DROPS / 197 / 18

Hint of Heather by DROPS Design

Gebreid vest in DROPS Nord. Het werk wordt gebreid van boven naar beneden met ronde pas, ribbelsteek en mozaiekpatroon. Maat: S - XXXL Gebreide muts in DROPS Nord. Het werk wordt gebreid van onder naar boven in ribbelsteek, mozaiekpatroon en opening voor de paardenstaart.

DROPS design: Patroon no-022
Garengroep A
----------------------------------------------------------

GAREN VOOR DE HELE SET:
Maat: S - M - L - XL - XXL – XXXL
Voor hoofdomtrek: ongeveer 54/56 - 54/56 - 56/58 - 56/58 - 58/60 - 58/60 cm
Materiaal:
DROPS NORD van garnstudio (behoort tot garengroep A)
350-350-400-450-500-550 g kleur 03, parelgrijs
100-100-100-100-100-150 g kleur nr 13, oudroze
50-50-50-50-50-50 g kleur 01, naturel

GAREN VOOR HET VEST:
Maat: S - M - L - XL - XXL – XXXL
Materiaal:
DROPS NORD van garnstudio (behoort tot garengroep A)
300-350-400-400-450-500 g kleur 03, parelgrijs
50-100-100-100-100-100 g kleur nr 13, oudroze
50-50-50-50-50-50 g kleur 01, naturel

GAREN VOOR DE MUTS:
Maat: S/M - M/L - L/XL
Hoofdomtrek: ongeveer 54/56 - 56/58 - 58/60 cm
Materiaal:
DROPS NORD van garnstudio (behoort tot garengroep A)
50-50-50 g kleur 03, parelgrijs
50-50-50 g kleur 13, oudroze
50-50-50 g kleur 01, naturel

----------------------------------------------------------
BENODIGDHEDEN VOOR HET WERK:

VEST:

STEKENVERHOUDING:
23 steken in de breedte en 45 naalden in de hoogte in ribbelsteek en mozaiekpatroon = 10 x 10 cm.

NAALDEN:
DROPS NAALDEN ZONDER KNOP EN RONDBREINAALD 3.5 mm, lengte 80 cm voor het kledingstuk in ribbelsteek en mozaiekpatroon.
DROPS NAALDEN ZONDER KNOP EN RONDBREINAALD 3 mm, lengte 80 cm voor de randen.
De naalddikte is slechts een richtlijn! Als u te veel steken heeft op 10 cm, ga dan verder met een grotere naald. Als u te weinig steken heeft op 10 cm, ga dan verder met een kleinere naald.

DROPS METAALKNOOP, Blind (ZILVER), nr 529: 6-6-6-7-7-7 stuks

MUTS:

STEKENVERHOUDING:
23 steken in de breedte en 45 naalden in de hoogte in ribbelsteek en mozaiekpatroon = 10 x 10 cm.

NAALDEN:
DROPS RONDBREINAALD 3.5 mm: lengte van 60 cm of 80 cm voor het kledingstuk in ribbelsteek en mozaiekpatroon.
DROPS RONDBREINAALD 3 mm – lengte van 60 cm of 80 cm voor de randen.
De naalddikte is slechts een richtlijn! Als u te veel steken heeft op 10 cm, ga dan verder met een grotere naald. Als u te weinig steken heeft op 10 cm, ga dan verder met een kleinere naald.

Heeft u deze of een van onze andere ontwerpen gemaakt? Tag uw afbeeldingen in social media met #dropsdesign, zodat we ze kunnen zien!

Wilt u een ander garen gebruiken? Probeer de garenvervanger!
Weet u niet zeker welke maat u moet kiezen? Dan is het misschien zinvol om te weten dat het model in de afbeelding ongeveer 170 cm is en maat S of M heeft. Wanneer u een trui, vest, jurk of vergelijkbaar kledingstuk maakt, dan kunt u onderaan het patroon een schema vinden met de afmetingen van het uiteindelijke kledingstuk (in cm).

45% Alpaca, 30% Polyamide, 25% Wol
vanaf 2.75 € /50g
DROPS Nord uni colour DROPS Nord uni colour 2.75 € /50g
Wolplein.nl
Bestel
DROPS Nord mix DROPS Nord mix 2.85 € /50g
Wolplein.nl
Bestel
Naalden & Haaknaalden
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 27.50€ krijgen. Lees meer.

Instructies voor het patroon

UITLEG VOOR HET PATROON:

----------------------------------------------------------

RIBBEL/RIBBELSTEEK (heen en weer gebreid):
1 ribbel = 2 naalden recht.

TIP VOOR HET OPMETEN:
Vanwege de ribbels houdt u het werk omhoog als u de afmetingen in de lengte opneemt om te voorkomen dat het werk te lang wordt tijdens het dragen.

TIP VOOR HET MEERDEREN-1 (verdeeld):
Alle meerderingen worden aan de goede kant gemaakt.
Zo berekent u hoe vaak er gemeerderd moet worden op de naald; neem het totaal aantal steken op de naald (dus 113 steken), minus de biezen (dus 10 steken) en deel de overgebleven steken door het aantal te maken meerderingen (dus 30 steken) = 3.4.
In dit voorbeeld meerdert u door 1 omslag te maken na afwisselend ongeveer iedere 3e en 4e steek. Brei op de volgende naald (verkeerde kant) de omslagen gedraaid recht om een gaatje te voorkomen. Meerder niet over de biezen.

