DROPS / 188 / 3

Love Story by DROPS Design

Gebreide jurk met kantpatroon en ¾ mouwen. Maat: S - XXXL Het werk wordt gebreid in DROPS Paris.

DROPS design: Patroon w-688
Garengroep C of A + A
----------------------------------------------------------
Maat: S - M - L - XL - XXL - XXXL
Materiaal:
DROPS PARIS van garnstudio (behoort tot garengroep C)
850-950-1050-1150-1250-1400 g kleur nr 17, naturel

Het werk kan tevens gebreid worden met garen van:
“Alternatief garen (garengroep C)” - zie link hieronder.

DROPS NAALDEN ZONDER KNOP EN RONDBREINAALD (40 en 80 cm) MAAT 5 mm – of de maat die u nodig heeft voor een stekenverhouding van 17 steken en 22 naalden in tricotsteek = breedte 10 cm en 10 cm in de hoogte.

DROPS RONDBREINAALD (60 of 80 cm) MAAT 4 mm - voor de naald met gaatjes in de taille en de rand in ribbelsteek rondom de hals.

ACCESSOIRES: 4 kleine houten kralen voor de gedraaide koorden.
----------------------------------------------------------

Heeft u deze of een van onze andere ontwerpen gemaakt? Tag uw afbeeldingen in social media met #dropsdesign, zodat we ze kunnen zien!

Wilt u een ander garen gebruiken? Probeer de garenvervanger!
Weet u niet zeker welke maat u moet kiezen? Dan is het misschien zinvol om te weten dat het model in de afbeelding ongeveer 170 cm is en maat S of M heeft. Wanneer u een trui, vest, jurk of vergelijkbaar kledingstuk maakt, dan kunt u onderaan het patroon een schema vinden met de afmetingen van het uiteindelijke kledingstuk (in cm).

100% katoen
vanaf 1.17 € /50g
DROPS Paris uni colour DROPS Paris uni colour 1.39 € /50g
Breiwebshop
Bestel
DROPS Paris recycled denim DROPS Paris recycled denim 1.17 € /50g
Breiwebshop
Bestel
Naalden & Haaknaalden Bestel
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 19.89€ krijgen. Lees meer.

Instructies voor het patroon

INFORMATIE VOOR HET PATROON:

RIBBEL/RIBBELSTEEK (wordt in de rondte gebreid):
1 ribbel = 2 naalden. Brei 1 naald recht en 1 naald averecht.

RIBBEL/RIBBELSTEEK (heen en weer gebreid):
1 ribbel = 2 naalden recht.

PATROON:
Zie telpatronen A.1 tot A.4. Kies het telpatroon voor uw maat (geldt voor A.3).
De telpatronen laten alle naalden in het patroon aan de goede kant zien.

TIP VOOR HET OPMETEN:
Als u in golfpatroon breit, gaat het werk golven aan de onderrand. Alle lengte afmetingen worden gedan vanaf waar het golven het kortst is.

TIP VOOR HET MINDEREN-1 (geldt voor het rokgedeelte op de jurk):
Minder als volgt na de markeerdraad: 1 steek recht afhalen, 1 recht, haal de afgehaalde steek over de gebreide steek (= 1 steek geminderd).
Minder als volgt voor de markeerdraad: Begin 2 steken voor de markeerdraad, brei 2 recht samen (= 1 steek geminderd).

TIP VOOR HET MINDEREN-2 (geldt voor de armsgaten):
Minder aan de binnenkant van de 3 kantsteken in ribbelsteek. Alle minderingen worden aan de goede kant gemaakt.
Minder na de 3 kantsteken als volgt: 1 steek recht afhalen, 1 recht, haal de afgehaalde steek over de gebreide steek (= 1 steek geminderd).
Minder voor de 3 kantsteken als volgt: Begin 2 steken voor de 3 kantsteken en brei 2 recht samen (= 1 steek geminderd).

TIP VOOR HET MINDEREN-3:
Zo berekent u hoe vaak er geminderd moet worden, neem het totaal aantal steken op de naald (dus 180 steken) en deel deze door het aantal te maken minderingen (dus 8) = 22.5.
In dit voorbeeld breit u afwisselend iedere 21e en 22e steek en iedere 22e en 23e steek samen.

TIP VOOR HET MEERDEREN (geldt voor de zijkanten op de jurk en midden onder de mouwen):
Alle meerderingen worden aan de goede kant gemaakt!
Meerder aan elke kant van de markeerdraden in de zijkanten op de jurk en aan elke kant van de markeerdraad midden onder de mouw als volgt: Brei tot er 2 steken over zijn voor de markeerder, maak 1 omslag, 4 recht (de markeerdraad is in het midden van deze 4 steken), maak 1 omslag (= 2 steken gemeerderd). Brei op de volgende naald de omslagen gedraaid om gaatjes te voorkomen.
----------------------------------------------------------

JURK:
Brei in de rondte op de rondbreinaald vanaf de onderrand en tot waar het split begint midden voor, brei dan het werk heen en weer vanaf midden voor. Na de minderingen voor de armsgaten breit u het voor- en achterpand apart heen en weer. De mouwen worden in de rondte gebreid op een korte rondbreinaald van onder naar boven, ga verder met breinaald zonder knop indien nodig.

