DROPS / 205 / 6

Winter Delight Jacket by DROPS Design

Gebreid vest met kabels en dubbele gerstekorrel. Het werk wordt gebreid in DROPS Merino Extra Fine. Maten S – XXXL.

DROPS Design: Patroon nr. me-180
Garengroep B
-------------------------------------------------------

MATEN:
S - M - L - XL - XXL - XXXL

MATERIAAL:
DROPS MERINO EXTRA FINE van garnstudio (behoort tot garengroep B)
650-700-800-850-950-1050 g kleur 39, ijsblauw

STEKENVERHOUDING:
20 steken in de breedte en 26 naalden in de hoogte met tricotsteek = 10 x 10 cm.
20 steken in de breedte en 34 naalden in de hoogte met dubbele gerstekorrel = 10 x 10 cm
A.2/A.4 (48-48-48-53-53-53 steken) meet ongeveer 19-19-19-21½-21½-21½ cm in de breedte.

NAALDEN:
DROPS NAALDEN ZONDER KNOP MAAT 4.5 MM.
DROPS RONDBREINAALD 4.5 MM: Lengte 40 cm en 80 cm voor de kabels en dubbele gerstekorrel.
DROPS NAALDEN ZONDER KNOP MAAT 3.5 MM.
DROPS RONDBREINAALD 3.5 MM: Lengte 80 cm voor de boordsteek.
DROPS KABELNAALD – voor de kabels.
De naalddikte is slechts een richtlijn. Als u te veel steken heeft op 10 cm, ga dan verder met een grotere naald. Als u te weinig steken heeft op 10 cm, ga dan verder met een kleinere naald.

DROPS PARELMOERKNOPEN, Rond (manestraal) NR 614: 6-6-7-7-7-7 stuks.

Heeft u deze of een van onze andere ontwerpen gemaakt? Tag uw afbeeldingen in social media met #dropsdesign, zodat we ze kunnen zien!

Wilt u een ander garen gebruiken? Probeer de garenvervanger!
Weet u niet zeker welke maat u moet kiezen? Dan is het misschien zinvol om te weten dat het model in de afbeelding ongeveer 170 cm is en maat S of M heeft. Wanneer u een trui, vest, jurk of vergelijkbaar kledingstuk maakt, dan kunt u onderaan het patroon een schema vinden met de afmetingen van het uiteindelijke kledingstuk (in cm).

100% wol
vanaf 3.70 € /50g
DROPS Merino Extra Fine uni colour DROPS Merino Extra Fine uni colour 3.70 € /50g
Wolplein.nl
Bestel
DROPS Merino Extra Fine mix DROPS Merino Extra Fine mix 3.70 € /50g
Wolplein.nl
Bestel
Naalden & Haaknaalden
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 48.10€ krijgen. Lees meer.

Instructies voor het patroon

UITLEG VOOR HET PATROON:

-------------------------------------------------------

RIBBEL/RIBBELSTEEK (heen en weer gebreid):
Brei alle naalden recht.
1 ribbel in de hoogte = Brei 2 naalden recht.

PATROON:
Zie telpatronen A.1 tot A.5. Kies het telpatroon voor uw maat (geldt voor A.2 en A.4). De telpatronen laten alle naalden in het patroon aan de goede kant zien.

TIP VOOR HET BREIEN:
In dit patroon neemt u steken op langs de armsgaten en de mouwen worden van boven naar beneden gebreid. Dit wordt gedaan om controle te hebben over de mouwlengte. Als u de mouwen liever apart breit en ze nadien innaait, dan kunt u dit doen door hetzelfde aantal steken op te zetten als wordt opgenomen langs de armsgaten en dan de instructies in de tekst te volgen. Om de mouwen in te naaien plaatst u de mouw onder de ribbelsteekrand langs de armsgaten zodat de rand zichtbaar is – naai in de buitenste steek langs de ribbelsteekrand).

TIP VOOR HET MINDEREN (voor midden onder de mouw):
Minder 1 steek voor de markeerdraad als volgt: Brei tot er 2 steken over zijn voor de markeerdraad, 2 recht samen als dit een rechte steek zou moeten zijn of 2 averecht samen als dit een averechte steek zou moeten zijn.
Minder 1 steek na de markeerdraad als volgt: 2 gedraaid recht als deze steek een rechte steek zou moeten zijn of 2 averecht gedraaid samen als deze steek een averechte steek zou moeten zijn.

KNOOPSGATEN:
Brei knoopsgaten op de rechter voorbies (als het kledingstuk gedragen wordt). 1 KNOOPSGAT = Begin aan de goede kant en brei de tweede en derde steek vanaf de rand recht samen en maak 1 omslag. Brei op de volgende naald (verkeerde kant) de omslag recht zodat er een gaatje ontstaat.
Brei knoopsgaten als het werk meet:
S: 2, 11, 21, 30 en 40 cm
M: 2, 12, 22, 32 en 42 cm
L: 2, 10, 19, 27, 36 en 44 cm
XL: 2, 11, 20, 29, 38 en 46 cm
XXL: 2, 11, 20, 29, 38 en 47 cm
XXXL: 2, 12, 21, 31, 40 en 49 cm
LET OP: Het laatste knoopsgat wordt op de hals gebreid.