TIP VOOR HET MEERDEREN-2 (geldt voor de zijkanten van het lijf):
Alle meerderingen worden aan de goede kant gemaakt.
Brei tot er 3 steken over zijn voor de markeerdraad, maak 1 omslag, 6 recht (de markeerdraad is in het midden van deze 6 steken), maak 1 omslag (= 2 steken gemeerderd). Brei op de volgende naald (verkeerde kant) de omslagen gedraaid recht om een gaatje te voorkomen.

TIP VOOR HET MINDEREN-1 (geldt voor midden onder de mouwen):
Alle minderingen worden aan de goede kant gemaakt!
Minder na 1 kantsteek als volgt: 1 steek recht afhalen, 1 recht, haal de afgehaalde steek over de gebreide steek (= 1 steek geminderd).
Minder voor de 1 kantsteek als volgt: Begin 2 steken voor de kantsteek, 2 recht samen (= 1 steek geminderd).

TIP VOOR HET MINDEREN-2 (verdeeld):
Alle minderingen worden aan de goede kant gemaakt!
Zo berekent u hoe vaak er geminderd moet worden op de naald, neem het totaal aantal steken op de naald (dus 110 steken), minus de kantsteken (dus 2 steken) en deel de overgebleven steken door het aantal te maken minderingen (dus 12 steken) = 9.
In dit voorbeeld mindert u door iedere 8e en 9e steek recht samen te breien. Minder niet over de kantsteken.

KNOOPSGATEN:
Minder voor de knoopsgaten op de rechter voorbies (als het kledingstuk gedragen wordt). 1 knoopsgat = brei aan de goede kant tot er 3 steken over zijn op de naald, maak 1 omslag, 2 recht samen en eindig met 1 recht. Brei op de volgende naald (verkeerde kant) de omslag recht zodat er een gaatje ontstaat. Minder voor het eerste knoopsgat als de halsrand ongeveer 2 cm meet. Minder dan de volgende 5-5-5-6-6-6 knoopsgaten met ongeveer 8-8-8½-8-8-8½ cm tussen elk.

MOZAIEKPATROON VEST:
Zie telpatroon A.1 en A.2 en lees uitleg voor de techniek hieronder. Kies het telpatroon voor uw maat.
Iedere naald in het telpatroon komt overeen met 2 naalden. Dus aan de goede kant breit u het telpatroon van rechts naar links en op de verkeerde kant breit u dezelfde naald van links naar rechts.

Op alle naalden aan de goede kant houdt u het garen achter het werk (dus op de verkeerde kant van het werk) als u een steek afhaalt.
Op alle naalden op de verkeerde kant houdt u het garen aan de voorkant van het werk (dus naar u toe en nog steeds op de verkeerde kant van het werk) als u een steek afhaalt. Zorg ervoor dat het garen niet strak is op de verkeerde kant van het werk.

Om overzicht over het patroon te houden voegt u een markeerdraad in tussen iedere patroonherhaling met A.1A/A.2A.

A.X/A.Y = hulpvierkant - dit vierkant wordt niet gebreid maar laat zien hoe de patroonnaald wordt gebreid (lees uitleg verderop naar beneden).
A.1A/A.2A = 1 patroonherhaling.
A.1B/A.2B = laatste steek voor de voorbies, deze steek zorgt ervoor dat het patroon op dezelfde manier begint en eindigt aan de binnenkant van de voorbies aan elke kant (de steken worden gebreid)

Op de naalden in één kleur in het telpatroon breit u 1 ribbel heen en weer over alle steken zonder steken af te halen.

Op de patroonnaald in A.1 met een leeg vierkant in A.X (kleur A), breit u alle steken recht met kleur A in A.1A/A.1B en haalt u alle steken met kleur C af.

Op iedere patroonnaald met een leeg vierkant of een vierkant met een ster in A.Y (kleur A of C), breit u alle steken recht met kleur A of C in A.2A/A.2B en haal alle steken met kleur B af.

Op iedere patroonnaald met een zwart vierkant in A.Y (kleur B), breit u alle steken met kleur B recht in A.2A/A.2B en haal alle steken met kleur A of C af.

MOZAIEKPATROON MUTS:
Zie telpatroon A.3 en lees uitleg voor de techniek hieronder.
Iedere naald in het telpatroon komt overeen met 2 naalden. Dus aan de goede kant breit u het telpatroon van rechts naar links en op de verkeerde kant breit u dezelfde naald vanaf links naar rechts.

Op alle naalden aan de goede kant houdt u het garen achter het werk (dus op de verkeerde kant van het werk) als u een steek afhaalt.
Op alle naalden op de verkeerde kant houdt u het garen aan de voorkant van het werk (dus naar u toe en nog steeds op de verkeerde kant van het werk) als u een steek afhaalt. Zorg ervoor dat het garen niet strak is op de verkeerde kant van het werk.

Om overzicht te houden over het patroon voegt u een markeerdraad in tussen iedere patroonherhaling met A.3B.

A.3A = begin de steek aan de goede kant en eindig de steek op de verkeerde kant (de steek moet gebreid worden).
A.3B = 1 patroonherhaling.
A.3C = eindig de steek aan de goede kant en begin de steek op de verkeerde kant (de steek moet gebreid worden).

Op de naalden in een kleur in telpatroon breit u 1 ribbel heen en weer gebreid over alle steken zonder steken af te halen.

Op de eerste patroonnaald in A.3 met een leeg vierkant in A.3A en A.3C (kleur A – naald gemarkeerd met een ster in A.3A), breit u alle steken met kleur A recht en haal alle steken met kleur C af.

Op de andere patroonnaalden met een leeg vierkant of een vierkant met een ster in A.3A en A.3C (kleur A of C), breit u alle steken met kleur A recht en haal alle steken met kleur B af.

