DROPS Baby / 21 / 12

Honey Suckle by DROPS Design

Set van gebreid gilet en slofjes in ribbelsteek met gehaakte randen voor baby en kinderen in DROPS BabyMerino.

DROPS design: Model nr. BM-040-by
Garengroep A
---------------------------------------------------------
GILET:
Maat: 1/3 - 6/9 - 12/18 maanden (2 - 3/4) jaar
Maat in cm: 56/62 - 68/74 - 80/86 (92 - 98/104)
Materiaal: DROPS BABY MERINO van Garnstudio
100-100-100 (100-150) gr. kleur nr. 03, lichtgeel
50 gr voor alle maten in kleur nr. 04, geel (voor de gehaakte rand)

DROPS RECHTE BREINLD 3 mm - of de maat die u nodig heeft voor een stekenverhouding van 24 st x 48 nld in ribbelst = 10 x 10 cm.
DROPS HAAKNLD 2 mm.

SLOFJES:
Maat: 1/3 - 6/9 - 12/18 maanden (2) jaar
Materiaal: DROPS BABY MERINO van Garnstudio
50 gr voor alle maten in kleur nr. 04, geel
50 gr voor alle maten in kleur nr. 03, lichtgeel

DROPS RECHTE BREINLD 2.5 mm - of de maat die u nodig heeft voor een stekenverhouding van 26 st x 52 nld in ribbelst en 26 x 34 nld in tricotst = 10 x 10 cm.
DROPS HAAKNLD 2 mm - voor de gehaakte rand
---------------------------------------------------------

Heeft u deze of een van onze andere ontwerpen gemaakt? Tag uw afbeeldingen in social media met #dropsdesign, zodat we ze kunnen zien!

Wilt u een ander garen gebruiken? Probeer de garenvervanger!

100% wol
vanaf 3.70 € /50g
DROPS Baby Merino uni colour DROPS Baby Merino uni colour 3.70 € /50g
Wolplein.nl
Bestel
DROPS Baby Merino mix DROPS Baby Merino mix 3.70 € /50g
Wolplein.nl
Bestel
Naalden & Haaknaalden
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 18.50€ krijgen. Lees meer.

Instructies voor het patroon

RIBBELST (heen en weer gebreid op de nld):
brei alle nld recht.

TIP VOOR HET MEERDEREN (voor het voorpand):
Meerder elke 2e en 3e nld als volgt: Brei * 1 nld zonder te meerderen, 1 nld met meerderen middenvoor, 2 nld zonder te meerderen, 1 nld met meerderen middenvoor *, herhaal van *-*.
Meerder 1 st door 2 st te breien in de laatste st middenvoor.
---------------------------------------------------------

GILET:
Wordt heen en weer gebreid op de nld.
Begin met een voorpand, brei dit tot de schouder. Brei dan het andere voorpand, plaats vervolgens beide voorpanddelen samen op de nld en brei dan het achterpand naar beneden.

RECHTER VOORPAND:
Zet LOSJES 26-30-34 (37-41) st op met nld 3 mm en lichtgeel. Brei in RIBBELST - zie uitleg boven. Meerder TEGELIJKERTIJD in de 2e nld 1 st middenvoor. Herhaal dit meerderen middenvoor afwisselend elke 2e en 3e nld – LEES TIP VOOR HET MEERDEREN - in totaal 18-19-24 (28-30) keer = 44-49-58 (65-71) st. Brei 10 nld recht na de laatste meerdering. Het werk meet hierna ongeveer 11-12-15 (17-18) cm.
LEES ALLE ONDERSTAANDE AANWIJZINGEN DOOR VOOR U VERDER GAAT
Minder in de volgende nld 1 st middenvoor door de 2 buitenste st samen te breien. Herhaal dit minderen elke nld (dus aan het einde van de nld aan de goede kant en aan het begin van de nld aan de verkeerde kant): in totaal 0-0-11 (19-21) keer en dan om de nld (dus aan het einde van nld aan de goede kant): in totaal 28-29-25 (21-23) keer (28-29-36 (40-44) st geminderd in totaal). Kant TEGELIJKERTIJD bij een hoogte van 17-18-19 (20-21) cm af voor de armsgaten, kant af aan het begin van iedere nld vanaf de zijkant: 1 keer 3 st, 1 keer 2 st en 2 keer 1 st. Na alle afkanten staan er 9-13-15 (18-20) st op de nld voor de schouder, brei verder over deze st.
Plaats bij een hoogte van 25-27-29 (31-33) cm een markeerder = midden bovenkant van de schouder. Ga verder en brei het achterpand naar beneden – zet TEGELIJKERTIJD 2 nieuwe st op aan het einde van de nld langs de hals, herhaal dit meerderen aan het einde van de volgende nld langs de hals = 13-17-19 (22-24) st. Zet alle st op een hulpdraad – de 1e nld van het achterpand begint straks aan de goede kant.

