DROPS / 221 / 40

Mountain Pass by DROPS Design

Gebreide trui in DROPS Paris of DROPS Bomull-Lin. Het werk wordt van boven naar beneden gebreid, met dubbele hals, zadelschouders, kabels en kantpatroon. Maten S - XXXL.

  • Mountain Pass / DROPS 221-40 - Gebreide trui in DROPS Paris of DROPS Bomull-Lin. Het werk wordt van boven naar beneden gebreid, met dubbele hals, zadelschouders, kabels en kantpatroon. Maten S - XXXL.
  • Mountain Pass / DROPS 221-40 - Gebreide trui in DROPS Paris of DROPS Bomull-Lin. Het werk wordt van boven naar beneden gebreid, met dubbele hals, zadelschouders, kabels en kantpatroon. Maten S - XXXL.
  • Mountain Pass / DROPS 221-40 - Gebreide trui in DROPS Paris of DROPS Bomull-Lin. Het werk wordt van boven naar beneden gebreid, met dubbele hals, zadelschouders, kabels en kantpatroon. Maten S - XXXL.
  • Mountain Pass / DROPS 221-40 - Gebreide trui in DROPS Paris of DROPS Bomull-Lin. Het werk wordt van boven naar beneden gebreid, met dubbele hals, zadelschouders, kabels en kantpatroon. Maten S - XXXL.
  • Mountain Pass / DROPS 221-40 - Gebreide trui in DROPS Paris of DROPS Bomull-Lin. Het werk wordt van boven naar beneden gebreid, met dubbele hals, zadelschouders, kabels en kantpatroon. Maten S - XXXL.
DROPS Design: Patroon nr. w-836
Garengroep C of A + A
-------------------------------------------------------

MATEN:
S - M - L - XL - XXL - XXXL

MATERIAAL:
DROPS PARIS van garnstudio (behoort tot garengroep C)
550-600-650-750-800-900 g kleur 16, wit

Of gebruik:
DROPS BOMULL-LIN van garnstudio (behoort tot garengroep C)
500-550-600-650-700-800 g kleur 01, wit

STEKENVERHOUDING:
17 steken in de breedte en 22 naalden in de hoogte met tricotsteek = 10 x 10 cm.

NAALDEN:
DROPS NAALDEN ZONDER KNOP MAAT 5 MM.
DROPS RONDBREINAALD 5 MM: Lengte 40 cm en 60 cm of 80 cm voor tricotsteek en patroon.
DROPS NAALDEN ZONDER KNOP MAAT 4 MM.
DROPS RONDBREINAALD 4 MM: Lengte 40 cm en 80 cm voor de boordsteek.
DROPS KABELNAALD – voor de kabels.
De naalddikte is slechts een richtlijn. Als u te veel steken heeft op 10 cm, ga dan verder met een grotere naald. Als u te weinig steken heeft op 10 cm, ga dan verder met een kleinere naald.

-------------------------------------------------------
Stekenverhouding – Kijk hier hoe u deze moet opmeten en waarom
Alternatief garen – Bekijk hier hoe u een ander garen kiest
Garengroep A tot F – Bekijk hier hoe u hetzelfde patroon gebruikt met een ander garen
Garenverbruik als u een alternatief garen kiest – Gebruik onze garenvervanger
-------------------------------------------------------


100% katoen
vanaf 1.17 € /50g
DROPS Paris uni colour DROPS Paris uni colour 1.39 € /50g
Breiwebshop
Bestel
DROPS Paris recycled denim DROPS Paris recycled denim 1.17 € /50g
Breiwebshop
Bestel
needles Naalden & Haaknaalden Bestel
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 12.87€ krijgen. Lees meer.

Instructies voor het patroon

-------------------------------------------------------

UITLEG VOOR HET PATROON:

-------------------------------------------------------

PATROON:
Zie telpatronen A.1 tot A.6. Kies het telpatroon voor uw maat (geldt voor A.1 en A.5).

TIP VOOR HET MEERDEREN/MINDEREN (verdeeld):
Om uit te rekenen hoe u verdeeld meerdert/mindert verdeeld, tel het totaal aantal steken op de naald (dus 82 steken), en deel deze door het aantal te maken meerderingen/minderingen (dus 18) = 4.6. In dit voorbeeld meerdert u door 1 omslag te maken na ongeveer elke 4e en 5e steek. Brei op de volgende naald de omslagen gedraaid om gaatjes te voorkomen. Bij het minderen breit u afwisselend (ongeveer) elke 3e en 4e en elke 4e en 5e steek samen.