Op iedere patroonnaald met een zwart vierkant in A.3A en A.3C (kleur B), breit u alle steken met kleur B recht en haal alle steken met kleur A of C af.

----------------------------------------------------------

BEGIN HET WERK HIER:

----------------------------------------------------------

VEST - KORTE SAMENVATTING VAN HET WERK:
Brei de halsrand, de pas en het lijf heen en weer op de rondbreinaald vanaf midden voor, brei van boven naar beneden. Brei in mozaiekpatroon op de pas. Het is belangrijk om de telpatronen te volgen. Brei het hele patroon in ribbelsteek maar brei niet in gewone ribbelsteken. Het patroon ontstaat door de steken af te halen. Lees de hele uitleg voor mozaiekpatroon voordat u gaat breien! De mouwen worden heen en weer gebreid op de rondbreinaald in delen, van boven naar beneden en op het eind samengenaaid.

HALSRAND:
Zet 113-116-122-128-131-137 steken op (inclusief 5 voorbiessteken aan elke kant richting midden voor) op rondbreinaald 3 mm met oudroze. Brei 1 ribbel in RIBBELSTEEK - lees uitleg hierboven. Brei dan als volgt:
NAALD 1 (= goede kant): Brei alle steken recht.
NAALD 2 (= verkeerde kant): 5 voorbiessteken in ribbelsteek (dus brei recht op de verkeerde kant), * 1 averecht, 2 recht *, herhaal van *-* tot er 6 steken over zijn, 1 averecht en eindig met 5 voorbiessteken in ribbelsteek (dus brei recht op de verkeerde kant).
Herhaal naalden 1 en 2 tot het werk 3 cm meet vanaf de opzetrand – denk om de knoopsgaten op de rechter voorbies – lees uitleg hierboven.
Ga verder met rondbreinaald 3.5 mm. Brei 3 ribbels heen en weer gebreid over alle steken, meerder TEGELIJKERTIJD op de eerste naald (goede kant) 30-33-33-33-36-36 steken verdeeld – lees TIP VOOR HET MEERDEREN-1 = 143-149-155-161-167-173 steken. Brei dan de pas zoals uitgelegd hieronder.

PAS:
Brei de eerste naald als volgt aan de goede kant: 5 voorbiessteken in ribbelsteek, brei MOZAIEKPATROON - lees uitleg hierboven, dus zie vierkant in A.X (het vierkant is slechts een uitleg voor de naald en moet niet gebreid worden), brei A.1A tot er 6 steken over zijn op de naald (= 22-23-24-25-26-27 herhalingen van A.1A van 6 steken), brei A.1B (= 1 steek) en eindig met 5 voorbiessteken in ribbelsteek. Ga zo verder in patroon maar denk erom dat 1 naald in telpatroon = 2 naalden en dat de biezen in de basiskleur in patroonstreep worden gebreid. DENK OM DE STEKENVERHOUDING!
Meerder TEGELIJKERTIJD op iedere naald gemarkeerd met een pijl in A.1A verdeeld zoals uitgelegd hieronder - denk om TIP VOOR HET MEERDEREN-1.
Meerder op de naald gemarkeerd met pijl-1 48-48-48-54-54-60 steken verdeeld = 191-197-203-215-221-233 steken (er is nu ruimte voor 30-31-32-34-35-37 herhalingen van A.1A van 6 steken).
Meerder op de naald gemarkeerd met pijl-2 36-42-48-54-60-60 steken verdeeld = 227-239-251-269-281-293 steken (er is nu ruimte voor 36-38-40-43-45-47 herhalingen van A.1A van 6 steken).
Als A.1 is gebreid, brei dan A.2 op dezelfde manier, dus brei de eerste naald als volgt aan de goede kant: 5 voorbiessteken in ribbelsteek, zie vierkant in A.Y (het vierkant is alleen een uitleg voor de naald en moet niet gebreid worden), brei A.2A tot er 6 steken over zijn op de naald (= 36-38-40-43-45-47 herhalingen van A.2A van 6 steken), brei A.2B (= 1 steek) en eindig met 5 voorbiessteken in ribbelsteek.
Meerder TEGELIJKERTIJD verdeeld op iedere naald gemarkeerd met een pijl in A.2A zoals uitgelegd hieronder.
Op de naald gemarkeerd met pijl-3 meerdert u 42-42-48-48-48-48 steken verdeeld = 269-281-299-317-329-341 steken (er is nu ruimte voor 43-45-48-51-53-55 herhalingen van A.2A van 6 steken).
Op de naald gemarkeerd met pijl-4 meerdert u 30-42-48-42-42-48 steken verdeeld = 299-323-347-359-371-389 steken (er is nu ruimte voor 48-52-56-58-60-63 herhalingen van A.2A van 6 steken).
Op de naald gemarkeerd met pijl-5 meerdert u 24-32-40-42-42-48 steken verdeeld = 323-355-387-401-413-437 steken (er is nu ruimte voor 78-86-94-65-67-71 herhalingen van A.2A van 4-4-4-6-6-6 steken). De meerderingen in maat S, M en L zijn nu klaar.
Op de naald gemarkeerd met pijl-6 (geldt alleen voor maat XL, XXL en XXXL) meerdert u 18-34-38 steken verdeeld (er is ruimte voor 102-109-116 herhalingen van A.2A van 4 steken) = 419-447-475 steken op de naald in maat XL, XXL en XXXL.
Als A.2 is gebreid, brei dan in ribbelsteek heen en weer gebreid over alle steken tot het werk 22-24-26-28-30-32 cm meet vanaf de opzetrand midden voor – lees TIP VOOR HET OPMETEN, maar pas zo aan dat de laatste naald aan de goede kant gebreid wordt.
Brei de volgende naald als volgt op de verkeerde kant: brei 52-57-61-66-72-78 recht (= voorpand), zet de volgende 63-69-77-83-85-87 steken op 1 hulpdraad voor de mouw, zet 8-8-10-10-12-14 nieuwe steken op de naald (= in de zijkant onder de mouw), brei 93-103-111-121-133-145 recht (= achterpand), zet de volgende 63-69-77-83-85-87 steken op 1 hulpdraad voor de mouw, zet 8-8-10-10-12-14 nieuwe steken op de naald (= in de zijkant onder de mouw) en brei de laatste 52-57-61-66-72-78 steken zoals hiervoor (= voorpand). Brei het lijf en de mouwen apart verder.

