DROPS / 197 / 18

Hint of Heather by DROPS Design

Gebreid vest in DROPS Nord. Het werk wordt gebreid van boven naar beneden met ronde pas, ribbelsteek en mozaiekpatroon. Maat: S - XXXL Gebreide muts in DROPS Nord. Het werk wordt gebreid van onder naar boven in ribbelsteek, mozaiekpatroon en opening voor de paardenstaart.

DROPS design: Patroon no-022
Garengroep A
----------------------------------------------------------

GAREN VOOR DE HELE SET:
Maat: S - M - L - XL - XXL – XXXL
Voor hoofdomtrek: ongeveer 54/56 - 54/56 - 56/58 - 56/58 - 58/60 - 58/60 cm
Materiaal:
DROPS NORD van garnstudio (behoort tot garengroep A)
350-350-400-450-500-550 g kleur 03, parelgrijs
100-100-100-100-100-150 g kleur nr 13, oudroze
50-50-50-50-50-50 g kleur 01, naturel

GAREN VOOR HET VEST:
Maat: S - M - L - XL - XXL – XXXL
Materiaal:
DROPS NORD van garnstudio (behoort tot garengroep A)
300-350-400-400-450-500 g kleur 03, parelgrijs
50-100-100-100-100-100 g kleur nr 13, oudroze
50-50-50-50-50-50 g kleur 01, naturel

GAREN VOOR DE MUTS:
Maat: S/M - M/L - L/XL
Hoofdomtrek: ongeveer 54/56 - 56/58 - 58/60 cm
Materiaal:
DROPS NORD van garnstudio (behoort tot garengroep A)
50-50-50 g kleur 03, parelgrijs
50-50-50 g kleur 13, oudroze
50-50-50 g kleur 01, naturel

----------------------------------------------------------
BENODIGDHEDEN VOOR HET WERK:

VEST:

STEKENVERHOUDING:
23 steken in de breedte en 45 naalden in de hoogte in ribbelsteek en mozaiekpatroon = 10 x 10 cm.

NAALDEN:
DROPS NAALDEN ZONDER KNOP EN RONDBREINAALD 3.5 mm, lengte 80 cm voor het kledingstuk in ribbelsteek en mozaiekpatroon.
DROPS NAALDEN ZONDER KNOP EN RONDBREINAALD 3 mm, lengte 80 cm voor de randen.
De naalddikte is slechts een richtlijn! Als u te veel steken heeft op 10 cm, ga dan verder met een grotere naald. Als u te weinig steken heeft op 10 cm, ga dan verder met een kleinere naald.

DROPS METAALKNOOP, Blind (ZILVER), nr 529: 6-6-6-7-7-7 stuks

MUTS:

STEKENVERHOUDING:
23 steken in de breedte en 45 naalden in de hoogte in ribbelsteek en mozaiekpatroon = 10 x 10 cm.

NAALDEN:
DROPS RONDBREINAALD 3.5 mm: lengte van 60 cm of 80 cm voor het kledingstuk in ribbelsteek en mozaiekpatroon.
DROPS RONDBREINAALD 3 mm – lengte van 60 cm of 80 cm voor de randen.
De naalddikte is slechts een richtlijn! Als u te veel steken heeft op 10 cm, ga dan verder met een grotere naald. Als u te weinig steken heeft op 10 cm, ga dan verder met een kleinere naald.

Heeft u deze of een van onze andere ontwerpen gemaakt? Tag uw afbeeldingen in social media met #dropsdesign, zodat we ze kunnen zien!

Wilt u een ander garen gebruiken? Probeer de garenvervanger!
Weet u niet zeker welke maat u moet kiezen? Dan is het misschien zinvol om te weten dat het model in de afbeelding ongeveer 170 cm is en maat S of M heeft. Wanneer u een trui, vest, jurk of vergelijkbaar kledingstuk maakt, dan kunt u onderaan het patroon een schema vinden met de afmetingen van het uiteindelijke kledingstuk (in cm).
Opmerkingen (1)

45% Alpaca, 30% Polyamide, 25% Wol
vanaf 2.48 € /50g
DROPS Nord uni colour DROPS Nord uni colour 2.48 € /50g
Wolplein.nl
Bestel
DROPS Nord mix DROPS Nord mix 2.57 € /50g
Wolplein.nl
Bestel
Naalden & Haaknaalden
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 24.80€ krijgen. Lees meer.