TIP VOOR HET MEERDEREN-1 (voor de schouders, de mouwen en de pas):
VOOR DE MARKEERDRAAD:
De nieuwe steek draait richting rechts.
Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de vorige naald op te nemen, neem de draad op van achteren en brei recht in de voorste lus.
NA DE MARKEERDRAAD:
De nieuwe steek draait richting links.
Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de vorige naald op te nemen, neem de draad op vanaf de voorkant en brei recht in de achterste lus.

TIP VOOR HET MINDEREN (voor de mouwen):
Brei tot er 3 steken over zijn voor de markeerdraad, 2 recht samen, 2 recht (de markeerdraad zit tussen deze 2 steken), 1 steek recht afhalen, 1 recht en haal de afgehaalde steek over de gebreide steek (2 steken geminderd).

TIP VOOR HET AFKANTEN:
Om te voorkomen dat de afkantrand te strak wordt kunt u afkanten met een naald in een grotere maat. Als de rand nog steeds strak is, maak dan 1 omslag na ongeveer elke 6e steek terwijl u tegelijkertijd afkant; de omslagen worden als normale steken afgekant.

-------------------------------------------------------

BEGIN HET WERK HIER:

-------------------------------------------------------

TRUI – KORTE SAMENVATTING VAN HET WERK:
De hals en de pas worden in de rondte gebreid met de rondbreinaald, beginnend vanaf de rechterschouder en brei van boven naar beneden. Er worden steken gemeerderd voor de schouders, dan voor de mouwen en tot slot voor de pas.
De pas wordt verdeeld voor het lijf en mouwen en het lijf wordt verder in de rondte gebreid. De mouwen worden in de rondte gebreid met korte rondbreinaald/breinaalden zonder knop, van boven naar beneden.

DUBBELE HALS:
Zet 82-84-88-92-96-100 steken op met korte rondbreinaald 4 mm en Paris of Bomull-Lin. Brei boordsteek in de rondte (1 recht, 1 averecht) voor 8 cm.
Als de boordsteek is klaar, brei dan 1 naald recht terwijl u 18-16-20-28-32-28 steken verdeeld meerdert – lees TIP VOOR HET MEERDEREN/MINDEREN = 100-100-108-120-128-128 steken. Brei 1 naald recht (de omslagen worden gedraaid gebreid).

PAS:
Ga verder met rondbreinaald 5 mm. Voeg 1 markeerdraad in na de eerste 33-33-37-40-44-44 steken op de naald (= midden voor) – de pas wordt gemeten vanaf deze markeerdraad!
Voeg daarnaast 4 nieuwe markeerdraden in zoals beschreven hieronder – zonder de steken te breien en elke markeerdraad wordt ingevoegd tussen 2 steken. Deze markeerdraden worden gebruikt bij het meerderen voor de schouders.
Voeg markeerdraad 1 in voor de eerste steek op de naald (= achterkant van de rechterschouder als het kledingstuk gedragen wordt).
Tel 16-16-20-20-24-24 steken vanaf markeerdraad 1 (= schouder), voeg markeerdraad 2 in voor de volgende steek.
Tel 34-34-34-40-40-40 steken vanaf markeerdraad 2 (= voorpand), voeg markeerdraad 3 in voor de volgende steek.
Tel 16-16-20-20-24-24 steken vanaf markeerdraad 3 (= schouder), voeg markeerdraad 4 in voor de volgende steek.
Er zijn 34-34-34-40-40-40 steken over op de naald na markeerdraad 4 (= achterpand).
Neem deze 4 markeerdraden mee tijdens het breien in de hoogte; u meerdert op elke markeerdraad.