LIJF:
= 213-233-253-273-301-329 steken. Voeg 1 markeerdraad in 56-61-66-71-78-85 steken vanaf elke kant (= 101-111-121-131-145-159 steken tussen de markeerdraden op het achterpand). Brei in ribbelsteek heen en weer gebreid over alle steken (brei de eerste naald aan de goede kant).
Bij een hoogte van 8 cm vanaf de scheiding - denk om TIP VOOR HET OPMETEN, meerdert u 2 steken aan elke kant - lees TIP VOOR HET MEERDEREN-2. Meerder zo iedere 8 cm 3 keer in totaal aan elke kant = 225-245-265-285-313-341 steken. Brei tot het werk 32 cm meet vanaf de scheiding in alle maten. Brei 1 ribbel en meerder 11-12-13-14-16-18 steken verdeeld op de eerste naald – denk om TIP VOOR HET MEERDEREN-1 = 236-257-278-299-329-359 steken, Ga verder met rondbreinaald 3 mm. Brei dan een rand als volgt:
NAALD 1 (= goede kant): Brei alle steken recht.
NAALD 2 (= verkeerde kant): 5 voorbiessteken in ribbelsteek Dus brei recht op de verkeerde kant), * 1 averecht, 2 recht *, herhaal van *-* tot er 6 steken over zijn, 1 averecht en eindig met 5 voorbiessteken in ribbelsteek (dus brei recht op de verkeerde kant).
Herhaal naalden 1 en 2 tot de rand 3 cm meet (het vest meet ongeveer 36 cm vanaf de scheiding in alle maten). Brei 2 ribbels heen en weer gebreid over alle steken. Kant dan losjes af met recht aan de goede kant (u kunt een naald in een halve maat groter gebruiken voor het afkanten, om een strakke rand te voorkomen). Het vest meet ongeveer 62-64-66-68-70-72 cm vanaf de schouder naar beneden.

MOUW:
Begin aan de goede kant op rondbreinaald 3.5 mm met parelgrijs, in het midden van de nieuw opgezette steken op het lijf onder de mouw, neem 1 steek op in elk van de 4-4-5-5-6-7 steken, brei recht over de 63-69-77-83-85-87 steken vanaf de hulpdraad en neem dan 1 steek op in elk van de overgebleven 4-4-5-5-6-7 steken onder de mouw = 71-77-87-93-97-101 steken. Brei in ribbelsteek heen en weer gebreid vanaf midden onder de mouw. Bij een hoogte van 2 cm vanaf de scheiding - denk om TIP VOOR HET OPMETEN, mindert u 1 steek aan de binnenkant van de 1 kantsteek aan elke kant - lees TIP VOOR HET MINDEREN-1. Minder zo iedere 1 cm 0-0-3-7-9-13 keer in totaal en dan iedere 2 cm 3-2-15-12-11-7 keer in totaal. Minder dan 8-12-0-0-0-0 keer in totaal iedere 4-2½-0-0-0-0 cm = 49-49-51-55-57-61 steken over op de naald. Ga verder tot het werk 39-38-36-34-33-31 cm meet vanaf de scheiding (minder voor de grotere maten vanwege een langere pas). Brei 1 ribbel en minder 1-1-0-1-0-1 steek op de eerste naald = 48-48-51-54-57-60 steken op de naald.
Ga verder met rondbreinaald 3 mm en brei de rand als volgt:
NAALD 1 (= goede kant): Brei alle steken recht.
NAALD 2 (= verkeerde kant): 1 recht, * 1 averecht, 2 recht *, brei van *-* tot er 2 steken over zijn op de naald, 1 averecht en eindig met 1 recht.
Herhaal naalden 1 en 2 tot de rand 3 cm meet (de mouw meet ongeveer 42-41-39-37-36-34 cm vanaf de scheiding). Brei 2 ribbels heen en weer gebreid over alle steken. Kant dan losjes af met recht (u kunt een naald in een halve maat groter gebruiken bij het afkanten om een strakke rand te voorkomen). De mouw meet ongeveer 43-42-40-38-37-35 cm vanaf de scheiding. Brei de andere mouw op dezelfde wijze.

AFWERKING:
Naai de mouwnaden vanaf de scheiding onder de mouw en naar buiten toe dicht, naai in de buitenste lus van de kantsteek zodat de naad plat is.
Naai de knopen op de linker voorbies.