ROK:
Zet een beetje losjes 247-266-285-323-342-380 steken op de rondbreinaald 5 mm met Paris. Brei 2 ribbels in RIBBELSTEEK in de rondte - zie uitleg hierboven. Brei dan A.1 (= 13-14-15-17-18-20 herhalingen van 19 steken). DENK OM DE STEKENVERHOUDING!
LET OP! Op de naald gemarkeerd met pijl-1 in A.1 verplaatst u het begin van de naald 2 steken naar links zodat het patroon past. Op de naald gemarkeerd met pijl-2 in A.1 verplaatst u het begin van de naald 1 steek naar links.
Als A.1 is gebreid, zijn er 156-168-180-204-216-240 steken op de naald.
Brei dan in tricotsteek. Voeg bij een hoogte van 28 cm - lees TIP VOOR HET OPMETEN, 4 markeerdraden in werk als volgt: Voeg de 1e markeerdraad in na de eerste 18-21-24-30-32-38 steken, voeg de 2e markeerdraad in na de volgende 42-42-42-42-44-44 steken, voeg de 3e markeerdraad in na de volgende 36-42-48-60-64-76 steken en voeg de 4e markeerdraad in na de volgende 42-42-42-42-44-44 steken. Er zijn 18-21-24-30-32-38 steken over op de naald na de laatste markeerdraad. Neem de markeerdraden in de hoogte mee tijdens het breien.
Minder op de volgende naald, na de 1e en de 3e markeerdraad en voor de 2e en de 4e markeerdraad – lees TIP VOOR HET MINDEREN-1 (= 4 steken geminderd). Minder zo iedere 4½-4½-5½-5½-6-6 cm 7-7-6-6-6-6 keer in totaal op iedere markeerdraad = 128-140-156-180-192-216 steken. Verwijder alle markeerdraden.
Brei bij een hoogte van 59-60-61-62-63-64 cm (de minderingen zijn nu klaar), 1 naald recht en minder 0-0-0-8-0-4 steken verdeeld = 128-140-156-172-192-212 steken. Ga verder met rondbreinaald 4 mm en brei A.2 in de rondte. Als A.2 klaar is, voeg dan 1 markeerdraad in op het begin van de naald (= in de zijkant), voeg 1 markeerdraad in na 32-35-39-43-48-53 steken (= midden voor) en 1 markeerdraad na 32-35-39-43-48-53 steken (= in de zijkant), er zijn 64-70-78-86-96-106 steken tussen de markeerdraden op het achterpand. Ga verder met rondbreinaald 5 mm. Knip het garen af. Brei nu het werk heen en weer op de rondbreinaald vanaf de markeerdraad midden voor.
Begin de eerste naald aan de goede kant op de markeerdraad midden voor en brei dan als volgt: A.3B (= 12-12-14-14-16-16 steken), 40-46-50-58-64-74 steken in tricotsteek (de markeerdraad in de zijkant is in het midden van deze 40-46-50-58-64-74 steken), brei A.3A (= 12-12-14-14-16-16 steken), A.3B (= 12-12-14-14-16-16 steken), 40-46-50-58-64-74 steken in tricotsteek (de markeerdraad in de zijkant is in het midden van deze 40-46-50-58-64-74 steken) en eindig met A.3A (= 12-12-14-14-16-16 steken). Ga zo verder in patroon heen en weer gebreid.
Meerder bij een hoogte van 3 cm vanaf de scheiding, 1 steek aan elke kant van de markeerdraden in de zijkanten - lees TIP VOOR HET MEERDEREN (= 4 steken gemeerderd). Herhaal het meerderen bij een hoogte van 6-6-7-7-8-8 cm vanaf de scheiding = 136-148-164-180-200-220 steken.
Brei bij een hoogte van 70-72-74-76-78-80 cm, 2 ribbels over de middelste 12-12-14-18-22-26 steken aan elke kant (dus brei 6-6-7-9-11-13 steken in ribbelsteek aan elke kant van beide markeerdraden – brei de andere steken zoals hiervoor).
Kant op de eerste naald aan de goede kant na de ribbels 6-6-8-12-16-20 steken af aan elke kant voor de armsgaten (kant 3-3-4-6-8-10 steken af aan elke kant van beide markeerdraden). Brei het voor- en achterpand apart verder.

LINKER VOORPAND (als het kledingstuk gedragen wordt):
= 31-34-37-39-42-45 steken. Ga verder heen en weer gebreid met A.3A richting midden voor, tricotsteek en 3 kantsteken in ribbelsteek richting het armsgat (brei de eerste naald op de verkeerde kant).
Als er 3 naalden heen en weer zijn gebreid, minder dan voor het armsgat op de volgende naald aan de goede kant - lees TIP VOOR HET MINDEREN-2. Minder zo op iedere andere naald (dus iedere naald aan de goede kant) 2-3-5-6-8-11 keer in totaal = 29-31-32-33-34-34 steken.
Ga verder in patroon heen en weer gebreid zoals hiervoor met 3 kantsteken in ribbelsteek richting het armsgat, tricotsteek en A.3A richting midden voor tot het werk ongeveer 84-87-90-93-96-99 cm meet (pas zo aan dat de volgende naald gebreid wordt op de verkeerde kant en pas aan tot het einde na een hele herhaling in de hoogte indien mogelijk).
Zet nu de eerste 7-8-8-9-10-10 steken op 1 hulpdraad voor de hals maar om te voorkomen dat het garen afgeknipt moet worden, breit u ze eerst voordat u ze op de hulpdraad zet. Ga verder met afkanten voor de hals op het begin van iedere naald vanaf midden voor (dus op het begin van elke naald op de verkeerde kant) als volgt: Kant 2 keer 2 steken af en 3 keer 1 steek = 15-16-17-17-17-17 steken over op de schouder. Brei tot er 1 naald over is voordat het werk 90-93-96-99-102-105 cm meet, brei 1 naald recht op de verkeerde kant en kant af met recht aan de goede kant.

