DROPS / 201 / 17

Lilac Bouquet by DROPS Design

Gebreide omslagdoek in DROPS Alpaca. Het werk wordt gebreid van boven naar beneden met kantpatroon en ribbelsteek.

DROPS design: Patroon z-845
Garengroep A
----------------------------------------------------------

MAAT:
Afmetingen: Breedte op de bovenkant: ongeveer 144 cm Lengte gemeten over de middelste steek: ongeveer 72 cm

MATERIAAL:
DROPS ALPACA van garnstudio (behoort tot garengroep A)
300 g kleur 4050, lichtpaars

STEKENVERHOUDING:
23 steken in de breedte en 45 naalden in de hoogte in ribbelsteek = 10 x 10 cm.

NAALDEN:
DROPS RONDBREINAALD 3 mm, lengte 80 cm.
De naalddikte is slechts een richtlijn! Als u te veel steken heeft op 10 cm, brei dan verder met grotere naalden. Als u te weinig steken heeft op 10 cm brei dan verder met kleinere naalden.

Heeft u deze of een van onze andere ontwerpen gemaakt? Tag uw afbeeldingen in social media met #dropsdesign, zodat we ze kunnen zien!

Wilt u een ander garen gebruiken? Probeer de garenvervanger!
Weet u niet zeker welke maat u moet kiezen? Dan is het misschien zinvol om te weten dat het model in de afbeelding ongeveer 170 cm is en maat S of M heeft. Wanneer u een trui, vest, jurk of vergelijkbaar kledingstuk maakt, dan kunt u onderaan het patroon een schema vinden met de afmetingen van het uiteindelijke kledingstuk (in cm).

100% alpaca
vanaf 3.51 € /50g
DROPS Alpaca uni colour DROPS Alpaca uni colour 3.51 € /50g
Breiwebshop
Bestel
DROPS Alpaca mix DROPS Alpaca mix 3.69 € /50g
Breiwebshop
Bestel
Naalden & Haaknaalden
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 21.06€ krijgen. Lees meer.

Instructies voor het patroon

UITLEG VOOR HET PATROON:

----------------------------------------------------------

RIBBEL/RIBBELSTEEK (heen en weer gebreid):
Brei alle naalden recht.
1 ribbel in de hoogte = 2 naalden recht.

PATROON:
Zie telpatronen A.1 tot A.7. De telpatronen laten alle naalden in het patroon aan de goede kant zien.

----------------------------------------------------------

BEGIN HET WERK HIER:

----------------------------------------------------------

OMSLAGDOEK - KORTE SAMENVATTING VAN HET WERK:
Brei het werk heen en weer gebreid op de rondbreinaald.

OMSLAGDOEK:
Zet 5 steken op rondbreinaald 3 mm met Alpaca. Brei in patroon als volgt: 1 kantsteek in RIBBELSTEEK – lees uitleg hierboven, A.1 over volgende steek (= 1 steek), 1 steek in ribbelsteek (= middelste steek), A.1 over volgende steek, 1 kantsteek in ribbelsteek. Voeg een markeerdraad in, in de middelste steek op de naald (= middelste steek en de markeerdraad wordt meegenomen in de hoogte tijdens het breien). Ga zo verder in patroon heen en weer gebreid tot A.1 in de hoogte is gebreid = 81 steken. DENK OM DE STEKENVERHOUDING! Brei nu in patroon als volgt: 1 kantsteek in ribbelsteek, A.2 over de volgende 11 steken, A.3 over de volgende 18 steken, A.4 over de volgende 10 steken, 1 steek in ribbelsteek (= middelste steek), A.2 over de volgende 11 steken, A.3 over de volgende 18 steken, A.4 over de volgende 10 steken, 1 kantsteek in ribbelsteek. Ga verder heen en weer gebreid tot A.2, A.3 en A.4 in de hoogte zijn gebreid = 153 steken. Ga dan verder in patroon en meerder naar buiten toe op dezelfde manier, maar iedere keer dat de telpatronen in de hoogte zijn gebreid is er ruimte voor nog 2 herhalingen van A.3 tussen A.2 en A.4 aan elke kant van het werk. Als het werk ongeveer 71 cm meet, gemeten over de middelste steek - pas aan op het einde na een heel blad (dus eindig na de 16e naald of de 32e naald in A.2 tot A.4), brei dan een rand als volgt: 1 kantsteek in ribbelsteek, A.5 over de volgende 29 steken, A.6 tot er 28 steken over zijn voor de middelste steek, A.7 over de volgende 28 steken, 1 steek in ribbelsteek (= middelste steek), A.5 over de volgende 29 steken, A.6 tot er 29 steken over zijn op de naald, A.7 over de volgende 28 steken, 1 kantsteek in ribbelsteek. Als A.5 tot A.7 in de hoogte zijn gebreid, zijn er 8 steken gemeerderd op de naald. Het werk meet ongeveer 72 cm over de middelste steek. Kant af. Zorg ervoor dat u een strakke afkantrand voorkomt, kant, indien nodig, af met een naald in een maat groter.

