DROPS Merino Extra Fine
DROPS Merino Extra Fine
100% wol
vanaf 3.40 € /50g
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 10.20€ krijgen.

De garenkosten worden berekend op basis van het benodigde materiaal voor de kleinste maat en het goedkoopste producttype. Op zoek naar nog een scherpere prijs? Deze vindt u wellicht bij de DROPS Deals!

DROPS Super Sale
DROPS 127-29
DROPS design: Model nr. ME-041
--------------------------------------------------------
Maat: ongeveer 155 x 20 cm

Materiaal: DROPS MERINO EXTRA FINE
150 gr. kleur nr. 16, roze

DROPS RONDBREINLD 5 mm (80 cm) - of de maat die u nodig heeft voor een stekenverhouding van 19 st x 25 nld in tricotst = 10 x 10 cm.
DROPS RONDBREINLD 4 mm (80 cm) - voor de ribbelst.

-------------------------------------------------------

Alternatief garen – Bekijk hier hoe u een ander garen kiest
Garengroep A tot F – Bekijk hier hoe u hetzelfde patroon gebruikt met een ander garen
Garenverbruik als u een alternatief garen kiest – Gebruik onze garenvervanger

-------------------------------------------------------

DROPS Merino Extra Fine
DROPS Merino Extra Fine
100% wol
vanaf 3.40 € /50g
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 10.20€ krijgen.

De garenkosten worden berekend op basis van het benodigde materiaal voor de kleinste maat en het goedkoopste producttype. Op zoek naar nog een scherpere prijs? Deze vindt u wellicht bij de DROPS Deals!

Instructies voor het patroon

RIBBELST (heen en weer gebreid op de nld):
brei alle nld recht.

TIP VOOR HET MEERDEREN: Meerder aan de goede kant door 1 omsl te maken aan iedere kant van de 1 st met de markeerdraad in tricotst als volgt: 1 omsl, brei de st met de markeerdraad, 1 omsl.
Brei de omsl in de volgende nld av zodat u een gaatje krijgt.

VERKORTE TOEREN: Brei verkorte toeren aan het einde van iedere nld als volgt: brei de nld tot er 5 st over zijn, zet deze 5 st op een hulpdraad, keer het werk en brei de teruggaande nld.
--------------------------------------------------------

OMSLAGDOEK:
Wordt heen en weer gebreid op de rondbreinld zodat alle st op de nld passen. Zet 256 st op met rondbreinld 4 mm. Brei 8 nld in ribbelst - zie uitleg boven. DENK OM DE STEKENVERHOUDING! Plaats een markeerdraad in de 121e st en de 136e st (14 st tussen de markeerders). Ga verder met rondbreinld 5 mm en brei in tricotst.
LEES ALLE ONDERSTAANDE AANWIJZINGEN DOOR VOOR U VERDER GAAT!
Brei in de volgende nld aan de goede kant verkorte toeren - zie uitleg boven (ga verder en zet steeds 5 nieuwe st op de hulpdraden aan iedere kant 20 keer tot er 100 st op de hulpdraden staan aan iedere kant). Meerder TEGELIJKERTIJD 2 st naast iedere markeerdraad - LEES TIP VOOR HET MEERDEREN = in totaal 4 nieuwe st op de nld. Herhaal dit meerderen elke 4e nld in totaal 10 keer (= 34 st tussen de markeerders).

Brei als de laatste 5 st aan de rechterkant (gezien aan de goede kant) op een hulpdraad zijn gezet (in totaal 100 st op de hulpdraden aan iedere kant), de st van de twee hulpdraden terug op de nld als volgt: (1e nld = goede kant) brei alle st die nog op de nld staan en brei dan alle st van de hulpdraad aan de linkerkant terug op de nld. Brei in de volgende nld (= verkeerde kant) alle st van de hulpdraad aan de rechterkant terug op de nld, 296 st op de nld. Meerder in de volgende nld voor de ruche als volgt: * 1 st recht , brei 2 st recht in de volgende st *, herhaal van *-* over de rest van de nld. Brei 3 nld in tricotst. Meerder in de volgende nld (= aan de goede kant) als volgt: 1 st recht, * 1 omsl, 1 st recht *, herhaal van *-* over de rest van de nld. Kant af met rechte st in de volgende nld, kant de omsl af als st.

