Sleepy Santa Sweater by DROPS Design

Gebreide trui met Kerstman voor kinderen in DROPS Air of Nepal. Maten 2 – 12 jaar. Thema: Kerst.

DROPS Design: Patroon nr. ai-018-bn
Garengroep C of A + A
-------------------------------------------------------

MATEN:
2 – 3/4 – 5/6 – 7/8 – 9/10 – 11/12 jaar
92 – 98/104 – 110/116 – 122/128 – 134/140 – 146/152 cm

MATERIAAL:
DROPS AIR van garnstudio (behoort tot garengroep C)
100-100-150-150-150-150 g kleur 04, medium grijs
(U heeft 50-50-50-50-50-50 g extra nodig van kleur 04 medium grijs als u de kerstman niet op de achterkant breit)
50-50-50-50-50-50 g kleur 25, framboos
50-50-50-50-50-50 g kleur 01, naturel
50-50-50-50-50-50 g kleur 02, tarwe
Een restant van kleur 06, zwart – voor de ogen

Of gebruik:
DROPS Nepal van garnstudio (behoort tot garengroep C)
200-200-250-250-300-300 g kleur 0501, grijs
(U heeft 50-50-50-50-50-50 g extra nodig van kleur 0501 grijs als u de kerstman niet op de achterkant breit)
50-100-100-100-100-100 g kleur 3608, diep rood
50-50-50-50-50-50 g kleur 0100, naturel
50-50-50-50-50-50 g kleur 0206, lichtbeige
Een restant van kleur 8903 zwart – voor de ogen

STEKENVERHOUDING:
16 steken in de breedte en 20 naalden in de hoogte met tricotsteek = 10 x 10 cm.

NAALDEN:
DROPS NAALDEN ZONDER KNOP MAAT 5.5 MM.
DROPS RONDBREINAALD 5.5 MM: Lengte 40 cm en 60 cm of 80 cm voor tricotsteek.
DROPS NAALDEN ZONDER KNOP MAAT 4.5 MM.
DROPS RONDBREINAALD 4.5 MM: Lengte 40 cm en 60 cm.
De naalddikte is slechts een richtlijn. Als u te veel steken heeft op 10 cm, ga dan verder met een grotere naald. Als u te weinig steken heeft op 10 cm, ga dan verder met een kleinere naald.

Heeft u deze of een van onze andere ontwerpen gemaakt? Tag uw afbeeldingen in social media met #dropsdesign, zodat we ze kunnen zien!

Wilt u een ander garen gebruiken? Probeer de garenvervanger!

65% alpaca, 28% polyamide, 7% Wool
vanaf 5.03 € /50g
DROPS Air mix DROPS Air mix 5.03 € /50g
Breiwebshop
Bestel
DROPS Air uni colour DROPS Air uni colour 5.03 € /50g
Breiwebshop
Bestel
Naalden & Haaknaalden
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 15.09€ krijgen. Lees meer.

Instructies voor het patroon

UITLEG VOOR HET PATROON:

-------------------------------------------------------

RIBBEL/RIBBELSTEEK (heen en weer gebreid):
Brei alle naalden recht.
1 ribbel in de hoogte = Brei 2 naalden recht.

TIP VOOR HET MINDEREN (verdeeld):
Om uit te rekenen hoe u verdeeld mindert, neem het totaal aantal steken op de naald (dus 70 steken), en deel deze door het aantal te maken minderingen (dus 12) = 5.8. In dit voorbeeld, mindert u door ongeveer elke 5e en 6e steek samen te breien.

PATROON:
Zie telpatronen A.1/A.3 en A.2 (A.2 geldt alleen voor de maten 7/8 – 9/10 – 11/12 jaar).
Om lange draden aan de achterkant van het werk te voorkomen wanneer u in patroon breit, breit u met 3 bollen; dus brei met 1 bol grijs aan elke kant van de kerstman en 1 bol van elke kleur in het midden van de trui (dus A.1/A.3). Om gaatjes te voorkomen bij het wisselen van kleur, draait u de draden samen. Als A.1 klaar is, ga dan verder met medium grijs over alle steken tot de gewenste lengte.

RAGLAN:
Alle minderingen worden aan de goede kant gebreid!
Minder als volgt op het begin van de naald: Brei 1 kantsteek in ribbelsteek, 1 steek recht afhalen, 1 recht en haal de afgehaalde steek over de gebreide steek (= 1 steek geminderd).
Minder als volgt aan het einde van de naald: Brei tot er 3 steken over zijn op de naald, 2 recht samen en brei 1 kantsteek in ribbelsteek (= 1 steek geminderd).

