Frambuesa by DROPS Design

Gebreid lange vest in DROPS Nepal. Het werk wordt van boven naar beneden gebreid met kantpatroon en gerstekorrel op de pas, met A-lijn en zakken. Maten S - XXXL.

DROPS Design: Patroon nr. ne-315
Garengroep C of A + A
-------------------------------------------------------

MATEN:
S - M - L - XL - XXL - XXXL

MATERIAAL:
DROPS NEPAL van garnstudio (behoort tot garengroep C)
750-800-900-950-1050-1150 g kleur 8910, framboos

STEKENVERHOUDING:
16 steken in de breedte en 20 naalden in de hoogte met tricotsteek = 10 x 10 cm.
Patroon A.2 meet ongeveer 16-16-16-20-20-20 cm in de hoogte.

NAALDEN:
DROPS NAALDEN ZONDER KNOP MAAT 5.5 MM.
DROPS RONDBREINAALD 5.5 MM: Lengte 40 cm en 80 cm voor tricotsteek.
DROPS NAALDEN ZONDER KNOP MAAT 4.5 MM.
DROPS RONDBREINAALD 4.5 MM: Lengte 80 cm voor de randen.
De naalddikte is slechts een richtlijn. Als u te veel steken heeft op 10 cm, ga dan verder met een grotere naald. Als u te weinig steken heeft op 10 cm, ga dan verder met een kleinere naald.

DROPS BUFFELHOORN KNOPEN, (hoekig) NR 537: 6-6-6-7-7-7 stuks.

-------------------------------------------------------

Stekenverhouding – Kijk hier hoe u deze moet opmeten en waarom
Alternatief garen – Bekijk hier hoe u een ander garen kiest
Garengroep A tot F – Bekijk hier hoe u hetzelfde patroon gebruikt met een ander garen
Garenverbruik als u een alternatief garen kiest – Gebruik onze garenvervanger

-------------------------------------------------------


65% wol, 35% alpaca
vanaf 2.05 € /50g
DROPS Nepal uni colour DROPS Nepal uni colour 2.05 € /50g
Hobbydoos.nl
Bestel
DROPS Nepal mix DROPS Nepal mix 2.15 € /50g
Hobbydoos.nl
Bestel
needles Naalden & Haaknaalden
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 30.75€ krijgen. Lees meer.

Instructies voor het patroon

UITLEG VOOR HET PATROON:

-------------------------------------------------------

RIBBEL/RIBBELSTEEK (heen en weer gebreid):
Brei alle naalden recht.
1 ribbel in de hoogte = Brei 2 naalden recht.

PATROON:
Zie telpatronen A.1 tot A.3. Kies het telpatroon voor uw maat (geldt voor A.2). De telpatronen laten alle naalden in het patroon aan de goede kant zien.

TIP VOOR HET MEERDEREN-1 (verdeeld):
Om uit te rekenen hoe u verdeeld meerdert, neem het totaal aantal steken op de naald (dus 84 steken) minus de biezen (dus 10 steken) en deel de overgebleven steken door het aantal te maken meerderingen (dus 27) = 2.7.
In dit voorbeeld meerdert u door 1 omslag te maken na afwisselend elke 2e en 3e steek. Meerder niet op biezen. Brei op de volgende naald de omslagen gedraaid om gaatjes te voorkomen.

TIP VOOR HET MEERDEREN-2 (voor de zijkanten van het lijf en de mouwen):
Brei tot er 2 steken over zijn voor de markeerdraad, 1 omslag, 4 recht (de markeerdraad zit tussen deze 4 steken), 1 omslag. Brei op de volgende naald de omslagen gedraaid om gaatjes te voorkomen. Brei dan de nieuwe steken in tricotsteek.

RAGLAN:
Als de pas klaar is, brei dan een kleine raglan voordat u het werk verdeelt voor het lijf en de mouwen. Alle meerderingen worden aan de goede kant gemaakt!
Meerder 1 steek aan elke kant van de 4 markeerdraden in elke overgang tussen de voor-/achterpanden en de mouwen zoals beschreven hieronder (= 8 steken gemeerderd op de naald). Brei tot er 1 steek over is voor de eerste markeerdraad, maak 1 omslag, 2 recht (de markeerdraad is in het midden van deze 2 steken), maak 1 omslag (= 1 steek gemeerderd aan elke kant van de markeerdraad). Brei op de volgende naald (verkeerde kant) de omslag gedraaid averecht om gaatjes te voorkomen. Brei dan de nieuwe steken in tricotsteek.

TIP VOOR HET MINDEREN (voor midden onder de mouwen):
Begin 3 steken voor de markeerdraad, 2 recht samen, 2 recht (de markeerdraad zit tussen deze 2 steken), 1 steek recht afhalen, 1 recht en haal de afgehaalde steek over de gebreide steek (2 steken geminderd).

KNOOPSGATEN:
Brei knoopsgaten op de rechter voorbies (als het kledingstuk gedragen wordt). Brei aan de goede kant als er 3 steken over zijn op de naald als volgt: Maak 1 omslag, 2 recht samen en 1 recht. Brei op de volgende naald de omslag recht zodat er een gaatje ontstaat.
Het eerste knoopsgat wordt gebreid als de boordsteek op de hals ongeveer 2 cm meet. Brei dan de andere 5-5-5-6-6-6 knoopsgaten met ongeveer 10-10-10-9-9-9 cm tussen elk.