Telpatroon

= recht aan de goede kant
= recht op de verkeerde kant
= maak 1 omslag tussen 2 steken, brei op de volgende naald de omslag gedraaid recht om gaatjes te voorkomen
= maak 2 omslagen tussen 2 steken, laat op de volgende naald de eerste omslag van de naald af glijden en brei de tweede omslag recht zodat er een gaatje ontstaat
= 2 recht samen
= 1 steek recht afhalen, 1 recht, haal de afgehaalde steek over de gebreide steek
= haal 1 steek recht af, brei 2 steken recht samen, haal de afgehaalde steek over de samengebreide steken





Heeft u hulp nodig voor dit patroon?

Bedankt dat u een patroon van DROPS Design kiest. We zijn er trots op dat we patronen aanbieden die correct en makkelijk te volgen zijn. Alle patronen zijn uit het Noors vertaald en u kunt altijd het origineel patroon controleren (DROPS 201-17) voor de afmetingen en de berekiningen.

Heeft u moeite met het volgen van het patroon? Hieronder vindt u een lijst met bronnen die u kunnen helpen om uw project vlot af te maken - of om eenvoudig iets nieuws te leren.

1) Waarom is de stekenverhouding zo belangrijk?

De stekenverhouding bepaalt de uiteindelijke afmetingen van uw werkstuk en wordt normaliter aangegeven in 10 x 10 cm. Het wordt als volgt aangegeven: het aantal steken in de breedte x het aantal naalden in de hoogte - dus: 19 steken x 26 naalden = 10 x 10 cm.

De stekenverhouding is heel erg individueel; sommige mensen breien/haken heel losjes, terwijl anderen vrij strak werken. De stekenverhouding past u aan met de naalddikte, wat de reden is waarom we slechts een suggestie voor de naalddikte geven! U moet deze aanpassen (naar boven of beneden) om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding overeenkomt met de stekenverhouding die aangegeven staat in het patroon. Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan zal het garenverbruik anders zijn, en zal uw werkstuk andere afmetingen krijgen dan het patroon aangeeft.

De stekenverhouding geeft tevens aan welk garen als vervanging kan dienen. U kunt verschillende garens met elkaar vervangen, zolang de stekenverhouding maar hetzelfde is.

Bekijk de DROPS les: Hoe u de stekenverhouding opmeet

Bekijk de DROPS video: Hoe u een proeflapje maakt

naar boven

2) Wat zijn de garengroepen?

Al onze garens zijn ondergebracht in garengroepen (van A tot F) volgens dikte en stekenverhouding – groep A bevat de dunste garens en groep F de dikste. Dit maakt het makkelijker voor u om alternatieve garens te vinden voor onze patronen, indien u graag ander garen wilt gebruiken. Alle garens binnen dezelfde groep hebben ongeveer eenzelfde stekenverhouding en kunnen elkaar vervangen. Het is wel zo dat verschillende garenkwaliteiten verschillende structuren en eigenschappen hebben, wat het uiteindelijke werkstuk een unieke 'look en feel' geeft.