AFWERKING:
Stoom de omslagdoek lichtjes met een stoomstrijkijzer om de ruche mooi te maken. Stoom vanaf de opzetrand tot ongeveer 1 cm in de ruche (stoom de afkantrand niet.)
Laat de stoom het werk doen – niet duwen met de strijkbout.

Heeft u een vraag? Bekijk een lijst met vaak gestelde vragen (FAQ)

De stekenverhouding bepaalt de uiteindelijke afmetingen van uw werkstuk en wordt normaliter aangegeven in 10 x 10 cm. Het wordt als volgt aangegeven: het aantal steken in de breedte x het aantal naalden in de hoogte - dus: 19 steken x 26 naalden = 10 x 10 cm.

De stekenverhouding is heel erg individueel; sommige mensen breien/haken heel losjes, terwijl anderen vrij strak werken. De stekenverhouding past u aan met de naalddikte, wat de reden is waarom we slechts een suggestie voor de naalddikte geven! U moet deze aanpassen (naar boven of beneden) om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding overeenkomt met de stekenverhouding die aangegeven staat in het patroon. Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan zal het garenverbruik anders zijn, en zal uw werkstuk andere afmetingen krijgen dan het patroon aangeeft.

De stekenverhouding geeft tevens aan welk garen als vervanging kan dienen. U kunt verschillende garens met elkaar vervangen, zolang de stekenverhouding maar hetzelfde is.

Bekijk de DROPS les: Hoe u de stekenverhouding opmeet

Bekijk de DROPS video: Hoe u een proeflapje maakt

De benodigde hoeveelheid garen wordt aangegeven in grammen, dus bijvoorbeeld: 450 g. Om uit te rekenen hoeveel bollen u nodig heeft, moet u eerst weten hoeveel gram er in 1 bol gaat (25 g, 50 g, of 100 g). Deze informatie vindt u door op de individuele garenkwaliteit te klikken op onze site. Deel de hoeveelheid benodigde garen door de hoeveelheid per bol. Bijvoorbeeld, als de bollen 50 gram wegen (de meest gebruikelijke hoeveelheid), ziet de berekening er als volgt uit: 450 / 50 = 9 bollen.

Bij het kiezen van een ander garen is het belangrijk dat de stekenverhouding hetzelfde blijft. De afmetingen van het uiteindelijke werk zijn dan hetzelfde als aangegeven in de tekening bij het patroon. Het is makkelijker om dezelfde stekenverhouding te krijgen als u garen gebruikt uit dezelfde garengroep. Het is ook mogelijk om meerdere draden van een dunner garen te gebruiken om de stekenverhouding van een dikker garen te krijgen. Probeer onze garenvervanger. We raden u aan om altijd een proeflapje te maken.

LET OP: als u een ander garen neemt, kan het kledingstuk een andere 'look en feel' krijgen dan het kledingstuk op de foto, vanwege individuele eigenschappen en kwaliteiten van elk garen.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

Al onze garens zijn ondergebracht in garengroepen (van A tot F) volgens dikte en stekenverhouding – groep A bevat de dunste garens en groep F de dikste. Dit maakt het makkelijker voor u om alternatieve garens te vinden voor onze patronen, indien u graag ander garen wilt gebruiken. Alle garens binnen dezelfde groep hebben ongeveer eenzelfde stekenverhouding en kunnen elkaar vervangen. Het is wel zo dat verschillende garenkwaliteiten verschillende structuren en eigenschappen hebben, wat het uiteindelijke werkstuk een unieke 'look en feel' geeft.

Klik hier voor een overzicht van de garens in elke garengroep

Bovenaan al onze patronen vindt u een link naar onze garenvervanger, welke handig kan zijn als u een ander garen wilt gebruiken dan staat aangegeven in het patroon. Door het garen in te vullen dat u wilt vervangen, de hoeveelheid (in uw maat) en het aantal draden, stelt de vervanger geschikte alternatieven voor met dezelfde stekenverhouding. Daarnaast wordt aangegeven hoeveel u nodig heeft in de nieuwe kwaliteiten en of u met meerdere draden moet werken. De meeste bollen zijn 50 gram (sommige zijn 25 gram of 100 gram).

Als het patroon met meerdere kleuren wordt gebreid/gehaakt, moet elke kleur apart worden vervangen. Dit geldt ook als het patroon met verschillende draden van verschillende garens wordt gemaakt (bijvoorbeeld 1 draad Alpaca en 1 draad Kid-Silk) dan zult u voor elk individueel alternatieven moeten vinden.