LINKER VOORPAND:
Zet op en brei als het rechter voorpand maar in spiegelbeeld – pas zo aan dat de eerste nld op het achterpand aan de goede kant wordt gebreid.

ACHTERPAND:
Brei een voorpand op de nld (brei vanaf het armsgat richting de hals), zet 12-12-16 (16-20) nieuwe st op (= hals op het achterpand) en brei het andere voorpand op de nld (brei vanaf de hals richting het armsgat) = 38-46-54 (60-68) st.
MEET HET WERK NU VANAF DE MARKEERDERS OP DE SCHOUDERS.
Ga verder en brei in ribbelst heen en weer op de nld.
Zet bij een hoogte van 6½-7½-8½ (9½-10½) cm nieuwe st op aan het einde van iedere nld aan elke kant voor de armsgaten: 2 keer 1 st, 1 keer 2 st en 1 keer 3 st = 52-60-68 (74-82) st op de nld. Ga verder tot een hoogte van ongeveer 25-27-29 (31-33) cm – vouw het werk dubbel bij de markeerders op de schouders en zorg dat het voorpand en achterpand even lang zijn – kant alle st af.

AFWERKING:
Naai de zijnaden samen met de zijkanten tegen elkaar in de buitenste lusjes van de buitenste st.

GEHAAKTE RAND:
Haak met geel en haaknld 2 mm langs de hele opening van het gilet als volgt (haak niet langs de onderkant): 1 v in de eerste st, * 3 l, 1 stk in de eerste l, sla 2 st/ 4 nld in ribbelst over, 1 v in de volgende st *, herhaal van *-*, haak als u bij de punt op het voorpand komt een koordje als volgt: 1 v in de punt, haak dan ongeveer 25 cm l, keer en haak 1 hv in iedere l op de teruggaande toer, haak dan weer 1 v in de punt van het voorpand, vervolg de gehaakte rand langs de hals van het gilet tot de punt van het andere voorpand, haak nog een koordje als op het eerste voorpand en ga verder tot de onderkant.
Haak op dezelfde manier langs beide armsgaten.
Haak dan nog twee koordjes, gelijk aan die aan de punten van de voorpanden en bevestig deze koordjes aan de binnenkant van de rechter zijnaad van het gilet en aan de buitenkant van de linker zijnaad van het gilet – zorg dat ze op dezelfde hoogte komen als de strikbandjes aan de punten.

SLOFJE:
Het slofje wordt heen en weer gebreid van middenachter naar middenachter.
Zet 48-52-56 (56) st op met nld 2.5 mm en 2 draden geel Baby Merino. Knip 1 draad af en brei verder met 1 draad. Brei 5-6-6 (7) cm boordsteek (= 2 st r/2 st av)– pas zo aan dat de volgende nld aan de verkeerde kant wordt gebreid. Brei 1 nld av aan de verkeerde kant en minder TEGELIJKERTIJD 14-14-18 (14) st gelijkmatig = 34-38-38 (42) st. Brei in de volgende nld een gaatjesrand als volgt aan de goede kant: 1 st r, *2 st recht samen, 1 omsl *, herhaal van *-* en eindig met 1 st r. Brei 1 nld av aan de verkeerde kant. Zet nu de buitenste 12-13-13 (15) st aan iedere kant op een hulpdraad. Brei 4 - 4½ - 5½ (6½) cm in tricotst over de middelste 10-12-12 (12) st. Zet de st van de hulpdraden terug op de nld en neem 10-11-13 (16) st op aan iedere kant van het midden van het werk = 54-60-64 (74) st op de nld. Brei 3-4-5 (5) cm Ribbelst over alle st en minder TEGELIJKERTIJD na 1½ - 2 - 2½ (3) cm om de nld als volgt tot het werk klaar is: minder 1 st aan het begin en het einde van de nld en brei 2 st recht samen aan iedere kant van de 2 middelste st. Kant af en naai samen midden onder de voet en naai verder omhoog middenachter in de buitenste lusjes van de buitenste st om een dikke naad te voorkomen.
Brei nog een slofje op dezelfde manier.