RECHTER VOORPAND:
= 31-34-37-39-42-45 steken. Ga verder heen en weer gebreid met 3 kantsteken in ribbelsteek richting het armsgat, tricotsteek en A.3B richting midden voor (brei de eerste naald op de verkeerde kant).
Als er 3 naalden heen en weer zijn gebreid, minder dan voor het armsgat op de volgende naald aan de goede kant - lees TIP VOOR HET MINDEREN-2. Minder zo op iedere andere naald (dus iedere naald aan de goede kant) 2-3-5-6-8-11 keer in totaal = 29-31-32-33-34-34 steken.
Ga verder in patroon heen en weer gebreid zoals hiervoor met A.3B richting midden voor, tricotsteek en 3 kantsteken in ribbelsteek richting het armsgat tot het werk ongeveer 84-87-90-93-96-99 cm meet (pas zo aan dat de volgende naald wordt gebreid aan de goede kant en eindig op dezelfde naald in A.3 als op het linker voorpand).
Zet nu de eerste 7-8-8-9-10-10 steken op 1 hulpdraad voor de hals maar om te voorkomen dat het garen afgeknipt moet worden, breit u ze eerst voordat u ze op de hulpdraad zet. Ga verder met afkanten voor de hals op het begin van iedere naald vanaf midden voor (dus op het begin van elke naald aan de goede kant) als volgt: Kant 2 keer 2 steken af en 3 keer 1 steek = 15-16-17-17-17-17 steken over op de schouder. Brei tot er 1 naald over is voordat het werk 90-93-96-99-102-105 cm meet, brei 1 naald recht op de verkeerde kant en kant af met recht aan de goede kant.

ACHTERPAND:
= 62-68-74-78-84-90 steken. Ga verder heen en weer gebreid met 3 kantsteken in ribbelsteek aan elke kant, tricotsteek en A.3A/A.3B midden achter (brei de eerste naald op de verkeerde kant).
Als er 3 naalden heen en weer zijn gebreid, minder dan voor het armsgat aan elke kant op de volgende naald aan de goede kant - lees TIP VOOR HET MINDEREN-2 (= 2 steken geminderd). Minder zo op iedere andere naald (dus iedere naald aan de goede kant) 2-3-5-6-8-11 keer in totaal = 58-62-64-66-68-68 steken.
Ga verder in patroon heen en weer gebreid zoals hiervoor met A.3A/A.3B midden achter, tricotsteek en 3 kantsteken in ribbelsteek aan elke kant richting de armsgaten tot het werk 88-91-94-97-100-103 cm meet.
Kant nu de middelste 26-28-28-30-32-32 steken af voor de hals en eindig elk schouder apart. Ga verder zoals hiervoor over de schoudersteken en kant 1 steek af voor de hals op de volgende naald vanaf de hals = 15-16-17-17-17-17 steken over op de schouder. Brei tot er 1 naald over is voordat het werk 90-93-96-99-102-105 cm meet, brei 1 naald recht op de verkeerde kant en kant af met recht aan de goede kant. Brei de andere schouder op dezelfde manier.

MOUW:
Zet een beetje losjes 76-76-76-95-95-95 steken op de korte rondbreinaald 5 mm. Brei 2 ribbels in de rondte. Brei dan A.4 (= 4-4-4-5-5-5 herhalingen van 19 steken). LET OP! Op de naald gemarkeerd met pijl-3 in A.4 verplaats het begin van de naald 2 steken naar links zodat het patroon past.
Als A.4 is gebreid, zijn er 48-48-48-60-60-60 steken op de naald. Brei in tricotsteek tot het werk 20 cm meet - denk om TIP VOOR HET OPMETEN. Brei 1 naald recht en minder 6-4-2-12-10-8 steken verdeeld = 42-44-46-48-50-52 steken. Brei verder met breinaalden zonder knop maat 4 mm en A.2. Ga na A.2 verder met breinaalden zonder knop maat 5 mm.
Voeg 1 markeerdraad in op het begin van de naald (= midden onder de mouw). Brei in tricotsteek in de rondte. Meerder bij een hoogte van 25-25-25-26-26-26 cm, 2 steken midden onder de mouw - lees TIP VOOR HET MEERDEREN. Meerder 7-9-9-11-12-14 keer in S: Op iedere 4e naald, in M en L: Op iedere naald, in XL: in iedere tweede naald, in XXL: Afwisselend op iedere en iedere andere naald en maat XXXL: Op iedere naald = 56-62-64-70-74-80 steken.
Kant bij een hoogte van 38-38-37-37-35-34 cm, de middelste 6 steken onder de mouw af (kant 3 steken af aan elke kant van de markeerdraad).
Brei nu de mouwkop heen en weer op de rondbreinaald, dus ga verder met tricotsteek en kant af op het begin van iedere naald aan elke kant als volgt: Kant 2 keer 2 steken af en 3-3-3-5-6-8 keer 1 steek. Kant dan 2 steken af op het begin van iedere naald aan elke kant tot het werk 45-45-45-46-46-47 cm meet. Kant 3 steken af op het begin van de volgende 2 naalden en kant dan de overgebleven steken af. De mouw meet ongeveer 46-46-46-47-47-48 cm. Brei een andere mouw op dezelfde manier.