-------------------------------------------------------

BEGIN HET WERK HIER:

-------------------------------------------------------

VEST – KORTE SAMENVATTING VAN HET WERK:
De voor- en achterpanden worden heen en weer gebreid met de rondbreinaald, van onder naar boven. De schoudernaden worden samen genaaid en dan worden steken opgenomen rondom de armsgaten voor de mouwen – lees TIP VOOR HET BREIEN! De mouwen worden heen en weer gebreid met rondbreinaald tot de mouwkop klaar is, dan wordt de mouw verder in de rondte gebreid, van boven naar beneden met korte rondbreinaald/breinaalden zonder knop tot de gewenste lengte. De onderkant van het armsgat wordt dan dichtgenaaid en op het einde wordt de hals gebreid.

ACHTERPAND:
Zet 119-127-135-145-153-169 steken op met rondbreinaald 3.5 mm en Merino Extra Fine. Brei 1 naald averecht (= verkeerde kant). De volgende naald wordt als volgt gebreid aan de goede kant: 1 kantsteek in RIBBELSTEEK – lees beschrijving hierboven, * 1 recht, 1 averecht *, brei van *-* tot er 2 steken over zijn op de naald, 1 recht en eindig met 1 kantsteek in ribbelsteek. Ga verder met deze boordsteek voor 2 cm maar pas aan zodat de laatste naald aan de goede kant wordt gebreid.
Brei 1 naald averecht aan de verkeerde kant met 1 kantsteek in ribbelsteek aan elke kant. Ga verder met rondbreinaald 4.5 mm.
Begin nu met het patroon door de volgende naald aan de goede kant te breien als volgt: 1 kantsteek in ribbelsteek, brei A.1 over de volgende 8-12-16-16-20-28 steken (= 2-3-4-4-5-7 herhalingen van 4 steken), brei A.2 (= 48-48-48-53-53-53 steken), A.3 (= 5 steken), A.4 (= 48-48-48-53-53-53 steken), A.5 over de volgende 8-12-16-16-20-28 steken (2-3-4-4-5-7 herhalingen van 4 steken) en eindig met 1 kantsteek in ribbelsteek. Ga verder met dit patroon. DENK OM DE STEKENVERHOUDING!
Als het werk 37-38-39-40-41-42 cm meet, kant dan 5-7-7-7-7-7 steken af op het begin van de volgende 2 naalden voor de armsgaten = 109-113-121-131-139-155 steken. Ga verder met het patroon zoals hiervoor maar nu met 4 kantsteken in ribbelsteek aan elke kant richting de armsgaten.
Als het werk 54-56-58-60-62-64 cm meet, minder dan 12 steken verdeeld over de middelste 43-43-43-48-48-48 steken op de naald = 97-101-109-119-127-143 steken over. Kant op de volgende naald de middelste 29-29-31-31-33-33 steken voor de hals af en elk schouder wordt apart verder gebreid. Ga verder met het patroon en kant 1 steek af op de volgende naald vanaf de hals = 33-35-38-43-46-54 steken over op de schouder. Brei verder tot het werk 55-57-59-61-63-65 cm meet. Brei 1 naald recht aan de goede kant terwijl u 4 steken verdeeld mindert over de kabel op de schouder = 29-31-34-39-42-50 steken. Brei 1 naald recht aan de verkeerde kant. Kant dan losjes af met recht aan de goede kant. Brei de andere schouder op dezelfde manier. De achterkant van het werk meet ongeveer 56-58-60-62-64-66 cm vanaf de schouder naar beneden.