ZADELSCHOUDERS:
Lees het volgende deel helemaal door voordat u verder gaat – op de eerste naald begint u het patroon en begin met meerderen voor de schouders!
PATROON:
Brei (begin van de naald = markeerdraad 1) 0-0-2-2-0-0 steken in tricotsteek, A.2 in totaal 2-2-2-2-3-3 keer in de breedte, 0-0-2-2-0-0 steken in tricotsteek, markeerdraad 2, A.1 over de volgende 34-34-34-40-40-40 steken (= voorpand), markeerdraad 3, 0-0-2-2-0-0 steken in tricotsteek, A.3 in totaal 2-2-2-2-3-3 keer in de breedte, 0-0-2-2-0-0 steken in tricotsteek, markeerdraad 4, A.1 over de laatste 34-34-34-40-40-40 steken (= achterpand).
MEERDERINGEN VOOR DE ZADELSCHOUDERS:
Meerder TEGELIJKERTIJD op de eerste naald 4 steken voor de schouders als volgt:
Meerder VOOR markeerdraden 1 en 3 en meerder NA markeerdraden 2 en 4 – lees TIP VOOR HET MEERDEREN-1. U meerdert alleen op de voor- en achterpanden en het aantal steken op de schouders blijft hetzelfde.
Ga zo verder in de rondte en meerder iedere naald in totaal 20-22-24-26-28-28 keer = 180-188-204-224-240-240 steken. DENK OM DE STEKENVERHOUDING!

LET OP: De gemeerderde steken worden in A.1 gebreid op de voor- en achterpanden zoals te zien is in het telpatroon, dan worden de volgende meerderingen in tricotsteek gebreid. LET OP: Herhaal in de hoogte zoals te zien is in A.4, A.5 en A.6.
Na de laatste meerdering meet het werk 9-10-11-12-13-13 cm vanaf de markeerdraad op de hals. Ga verder met meerderen voor de mouwen zoals beschreven hieronder.

MEERDERINGEN OP DE MOUWEN:
Ga verder met het patroon in de rondte.
Meerder TEGELIJKERTIJD op de volgende naald 4 steken als volgt:
Meerder NA markeerdraden 1 en 3 en VOOR markeerdraden 2 en 4 – denk om TIP VOOR HET MEERDEREN-1.
U meerdert nu alleen op de mouwen en het aantal steken op de voor- en achterpanden blijft hetzelfde. De gemeerderde steken worden in A.2 en A.3 gebreid. LET OP: De steken op de voor- en achterpanden worden verder gebreid zoals te zien is in A.1, en u herhaalt in de hoogte zoals te zien is in A.4, A.5 en A.6 – de andere steken worden in tricotsteek gebreid.
Meerder zo voor de mouwen iedere 2e naald in totaal 11-10-9-9-7-8 keer = 224-228-240-260-268-272 steken.
Het werk meet ongeveer 19-19-19-20-19-20 cm vanaf de markeerdraad op de hals. Meerder nu voor de pas zoals beschreven hieronder.

MEERDERINGEN OP DE PAS:
Verplaats de 4 markeerdraden zodat elke markeerdraad in de buitenste steek aan elke kant van het voor- en achterpand zit. Er zijn 38-36-38-38-38-40 steken tussen de markeerdraden op elke mouw.
Meerder op de volgende naald 8 steken voor de pas, door voor en na elke markeerdraadsteek te meerderen – denk om TIP VOOR HET MEERDEREN-1.
U meerdert nu op zowel de achter- en voorpanden als op de mouwen. De gemeerderde steken worden in tricotsteek gebreid op de voor- en achterpanden en in A.2/A.3 op de mouwen.
Meerder zo iedere 2e naald in totaal 1-3-4-5-7-9 keer = 232-252-272-300-324-344 steken.
Als alle meerderingen klaar zijn, meet het werk ongeveer 20-22-23-25-26-28 cm vanaf de markeerdraad op de hals. Als het werk korter is dan dit, brei dan verder tot de juiste lengte, zonder verdere meerderingen.
Verdeel nu het werk voor het lijf en de mouwen als volgt:
Begin 0-1-1-3-2-0 steken voor de eerste markeerdraadsteek, plaats de volgende 42-46-50-56-58-60 steken op een hulpdraad voor de mouw, zet 12-12-14-16-16-18 steken op (= in de zijkant onder de mouw), brei de volgende 74-80-86-94-104-112 steken (= voorpand), plaats de volgende 42-46-50-56-58-60 steken op een hulpdraad voor de mouw, zet 12-12-14-16-16-18 steken op (= in de zijkant onder de mouw), brei de laatste 74-80-86-94-104-112 steken (= achterpand). Het lijf en de mouwen worden apart verder gebreid. HET WERK WORDT NU VANAF HIER GEMETEN.