TIP VOOR HET MEERDEREN (voor midden onder de mouw):
Begin 1 steek na de markeerdraad, maak 1 omslag, brei tot er 1 steek over is op de naald, maak 1 omslag en brei 1 recht (= 2 steken gemeerderd). Brei op de volgende naald de omslagen gedraaid recht om gaatjes te voorkomen.

-------------------------------------------------------

BEGIN HET WERK HIER:

-------------------------------------------------------

TRUI – KORTE SAMENVATTING VAN HET WERK:
De voor- en achterpanden worden heen en weer gebreid met de rondbreinaald. De delen worden apart gebreid, van onder naar boven. De mouwen worden van onder naar boven gebreid en in de rondte met breinaalden zonder knop/korte rondbreinaald tot de armsgaten en daarna tot het einde heen en weer gebreid. Er wordt eerst een los deel gebreid voor de muts en deze wordt later gecombineerd met de voor-/achterpanden op de laatste naald van het patroon; het hangt aan de buitenkant van de trui. De trui wordt in DROPS Air of DROPS Nepal gebreid.

MUTS (los deel):
Zet 3 steken op met naald 5.5 mm en framboos Air of diep rood Nepal.
NAALD 1 (= verkeerde kant): Recht.
NAALD 2 (= goede kant): 1 recht, 2 recht in elk van de laatste 2 steken (= 2 steken gemeerderd)
NAALD 3 (= verkeerde kant): 2 recht in de eerste steek (= 1 steek gemeerderd), recht tot er 2 steken over zijn, 2 recht samen (= 1 steek geminderd).
NAALD 4 (= goede kant): 1 steek recht afhalen, 1 recht en haal de afgehaalde steek over de gebreide steek (= 1 steek geminderd), brei recht tot er 2 steken over zijn, 2 recht in elk van de laatste 2 steken (= 2 steken gemeerderd).
Herhaal naalden 3 - 4 zes keer, herhaal dan naald 3 een keer = 12 steken op de naald.
Brei 2 naalden recht, laatste naald = verkeerde kant (als dit losse deel samengebreid wordt met het voorpand, brei dan aan de goede kant). Leg terzijde en brei het voorpand. Als u ook een muts op het achterpand wilt, brei dan 2 mutsen.

VOORPAND:
Zet 70-74-78-82-86-90 steken op met rondbreinaald 4.5 mm en medium grijs Air of grijs Nepal. Brei 1 naald averecht (= verkeerde kant).
De volgende naald wordt als volgt gebreid aan de goede kant: 1 kantsteek in RIBBELSTEEK – lees beschrijving hierboven, * 2 recht, 2 averecht * brei van *-* tot er 1 steek over is op de naald en eindig met 1 kantsteek in ribbelsteek. Ga verder met deze boordsteek voor 4 cm – pas aan zodat de volgende naald aan de goede kant wordt gebreid. Brei 1 naald recht terwijl u 12-12-12-14-14-14 steken verdeeld mindert – lees TIP VOOR HET MINDEREN = 58-62-66-68-72-76 steken.
Ga verder met rondbreinaald 5.5 mm. Brei tricotsteek (met kantsteken aan elke kant gebreid in ribbelsteek op iedere naald) voor 1-1-4-4-6-8 cm (het werk meet ongeveer 5-5-8-8-10-12 cm vanaf de rand).
Brei nu tricotsteek (kantsteken in ribbelsteek) en patroon in de verschillende maten als volgt aan de goede kant:

MATEN 2 – 3/4 – 5/6 jaar:
Brei 1 kantsteek in ribbelsteek, 6-8-10 steken in tricotsteek, A.1 (= 44 steken) – lees PATROON, brei 6-8-10 steken in tricotsteek en eindig met 1 kantsteek in ribbelsteek. DENK OM DE STEKENVERHOUDING!

MATEN 7/8 – 9/10 – 11/12 jaar:
Brei 1 kantsteek in ribbelsteek, 11-13-15 steken in tricotsteek, A.2 (= 44 steken) – lees PATROON, brei 11-13-15 steken in tricotsteek en eindig met 1 kantsteek in ribbelsteek. Als het werk 11-16-20 cm meet, brei dan patroon A.1 over patroon A.2. DENK OM DE STEKENVERHOUDING!