RECHTER VOORPAND (als het kledingstuk gedragen wordt):
Zet 62-66-70-75-79-87 steken op (inclusief 5 voorbiessteken richting midden voor) met rondbreinaald 3.5 mm en Merino Extra Fine. Brei 1 naald averecht (= verkeerde kant). De volgende naald wordt als volgt gebreid aan de goede kant (dus vanaf midden voor): 5 voorbiessteken in ribbelsteek, * 1 recht, 1 averecht *, brei van *-* tot er 1 steek over is op de naald en eindig met 1 kantsteek in ribbelsteek. Ga verder met deze boordsteek voor 2 cm maar pas zo aan dat de laatste naald gebreid wordt aan de goede kant – denk om de knoopsgaten op de voorbies – lees beschrijving hierboven.
Brei 1 naald averecht aan de verkeerde kant met 1 kantsteek in ribbelsteek op de zijkant en 5 voorbiessteken in ribbelsteek richting midden voor. Ga verder met rondbreinaald 4.5 mm.
Begin nu met het patroon, brei de volgende naald aan de goede kant als volgt: 5 voorbiessteken in ribbelsteek, brei A.4 (= 48-48-48-53-53-53 steken), A.5 over de volgende 8-12-16-16-20-28 steken (= 2-3-4-4-5-7 herhalingen van 4 steken) en eindig met 1 kantsteek in ribbelsteek richting de zijkant. Ga verder met dit patroon.
Als het werk 37-38-39-40-41-42 cm meet kant dan 5-7-7-7-7-7 steken af voor het armsgat op het begin van de naald aan de verkeerde kant = 57-59-63-68-72-80 steken. Ga verder met dit patroon maar nu met 4 kantsteken in ribbelsteek richting het armsgat.
Als het werk 48-50-52-53-55-57 cm meet, minder dan aan de goede kant 6 steken verdeeld over de eerste 18 steken in A.4 = 51-53-57-62-66-74 steken over. Plaats op de volgende naald de buitenste 9-9-9-9-10-10 steken richting midden voor op 1 hulpdraad voor de hals (zonder ze te breien).
Ga verder met dit patroon en kant af voor de hals aan het begin van elke naald vanaf de hals als volgt: Kant 3 keer 2 steken af in alle maten en dan 3-3-4-4-4-4 keer 1 steek = 33-35-38-43-46-54 steken over op de schouder. Brei verder tot het werk 55-57-59-61-63-65 cm meet. Brei 1 naald recht aan de goede kant terwijl u 4 steken verdeeld mindert over de kabel op de schouder = 29-31-34-39-42-50 steken. Brei 1 naald recht aan de verkeerde kant en kant dan losjes af met recht aan de goede kant. De voorkant van het werk meet ongeveer 56-58-60-62-64-66 cm vanaf de schouder naar beneden.

LINKER VOORPAND (als het kledingstuk gedragen wordt):
Zet 62-66-70-75-79-87 steken op (inclusief 5 voorbiessteken richting midden voor) met rondbreinaald 3.5 mm en Merino Extra Fine. Brei 1 naald averecht (= verkeerde kant). De volgende naald wordt als volgt gebreid aan de goede kant (dus vanaf de zijkant): 1 kantsteek in ribbelsteek, * 1 averecht, 1 recht *, brei van *-* tot er 5 steken over zijn op de naald en eindig met 5 voorbiessteken in ribbelsteek richting midden voor. Ga verder met deze boordsteek voor ongeveer 2 cm maar pas aan zodat de laatste naald gebreid is aan de goede kant.
Brei 1 naald averecht aan de verkeerde kant met 5 voorbiessteken in ribbelsteek richting midden voor en 1 kantsteek in ribbelsteek richting de zijkant. Ga verder met rondbreinaald 4.5 mm.
Begin nu met het patroon door de volgende naald aan de goede kant als volgt te breien: 1 kantsteek in ribbelsteek, brei A.1 over de volgende 8-12-16-16-20-28 steken (= 2-3-4-4-5-7 herhalingen van 4 steken), A.2 (= 48-48-48-53-53-53 steken) en eindig met 5 voorbiessteken in ribbelsteek richting midden voor. Ga verder met dit patroon.
Als het werk 37-38-39-40-41-42 cm meet, kant dan 5-7-7-7-7-7 steken af voor het armsgat op het begin van de volgende naald aan de goede kant = 57-59-63-68-72-80 steken. Ga verder het patroon zoals hiervoor met 4 kantsteken in ribbelsteek richting het armsgat.
Als het werk 48-50-52-53-55-57 cm meet, minder dan 6 steken verdeeld over de laatste 18 steken in A.2 = 51-53-57-62-66-74 steken over. Plaats op de volgende naald de buitenste 9-9-9-9-10-10 steken richting midden voor op 1 hulpdraad voor de hals, maar om te voorkomen dat u de draad af moet knippen breit u de steken voordat u ze op een hulpdraad plaatst.
Ga verder met het patroon en kant af voor de hals op het begin van elke naald vanaf de hals als volgt: Kant 3 keer 2 steken af in alle maten en dan 3-3-4-4-4-4 keer 1 steek = 33-35-38-43-46-54 steken over op de schouder. Brei verder tot het werk 55-57-59-61-63-65 cm meet. Brei 1 naald recht aan de goede kant terwijl u 4 steken verdeeld over de kabel op de schouder mindert = 29-31-34-39-42-50 steken. Brei 1 naald recht aan de verkeerde kant. Kant dan losjes af met recht aan de goede kant.

AFWERKING:
Naai de schoudernaden samen aan de binnenkant van de afkantrand.