LIJF:
= 172-184-200-220-240-260 steken.
Ga verder in de rondte met tricotsteek en patroon zoals hiervoor – zorg ervoor dat de herhalingen van A.4, A.5 en A.6 overeenkomen met de pas. De 12-12-14-16-16-18 opgezette steken onder elke mouw worden in tricotsteek gebreid.
Brei tot het werk 22 cm meet vanaf de scheiding in alle maten. Er is ongeveer 5 cm over tot de gewenste lengte – pas de trui en brei tot de gewenste lengte.
Meerder nu steken om te voorkomen dat de boordsteek te strak wordt.
Brei 1 naald recht terwijl u 18-18-20-22-24-26 steken verdeeld meerdert – denk om TIP VOOR HET MEERDEREN/MINDEREN = 190-202-220-242-264-286 steken.
Ga verder met rondbreinaald 4 mm. Brei 5 cm boordsteek (1 recht, 1 averecht). Kant af met recht boven recht en averecht boven averecht – lees TIP VOOR HET AFKANTEN! De trui meet ongeveer 52-54-56-58-60-62 cm vanaf de schouder naar beneden.

MOUWEN:
Plaats de 42-46-50-56-58-60 steken van de hulpdraad aan de ene kant van het werk op breinaalden zonder knop/korte rondbreinaald 5 mm en neem 1 steek op in elk van de 12-12-14-16-16-18 opgezette steken onder de mouw = 54-58-64-72-74-78 steken. Voeg een markeerdraad in, in het midden van de 12-12-14-16-16-18 steken onder de mouw. Neem de markeerdraad mee tijdens het breien in de hoogte; het wordt gebruikt bij het minderen onder de mouw.
Ga verder met A.2/A.3 in de rondte zoals hiervoor – de steken die niet in patroon onder de mouw passen worden in tricotsteek gebreid.
Als de mouw 3-3-2-2-2-2 cm meet vanaf de scheiding, minder dan 2 steken onder de mouw – lees TIP VOOR HET MINDEREN.
Minder zo iedere 3-3-2-1½-1½-1½ cm in totaal 3-4-6-10-10-11 keer = 48-50-52-52-54-56 steken. Brei tot de mouw 34-33-33-32-32-30 cm meet vanaf de scheiding. Er is ongeveer 5 cm over tot de gewenste lengte – pas de trui en brei tot de gewenste lengte.
Minder nu steken om de boordsteek een goede pasvorm te geven.
Brei 1 naald recht terwijl u 14 steken verdeeld mindert = 34-36-38-38-40-42 steken.
Ga verder met breinaalden zonder knop maat 4 mm en brei 5 cm boordsteek (1 recht, 1 averecht). Kant af met recht boven recht en averecht boven averecht – denk om TIP VOOR HET AFKANTEN! De mouw meet ongeveer 39-38-38-37-37-35 cm vanaf de scheiding.
Brei de andere mouw op dezelfde manier.

AFWERKING:
Vouw de hals dubbel naar de binnenkant en naai naar beneden vast. Om te voorkomen dat de hals te strak wordt en naar buiten rolt, is het belangrijk dat de naad elastisch is.

Telpatroon

symbols = recht
symbols = averecht
symbols = maak 1 omslag tussen 2 steken
symbols = Bobbel: 1 recht in zowel de voorkant als de achterkant van dezelfde steek tot er 3 steken zijn (= 2 steken gemeerderd), brei 3 naalden tricotsteek over deze 3 steken. Brei op de volgende naald (goede kant) deze 3 steken recht samen (= 2 steken geminderd)
symbols = 2 recht samen
symbols = 1 steek recht afhalen, 1 recht en haal de afgehaalde steek over de gebreide steek
symbols = zet 1 steek op een kabelnaald achter het werk, 1 recht, 1 recht van de kabelnaald
symbols = zet 2 steken op een kabelnaald achter het werk, 2 recht, 2 recht van de kabelnaald
symbols = zet 3 steken op een kabelnaald achter het werk, 3 recht, 3 recht van de kabelnaald
symbols = breirichting
symbols = meerdering voor de zadelschouder
symbols = mouwmeerdering
symbols = pasmeerdering
diagram
diagram
diagram
diagram
diagram
diagram
signature

Heeft u hulp nodig voor dit patroon?

Bedankt dat u een patroon van DROPS Design kiest. We zijn er trots op dat we patronen aanbieden die correct en makkelijk te volgen zijn. Alle patronen zijn uit het Noors vertaald en u kunt altijd het origineel patroon controleren (DROPS 221-40) voor de afmetingen en de berekiningen.