STRIKBANDEN:
Knip 3 draden lichtgeel af van ongeveer 1 meter lang, draai ze samen tot ze beginnen te krullen, vouw ze dubbel en laat ze om elkaar heen krullen, leg dan een knoopje in ieder uiteinde. Rijg een strikbandje door de gaatjesrij op elk slofje.
GEHAAKTE RAND:
Haak een rand langs de bovenkant van het slofje met haaknld 2.5 mm en lichtgeel als volgt: 1 v in de eerste st, * 3 l, 1 stk in de 1e l, 1 v in iedere van de 3 volgende st op het slofje *, herhaal van *-* en eindig met 1 hv in de v van het begin van de toer.

Telpatroon


Heeft u hulp nodig voor dit patroon?

Bedankt dat u een patroon van DROPS Design kiest. We zijn er trots op dat we patronen aanbieden die correct en makkelijk te volgen zijn. Alle patronen zijn uit het Noors vertaald en u kunt altijd het origineel patroon controleren (DROPS Baby 21-12) voor de afmetingen en de berekiningen.

Heeft u moeite met het volgen van het patroon? Hieronder vindt u een lijst met bronnen die u kunnen helpen om uw project vlot af te maken - of om eenvoudig iets nieuws te leren.

We hebben tevens een stap-voor-stap uitleg voor verschillende technieken, welke u hier kunt vinden.

1) Waarom is de stekenverhouding zo belangrijk?

De stekenverhouding bepaalt de uiteindelijke afmetingen van uw werkstuk en wordt normaliter aangegeven in 10 x 10 cm. Het wordt als volgt aangegeven: het aantal steken in de breedte x het aantal naalden in de hoogte - dus: 19 steken x 26 naalden = 10 x 10 cm.

De stekenverhouding is heel erg individueel; sommige mensen breien/haken heel losjes, terwijl anderen vrij strak werken. De stekenverhouding past u aan met de naalddikte, wat de reden is waarom we slechts een suggestie voor de naalddikte geven! U moet deze aanpassen (naar boven of beneden) om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding overeenkomt met de stekenverhouding die aangegeven staat in het patroon. Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan zal het garenverbruik anders zijn, en zal uw werkstuk andere afmetingen krijgen dan het patroon aangeeft.

De stekenverhouding geeft tevens aan welk garen als vervanging kan dienen. U kunt verschillende garens met elkaar vervangen, zolang de stekenverhouding maar hetzelfde is.

Bekijk de DROPS les: Hoe u de stekenverhouding opmeet

Bekijk de DROPS video: Hoe u een proeflapje maakt

naar boven

2) Wat zijn de garengroepen?

Al onze garens zijn ondergebracht in garengroepen (van A tot F) volgens dikte en stekenverhouding – groep A bevat de dunste garens en groep F de dikste. Dit maakt het makkelijker voor u om alternatieve garens te vinden voor onze patronen, indien u graag ander garen wilt gebruiken. Alle garens binnen dezelfde groep hebben ongeveer eenzelfde stekenverhouding en kunnen elkaar vervangen. Het is wel zo dat verschillende garenkwaliteiten verschillende structuren en eigenschappen hebben, wat het uiteindelijke werkstuk een unieke 'look en feel' geeft.