Instructies voor het patroon

UITLEG VOOR HET PATROON:

----------------------------------------------------------

RIBBEL/RIBBELSTEEK (heen en weer gebreid):
1 ribbel = 2 naalden recht.

TIP VOOR HET OPMETEN:
Vanwege de ribbels houdt u het werk omhoog als u de afmetingen in de lengte opneemt om te voorkomen dat het werk te lang wordt tijdens het dragen.

TIP VOOR HET MEERDEREN-1 (verdeeld):
Alle meerderingen worden aan de goede kant gemaakt.
Zo berekent u hoe vaak er gemeerderd moet worden op de naald; neem het totaal aantal steken op de naald (dus 113 steken), minus de biezen (dus 10 steken) en deel de overgebleven steken door het aantal te maken meerderingen (dus 30 steken) = 3.4.
In dit voorbeeld meerdert u door 1 omslag te maken na afwisselend ongeveer iedere 3e en 4e steek. Brei op de volgende naald (verkeerde kant) de omslagen gedraaid recht om een gaatje te voorkomen. Meerder niet over de biezen.

TIP VOOR HET MEERDEREN-2 (geldt voor de zijkanten van het lijf):
Alle meerderingen worden aan de goede kant gemaakt.
Brei tot er 3 steken over zijn voor de markeerdraad, maak 1 omslag, 6 recht (de markeerdraad is in het midden van deze 6 steken), maak 1 omslag (= 2 steken gemeerderd). Brei op de volgende naald (verkeerde kant) de omslagen gedraaid recht om een gaatje te voorkomen.

TIP VOOR HET MINDEREN-1 (geldt voor midden onder de mouwen):
Alle minderingen worden aan de goede kant gemaakt!
Minder na 1 kantsteek als volgt: 1 steek recht afhalen, 1 recht, haal de afgehaalde steek over de gebreide steek (= 1 steek geminderd).
Minder voor de 1 kantsteek als volgt: Begin 2 steken voor de kantsteek, 2 recht samen (= 1 steek geminderd).

TIP VOOR HET MINDEREN-2 (verdeeld):
Alle minderingen worden aan de goede kant gemaakt!
Zo berekent u hoe vaak er geminderd moet worden op de naald, neem het totaal aantal steken op de naald (dus 110 steken), minus de kantsteken (dus 2 steken) en deel de overgebleven steken door het aantal te maken minderingen (dus 12 steken) = 9.
In dit voorbeeld mindert u door iedere 8e en 9e steek recht samen te breien. Minder niet over de kantsteken.

KNOOPSGATEN:
Minder voor de knoopsgaten op de rechter voorbies (als het kledingstuk gedragen wordt). 1 knoopsgat = brei aan de goede kant tot er 3 steken over zijn op de naald, maak 1 omslag, 2 recht samen en eindig met 1 recht. Brei op de volgende naald (verkeerde kant) de omslag recht zodat er een gaatje ontstaat. Minder voor het eerste knoopsgat als de halsrand ongeveer 2 cm meet. Minder dan de volgende 5-5-5-6-6-6 knoopsgaten met ongeveer 8-8-8½-8-8-8½ cm tussen elk.

MOZAIEKPATROON VEST:
Zie telpatroon A.1 en A.2 en lees uitleg voor de techniek hieronder. Kies het telpatroon voor uw maat.
Iedere naald in het telpatroon komt overeen met 2 naalden. Dus aan de goede kant breit u het telpatroon van rechts naar links en op de verkeerde kant breit u dezelfde naald van links naar rechts.

Op alle naalden aan de goede kant houdt u het garen achter het werk (dus op de verkeerde kant van het werk) als u een steek afhaalt.
Op alle naalden op de verkeerde kant houdt u het garen aan de voorkant van het werk (dus naar u toe en nog steeds op de verkeerde kant van het werk) als u een steek afhaalt. Zorg ervoor dat het garen niet strak is op de verkeerde kant van het werk.

Om overzicht over het patroon te houden voegt u een markeerdraad in tussen iedere patroonherhaling met A.1A/A.2A.

A.X/A.Y = hulpvierkant - dit vierkant wordt niet gebreid maar laat zien hoe de patroonnaald wordt gebreid (lees uitleg verderop naar beneden).
A.1A/A.2A = 1 patroonherhaling.
A.1B/A.2B = laatste steek voor de voorbies, deze steek zorgt ervoor dat het patroon op dezelfde manier begint en eindigt aan de binnenkant van de voorbies aan elke kant (de steken worden gebreid)

Op de naalden in één kleur in het telpatroon breit u 1 ribbel heen en weer over alle steken zonder steken af te halen.