Klik hier voor de garenvervanger

Omdat de verschillende garens verschillende kwaliteiten en verschillend texturen hebben, hebben we ervoor gekozen om het originele garen in het patroon te laten staan. Maar u kunt vrij makkelijk andere opties vinden tussen de beschikbare garenkwaliteiten door onze garenvervanger te gebruiken, of door een garen uit dezelfde garengroep uit te kiezen.

Het is mogelijk dat sommige verkooppunten nog bollen op voorraad hebben van garens die niet meer leverbaar zijn, of dat iemand thuis nog een paar bollen heeft liggen en hier een patroon bij zoekt.

Degarenvervanger laat alternatieve garens zien en de hoeveelheid die u nodig heeft in de nieuwe kwaliteit.

Als u het lastig vindt om te bepalen welke maat u moet maken, dan is het wellicht een goed idee om een bestaand kledingstuk dat goed zit, op te meten. Vervolgens kunt u de maat kiezen door de afmetingen te vergelijken met de afmetingen in de maattekening bij het patroon.

U kunt de maattekening onderaan het patroon vinden.

Bekijk DROPS les: Maattekeningen lezen

De naalddikte die aangegeven is in het patroon geldt slechts als een richtlijn, het is van belang dat de stekenverhouding klopt. En omdat de stekenverhouding per persoon nogal verschillend is, zult u de naalddikte aan moeten passen om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding hetzelfde is als in het patroon – misschien is het nodig dat u 1 of zelfs 2 naalddiktes naar beneden of naar boven moet om de juiste stekenverhouding te krijgen. Daarom raden we ook aan om een proeflapje te maken.

Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan kunnen de afmetingen van het werkstuk afwijken van de afmetingen volgens de tekening.

Bekijk de DROPS les: Hoe meet u de stekenverhouding

Bekijk de DROPS video: Hoe maakt u een proeflapje voor de stekenverhouding

Als u een kledingstuk van boven naar beneden breit, dan geeft dit meer flexibiliteit en mogelijkheden voor persoonlijke aanpassingen. Het is bijvoorbeeld makkelijker om het kledingstuk te passen terwijl u er mee bezig bent. U kunt ook makkelijker de lengte van de pas en de schouderkoppen aanpassen.

In de uitleg worden alle stappen zorgvuldig uitgelegd in de juiste volgorde. De telpatronen zijn aangepast aan de breirichting en worden zoals gebruikelijk gebreid.

Het telpatroon laat alle naalden en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt gelezen van onder naar boven, van rechts naar links. 1 vierkant = 1 steek.

Als u heen en weer breit, wordt elke andere naald aan de goede kant gebreid en elke andere naald wordt aan de verkeerde kant gebreid. Als u aan de verkeerde kant breit, moet u het telpatroon omgekeerd breien, dus van links naar rechts. rechte steken worden dan averecht gebreid en averechte steken recht, etc.

Als u in de rondte breit wordt elke naald aan de goede kant gebreid en het telpatroon wordt dan van rechts naar links gebreid op alle naalden.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees ik de teltekening bij de patronen?

Het telpatroon laat alle toeren en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt van onder naar boven gehaakt en van rechts naar links.

Als u heen en weer haakt, wordt elke andere toer aan de goede kant gehaakt: van rechts naar links en elke andere toer wordt aan de verkeerde kant gehaakt: vank links naar rechts.

Als u in de rondte haakt, wordt elke toer in het telpatroon aan de goede kant gehaakt, van rechts naar links.

Als u een cirkelvormig telpatroon haakt, dan begint u in het midden en haakt u naar buiten toe, tegen de klok in, toer na toer.

Meestal beginnen de toeren met een opgegeven aantal lossen (overeenkomend met de hoogte van de volgende steek), deze zijn of in het telpatroon opgenomen, of uitgelegd in het patroon.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees je telpatronen voor haken

Instructies om verschillende telpatronen achter elkaar op dezelfde naald/toer te breien/haken, worden meestal als volgt beschreven: “brei/haak A.1, A.2, A.3 in totaal 0-0-2-3-4 keer". Dit betekent dat u A.1 een keer breit/haakt, daarna wordt A.2 een keer gebreid/gehaakt, en A.3 wordt het aantal aangegeven keren (in de breedte) in uw maat gebreid/gehaakt – in dit geval als volgt: S = 0 keer, M = 0 keer, L=2 keer, XL= 3 keer en XXL = 4 keer.