AFWERKING:
Naai de schoudernaden samen. Naai de mouwen in de trui - de rand in ribbelsteek langs de armsgaten moet op de buitenkant van de mouw komen (dus plaats de rand in ribbelsteek een beetje over de rand langs de mouwkop). Naai de opening middenvoor dicht, begin aan de onderkant en naai naar boven tot er 10 cm over is voor de halslijn (of de gewenste lengte) – naai in de buitenste lus van de buitenste steek zodat de naad plat is.


HALSRAND:
Begin midden voor en neem aan de goede kant ongeveer 72 tot 88 steken op rondom de hals (inclusief de steken op de hulpdraden op de voorkant) op de rondbreinaald 4 mm. Brei 1 naald recht op de verkeerde kant, 1 naald recht aan de goede kant en 1 naald recht op de verkeerde kant. Kant af met recht aan de goede kant.

GEDRAAID KOORD:
Knip 2 draden Paris van 3 meter elk. Draai de draden samen tot ze beginnen te krullen, vouw de draad dubbel, zodat het opnieuw begint te draaien. Maak een knoop op elk einde. Hecht een kleine houten kraal in elk einde van het koord. Maak 2 kwasten en hecht een kwast aan elk einde van het koord, onder de houten kraal aan elke kant. 1 kwast = knip 12 draden Paris van 11 cm elk. Knip 1 draad van ongeveer 25 cm om de kwast mee aan te hechten en plaats deze draad in het midden van de 12 draden. Vouw de draad dubbel en zet een knoop met de nieuwe draad om de kwast (ongeveer 1 cm vanaf de bovenkant), maak stevig vast en naai de kwast aan het koord zoals uitgelegd hieronder. Maak de andere kwast op dezelfde manier. Leg de streng met kwasten dubbel en rijg de lus door een steek op de bovenkant van het split op de voorkant op de jurk, haal het einde van het koord door de lus. Maak een zelfde koord met houten kralen en kwasten en hecht het op de bovenkant van het split op de andere kant.

Dit patroon is gecorrigeerd. .

Gewijzigd online: 27.04.2018
Informatie toegevoegd over het dichtnaaien van de opening op het voorpand

Telpatroon

= recht aan de goede kant, averecht aan de verkeerde kant
= averecht aan de goede kant, recht aan de verkeerde kant
= maak 1 omslag tussen 2 steken, brei op de volgende naald de omslag in tricotsteek zodat er een gaatje ontstaat
= maak 2 omslagen tussen 2 steken, brei op de volgende naald één omslag recht, laat de andere van de naald glijden om een groter gaatje te maken
= 2 recht samen
= 3 recht samen
= 1 steek recht afhalen, 1 recht, haal de afgehaalde steek over de gebreide steek
= haal 1 steek recht af, brei 2 steken recht samen, haal de afgehaalde steek over de samengebreide steken
= 1 steek recht afhalen, 3 steken recht samen, haal de afgehaalde steek over de samengebreide steken



Heeft u hulp nodig voor dit patroon?

Bedankt dat u een patroon van DROPS Design kiest. We zijn er trots op dat we patronen aanbieden die correct en makkelijk te volgen zijn. Alle patronen zijn uit het Noors vertaald en u kunt altijd het origineel patroon controleren (DROPS 188-3) voor de afmetingen en de berekiningen.

Heeft u moeite met het volgen van het patroon? Hieronder vindt u een lijst met bronnen die u kunnen helpen om uw project vlot af te maken - of om eenvoudig iets nieuws te leren.

1) Waarom is de stekenverhouding zo belangrijk?

De stekenverhouding bepaalt de uiteindelijke afmetingen van uw werkstuk en wordt normaliter aangegeven in 10 x 10 cm. Het wordt als volgt aangegeven: het aantal steken in de breedte x het aantal naalden in de hoogte - dus: 19 steken x 26 naalden = 10 x 10 cm.

De stekenverhouding is heel erg individueel; sommige mensen breien/haken heel losjes, terwijl anderen vrij strak werken. De stekenverhouding past u aan met de naalddikte, wat de reden is waarom we slechts een suggestie voor de naalddikte geven! U moet deze aanpassen (naar boven of beneden) om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding overeenkomt met de stekenverhouding die aangegeven staat in het patroon. Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan zal het garenverbruik anders zijn, en zal uw werkstuk andere afmetingen krijgen dan het patroon aangeeft.

De stekenverhouding geeft tevens aan welk garen als vervanging kan dienen. U kunt verschillende garens met elkaar vervangen, zolang de stekenverhouding maar hetzelfde is.

Bekijk de DROPS les: Hoe u de stekenverhouding opmeet

Bekijk de DROPS video: Hoe u een proeflapje maakt

naar boven

2) Wat zijn de garengroepen?