Klik hier voor een overzicht van de garens in elke garengroep

naar boven

3) Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

Bij het kiezen van een ander garen is het belangrijk dat de stekenverhouding hetzelfde blijft. De afmetingen van het uiteindelijke werk zijn dan hetzelfde als aangegeven in de tekening bij het patroon. Het is makkelijker om dezelfde stekenverhouding te krijgen als u garen gebruikt uit dezelfde garengroep. Het is ook mogelijk om meerdere draden van een dunner garen te gebruiken om de stekenverhouding van een dikker garen te krijgen. Probeer onze garenvervanger. We raden u aan om altijd een proeflapje te maken.

LET OP: als u een ander garen neemt, kan het kledingstuk een andere 'look en feel' krijgen dan het kledingstuk op de foto, vanwege individuele eigenschappen en kwaliteiten van elk garen.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

naar boven

4) Hoe gebruik ik de garenvervanger?

Bovenaan al onze patronen vindt u een link naar onze garenvervanger, welke handig kan zijn als u een ander garen wilt gebruiken dan staat aangegeven in het patroon. Door het garen in te vullen dat u wilt vervangen, de hoeveelheid (in uw maat) en het aantal draden, stelt de vervanger geschikte alternatieven voor met dezelfde stekenverhouding. Daarnaast wordt aangegeven hoeveel u nodig heeft in de nieuwe kwaliteiten en of u met meerdere draden moet werken. De meeste bollen zijn 50 gram (sommige zijn 25 gram of 100 gram).

Als het patroon met meerdere kleuren wordt gebreid/gehaakt, moet elke kleur apart worden vervangen. Dit geldt ook als het patroon met verschillende draden van verschillende garens wordt gemaakt (bijvoorbeeld 1 draad Alpaca en 1 draad Kid-Silk) dan zult u voor elk individueel alternatieven moeten vinden.

Klik hier voor de garenvervanger

naar boven

5) Waarom krijg ik de verkeerde stekenverhouding met de aangegeven naalddikte?

De naalddikte die aangegeven is in het patroon geldt slechts als een richtlijn, het is van belang dat de stekenverhouding klopt. En omdat de stekenverhouding per persoon nogal verschillend is, zult u de naalddikte aan moeten passen om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding hetzelfde is als in het patroon – misschien is het nodig dat u 1 of zelfs 2 naalddiktes naar beneden of naar boven moet om de juiste stekenverhouding te krijgen. Daarom raden we ook aan om een proeflapje te maken.

Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan kunnen de afmetingen van het werkstuk afwijken van de afmetingen volgens de tekening.

Bekijk de DROPS les: Hoe meet u de stekenverhouding

Bekijk de DROPS video: Hoe maakt u een proeflapje voor de stekenverhouding

naar boven

6) Waarom wordt het patroon van boven naar beneden gereid?

Als u een kledingstuk van boven naar beneden breit, dan geeft dit meer flexibiliteit en mogelijkheden voor persoonlijke aanpassingen. Het is bijvoorbeeld makkelijker om het kledingstuk te passen terwijl u er mee bezig bent. U kunt ook makkelijker de lengte van de pas en de schouderkoppen aanpassen.

In de uitleg worden alle stappen zorgvuldig uitgelegd in de juiste volgorde. De telpatronen zijn aangepast aan de breirichting en worden zoals gebruikelijk gebreid.

naar boven

7) Waarom zijn de mouwen korter in de grotere maten?

De totale breedte van het kledingstuk (van pols tot pols) is groter in de grotere maten, ondanks dat de eigenlijke mouwen korter zijn. De grotere maten hebben langere mouwkoppen en bredere schouders, dus er is een goede pasvorm in alle maten.

naar boven

8) Wat is een herhaling?

Telpatronen worden vaak herhaald in de breedte op de naald en/of in de hoogte. 1 herhaling van het telpatroon is hoe het te zien is in het telpatroon. Als er staat dat u 5 herhalingen van A.1 op de naald moet breien, dan breit u het patroon in totaal 5 keer achter/na elkaar op de naald. Als er staat dat u 2 herhalingen van A.1 in de hoogte moet breien, dan breit u het hele telpatroon (dus alle naalden van het telpatroon) een keer en begint u opnieuw onderaan bij het begin en breit u het telpatroon nog een keer.

naar boven

9) Hoe brei ik volgens een telpatroon?