Op de patroonnaald in A.1 met een leeg vierkant in A.X (kleur A), breit u alle steken recht met kleur A in A.1A/A.1B en haalt u alle steken met kleur C af.

Op iedere patroonnaald met een leeg vierkant of een vierkant met een ster in A.Y (kleur A of C), breit u alle steken recht met kleur A of C in A.2A/A.2B en haal alle steken met kleur B af.

Op iedere patroonnaald met een zwart vierkant in A.Y (kleur B), breit u alle steken met kleur B recht in A.2A/A.2B en haal alle steken met kleur A of C af.

MOZAIEKPATROON MUTS:
Zie telpatroon A.3 en lees uitleg voor de techniek hieronder.
Iedere naald in het telpatroon komt overeen met 2 naalden. Dus aan de goede kant breit u het telpatroon van rechts naar links en op de verkeerde kant breit u dezelfde naald vanaf links naar rechts.

Op alle naalden aan de goede kant houdt u het garen achter het werk (dus op de verkeerde kant van het werk) als u een steek afhaalt.
Op alle naalden op de verkeerde kant houdt u het garen aan de voorkant van het werk (dus naar u toe en nog steeds op de verkeerde kant van het werk) als u een steek afhaalt. Zorg ervoor dat het garen niet strak is op de verkeerde kant van het werk.

Om overzicht te houden over het patroon voegt u een markeerdraad in tussen iedere patroonherhaling met A.3B.

A.3A = begin de steek aan de goede kant en eindig de steek op de verkeerde kant (de steek moet gebreid worden).
A.3B = 1 patroonherhaling.
A.3C = eindig de steek aan de goede kant en begin de steek op de verkeerde kant (de steek moet gebreid worden).

Op de naalden in een kleur in telpatroon breit u 1 ribbel heen en weer gebreid over alle steken zonder steken af te halen.

Op de eerste patroonnaald in A.3 met een leeg vierkant in A.3A en A.3C (kleur A – naald gemarkeerd met een ster in A.3A), breit u alle steken met kleur A recht en haal alle steken met kleur C af.

Op de andere patroonnaalden met een leeg vierkant of een vierkant met een ster in A.3A en A.3C (kleur A of C), breit u alle steken met kleur A recht en haal alle steken met kleur B af.

Op iedere patroonnaald met een zwart vierkant in A.3A en A.3C (kleur B), breit u alle steken met kleur B recht en haal alle steken met kleur A of C af.

----------------------------------------------------------

BEGIN HET WERK HIER:

----------------------------------------------------------

VEST - KORTE SAMENVATTING VAN HET WERK:
Brei de halsrand, de pas en het lijf heen en weer op de rondbreinaald vanaf midden voor, brei van boven naar beneden. Brei in mozaiekpatroon op de pas. Het is belangrijk om de telpatronen te volgen. Brei het hele patroon in ribbelsteek maar brei niet in gewone ribbelsteken. Het patroon ontstaat door de steken af te halen. Lees de hele uitleg voor mozaiekpatroon voordat u gaat breien! De mouwen worden heen en weer gebreid op de rondbreinaald in delen, van boven naar beneden en op het eind samengenaaid.

HALSRAND:
Zet 113-116-122-128-131-137 steken op (inclusief 5 voorbiessteken aan elke kant richting midden voor) op rondbreinaald 3 mm met oudroze. Brei 1 ribbel in RIBBELSTEEK - lees uitleg hierboven. Brei dan als volgt:
NAALD 1 (= goede kant): Brei alle steken recht.
NAALD 2 (= verkeerde kant): 5 voorbiessteken in ribbelsteek (dus brei recht op de verkeerde kant), * 1 averecht, 2 recht *, herhaal van *-* tot er 6 steken over zijn, 1 averecht en eindig met 5 voorbiessteken in ribbelsteek (dus brei recht op de verkeerde kant).
Herhaal naalden 1 en 2 tot het werk 3 cm meet vanaf de opzetrand – denk om de knoopsgaten op de rechter voorbies – lees uitleg hierboven.
Ga verder met rondbreinaald 3.5 mm. Brei 3 ribbels heen en weer gebreid over alle steken, meerder TEGELIJKERTIJD op de eerste naald (goede kant) 30-33-33-33-36-36 steken verdeeld – lees TIP VOOR HET MEERDEREN-1 = 143-149-155-161-167-173 steken. Brei dan de pas zoals uitgelegd hieronder.