Al onze garens zijn ondergebracht in garengroepen (van A tot F) volgens dikte en stekenverhouding – groep A bevat de dunste garens en groep F de dikste. Dit maakt het makkelijker voor u om alternatieve garens te vinden voor onze patronen, indien u graag ander garen wilt gebruiken. Alle garens binnen dezelfde groep hebben ongeveer eenzelfde stekenverhouding en kunnen elkaar vervangen. Het is wel zo dat verschillende garenkwaliteiten verschillende structuren en eigenschappen hebben, wat het uiteindelijke werkstuk een unieke 'look en feel' geeft.

Klik hier voor een overzicht van de garens in elke garengroep

naar boven

3) Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

Bij het kiezen van een ander garen is het belangrijk dat de stekenverhouding hetzelfde blijft. De afmetingen van het uiteindelijke werk zijn dan hetzelfde als aangegeven in de tekening bij het patroon. Het is makkelijker om dezelfde stekenverhouding te krijgen als u garen gebruikt uit dezelfde garengroep. Het is ook mogelijk om meerdere draden van een dunner garen te gebruiken om de stekenverhouding van een dikker garen te krijgen. Probeer onze garenvervanger. We raden u aan om altijd een proeflapje te maken.

LET OP: als u een ander garen neemt, kan het kledingstuk een andere 'look en feel' krijgen dan het kledingstuk op de foto, vanwege individuele eigenschappen en kwaliteiten van elk garen.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

naar boven

4) Hoe gebruik ik de garenvervanger?

Bovenaan al onze patronen vindt u een link naar onze garenvervanger, welke handig kan zijn als u een ander garen wilt gebruiken dan staat aangegeven in het patroon. Door het garen in te vullen dat u wilt vervangen, de hoeveelheid (in uw maat) en het aantal draden, stelt de vervanger geschikte alternatieven voor met dezelfde stekenverhouding. Daarnaast wordt aangegeven hoeveel u nodig heeft in de nieuwe kwaliteiten en of u met meerdere draden moet werken. De meeste bollen zijn 50 gram (sommige zijn 25 gram of 100 gram).

Als het patroon met meerdere kleuren wordt gebreid/gehaakt, moet elke kleur apart worden vervangen. Dit geldt ook als het patroon met verschillende draden van verschillende garens wordt gemaakt (bijvoorbeeld 1 draad Alpaca en 1 draad Kid-Silk) dan zult u voor elk individueel alternatieven moeten vinden.

Klik hier voor de garenvervanger

naar boven

5) Waarom krijg ik de verkeerde stekenverhouding met de aangegeven naalddikte?

De naalddikte die aangegeven is in het patroon geldt slechts als een richtlijn, het is van belang dat de stekenverhouding klopt. En omdat de stekenverhouding per persoon nogal verschillend is, zult u de naalddikte aan moeten passen om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding hetzelfde is als in het patroon – misschien is het nodig dat u 1 of zelfs 2 naalddiktes naar beneden of naar boven moet om de juiste stekenverhouding te krijgen. Daarom raden we ook aan om een proeflapje te maken.

Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan kunnen de afmetingen van het werkstuk afwijken van de afmetingen volgens de tekening.

Bekijk de DROPS les: Hoe meet u de stekenverhouding

Bekijk de DROPS video: Hoe maakt u een proeflapje voor de stekenverhouding

naar boven

6) Waarom wordt het patroon van boven naar beneden gereid?

Als u een kledingstuk van boven naar beneden breit, dan geeft dit meer flexibiliteit en mogelijkheden voor persoonlijke aanpassingen. Het is bijvoorbeeld makkelijker om het kledingstuk te passen terwijl u er mee bezig bent. U kunt ook makkelijker de lengte van de pas en de schouderkoppen aanpassen.

In de uitleg worden alle stappen zorgvuldig uitgelegd in de juiste volgorde. De telpatronen zijn aangepast aan de breirichting en worden zoals gebruikelijk gebreid.

naar boven

7) Waarom zijn de mouwen korter in de grotere maten?

De totale breedte van het kledingstuk (van pols tot pols) is groter in de grotere maten, ondanks dat de eigenlijke mouwen korter zijn. De grotere maten hebben langere mouwkoppen en bredere schouders, dus er is een goede pasvorm in alle maten.

naar boven

8) Wat is een herhaling?

Telpatronen worden vaak herhaald in de breedte op de naald en/of in de hoogte. 1 herhaling van het telpatroon is hoe het te zien is in het telpatroon. Als er staat dat u 5 herhalingen van A.1 op de naald moet breien, dan breit u het patroon in totaal 5 keer achter/na elkaar op de naald. Als er staat dat u 2 herhalingen van A.1 in de hoogte moet breien, dan breit u het hele telpatroon (dus alle naalden van het telpatroon) een keer en begint u opnieuw onderaan bij het begin en breit u het telpatroon nog een keer.

naar boven

9) Hoe brei ik volgens een telpatroon?

Het telpatroon laat alle naalden en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt gelezen van onder naar boven, van rechts naar links. 1 vierkant = 1 steek.

Als u heen en weer breit, wordt elke andere naald aan de goede kant gebreid en elke andere naald wordt aan de verkeerde kant gebreid. Als u aan de verkeerde kant breit, moet u het telpatroon omgekeerd breien, dus van links naar rechts. rechte steken worden dan averecht gebreid en averechte steken recht, etc.

Als u in de rondte breit wordt elke naald aan de goede kant gebreid en het telpatroon wordt dan van rechts naar links gebreid op alle naalden.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees ik de teltekening bij de patronen?

naar boven

10) Hoe haak ik volgens een telpatroon?