Het telpatroon laat alle naalden en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt gelezen van onder naar boven, van rechts naar links. 1 vierkant = 1 steek.

Als u heen en weer breit, wordt elke andere naald aan de goede kant gebreid en elke andere naald wordt aan de verkeerde kant gebreid. Als u aan de verkeerde kant breit, moet u het telpatroon omgekeerd breien, dus van links naar rechts. rechte steken worden dan averecht gebreid en averechte steken recht, etc.

Als u in de rondte breit wordt elke naald aan de goede kant gebreid en het telpatroon wordt dan van rechts naar links gebreid op alle naalden.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees ik de teltekening bij de patronen?

naar boven

10) Hoe haak ik volgens een telpatroon?

Het telpatroon laat alle toeren en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt van onder naar boven gehaakt en van rechts naar links.

Als u heen en weer haakt, wordt elke andere toer aan de goede kant gehaakt: van rechts naar links en elke andere toer wordt aan de verkeerde kant gehaakt: vank links naar rechts.

Als u in de rondte haakt, wordt elke toer in het telpatroon aan de goede kant gehaakt, van rechts naar links.

Als u een cirkelvormig telpatroon haakt, dan begint u in het midden en haakt u naar buiten toe, tegen de klok in, toer na toer.

Meestal beginnen de toeren met een opgegeven aantal lossen (overeenkomend met de hoogte van de volgende steek), deze zijn of in het telpatroon opgenomen, of uitgelegd in het patroon.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees je telpatronen voor haken

naar boven

11) Hoe brei/haak je verschillende telpatronen tegelijkertijd op dezelfde naald/toer

Instructies om verschillende telpatronen achter elkaar op dezelfde naald/toer te breien/haken, worden meestal als volgt beschreven: “brei/haak A.1, A.2, A.3 in totaal 0-0-2-3-4 keer". Dit betekent dat u A.1 een keer breit/haakt, daarna wordt A.2 een keer gebreid/gehaakt, en A.3 wordt het aantal aangegeven keren (in de breedte) in uw maat gebreid/gehaakt – in dit geval als volgt: S = 0 keer, M = 0 keer, L=2 keer, XL= 3 keer en XXL = 4 keer.

De telpatronen worden zoals gebruikelijk gebreid/gehaakt: begin met de eerste naald/toer in A.1, brei/haak dan de volgende naald/toer in A.2 etc.

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor breien leest

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor haken leest

naar boven

12) Waarom begint het werk met meer lossen dan waarmee gehaakt wordt?

Lossen zijn ietsje smaller dan andere steken en om te voorkomen dat de opzetrand te strak wordt, haken we eenvoudigweg meer lossen om mee te beginnen. Het aantal steken wordt in de volgende toer aangepast zodat het overeenkomt met het patroon en de afmetingen in de tekening.

naar boven

13) Waarom meerderen voor de boord als het werk van boven naar beneden gebreid wordt?

De rand in ribbelsteek is elastischer en zal ietwat samentrekken vergeleken met bijvoorbeeld tricotsteek. Door te meerderen voor de rand in ribbelsteek, voorkomt u een zichtbaar verschil in breedte tussen de rand in ribbelsteek en de rest van het lijf.

naar boven

14) Waarom meerderen in de afkantrand?

Het gebeurt vrij makkelijk dat u te strak afkant, en door omslagen te maken tijdens het afkanten (terwijl u deze tegelijkertijd afkant) voorkomt u dat de afkantrand te strak wordt.

Bekijk de DROPS video: Hoe kant u af met omslagen

naar boven

15) Hoe meerder/minder je afwisselend op elke 3e en 4e naald/toer?

Om gelijkmatig te meerderen (of te minderen) kunt u meerderen op, bijvoorbeeld: afwisselend elke 3e en 4e naald, als volgt: brei 2 naalden en meerder op de 3e naald, brei 3 naalden en meerder op de 4e naald. Herhaal dit tot het meerderen klaar is.

Bekijk de DROPS les: Meerder of minder 1 st afwisselend

naar boven

16) Waarom is het patroon een beetje anders dan wat ik op de foto zie?

