DROPS / 196 / 3

Daisy Delight Cardigan by DROPS Design

Gebreid vest met ronde pas in DROPS BabyMerino. Het werk wordt gebreid van boven naar beneden met Scandinavisch patroon en ribbelsteek. Maat: S - XXXL

DROPS design: Patroon nr. bm-058
Garengroep A
----------------------------------------------------------

Maat: S - M - L - XL - XXL - XXXL
Materiaal:
DROPS BABY MERINO van garnstudio (behoort tot garengroep A)
350-400-450-450-500-550 g kleur nr 41, pruim
50-50-50-50-50-50 g kleur 45, citroengeel
50-50-50-50-50-50 g kleur 02, naturel

----------------------------------------------------------
BENODIGDHEDEN VOOR HET WERK:

STEKENVERHOUDING:
24 steken in de breedte en 32 naalden in de hoogte in tricotsteek = 10 x 10 cm.

NAALDEN:
DROPS NAALDEN ZONDER KNOP EN RONDBREINAALD 3 mm, lengte 40 en 80 cm voor het kledingstuk.
DROPS NAALDEN ZONDER KNOP EN RONDBREINAALD 2.5 mm, lengte 80 cm voor de boordsteek en randen in ribbelsteek.
De naalddikte is slechts een richtlijn! Als u te veel steken heeft op 10 cm, ga dan verder met een grotere naald. Als u te weinig steken heeft op 10 cm, ga dan verder met een kleinere naald.

DROPS PARELMOERKNOOP GEBOGEN (wit), NR 521: 8-8-8-9-9-9 stuks.

-------------------------------------------------------
De kleurcombinaties die te zien zijn:
A) DROPS Baby Merino 22, 04, 20.
B) DROPS Baby Merino 37, 41, 3.
C) DROPS Baby Merino 38, 46, 09.
D) DROPS Baby Merino 20, 39, 45.

Heeft u deze of een van onze andere ontwerpen gemaakt? Tag uw afbeeldingen in social media met #dropsdesign, zodat we ze kunnen zien!

Wilt u een ander garen gebruiken? Probeer de garenvervanger!
Weet u niet zeker welke maat u moet kiezen? Dan is het misschien zinvol om te weten dat het model in de afbeelding ongeveer 170 cm is en maat S of M heeft. Wanneer u een trui, vest, jurk of vergelijkbaar kledingstuk maakt, dan kunt u onderaan het patroon een schema vinden met de afmetingen van het uiteindelijke kledingstuk (in cm).

100% wol
vanaf 3.70 € /50g
DROPS Baby Merino uni colour DROPS Baby Merino uni colour 3.70 € /50g
Wolplein.nl
Bestel
DROPS Baby Merino mix DROPS Baby Merino mix 3.70 € /50g
Wolplein.nl
Bestel
Naalden & Haaknaalden
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 33.30€ krijgen. Lees meer.

Instructies voor het patroon

UITLEG VOOR HET PATROON:

----------------------------------------------------------

RIBBEL/RIBBELSTEEK (wordt in de rondte gebreid):
1 ribbel = 2 naalden. Brei 1 naald recht en 1 naald averecht.

RIBBEL/RIBBELSTEEK (heen en weer gebreid):
1 ribbel = 2 naalden recht.

PATROON:
Zie telpatronen A.1 tot A.4. Kies het telpatroon voor uw maat (geldt voor A.1).
De telpatronen laten alle naalden in het patroon aan de goede kant zien.

TIP VOOR HET BREIEN:
Om te voorkomen dat het kledingstuk haar elasticiteit verliest als u in patroon breit, is het belangrijk om de draden niet te strak aan te trekken aan de achterkant van het werk. Ga verder met een naald in een grotere maat wanneer u in patroon breit en het wordt wat te strak.

TIP VOOR HET MEERDEREN-1 (verdeeld):
Zo berekent u hoe vaak er gemeerderd moet worden, neem het totaal aantal steken op de naald (dus 116 steken), minus de biezen (= 5 steken aan elke kant van het werk = 10 steken) en deel deze door het aantal te maken meerderingen (dus 5) = 21.2.
In dit voorbeeld meerdert u door 1 omslag te maken na ongeveer iedere 21e steek. Brei op de volgende naald de omslagen gedraaid om gaatjes te voorkomen.