TIP VOOR HET AFKANTEN:
Om te voorkomen dat de afkantrand te strak wordt kunt u afkanten met een naald in een grotere maat; of maak 1 omslag na ongeveer elke 8e steek terwijl u tegelijkertijd afkant (kant de omslagen af als normale steken).

-------------------------------------------------------

BEGIN HET WERK HIER:

-------------------------------------------------------

VEST – KORTE SAMENVATTING VAN HET WERK:
De hals en de pas worden heen en weer gebreid met de rondbreinaald vanaf midden voor, dan wordt de pas verdeeld voor het lijf en mouwen. Het lijf wordt verder heen en weer gebreid met de rondbreinaald. De mouwen worden in de rondte gebreid met breinaalden zonder knop/ korte rondbreinaald, van boven naar beneden. Tot slot worden de zakken apart gebreid en dan op de voorpanden genaaid.

HALS:
Zet 84-88-92-92-96-100 steken op (inclusief 5 voorbiessteken aan elke kant richting midden voor) met rondbreinaald 4.5 mm en Nepal. Brei 1 naald averecht (= verkeerde kant). De volgende naald wordt als volgt gebreid aan de goede kant: Brei A.1 (= 5 voorbiessteken), * 2 recht, 2 averecht *, brei van *-* tot er 7 steken over zijn op de naald, 2 recht en eindig met A.1 (= 5 voorbiessteken). Ga verder met deze boordsteek voor 3-3-3-4-4-4 cm; denk om het de knoopsgaten op de rechter voorbies – lees beschrijving hierboven.
Als de boordsteek klaar is, brei dan 1 naald recht aan de goede kant terwijl u 27-33-29-39-47-43 steken verdeeld meerdert - lees TIP VOOR HET MEERDEREN-1 = 111-121-121-131-143-143 steken. Voeg 1 markeerdraad in na de 5 voorbiessteken op het begin van de naald; de pas wordt vanaf deze markeerdraad gemeten! Brei 1 naald averecht aan de verkeerde kant (de omslagen worden gedraaid averecht gebreid en de voorbiessteken in A.1). Brei nu de pas zoals beschreven hieronder.

PAS:
Ga verder met rondbreinaald 5.5 mm en brei de volgende naald aan de goede kant als volgt. Ga verder met A.1 over de 5 voorbiessteken, brei A.2A (= 6-6-6-7-7-7 steken), A.2B tot er 10-10-10-11-11-11 steken over zijn op de naald (= 9-10-10-9-10-10 herhalingen van 10-10-10-12-12-12 steken), brei A.2C (= 5-5-5-6-6-6 steken) en eindig met A.1 over de 5 voorbiessteken. Ga verder met dit patroon. DENK OM DE STEKENVERHOUDING!
Meerder TEGELIJKERTIJD op elke naald gemarkeerd met een pijl in A.2A steken verdeeld zoals beschreven hieronder – denk om TIP VOOR HET MEERDEREN-1 (meerder altijd op een naald aan de verkeerde kant).
Pijl-1: Meerder 40-40-40-48-48-48 steken verdeeld = 151-161-161-179-191-191 steken.
Pijl-2: Meerder 40-40-40-48-48-48 steken verdeeld = 191-201-201-227-239-239 steken.
Pijl-3: Meerder 30-30-30-36-36-36 steken verdeeld = 221-231-231-263-275-275 steken.
Pijl-4: Meerder 4-6-6-10-2-14 steken verdeeld = 225-237-237-273-277-289 steken.
Als A.2 klaar is in de hoogte meet het werk ongeveer 16-16-16-20-20-20 cm vanaf de markeerdraad op de hals. Als het werk korter is dan dit, brei dan verder in tricotsteek en A.1 over de voorbiessteken tot de juiste lengte. Meerder dan voor een kleine raglan zoals beschreven hieronder.

RAGLAN:
Voeg 4 markeerdraden in het werk voor de meerderingen voor de raglan. De markeerdraden worden ingevoegd zonder de steken te breien; de eerste markeerdraad na de eerste 39-40-40-46-48-51 steken (= voorpand), de 2e markeerdraad wordt ingevoegd na de volgende 40-44-44-50-48-48 steken (= mouw), de 3e markeerdraad wordt ingevoegd na de volgende 67-69-69-81-85-91 steken (= achterpand) en de 4e markeerdraad na de volgende 40-44-44-50-48-48 steken (= mouw). Er zijn 39-40-40-46-48-51 steken over op het voorpand na de laatste markeerdraad.
Brei tricotsteek. Meerder TEGELIJKERTIJD op de volgende naald aan de goede kant voor de raglan aan elke kant van de 4 markeerdraden – lees beschrijving hierboven (= 8 steken gemeerderd). Meerder zo iedere 2e naald (dus elke naald aan de goede kant) in totaal 2-4-6-4-6-8 keer = 241-269-285-305-325-353 steken. Brei verder zonder meerderingen tot het werk 19-21-23-25-27-29 cm meet vanaf de markeerdraad op de hals.
Verdeel nu het werk voor het lijf en mouwen als volgt: Brei 41-44-46-50-54-59 steken zoals hiervoor (= voorpand), plaats de volgende 44-52-56-58-60-64 steken op 1 hulpdraad voor de mouw en zet 6-6-8-8-10-10 nieuwe steken op de naald (= in zijkant onder de mouw), brei de volgende 71-77-81-89-97-107 steken zoals hiervoor (= achterpand), plaats de volgende 44-52-56-58-60-64 steken op 1 hulpdraad voor de mouw en zet 6-6-8-8-10-10 nieuwe steken op de naald (= in zijkant onder de mouw) en brei de overgebleven 41-44-46-50-54-59 steken zoals hiervoor (= voorpand). Het Lijf en mouwen worden apart verder gebreid. HET WERK WORDT NU VANAF HIER GEMETEN!