MOUW:
Neem steken op langs het armsgat op de voor- en achterpanden. Begin in de hoek van het armsgat aan de ene kant van het werk waar steken afgekant zijn voor het armsgat en neem aan de goede kant 76-80-84-88-92-96 steken op aan de binnenkant van de 1 kantsteek in ribbelsteek met rondbreinaald 4.5 mm en Merino Extra Fine (neem geen steken op langs de onderkant van het armsgat) – lees TIP VOOR HET BREIEN!
Brei A.1 heen en weer met 1 kantsteek in ribbelsteek aan elke kant. Als de mouw 3-4-4-4-4-4 cm meet vanaf waar steken opgenomen zijn, voegt u 1 markeerdraad in op de naald; deze markeerdraad geeft aan tot waar de mouw aan de onderkant van het armsgat genaaid moet worden en de mouw wordt nu gemeten vanaf deze markeerdraad!
Ga verder met de mouw in de rondte. Ga verder met korte rondbreinaald of breinaalden zonder knop maat 4.5 mm. Voeg 1 markeerdraad in op het begin van de naald en neem deze mee tijdens het breien in de hoogte; het wordt gebruikt bij het minderen midden onder de mouw.
Ga verder met A.1 in de rondte over alle steken. Als de mouw 2-3-2-3-3-2 cm meet vanaf de markeerdraad, minder dan 2 steken midden onder de mouw – lees TIP VOOR HET MINDEREN-2. Minder zo iedere 3-2½-2½-2-2-1½ cm in totaal 15-16-17-18-19-20 keer = 46-48-50-52-54-56 steken.
Brei verder tot de mouw 47-46-45-43-42-39 cm meet vanaf de markeerdraad (er is ongeveer 2 cm over tot de gewenste lengte; u kunt het vest passen en breien tot de gewenste lengte). LET OP: Kortere afmetingen in de grotere maten vanwege bredere schouders en een langer mouwkop.
Ga verder met breinaalden zonder knop maat 3.5 mm en brei 2 cm boordsteek (= 1 recht / 1 averecht). Kant dan losjes af met recht. De mouw meet ongeveer 52-52-51-49-48-45 cm vanaf waar steken opgenomen zijn. Brei de andere mouw op dezelfde manier.

AFWERKING:
Naai de zijnaden dicht – naai in de buitenste lus van de buitenste steek zodat de naad plat is. Naai de mouw aan de onderkant van het armsgat vanaf de markeerdraad tot de hoek aan elke kant.

HALS:
Neem aan de goede kant met rondbreinaald 3.5 mm ongeveer 90 tot 100 steken op rondom de hals (inclusief de steken op de hulpdraden aan de voorkant).
Brei 1 naald recht aan de verkeerde kant. Brei 1 naald recht aan de goede kant terwijl u verdeeld meerdert naar 99-101-103-105-109-111 steken (het aantal steken moet deelbaar zijn door 2 + 1).
De volgende naald wordt als volgt gebreid aan de verkeerde kant:
S, M en L: 5 voorbiessteken in ribbelsteek, 1 recht, 1 averecht *, brei van *-* tot er 6 steken over zijn op de naald, 1 recht en eindig met 5 voorbiessteken in ribbelsteek.
XL, XXL en XXXL: 5 voorbiessteken in ribbelsteek, 2 recht, * 1 averecht, 1 recht *, brei van *-* tot er 8 steken over zijn op de naald, 1 averecht, 2 recht en eindig met 5 voorbiessteken in ribbelsteek.
Ga verder met deze boordsteek maar na 1 cm breit u het laatste knoopsgat over de andere knoopsgaten op de rechter voorbies. Kant af met ribbelsteek over ribbelsteek, recht boven recht en averecht boven averecht als de hals 3 cm meet.

AFWERKING:
Naai de knopen op de linker voorbies.

Telpatroon

= recht aan de goede kant, averecht aan de verkeerde kant
= averecht aan de goede kant, recht aan de verkeerde kant
= 1 recht in de steek onder de volgende steek
= plaats 2 steken op een kabelnaald en houd deze voor het werk, 1 averecht, 2 recht van de kabelnaald
= plaats 1 steek op een kabelnaald en houd deze achter het werk, 2 recht, 1 averecht van de kabelnaald
= plaats 2 steken op een kabelnaald en houd deze voor het werk, 2 recht, 2 recht van de kabelnaald
= plaats 3 steken op een kabelnaald en houd deze voor het werk, 3 recht, 3 recht van de kabelnaald
= plaats 3 steken op een kabelnaald en houd deze achter het werk, 3 recht, 3 recht van de kabelnaald






Heeft u hulp nodig voor dit patroon?

Bedankt dat u een patroon van DROPS Design kiest. We zijn er trots op dat we patronen aanbieden die correct en makkelijk te volgen zijn. Alle patronen zijn uit het Noors vertaald en u kunt altijd het origineel patroon controleren (DROPS 205-6) voor de afmetingen en de berekiningen.

Heeft u moeite met het volgen van het patroon? Hieronder vindt u een lijst met bronnen die u kunnen helpen om uw project vlot af te maken - of om eenvoudig iets nieuws te leren.