TIP VOOR HET MEERDEREN-2 (geldt voor de zijkanten van het lijf):
Alle meerderingen worden aan de goede kant gemaakt.
Brei tot er 8 steken over zijn voor de markeerdraad, maak 1 omslag, 16 recht (de markeerdraad is in het midden van deze steken), maak 1 omslag. Brei op de volgende naald de omslag gedraaid averecht om een gaatje te voorkomen.

VERHOGING:
Voeg 1 markeerdraad in, in de middelste steek op de naald (= midden achter). Begin aan de goede kant met pruim en brei in tricotsteek tot er 8-8-8-9-9-10 steken voorbij de markeerdraad zijn gebreid, keer het werk, trek de draad aan en brei 16-16-16-18-18-20 steken in tricotsteek. Keer het werk, trek de draad aan en brei 24-24-24-27-27-30 steken in tricotsteek, keer het werk, trek de draad aan en brei in tricotsteek tot er 5 steken over zijn op de naald, 5 voorbiessteken in ribbelsteek. Brei 1 naald op de verkeerde kant.

RAGLAN:
Alle meerderingen worden aan de goede kant gemaakt.
Meerder 1 steek aan elke kant van iedere markeerdraad (= 8 steken gemeerderd op de naald): Brei tot er 1 steek over is voor de markeerdraad, maak 1 omslag, 2 recht (de markeerdraad zit tussen deze steken), maak 1 omslag. Herhaal op de andere markeerdraden. Brei op de volgende naald de omslagen gedraaid om gaatjes te voorkomen

TIP VOOR HET MINDEREN (geldt voor de mouwen):
Minder 1 steek aan elke kant van de markeerdraad als volgt: Brei tot er 3 steken over zijn voor de markeerdraad en brei 2 recht samen, 2 recht (de markeerdraad zit tussen deze steken), 1 steek recht afhalen, 1 recht, haal de afgehaalde steek over de gebreide steek.

KNOOPSGATEN:
Minder voor de knoopsgaten op de rechter voorbies (als het kledingstuk gedragen wordt). 1 KNOOPSGAT = brei aan de goede kant tot er 3 steken over zijn op de naald, maak 1 omslag, 2 recht samen en eindig met 1 recht. Brei op de volgende naald (verkeerde kant) de omslag recht om een gaatje te maken. Minder het eerste knoopsgat als de halsrand 1½-2 cm. Minder dan de volgende 7-7-7-8-8-8 knoopsgaten met ongeveer 7 cm tussen elk.

----------------------------------------------------------

BEGIN HET WERK HIER:

----------------------------------------------------------

VEST - KORTE SAMENVATTING VAN HET WERK:
Heen en weer gebreid op de rondbreinaald, van boven naar beneden. Brei de mouwen in de rondte op breinaalden zonder knop/een korte rondbreinaald.

HALSRAND:
Zet 116-120-125-135-140-144 steken op de rondbreinaald 2.5 mm met pruim. Brei 5 ribbels in RIBBELSTEEK - lees uitleg hierboven. Minder voor de KNOOPSGATEN op de rechter voorbies - lees uitleg hierboven.

