvuldig uitgelegd in de juiste volgorde. De telpatronen zijn aangepast aan de breirichting en worden zoals gebruikelijk gebreid.

naar boven

7) Waarom zijn de mouwen korter in de grotere maten?

De totale breedte van het kledingstuk (van pols tot pols) is groter in de grotere maten, ondanks dat de eigenlijke mouwen korter zijn. De grotere maten hebben langere mouwkoppen en bredere schouders, dus er is een goede pasvorm in alle maten.

naar boven

8) Wat is een herhaling?

Telpatronen worden vaak herhaald in de breedte op de naald en/of in de hoogte. 1 herhaling van het telpatroon is hoe het te zien is in het telpatroon. Als er staat dat u 5 herhalingen van A.1 op de naald moet breien, dan breit u het patroon in totaal 5 keer achter/na elkaar op de naald. Als er staat dat u 2 herhalingen van A.1 in de hoogte moet breien, dan breit u het hele telpatroon (dus alle naalden van het telpatroon) een keer en begint u opnieuw onderaan bij het begin en breit u het telpatroon nog een keer.

naar boven

9) Hoe brei ik volgens een telpatroon?

Het telpatroon laat alle naalden en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt gelezen van onder naar boven, van rechts naar links. 1 vierkant = 1 steek.

Als u heen en weer breit, wordt elke andere naald aan de goede kant gebreid en elke andere naald wordt aan de verkeerde kant gebreid. Als u aan de verkeerde kant breit, moet u het telpatroon omgekeerd breien, dus van links naar rechts. rechte steken worden dan averecht gebreid en averechte steken recht, etc.

Als u in de rondte breit wordt elke naald aan de goede kant gebreid en het telpatroon wordt dan van rechts naar links gebreid op alle naalden.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees ik de teltekening bij de patronen?

naar boven

10) Hoe haak ik volgens een telpatroon?

Het telpatroon laat alle toeren en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt van onder naar boven gehaakt en van rechts naar links.

Als u heen en weer haakt, wordt elke andere toer aan de goede kant gehaakt: van rechts naar links en elke andere toer wordt aan de verkeerde kant gehaakt: vank links naar rechts.

Als u in de rondte haakt, wordt elke toer in het telpatroon aan de goede kant gehaakt, van rechts naar links.

Als u een cirkelvormig telpatroon haakt, dan begint u in het midden en haakt u naar buiten toe, tegen de klok in, toer na toer.

Meestal beginnen de toeren met een opgegeven aantal lossen (overeenkomend met de hoogte van de volgende steek), deze zijn of in het telpatroon opgenomen, of uitgelegd in het patroon.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees je telpatronen voor haken

naar boven

11) Hoe brei/haak je verschillende telpatronen tegelijkertijd op dezelfde naald/toer

Instructies om verschillende telpatronen achter elkaar op dezelfde naald/toer te breien/haken, worden meestal als volgt beschreven: “brei/haak A.1, A.2, A.3 in totaal 0-0-2-3-4 keer". Dit betekent dat u A.1 een keer breit/haakt, daarna wordt A.2 een keer gebreid/gehaakt, en A.3 wordt het aantal aangegeven keren (in de breedte) in uw maat gebreid/gehaakt – in dit geval als volgt: S = 0 keer, M = 0 keer, L=2 keer, XL= 3 keer en XXL = 4 keer.

De telpatronen worden zoals gebruikelijk gebreid/gehaakt: begin met de eerste naald/toer in A.1, brei/haak dan de volgende naald/toer in A.2 etc.

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor breien leest

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor haken leest

naar boven

12) Waarom begint het werk met meer lossen dan waarmee gehaakt wordt?

Lossen zijn ietsje smaller dan andere steken en om te voorkomen dat de opzetrand te strak wordt, haken we eenvoudigweg meer lossen om mee te beginnen. Het aantal steken wordt in de volgende toer aangepast zodat het overeenkomt met het patroon en de afmetingen in de tekening.

naar boven

13) Waarom meerderen voor de boord als het werk van boven naar beneden gebreid wordt?

De rand in ribbelsteek is elastischer en zal ietwat samentrekken vergeleken met bijvoorbeeld tricotsteek. Door te meerderen voor de rand in ribbelsteek, voorkomt u een zichtbaar verschil in breedte tussen de rand in ribbelsteek en de rest van het lijf.

naar boven

14) Waarom meerderen in de afkantrand?

Het gebeurt vrij makkelijk dat u te strak afkant, en door omslagen te maken tijdens het afkanten (terwijl u deze tegelijkertijd afkant) voorkomt u dat de afkantrand te strak wordt.