Heeft u moeite met het volgen van het patroon? Hieronder vindt u een lijst met bronnen die u kunnen helpen om uw project vlot af te maken - of om eenvoudig iets nieuws te leren.

1) Waarom is de stekenverhouding zo belangrijk?

De stekenverhouding bepaalt de uiteindelijke afmetingen van uw werkstuk en wordt normaliter aangegeven in 10 x 10 cm. Het wordt als volgt aangegeven: het aantal steken in de breedte x het aantal naalden in de hoogte - dus: 19 steken x 26 naalden = 10 x 10 cm.

De stekenverhouding is heel erg individueel; sommige mensen breien/haken heel losjes, terwijl anderen vrij strak werken. De stekenverhouding past u aan met de naalddikte, wat de reden is waarom we slechts een suggestie voor de naalddikte geven! U moet deze aanpassen (naar boven of beneden) om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding overeenkomt met de stekenverhouding die aangegeven staat in het patroon. Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan zal het garenverbruik anders zijn, en zal uw werkstuk andere afmetingen krijgen dan het patroon aangeeft.

De stekenverhouding geeft tevens aan welk garen als vervanging kan dienen. U kunt verschillende garens met elkaar vervangen, zolang de stekenverhouding maar hetzelfde is.

Bekijk de DROPS les: Hoe u de stekenverhouding opmeet

Bekijk de DROPS video: Hoe u een proeflapje maakt

naar boven

2) Wat zijn de garengroepen?

Al onze garens zijn ondergebracht in garengroepen (van A tot F) volgens dikte en stekenverhouding – groep A bevat de dunste garens en groep F de dikste. Dit maakt het makkelijker voor u om alternatieve garens te vinden voor onze patronen, indien u graag ander garen wilt gebruiken. Alle garens binnen dezelfde groep hebben ongeveer eenzelfde stekenverhouding en kunnen elkaar vervangen. Het is wel zo dat verschillende garenkwaliteiten verschillende structuren en eigenschappen hebben, wat het uiteindelijke werkstuk een unieke 'look en feel' geeft.

Klik hier voor een overzicht van de garens in elke garengroep

naar boven

3) Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

Bij het kiezen van een ander garen is het belangrijk dat de stekenverhouding hetzelfde blijft. De afmetingen van het uiteindelijke werk zijn dan hetzelfde als aangegeven in de tekening bij het patroon. Het is makkelijker om dezelfde stekenverhouding te krijgen als u garen gebruikt uit dezelfde garengroep. Het is ook mogelijk om meerdere draden van een dunner garen te gebruiken om de stekenverhouding van een dikker garen te krijgen. Probeer onze garenvervanger. We raden u aan om altijd een proeflapje te maken.

LET OP: als u een ander garen neemt, kan het kledingstuk een andere 'look en feel' krijgen dan het kledingstuk op de foto, vanwege individuele eigenschappen en kwaliteiten van elk garen.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

naar boven

4) Hoe gebruik ik de garenvervanger?

Bovenaan al onze patronen vindt u een link naar onze garenvervanger, welke handig kan zijn als u een ander garen wilt gebruiken dan staat aangegeven in het patroon. Door het garen in te vullen dat u wilt vervangen, de hoeveelheid (in uw maat) en het aantal draden, stelt de vervanger geschikte alternatieven voor met dezelfde stekenverhouding. Daarnaast wordt aangegeven hoeveel u nodig heeft in de nieuwe kwaliteiten en of u met meerdere draden moet werken. De meeste bollen zijn 50 gram (sommige zijn 25 gram of 100 gram).

Als het patroon met meerdere kleuren wordt gebreid/gehaakt, moet elke kleur apart worden vervangen. Dit geldt ook als het patroon met verschillende draden van verschillende garens wordt gemaakt (bijvoorbeeld 1 draad Alpaca en 1 draad Kid-Silk) dan zult u voor elk individueel alternatieven moeten vinden.

Klik hier voor de garenvervanger

naar boven

5) Waarom krijg ik de verkeerde stekenverhouding met de aangegeven naalddikte?

De naalddikte die aangegeven is in het patroon geldt slechts als een richtlijn, het is van belang dat de stekenverhouding klopt. En omdat de stekenverhouding per persoon nogal verschillend is, zult u de naalddikte aan moeten passen om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding hetzelfde is als in het patroon – misschien is het nodig dat u 1 of zelfs 2 naalddiktes naar beneden of naar boven moet om de juiste stekenverhouding te krijgen. Daarom raden we ook aan om een proeflapje te maken.

Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan kunnen de afmetingen van het werkstuk afwijken van de afmetingen volgens de tekening.

Bekijk de DROPS les: Hoe meet u de stekenverhouding

Bekijk de DROPS video: Hoe maakt u een proeflapje voor de stekenverhouding

naar boven

6) Waarom wordt het patroon van boven naar beneden gereid?

Als u een kledingstuk van boven naar beneden breit, dan geeft dit meer flexibiliteit en mogelijkheden voor persoonlijke aanpassingen. Het is bijvoorbeeld makkelijker om het kledingstuk te passen terwijl u er mee bezig bent. U kunt ook makkelijker de lengte van de pas en de schouderkoppen aanpassen.

In de uitleg worden alle stappen zorgvuldig uitgelegd in de juiste volgorde. De telpatronen zijn aangepast aan de breirichting en worden zoals gebruikelijk gebreid.

naar boven

7) Waarom zijn de mouwen korter in de grotere maten?

De totale breedte van het kledingstuk (van pols tot pols) is groter in de grotere maten, ondanks dat de eigenlijke mouwen korter zijn. De grotere maten hebben langere mouwkoppen en bredere schouders, dus er is een goede pasvorm in alle maten.

naar boven

8) Wat is een herhaling?

Telpatronen worden vaak herhaald in de breedte op de naald en/of in de hoogte. 1 herhaling van het telpatroon is hoe het te zien is in het telpatroon. Als er staat dat u 5 herhalingen van A.1 op de naald moet breien, dan breit u het patroon in totaal 5 keer achter/na elkaar op de naald. Als er staat dat u 2 herhalingen van A.1 in de hoogte moet breien, dan breit u het hele telpatroon (dus alle naalden van het telpatroon) een keer en begint u opnieuw onderaan bij het begin en breit u het telpatroon nog een keer.

naar boven

9) Hoe brei ik volgens een telpatroon?

Het telpatroon laat alle naalden en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt gelezen van onder naar boven, van rechts naar links. 1 vierkant = 1 steek.

Als u heen en weer breit, wordt elke andere naald aan de goede kant gebreid en elke andere naald wordt aan de verkeerde kant gebreid. Als u aan de verkeerde kant breit, moet u het telpatroon omgekeerd breien, dus van links naar rechts. rechte steken worden dan averecht gebreid en averechte steken recht, etc.

Als u in de rondte breit wordt elke naald aan de goede kant gebreid en het telpatroon wordt dan van rechts naar links gebreid op alle naalden.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees ik de teltekening bij de patronen?

naar boven

10) Hoe haak ik volgens een telpatroon?

Het telpatroon laat alle toeren en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt van onder naar boven gehaakt en van rechts naar links.

Als u heen en weer haakt, wordt elke andere toer aan de goede kant gehaakt: van rechts naar links en elke andere toer wordt aan de verkeerde kant gehaakt: vank links naar rechts.

Als u in de rondte haakt, wordt elke toer in het telpatroon aan de goede kant gehaakt, van rechts naar links.

Als u een cirkelvormig telpatroon haakt, dan begint u in het midden en haakt u naar buiten toe, tegen de klok in, toer na toer.

Meestal beginnen de toeren met een opgegeven aantal lossen (overeenkomend met de hoogte van de volgende steek), deze zijn of in het telpatroon opgenomen, of uitgelegd in het patroon.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees je telpatronen voor haken

naar boven

11) Hoe brei/haak je verschillende telpatronen tegelijkertijd op dezelfde naald/toer

Instructies om verschillende telpatronen achter elkaar op dezelfde naald/toer te breien/haken, worden meestal als volgt beschreven: “brei/haak A.1, A.2, A.3 in totaal 0-0-2-3-4 keer". Dit betekent dat u A.1 een keer breit/haakt, daarna wordt A.2 een keer gebreid/gehaakt, en A.3 wordt het aantal aangegeven keren (in de breedte) in uw maat gebreid/gehaakt – in dit geval als volgt: S = 0 keer, M = 0 keer, L=2 keer, XL= 3 keer en XXL = 4 keer.