We hebben tevens een stap-voor-stap uitleg voor verschillende technieken, welke u hier kunt vinden.

1) Waarom is de stekenverhouding zo belangrijk?

De stekenverhouding bepaalt de uiteindelijke afmetingen van uw werkstuk en wordt normaliter aangegeven in 10 x 10 cm. Het wordt als volgt aangegeven: het aantal steken in de breedte x het aantal naalden in de hoogte - dus: 19 steken x 26 naalden = 10 x 10 cm.

De stekenverhouding is heel erg individueel; sommige mensen breien/haken heel losjes, terwijl anderen vrij strak werken. De stekenverhouding past u aan met de naalddikte, wat de reden is waarom we slechts een suggestie voor de naalddikte geven! U moet deze aanpassen (naar boven of beneden) om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding overeenkomt met de stekenverhouding die aangegeven staat in het patroon. Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan zal het garenverbruik anders zijn, en zal uw werkstuk andere afmetingen krijgen dan het patroon aangeeft.

De stekenverhouding geeft tevens aan welk garen als vervanging kan dienen. U kunt verschillende garens met elkaar vervangen, zolang de stekenverhouding maar hetzelfde is.

Bekijk de DROPS les: Hoe u de stekenverhouding opmeet

Bekijk de DROPS video: Hoe u een proeflapje maakt

naar boven

2) Wat zijn de garengroepen?

Al onze garens zijn ondergebracht in garengroepen (van A tot F) volgens dikte en stekenverhouding – groep A bevat de dunste garens en groep F de dikste. Dit maakt het makkelijker voor u om alternatieve garens te vinden voor onze patronen, indien u graag ander garen wilt gebruiken. Alle garens binnen dezelfde groep hebben ongeveer eenzelfde stekenverhouding en kunnen elkaar vervangen. Het is wel zo dat verschillende garenkwaliteiten verschillende structuren en eigenschappen hebben, wat het uiteindelijke werkstuk een unieke 'look en feel' geeft.

Klik hier voor een overzicht van de garens in elke garengroep

naar boven

3) Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

Bij het kiezen van een ander garen is het belangrijk dat de stekenverhouding hetzelfde blijft. De afmetingen van het uiteindelijke werk zijn dan hetzelfde als aangegeven in de tekening bij het patroon. Het is makkelijker om dezelfde stekenverhouding te krijgen als u garen gebruikt uit dezelfde garengroep. Het is ook mogelijk om meerdere draden van een dunner garen te gebruiken om de stekenverhouding van een dikker garen te krijgen. Probeer onze garenvervanger. We raden u aan om altijd een proeflapje te maken.

LET OP: als u een ander garen neemt, kan het kledingstuk een andere 'look en feel' krijgen dan het kledingstuk op de foto, vanwege individuele eigenschappen en kwaliteiten van elk garen.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

naar boven

4) Hoe gebruik ik de garenvervanger?

Bovenaan al onze patronen vindt u een link naar onze garenvervanger, welke handig kan zijn als u een ander garen wilt gebruiken dan staat aangegeven in het patroon. Door het garen in te vullen dat u wilt vervangen, de hoeveelheid (in uw maat) en het aantal draden, stelt de vervanger geschikte alternatieven voor met dezelfde stekenverhouding. Daarnaast wordt aangegeven hoeveel u nodig heeft in de nieuwe kwaliteiten en of u met meerdere draden moet werken. De meeste bollen zijn 50 gram (sommige zijn 25 gram of 100 gram).

Als het patroon met meerdere kleuren wordt gebreid/gehaakt, moet elke kleur apart worden vervangen. Dit geldt ook als het patroon met verschillende draden van verschillende garens wordt gemaakt (bijvoorbeeld 1 draad Alpaca en 1 draad Kid-Silk) dan zult u voor elk individueel alternatieven moeten vinden.

Klik hier voor de garenvervanger

naar boven

5) Waarom krijg ik de verkeerde stekenverhouding met de aangegeven naalddikte?

De naalddikte die aangegeven is in het patroon geldt slechts als een richtlijn, het is van belang dat de stekenverhouding klopt. En omdat de stekenverhouding per persoon nogal verschillend is, zult u de naalddikte aan moeten passen om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding hetzelfde is als in het patroon – misschien is het nodig dat u 1 of zelfs 2 naalddiktes naar beneden of naar boven moet om de juiste stekenverhouding te krijgen. Daarom raden we ook aan om een proeflapje te maken.

Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan kunnen de afmetingen van het werkstuk afwijken van de afmetingen volgens de tekening.

Bekijk de DROPS les: Hoe meet u de stekenverhouding

Bekijk de DROPS video: Hoe maakt u een proeflapje voor de stekenverhouding

naar boven

6) Waarom wordt het patroon van boven naar beneden gereid?

Als u een kledingstuk van boven naar beneden breit, dan geeft dit meer flexibiliteit en mogelijkheden voor persoonlijke aanpassingen. Het is bijvoorbeeld makkelijker om het kledingstuk te passen terwijl u er mee bezig bent. U kunt ook makkelijker de lengte van de pas en de schouderkoppen aanpassen.