Bekijk de DROPS video: Hoe kant u af met omslagen

naar boven

15) Hoe meerder/minder je afwisselend op elke 3e en 4e naald/toer?

Om gelijkmatig te meerderen (of te minderen) kunt u meerderen op, bijvoorbeeld: afwisselend elke 3e en 4e naald, als volgt: brei 2 naalden en meerder op de 3e naald, brei 3 naalden en meerder op de 4e naald. Herhaal dit tot het meerderen klaar is.

Bekijk de DROPS les: Meerder of minder 1 st afwisselend

naar boven

16) Waarom is het patroon een beetje anders dan wat ik op de foto zie?

Herhalingen van het patroon kunnen een beetje anders zijn in de verschillende maten, om de juiste verhoudingen te krijgen. Als u niet dezelfde maat maakt als het kledingstuk op de foto, wijkt uw werkstuk wellicht ietsje af. Dit is met zorg ontwikkeld en aangepaste zodat het totale beeld van het kledingstuk hetzelfde is in alle maten.

Zorg ervoor dat u de instructies en de telpatronen voor uw maat volgt!

naar boven

17) Hoe kan ik een vest in de rondte breien, in plaats van heen en weer?

Als u liever in de rondte breit dan heen en weer, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen. U moet dan steken midden voor toevoegen (meestal 5 steken) en de instructies volgen. Als u normaal het werk keert en aan de verkeerde kant breit, breit u nu over de extra steken en gaat u verder in de rondte. Aan het einde knipt u het werk open. Neem steken op voor de biezen en werk de afgeknipte randen af.

Bekijk de DROPS video: Hoe breit u knipbiezen en openknippen

naar boven

18) Kan ik een trui heen en weer breien in plaats van in de rondte?

Als u liever heen en weer breit dan in de rondt, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen zodat u de panden apart van elkaar breit en aan het eind aan elkaar naait. Deel de steken voor het lijf in tweeën en voeg 1 kantsteek toe aan elke kant (voor het in elkaar naaien) en brei het voor- en achterpand apart van elkaar.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een patroon aanpassen van rondbreinaalden naar rechte naalden?

naar boven

19) Waarom staan er garens in de patronen die niet meer leverbaar zijn?

Omdat de verschillende garens verschillende kwaliteiten en verschillend texturen hebben, hebben we ervoor gekozen om het originele garen in het patroon te laten staan. Maar u kunt vrij makkelijk andere opties vinden tussen de beschikbare garenkwaliteiten door onze garenvervanger te gebruiken, of door een garen uit dezelfde garengroep uit te kiezen.

Het is mogelijk dat sommige verkooppunten nog bollen op voorraad hebben van garens die niet meer leverbaar zijn, of dat iemand thuis nog een paar bollen heeft liggen en hier een patroon bij zoekt.

Degarenvervanger laat alternatieve garens zien en de hoeveelheid die u nodig heeft in de nieuwe kwaliteit.

naar boven

20) Hoe verander ik een kledingstuk voor dames in eentje voor heren?

Als u een patroon heeft gevonden doe alleen beschikbaar is in damesmaten, dan hoeft het niet heel moeilijk te zijn om deze aan te passen naar een herenmaat. Het grootste verschil is de lengte van de mouwen en het lijf. Begin met breien in de damesmaat die overeenkomt met de borstwijdte. De lengte die erbij komt wordt namelijk gebreid voordat u begint met afkanten voor de armsgaten. Als het patroon van boven naar beneden wordt gebreid, kunt u lengte toevoegen vlak na de armsgaten of voor de eerste mindering op de mouw.

Wat betreft de extra hoeveelheid garen wat u nodig heeft: dit hangt heel erg af van hoeveel lengte u toevoegt, maar het is vaak meter dat u een bol te veel hebt dan te weinig.

naar boven

21) Hoe voorkom ik dat een harig kledingstuk gaat pillen of pluizen?

Alle garens hebben vezels die uitsteken (door de productie) waardoor een kledingstuk gaat pluizen of pillen. Geborstelde garens (dus meer harige garens) hebben meer van deze losse, uitstekende vezels waardoor het eerder gaat pluizen of pillen.

Hoewel het niet mogelijk is om te garanderen dat geborsteld garen 100% pluisvrij is, is het wel mogelijk om dit drastisch af te laten nemen, door de volgende stappen te ondernemen:

1. Als het kledingstuk klaar is (voordat u het gaat wassen) schudt u het kledingstuk flink uit, zodat de losse haartjes eruit komen. LET OP: gebruik GEEN roller, borstel of andere methode, waardoor aan het kledingstuk getrokken wordt

2. Plaats het kledingstuk in een plastic zak en leg het in de vriezer - de temperatuur zorgt ervoor dat de vezels minder aan elkaar blijven zitten, en uitstekende vezels komen makkelijker los.