ALLE MATEN:
Als het werk 20-23-26-29-32-35 cm meet – pas aan zodat de volgende naald aan de goede kant wordt gebreid, kant dan 2-2-2-3-3-3 steken af op het begin van de volgende 2 naalden voor de armsgaten = 54-58-62-62-66-70 steken. Ga verder met tricotsteek, A.1 (alleen in de kleinste maten) en 1 kantsteek in ribbelsteek aan elke kant. Minder TEGELIJKERTIJD op de volgende naald aan de goede kant voor de RAGLAN – lees beschrijving hierboven. Minder voor de raglan iedere andere naald (dus elke naald aan de goede kant) in totaal 13-14-15-16-17-18 keer – TEGELIJKERTIJD als er 2 minderingen over zijn voor de raglan (het werk meet ongeveer 31-35-39-42-47-52 cm midden voor), zet u de middelste 22-24-26-24-26-28 steken op 1 hulpdraad voor de hals en elk schouder wordt apart verder gebreid.
Linkerschouder – begin aan de goede kant: 1 kantsteek in ribbelsteek, minder voor de raglan zoals hiervoor, 2 steken recht samen, keer het werk. Brei averecht aan de verkeerde kant, 1 kantsteek in ribbelsteek, keer het werk. Brei 1 kantsteek in ribbelsteek, minder voor de raglan, keer het werk en kant de steken af met averecht.
Brei de rechterschouder vanaf de rechter kant als volgt: 2 steken recht samen, minder voor de raglan, 1 kantsteek in ribbelsteek, keer het werk en brei 1 steek in ribbelsteek, brei averecht aan de verkeerde kant, keer het werk. Minder voor de raglan, brei 1 kantsteek in ribbelsteek, keer het werk en kant de steken af met averecht.

ACHTERPAND (met kerstman):
Zet 70-74-78-82-86-90 steken op met rondbreinaald 4.5 mm en medium grijs Air of grijs Nepal. Brei 1 naald averecht (= verkeerde kant).
De volgende naald wordt als volgt gebreid aan de goede kant: 1 kantsteek in RIBBELSTEEK – lees beschrijving hierboven, * 2 recht, 2 averecht * brei van *-* tot er 1 steek over is op de naald en eindig met 1 kantsteek in ribbelsteek. Ga verder met deze boordsteek voor 4 cm – pas aan zodat de volgende naald aan de goede kant wordt gebreid. Brei 1 naald recht terwijl u 12-12-12-14-14-14 steken verdeeld mindert – lees TIP VOOR HET MINDEREN = 58-62-66-68-72-76 steken.
Ga verder met rondbreinaald 5.5 mm. Brei tricotsteek (kantsteken aan elke kant gebreid in ribbelsteek op iedere naald) voor 1-1-4-4-6-8 cm (het werk meet in totaal 5-5-8-8-10-12 cm vanaf de rand).
Brei nu tricotsteek (kantsteken in ribbelsteek) en patroon in de verschillende maten als volgt aan de goede kant:

MATEN 2 – 3/4 – 5/6 jaar:
Brei 1 kantsteek in ribbelsteek, 6-8-10 steken in tricotsteek, A.3 (= 44 steken) – lees PATROON, brei 6-8-10 steken in tricotsteek en eindig met 1 kantsteek in ribbelsteek.

MATEN 7/8 – 9/10 – 11/12 jaar:
Brei 1 kantsteek in ribbelsteek, 11-13-15 steken in tricotsteek, A.2 (= 44 steken) – lees PATROON, brei 11-13-15 steken in tricotsteek en eindig met 1 kantsteek in ribbelsteek. Als het werk 11-16-20 cm meet, brei dan patroon A.3 over patroon A.2.

ALLE MATEN:
Als het werk 20-23-26-29-32-35 cm meet – pas aan zodat de volgende naald aan de goede kant wordt gebreid, kant 2-2-2-3-3-3 steken af op het begin van de volgende 2 naalden voor de armsgaten = 54-58-62-62-66-70 steken. Ga verder met tricotsteek, A.3 (alleen in de kleinste maten) en 1 kantsteek in ribbelsteek aan elke kant – minder TEGELIJKERTIJD op de volgende naald aan de goede kant voor de raglan – lees beschrijving hierboven. Minder voor de raglan iedere 2e naald (dus elke naald aan de goede kant) in totaal 13-14-15-16-17-18 keer. Als alle minderingen voor de raglan klaar zijn, zijn er 28-30-32-30-32-34 steken op de naald, kant af.

ACHTERPAND (zonder kerstman):
Zet 70-74-78-82-86-90 steken op met rondbreinaald 4.5 mm en medium grijs Air of grijs Nepal. Brei 1 naald averecht (= verkeerde kant).
De volgende naald wordt als volgt aan de goede kant gebreid: 1 kantsteek in RIBBELSTEEK – lees beschrijving hierboven, * 2 recht, 2 averecht * brei van *-* tot er 1 steek over is op de naald en eindig met 1 kantsteek in ribbelsteek. Ga verder met deze boordsteek voor 4 cm – pas aan zodat de volgende naald aan de goede kant wordt gebreid. Brei 1 naald recht terwijl u 12-12-12-14-14-14 steken verdeeld mindert – lees TIP VOOR HET MINDEREN = 58-62-66-68-72-76 steken.
Ga verder met rondbreinaald 5.5 mm en brei tricotsteek met 1 kantsteek in ribbelsteek aan elke kant. DENK OM DE STEKENVERHOUDING!
Als het werk 20-23-26-29-32-35 cm meet – pas aan zodat de volgende naald aan de goede kant wordt gebreid, kant 2-2-2-3-3-3 steken af op het begin van de volgende 2 naalden voor de armsgaten = 54-58-62-62-66-70 steken. Ga verder met tricotsteek en 1 kantsteek in ribbelsteek aan elke kant – minder TEGELIJKERTIJD op de volgende naald aan de goede kant voor de raglan – lees beschrijving hierboven. Minder voor de raglan iedere 2e naald (dus elke naald aan de goede kant) in totaal 13-14-15-16-17-18 keer.
Als alle minderingen voor de raglan klaar zijn, zijn er 28-30-32-30-32-34 steken op de naald, kant af.