Herhalingen van het patroon kunnen een beetje anders zijn in de verschillende maten, om de juiste verhoudingen te krijgen. Als u niet dezelfde maat maakt als het kledingstuk op de foto, wijkt uw werkstuk wellicht ietsje af. Dit is met zorg ontwikkeld en aangepaste zodat het totale beeld van het kledingstuk hetzelfde is in alle maten.

Zorg ervoor dat u de instructies en de telpatronen voor uw maat volgt!

naar boven

17) Hoe kan ik een vest in de rondte breien, in plaats van heen en weer?

Als u liever in de rondte breit dan heen en weer, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen. U moet dan steken midden voor toevoegen (meestal 5 steken) en de instructies volgen. Als u normaal het werk keert en aan de verkeerde kant breit, breit u nu over de extra steken en gaat u verder in de rondte. Aan het einde knipt u het werk open. Neem steken op voor de biezen en werk de afgeknipte randen af.

Bekijk de DROPS video: Hoe breit u knipbiezen en openknippen

naar boven

18) Kan ik een trui heen en weer breien in plaats van in de rondte?

Als u liever heen en weer breit dan in de rondt, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen zodat u de panden apart van elkaar breit en aan het eind aan elkaar naait. Deel de steken voor het lijf in tweeën en voeg 1 kantsteek toe aan elke kant (voor het in elkaar naaien) en brei het voor- en achterpand apart van elkaar.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een patroon aanpassen van rondbreinaalden naar rechte naalden?

naar boven

19) Waarom staan er garens in de patronen die niet meer leverbaar zijn?

Omdat de verschillende garens verschillende kwaliteiten en verschillend texturen hebben, hebben we ervoor gekozen om het originele garen in het patroon te laten staan. Maar u kunt vrij makkelijk andere opties vinden tussen de beschikbare garenkwaliteiten door onze garenvervanger te gebruiken, of door een garen uit dezelfde garengroep uit te kiezen.

Het is mogelijk dat sommige verkooppunten nog bollen op voorraad hebben van garens die niet meer leverbaar zijn, of dat iemand thuis nog een paar bollen heeft liggen en hier een patroon bij zoekt.

Degarenvervanger laat alternatieve garens zien en de hoeveelheid die u nodig heeft in de nieuwe kwaliteit.

naar boven

20) Hoe verander ik een kledingstuk voor dames in eentje voor heren?

Als u een patroon heeft gevonden doe alleen beschikbaar is in damesmaten, dan hoeft het niet heel moeilijk te zijn om deze aan te passen naar een herenmaat. Het grootste verschil is de lengte van de mouwen en het lijf. Begin met breien in de damesmaat die overeenkomt met de borstwijdte. De lengte die erbij komt wordt namelijk gebreid voordat u begint met afkanten voor de armsgaten. Als het patroon van boven naar beneden wordt gebreid, kunt u lengte toevoegen vlak na de armsgaten of voor de eerste mindering op de mouw.

Wat betreft de extra hoeveelheid garen wat u nodig heeft: dit hangt heel erg af van hoeveel lengte u toevoegt, maar het is vaak meter dat u een bol te veel hebt dan te weinig.

naar boven

21) Hoe voorkom ik dat een harig kledingstuk gaat pillen of pluizen?

Alle garens hebben vezels die uitsteken (door de productie) waardoor een kledingstuk gaat pluizen of pillen. Geborstelde garens (dus meer harige garens) hebben meer van deze losse, uitstekende vezels waardoor het eerder gaat pluizen of pillen.

Hoewel het niet mogelijk is om te garanderen dat geborsteld garen 100% pluisvrij is, is het wel mogelijk om dit drastisch af te laten nemen, door de volgende stappen te ondernemen:

1. Als het kledingstuk klaar is (voordat u het gaat wassen) schudt u het kledingstuk flink uit, zodat de losse haartjes eruit komen. LET OP: gebruik GEEN roller, borstel of andere methode, waardoor aan het kledingstuk getrokken wordt

2. Plaats het kledingstuk in een plastic zak en leg het in de vriezer - de temperatuur zorgt ervoor dat de vezels minder aan elkaar blijven zitten, en uitstekende vezels komen makkelijker los.