PAS:
Brei de eerste naald als volgt aan de goede kant: 5 voorbiessteken in ribbelsteek, brei MOZAIEKPATROON - lees uitleg hierboven, dus zie vierkant in A.X (het vierkant is slechts een uitleg voor de naald en moet niet gebreid worden), brei A.1A tot er 6 steken over zijn op de naald (= 22-23-24-25-26-27 herhalingen van A.1A van 6 steken), brei A.1B (= 1 steek) en eindig met 5 voorbiessteken in ribbelsteek. Ga zo verder in patroon maar denk erom dat 1 naald in telpatroon = 2 naalden en dat de biezen in de basiskleur in patroonstreep worden gebreid. DENK OM DE STEKENVERHOUDING!
Meerder TEGELIJKERTIJD op iedere naald gemarkeerd met een pijl in A.1A verdeeld zoals uitgelegd hieronder - denk om TIP VOOR HET MEERDEREN-1.
Meerder op de naald gemarkeerd met pijl-1 48-48-48-54-54-60 steken verdeeld = 191-197-203-215-221-233 steken (er is nu ruimte voor 30-31-32-34-35-37 herhalingen van A.1A van 6 steken).
Meerder op de naald gemarkeerd met pijl-2 36-42-48-54-60-60 steken verdeeld = 227-239-251-269-281-293 steken (er is nu ruimte voor 36-38-40-43-45-47 herhalingen van A.1A van 6 steken).
Als A.1 is gebreid, brei dan A.2 op dezelfde manier, dus brei de eerste naald als volgt aan de goede kant: 5 voorbiessteken in ribbelsteek, zie vierkant in A.Y (het vierkant is alleen een uitleg voor de naald en moet niet gebreid worden), brei A.2A tot er 6 steken over zijn op de naald (= 36-38-40-43-45-47 herhalingen van A.2A van 6 steken), brei A.2B (= 1 steek) en eindig met 5 voorbiessteken in ribbelsteek.
Meerder TEGELIJKERTIJD verdeeld op iedere naald gemarkeerd met een pijl in A.2A zoals uitgelegd hieronder.
Op de naald gemarkeerd met pijl-3 meerdert u 42-42-48-48-48-48 steken verdeeld = 269-281-299-317-329-341 steken (er is nu ruimte voor 43-45-48-51-53-55 herhalingen van A.2A van 6 steken).
Op de naald gemarkeerd met pijl-4 meerdert u 30-42-48-42-42-48 steken verdeeld = 299-323-347-359-371-389 steken (er is nu ruimte voor 48-52-56-58-60-63 herhalingen van A.2A van 6 steken).
Op de naald gemarkeerd met pijl-5 meerdert u 24-32-40-42-42-48 steken verdeeld = 323-355-387-401-413-437 steken (er is nu ruimte voor 78-86-94-65-67-71 herhalingen van A.2A van 4-4-4-6-6-6 steken). De meerderingen in maat S, M en L zijn nu klaar.
Op de naald gemarkeerd met pijl-6 (geldt alleen voor maat XL, XXL en XXXL) meerdert u 18-34-38 steken verdeeld (er is ruimte voor 102-109-116 herhalingen van A.2A van 4 steken) = 419-447-475 steken op de naald in maat XL, XXL en XXXL.
Als A.2 is gebreid, brei dan in ribbelsteek heen en weer gebreid over alle steken tot het werk 22-24-26-28-30-32 cm meet vanaf de opzetrand midden voor – lees TIP VOOR HET OPMETEN, maar pas zo aan dat de laatste naald aan de goede kant gebreid wordt.
Brei de volgende naald als volgt op de verkeerde kant: brei 52-57-61-66-72-78 recht (= voorpand), zet de volgende 63-69-77-83-85-87 steken op 1 hulpdraad voor de mouw, zet 8-8-10-10-12-14 nieuwe steken op de naald (= in de zijkant onder de mouw), brei 93-103-111-121-133-145 recht (= achterpand), zet de volgende 63-69-77-83-85-87 steken op 1 hulpdraad voor de mouw, zet 8-8-10-10-12-14 nieuwe steken op de naald (= in de zijkant onder de mouw) en brei de laatste 52-57-61-66-72-78 steken zoals hiervoor (= voorpand). Brei het lijf en de mouwen apart verder.