PAS:
Ga verder met rondbreinaald 3 mm. Brei de volgende naald als volgt aan de goede kant: 5 voorbiessteken in ribbelsteek, tricotsteek tot er 5 steken over zijn op de naald, Meerder tegelijkertijd 5-11-16-16-21-27 steken verdeeld – lees TIP VOOR HET MEERDEREN-1, 5 voorbiessteken in ribbelsteek = 121-131-141-151-161-171 steken. Brei 1 naald op de verkeerde kant. Voor een betere pasvorm kunt u een verhoging op de achterkant van de hals breien, zodat de pas ietwat hoger is op het achterpand. Deze verhoging kunt u ook overslaan, zodat de hals op de voor- en achterkant hetzelfde is - lees VERHOGING.
Voeg 9-10-10-10-11-11 markeerdraden in het werk zonder te breien als volgt: Voeg de eerste markeerdraad in na 12-11-12-12-10-10 steken, voeg elk van de volgende 8-9-9-9-10-10 markeerdraden in na 12-12-13-14-14-15 steken, er zijn 13-12-12-13-11-11 steken over op de naald na de laatste markeerdraad. Neem de markeerdraden in de hoogte mee tijdens het breien. Brei nu in patroon A.1 (kies het telpatroon voor uw maat) – lees TIP VOOR HET BREIEN, met 5 voorbiessteken in ribbelsteek aan elke kant en meerder TEGELIJKERTIJD op iedere naald met een pijl in telpatroon aan elke kant van de markeerdraden als volgt: DENK OM DE STEKENVERHOUDING!
PIJL-1: Meerder 1 steek aan elke kant van iedere markeerdraad (= 18-20-20-20-22-22 steken gemeerderd) = 139-151-161-171-183-193 steken.
PIJL-2: Meerder 1 steek aan elke kant van iedere markeerdraad (= 18-20-20-20-22-22 steken gemeerderd) = 157-171-181-191-205-215 steken.
PIJL-3: Meerder 1 steek aan elke kant van iedere markeerdraad (= 18-20-20-20-22-22 steken gemeerderd) = 175-191-201-211-227-237 steken.
PIJL-4: Meerder 1 steek aan elke kant van iedere markeerdraad (= 18-20-20-20-22-22 steken gemeerderd) = 193-211-221-231-249-259 steken.
PIJL-5: Meerder 1 steek aan elke kant van iedere markeerdraad (= 18-20-20-20-22-22 steken gemeerderd) = 211-231-241-251-271-281 steken.
Als A.1 helemaal in de hoogte is gebreid, meet het werk ongeveer 11-12-13-14-15-16 cm vanaf de opzetrand en naar beneden midden voor. Verwijder de markeerdraden. Brei nu in patroon als volgt: 5 voorbiessteken in ribbelsteek, A.2 (= 1 steek), brei A.3 tot er 5 steken over zijn op de naald (= 20-22-23-24-26-27 herhalingen van 10 steken) en 5 voorbiessteken in ribbelsteek. Meerder op de volgende tot de laatste naald in A.2 en A.3 10-11-12-14-11-11 steken verdeeld = 301-330-345-361-386-400 steken. Als A.2 en A.3 helemaal in de hoogte zijn gebreid, meet het werk ongeveer 19-20-21-22-23-24 cm vanaf de opzetrand en naar beneden midden voor.
Voeg nu 4 markeerdraden in het werk als volgt: Voeg de 1e markeerdraad in na de eerste 50-54-56-60-65-69 steken (= linker voorpand), voeg de 2e markeerdraad in na de volgende 55-62-66-66-68-67 steken (= mouw), voeg de 3e markeerdraad in na de volgende 91-98-101-109-120-128 steken (= achterpand) en voeg de 4e markeerdraad in na de volgende 55-62-66-66-68-67 steken (= mouw). Er zijn 50-54-56-60-65-69 steken over op de naald na de laatste markeerdraad (= rechter voorpand).
Brei nu in patroon A.4 met 5 voorbiessteken in ribbelsteek aan elke kant en begin tegelijkertijd op de eerste naald aan de goede kant met meerderen voor de RAGLAN – lees uitleg hierboven. Meerder zo iedere andere naald 5-6-8-10-11-13 keer in totaal = 341-378-409-441-474-504 steken. LET OP: Als A.4 1 keer in de hoogte is gebreid, ga dan verder met tricotsteek en 5 voorbiessteken in ribbelsteek aan elke kant tot alle meerderingen voor de raglan klaar zijn en het werk 22-24-26-28-30-32 cm meet vanaf de opzetrand.
Brei de volgende naald als volgt op de verkeerde kant: 5 voorbiessteken in ribbelsteek, 50-55-59-65-71-77 steken in tricotsteek (= rechter voorpand), zet de volgende 65-74-82-86-90-93 steken op 1 hulpdraad voor de mouw, zet 10-10-12-12-14-16 nieuwe steken op de naald (= in de zijkant onder de mouw), brei 101-110-117-129-142-154 steken (= achterpand), zet de volgende 65-74-82-86-90-93 steken op 1 hulpdraad voor de mouwranden, zet 10-10-12-12-14-16 nieuwe steken op de naald (= in de zijkant onder de mouw) en brei de overgebleven 50-55-59-65-71-77 steken in tricotsteek (= linker voorpand), 5 voorbiessteken in ribbelsteek. Brei het lijf en de mouwen apart verder. MEET HET WERK NU VANAF HIER!