Klik hier voor een overzicht van de garens in elke garengroep

naar boven

3) Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

Bij het kiezen van een ander garen is het belangrijk dat de stekenverhouding hetzelfde blijft. De afmetingen van het uiteindelijke werk zijn dan hetzelfde als aangegeven in de tekening bij het patroon. Het is makkelijker om dezelfde stekenverhouding te krijgen als u garen gebruikt uit dezelfde garengroep. Het is ook mogelijk om meerdere draden van een dunner garen te gebruiken om de stekenverhouding van een dikker garen te krijgen. Probeer onze garenvervanger. We raden u aan om altijd een proeflapje te maken.

LET OP: als u een ander garen neemt, kan het kledingstuk een andere 'look en feel' krijgen dan het kledingstuk op de foto, vanwege individuele eigenschappen en kwaliteiten van elk garen.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

naar boven

4) Hoe gebruik ik de garenvervanger?

Bovenaan al onze patronen vindt u een link naar onze garenvervanger, welke handig kan zijn als u een ander garen wilt gebruiken dan staat aangegeven in het patroon. Door het garen in te vullen dat u wilt vervangen, de hoeveelheid (in uw maat) en het aantal draden, stelt de vervanger geschikte alternatieven voor met dezelfde stekenverhouding. Daarnaast wordt aangegeven hoeveel u nodig heeft in de nieuwe kwaliteiten en of u met meerdere draden moet werken. De meeste bollen zijn 50 gram (sommige zijn 25 gram of 100 gram).

Als het patroon met meerdere kleuren wordt gebreid/gehaakt, moet elke kleur apart worden vervangen. Dit geldt ook als het patroon met verschillende draden van verschillende garens wordt gemaakt (bijvoorbeeld 1 draad Alpaca en 1 draad Kid-Silk) dan zult u voor elk individueel alternatieven moeten vinden.

Klik hier voor de garenvervanger

naar boven

5) Waarom krijg ik de verkeerde stekenverhouding met de aangegeven naalddikte?

De naalddikte die aangegeven is in het patroon geldt slechts als een richtlijn, het is van belang dat de stekenverhouding klopt. En omdat de stekenverhouding per persoon nogal verschillend is, zult u de naalddikte aan moeten passen om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding hetzelfde is als in het patroon – misschien is het nodig dat u 1 of zelfs 2 naalddiktes naar beneden of naar boven moet om de juiste stekenverhouding te krijgen. Daarom raden we ook aan om een proeflapje te maken.

Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan kunnen de afmetingen van het werkstuk afwijken van de afmetingen volgens de tekening.

Bekijk de DROPS les: Hoe meet u de stekenverhouding

Bekijk de DROPS video: Hoe maakt u een proeflapje voor de stekenverhouding

naar boven

6) Waarom wordt het patroon van boven naar beneden gereid?

Als u een kledingstuk van boven naar beneden breit, dan geeft dit meer flexibiliteit en mogelijkheden voor persoonlijke aanpassingen. Het is bijvoorbeeld makkelijker om het kledingstuk te passen terwijl u er mee bezig bent. U kunt ook makkelijker de lengte van de pas en de schouderkoppen aanpassen.

In de uitleg worden alle stappen zorgvuldig uitgelegd in de juiste volgorde. De telpatronen zijn aangepast aan de breirichting en worden zoals gebruikelijk gebreid.

naar boven

7) Waarom zijn de mouwen korter in de grotere maten?

De totale breedte van het kledingstuk (van pols tot pols) is groter in de grotere maten, ondanks dat de eigenlijke mouwen korter zijn. De grotere maten hebben langere mouwkoppen en bredere schouders, dus er is een goede pasvorm in alle maten.

naar boven

8) Wat is een herhaling?

Telpatronen worden vaak herhaald in de breedte op de naald en/of in de hoogte. 1 herhaling van het telpatroon is hoe het te zien is in het telpatroon. Als er staat dat u 5 herhalingen van A.1 op de naald moet breien, dan breit u het patroon in totaal 5 keer achter/na elkaar op de naald. Als er staat dat u 2 herhalingen van A.1 in de hoogte moet breien, dan breit u het hele telpatroon (dus alle naalden van het telpatroon) een keer en begint u opnieuw onderaan bij het begin en breit u het telpatroon nog een keer.

naar boven

9) Hoe brei ik volgens een telpatroon?