LIJF:
= 165-177-189-205-225-245 steken. Voeg 1 markeerdraad in 44-47-50-54-59-64 steken vanaf elke kant (= zijkanten van het lijf). Er zijn 77-83-89-97-107-117 steken tussen de markeerdraden op het achterpand. Neem de draden mee tijdens het breien in de hoogte; ze worden gebruikt bij het meerderen in de zijkanten.
Brei tricotsteek heen en weer en 5 voorbiessteken in A.1 aan elke kant richting midden voor – denk om de knoopsgaten op de rechter voorbies.
Als het werk 5 cm meet vanaf de scheiding in alle maten, meerder dan 1 steek aan elke kant van beide markeerdraden - lees TIP VOOR HET MEERDEREN-2 (= 4 steken gemeerderd). Meerder zo iedere 5 cm in totaal 8 keer aan elke kant = 197-209-221-237-257-277 steken.
Brei verder tot het werk 45 cm meet vanaf de scheiding in alle maten (er is ongeveer 3 cm tot de gewenste lengte; u kunt het vest passen en breien tot de gewenste lengte).
Brei 1 naald averecht aan de verkeerde kant (de biezen worden gebreid in A.1) en meerder tegelijkertijd 40-43-41-45-50-55 steken verdeeld op deze naald = 237-252-262-282-307-332 steken. Dit wordt gedaan om te voorkomen dat de rand te strak wordt.
Ga verder met rondbreinaald 4.5 mm en brei de volgende naald als volgt aan de goede kant: 5 voorbiessteken in A.1, brei A.3 tot er 7 steken over zijn op de naald, brei 2 recht en eindig met 5 voorbiessteken in A.1. Ga zo verder tot de rand 3 cm meet. Kant af met recht aan de goede kant – lees TIP VOOR HET AFKANTEN! Het vest meet ongeveer 70-72-74-76-78-80 cm vanaf de schouder naar beneden.

MOUW:
Plaats de 44-52-56-58-60-64 steken van de hulpdraad aan de een kant van het werk op een korte rondbreinaald of breinaalden zonder knop maat 5.5 mm en neem 1 steek op in elk van de 6-6-8-8-10-10 opgezette steken onder de mouw = 50-58-64-66-70-74 steken. Voeg een markeerdraad in, in het midden van de 6-6-8-8-10-10 steken onder de mouw (neem de markeerdraad mee tijdens het breien in de hoogte; het wordt gebruikt bij het minderen midden onder de mouw).
Begin de naald op de markeerdraad en brei in tricotsteek in de rondte. Als de mouw 3-2-2--2-3-3 cm meet vanaf de scheiding, minder dan 2 steken midden onder de mouw – lees TIP VOOR HET MINDEREN. Minder zo iedere 3-2-1½-1½-1-1 cm in totaal 4-7-9-9-10-11 keer = 42-44-46-48-50-52 steken.
Als de mouw 16-16-16-15-15-15 cm meet vanaf de scheiding, meerder dan 2 steken midden onder de mouw – lees TIP VOOR HET MEERDEREN-2. Meerder zo iedere 6-7-5-6-3-3½ cm in totaal 4-3-4-3-5-4 keer = 50-50-54-54-60-60 steken. Brei verder tot de mouw 39-37-36-34-32-31 cm meet vanaf de scheiding (er is ongeveer 3 cm over tot de gewenste lengte; u kunt het vest passen en breien tot de gewenste lengte). LET OP: Kortere lengtes in de grotere maten vanwege een bredere hals en een langere pas.
Brei 1 naald recht terwijl u 0-0-1-1-0-0 steken meerdert = 50-50-55-55-60-60 steken.
Ga verder met breinaalden zonder knop of korte rondbreinaald 4.5 mm en brei A.3 voor 3 cm. Kant af met recht – denk om TIP VOOR HET AFKANTEN!
De mouw meet ongeveer 42-40-39-37-35-34 cm vanaf de scheiding. Brei de andere mouw op dezelfde manier.

AFWERKING:
Naai de knopen op de linker voorbies.