Het telpatroon laat alle toeren en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt van onder naar boven gehaakt en van rechts naar links.

Als u heen en weer haakt, wordt elke andere toer aan de goede kant gehaakt: van rechts naar links en elke andere toer wordt aan de verkeerde kant gehaakt: vank links naar rechts.

Als u in de rondte haakt, wordt elke toer in het telpatroon aan de goede kant gehaakt, van rechts naar links.

Als u een cirkelvormig telpatroon haakt, dan begint u in het midden en haakt u naar buiten toe, tegen de klok in, toer na toer.

Meestal beginnen de toeren met een opgegeven aantal lossen (overeenkomend met de hoogte van de volgende steek), deze zijn of in het telpatroon opgenomen, of uitgelegd in het patroon.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees je telpatronen voor haken

naar boven

11) Hoe brei/haak je verschillende telpatronen tegelijkertijd op dezelfde naald/toer

Instructies om verschillende telpatronen achter elkaar op dezelfde naald/toer te breien/haken, worden meestal als volgt beschreven: “brei/haak A.1, A.2, A.3 in totaal 0-0-2-3-4 keer". Dit betekent dat u A.1 een keer breit/haakt, daarna wordt A.2 een keer gebreid/gehaakt, en A.3 wordt het aantal aangegeven keren (in de breedte) in uw maat gebreid/gehaakt – in dit geval als volgt: S = 0 keer, M = 0 keer, L=2 keer, XL= 3 keer en XXL = 4 keer.

De telpatronen worden zoals gebruikelijk gebreid/gehaakt: begin met de eerste naald/toer in A.1, brei/haak dan de volgende naald/toer in A.2 etc.

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor breien leest

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor haken leest

naar boven

12) Waarom begint het werk met meer lossen dan waarmee gehaakt wordt?

Lossen zijn ietsje smaller dan andere steken en om te voorkomen dat de opzetrand te strak wordt, haken we eenvoudigweg meer lossen om mee te beginnen. Het aantal steken wordt in de volgende toer aangepast zodat het overeenkomt met het patroon en de afmetingen in de tekening.

naar boven

13) Waarom meerderen voor de boord als het werk van boven naar beneden gebreid wordt?

De rand in ribbelsteek is elastischer en zal ietwat samentrekken vergeleken met bijvoorbeeld tricotsteek. Door te meerderen voor de rand in ribbelsteek, voorkomt u een zichtbaar verschil in breedte tussen de rand in ribbelsteek en de rest van het lijf.

naar boven

14) Waarom meerderen in de afkantrand?

Het gebeurt vrij makkelijk dat u te strak afkant, en door omslagen te maken tijdens het afkanten (terwijl u deze tegelijkertijd afkant) voorkomt u dat de afkantrand te strak wordt.

Bekijk de DROPS video: Hoe kant u af met omslagen

naar boven

15) Hoe meerder/minder je afwisselend op elke 3e en 4e naald/toer?

Om gelijkmatig te meerderen (of te minderen) kunt u meerderen op, bijvoorbeeld: afwisselend elke 3e en 4e naald, als volgt: brei 2 naalden en meerder op de 3e naald, brei 3 naalden en meerder op de 4e naald. Herhaal dit tot het meerderen klaar is.

Bekijk de DROPS les: Meerder of minder 1 st afwisselend

naar boven

16) Waarom is het patroon een beetje anders dan wat ik op de foto zie?

Herhalingen van het patroon kunnen een beetje anders zijn in de verschillende maten, om de juiste verhoudingen te krijgen. Als u niet dezelfde maat maakt als het kledingstuk op de foto, wijkt uw werkstuk wellicht ietsje af. Dit is met zorg ontwikkeld en aangepaste zodat het totale beeld van het kledingstuk hetzelfde is in alle maten.

Zorg ervoor dat u de instructies en de telpatronen voor uw maat volgt!

naar boven

17) Hoe kan ik een vest in de rondte breien, in plaats van heen en weer?

Als u liever in de rondte breit dan heen en weer, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen. U moet dan steken midden voor toevoegen (meestal 5 steken) en de instructies volgen. Als u normaal het werk keert en aan de verkeerde kant breit, breit u nu over de extra steken en gaat u verder in de rondte. Aan het einde knipt u het werk open. Neem steken op voor de biezen en werk de afgeknipte randen af.

Bekijk de DROPS video: Hoe breit u knipbiezen en openknippen

naar boven

18) Kan ik een trui heen en weer breien in plaats van in de rondte?

Als u liever heen en weer breit dan in de rondt, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen zodat u de panden apart van elkaar breit en aan het eind aan elkaar naait. Deel de steken voor het lijf in tweeën en voeg 1 kantsteek toe aan elke kant (voor het in elkaar naaien) en brei het voor- en achterpand apart van elkaar.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een patroon aanpassen van rondbreinaalden naar rechte naalden?

naar boven

19) Waarom staan er garens in de patronen die niet meer leverbaar zijn?

Omdat de verschillende garens verschillende kwaliteiten en verschillend texturen hebben, hebben we ervoor gekozen om het originele garen in het patroon te laten staan. Maar u kunt vrij makkelijk andere opties vinden tussen de beschikbare garenkwaliteiten door onze garenvervanger te gebruiken, of door een garen uit dezelfde garengroep uit te kiezen.