LIJF:
= 231-250-269-293-322-350 steken. Voeg 1 markeerdraad in, 60-65-70-76-83-90 steken vanaf elke kant (er zijn nu 111-120-129-141-156-170 steken tussen de markeerdraden op het achterpand). Ga verder met pruim, tricotsteek en 5 voorbiessteken in ribbelsteek aan elke kant richting midden voor. Meerder bij een hoogte van 4 cm vanaf de scheiding, 2 steken aan elke kant - lees TIP VOOR HET MEERDEREN-2 (= 4 steken gemeerderd). Meerder zo ongeveer iedere 2 cm 12 keer in totaal = 279-298-317-341-370-398 steken. Brei de nieuwe steken in tricotsteek.
Meerder bij een hoogte van 28 cm vanaf de scheiding, 8-10-12-12-16-18 steken = 287-308-329-353-386-416 steken. Ga verder met rondbreinaald 2.5 mm. Brei boordsteek als volgt: 5 voorbiessteken in ribbelsteek, * 1 recht, 2 steken in ribbelsteek *, brei van *-* heen en weer voor 2 cm. Brei 2 ribbels en kant af. Het vest meet ongeveer 56-58-60-62-64-66 cm vanaf de schouder naar beneden.

MOUW:
Zet de 65-74-82-86-90-93 steken van de hulpdraad aan een kant van het werk op breinaalden zonder knop of een korte rondbreinaald 3 mm en neem daarnaast 1 steek op in elk van de 10-10-12-12-14-16 nieuw opgezette steken onder de mouw = 75-84-94-98-104-109 steken. Voeg 1 markeerdraad in, in het midden van de 10-10-12-12-14-16 steken midden onder de mouw en begin de naald hier. Ga verder met pruim en in tricotsteek. Minder bij een hoogte van 4 cm, 2 steken midden onder de mouw - lees TIP VOOR HET MINDEREN. Minder zo iedere 8e-6e-5e-4e-4e-3e naald 13-17-21-22-23-24 keer in totaal = 49-50-52-54-58-61 steken. Ga verder tot het werk 40-38-37-35-33-32 cm meet vanaf de scheiding (minder voor de grotere maten vanwege een bredere hals en een langere pas). Brei 1 naald recht en meerder 2-4-5-6-5-5 steken verdeeld = 51-54-57-60-63-66 steken. Brei verder met breinaalden zonder knop maat 2.5 mm. Brei nu boordsteek * 1 recht, 2 steken in ribbelsteek *, brei van *-* in de rondte voor 2 cm. Brei 2 ribbels en kant af. Brei de andere mouw op dezelfde wijze.

AFWERKING:
Naai de knopen op de linker voorbies.

Dit patroon is gecorrigeerd. .

Gewijzigd online: 12.04.2019
Correctie - LIJF: brei van *-* heen en weer voor 2 cm. Brei 2 ribbels en kant af. Het vest meet ongeveer 56-58-60-62-64-66 cm vanaf de schouder naar beneden.

Telpatroon

= recht aan de goede kant, averecht aan de verkeerde kant met pruim
= recht aan de goede kant, averecht aan de verkeerde kant met naturel
= recht aan de goede kant, averecht aan de verkeerde kant met citroengeel
= averecht aan de goede kant, recht aan de verkeerde kant met pruim
= maak 1 omslag tussen 2 steken. Brei op de volgende naald de omslag gedraaid averecht om een gaatje te voorkomen.
= dit vierkant is geen steek, ga gelijk verder met het volgende symbool in het telpatroon
= meerdernaald - lees uitleg in patroon!