MOUW:
Zet 30-32-32-34-34-36 steken op met breinaalden zonder knop maat 4.5 mm en medium grijs Air of grijs Nepal. Brei 1 naald recht en brei dan boordsteek (= 1 recht/ 1 averecht) voor 4 cm. Ga verder met breinaalden zonder knop maat 5.5 mm. Voeg 1 markeerdraad in op het begin van de naald (= midden onder de mouw). Brei 1 naald recht terwijl u 4 steken verdeeld mindert in alle maten – denk om TIP VOOR HET MINDEREN = 26-28-28-30-30-32 steken. Ga dan verder met tricotsteek in de rondte. Als het werk 6 cm meet, meerder dan 2 steken midden onder de mouw – lees TIP VOOR HET MEERDEREN. Meerder zo iedere 2½-3½-3½-4-5-5½ cm in totaal 6-6-7-7-7-7 keer = 38-40-42-44-44-46 steken. Als het werk 22-26-30-34-38-42 cm meet, kant dan 2-2-2-4-4-4 steken af midden onder de mouw (kant 1-1-1-2-2-2 steken af aan elke kant van de markeerdraad) = 36-38-40-40-40-42 steken.
Brei dan tricotsteek heen en weer met 1 kantsteek in ribbelsteek aan elke kant van het werk – minder TEGELIJKERTIJD op de eerste naald aan de goede kant voor de raglan – lees beschrijving hierboven. Minder voor de raglan iedere 2e naald (dus elke naald aan de goede kant) in totaal 13-14-15-16-17-18 keer.
Als alle minderingen voor de raglan klaar zijn, zijn er 10-10-10-8-6-6 steken op de naald, kant af. Brei de andere mouw op dezelfde manier.

AFWERKING:
Naai de raglannaden dicht van boven naar beneden tot midden onder de mouw – naai aan de binnenkant van de 1 kantsteek.
Naai de zijnaden dicht aan de binnenkant de 1 kantsteek.

HALS:
Neem aan de goede kant ongeveer 67-71-75-68-68-72 steken op rondom de hals (inclusief de steken op de hulpdraad aan de voorkant) met een korte rondbreinaald 4.5 mm en medium grijs Air of grijs Nepal. Brei 1 naald recht terwijl u verdeeld mindert naar 60-60-64-64-68-68 steken. Brei dan boordsteek in de rondte (= 2 recht/ 2 averecht) voor 2 cm. Ga verder met framboos Air of diep rood Nepal en brei boordsteek in de rondte voor 1 cm. Kant dan losjes af met recht boven recht en averecht boven averecht. De trui meet ongeveer 36-40-44-48-52-56 cm vanaf de schouder naar beneden.

POMPON (voor de muts):
Maak een pompon met naturel van ongeveer 5-6 cm in diameter; laat 2 draadeinden over om de pompon mee aan te hechten. Hecht de pompon aan het einde van de losse muts op het voorpand.

BAARD:
1 franje = knip 1 draad van 30 cm met naturel. Breng het draadeinde om een averechte steek op de hals van de kerstman (dus in de 2e naald met naturel). Maak een knoop. Hecht gelijke franjes aan elk van de overgebleven 17 averechte steken. Knoop dan alle draden samen met een losse knoop in het midden van de draden. Knip de baard tot de gewenste lengte.

SNOR:
1 franje = knip 1 draad van 20 cm met naturel. Rijg het draadeinde om een steek onder een averechte steek op het gezicht van de kerstman (dus in de 5e naald met naturel). Maak een knoop. Hecht gelijke franjes in elk van de overgebleven 7 averechte steken. Knip de snor tot de gewenste lengte.

OGEN:
Naai met een restant van zwart maassteken over 3 steken en naai 1 steek over de volgende steek richting het midden.