LIJF:
= 213-233-253-273-301-329 steken. Voeg 1 markeerdraad in 56-61-66-71-78-85 steken vanaf elke kant (= 101-111-121-131-145-159 steken tussen de markeerdraden op het achterpand). Brei in ribbelsteek heen en weer gebreid over alle steken (brei de eerste naald aan de goede kant).
Bij een hoogte van 8 cm vanaf de scheiding - denk om TIP VOOR HET OPMETEN, meerdert u 2 steken aan elke kant - lees TIP VOOR HET MEERDEREN-2. Meerder zo iedere 8 cm 3 keer in totaal aan elke kant = 225-245-265-285-313-341 steken. Brei tot het werk 32 cm meet vanaf de scheiding in alle maten. Brei 1 ribbel en meerder 11-12-13-14-16-18 steken verdeeld op de eerste naald – denk om TIP VOOR HET MEERDEREN-1 = 236-257-278-299-329-359 steken, Ga verder met rondbreinaald 3 mm. Brei dan een rand als volgt:
NAALD 1 (= goede kant): Brei alle steken recht.
NAALD 2 (= verkeerde kant): 5 voorbiessteken in ribbelsteek Dus brei recht op de verkeerde kant), * 1 averecht, 2 recht *, herhaal van *-* tot er 6 steken over zijn, 1 averecht en eindig met 5 voorbiessteken in ribbelsteek (dus brei recht op de verkeerde kant).
Herhaal naalden 1 en 2 tot de rand 3 cm meet (het vest meet ongeveer 36 cm vanaf de scheiding in alle maten). Brei 2 ribbels heen en weer gebreid over alle steken. Kant dan losjes af met recht aan de goede kant (u kunt een naald in een halve maat groter gebruiken voor het afkanten, om een strakke rand te voorkomen). Het vest meet ongeveer 62-64-66-68-70-72 cm vanaf de schouder naar beneden.

MOUW:
Begin aan de goede kant op rondbreinaald 3.5 mm met parelgrijs, in het midden van de nieuw opgezette steken op het lijf onder de mouw, neem 1 steek op in elk van de 4-4-5-5-6-7 steken, brei recht over de 63-69-77-83-85-87 steken vanaf de hulpdraad en neem dan 1 steek op in elk van de overgebleven 4-4-5-5-6-7 steken onder de mouw = 71-77-87-93-97-101 steken. Brei in ribbelsteek heen en weer gebreid vanaf midden onder de mouw. Bij een hoogte van 2 cm vanaf de scheiding - denk om TIP VOOR HET OPMETEN, mindert u 1 steek aan de binnenkant van de 1 kantsteek aan elke kant - lees TIP VOOR HET MINDEREN-1. Minder zo iedere 1 cm 0-0-3-7-9-13 keer in totaal en dan iedere 2 cm 3-2-15-12-11-7 keer in totaal. Minder dan 8-12-0-0-0-0 keer in totaal iedere 4-2½-0-0-0-0 cm = 49-49-51-55-57-61 steken over op de naald. Ga verder tot het werk 39-38-36-34-33-31 cm meet vanaf de scheiding (minder voor de grotere maten vanwege een langere pas). Brei 1 ribbel en minder 1-1-0-1-0-1 steek op de eerste naald = 48-48-51-54-57-60 steken op de naald.
Ga verder met rondbreinaald 3 mm en brei de rand als volgt:
NAALD 1 (= goede kant): Brei alle steken recht.
NAALD 2 (= verkeerde kant): 1 recht, * 1 averecht, 2 recht *, brei van *-* tot er 2 steken over zijn op de naald, 1 averecht en eindig met 1 recht.
Herhaal naalden 1 en 2 tot de rand 3 cm meet (de mouw meet ongeveer 42-41-39-37-36-34 cm vanaf de scheiding). Brei 2 ribbels heen en weer gebreid over alle steken. Kant dan losjes af met recht (u kunt een naald in een halve maat groter gebruiken bij het afkanten om een strakke rand te voorkomen). De mouw meet ongeveer 43-42-40-38-37-35 cm vanaf de scheiding. Brei de andere mouw op dezelfde wijze.

AFWERKING:
Naai de mouwnaden vanaf de scheiding onder de mouw en naar buiten toe dicht, naai in de buitenste lus van de kantsteek zodat de naad plat is.
Naai de knopen op de linker voorbies.