Het is mogelijk dat sommige verkooppunten nog bollen op voorraad hebben van garens die niet meer leverbaar zijn, of dat iemand thuis nog een paar bollen heeft liggen en hier een patroon bij zoekt.

Degarenvervanger laat alternatieve garens zien en de hoeveelheid die u nodig heeft in de nieuwe kwaliteit.

naar boven

20) Hoe verander ik een kledingstuk voor dames in eentje voor heren?

Als u een patroon heeft gevonden doe alleen beschikbaar is in damesmaten, dan hoeft het niet heel moeilijk te zijn om deze aan te passen naar een herenmaat. Het grootste verschil is de lengte van de mouwen en het lijf. Begin met breien in de damesmaat die overeenkomt met de borstwijdte. De lengte die erbij komt wordt namelijk gebreid voordat u begint met afkanten voor de armsgaten. Als het patroon van boven naar beneden wordt gebreid, kunt u lengte toevoegen vlak na de armsgaten of voor de eerste mindering op de mouw.

Wat betreft de extra hoeveelheid garen wat u nodig heeft: dit hangt heel erg af van hoeveel lengte u toevoegt, maar het is vaak meter dat u een bol te veel hebt dan te weinig.

naar boven

21) Hoe voorkom ik dat een harig kledingstuk gaat pillen of pluizen?

Alle garens hebben vezels die uitsteken (door de productie) waardoor een kledingstuk gaat pluizen of pillen. Geborstelde garens (dus meer harige garens) hebben meer van deze losse, uitstekende vezels waardoor het eerder gaat pluizen of pillen.

Hoewel het niet mogelijk is om te garanderen dat geborsteld garen 100% pluisvrij is, is het wel mogelijk om dit drastisch af te laten nemen, door de volgende stappen te ondernemen:

1. Als het kledingstuk klaar is (voordat u het gaat wassen) schudt u het kledingstuk flink uit, zodat de losse haartjes eruit komen. LET OP: gebruik GEEN roller, borstel of andere methode, waardoor aan het kledingstuk getrokken wordt

2. Plaats het kledingstuk in een plastic zak en leg het in de vriezer - de temperatuur zorgt ervoor dat de vezels minder aan elkaar blijven zitten, en uitstekende vezels komen makkelijker los.

3. Laat een paar uur in de vriezer liggen, voordat u het eruit haalt en schudt het kledingstuk dan opnieuw uit.

4. Was het kledingstuk volgens de instructies op het garenlabel.

naar boven

22) Waar op het kledingstuk wordt de lengte gemeten??

De tekening/ het schema met de afmetingen geeft informatie over de volledige lengte van het kledingstuk. Als het een trui of een vest betreft, dan wordt deze vanaf het hoogste punt op de schouder gemeten (meestal het dichtst bij de halslijn), en recht naar beneden tot de onderkant van het kledingstuk. Het wordt NIET gemeten vanaf de punt van de schouder. Op gelijke wijze wordt ook de lengte van de pas gemeten, vanaf het hoogste punt op de schouder en naar beneden tot waar de pas gesplitst wordt voor het lijf en de mouwen.

Op een vest worden de afmetingen nooit over de biezen genomen, tenzij anders aangegeven. Meet altijd binnen de biessteken als u de lengte opmeet.

Bekijk de DROPS les: Maattekeningen lezen

naar boven

23) Hoe weet ik hoeveel bollen ik nodig heb?

De benodigde hoeveelheid garen wordt aangegeven in grammen, dus bijvoorbeeld: 450 g. Om uit te rekenen hoeveel bollen u nodig heeft, moet u eerst weten hoeveel gram er in 1 bol gaat (25 g, 50 g, of 100 g). Deze informatie vindt u door op de individuele garenkwaliteit te klikken op onze site. Deel de hoeveelheid benodigde garen door de hoeveelheid per bol. Bijvoorbeeld, als de bollen 50 gram wegen (de meest gebruikelijke hoeveelheid), ziet de berekening er als volgt uit: 450 / 50 = 9 bollen.

naar boven

Heeft u DROPS garen besteld om dit patroon te maken? Dan heeft u recht op hulp van de winkel waar u het garen gekocht heeft. Vind hier een lijst van DROPS winkels!
Kunt u het antwoord op uw vraag nog steeds niet vinden? Scroll dan naar beneden en laat een vraag achter zodat een van onze experts kan proberen u te helpen. Dit wordt normaal tussen 5 tot 10 werkdagen gedaan.. In de tussentijd kunt u de vragen en antwoorden lezen die anderen bij dit patroon achter hebben gelaten of doe mee met de DROPS Workshop op Facebook om hulp te krijgen van mede breisters en haaksters!

Opmerkingen / Vragen (36)

Heidi 26.12.2020 - 09:23:

Hello, I am loving this pattern! I am having a little trouble understanding the left front piece instructions. When it says ...3 edge stitches in garter stitch... do I need to pick those edge stitches back up and knit them in garter stitch?

DROPS Design 04.01.2021 kl. 08:29:

Dear Heidi, these 3 sts in garter stitch towards armhole are the remaining garter stitches worked before casting off the sts for armhole: you worked 12-14-18-22 sts in garter stitch on each side and cast off the middle 6-8-12-16-20 sts = there are 3 sts in garter stitch left towards armhole. (beg of row from RS on left front piece). Happy knitting!