Het telpatroon laat alle naalden en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt gelezen van onder naar boven, van rechts naar links. 1 vierkant = 1 steek.

Als u heen en weer breit, wordt elke andere naald aan de goede kant gebreid en elke andere naald wordt aan de verkeerde kant gebreid. Als u aan de verkeerde kant breit, moet u het telpatroon omgekeerd breien, dus van links naar rechts. rechte steken worden dan averecht gebreid en averechte steken recht, etc.

Als u in de rondte breit wordt elke naald aan de goede kant gebreid en het telpatroon wordt dan van rechts naar links gebreid op alle naalden.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees ik de teltekening bij de patronen?

naar boven

10) Hoe haak ik volgens een telpatroon?

Het telpatroon laat alle toeren en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt van onder naar boven gehaakt en van rechts naar links.

Als u heen en weer haakt, wordt elke andere toer aan de goede kant gehaakt: van rechts naar links en elke andere toer wordt aan de verkeerde kant gehaakt: vank links naar rechts.

Als u in de rondte haakt, wordt elke toer in het telpatroon aan de goede kant gehaakt, van rechts naar links.

Als u een cirkelvormig telpatroon haakt, dan begint u in het midden en haakt u naar buiten toe, tegen de klok in, toer na toer.

Meestal beginnen de toeren met een opgegeven aantal lossen (overeenkomend met de hoogte van de volgende steek), deze zijn of in het telpatroon opgenomen, of uitgelegd in het patroon.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees je telpatronen voor haken

naar boven

11) Hoe brei/haak je verschillende telpatronen tegelijkertijd op dezelfde naald/toer

Instructies om verschillende telpatronen achter elkaar op dezelfde naald/toer te breien/haken, worden meestal als volgt beschreven: “brei/haak A.1, A.2, A.3 in totaal 0-0-2-3-4 keer". Dit betekent dat u A.1 een keer breit/haakt, daarna wordt A.2 een keer gebreid/gehaakt, en A.3 wordt het aantal aangegeven keren (in de breedte) in uw maat gebreid/gehaakt – in dit geval als volgt: S = 0 keer, M = 0 keer, L=2 keer, XL= 3 keer en XXL = 4 keer.

De telpatronen worden zoals gebruikelijk gebreid/gehaakt: begin met de eerste naald/toer in A.1, brei/haak dan de volgende naald/toer in A.2 etc.

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor breien leest

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor haken leest

naar boven

12) Waarom begint het werk met meer lossen dan waarmee gehaakt wordt?

Lossen zijn ietsje smaller dan andere steken en om te voorkomen dat de opzetrand te strak wordt, haken we eenvoudigweg meer lossen om mee te beginnen. Het aantal steken wordt in de volgende toer aangepast zodat het overeenkomt met het patroon en de afmetingen in de tekening.

naar boven

13) Waarom meerderen voor de boord als het werk van boven naar beneden gebreid wordt?

De rand in ribbelsteek is elastischer en zal ietwat samentrekken vergeleken met bijvoorbeeld tricotsteek. Door te meerderen voor de rand in ribbelsteek, voorkomt u een zichtbaar verschil in breedte tussen de rand in ribbelsteek en de rest van het lijf.

naar boven

14) Waarom meerderen in de afkantrand?

Het gebeurt vrij makkelijk dat u te strak afkant, en door omslagen te maken tijdens het afkanten (terwijl u deze tegelijkertijd afkant) voorkomt u dat de afkantrand te strak wordt.

Bekijk de DROPS video: Hoe kant u af met omslagen

naar boven

15) Hoe meerder/minder je afwisselend op elke 3e en 4e naald/toer?

Om gelijkmatig te meerderen (of te minderen) kunt u meerderen op, bijvoorbeeld: afwisselend elke 3e en 4e naald, als volgt: brei 2 naalden en meerder op de 3e naald, brei 3 naalden en meerder op de 4e naald. Herhaal dit tot het meerderen klaar is.