Telpatroon

= recht aan de goede kant, averecht aan de verkeerde kant met medium grijs/grijs
= recht aan de goede kant, averecht aan de verkeerde kant met naturel
= averecht aan de goede kant, recht aan de verkeerde kant met naturel
= recht aan de goede kant, averecht aan de verkeerde kant met tarwe/licht beige
= recht aan de goede kant, averecht aan de verkeerde kant met framboos/diep rood
= averecht aan de goede kant, recht aan de verkeerde kant met framboos/diep rood
= averecht aan de goede kant, recht aan de verkeerde kant met tarwe/licht beige
= op deze naald (= aan de goede kant) breit u de losse muts samen met het voor-/achterpand
= leg de losse muts (= 12 steken) over deze 12 steken, * brei 1 steek van de muts en 1 steek van het kledingstuk recht samen met framboos/diep rood (= 1 steek) *, brei van *-* in totaal 12 keer.



Heeft u hulp nodig voor dit patroon?

Bedankt dat u een patroon van DROPS Design kiest. We zijn er trots op dat we patronen aanbieden die correct en makkelijk te volgen zijn. Alle patronen zijn uit het Noors vertaald en u kunt altijd het origineel patroon controleren (DROPS Children 32-20) voor de afmetingen en de berekiningen.

Heeft u moeite met het volgen van het patroon? Hieronder vindt u een lijst met bronnen die u kunnen helpen om uw project vlot af te maken - of om eenvoudig iets nieuws te leren.

1) Waarom is de stekenverhouding zo belangrijk?

De stekenverhouding bepaalt de uiteindelijke afmetingen van uw werkstuk en wordt normaliter aangegeven in 10 x 10 cm. Het wordt als volgt aangegeven: het aantal steken in de breedte x het aantal naalden in de hoogte - dus: 19 steken x 26 naalden = 10 x 10 cm.

De stekenverhouding is heel erg individueel; sommige mensen breien/haken heel losjes, terwijl anderen vrij strak werken. De stekenverhouding past u aan met de naalddikte, wat de reden is waarom we slechts een suggestie voor de naalddikte geven! U moet deze aanpassen (naar boven of beneden) om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding overeenkomt met de stekenverhouding die aangegeven staat in het patroon. Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan zal het garenverbruik anders zijn, en zal uw werkstuk andere afmetingen krijgen dan het patroon aangeeft.

De stekenverhouding geeft tevens aan welk garen als vervanging kan dienen. U kunt verschillende garens met elkaar vervangen, zolang de stekenverhouding maar hetzelfde is.

Bekijk de DROPS les: Hoe u de stekenverhouding opmeet

Bekijk de DROPS video: Hoe u een proeflapje maakt

naar boven

2) Wat zijn de garengroepen?

Al onze garens zijn ondergebracht in garengroepen (van A tot F) volgens dikte en stekenverhouding – groep A bevat de dunste garens en groep F de dikste. Dit maakt het makkelijker voor u om alternatieve garens te vinden voor onze patronen, indien u graag ander garen wilt gebruiken. Alle garens binnen dezelfde groep hebben ongeveer eenzelfde stekenverhouding en kunnen elkaar vervangen. Het is wel zo dat verschillende garenkwaliteiten verschillende structuren en eigenschappen hebben, wat het uiteindelijke werkstuk een unieke 'look en feel' geeft.

Klik hier voor een overzicht van de garens in elke garengroep

naar boven

3) Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

Bij het kiezen van een ander garen is het belangrijk dat de stekenverhouding hetzelfde blijft. De afmetingen van het uiteindelijke werk zijn dan hetzelfde als aangegeven in de tekening bij het patroon. Het is makkelijker om dezelfde stekenverhouding te krijgen als u garen gebruikt uit dezelfde garengroep. Het is ook mogelijk om meerdere draden van een dunner garen te gebruiken om de stekenverhouding van een dikker garen te krijgen. Probeer onze garenvervanger. We raden u aan om altijd een proeflapje te maken.

LET OP: als u een ander garen neemt, kan het kledingstuk een andere 'look en feel' krijgen dan het kledingstuk op de foto, vanwege individuele eigenschappen en kwaliteiten van elk garen.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

naar boven

4) Hoe gebruik ik de garenvervanger?

Bovenaan al onze patronen vindt u een link naar onze garenvervanger, welke handig kan zijn als u een ander garen wilt gebruiken dan staat aangegeven in het patroon. Door het garen in te vullen dat u wilt vervangen, de hoeveelheid (in uw maat) en het aantal draden, stelt de vervanger geschikte alternatieven voor met dezelfde stekenverhouding. Daarnaast wordt aangegeven hoeveel u nodig heeft in de nieuwe kwaliteiten en of u met meerdere draden moet werken. De meeste bollen zijn 50 gram (sommige zijn 25 gram of 100 gram).

Als het patroon met meerdere kleuren wordt gebreid/gehaakt, moet elke kleur apart worden vervangen. Dit geldt ook als het patroon met verschillende draden van verschillende garens wordt gemaakt (bijvoorbeeld 1 draad Alpaca en 1 draad Kid-Silk) dan zult u voor elk individueel alternatieven moeten vinden.