----------------------------------------------------------

MUTS - KORTE SAMENVATTING VAN HET WERK:
Wordt heen en weer gebreid op de rondbreinaald, van onder naar boven. Brei eerst en rand op de onderkant. Brei dan in mozaiekpatroon. Het is belangrijk om de telpatronen te volgen. Brei het hele kleurpatroon in ribbelsteek maar brei het patroon niet in gewone ribbelsteken. Het kleurpatroon ontstaat door de steken af te halen zoals uitgelegd hierboven. Lees de hele uitleg voor mozaiekpatroon voordat u gaat breien! Eindig door een rand te breien op de bovenkant van de muts voordat u het werk samennaait midden achter. De muts is open op de bovenkant om ruimte te maken voor een paardenstaart.

MUTS:
Zet 110-116-122 steken op de rondbreinaald 3 mm met oudroze. Brei 1 ribbel in RIBBELSTEEK - lees uitleg hierboven. Brei dan als volgt:
NAALD 1 (= goede kant): Brei alle steken recht.
NAALD 2 (= verkeerde kant): 1 recht (= kantsteek), * 1 averecht, 2 recht *, brei van *-* tot er 1 steek over is op de naald en eindig met 1 recht (= kantsteek).
Herhaal de 1e en 2e naald tot het werk 2-2-3 cm meet vanaf de opzetrand.
Ga verder met rondbreinaald 3.5 mm en brei MOZAIEKPATROON MUTS - zie uitleg hierboven. Dus brei A.3A over de eerste steek, herhaal A.3B tot er 1 steek over is op de naald (= 18-19-20 herhalingen van 6 steken), eindig met A.3C over de laatste steek. Ga zo verder in patroon maar denk erom dat 1 naald in het telpatroon = 2 naalden. DENK OM DE STEKENVERHOUDING!
Minder TEGELIJKERTIJD verdeeld op iedere naald gemarkeerd met een pijl in A.3B zoals uitgelegd hieronder - lees TIP VOOR HET MINDEREN.
Op de naald gemarkeerd met pijl-1 mindert u 12-10-12 steken verdeeld = 98-106-110 steken (er is nu ruimte voor 24-26-27 herhalingen van 4 steken).
Op de naald met pijl-2 mindert u 24-26-24 steken verdeeld = 74-80-86 steken op de naald.
A.3 is nu klaar. Ga verder heen en weer gebreid over alle steken met parelgrijs tot het werk 15-16-17 cm meet. Ga verder met rondbreinaald 3 mm en brei dan als volgt:
NAALD 1 (= goede kant): Brei alle steken recht.
NAALD 2 (= verkeerde kant): 1 recht, * 1 averecht, 2 recht *, brei van *-* tot er 1 steek over is op de naald, 1 averecht en eindig met 1 recht.
Herhaal naalden 1 en 2 tot hetzelfde aantal naalden is gebreid als op de onderrand van de muts, dus ongeveer 2-2-3 cm.
Brei dan 2 ribbels heen en weer gebreid over alle steken en minder tegelijkertijd 24-26-28 steken verdeeld op de eerste naald = 50-54-58 steken. Kant dan losjes af met recht aan de goede kant. Het werk meet ongeveer 18-19-21 cm van boven naar beneden.

AFWERKING:
Naai de muts samen midden achter aan de binnenkant van de 1 kantsteek in ribbelsteek aan elke kant.

Telpatroon

= Kleur A - naturel
= Kleur B - oudroze
= Kleur C, parelgrijs
= De eerste keer dat kleur A te zien is in A.3, breit u kleur A recht (in A.3A, A.3B en A.3C) en haal kleur C af (in A.3B)
= meerdernaald





Heeft u hulp nodig voor dit patroon?

Bedankt dat u een patroon van DROPS Design kiest. We zijn er trots op dat we patronen aanbieden die correct en makkelijk te volgen zijn. Alle patronen zijn uit het Noors vertaald en u kunt altijd het origineel patroon controleren (DROPS 197-18) voor de afmetingen en de berekiningen.

Heeft u moeite met het volgen van het patroon? Hieronder vindt u een lijst met bronnen die u kunnen helpen om uw project vlot af te maken - of om eenvoudig iets nieuws te leren.

We hebben tevens een stap-voor-stap uitleg voor verschillende technieken, welke u hier kunt vinden.

1) Waarom is de stekenverhouding zo belangrijk?

De stekenverhouding bepaalt de uiteindelijke afmetingen van uw werkstuk en wordt normaliter aangegeven in 10 x 10 cm. Het wordt als volgt aangegeven: het aantal steken in de breedte x het aantal naalden in de hoogte - dus: 19 steken x 26 naalden = 10 x 10 cm.

De stekenverhouding is heel erg individueel; sommige mensen breien/haken heel losjes, terwijl anderen vrij strak werken. De stekenverhouding past u aan met de naalddikte, wat de reden is waarom we slechts een suggestie voor de naalddikte geven! U moet deze aanpassen (naar boven of beneden) om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding overeenkomt met de stekenverhouding die aangegeven staat in het patroon. Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan zal het garenverbruik anders zijn, en zal uw werkstuk andere afmetingen krijgen dan het patroon aangeeft.

De stekenverhouding geeft tevens aan welk garen als vervanging kan dienen. U kunt verschillende garens met elkaar vervangen, zolang de stekenverhouding maar hetzelfde is.

Bekijk de DROPS les: Hoe u de stekenverhouding opmeet

Bekijk de DROPS video: Hoe u een proeflapje maakt

naar boven

2) Wat zijn de garengroepen?

Al onze garens zijn ondergebracht in garengroepen (van A tot F) volgens dikte en stekenverhouding – groep A bevat de dunste garens en groep F de dikste. Dit maakt het makkelijker voor u om alternatieve garens te vinden voor onze patronen, indien u graag ander garen wilt gebruiken. Alle garens binnen dezelfde groep hebben ongeveer eenzelfde stekenverhouding en kunnen elkaar vervangen. Het is wel zo dat verschillende garenkwaliteiten verschillende structuren en eigenschappen hebben, wat het uiteindelijke werkstuk een unieke 'look en feel' geeft.