Bekijk de DROPS les: Meerder of minder 1 st afwisselend

naar boven

16) Waarom is het patroon een beetje anders dan wat ik op de foto zie?

Herhalingen van het patroon kunnen een beetje anders zijn in de verschillende maten, om de juiste verhoudingen te krijgen. Als u niet dezelfde maat maakt als het kledingstuk op de foto, wijkt uw werkstuk wellicht ietsje af. Dit is met zorg ontwikkeld en aangepaste zodat het totale beeld van het kledingstuk hetzelfde is in alle maten.

Zorg ervoor dat u de instructies en de telpatronen voor uw maat volgt!

naar boven

17) Hoe kan ik een vest in de rondte breien, in plaats van heen en weer?

Als u liever in de rondte breit dan heen en weer, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen. U moet dan steken midden voor toevoegen (meestal 5 steken) en de instructies volgen. Als u normaal het werk keert en aan de verkeerde kant breit, breit u nu over de extra steken en gaat u verder in de rondte. Aan het einde knipt u het werk open. Neem steken op voor de biezen en werk de afgeknipte randen af.

Bekijk de DROPS video: Hoe breit u knipbiezen en openknippen

naar boven

18) Kan ik een trui heen en weer breien in plaats van in de rondte?

Als u liever heen en weer breit dan in de rondt, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen zodat u de panden apart van elkaar breit en aan het eind aan elkaar naait. Deel de steken voor het lijf in tweeën en voeg 1 kantsteek toe aan elke kant (voor het in elkaar naaien) en brei het voor- en achterpand apart van elkaar.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een patroon aanpassen van rondbreinaalden naar rechte naalden?

naar boven

19) Waarom staan er garens in de patronen die niet meer leverbaar zijn?

Omdat de verschillende garens verschillende kwaliteiten en verschillend texturen hebben, hebben we ervoor gekozen om het originele garen in het patroon te laten staan. Maar u kunt vrij makkelijk andere opties vinden tussen de beschikbare garenkwaliteiten door onze garenvervanger te gebruiken, of door een garen uit dezelfde garengroep uit te kiezen.

Het is mogelijk dat sommige verkooppunten nog bollen op voorraad hebben van garens die niet meer leverbaar zijn, of dat iemand thuis nog een paar bollen heeft liggen en hier een patroon bij zoekt.

Degarenvervanger laat alternatieve garens zien en de hoeveelheid die u nodig heeft in de nieuwe kwaliteit.

naar boven

20) Hoe verander ik een kledingstuk voor dames in eentje voor heren?

Als u een patroon heeft gevonden doe alleen beschikbaar is in damesmaten, dan hoeft het niet heel moeilijk te zijn om deze aan te passen naar een herenmaat. Het grootste verschil is de lengte van de mouwen en het lijf. Begin met breien in de damesmaat die overeenkomt met de borstwijdte. De lengte die erbij komt wordt namelijk gebreid voordat u begint met afkanten voor de armsgaten. Als het patroon van boven naar beneden wordt gebreid, kunt u lengte toevoegen vlak na de armsgaten of voor de eerste mindering op de mouw.

Wat betreft de extra hoeveelheid garen wat u nodig heeft: dit hangt heel erg af van hoeveel lengte u toevoegt, maar het is vaak meter dat u een bol te veel hebt dan te weinig.

naar boven

21) Hoe voorkom ik dat een harig kledingstuk gaat pillen of pluizen?

Alle garens hebben vezels die uitsteken (door de productie) waardoor een kledingstuk gaat pluizen of pillen. Geborstelde garens (dus meer harige garens) hebben meer van deze losse, uitstekende vezels waardoor het eerder gaat pluizen of pillen.

Hoewel het niet mogelijk is om te garanderen dat geborsteld garen 100% pluisvrij is, is het wel mogelijk om dit drastisch af te laten nemen, door de volgende stappen te ondernemen:

1. Als het kledingstuk klaar is (voordat u het gaat wassen) schudt u het kledingstuk flink uit, zodat de losse haartjes eruit komen. LET OP: gebruik GEEN roller, borstel of andere methode, waardoor aan het kledingstuk getrokken wordt

2. Plaats het kledingstuk in een plastic zak en leg het in de vriezer - de temperatuur zorgt ervoor dat de vezels minder aan elkaar blijven zitten, en uitstekende vezels komen makkelijker los.