ZAK:
Zet 33-33-33-39-39-39 steken op met rondbreinaald 5.5 mm en Nepal. Brei 1 naald averecht (= verkeerde kant). De volgende naald wordt als volgt gebreid aan de goede kant: 1 kantsteek in RIBBELSTEEK – lees beschrijving hierboven, brei A.2A (= 6-6-6-7-7-7 steken), A.2B over de volgende 20-20-20-24-24-24 steken (= 2 herhalingen van 10-10-10-12-12-12 steken), A.2C (= 5-5-5-6-6-6 steken) en eindig met 1 kantsteek in ribbelsteek.
Ga verder met dit patroon tot de tweede rand van gerstekorrel klaar is. Brei dan tricotsteek en 1 kantsteek in ribbelsteek aan elke kant tot de zak 16-17-18-19-20-21 cm meet. Kant af met recht aan de goede kant. Brei de andere zak op dezelfde manier.
Plaats 1 zak op elk voorpand ongeveer 8 tot 13 cm vanaf de buitenste rand van de voorbies midden voor en van rand naar rand met de overgang tussen tricotsteek en de rand op de onderkant van het vest – zie foto (u kunt het vest passen en naar wens positioneren). Naai de zakken op de voorpanden aan de binnenkant van de 1 kantsteek op de zakken.

Telpatroon

symbols = recht aan de goede kant, averecht aan de verkeerde kant
symbols = averecht aan de goede kant, recht aan de verkeerde kant
symbols = maak 1 omslag tussen 2 steken
symbols = 2 recht samen
symbols = 1 steek recht afhalen, 1 recht en haal de afgehaalde steek over de gebreide steek
symbols = 1 steek recht afhalen, 2 recht samen en haal de afgehaalde steek over de samengebreide steken
diagram
diagram
diagram
diagram

Heeft u hulp nodig voor dit patroon?

Bedankt dat u een patroon van DROPS Design kiest. We zijn er trots op dat we patronen aanbieden die correct en makkelijk te volgen zijn. Alle patronen zijn uit het Noors vertaald en u kunt altijd het origineel patroon controleren (DROPS 206-15) voor de afmetingen en de berekiningen.

Heeft u moeite met het volgen van het patroon? Hieronder vindt u een lijst met bronnen die u kunnen helpen om uw project vlot af te maken - of om eenvoudig iets nieuws te leren.

signature-image signature

Heeft u moeite met het volgen van het patroon? Hieronder vindt u een lijst met bronnen die u kunnen helpen om uw project vlot af te maken - of om eenvoudig iets nieuws te leren.

Elk van onze patronen hebben specifieke instructievideo's om u te helpen.

We hebben tevens een stap-voor-stap uitleg voor verschillende technieken, welke u hier kunt vinden.

1) Waarom is de stekenverhouding zo belangrijk?

De stekenverhouding bepaalt de uiteindelijke afmetingen van uw werkstuk en wordt normaliter aangegeven in 10 x 10 cm. Het wordt als volgt aangegeven: het aantal steken in de breedte x het aantal naalden in de hoogte - dus: 19 steken x 26 naalden = 10 x 10 cm.

De stekenverhouding is heel erg individueel; sommige mensen breien/haken heel losjes, terwijl anderen vrij strak werken. De stekenverhouding past u aan met de naalddikte, wat de reden is waarom we slechts een suggestie voor de naalddikte geven! U moet deze aanpassen (naar boven of beneden) om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding overeenkomt met de stekenverhouding die aangegeven staat in het patroon. Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan zal het garenverbruik anders zijn, en zal uw werkstuk andere afmetingen krijgen dan het patroon aangeeft.

De stekenverhouding geeft tevens aan welk garen als vervanging kan dienen. U kunt verschillende garens met elkaar vervangen, zolang de stekenverhouding maar hetzelfde is.

Bekijk de DROPS les: Hoe u de stekenverhouding opmeet

Bekijk de DROPS video: Hoe u een proeflapje maakt

naar boven

2) Wat zijn de garengroepen?

Al onze garens zijn ondergebracht in garengroepen (van A tot F) volgens dikte en stekenverhouding – groep A bevat de dunste garens en groep F de dikste. Dit maakt het makkelijker voor u om alternatieve garens te vinden voor onze patronen, indien u graag ander garen wilt gebruiken. Alle garens binnen dezelfde groep hebben ongeveer eenzelfde stekenverhouding en kunnen elkaar vervangen. Het is wel zo dat verschillende garenkwaliteiten verschillende structuren en eigenschappen hebben, wat het uiteindelijke werkstuk een unieke 'look en feel' geeft.

Klik hier voor een overzicht van de garens in elke garengroep

naar boven

3) Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

Bij het kiezen van een ander garen is het belangrijk dat de stekenverhouding hetzelfde blijft. De afmetingen van het uiteindelijke werk zijn dan hetzelfde als aangegeven in de tekening bij het patroon. Het is makkelijker om dezelfde stekenverhouding te krijgen als u garen gebruikt uit dezelfde garengroep. Het is ook mogelijk om meerdere draden van een dunner garen te gebruiken om de stekenverhouding van een dikker garen te krijgen. Probeer onze garenvervanger. We raden u aan om altijd een proeflapje te maken.

LET OP: als u een ander garen neemt, kan het kledingstuk een andere 'look en feel' krijgen dan het kledingstuk op de foto, vanwege individuele eigenschappen en kwaliteiten van elk garen.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

naar boven

4) Hoe gebruik ik de garenvervanger?