Heeft u hulp nodig voor dit patroon?

Bedankt dat u een patroon van DROPS Design kiest. We zijn er trots op dat we patronen aanbieden die correct en makkelijk te volgen zijn. Alle patronen zijn uit het Noors vertaald en u kunt altijd het origineel patroon controleren (DROPS 196-3) voor de afmetingen en de berekiningen.

Heeft u moeite met het volgen van het patroon? Hieronder vindt u een lijst met bronnen die u kunnen helpen om uw project vlot af te maken - of om eenvoudig iets nieuws te leren.

We hebben tevens een stap-voor-stap uitleg voor verschillende technieken, welke u hier kunt vinden.

1) Waarom is de stekenverhouding zo belangrijk?

De stekenverhouding bepaalt de uiteindelijke afmetingen van uw werkstuk en wordt normaliter aangegeven in 10 x 10 cm. Het wordt als volgt aangegeven: het aantal steken in de breedte x het aantal naalden in de hoogte - dus: 19 steken x 26 naalden = 10 x 10 cm.

De stekenverhouding is heel erg individueel; sommige mensen breien/haken heel losjes, terwijl anderen vrij strak werken. De stekenverhouding past u aan met de naalddikte, wat de reden is waarom we slechts een suggestie voor de naalddikte geven! U moet deze aanpassen (naar boven of beneden) om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding overeenkomt met de stekenverhouding die aangegeven staat in het patroon. Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan zal het garenverbruik anders zijn, en zal uw werkstuk andere afmetingen krijgen dan het patroon aangeeft.

De stekenverhouding geeft tevens aan welk garen als vervanging kan dienen. U kunt verschillende garens met elkaar vervangen, zolang de stekenverhouding maar hetzelfde is.

Bekijk de DROPS les: Hoe u de stekenverhouding opmeet

Bekijk de DROPS video: Hoe u een proeflapje maakt

naar boven

2) Wat zijn de garengroepen?

Al onze garens zijn ondergebracht in garengroepen (van A tot F) volgens dikte en stekenverhouding – groep A bevat de dunste garens en groep F de dikste. Dit maakt het makkelijker voor u om alternatieve garens te vinden voor onze patronen, indien u graag ander garen wilt gebruiken. Alle garens binnen dezelfde groep hebben ongeveer eenzelfde stekenverhouding en kunnen elkaar vervangen. Het is wel zo dat verschillende garenkwaliteiten verschillende structuren en eigenschappen hebben, wat het uiteindelijke werkstuk een unieke 'look en feel' geeft.

Klik hier voor een overzicht van de garens in elke garengroep

naar boven

3) Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

Bij het kiezen van een ander garen is het belangrijk dat de stekenverhouding hetzelfde blijft. De afmetingen van het uiteindelijke werk zijn dan hetzelfde als aangegeven in de tekening bij het patroon. Het is makkelijker om dezelfde stekenverhouding te krijgen als u garen gebruikt uit dezelfde garengroep. Het is ook mogelijk om meerdere draden van een dunner garen te gebruiken om de stekenverhouding van een dikker garen te krijgen. Probeer onze garenvervanger. We raden u aan om altijd een proeflapje te maken.

LET OP: als u een ander garen neemt, kan het kledingstuk een andere 'look en feel' krijgen dan het kledingstuk op de foto, vanwege individuele eigenschappen en kwaliteiten van elk garen.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

naar boven

4) Hoe gebruik ik de garenvervanger?

Bovenaan al onze patronen vindt u een link naar onze garenvervanger, welke handig kan zijn als u een ander garen wilt gebruiken dan staat aangegeven in het patroon. Door het garen in te vullen dat u wilt vervangen, de hoeveelheid (in uw maat) en het aantal draden, stelt de vervanger geschikte alternatieven voor met dezelfde stekenverhouding. Daarnaast wordt aangegeven hoeveel u nodig heeft in de nieuwe kwaliteiten en of u met meerdere draden moet werken. De meeste bollen zijn 50 gram (sommige zijn 25 gram of 100 gram).