3. Laat een paar uur in de vriezer liggen, voordat u het eruit haalt en schudt het kledingstuk dan opnieuw uit.

4. Was het kledingstuk volgens de instructies op het garenlabel.

naar boven

22) Waar op het kledingstuk wordt de lengte gemeten??

De tekening/ het schema met de afmetingen geeft informatie over de volledige lengte van het kledingstuk. Als het een trui of een vest betreft, dan wordt deze vanaf het hoogste punt op de schouder gemeten (meestal het dichtst bij de halslijn), en recht naar beneden tot de onderkant van het kledingstuk. Het wordt NIET gemeten vanaf de punt van de schouder. Op gelijke wijze wordt ook de lengte van de pas gemeten, vanaf het hoogste punt op de schouder en naar beneden tot waar de pas gesplitst wordt voor het lijf en de mouwen.

Op een vest worden de afmetingen nooit over de biezen genomen, tenzij anders aangegeven. Meet altijd binnen de biessteken als u de lengte opmeet.

Bekijk de DROPS les: Maattekeningen lezen

naar boven

23) Hoe weet ik hoeveel bollen ik nodig heb?

De benodigde hoeveelheid garen wordt aangegeven in grammen, dus bijvoorbeeld: 450 g. Om uit te rekenen hoeveel bollen u nodig heeft, moet u eerst weten hoeveel gram er in 1 bol gaat (25 g, 50 g, of 100 g). Deze informatie vindt u door op de individuele garenkwaliteit te klikken op onze site. Deel de hoeveelheid benodigde garen door de hoeveelheid per bol. Bijvoorbeeld, als de bollen 50 gram wegen (de meest gebruikelijke hoeveelheid), ziet de berekening er als volgt uit: 450 / 50 = 9 bollen.

naar boven

Heeft u DROPS garen besteld om dit patroon te maken? Dan heeft u recht op hulp van de winkel waar u het garen gekocht heeft. Vind hier een lijst van DROPS winkels!
Kunt u het antwoord op uw vraag nog steeds niet vinden? Scroll dan naar beneden en laat een vraag achter zodat een van onze experts kan proberen u te helpen. Dit wordt normaal tussen 5 tot 10 werkdagen gedaan.. In de tussentijd kunt u de vragen en antwoorden lezen die anderen bij dit patroon achter hebben gelaten of doe mee met de DROPS Workshop op Facebook om hulp te krijgen van mede breisters en haaksters!

Opmerkingen / Vragen (9)

Geeske 23.02.2020 - 17:39:

Dankuwel voor uw uitleg. Ik zie het nu. Met vriendelijke groet, Geeske

Geeske 23.02.2020 - 13:39:

Telpatroon A1 heb ik nu gebreid volgens patroon.Als ik de beschrijving lees, zie ik dat ik dit toch dubbel had moeten hebben (maar dan zouden het toch 80 steken moeten zijn?) . Ik zie nergens aangegeven hoe ik dat dan had moeten doen!Ik hoop dat u mij verder kunt helpen. Bij voorbaat dank. Met vriendelijke groet, Geeske Plaisier

Geeske 22.02.2020 - 16:56:

Nog een vraag: In de omschrijving staat dat je na patroon A1 81 steken hebt. In het telpatroon zie ik 39 steken staan. Kunt u me uitleggen wat er precies bedoeld wordt? Alvast hartelijk dank!! Met vriendelijke groet, Geeske Plaisier

DROPS Design 23.02.2020 kl. 13:47:

Dag Geeske,

Je breit 1 kantsteek, A.1, 1 steek in ribbelsteek, A.1 en 1 kantsteek, wat neer komt op 2 keer A.1 en daarnaast nog 3 steken (1 in het midden en aan elke zijkant 1 steek). Hierdoor kom je op een totaal van 81 steken.