Klik hier voor de garenvervanger

naar boven

5) Waarom krijg ik de verkeerde stekenverhouding met de aangegeven naalddikte?

De naalddikte die aangegeven is in het patroon geldt slechts als een richtlijn, het is van belang dat de stekenverhouding klopt. En omdat de stekenverhouding per persoon nogal verschillend is, zult u de naalddikte aan moeten passen om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding hetzelfde is als in het patroon – misschien is het nodig dat u 1 of zelfs 2 naalddiktes naar beneden of naar boven moet om de juiste stekenverhouding te krijgen. Daarom raden we ook aan om een proeflapje te maken.

Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan kunnen de afmetingen van het werkstuk afwijken van de afmetingen volgens de tekening.

Bekijk de DROPS les: Hoe meet u de stekenverhouding

Bekijk de DROPS video: Hoe maakt u een proeflapje voor de stekenverhouding

naar boven

6) Waarom wordt het patroon van boven naar beneden gereid?

Als u een kledingstuk van boven naar beneden breit, dan geeft dit meer flexibiliteit en mogelijkheden voor persoonlijke aanpassingen. Het is bijvoorbeeld makkelijker om het kledingstuk te passen terwijl u er mee bezig bent. U kunt ook makkelijker de lengte van de pas en de schouderkoppen aanpassen.

In de uitleg worden alle stappen zorgvuldig uitgelegd in de juiste volgorde. De telpatronen zijn aangepast aan de breirichting en worden zoals gebruikelijk gebreid.

naar boven

7) Waarom zijn de mouwen korter in de grotere maten?

De totale breedte van het kledingstuk (van pols tot pols) is groter in de grotere maten, ondanks dat de eigenlijke mouwen korter zijn. De grotere maten hebben langere mouwkoppen en bredere schouders, dus er is een goede pasvorm in alle maten.

naar boven

8) Wat is een herhaling?

Telpatronen worden vaak herhaald in de breedte op de naald en/of in de hoogte. 1 herhaling van het telpatroon is hoe het te zien is in het telpatroon. Als er staat dat u 5 herhalingen van A.1 op de naald moet breien, dan breit u het patroon in totaal 5 keer achter/na elkaar op de naald. Als er staat dat u 2 herhalingen van A.1 in de hoogte moet breien, dan breit u het hele telpatroon (dus alle naalden van het telpatroon) een keer en begint u opnieuw onderaan bij het begin en breit u het telpatroon nog een keer.

naar boven

9) Hoe brei ik volgens een telpatroon?

Het telpatroon laat alle naalden en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt gelezen van onder naar boven, van rechts naar links. 1 vierkant = 1 steek.

Als u heen en weer breit, wordt elke andere naald aan de goede kant gebreid en elke andere naald wordt aan de verkeerde kant gebreid. Als u aan de verkeerde kant breit, moet u het telpatroon omgekeerd breien, dus van links naar rechts. rechte steken worden dan averecht gebreid en averechte steken recht, etc.

Als u in de rondte breit wordt elke naald aan de goede kant gebreid en het telpatroon wordt dan van rechts naar links gebreid op alle naalden.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees ik de teltekening bij de patronen?

naar boven

10) Hoe haak ik volgens een telpatroon?

Het telpatroon laat alle toeren en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt van onder naar boven gehaakt en van rechts naar links.

Als u heen en weer haakt, wordt elke andere toer aan de goede kant gehaakt: van rechts naar links en elke andere toer wordt aan de verkeerde kant gehaakt: vank links naar rechts.

Als u in de rondte haakt, wordt elke toer in het telpatroon aan de goede kant gehaakt, van rechts naar links.

Als u een cirkelvormig telpatroon haakt, dan begint u in het midden en haakt u naar buiten toe, tegen de klok in, toer na toer.

Meestal beginnen de toeren met een opgegeven aantal lossen (overeenkomend met de hoogte van de volgende steek), deze zijn of in het telpatroon opgenomen, of uitgelegd in het patroon.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees je telpatronen voor haken

naar boven

11) Hoe brei/haak je verschillende telpatronen tegelijkertijd op dezelfde naald/toer

Instructies om verschillende telpatronen achter elkaar op dezelfde naald/toer te breien/haken, worden meestal als volgt beschreven: “brei/haak A.1, A.2, A.3 in totaal 0-0-2-3-4 keer". Dit betekent dat u A.1 een keer breit/haakt, daarna wordt A.2 een keer gebreid/gehaakt, en A.3 wordt het aantal aangegeven keren (in de breedte) in uw maat gebreid/gehaakt – in dit geval als volgt: S = 0 keer, M = 0 keer, L=2 keer, XL= 3 keer en XXL = 4 keer.