3. Laat een paar uur in de vriezer liggen, voordat u het eruit haalt en schudt het kledingstuk dan opnieuw uit.

4. Was het kledingstuk volgens de instructies op het garenlabel.

naar boven

22) Waar op het kledingstuk wordt de lengte gemeten??

De tekening/ het schema met de afmetingen geeft informatie over de volledige lengte van het kledingstuk. Als het een trui of een vest betreft, dan wordt deze vanaf het hoogste punt op de schouder gemeten (meestal het dichtst bij de halslijn), en recht naar beneden tot de onderkant van het kledingstuk. Het wordt NIET gemeten vanaf de punt van de schouder. Op gelijke wijze wordt ook de lengte van de pas gemeten, vanaf het hoogste punt op de schouder en naar beneden tot waar de pas gesplitst wordt voor het lijf en de mouwen.

Op een vest worden de afmetingen nooit over de biezen genomen, tenzij anders aangegeven. Meet altijd binnen de biessteken als u de lengte opmeet.

Bekijk de DROPS les: Maattekeningen lezen

naar boven

23) Hoe weet ik hoeveel bollen ik nodig heb?

De benodigde hoeveelheid garen wordt aangegeven in grammen, dus bijvoorbeeld: 450 g. Om uit te rekenen hoeveel bollen u nodig heeft, moet u eerst weten hoeveel gram er in 1 bol gaat (25 g, 50 g, of 100 g). Deze informatie vindt u door op de individuele garenkwaliteit te klikken op onze site. Deel de hoeveelheid benodigde garen door de hoeveelheid per bol. Bijvoorbeeld, als de bollen 50 gram wegen (de meest gebruikelijke hoeveelheid), ziet de berekening er als volgt uit: 450 / 50 = 9 bollen.

naar boven

Heeft u DROPS garen besteld om dit patroon te maken? Dan heeft u recht op hulp van de winkel waar u het garen gekocht heeft. Vind hier een lijst van DROPS winkels!
Kunt u het antwoord op uw vraag nog steeds niet vinden? Scroll dan naar beneden en laat een vraag achter zodat een van onze experts kan proberen u te helpen. Dit wordt normaal tussen 5 tot 10 werkdagen gedaan.. In de tussentijd kunt u de vragen en antwoorden lezen die anderen bij dit patroon achter hebben gelaten of doe mee met de DROPS Workshop op Facebook om hulp te krijgen van mede breisters en haaksters!

Opmerkingen / Vragen (43)

country flag Signe Karlsson 03.05.2021 - 09:23:

Det står att alla varv i mönstret sett från rätsidan menas det att aviga varvet är inräknat?

user icon DROPS Design 03.05.2021 kl. 15:28:

Hei Signe. Ja, mønstret fra vrangen er også i diagrammet (pinne 2, 4, 6 osv). Da leser du diagrammet fra venstre til høyre og husk les diagramtekstforklaringen på hvordan det strikkes. mvh DROPS design

country flag Michelle 17.04.2021 - 12:49:

Où trouver les corrections "mises en ligne le 04/06/2020 et le 26/02/2021 ? Sans elles, impossible de réaliser ce modèle

user icon DROPS Design 19.04.2021 kl. 07:58:

Bonjour Michelle, si vous aviez imprimé ce modèle avant ces dates, alors il peut être sage d'imprimer à nouveaux les explications, sinon, le modèle en ligne est juste ainsi. Bon tricot!

country flag Renata 28.03.2021 - 01:07:

Dzień dobry, bardzo proszę o podpowiedź w jaki sposób wykonać następujące polecenia: "nabrać 8 oczek pod rękawem" oraz "nabrać 1 oczko w każde z 8 oczek nabranych pod rękawem" - w jaki sposób je nabrać? Czy po nabraniu 1 w każde 8 ma być ich 16? Czy one także mają być zdjęte na drut pomocniczy? Serdecznie pozdrawiam

user icon DROPS Design 28.03.2021 kl. 17:18:

Witaj Renato, zobacz film TUTAJ. Na 1-sze pytanie odpowiedź jest od 7-mej minuty. Na drugie od 10-tej: tutaj uwaga, oczka są nabierane oddzielnie (czyli inaczej niż we wzorze, który wykonujesz) i otwór pod rękawem zostanie na końcu zszyty. Możesz tak oczywiście zrobić. Nabrać oczko w każde z 8 oczek nabranych pod rękawem oznacza, że za pomocą drutu pończoszniczego wbijasz się w każde z tych 8 oczek i przeciągasz pętelkę, po nabraniu będziesz miała 8 oczek pod rękawem i będziesz dalej wykonywać rękaw na okrągło (nie będzie otworu pod rękawem). Powodzenia!

country flag Heidi Funk 25.03.2021 - 22:39:

Jeg er i tvivl om raglan udtagningen efter mønster A1. Skal jeg blive ved med at foretage udtagningen lige efter mønster A1 eller skal udtagningerne foretages en maske længere ude end forrige udtagning,- således at det er ærmestykkerne der får flere masker mens forstykke og ryg forbliver samme maskeantal? Håber mit spørgsmål er til at forstå. Venlig hilsen Heidi

user icon DROPS Design 21.04.2021 kl. 15:56:

Hej Heidi, du tager altid ud til raglan lige før og lige efter A.1 God fornøjelse!

country flag Johanne Boilard 17.03.2021 - 22:50:

Quand on écrit monter 119 mailles y compris 5 mailles de chaque côté pour la bordure. Les mailles sont-elles comprises dans le 119 mailles ou faut-il les ajouter aux 119.

user icon DROPS Design 18.03.2021 kl. 09:43:

Bonjour Mme Boilard, vous n'avez pas besoin de les monter en plus, elles sont déjà comprises dans les 119 mailles. Bon tricot!

country flag Sallie 17.12.2020 - 01:57:

At the beginning of the instructions, under 'Neck Edge', what are 'band stitches'? It is an unfamiliar term to me so I cannot understand the bit in brackets after 'Cast on'. I'm not doing very well, am I?

user icon DROPS Design 17.12.2020 kl. 07:41:

Hi Sallie, The bands are the strips down the front pieces, where you work the buttonholes on the right side and where you sew the buttons onto the left side. Happy knitting!

country flag Ingrid 24.10.2020 - 09:50:

Liebese drops team, in 3 a befinden sich keine fehler.

country flag Ingrid 20.10.2020 - 18:01:

Liebes drops team, muss euch leider mitteilen dass sich im muster 3 b in den rückreihen sehr viele fehler befinden fast jede rückreihe ist verkehrt, bin beim stricken fast verzweifelt. bitte überprüft dies und macht eine korrektur für die nächste strickerin viele grüsse ingrid

user icon DROPS Design 21.10.2020 kl. 08:56:

Liebe Ingrid, Ihr vorrigen Hinweis wurde unseren Designteam weiterleitet - es sieht aus, daß Sie richtig sind, was für andere Fehler haben Sie in A.3b gesehen ? Ich habe leider keine andere gefunden. Danke im voraus!

country flag Ingrid 19.10.2020 - 12:46:

Hallo liebes drops team, kann es sein dass bei muster 3 b in der 6. reihe (rückreihe) ein fehler unter-laufen ist, es müssen nämlich nicht fünf rechte maschen, sondern nur 4 rechte maschen gestrickt werden. ich bitte um baldige rückmeldung bin gerade beim stricken.

country flag Ingrid 15.10.2020 - 16:59:

Hallo liebes team, vielen dank für die schnelle antwort, also immer stricken bis a 1 und dann zunehmen, das heißt die schon zugenommenen maschen stricken bis A 1 beginnt und dann linear immer vor dem beginn von A q1 zunehmen. Die nächste frage wäre, ich stricke grösse xxl und habe 146 maschen angeschlagen. in dieser grösse wird für die ranglangschrägung 37 mal zugenommen, dann bin ich aber bei insgesamt 442 maschen und nicht wie angegeben 482 maschen. woran kann das liegen .

user icon DROPS Design 16.10.2020 kl. 08:27:

Liebe Ingrid, die fehlende Maschen sind in den unterschiedlichen Diagramme zugenommen, dh in A.1, A.2 und A.4 nehmen Sie je 2 Maschen bei der 1. Reihe in a, dann wird b wiederholt (= A.1, A.2 und A.4 = 9 M), in jedem A.3a werden 12 Maschen zugenommen (= 24 M insgesamt), wenn Sie eine Reihe mit 3 Maschen im Zopf von A.1/A.2/A.4 stricken dann haben Sie die 482 M (= 146 + 40 Zunahme Diagramme + 37x8 M RAglan = 482 M). Viel Spaß beim stricken!

Laat een opmerking achter voor DROPS 212-39

Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!

Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.