In de uitleg worden alle stappen zorgvuldig uitgelegd in de juiste volgorde. De telpatronen zijn aangepast aan de breirichting en worden zoals gebruikelijk gebreid.

naar boven

7) Waarom zijn de mouwen korter in de grotere maten?

De totale breedte van het kledingstuk (van pols tot pols) is groter in de grotere maten, ondanks dat de eigenlijke mouwen korter zijn. De grotere maten hebben langere mouwkoppen en bredere schouders, dus er is een goede pasvorm in alle maten.

naar boven

8) Wat is een herhaling?

Telpatronen worden vaak herhaald in de breedte op de naald en/of in de hoogte. 1 herhaling van het telpatroon is hoe het te zien is in het telpatroon. Als er staat dat u 5 herhalingen van A.1 op de naald moet breien, dan breit u het patroon in totaal 5 keer achter/na elkaar op de naald. Als er staat dat u 2 herhalingen van A.1 in de hoogte moet breien, dan breit u het hele telpatroon (dus alle naalden van het telpatroon) een keer en begint u opnieuw onderaan bij het begin en breit u het telpatroon nog een keer.

naar boven

9) Hoe brei ik volgens een telpatroon?

Het telpatroon laat alle naalden en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt gelezen van onder naar boven, van rechts naar links. 1 vierkant = 1 steek.

Als u heen en weer breit, wordt elke andere naald aan de goede kant gebreid en elke andere naald wordt aan de verkeerde kant gebreid. Als u aan de verkeerde kant breit, moet u het telpatroon omgekeerd breien, dus van links naar rechts. rechte steken worden dan averecht gebreid en averechte steken recht, etc.

Als u in de rondte breit wordt elke naald aan de goede kant gebreid en het telpatroon wordt dan van rechts naar links gebreid op alle naalden.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees ik de teltekening bij de patronen?

naar boven

10) Hoe haak ik volgens een telpatroon?

Het telpatroon laat alle toeren en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt van onder naar boven gehaakt en van rechts naar links.

Als u heen en weer haakt, wordt elke andere toer aan de goede kant gehaakt: van rechts naar links en elke andere toer wordt aan de verkeerde kant gehaakt: vank links naar rechts.

Als u in de rondte haakt, wordt elke toer in het telpatroon aan de goede kant gehaakt, van rechts naar links.

Als u een cirkelvormig telpatroon haakt, dan begint u in het midden en haakt u naar buiten toe, tegen de klok in, toer na toer.

Meestal beginnen de toeren met een opgegeven aantal lossen (overeenkomend met de hoogte van de volgende steek), deze zijn of in het telpatroon opgenomen, of uitgelegd in het patroon.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees je telpatronen voor haken

naar boven

11) Hoe brei/haak je verschillende telpatronen tegelijkertijd op dezelfde naald/toer

Instructies om verschillende telpatronen achter elkaar op dezelfde naald/toer te breien/haken, worden meestal als volgt beschreven: “brei/haak A.1, A.2, A.3 in totaal 0-0-2-3-4 keer". Dit betekent dat u A.1 een keer breit/haakt, daarna wordt A.2 een keer gebreid/gehaakt, en A.3 wordt het aantal aangegeven keren (in de breedte) in uw maat gebreid/gehaakt – in dit geval als volgt: S = 0 keer, M = 0 keer, L=2 keer, XL= 3 keer en XXL = 4 keer.

De telpatronen worden zoals gebruikelijk gebreid/gehaakt: begin met de eerste naald/toer in A.1, brei/haak dan de volgende naald/toer in A.2 etc.

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor breien leest

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor haken leest

naar boven

12) Waarom begint het werk met meer lossen dan waarmee gehaakt wordt?

Lossen zijn ietsje smaller dan andere steken en om te voorkomen dat de opzetrand te strak wordt, haken we eenvoudigweg meer lossen om mee te beginnen. Het aantal steken wordt in de volgende toer aangepast zodat het overeenkomt met het patroon en de afmetingen in de tekening.

naar boven

13) Waarom meerderen voor de boord als het werk van boven naar beneden gebreid wordt?

De rand in ribbelsteek is elastischer en zal ietwat samentrekken vergeleken met bijvoorbeeld tricotsteek. Door te meerderen voor de rand in ribbelsteek, voorkomt u een zichtbaar verschil in breedte tussen de rand in ribbelsteek en de rest van het lijf.

naar boven

14) Waarom meerderen in de afkantrand?

Het gebeurt vrij makkelijk dat u te strak afkant, en door omslagen te maken tijdens het afkanten (terwijl u deze tegelijkertijd afkant) voorkomt u dat de afkantrand te strak wordt.