De telpatronen worden zoals gebruikelijk gebreid/gehaakt: begin met de eerste naald/toer in A.1, brei/haak dan de volgende naald/toer in A.2 etc.

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor breien leest

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor haken leest

naar boven

12) Waarom begint het werk met meer lossen dan waarmee gehaakt wordt?

Lossen zijn ietsje smaller dan andere steken en om te voorkomen dat de opzetrand te strak wordt, haken we eenvoudigweg meer lossen om mee te beginnen. Het aantal steken wordt in de volgende toer aangepast zodat het overeenkomt met het patroon en de afmetingen in de tekening.

naar boven

13) Waarom meerderen voor de boord als het werk van boven naar beneden gebreid wordt?

De rand in ribbelsteek is elastischer en zal ietwat samentrekken vergeleken met bijvoorbeeld tricotsteek. Door te meerderen voor de rand in ribbelsteek, voorkomt u een zichtbaar verschil in breedte tussen de rand in ribbelsteek en de rest van het lijf.

naar boven

14) Waarom meerderen in de afkantrand?

Het gebeurt vrij makkelijk dat u te strak afkant, en door omslagen te maken tijdens het afkanten (terwijl u deze tegelijkertijd afkant) voorkomt u dat de afkantrand te strak wordt.

Bekijk de DROPS video: Hoe kant u af met omslagen

naar boven

15) Hoe meerder/minder je afwisselend op elke 3e en 4e naald/toer?

Om gelijkmatig te meerderen (of te minderen) kunt u meerderen op, bijvoorbeeld: afwisselend elke 3e en 4e naald, als volgt: brei 2 naalden en meerder op de 3e naald, brei 3 naalden en meerder op de 4e naald. Herhaal dit tot het meerderen klaar is.

Bekijk de DROPS les: Meerder of minder 1 st afwisselend

naar boven

16) Waarom is het patroon een beetje anders dan wat ik op de foto zie?

Herhalingen van het patroon kunnen een beetje anders zijn in de verschillende maten, om de juiste verhoudingen te krijgen. Als u niet dezelfde maat maakt als het kledingstuk op de foto, wijkt uw werkstuk wellicht ietsje af. Dit is met zorg ontwikkeld en aangepaste zodat het totale beeld van het kledingstuk hetzelfde is in alle maten.

Zorg ervoor dat u de instructies en de telpatronen voor uw maat volgt!

naar boven

17) Hoe kan ik een vest in de rondte breien, in plaats van heen en weer?

Als u liever in de rondte breit dan heen en weer, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen. U moet dan steken midden voor toevoegen (meestal 5 steken) en de instructies volgen. Als u normaal het werk keert en aan de verkeerde kant breit, breit u nu over de extra steken en gaat u verder in de rondte. Aan het einde knipt u het werk open. Neem steken op voor de biezen en werk de afgeknipte randen af.

Bekijk de DROPS video: Hoe breit u knipbiezen en openknippen

naar boven

18) Kan ik een trui heen en weer breien in plaats van in de rondte?

Als u liever heen en weer breit dan in de rondt, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen zodat u de panden apart van elkaar breit en aan het eind aan elkaar naait. Deel de steken voor het lijf in tweeën en voeg 1 kantsteek toe aan elke kant (voor het in elkaar naaien) en brei het voor- en achterpand apart van elkaar.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een patroon aanpassen van rondbreinaalden naar rechte naalden?

naar boven

19) Waarom staan er garens in de patronen die niet meer leverbaar zijn?

Omdat de verschillende garens verschillende kwaliteiten en verschillend texturen hebben, hebben we ervoor gekozen om het originele garen in het patroon te laten staan. Maar u kunt vrij makkelijk andere opties vinden tussen de beschikbare garenkwaliteiten door onze garenvervanger te gebruiken, of door een garen uit dezelfde garengroep uit te kiezen.

Het is mogelijk dat sommige verkooppunten nog bollen op voorraad hebben van garens die niet meer leverbaar zijn, of dat iemand thuis nog een paar bollen heeft liggen en hier een patroon bij zoekt.

Degarenvervanger laat alternatieve garens zien en de hoeveelheid die u nodig heeft in de nieuwe kwaliteit.

naar boven

20) Hoe verander ik een kledingstuk voor dames in eentje voor heren?

Als u een patroon heeft gevonden doe alleen beschikbaar is in damesmaten, dan hoeft het niet heel moeilijk te zijn om deze aan te passen naar een herenmaat. Het grootste verschil is de lengte van de mouwen en het lijf. Begin met breien in de damesmaat die overeenkomt met de borstwijdte. De lengte die erbij komt wordt namelijk gebreid voordat u begint met afkanten voor de armsgaten. Als het patroon van boven naar beneden wordt gebreid, kunt u lengte toevoegen vlak na de armsgaten of voor de eerste mindering op de mouw.