Bovenaan al onze patronen vindt u een link naar onze garenvervanger, welke handig kan zijn als u een ander garen wilt gebruiken dan staat aangegeven in het patroon. Door het garen in te vullen dat u wilt vervangen, de hoeveelheid (in uw maat) en het aantal draden, stelt de vervanger geschikte alternatieven voor met dezelfde stekenverhouding. Daarnaast wordt aangegeven hoeveel u nodig heeft in de nieuwe kwaliteiten en of u met meerdere draden moet werken. De meeste bollen zijn 50 gram (sommige zijn 25 gram of 100 gram).

Als het patroon met meerdere kleuren wordt gebreid/gehaakt, moet elke kleur apart worden vervangen. Dit geldt ook als het patroon met verschillende draden van verschillende garens wordt gemaakt (bijvoorbeeld 1 draad Alpaca en 1 draad Kid-Silk) dan zult u voor elk individueel alternatieven moeten vinden.

Klik hier voor de garenvervanger

naar boven

5) Waarom krijg ik de verkeerde stekenverhouding met de aangegeven naalddikte?

De naalddikte die aangegeven is in het patroon geldt slechts als een richtlijn, het is van belang dat de stekenverhouding klopt. En omdat de stekenverhouding per persoon nogal verschillend is, zult u de naalddikte aan moeten passen om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding hetzelfde is als in het patroon – misschien is het nodig dat u 1 of zelfs 2 naalddiktes naar beneden of naar boven moet om de juiste stekenverhouding te krijgen. Daarom raden we ook aan om een proeflapje te maken.

Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan kunnen de afmetingen van het werkstuk afwijken van de afmetingen volgens de tekening.

Bekijk de DROPS les: Hoe meet u de stekenverhouding

Bekijk de DROPS video: Hoe maakt u een proeflapje voor de stekenverhouding

naar boven

6) Waarom wordt het patroon van boven naar beneden gereid?

Als u een kledingstuk van boven naar beneden breit, dan geeft dit meer flexibiliteit en mogelijkheden voor persoonlijke aanpassingen. Het is bijvoorbeeld makkelijker om het kledingstuk te passen terwijl u er mee bezig bent. U kunt ook makkelijker de lengte van de pas en de schouderkoppen aanpassen.

In de uitleg worden alle stappen zorgvuldig uitgelegd in de juiste volgorde. De telpatronen zijn aangepast aan de breirichting en worden zoals gebruikelijk gebreid.

naar boven

7) Waarom zijn de mouwen korter in de grotere maten?

De totale breedte van het kledingstuk (van pols tot pols) is groter in de grotere maten, ondanks dat de eigenlijke mouwen korter zijn. De grotere maten hebben langere mouwkoppen en bredere schouders, dus er is een goede pasvorm in alle maten.

naar boven

8) Wat is een herhaling?

Telpatronen worden vaak herhaald in de breedte op de naald en/of in de hoogte. 1 herhaling van het telpatroon is hoe het te zien is in het telpatroon. Als er staat dat u 5 herhalingen van A.1 op de naald moet breien, dan breit u het patroon in totaal 5 keer achter/na elkaar op de naald. Als er staat dat u 2 herhalingen van A.1 in de hoogte moet breien, dan breit u het hele telpatroon (dus alle naalden van het telpatroon) een keer en begint u opnieuw onderaan bij het begin en breit u het telpatroon nog een keer.

naar boven

9) Hoe brei ik volgens een telpatroon?

Het telpatroon laat alle naalden en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt gelezen van onder naar boven, van rechts naar links. 1 vierkant = 1 steek.

Als u heen en weer breit, wordt elke andere naald aan de goede kant gebreid en elke andere naald wordt aan de verkeerde kant gebreid. Als u aan de verkeerde kant breit, moet u het telpatroon omgekeerd breien, dus van links naar rechts. rechte steken worden dan averecht gebreid en averechte steken recht, etc.

Als u in de rondte breit wordt elke naald aan de goede kant gebreid en het telpatroon wordt dan van rechts naar links gebreid op alle naalden.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees ik de teltekening bij de patronen?

naar boven

10) Hoe haak ik volgens een telpatroon?

Het telpatroon laat alle toeren en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt van onder naar boven gehaakt en van rechts naar links.

Als u heen en weer haakt, wordt elke andere toer aan de goede kant gehaakt: van rechts naar links en elke andere toer wordt aan de verkeerde kant gehaakt: vank links naar rechts.

Als u in de rondte haakt, wordt elke toer in het telpatroon aan de goede kant gehaakt, van rechts naar links.

Als u een cirkelvormig telpatroon haakt, dan begint u in het midden en haakt u naar buiten toe, tegen de klok in, toer na toer.