De telpatronen worden zoals gebruikelijk gebreid/gehaakt: begin met de eerste naald/toer in A.1, brei/haak dan de volgende naald/toer in A.2 etc.

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor breien leest

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor haken leest

De totale breedte van het kledingstuk (van pols tot pols) is groter in de grotere maten, ondanks dat de eigenlijke mouwen korter zijn. De grotere maten hebben langere mouwkoppen en bredere schouders, dus er is een goede pasvorm in alle maten.

De tekening/ het schema met de afmetingen geeft informatie over de volledige lengte van het kledingstuk. Als het een trui of een vest betreft, dan wordt deze vanaf het hoogste punt op de schouder gemeten (meestal het dichtst bij de halslijn), en recht naar beneden tot de onderkant van het kledingstuk. Het wordt NIET gemeten vanaf de punt van de schouder. Op gelijke wijze wordt ook de lengte van de pas gemeten, vanaf het hoogste punt op de schouder en naar beneden tot waar de pas gesplitst wordt voor het lijf en de mouwen.

Op een vest worden de afmetingen nooit over de biezen genomen, tenzij anders aangegeven. Meet altijd binnen de biessteken als u de lengte opmeet.

Bekijk de DROPS les: Maattekeningen lezen

Telpatronen worden vaak herhaald in de breedte op de naald en/of in de hoogte. 1 herhaling van het telpatroon is hoe het te zien is in het telpatroon. Als er staat dat u 5 herhalingen van A.1 op de naald moet breien, dan breit u het patroon in totaal 5 keer achter/na elkaar op de naald. Als er staat dat u 2 herhalingen van A.1 in de hoogte moet breien, dan breit u het hele telpatroon (dus alle naalden van het telpatroon) een keer en begint u opnieuw onderaan bij het begin en breit u het telpatroon nog een keer.

Lossen zijn ietsje smaller dan andere steken en om te voorkomen dat de opzetrand te strak wordt, haken we eenvoudigweg meer lossen om mee te beginnen. Het aantal steken wordt in de volgende toer aangepast zodat het overeenkomt met het patroon en de afmetingen in de tekening.

De rand in ribbelsteek is elastischer en zal ietwat samentrekken vergeleken met bijvoorbeeld tricotsteek. Door te meerderen voor de rand in ribbelsteek, voorkomt u een zichtbaar verschil in breedte tussen de rand in ribbelsteek en de rest van het lijf.

Het gebeurt vrij makkelijk dat u te strak afkant, en door omslagen te maken tijdens het afkanten (terwijl u deze tegelijkertijd afkant) voorkomt u dat de afkantrand te strak wordt.

Bekijk de DROPS video: Hoe kant u af met omslagen

Om gelijkmatig te meerderen (of te minderen) kunt u meerderen op, bijvoorbeeld: afwisselend elke 3e en 4e naald, als volgt: brei 2 naalden en meerder op de 3e naald, brei 3 naalden en meerder op de 4e naald. Herhaal dit tot het meerderen klaar is.

Bekijk de DROPS les: Meerder of minder 1 st afwisselend

Als u liever in de rondte breit dan heen en weer, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen. U moet dan steken midden voor toevoegen (meestal 5 steken) en de instructies volgen. Als u normaal het werk keert en aan de verkeerde kant breit, breit u nu over de extra steken en gaat u verder in de rondte. Aan het einde knipt u het werk open. Neem steken op voor de biezen en werk de afgeknipte randen af.

Bekijk de DROPS video: Hoe breit u knipbiezen en openknippen

Als u liever heen en weer breit dan in de rondt, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen zodat u de panden apart van elkaar breit en aan het eind aan elkaar naait. Deel de steken voor het lijf in tweeën en voeg 1 kantsteek toe aan elke kant (voor het in elkaar naaien) en brei het voor- en achterpand apart van elkaar.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een patroon aanpassen van rondbreinaalden naar rechte naalden?