Wat betreft de extra hoeveelheid garen wat u nodig heeft: dit hangt heel erg af van hoeveel lengte u toevoegt, maar het is vaak meter dat u een bol te veel hebt dan te weinig.

naar boven

21) Hoe voorkom ik dat een harig kledingstuk gaat pillen of pluizen?

Alle garens hebben vezels die uitsteken (door de productie) waardoor een kledingstuk gaat pluizen of pillen. Geborstelde garens (dus meer harige garens) hebben meer van deze losse, uitstekende vezels waardoor het eerder gaat pluizen of pillen.

Hoewel het niet mogelijk is om te garanderen dat geborsteld garen 100% pluisvrij is, is het wel mogelijk om dit drastisch af te laten nemen, door de volgende stappen te ondernemen:

1. Als het kledingstuk klaar is (voordat u het gaat wassen) schudt u het kledingstuk flink uit, zodat de losse haartjes eruit komen. LET OP: gebruik GEEN roller, borstel of andere methode, waardoor aan het kledingstuk getrokken wordt

2. Plaats het kledingstuk in een plastic zak en leg het in de vriezer - de temperatuur zorgt ervoor dat de vezels minder aan elkaar blijven zitten, en uitstekende vezels komen makkelijker los.

3. Laat een paar uur in de vriezer liggen, voordat u het eruit haalt en schudt het kledingstuk dan opnieuw uit.

4. Was het kledingstuk volgens de instructies op het garenlabel.

naar boven

22) Waar op het kledingstuk wordt de lengte gemeten??

De tekening/ het schema met de afmetingen geeft informatie over de volledige lengte van het kledingstuk. Als het een trui of een vest betreft, dan wordt deze vanaf het hoogste punt op de schouder gemeten (meestal het dichtst bij de halslijn), en recht naar beneden tot de onderkant van het kledingstuk. Het wordt NIET gemeten vanaf de punt van de schouder. Op gelijke wijze wordt ook de lengte van de pas gemeten, vanaf het hoogste punt op de schouder en naar beneden tot waar de pas gesplitst wordt voor het lijf en de mouwen.

Op een vest worden de afmetingen nooit over de biezen genomen, tenzij anders aangegeven. Meet altijd binnen de biessteken als u de lengte opmeet.

Bekijk de DROPS les: Maattekeningen lezen

naar boven

23) Hoe weet ik hoeveel bollen ik nodig heb?

De benodigde hoeveelheid garen wordt aangegeven in grammen, dus bijvoorbeeld: 450 g. Om uit te rekenen hoeveel bollen u nodig heeft, moet u eerst weten hoeveel gram er in 1 bol gaat (25 g, 50 g, of 100 g). Deze informatie vindt u door op de individuele garenkwaliteit te klikken op onze site. Deel de hoeveelheid benodigde garen door de hoeveelheid per bol. Bijvoorbeeld, als de bollen 50 gram wegen (de meest gebruikelijke hoeveelheid), ziet de berekening er als volgt uit: 450 / 50 = 9 bollen.

naar boven

Heeft u DROPS garen besteld om dit patroon te maken? Dan heeft u recht op hulp van de winkel waar u het garen gekocht heeft. Vind hier een lijst van DROPS winkels!
Kunt u het antwoord op uw vraag nog steeds niet vinden? Scroll dan naar beneden en laat een vraag achter zodat een van onze experts kan proberen u te helpen. Dit wordt normaal tussen 5 tot 10 werkdagen gedaan.. In de tussentijd kunt u de vragen en antwoorden lezen die anderen bij dit patroon achter hebben gelaten of doe mee met de DROPS Workshop op Facebook om hulp te krijgen van mede breisters en haaksters!

Opmerkingen / Vragen (2)

Maria Teresa Matos Mendes Nuncio 07.12.2019 - 16:47:

Por favor pode mandar este modelo (a camisola com o Pai Natal mas para um bébé de 1 ano e feito com agulhas 3,5. A vossa lã é uma maravilha. Parabéns. Maria Teresa

DROPS Design 12.12.2019 kl. 10:10:

Bom dia, Pode fazer este modelo para o tamanho menor (2 anos). Quanto ao número de agulhas, o indicado são agulhas 5.5 mm. Pode sempre pesquisar todos os modelos gratuitos e exclusivos para bebé aqui: https://www.garnstudio.com/catalogues.php?type=drops-baby&lang=pt Bons tricôs!

Lidia 27.11.2019 - 17:33:

Bardzo chciałabym zrobić ten sweterek, ale brak schematów.Bez nich ani rusz.

Laat een opmerking achter voor DROPS Children 32-20

Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!

Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.