Meestal beginnen de toeren met een opgegeven aantal lossen (overeenkomend met de hoogte van de volgende steek), deze zijn of in het telpatroon opgenomen, of uitgelegd in het patroon.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees je telpatronen voor haken

naar boven

11) Hoe brei/haak je verschillende telpatronen tegelijkertijd op dezelfde naald/toer

Instructies om verschillende telpatronen achter elkaar op dezelfde naald/toer te breien/haken, worden meestal als volgt beschreven: “brei/haak A.1, A.2, A.3 in totaal 0-0-2-3-4 keer". Dit betekent dat u A.1 een keer breit/haakt, daarna wordt A.2 een keer gebreid/gehaakt, en A.3 wordt het aantal aangegeven keren (in de breedte) in uw maat gebreid/gehaakt – in dit geval als volgt: S = 0 keer, M = 0 keer, L=2 keer, XL= 3 keer en XXL = 4 keer.

De telpatronen worden zoals gebruikelijk gebreid/gehaakt: begin met de eerste naald/toer in A.1, brei/haak dan de volgende naald/toer in A.2 etc.

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor breien leest

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor haken leest

naar boven

12) Waarom begint het werk met meer lossen dan waarmee gehaakt wordt?

Lossen zijn ietsje smaller dan andere steken en om te voorkomen dat de opzetrand te strak wordt, haken we eenvoudigweg meer lossen om mee te beginnen. Het aantal steken wordt in de volgende toer aangepast zodat het overeenkomt met het patroon en de afmetingen in de tekening.

naar boven

13) Waarom meerderen voor de boord als het werk van boven naar beneden gebreid wordt?

De rand in ribbelsteek is elastischer en zal ietwat samentrekken vergeleken met bijvoorbeeld tricotsteek. Door te meerderen voor de rand in ribbelsteek, voorkomt u een zichtbaar verschil in breedte tussen de rand in ribbelsteek en de rest van het lijf.

naar boven

14) Waarom meerderen in de afkantrand?

Het gebeurt vrij makkelijk dat u te strak afkant, en door omslagen te maken tijdens het afkanten (terwijl u deze tegelijkertijd afkant) voorkomt u dat de afkantrand te strak wordt.

Bekijk de DROPS video: Hoe kant u af met omslagen

naar boven

15) Hoe meerder/minder je afwisselend op elke 3e en 4e naald/toer?

Om gelijkmatig te meerderen (of te minderen) kunt u meerderen op, bijvoorbeeld: afwisselend elke 3e en 4e naald, als volgt: brei 2 naalden en meerder op de 3e naald, brei 3 naalden en meerder op de 4e naald. Herhaal dit tot het meerderen klaar is.

Bekijk de DROPS les: Meerder of minder 1 st afwisselend

naar boven

16) Waarom is het patroon een beetje anders dan wat ik op de foto zie?

Herhalingen van het patroon kunnen een beetje anders zijn in de verschillende maten, om de juiste verhoudingen te krijgen. Als u niet dezelfde maat maakt als het kledingstuk op de foto, wijkt uw werkstuk wellicht ietsje af. Dit is met zorg ontwikkeld en aangepaste zodat het totale beeld van het kledingstuk hetzelfde is in alle maten.

Zorg ervoor dat u de instructies en de telpatronen voor uw maat volgt!

naar boven

17) Hoe kan ik een vest in de rondte breien, in plaats van heen en weer?

Als u liever in de rondte breit dan heen en weer, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen. U moet dan steken midden voor toevoegen (meestal 5 steken) en de instructies volgen. Als u normaal het werk keert en aan de verkeerde kant breit, breit u nu over de extra steken en gaat u verder in de rondte. Aan het einde knipt u het werk open. Neem steken op voor de biezen en werk de afgeknipte randen af.

Bekijk de DROPS video: Hoe breit u knipbiezen en openknippen

naar boven

18) Kan ik een trui heen en weer breien in plaats van in de rondte?

Als u liever heen en weer breit dan in de rondt, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen zodat u de panden apart van elkaar breit en aan het eind aan elkaar naait. Deel de steken voor het lijf in tweeën en voeg 1 kantsteek toe aan elke kant (voor het in elkaar naaien) en brei het voor- en achterpand apart van elkaar.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een patroon aanpassen van rondbreinaalden naar rechte naalden?

naar boven

19) Waarom staan er garens in de patronen die niet meer leverbaar zijn?

Omdat de verschillende garens verschillende kwaliteiten en verschillend texturen hebben, hebben we ervoor gekozen om het originele garen in het patroon te laten staan. Maar u kunt vrij makkelijk andere opties vinden tussen de beschikbare garenkwaliteiten door onze garenvervanger te gebruiken, of door een garen uit dezelfde garengroep uit te kiezen.

Het is mogelijk dat sommige verkooppunten nog bollen op voorraad hebben van garens die niet meer leverbaar zijn, of dat iemand thuis nog een paar bollen heeft liggen en hier een patroon bij zoekt.

Degarenvervanger laat alternatieve garens zien en de hoeveelheid die u nodig heeft in de nieuwe kwaliteit.

naar boven

20) Hoe verander ik een kledingstuk voor dames in eentje voor heren?

Als u een patroon heeft gevonden doe alleen beschikbaar is in damesmaten, dan hoeft het niet heel moeilijk te zijn om deze aan te passen naar een herenmaat. Het grootste verschil is de lengte van de mouwen en het lijf. Begin met breien in de damesmaat die overeenkomt met de borstwijdte. De lengte die erbij komt wordt namelijk gebreid voordat u begint met afkanten voor de armsgaten. Als het patroon van boven naar beneden wordt gebreid, kunt u lengte toevoegen vlak na de armsgaten of voor de eerste mindering op de mouw.