Herhalingen van het patroon kunnen een beetje anders zijn in de verschillende maten, om de juiste verhoudingen te krijgen. Als u niet dezelfde maat maakt als het kledingstuk op de foto, wijkt uw werkstuk wellicht ietsje af. Dit is met zorg ontwikkeld en aangepaste zodat het totale beeld van het kledingstuk hetzelfde is in alle maten.

Zorg ervoor dat u de instructies en de telpatronen voor uw maat volgt!

Als u een patroon heeft gevonden doe alleen beschikbaar is in damesmaten, dan hoeft het niet heel moeilijk te zijn om deze aan te passen naar een herenmaat. Het grootste verschil is de lengte van de mouwen en het lijf. Begin met breien in de damesmaat die overeenkomt met de borstwijdte. De lengte die erbij komt wordt namelijk gebreid voordat u begint met afkanten voor de armsgaten. Als het patroon van boven naar beneden wordt gebreid, kunt u lengte toevoegen vlak na de armsgaten of voor de eerste mindering op de mouw.

Wat betreft de extra hoeveelheid garen wat u nodig heeft: dit hangt heel erg af van hoeveel lengte u toevoegt, maar het is vaak meter dat u een bol te veel hebt dan te weinig.

Alle garens hebben vezels die uitsteken (door de productie) waardoor een kledingstuk gaat pluizen of pillen. Geborstelde garens (dus meer harige garens) hebben meer van deze losse, uitstekende vezels waardoor het eerder gaat pluizen of pillen.

Hoewel het niet mogelijk is om te garanderen dat geborsteld garen 100% pluisvrij is, is het wel mogelijk om dit drastisch af te laten nemen, door de volgende stappen te ondernemen:

1. Als het kledingstuk klaar is (voordat u het gaat wassen) schudt u het kledingstuk flink uit, zodat de losse haartjes eruit komen. LET OP: gebruik GEEN roller, borstel of andere methode, waardoor aan het kledingstuk getrokken wordt

2. Plaats het kledingstuk in een plastic zak en leg het in de vriezer - de temperatuur zorgt ervoor dat de vezels minder aan elkaar blijven zitten, en uitstekende vezels komen makkelijker los.

3. Laat een paar uur in de vriezer liggen, voordat u het eruit haalt en schudt het kledingstuk dan opnieuw uit.

4. Was het kledingstuk volgens de instructies op het garenlabel.

Pillen is een natuurlijk proces dat zelfs bij de meest exclusieve vezels voorkomt. Het is een natuurlijk teken van dragen dat lastig is te voorkomen en het meest zichtbaar is in gebieden waar de meeste wrijving optreedt, zoals bij de mouwen en de manchetten.

U kunt uw kledingstuk er als nieuw uit laten zien door het pillen te verwijderen met een pluizenkam of pillenverwijderaar.

Kunt u het antwoord op uw vraag nog steeds niet vinden? Scroll dan naar beneden en laat een vraag achter zodat een van onze experts kan proberen u te helpen. Dit wordt normaal tussen 5 tot 10 werkdagen gedaan..
In de tussentijd kunt u de vragen en antwoorden lezen die anderen bij dit patroon achter hebben gelaten of doe mee met de DROPS Workshop op Facebook om hulp te krijgen van mede breisters en haaksters!

Misschien vindt u deze ook leuk...

Laat een opmerking achter voor DROPS 127-29

Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!

Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.

Opmerkingen / Vragen (35)

country flag Glen wrote:

"K2 in nxt sts means, that you should knit 2 knit stitches into the next stitch 8thus increasing one stitch." Can you please show me how to knit 2 stitches into the next stitch and how many stitches will there be after the increase? thanks

12.07.2021 - 22:11

DROPS Design answered:

Dear Glen, THIS video will show you how to knit two stitches into one. Happy Stitching!

13.07.2021 - 01:54

country flag Glen wrote:

Thanks. Work now the flounce - * K1 , K2 sts in next st * - what does K2 sts mean? Does it mean knit 2 tog?

12.07.2021 - 16:34

DROPS Design answered:

Dear Glen, K2 in nxt sts means, that you should knit 2 knit stitches into the next sthitch 8thus increasing one stitch. Happy Stitching!

12.07.2021 - 17:33

country flag Glen wrote:

Hi, my last 5 sts is in the Wrong side to be slipped on a stitch h older not as mentioned in the Right side to have a total 100sts on the stitch holders each side. please help me to understand where did I go wrong. Thanks

11.07.2021 - 21:54

DROPS Design answered:

Dear Glen, at the end of the last row slipping 5 sts on a thread, turn and work the next row from right side over all sts on needle + over the sts slipped on a thread on one side, turn and work the next row over all sts on needle + the sts slipped on a thread in the other side of piece = there are now 296 sts on needle. Work now the flounce. Happy knitting!