Klik hier voor een overzicht van de garens in elke garengroep

naar boven

3) Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

Bij het kiezen van een ander garen is het belangrijk dat de stekenverhouding hetzelfde blijft. De afmetingen van het uiteindelijke werk zijn dan hetzelfde als aangegeven in de tekening bij het patroon. Het is makkelijker om dezelfde stekenverhouding te krijgen als u garen gebruikt uit dezelfde garengroep. Het is ook mogelijk om meerdere draden van een dunner garen te gebruiken om de stekenverhouding van een dikker garen te krijgen. Probeer onze garenvervanger. We raden u aan om altijd een proeflapje te maken.

LET OP: als u een ander garen neemt, kan het kledingstuk een andere 'look en feel' krijgen dan het kledingstuk op de foto, vanwege individuele eigenschappen en kwaliteiten van elk garen.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

naar boven

4) Hoe gebruik ik de garenvervanger?

Bovenaan al onze patronen vindt u een link naar onze garenvervanger, welke handig kan zijn als u een ander garen wilt gebruiken dan staat aangegeven in het patroon. Door het garen in te vullen dat u wilt vervangen, de hoeveelheid (in uw maat) en het aantal draden, stelt de vervanger geschikte alternatieven voor met dezelfde stekenverhouding. Daarnaast wordt aangegeven hoeveel u nodig heeft in de nieuwe kwaliteiten en of u met meerdere draden moet werken. De meeste bollen zijn 50 gram (sommige zijn 25 gram of 100 gram).

Als het patroon met meerdere kleuren wordt gebreid/gehaakt, moet elke kleur apart worden vervangen. Dit geldt ook als het patroon met verschillende draden van verschillende garens wordt gemaakt (bijvoorbeeld 1 draad Alpaca en 1 draad Kid-Silk) dan zult u voor elk individueel alternatieven moeten vinden.

Klik hier voor de garenvervanger

naar boven

5) Waarom krijg ik de verkeerde stekenverhouding met de aangegeven naalddikte?

De naalddikte die aangegeven is in het patroon geldt slechts als een richtlijn, het is van belang dat de stekenverhouding klopt. En omdat de stekenverhouding per persoon nogal verschillend is, zult u de naalddikte aan moeten passen om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding hetzelfde is als in het patroon – misschien is het nodig dat u 1 of zelfs 2 naalddiktes naar beneden of naar boven moet om de juiste stekenverhouding te krijgen. Daarom raden we ook aan om een proeflapje te maken.

Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan kunnen de afmetingen van het werkstuk afwijken van de afmetingen volgens de tekening.

Bekijk de DROPS les: Hoe meet u de stekenverhouding

Bekijk de DROPS video: Hoe maakt u een proeflapje voor de stekenverhouding

naar boven

6) Waarom wordt het patroon van boven naar beneden gereid?

Als u een kledingstuk van boven naar beneden breit, dan geeft dit meer flexibiliteit en mogelijkheden voor persoonlijke aanpassingen. Het is bijvoorbeeld makkelijker om het kledingstuk te passen terwijl u er mee bezig bent. U kunt ook makkelijker de lengte van de pas en de schouderkoppen aanpassen.

In de uitleg worden alle stappen zorgvuldig uitgelegd in de juiste volgorde. De telpatronen zijn aangepast aan de breirichting en worden zoals gebruikelijk gebreid.

naar boven

7) Waarom zijn de mouwen korter in de grotere maten?

De totale breedte van het kledingstuk (van pols tot pols) is groter in de grotere maten, ondanks dat de eigenlijke mouwen korter zijn. De grotere maten hebben langere mouwkoppen en bredere schouders, dus er is een goede pasvorm in alle maten.

naar boven

8) Wat is een herhaling?

Telpatronen worden vaak herhaald in de breedte op de naald en/of in de hoogte. 1 herhaling van het telpatroon is hoe het te zien is in het telpatroon. Als er staat dat u 5 herhalingen van A.1 op de naald moet breien, dan breit u het patroon in totaal 5 keer achter/na elkaar op de naald. Als er staat dat u 2 herhalingen van A.1 in de hoogte moet breien, dan breit u het hele telpatroon (dus alle naalden van het telpatroon) een keer en begint u opnieuw onderaan bij het begin en breit u het telpatroon nog een keer.

naar boven

9) Hoe brei ik volgens een telpatroon?

Het telpatroon laat alle naalden en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt gelezen van onder naar boven, van rechts naar links. 1 vierkant = 1 steek.

Als u heen en weer breit, wordt elke andere naald aan de goede kant gebreid en elke andere naald wordt aan de verkeerde kant gebreid. Als u aan de verkeerde kant breit, moet u het telpatroon omgekeerd breien, dus van links naar rechts. rechte steken worden dan averecht gebreid en averechte steken recht, etc.

Als u in de rondte breit wordt elke naald aan de goede kant gebreid en het telpatroon wordt dan van rechts naar links gebreid op alle naalden.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees ik de teltekening bij de patronen?

naar boven

10) Hoe haak ik volgens een telpatroon?

Het telpatroon laat alle toeren en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt van onder naar boven gehaakt en van rechts naar links.

Als u heen en weer haakt, wordt elke andere toer aan de goede kant gehaakt: van rechts naar links en elke andere toer wordt aan de verkeerde kant gehaakt: vank links naar rechts.