Wat betreft de extra hoeveelheid garen wat u nodig heeft: dit hangt heel erg af van hoeveel lengte u toevoegt, maar het is vaak meter dat u een bol te veel hebt dan te weinig.

naar boven

21) Hoe voorkom ik dat een harig kledingstuk gaat pillen of pluizen?

Alle garens hebben vezels die uitsteken (door de productie) waardoor een kledingstuk gaat pluizen of pillen. Geborstelde garens (dus meer harige garens) hebben meer van deze losse, uitstekende vezels waardoor het eerder gaat pluizen of pillen.

Hoewel het niet mogelijk is om te garanderen dat geborsteld garen 100% pluisvrij is, is het wel mogelijk om dit drastisch af te laten nemen, door de volgende stappen te ondernemen:

1. Als het kledingstuk klaar is (voordat u het gaat wassen) schudt u het kledingstuk flink uit, zodat de losse haartjes eruit komen. LET OP: gebruik GEEN roller, borstel of andere methode, waardoor aan het kledingstuk getrokken wordt

2. Plaats het kledingstuk in een plastic zak en leg het in de vriezer - de temperatuur zorgt ervoor dat de vezels minder aan elkaar blijven zitten, en uitstekende vezels komen makkelijker los.

3. Laat een paar uur in de vriezer liggen, voordat u het eruit haalt en schudt het kledingstuk dan opnieuw uit.

4. Was het kledingstuk volgens de instructies op het garenlabel.

naar boven

22) Waar op het kledingstuk wordt de lengte gemeten??

De tekening/ het schema met de afmetingen geeft informatie over de volledige lengte van het kledingstuk. Als het een trui of een vest betreft, dan wordt deze vanaf het hoogste punt op de schouder gemeten (meestal het dichtst bij de halslijn), en recht naar beneden tot de onderkant van het kledingstuk. Het wordt NIET gemeten vanaf de punt van de schouder. Op gelijke wijze wordt ook de lengte van de pas gemeten, vanaf het hoogste punt op de schouder en naar beneden tot waar de pas gesplitst wordt voor het lijf en de mouwen.

Op een vest worden de afmetingen nooit over de biezen genomen, tenzij anders aangegeven. Meet altijd binnen de biessteken als u de lengte opmeet.

Bekijk de DROPS les: Maattekeningen lezen

naar boven

23) Hoe weet ik hoeveel bollen ik nodig heb?

De benodigde hoeveelheid garen wordt aangegeven in grammen, dus bijvoorbeeld: 450 g. Om uit te rekenen hoeveel bollen u nodig heeft, moet u eerst weten hoeveel gram er in 1 bol gaat (25 g, 50 g, of 100 g). Deze informatie vindt u door op de individuele garenkwaliteit te klikken op onze site. Deel de hoeveelheid benodigde garen door de hoeveelheid per bol. Bijvoorbeeld, als de bollen 50 gram wegen (de meest gebruikelijke hoeveelheid), ziet de berekening er als volgt uit: 450 / 50 = 9 bollen.

naar boven

Heeft u DROPS garen besteld om dit patroon te maken? Dan heeft u recht op hulp van de winkel waar u het garen gekocht heeft. Vind hier een lijst van DROPS winkels!
Kunt u het antwoord op uw vraag nog steeds niet vinden? Scroll dan naar beneden en laat een vraag achter zodat een van onze experts kan proberen u te helpen. Dit wordt normaal tussen 5 tot 10 werkdagen gedaan.. In de tussentijd kunt u de vragen en antwoorden lezen die anderen bij dit patroon achter hebben gelaten of doe mee met de DROPS Workshop op Facebook om hulp te krijgen van mede breisters en haaksters!

Opmerkingen / Vragen (18)

country flag Maryse wrote:

Svp, A. 2A, taille XL, il faut augmenter 48 m au rang 8 à la flèche 1, selon augmentations-1 c'est à dire avec des jetés. Au rang suivant on doit tricoter les jetés torses, mais, sur ce même rang commence le point fantaisie. Je ne sais pas comment combiner tricoter un jeté torse alors qu'il sert aussi à "glisser 1 maille à l'endroit" par exemple. Comme j'ai des jetés toutes les 2 et 3 m, ça tombe aussi sur les points fantaisie. Merci pour une réponse svp

26.02.2022 - 02:11

DROPS Design answered:

Bonjour Maryse, vous pouvez alors simplement glisser ce jeté comme pour le tricoter torse à l'endroit, tricotez la maille suivante à l'endroit et passer le jeté par-dessus la maille glissée; vous pouvez aussi décaler le jeté avant/après si vous préférez ou bien plutôt augmenter au dernier rang du point de riz si c'est plus simple pour vous. Bon tricot!

28.02.2022 kl. 09:06

country flag Belinda wrote:

De maten kloppen niet van dit patroon. Ik heb normaal maat M, maar deze was veel te groot. Toen alles uitgetrokken en maat S gemaakt. Ook deze was te groot.