Geeske 22.02.2020 - 16:48:

Goedemiddag, Klopt het dat er in dit patroon alleen 2 omslagen tussen 2 steken zitten? In de verklaring van het telpatroon staat n.l. ook een teken voor een enkele omslag tussen 2 steken, maar ik zie dit teken niet terug in de telpatronen. Alvast dank voor uw reactie. Met vriendelijke groet, Geeske Plaisier

DROPS Design 23.02.2020 kl. 13:45:

Dag Geeske,

In de eerste naald van A.1 zijn de enkele omslagen verwerkt. Voor de rest zijn het allemaal dubbele omslagen.

Serniguet 29.01.2020 - 09:07:

Bonjour.Le début de la vidéo ne correspond pas à la photo du châle.Sur la vidéo on augmente au début et fin du rang.tandis que sur la photo on augmente au début du rang (donc biais)et pas en fin de rang , ligne droite Bonne journée

DROPS Design 29.01.2020 kl. 09:36:

Bonjour Mme Serniguet, le principe de ce châle est le même: on tricote 2 fois le même diagramme avec 1 m lis de chaque côté et 1 m au milieu, quand le 1er diagramme et fait, on a approximativement la même forme. Pour toute assistance personnalisée, n'hésitez pas à contacter votre magasin DROPS, même par mail ou téléphone, ce sera fort probablement plus simple pour vous pour obtenir une aide plus efficace sur ce châle. Bon tricot!

Serniguet 27.01.2020 - 17:55:

D'accord si vous augmentez en début et fin de chaque rang A1 le tricot va en biais sur le côté droit et gauche,ce que nous n'avons pas sur la photo. Vous serait il possible de me répondre sur ma boite mail. Merci

DROPS Design 28.01.2020 kl. 10:30:

Bonjour Mme Serniguet, nous ne pouvons répondre que via cet espace, pour toute aide personnalisée en revanche, votre magasin pourra vous aider, même par mail ou téléphone. Regardez cette vidéo, le châle est semblable (le point ajouré est différent) mais la technique sera la même. Bon tricot!

Serniguet 25.01.2020 - 17:35:

Bonjour Pourriez vous me dire si le motif 2 se met à côté du motif 1. j'ai fait le motif 1 et le motif 2 je le mets de chaque côté du motif 1 cela ne donne pas la même chose que le châle sur la photo. L'angle droit du rectangle est le motif 1. Merci par avance pour les explications .

DROPS Design 27.01.2020 kl. 08:43:

Bonjour Mme Serniguet, au tout début du châle, vous ne devez tricoter que le diagramme A.1 ainsi: 1 m point mousse, A.1, 1 m point mousse (= m centrale, celle qui être au niveau de l'angle), A.1, 1 m point mousse. Vous augmentez au début et à la fin de chaque A.1 pour former un triangle. Bon tricot!

Alexandra 15.01.2020 - 18:49:

Bonjour, il y a une différence entre l'explication écrite et le diagramme A.1. Dans l'explication, il est indiqué de tricoter 1 fois A.1 en hauteur pour avoir 81 mailles, or sur le diagramme, si on le tricote 1 fois en hauteur, on a 39 mailles, pas 81. Je ne comprends pas comment faire ni comment arriver à 81 mailles.

DROPS Design 16.01.2020 kl. 09:00:

Bonjour Alexandra, vous tricotez 2 fois A.1 sur le même rang ainsi (sur la base des 5 mailles montées): 1 maille lisière au point mousse, A.1 (= 1 m au 1er rang), 1 m point mousse (m centrale), A.1 (= 1 m au 1er rang), 1 m lis au point mousse. Quand A.1 est terminé, vous avez: 1 m lis, A.1 (= 39 m), 1 m centrale, A.1 (= 39 m), 1 m lis = 1+39+1+39+1=81 m. Bon tricot!

Pernille Villumsen 02.10.2019 - 20:16:

Der står i opskrift 201/17 lilla sjal i alpacka, at sjalet strikkes oppefra og ned. Jeg kan ikke få det til at give mening, hvis altså oppefra er det brede stykke?\r\nVh Pernille

DROPS Design 03.10.2019 kl. 11:36:

Hej Pernille, jo men det stemmer, du kan se systemet efter at du har strikket A.1. Du strikker diagrammet og tager ud ifølge det, på hver side af midterste maske. God fornøjelse!

Laat een opmerking achter voor DROPS 201-17

Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!

Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.