Anna 28.04.2020 - 09:56:

Hej! Jag undrar över minskningen vid ärmarna. Jag stickar i strl M. "2 ggr minskas 2 m." Betyder det 1 ggr på varje sida bak och fram, eller 2 ggr I början av varje varv, alltså 4 ggr. 1m 3ggr, betyder det 3 ggr på varje sida, eller sammanlagt? Minskningen fortsätter ju sen på varje sida.... Mvh Anna

DROPS Design 29.04.2020 kl. 09:01:

Hej Anna, ja du maskar av samma antal i varje sida, først 2m, så 2m, 1m, 1m, 1m, 2m, 2m osv och samma i den andra sidan :)

Konni 05.03.2020 - 11:31:

Ich möchte dieses Modell auch ohne Ärmel wie 188/31 tragen. Welche Befestigungsmöglichkeiten wie Klettband, (Druck)knöpfe oder einen leicht auftrennbaren Stich (welchen?) gäbe es noch?

DROPS Design 05.03.2020 kl. 13:18:

Liebe Konni, leider können wir jeder Anleitung nach jedem individuellen Frage anpassen und einzelne Modelle auf individuellen Wunsch hin umrechnen. Wenn sie Hilfe damit brauchen, wenden Sie sich bitte an dem Laden wo Sie die Wolle gekauft haben, dort hilft man Ihnen gerne weiter. Viel Spaß beim stricken!

Marianne 10.02.2020 - 13:30:

Hej Jeg forstår ikke helt opskriften for ærmet, hvor der står, at efter 20 cm glatstrikning skriftes til strømpepind? Kan man ikke fortsætte med rundpinde? På forhånd tak Marianne

DROPS Design 10.02.2020 kl. 16:49:

Hej Marianne, jo om du har nok masker til at de når rundt :)

Karine 24.04.2019 - 21:30:

Hei! Jeg lurer litt på monteringen av armene; det står: rillekanten langs ermehullene skal ligge utenpå ermet (dvs la rillekanten ligge litt over kanten langs ermetoppen). Skal hele kanten ligge utenpå som en slags flapp? Nøyaktig hvor skal det sys sammen? 😊

DROPS Design 30.04.2019 kl. 13:31:

Hei Karine. Rillekanten på ermåpningne skal ligge over ermet, men den skal være sydd fast til ermet ytterst - den skal altså ikke være en løs flapp. God fornøyelse

Gabi 22.04.2019 - 06:14:

I don't understand the instructions for using A.3B and A.3A. It seems you do A.3B, then SS into the back (but not fully), then A.3A and A3.B again. It seems like its either missing an instruction, or its flipped. I don't see how it goes back and forth.

DROPS Design 23.04.2019 kl. 14:01:

Dear Gabi, from mid front work: A.3A, then work 40-74 sts (see size, the marker thread is in the middle of these sts), work now A.3A then A.3B (there are 4 sts in garter stitch in mid back = the last 2 sts in A.3A + the first 2 sts in A.3B), then work 40-74 sts (the marker thread is in the middle of these sts) and work A.3A (= there are 2 sts in garter stitch on each side of mid front = the first 2 sts in A.3B and the last 2 sts in A.3A). Happy knitting!

Mette Sönnichsen 10.04.2019 - 08:23:

Jeg er helt i vildrede med A2 mønsterdelen. Der står jeg skal strikke to ret sammen og får således halveret maskeantallet og står med alt for få masker, når jeg skal til at sætte mærketrådene og strikke frem og tilbage. Hvordan skal jeg forstå A2?

DROPS Design 10.04.2019 kl. 08:35:

Hei Mette. På rad 7 i A.2 skal du strikke 2 rett sammen, og så lage 1 kast. Dvs, du feller 1 maske og øker 1 maske slik at maskeantallet i A.2 forblir konstant. God fornøyelse.

Sheila Meise 08.12.2018 - 10:11:

It is almost impossible to post a question because of the pictures which are so unclear. Also I get a message saying my comment contains links or forbidden words

DROPS Design 10.12.2018 kl. 11:01:

Dear Mrs Meise, can you please write on our facebook the words you used and was forbidden - there could be a word in another language that is banned. Thank you!

Sheila Meise 08.12.2018 - 09:56:

The sleeves contain an instruction to follow A.2 but surely this is wrong? Also is the top of the sleeve created in 8 cm? If you follow A.2 the number of stitches for the upper sleeve would be 21.

DROPS Design 10.12.2018 kl. 08:33:

Dear Mrs Meise, pattern is correct, after A.4 you work A.2 (= eyelet round which tighten the sleeve - see picture and measurement chart). You work A.4 until sleeve measures 20 cm, then work A.2, then inc mid under sleeve and when sleeve measures 38 cm (size S), start sleeve cap binding off 6 sts mid under sleeve and continue shaping sleeve cap. Sleeve measures approx. 46 cm in total. Happy knitting!

Sheila Meise 22.10.2018 - 17:33:

Please explain the expression ‘displace 2 stitches’ in simple terms

DROPS Design 23.10.2018 kl. 08:49:

Dear Mrs Meise, on the row with the arrow 1 in A.1 (and the arrow 3 in A.4), slip the first 2 sts at the beg of round onto the right needle without working them, place the marker from beg of round there and start now repeating diagrams from here. The 2 slipped sts will be worked together with the last st last repeat on the round. Happy knitting!

Laat een opmerking achter voor DROPS 188-3

Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!

Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.