12.07.2021 - 07:45

country flag Glen wrote:

Thanks I got another query, I know how to purl the 1st YO but I’m not sure how to purl the second YO after the marker.

10.07.2021 - 15:15

DROPS Design answered:

Dera Glen, just prul the second yarnover regurarly too. Happy Stitching!

11.07.2021 - 06:32

country flag Glen wrote:

"Insert a marker in the 121st st and 136th st (14 sts between markers)" - I'm confused because I got 15 sts between 121st st and 136th st instead of 14st between markers.

08.07.2021 - 20:49

DROPS Design answered:

Dear Glen, If you put the marker in the 121st stitch and the 136th one, in between (not counting the marked stitches) there will be 122,123, 124, 125..etc, 133, 134, all together 14 stitch. Happy stitching!

08.07.2021 - 21:36

country flag Bernadette Varlet wrote:

Bonjour Madame, Je voudrais tricoter le châle "Rose Smile" et j'aimerais savoir s'il faut faire une maille enroulée à chaque fois que l'on débute un rang raccourci ? Merci pour votre réponse. Bien cordialement

13.10.2017 - 09:42

DROPS Design answered:

Bonjour Mme Varlet, vous pouvez utiliser la technique des mailles enveloppées ou simplement la méthode basique des rangs raccourcis. Bon tricot!

13.10.2017 - 09:48

country flag Vera wrote:

Liebes Drops-Team, ich habe eine Frage zu den letzten Sätzen der Strickanleitung. Nach der Aufnahmereihe mit Umschlägen folgt eine linke / Rückseitenreihe, bevor in der letzten Reihe (re) abgekettet wird. Werden in dieser Rückreihe die Maschen (einschließlich Umschläge) links gestrickt und auch wieder zwischen jede Masche Umschläge gemacht (*1M li. 1 Umschlag 1 M links*)?

26.08.2015 - 15:09

DROPS Design answered:

Nach den 3 glatt re gestrickten Reihen ist die letzte Hin-Reihe vor dem Abketten eine Reihe mit Zunahmen, also 1 M re, 1 Umschlag im Wechsel. In der darauf folgenden Rück-R stricken Sie alle M re, auch die Umschläge, und ketten GLEICHZEITIG ab. Damit ergibt sich dann der rüschige Rand.

01.09.2015 - 16:00

country flag Rosy wrote:

Buongiorno, ho iniziato questo lavoro e ho terminato gli otto giri a punto legaccio...il 5 giro (dritto del lavoro) lo devo eseguire a punto rovescio o diritto? i ferri accorciati li devo lavorare su tutti i ferri? le maglie che metto in sospeso, le posso mettere su un unico filo? Ultima cosa...quando lavoro i gettati, devo fare un rovescio ritorto o normale? Grazie mille in anticipo per l'aiuto.

07.08.2015 - 15:40

DROPS Design answered:

Buonasera Rosy, dopo gli 8 ferri a m legaccio, deve passare ai ferri n° 5 mm e iniziare a lavorare a m rasata e iniziare a lavorare a ferri accorciati come indicato fino a quando ci sono 100 m su ogni fermamaglie a ogni lato. Può usare un fermamaglie per lato. I gettati vengono lavorati a rovescio sul ferro successivo come indicato nel consiglio per gli aumenti. Buon lavoro!

07.08.2015 - 20:24

country flag Paz wrote:

Gracias lo que sigo sin entender es que 1vueta pto del derecho y aumentos 2 vuelta reves y se tejen los aumentos 3 vuelta tocaria tejer derecho y la 4 vuelta q es en la que dice que se debe aumentar toca en este caso tejer del reves? Es correcto muchas gracias

18.05.2014 - 22:37

country flag Paz wrote:

Gracias lo que sigo sin entender es que 1vueta pto del derecho y aumentos 2 vuelta reves y se tejen los aumentos 3 vuelta tocaria tejer derecho y la 4 vuelta q es en la que dice que se debe aumentar toca en este caso tejer del reves? Es correcto muchas gracias

18.05.2014 - 22:37