3. Laat een paar uur in de vriezer liggen, voordat u het eruit haalt en schudt het kledingstuk dan opnieuw uit.

4. Was het kledingstuk volgens de instructies op het garenlabel.

naar boven

22) Waar op het kledingstuk wordt de lengte gemeten??

De tekening/ het schema met de afmetingen geeft informatie over de volledige lengte van het kledingstuk. Als het een trui of een vest betreft, dan wordt deze vanaf het hoogste punt op de schouder gemeten (meestal het dichtst bij de halslijn), en recht naar beneden tot de onderkant van het kledingstuk. Het wordt NIET gemeten vanaf de punt van de schouder. Op gelijke wijze wordt ook de lengte van de pas gemeten, vanaf het hoogste punt op de schouder en naar beneden tot waar de pas gesplitst wordt voor het lijf en de mouwen.

Op een vest worden de afmetingen nooit over de biezen genomen, tenzij anders aangegeven. Meet altijd binnen de biessteken als u de lengte opmeet.

Bekijk de DROPS les: Maattekeningen lezen

naar boven

23) Hoe weet ik hoeveel bollen ik nodig heb?

De benodigde hoeveelheid garen wordt aangegeven in grammen, dus bijvoorbeeld: 450 g. Om uit te rekenen hoeveel bollen u nodig heeft, moet u eerst weten hoeveel gram er in 1 bol gaat (25 g, 50 g, of 100 g). Deze informatie vindt u door op de individuele garenkwaliteit te klikken op onze site. Deel de hoeveelheid benodigde garen door de hoeveelheid per bol. Bijvoorbeeld, als de bollen 50 gram wegen (de meest gebruikelijke hoeveelheid), ziet de berekening er als volgt uit: 450 / 50 = 9 bollen.

naar boven

Heeft u DROPS garen besteld om dit patroon te maken? Dan heeft u recht op hulp van de winkel waar u het garen gekocht heeft. Vind hier een lijst van DROPS winkels!
Kunt u het antwoord op uw vraag nog steeds niet vinden? Scroll dan naar beneden en laat een vraag achter zodat een van onze experts kan proberen u te helpen. Dit wordt normaal tussen 5 tot 10 werkdagen gedaan.. In de tussentijd kunt u de vragen en antwoorden lezen die anderen bij dit patroon achter hebben gelaten of doe mee met de DROPS Workshop op Facebook om hulp te krijgen van mede breisters en haaksters!

Opmerkingen / Vragen (37)

Heidrun 27.08.2017 - 21:53:

Ich würde die Weste gerne etwas kleiner stricken. Gibt es auch Maschenzahlen für Neugeborene?

DROPS Design 29.08.2017 kl. 09:24:

Liebe Heidrun, hier finden Sie Anleitungen für Neugeborene (= 0-1 Monate (48/52 cm)). Viel Spaß beim stricken!

Laura Menegatti 29.06.2017 - 18:52:

Scusate, nell'ultima frase della mia domanda appena inviata, volevo dire "dopo di che si andrà a fare le diminuzioni". Grazie

Laura Menegatti 29.06.2017 - 18:50:

Buon pomeriggio. Per favore, cosa significa aumentare 1 m. verso il centro? Vuol dire lavorare 2 volte 1 m. davanti e dietro (con un kf&b o altro tipo di aumento) in modo che il davanti (la parte che sta sopra, per intenderci) deve andare ad allargarsi fino ad un certo punto, che si comincerà diminuire? Grazie e buon lavoro

DROPS Design 29.06.2017 kl. 21:02:

Buonasera Laura. Sì è corretto. Devo aumentare come indicato nel suggerimento per gli aumenti in modo da formare la punta. Buon lavoro!