Als u in de rondte haakt, wordt elke toer in het telpatroon aan de goede kant gehaakt, van rechts naar links.

Als u een cirkelvormig telpatroon haakt, dan begint u in het midden en haakt u naar buiten toe, tegen de klok in, toer na toer.

Meestal beginnen de toeren met een opgegeven aantal lossen (overeenkomend met de hoogte van de volgende steek), deze zijn of in het telpatroon opgenomen, of uitgelegd in het patroon.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees je telpatronen voor haken

naar boven

11) Hoe brei/haak je verschillende telpatronen tegelijkertijd op dezelfde naald/toer

Instructies om verschillende telpatronen achter elkaar op dezelfde naald/toer te breien/haken, worden meestal als volgt beschreven: “brei/haak A.1, A.2, A.3 in totaal 0-0-2-3-4 keer". Dit betekent dat u A.1 een keer breit/haakt, daarna wordt A.2 een keer gebreid/gehaakt, en A.3 wordt het aantal aangegeven keren (in de breedte) in uw maat gebreid/gehaakt – in dit geval als volgt: S = 0 keer, M = 0 keer, L=2 keer, XL= 3 keer en XXL = 4 keer.

De telpatronen worden zoals gebruikelijk gebreid/gehaakt: begin met de eerste naald/toer in A.1, brei/haak dan de volgende naald/toer in A.2 etc.

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor breien leest

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor haken leest

naar boven

12) Waarom begint het werk met meer lossen dan waarmee gehaakt wordt?

Lossen zijn ietsje smaller dan andere steken en om te voorkomen dat de opzetrand te strak wordt, haken we eenvoudigweg meer lossen om mee te beginnen. Het aantal steken wordt in de volgende toer aangepast zodat het overeenkomt met het patroon en de afmetingen in de tekening.

naar boven

13) Waarom meerderen voor de boord als het werk van boven naar beneden gebreid wordt?

De rand in ribbelsteek is elastischer en zal ietwat samentrekken vergeleken met bijvoorbeeld tricotsteek. Door te meerderen voor de rand in ribbelsteek, voorkomt u een zichtbaar verschil in breedte tussen de rand in ribbelsteek en de rest van het lijf.

naar boven

14) Waarom meerderen in de afkantrand?

Het gebeurt vrij makkelijk dat u te strak afkant, en door omslagen te maken tijdens het afkanten (terwijl u deze tegelijkertijd afkant) voorkomt u dat de afkantrand te strak wordt.

Bekijk de DROPS video: Hoe kant u af met omslagen

naar boven

15) Hoe meerder/minder je afwisselend op elke 3e en 4e naald/toer?

Om gelijkmatig te meerderen (of te minderen) kunt u meerderen op, bijvoorbeeld: afwisselend elke 3e en 4e naald, als volgt: brei 2 naalden en meerder op de 3e naald, brei 3 naalden en meerder op de 4e naald. Herhaal dit tot het meerderen klaar is.

Bekijk de DROPS les: Meerder of minder 1 st afwisselend

naar boven

16) Waarom is het patroon een beetje anders dan wat ik op de foto zie?

Herhalingen van het patroon kunnen een beetje anders zijn in de verschillende maten, om de juiste verhoudingen te krijgen. Als u niet dezelfde maat maakt als het kledingstuk op de foto, wijkt uw werkstuk wellicht ietsje af. Dit is met zorg ontwikkeld en aangepaste zodat het totale beeld van het kledingstuk hetzelfde is in alle maten.

Zorg ervoor dat u de instructies en de telpatronen voor uw maat volgt!

naar boven

17) Hoe kan ik een vest in de rondte breien, in plaats van heen en weer?

Als u liever in de rondte breit dan heen en weer, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen. U moet dan steken midden voor toevoegen (meestal 5 steken) en de instructies volgen. Als u normaal het werk keert en aan de verkeerde kant breit, breit u nu over de extra steken en gaat u verder in de rondte. Aan het einde knipt u het werk open. Neem steken op voor de biezen en werk de afgeknipte randen af.

Bekijk de DROPS video: Hoe breit u knipbiezen en openknippen

naar boven

18) Kan ik een trui heen en weer breien in plaats van in de rondte?

Als u liever heen en weer breit dan in de rondt, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen zodat u de panden apart van elkaar breit en aan het eind aan elkaar naait. Deel de steken voor het lijf in tweeën en voeg 1 kantsteek toe aan elke kant (voor het in elkaar naaien) en brei het voor- en achterpand apart van elkaar.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een patroon aanpassen van rondbreinaalden naar rechte naalden?

naar boven

19) Waarom staan er garens in de patronen die niet meer leverbaar zijn?

Omdat de verschillende garens verschillende kwaliteiten en verschillend texturen hebben, hebben we ervoor gekozen om het originele garen in het patroon te laten staan. Maar u kunt vrij makkelijk andere opties vinden tussen de beschikbare garenkwaliteiten door onze garenvervanger te gebruiken, of door een garen uit dezelfde garengroep uit te kiezen.

Het is mogelijk dat sommige verkooppunten nog bollen op voorraad hebben van garens die niet meer leverbaar zijn, of dat iemand thuis nog een paar bollen heeft liggen en hier een patroon bij zoekt.

Degarenvervanger laat alternatieve garens zien en de hoeveelheid die u nodig heeft in de nieuwe kwaliteit.

naar boven

20) Hoe verander ik een kledingstuk voor dames in eentje voor heren?