De telpatronen worden zoals gebruikelijk gebreid/gehaakt: begin met de eerste naald/toer in A.1, brei/haak dan de volgende naald/toer in A.2 etc.

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor breien leest

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor haken leest

naar boven

12) Waarom begint het werk met meer lossen dan waarmee gehaakt wordt?

Lossen zijn ietsje smaller dan andere steken en om te voorkomen dat de opzetrand te strak wordt, haken we eenvoudigweg meer lossen om mee te beginnen. Het aantal steken wordt in de volgende toer aangepast zodat het overeenkomt met het patroon en de afmetingen in de tekening.

naar boven

13) Waarom meerderen voor de boord als het werk van boven naar beneden gebreid wordt?

De rand in ribbelsteek is elastischer en zal ietwat samentrekken vergeleken met bijvoorbeeld tricotsteek. Door te meerderen voor de rand in ribbelsteek, voorkomt u een zichtbaar verschil in breedte tussen de rand in ribbelsteek en de rest van het lijf.

naar boven

14) Waarom meerderen in de afkantrand?

Het gebeurt vrij makkelijk dat u te strak afkant, en door omslagen te maken tijdens het afkanten (terwijl u deze tegelijkertijd afkant) voorkomt u dat de afkantrand te strak wordt.

Bekijk de DROPS video: Hoe kant u af met omslagen

naar boven

15) Hoe meerder/minder je afwisselend op elke 3e en 4e naald/toer?

Om gelijkmatig te meerderen (of te minderen) kunt u meerderen op, bijvoorbeeld: afwisselend elke 3e en 4e naald, als volgt: brei 2 naalden en meerder op de 3e naald, brei 3 naalden en meerder op de 4e naald. Herhaal dit tot het meerderen klaar is.

Bekijk de DROPS les: Meerder of minder 1 st afwisselend

naar boven

16) Waarom is het patroon een beetje anders dan wat ik op de foto zie?

Herhalingen van het patroon kunnen een beetje anders zijn in de verschillende maten, om de juiste verhoudingen te krijgen. Als u niet dezelfde maat maakt als het kledingstuk op de foto, wijkt uw werkstuk wellicht ietsje af. Dit is met zorg ontwikkeld en aangepaste zodat het totale beeld van het kledingstuk hetzelfde is in alle maten.

Zorg ervoor dat u de instructies en de telpatronen voor uw maat volgt!

naar boven

17) Hoe kan ik een vest in de rondte breien, in plaats van heen en weer?

Als u liever in de rondte breit dan heen en weer, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen. U moet dan steken midden voor toevoegen (meestal 5 steken) en de instructies volgen. Als u normaal het werk keert en aan de verkeerde kant breit, breit u nu over de extra steken en gaat u verder in de rondte. Aan het einde knipt u het werk open. Neem steken op voor de biezen en werk de afgeknipte randen af.

Bekijk de DROPS video: Hoe breit u knipbiezen en openknippen

naar boven

18) Kan ik een trui heen en weer breien in plaats van in de rondte?

Als u liever heen en weer breit dan in de rondt, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen zodat u de panden apart van elkaar breit en aan het eind aan elkaar naait. Deel de steken voor het lijf in tweeën en voeg 1 kantsteek toe aan elke kant (voor het in elkaar naaien) en brei het voor- en achterpand apart van elkaar.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een patroon aanpassen van rondbreinaalden naar rechte naalden?

naar boven

19) Waarom staan er garens in de patronen die niet meer leverbaar zijn?

Omdat de verschillende garens verschillende kwaliteiten en verschillend texturen hebben, hebben we ervoor gekozen om het originele garen in het patroon te laten staan. Maar u kunt vrij makkelijk andere opties vinden tussen de beschikbare garenkwaliteiten door onze garenvervanger te gebruiken, of door een garen uit dezelfde garengroep uit te kiezen.

Het is mogelijk dat sommige verkooppunten nog bollen op voorraad hebben van garens die niet meer leverbaar zijn, of dat iemand thuis nog een paar bollen heeft liggen en hier een patroon bij zoekt.

Degarenvervanger laat alternatieve garens zien en de hoeveelheid die u nodig heeft in de nieuwe kwaliteit.

naar boven

20) Hoe verander ik een kledingstuk voor dames in eentje voor heren?