Als het patroon met meerdere kleuren wordt gebreid/gehaakt, moet elke kleur apart worden vervangen. Dit geldt ook als het patroon met verschillende draden van verschillende garens wordt gemaakt (bijvoorbeeld 1 draad Alpaca en 1 draad Kid-Silk) dan zult u voor elk individueel alternatieven moeten vinden.

Klik hier voor de garenvervanger

naar boven

5) Waarom krijg ik de verkeerde stekenverhouding met de aangegeven naalddikte?

De naalddikte die aangegeven is in het patroon geldt slechts als een richtlijn, het is van belang dat de stekenverhouding klopt. En omdat de stekenverhouding per persoon nogal verschillend is, zult u de naalddikte aan moeten passen om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding hetzelfde is als in het patroon – misschien is het nodig dat u 1 of zelfs 2 naalddiktes naar beneden of naar boven moet om de juiste stekenverhouding te krijgen. Daarom raden we ook aan om een proeflapje te maken.

Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan kunnen de afmetingen van het werkstuk afwijken van de afmetingen volgens de tekening.

Bekijk de DROPS les: Hoe meet u de stekenverhouding

Bekijk de DROPS video: Hoe maakt u een proeflapje voor de stekenverhouding

naar boven

6) Waarom wordt het patroon van boven naar beneden gereid?

Als u een kledingstuk van boven naar beneden breit, dan geeft dit meer flexibiliteit en mogelijkheden voor persoonlijke aanpassingen. Het is bijvoorbeeld makkelijker om het kledingstuk te passen terwijl u er mee bezig bent. U kunt ook makkelijker de lengte van de pas en de schouderkoppen aanpassen.

In de uitleg worden alle stappen zorgvuldig uitgelegd in de juiste volgorde. De telpatronen zijn aangepast aan de breirichting en worden zoals gebruikelijk gebreid.

naar boven

7) Waarom zijn de mouwen korter in de grotere maten?

De totale breedte van het kledingstuk (van pols tot pols) is groter in de grotere maten, ondanks dat de eigenlijke mouwen korter zijn. De grotere maten hebben langere mouwkoppen en bredere schouders, dus er is een goede pasvorm in alle maten.

naar boven

8) Wat is een herhaling?

Telpatronen worden vaak herhaald in de breedte op de naald en/of in de hoogte. 1 herhaling van het telpatroon is hoe het te zien is in het telpatroon. Als er staat dat u 5 herhalingen van A.1 op de naald moet breien, dan breit u het patroon in totaal 5 keer achter/na elkaar op de naald. Als er staat dat u 2 herhalingen van A.1 in de hoogte moet breien, dan breit u het hele telpatroon (dus alle naalden van het telpatroon) een keer en begint u opnieuw onderaan bij het begin en breit u het telpatroon nog een keer.

naar boven

9) Hoe brei ik volgens een telpatroon?

Het telpatroon laat alle naalden en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt gelezen van onder naar boven, van rechts naar links. 1 vierkant = 1 steek.

Als u heen en weer breit, wordt elke andere naald aan de goede kant gebreid en elke andere naald wordt aan de verkeerde kant gebreid. Als u aan de verkeerde kant breit, moet u het telpatroon omgekeerd breien, dus van links naar rechts. rechte steken worden dan averecht gebreid en averechte steken recht, etc.

Als u in de rondte breit wordt elke naald aan de goede kant gebreid en het telpatroon wordt dan van rechts naar links gebreid op alle naalden.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees ik de teltekening bij de patronen?

naar boven

10) Hoe haak ik volgens een telpatroon?

Het telpatroon laat alle toeren en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt van onder naar boven gehaakt en van rechts naar links.

Als u heen en weer haakt, wordt elke andere toer aan de goede kant gehaakt: van rechts naar links en elke andere toer wordt aan de verkeerde kant gehaakt: vank links naar rechts.