Bekijk de DROPS video: Hoe kant u af met omslagen

naar boven

15) Hoe meerder/minder je afwisselend op elke 3e en 4e naald/toer?

Om gelijkmatig te meerderen (of te minderen) kunt u meerderen op, bijvoorbeeld: afwisselend elke 3e en 4e naald, als volgt: brei 2 naalden en meerder op de 3e naald, brei 3 naalden en meerder op de 4e naald. Herhaal dit tot het meerderen klaar is.

Bekijk de DROPS les: Meerder of minder 1 st afwisselend

naar boven

16) Waarom is het patroon een beetje anders dan wat ik op de foto zie?

Herhalingen van het patroon kunnen een beetje anders zijn in de verschillende maten, om de juiste verhoudingen te krijgen. Als u niet dezelfde maat maakt als het kledingstuk op de foto, wijkt uw werkstuk wellicht ietsje af. Dit is met zorg ontwikkeld en aangepaste zodat het totale beeld van het kledingstuk hetzelfde is in alle maten.

Zorg ervoor dat u de instructies en de telpatronen voor uw maat volgt!

naar boven

17) Hoe kan ik een vest in de rondte breien, in plaats van heen en weer?

Als u liever in de rondte breit dan heen en weer, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen. U moet dan steken midden voor toevoegen (meestal 5 steken) en de instructies volgen. Als u normaal het werk keert en aan de verkeerde kant breit, breit u nu over de extra steken en gaat u verder in de rondte. Aan het einde knipt u het werk open. Neem steken op voor de biezen en werk de afgeknipte randen af.

Bekijk de DROPS video: Hoe breit u knipbiezen en openknippen

naar boven

18) Kan ik een trui heen en weer breien in plaats van in de rondte?

Als u liever heen en weer breit dan in de rondt, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen zodat u de panden apart van elkaar breit en aan het eind aan elkaar naait. Deel de steken voor het lijf in tweeën en voeg 1 kantsteek toe aan elke kant (voor het in elkaar naaien) en brei het voor- en achterpand apart van elkaar.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een patroon aanpassen van rondbreinaalden naar rechte naalden?

naar boven

19) Waarom staan er garens in de patronen die niet meer leverbaar zijn?

Omdat de verschillende garens verschillende kwaliteiten en verschillend texturen hebben, hebben we ervoor gekozen om het originele garen in het patroon te laten staan. Maar u kunt vrij makkelijk andere opties vinden tussen de beschikbare garenkwaliteiten door onze garenvervanger te gebruiken, of door een garen uit dezelfde garengroep uit te kiezen.

Het is mogelijk dat sommige verkooppunten nog bollen op voorraad hebben van garens die niet meer leverbaar zijn, of dat iemand thuis nog een paar bollen heeft liggen en hier een patroon bij zoekt.

Degarenvervanger laat alternatieve garens zien en de hoeveelheid die u nodig heeft in de nieuwe kwaliteit.

naar boven

20) Hoe verander ik een kledingstuk voor dames in eentje voor heren?

Als u een patroon heeft gevonden doe alleen beschikbaar is in damesmaten, dan hoeft het niet heel moeilijk te zijn om deze aan te passen naar een herenmaat. Het grootste verschil is de lengte van de mouwen en het lijf. Begin met breien in de damesmaat die overeenkomt met de borstwijdte. De lengte die erbij komt wordt namelijk gebreid voordat u begint met afkanten voor de armsgaten. Als het patroon van boven naar beneden wordt gebreid, kunt u lengte toevoegen vlak na de armsgaten of voor de eerste mindering op de mouw.

Wat betreft de extra hoeveelheid garen wat u nodig heeft: dit hangt heel erg af van hoeveel lengte u toevoegt, maar het is vaak meter dat u een bol te veel hebt dan te weinig.

naar boven

21) Hoe voorkom ik dat een harig kledingstuk gaat pillen of pluizen?

Alle garens hebben vezels die uitsteken (door de productie) waardoor een kledingstuk gaat pluizen of pillen. Geborstelde garens (dus meer harige garens) hebben meer van deze losse, uitstekende vezels waardoor het eerder gaat pluizen of pillen.

Hoewel het niet mogelijk is om te garanderen dat geborsteld garen 100% pluisvrij is, is het wel mogelijk om dit drastisch af te laten nemen, door de volgende stappen te ondernemen:

1. Als het kledingstuk klaar is (voordat u het gaat wassen) schudt u het kledingstuk flink uit, zodat de losse haartjes eruit komen. LET OP: gebruik GEEN roller, borstel of andere methode, waardoor aan het kledingstuk getrokken wordt

2. Plaats het kledingstuk in een plastic zak en leg het in de vriezer - de temperatuur zorgt ervoor dat de vezels minder aan elkaar blijven zitten, en uitstekende vezels komen makkelijker los.

3. Laat een paar uur in de vriezer liggen, voordat u het eruit haalt en schudt het kledingstuk dan opnieuw uit.

4. Was het kledingstuk volgens de instructies op het garenlabel.

naar boven

22) Waar op het kledingstuk wordt de lengte gemeten??