----------------------------------------------------------

MUTS - KORTE SAMENVATTING VAN HET WERK:
Wordt heen en weer gebreid op de rondbreinaald, van onder naar boven. Brei eerst en rand op de onderkant. Brei dan in mozaiekpatroon. Het is belangrijk om de telpatronen te volgen. Brei het hele kleurpatroon in ribbelsteek maar brei het patroon niet in gewone ribbelsteken. Het kleurpatroon ontstaat door de steken af te halen zoals uitgelegd hierboven. Lees de hele uitleg voor mozaiekpatroon voordat u gaat breien! Eindig door een rand te breien op de bovenkant van de muts voordat u het werk samennaait midden achter. De muts is open op de bovenkant om ruimte te maken voor een paardenstaart.

MUTS:
Zet 110-116-122 steken op de rondbreinaald 3 mm met oudroze. Brei 1 ribbel in RIBBELSTEEK - lees uitleg hierboven. Brei dan als volgt:
NAALD 1 (= goede kant): Brei alle steken recht.
NAALD 2 (= verkeerde kant): 1 recht (= kantsteek), * 1 averecht, 2 recht *, brei van *-* tot er 1 steek over is op de naald en eindig met 1 recht (= kantsteek).
Herhaal de 1e en 2e naald tot het werk 2-2-3 cm meet vanaf de opzetrand.
Ga verder met rondbreinaald 3.5 mm en brei MOZAIEKPATROON MUTS - zie uitleg hierboven. Dus brei A.3A over de eerste steek, herhaal A.3B tot er 1 steek over is op de naald (= 18-19-20 herhalingen van 6 steken), eindig met A.3C over de laatste steek. Ga zo verder in patroon maar denk erom dat 1 naald in het telpatroon = 2 naalden. DENK OM DE STEKENVERHOUDING!
Minder TEGELIJKERTIJD verdeeld op iedere naald gemarkeerd met een pijl in A.3B zoals uitgelegd hieronder - lees TIP VOOR HET MINDEREN.
Op de naald gemarkeerd met pijl-1 mindert u 12-10-12 steken verdeeld = 98-106-110 steken (er is nu ruimte voor 24-26-27 herhalingen van 4 steken).
Op de naald met pijl-2 mindert u 24-26-24 steken verdeeld = 74-80-86 steken op de naald.
A.3 is nu klaar. Ga verder heen en weer gebreid over alle steken met parelgrijs tot het werk 15-16-17 cm meet. Ga verder met rondbreinaald 3 mm en brei dan als volgt:
NAALD 1 (= goede kant): Brei alle steken recht.
NAALD 2 (= verkeerde kant): 1 recht, * 1 averecht, 2 recht *, brei van *-* tot er 1 steek over is op de naald, 1 averecht en eindig met 1 recht.
Herhaal naalden 1 en 2 tot hetzelfde aantal naalden is gebreid als op de onderrand van de muts, dus ongeveer 2-2-3 cm.
Brei dan 2 ribbels heen en weer gebreid over alle steken en minder tegelijkertijd 24-26-28 steken verdeeld op de eerste naald = 50-54-58 steken. Kant dan losjes af met recht aan de goede kant. Het werk meet ongeveer 18-19-21 cm van boven naar beneden.

AFWERKING:
Naai de muts samen midden achter aan de binnenkant van de 1 kantsteek in ribbelsteek aan elke kant.

Telpatroon

= Kleur A - naturel
= Kleur B - oudroze
= Kleur C, parelgrijs
= De eerste keer dat kleur A te zien is in A.3, breit u kleur A recht (in A.3A, A.3B en A.3C) en haal kleur C af (in A.3B)
= meerdernaald





Opmerkingen (1)

Lucie Hardy 05.12.2018 - 15:44:

Comment faire suivre la 2e laine sur le rang envers du motif jaquard au point mousse ?

DROPS Design 05.12.2018 kl. 15:54:

Bonjour Mme Hardy, on tricote toujours 1 couleur par rang, et donc la même couleur au rang sur l'envers qu'au rang sur l'endroit (pas comme du jacquard) - les autres mailles sont seulement glissées. Vous pouvez trouver ici la vidéo de cette technique. Bon tricot!

Laat een opmerking achter voor DROPS 197-18

Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!

Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen.

Uw e-mailadres wordt niet openbaar gemaakt. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.