Marie 23.06.2017 - 19:22:

Die ersten 19 Maschen, die man aufnehmen soll ab der 2. Reihe, sind die dann jede Reihe oder alle Zwei Reihen? Danke

DROPS Design 26.06.2017 kl. 09:30:

Liebe Marie, diese Zunahmen (gegen die Mitte) sollen abwechselnd in jeder 2. und 3. Reihe gestrickt (siehe hier. Anleitung wird korrigiert, danke. Viel Spaß beim stricken!

Nicki 15.05.2017 - 23:16:

Hallo, beim rechten Vorderteil, nach den 18 cm soll man an der Seite Maschen abketten. Ist damit der Seitenrand und nicht hin zur vorderen Mitte gemeint? Sollen die letzten 2 Maschen am Rand abgkettet werden? Und in welchem Abstand? 1 Mal 2M, 1 Mal 3M.. wieviele Reihen soll dazwischen normal gestrickt werden? Ich freue mich auf badige Antwort.

DROPS Design 16.05.2017 kl. 08:46:

Liebe Nicki, die Abnahmen werden gegen die vordere Mitte gearbeitet, bei jeder R. (also bei der Hin- und Rückreihe = dh die 2 ersten oder die 2 letzten M. zs stricken) wiederholen: Total 0-0-11 (19-21) Mal. Dann bei jeder 2. R. (auf der Vorderseite = die 2 ersten M zs stricken)) total 28-29-25 (21-23) Mal. Viel Spaß beim stricken!

Maria Gold-Tajalli 15.03.2017 - 11:59:

Ich habe zwei Fragen:am Ende der Anleitung für die rechten Seite was heißt das mit dem markieren, auf welcher Seite? und wo soll ich die zusätzlichen 4 Maschen anschlagen, in der Mitte oder an einem Ende? Danke, Maria

DROPS Design 15.03.2017 kl. 12:03:

Liebe Frau Gold-Tajalli, der Markierer muss die Länge markieren, so er muss zwischen den Maschen eingesetzt werden. Die 2 x 2 M sollen gegen den Halsausschnit angeschlagen, dh bei dem rechten Vorderteil schlagen Sie diese Maschen am Ende einer Rückreihe an. Viel Spaß beim stricken!

Stephanie 03.08.2016 - 10:55:

Hallo Drops-Team, bitte erklärt mir doch kurz die Zunahmen - ist es richtig, dass sich sich die Zunahmen mal am Anfang einer Hin-Reihe befinden und mal am Ende einer Rück-Reihe? Oder nimmt man am Anfang jeder 2. und 3. Hin-Reihe auf? Danke und liebe Grüße!

DROPS Design 08.08.2016 kl. 09:38:

Liebe Stephanie, ja, da abwechselnd 1 und 2 Reihen ohne Zunahmen über die Zunahmereihe gestrickt werden, muss die Zunahme auch je nachdem in der Hin- oder Rück-R gemacht werden.

Selam 01.07.2015 - 10:18:

Thanks Then does that mean it can be done from both RS or WS?

DROPS Design 01.07.2015 kl. 12:47:

Yes Selam, that's correct, you will inc towards mid front, so that it can be either from RS or from WS, depending on the inc row (every 3rd row). Happy knitting!

Selam 01.07.2015 - 08:26:

Hi does the increase on the front piece occur on the first stich? Thanks

DROPS Design 01.07.2015 kl. 09:57:

Dear Selam, that's right, you inc 1 st by working 2 sts in the outermost st towards mid front (see also Increase tip). Happy knitting!

Aurelie 01.05.2015 - 08:08:

Bonjour, Vaut-il mieux tricoter ce modèle avec le petit pull en baby merinos ou en babysilk alpaga pour la douceur? Le nombre de pelote reste t il le même? Merci

DROPS Design 02.05.2015 kl. 14:21:

Bonjour Aurélie, tout est question de choix personnel, Baby Alpaca Silk conviendrait également (Groupe A toutes les 2), demandez conseil à votre magasin, il pourra vous aider et vous orienter. Cliquez ici pour savoir comment calculer la quantité d'une équivalence.. Bon triccot!

Laat een opmerking achter voor DROPS Baby 21-12

Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!

Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.