28.11.2021 - 20:48

country flag Sabine wrote:

Hallo, ich habe eine technische Frage zu dieser schönen Jacke. Laut Anleitung soll in den Reihen mit den Pfeilen gleichmäßig verteilt zugenommen werden. In der nächsten Hinreihe soll dann das Lochmuster gestrickt werden. Ich verstehe nicht, wie man die Umschläge aus der Vorreihe verschränkt abstricken soll und gleichzeitig das Lochmuster stricken soll. Die Umschläge sind doch keine Maschen, die ich zusammen stricken kann. Ich hoffe, Sie können mir weiterhelfen.

30.10.2021 - 17:04

DROPS Design answered:

Liebe Sabine, wenn Sie bei den Rückreihen Umschläge zum Zunehmen stricken, sollen Sie bein den Hinreihen rechts verschränkt gestrickt werden, um Löcher zu vermeiden, gleichzeitig stricken Sie das Lochmuster wie im Diagram gezeigt (nun werden die vorrigen Umschläge verschränkt gestrickt). Viel Spaß beim stricken!

02.11.2021 kl. 13:53

country flag Diane wrote:

Modele206-15 A2A fleche1 ligne 13 sur 6m. Je fais 4end, jeté,gl et il me manque 1m pour finir le rang merci

12.03.2021 - 14:09

DROPS Design answered:

Bonjour Diane, je ne suis pas sûre de comprendre, la flèche 1 du Diag. A.2A se trouve au 6ème rang (= S, M, L) ou au 8ème rang (= XL, XXL, XXXL), sur ce rang vous devez augmenter 40-40-40-48-48-48 m à intervalles réguliers (cette leçon explique comment procéder - votre nouveau nombre de mailles (= 151-161-161-179-191-191 mailles.) vous permettre de tricoter comme avant, avec juste plus de motifs de A.2B entre A.2A et A.2.C. Bon tricot!

12.03.2021 kl. 15:44

country flag Julie wrote:

Concernant les augmentations de l'empiècement, est-ce qu'elle doivent être réparties sur toutes les mailles ou seulement sur les 10x10 mailles de A2B (pour le medium) Merci

10.03.2021 - 00:03

DROPS Design answered:

Bonjour Julie, quand vous augmentez dans A.2 vous devez augmenter comme indiqué sous AUGMENTATIONS-1 sur toutes les mailles du rang sauf celles de bordure des devants, autrement dit A.2A, B et C. Cette leçon pourra vous aider à placer ces augmentations à intervalles réguliers si besoin. Bon tricot!

10.03.2021 kl. 07:53

country flag Arlene Joffe wrote:

On Drops/206/15 how do I cater for the increases into the chart patterns. The charts show a pattern of 6 sts (A.2A); then 9 repeats of a 10 st (A2B); then a 5 st chart (A.2C). But then you increase by 40 sts. The pattern no longer fits the now 151 sts, and there are further increases later. Please advise me how to proceed, as the lace triangles have to join onto each other, but if I include the increases, there are no longer 6 or 10 sts per chart, each section increases by 1 or 2 or 6 sts

28.11.2020 - 13:56

DROPS Design answered:

Dear Mrs Joffe, after you have increased 40 sts and get the 151 sts work the diagrams as before but over more sts: A.1 (= 5 front band sts), A.2A (= 6 sts), repeat A.2B until 10 sts remain (= 13 repeats of A.2B), A.2C (= 5 sts), A.1 (= 5 sts) = 5+6+ 13x10 + 6+9=151 sts. Happy knitting!

30.11.2020 kl. 08:24

country flag Margarita wrote:

Leicht verständliche und schnell umzusetzende Anleitung. Vielen lieben Dank für die kostenfreie Verfügung. My best regards to all the fans of wool

27.09.2020 - 17:18

country flag Coco wrote:

Bonjour concernant l\'empiècement il est indiqué que nous devons faire 10 fois A.2B mais après avoir fait les augmentations de la flèche 1 nous devons donc augmenter le nombre de motifs?\r\nMerci beaucoup pour votre réponse.

23.09.2020 - 11:32

DROPS Design answered:

Bonjour Coco, effectivement, vous devez continuer le point fantaisie comme avant, mais à chaque fois sur davantage de mailles, autrement dit, vous avez A.1 pour la bordure devant comme avant, 1 fois A.2A, vous répétez A.2B jusqu'à ce qu'il reste 6 ou 7 mailles (selon la taille) et terminez par A.2C (5 ou 6 m selon la taille) et A.1 pour la bordure devant. Bon tricot!

23.09.2020 kl. 14:26

country flag Maminouchka wrote:

Pour rabattre les poignets de manière souple et jolie, utiliser le lien "Rabattre à l'islandaise".

14.09.2020 - 13:21

country flag Thu Anh Phan wrote:

Hei ! Skal man regne med halskant når man strikket ferdig i høydenav bærestrykket? Jeg holde på jakker Drops 206-15

23.06.2020 - 00:00

DROPS Design answered:

Hei Thu, Bærestykket skal måles fra merket som er rett etter halsen - så halsen er ikke inkludert i målene. God fornøyelse!

24.06.2020 kl. 07:55

Laat een opmerking achter voor DROPS 206-15

Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!

Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.