De tekening/ het schema met de afmetingen geeft informatie over de volledige lengte van het kledingstuk. Als het een trui of een vest betreft, dan wordt deze vanaf het hoogste punt op de schouder gemeten (meestal het dichtst bij de halslijn), en recht naar beneden tot de onderkant van het kledingstuk. Het wordt NIET gemeten vanaf de punt van de schouder. Op gelijke wijze wordt ook de lengte van de pas gemeten, vanaf het hoogste punt op de schouder en naar beneden tot waar de pas gesplitst wordt voor het lijf en de mouwen.

Op een vest worden de afmetingen nooit over de biezen genomen, tenzij anders aangegeven. Meet altijd binnen de biessteken als u de lengte opmeet.

Bekijk de DROPS les: Maattekeningen lezen

naar boven

23) Hoe weet ik hoeveel bollen ik nodig heb?

De benodigde hoeveelheid garen wordt aangegeven in grammen, dus bijvoorbeeld: 450 g. Om uit te rekenen hoeveel bollen u nodig heeft, moet u eerst weten hoeveel gram er in 1 bol gaat (25 g, 50 g, of 100 g). Deze informatie vindt u door op de individuele garenkwaliteit te klikken op onze site. Deel de hoeveelheid benodigde garen door de hoeveelheid per bol. Bijvoorbeeld, als de bollen 50 gram wegen (de meest gebruikelijke hoeveelheid), ziet de berekening er als volgt uit: 450 / 50 = 9 bollen.

naar boven

Heeft u DROPS garen besteld om dit patroon te maken? Dan heeft u recht op hulp van de winkel waar u het garen gekocht heeft. Vind hier een lijst van DROPS winkels!
Kunt u het antwoord op uw vraag nog steeds niet vinden? Scroll dan naar beneden en laat een vraag achter zodat een van onze experts kan proberen u te helpen. Dit wordt normaal tussen 5 tot 10 werkdagen gedaan.. In de tussentijd kunt u de vragen en antwoorden lezen die anderen bij dit patroon achter hebben gelaten of doe mee met de DROPS Workshop op Facebook om hulp te krijgen van mede breisters en haaksters!

Opmerkingen / Vragen (10)

Bagat 02.11.2019 - 16:35:

Bonjour Je ne comprends pas comment diminuer mes devants au niveau de l’encolure. J’ai bien mes 59 mailles je diminue de 6 mailles au niveau des diagrammes A2 et A4 il me reste donc 53 mailles dont 35 mailles pour l’épaule. Il faut mettre 9 mailles en attente et diminuer 9 mailles côté encolure mais que faire des 9 mailles qui sont en attente. Merci de venir à mon secours car je suis bloquée pour finir mes 2 devants

DROPS Design 04.11.2019 kl. 16:20:

Bonjour Mme Bagat, les 9 mailles en attente sur chacun des devants seront repris quand on va tricoter le COL : on reprend les 9 m du devant droit, on relève les mailles le long de l'encolure et on reprend les 9 m du devant gauche. Bon tricot!

Jolanda 22.10.2019 - 21:46:

Er staat het volgende " 1 recht in de steek onder de volgende steek " wordt daarmeee bedoeld dat je in de naald onder de steek moet instekken of moet het anders dit is voor mij onduidelijk

DROPS Design 23.10.2019 kl. 20:33:

Dag Jolanda,

Ja, inderdaad. Het klopt precies zoals je het zegt. Je steekt de naald niet in de steek op de linker naald maar in de steek die daaronder zit op de vorige naald. Vervolgens brei je de steek gewoon recht en laat je beide steken (dus van deze naald en van de vorige naald) van de naald af glijden.

Silke 13.10.2019 - 12:40:

Grundsätzlich ein schöner Pullover. Die Ärmel finde ich zu weit.

Jaana Kalliokoski 05.08.2019 - 18:31:

När bublicerar ni anvisning till det här underbar mönster?

DROPS Design 15.08.2019 kl. 14:29:

Hej, mönstret har publicerats.

Kinga 11.07.2019 - 22:55:

Cudowna klasyka.

SONIA ALVES DA SILVA COELHO 23.06.2019 - 19:34:

Lindo, gostaria muito de ter a receita deste modelo,

Susan WOODWORTH 15.06.2019 - 19:18:

Awesome I will make this one in cardigan beautiful!

Ellis 09.06.2019 - 19:26:

This I like but will have to alternate shoulders (dropped = for young+slim people) and length + model sleeves. when writing, cooking, cleaning allways dirty sleeves. love fitting sleeves

Sue Cork 08.06.2019 - 21:44:

My first fall knit. Fabulous!

Ingela 08.06.2019 - 16:27:

Underbar, längtar redan efter mönstret!

Laat een opmerking achter voor DROPS 205-6

Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!

Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.