Als u een patroon heeft gevonden doe alleen beschikbaar is in damesmaten, dan hoeft het niet heel moeilijk te zijn om deze aan te passen naar een herenmaat. Het grootste verschil is de lengte van de mouwen en het lijf. Begin met breien in de damesmaat die overeenkomt met de borstwijdte. De lengte die erbij komt wordt namelijk gebreid voordat u begint met afkanten voor de armsgaten. Als het patroon van boven naar beneden wordt gebreid, kunt u lengte toevoegen vlak na de armsgaten of voor de eerste mindering op de mouw.

Wat betreft de extra hoeveelheid garen wat u nodig heeft: dit hangt heel erg af van hoeveel lengte u toevoegt, maar het is vaak meter dat u een bol te veel hebt dan te weinig.

naar boven

21) Hoe voorkom ik dat een harig kledingstuk gaat pillen of pluizen?

Alle garens hebben vezels die uitsteken (door de productie) waardoor een kledingstuk gaat pluizen of pillen. Geborstelde garens (dus meer harige garens) hebben meer van deze losse, uitstekende vezels waardoor het eerder gaat pluizen of pillen.

Hoewel het niet mogelijk is om te garanderen dat geborsteld garen 100% pluisvrij is, is het wel mogelijk om dit drastisch af te laten nemen, door de volgende stappen te ondernemen:

1. Als het kledingstuk klaar is (voordat u het gaat wassen) schudt u het kledingstuk flink uit, zodat de losse haartjes eruit komen. LET OP: gebruik GEEN roller, borstel of andere methode, waardoor aan het kledingstuk getrokken wordt

2. Plaats het kledingstuk in een plastic zak en leg het in de vriezer - de temperatuur zorgt ervoor dat de vezels minder aan elkaar blijven zitten, en uitstekende vezels komen makkelijker los.

3. Laat een paar uur in de vriezer liggen, voordat u het eruit haalt en schudt het kledingstuk dan opnieuw uit.

4. Was het kledingstuk volgens de instructies op het garenlabel.

naar boven

22) Waar op het kledingstuk wordt de lengte gemeten??

De tekening/ het schema met de afmetingen geeft informatie over de volledige lengte van het kledingstuk. Als het een trui of een vest betreft, dan wordt deze vanaf het hoogste punt op de schouder gemeten (meestal het dichtst bij de halslijn), en recht naar beneden tot de onderkant van het kledingstuk. Het wordt NIET gemeten vanaf de punt van de schouder. Op gelijke wijze wordt ook de lengte van de pas gemeten, vanaf het hoogste punt op de schouder en naar beneden tot waar de pas gesplitst wordt voor het lijf en de mouwen.

Op een vest worden de afmetingen nooit over de biezen genomen, tenzij anders aangegeven. Meet altijd binnen de biessteken als u de lengte opmeet.

Bekijk de DROPS les: Maattekeningen lezen

naar boven

23) Hoe weet ik hoeveel bollen ik nodig heb?

De benodigde hoeveelheid garen wordt aangegeven in grammen, dus bijvoorbeeld: 450 g. Om uit te rekenen hoeveel bollen u nodig heeft, moet u eerst weten hoeveel gram er in 1 bol gaat (25 g, 50 g, of 100 g). Deze informatie vindt u door op de individuele garenkwaliteit te klikken op onze site. Deel de hoeveelheid benodigde garen door de hoeveelheid per bol. Bijvoorbeeld, als de bollen 50 gram wegen (de meest gebruikelijke hoeveelheid), ziet de berekening er als volgt uit: 450 / 50 = 9 bollen.

naar boven

Heeft u DROPS garen besteld om dit patroon te maken? Dan heeft u recht op hulp van de winkel waar u het garen gekocht heeft. Vind hier een lijst van DROPS winkels!
Kunt u het antwoord op uw vraag nog steeds niet vinden? Scroll dan naar beneden en laat een vraag achter zodat een van onze experts kan proberen u te helpen. Dit wordt normaal tussen 5 tot 10 werkdagen gedaan.. In de tussentijd kunt u de vragen en antwoorden lezen die anderen bij dit patroon achter hebben gelaten of doe mee met de DROPS Workshop op Facebook om hulp te krijgen van mede breisters en haaksters!

Opmerkingen / Vragen (3)

Cathy 02.01.2020 - 14:47:

Bonjour, Peut on tricoter le tricot mosaïque sur des aiguilles droite ? Bien à vous

DROPS Design 02.01.2020 kl. 16:15:

Bonjour Cathy, tout à fait, il sera toutefois plus facile d'utiliser une aiguille circulaire car les mailles seront moins serrées. Bon tricot!

Hourdebaigt 11.08.2019 - 17:54:

Bonjour. Peut on tricoter des poches invisibles sur un top down? Quelle serait la technique? Merci

DROPS Design 12.08.2019 kl. 08:31:

Bonjour Mme Houdebaigt, cette vidéo montre comment faire une poche dans un modèle top down, sur la base d'un modèle différent. Il vous faudra probablement faire quelques ajustements en fonction du modèle tricoté. Bon tricot!

Lucie Hardy 05.12.2018 - 15:44:

Comment faire suivre la 2e laine sur le rang envers du motif jaquard au point mousse ?

DROPS Design 05.12.2018 kl. 15:54:

Bonjour Mme Hardy, on tricote toujours 1 couleur par rang, et donc la même couleur au rang sur l'envers qu'au rang sur l'endroit (pas comme du jacquard) - les autres mailles sont seulement glissées. Vous pouvez trouver ici la vidéo de cette technique. Bon tricot!

Laat een opmerking achter voor DROPS 197-18

Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!

Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.