Als u een patroon heeft gevonden doe alleen beschikbaar is in damesmaten, dan hoeft het niet heel moeilijk te zijn om deze aan te passen naar een herenmaat. Het grootste verschil is de lengte van de mouwen en het lijf. Begin met breien in de damesmaat die overeenkomt met de borstwijdte. De lengte die erbij komt wordt namelijk gebreid voordat u begint met afkanten voor de armsgaten. Als het patroon van boven naar beneden wordt gebreid, kunt u lengte toevoegen vlak na de armsgaten of voor de eerste mindering op de mouw.

Wat betreft de extra hoeveelheid garen wat u nodig heeft: dit hangt heel erg af van hoeveel lengte u toevoegt, maar het is vaak meter dat u een bol te veel hebt dan te weinig.

naar boven

21) Hoe voorkom ik dat een harig kledingstuk gaat pillen of pluizen?

Alle garens hebben vezels die uitsteken (door de productie) waardoor een kledingstuk gaat pluizen of pillen. Geborstelde garens (dus meer harige garens) hebben meer van deze losse, uitstekende vezels waardoor het eerder gaat pluizen of pillen.

Hoewel het niet mogelijk is om te garanderen dat geborsteld garen 100% pluisvrij is, is het wel mogelijk om dit drastisch af te laten nemen, door de volgende stappen te ondernemen:

1. Als het kledingstuk klaar is (voordat u het gaat wassen) schudt u het kledingstuk flink uit, zodat de losse haartjes eruit komen. LET OP: gebruik GEEN roller, borstel of andere methode, waardoor aan het kledingstuk getrokken wordt

2. Plaats het kledingstuk in een plastic zak en leg het in de vriezer - de temperatuur zorgt ervoor dat de vezels minder aan elkaar blijven zitten, en uitstekende vezels komen makkelijker los.

3. Laat een paar uur in de vriezer liggen, voordat u het eruit haalt en schudt het kledingstuk dan opnieuw uit.

4. Was het kledingstuk volgens de instructies op het garenlabel.

naar boven

22) Waar op het kledingstuk wordt de lengte gemeten??

De tekening/ het schema met de afmetingen geeft informatie over de volledige lengte van het kledingstuk. Als het een trui of een vest betreft, dan wordt deze vanaf het hoogste punt op de schouder gemeten (meestal het dichtst bij de halslijn), en recht naar beneden tot de onderkant van het kledingstuk. Het wordt NIET gemeten vanaf de punt van de schouder. Op gelijke wijze wordt ook de lengte van de pas gemeten, vanaf het hoogste punt op de schouder en naar beneden tot waar de pas gesplitst wordt voor het lijf en de mouwen.

Op een vest worden de afmetingen nooit over de biezen genomen, tenzij anders aangegeven. Meet altijd binnen de biessteken als u de lengte opmeet.

Bekijk de DROPS les: Maattekeningen lezen

naar boven

23) Hoe weet ik hoeveel bollen ik nodig heb?

De benodigde hoeveelheid garen wordt aangegeven in grammen, dus bijvoorbeeld: 450 g. Om uit te rekenen hoeveel bollen u nodig heeft, moet u eerst weten hoeveel gram er in 1 bol gaat (25 g, 50 g, of 100 g). Deze informatie vindt u door op de individuele garenkwaliteit te klikken op onze site. Deel de hoeveelheid benodigde garen door de hoeveelheid per bol. Bijvoorbeeld, als de bollen 50 gram wegen (de meest gebruikelijke hoeveelheid), ziet de berekening er als volgt uit: 450 / 50 = 9 bollen.

naar boven

Heeft u DROPS garen besteld om dit patroon te maken? Dan heeft u recht op hulp van de winkel waar u het garen gekocht heeft. Vind hier een lijst van DROPS winkels!
Kunt u het antwoord op uw vraag nog steeds niet vinden? Scroll dan naar beneden en laat een vraag achter zodat een van onze experts kan proberen u te helpen. Dit wordt normaal tussen 5 tot 10 werkdagen gedaan.. In de tussentijd kunt u de vragen en antwoorden lezen die anderen bij dit patroon achter hebben gelaten of doe mee met de DROPS Workshop op Facebook om hulp te krijgen van mede breisters en haaksters!

Opmerkingen / Vragen (2)

country flag Corinne D 13.01.2021 - 15:18:

I'd name this one "broken arrow"

country flag Arndt 09.01.2021 - 10:41:

Namensvorschlag: Kühle Brise

Laat een opmerking achter voor DROPS 221-40

Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!

Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.