Als u in de rondte haakt, wordt elke toer in het telpatroon aan de goede kant gehaakt, van rechts naar links.

Als u een cirkelvormig telpatroon haakt, dan begint u in het midden en haakt u naar buiten toe, tegen de klok in, toer na toer.

Meestal beginnen de toeren met een opgegeven aantal lossen (overeenkomend met de hoogte van de volgende steek), deze zijn of in het telpatroon opgenomen, of uitgelegd in het patroon.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees je telpatronen voor haken

naar boven

11) Hoe brei/haak je verschillende telpatronen tegelijkertijd op dezelfde naald/toer

Instructies om verschillende telpatronen achter elkaar op dezelfde naald/toer te breien/haken, worden meestal als volgt beschreven: “brei/haak A.1, A.2, A.3 in totaal 0-0-2-3-4 keer". Dit betekent dat u A.1 een keer breit/haakt, daarna wordt A.2 een keer gebreid/gehaakt, en A.3 wordt het aantal aangegeven keren (in de breedte) in uw maat gebreid/gehaakt – in dit geval als volgt: S = 0 keer, M = 0 keer, L=2 keer, XL= 3 keer en XXL = 4 keer.

De telpatronen worden zoals gebruikelijk gebreid/gehaakt: begin met de eerste naald/toer in A.1, brei/haak dan de volgende naald/toer in A.2 etc.

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor breien leest

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor haken leest

naar boven

12) Waarom begint het werk met meer lossen dan waarmee gehaakt wordt?

Lossen zijn ietsje smaller dan andere steken en om te voorkomen dat de opzetrand te strak wordt, haken we eenvoudigweg meer lossen om mee te beginnen. Het aantal steken wordt in de volgende toer aangepast zodat het overeenkomt met het patroon en de afmetingen in de tekening.

naar boven

13) Waarom meerderen voor de boord als het werk van boven naar beneden gebreid wordt?

De rand in ribbelsteek is elastischer en zal ietwat samentrekken vergeleken met bijvoorbeeld tricotsteek. Door te meerderen voor de rand in ribbelsteek, voorkomt u een zichtbaar verschil in breedte tussen de rand in ribbelsteek en de rest van het lijf.

naar boven

14) Waarom meerderen in de afkantrand?

Het gebeurt vrij makkelijk dat u te strak afkant, en door omslagen te maken tijdens het afkanten (terwijl u deze tegelijkertijd afkant) voorkomt u dat de afkantrand te strak wordt.

Bekijk de DROPS video: Hoe kant u af met omslagen

naar boven

15) Hoe meerder/minder je afwisselend op elke 3e en 4e naald/toer?

Om gelijkmatig te meerderen (of te minderen) kunt u meerderen op, bijvoorbeeld: afwisselend elke 3e en 4e naald, als volgt: brei 2 naalden en meerder op de 3e naald, brei 3 naalden en meerder op de 4e naald. Herhaal dit tot het meerderen klaar is.

Bekijk de DROPS les: Meerder of minder 1 st afwisselend

naar boven

16) Waarom is het patroon een beetje anders dan wat ik op de foto zie?

Herhalingen van het patroon kunnen een beetje anders zijn in de verschillende maten, om de juiste verhoudingen te krijgen. Als u niet dezelfde maat maakt als het kledingstuk op de foto, wijkt uw werkstuk wellicht ietsje af. Dit is met zorg ontwikkeld en aangepaste zodat het totale beeld van het kledingstuk hetzelfde is in alle maten.

Zorg ervoor dat u de instructies en de telpatronen voor uw maat volgt!

naar boven

17) Hoe kan ik een vest in de rondte breien, in plaats van heen en weer?

Als u liever in de rondte breit dan heen en weer, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen. U moet dan steken midden voor toevoegen (meestal 5 steken) en de instructies volgen. Als u normaal het werk keert en aan de verkeerde kant breit, breit u nu over de extra steken en gaat u verder in de rondte. Aan het einde knipt u het werk open. Neem steken op voor de biezen en werk de afgeknipte randen af.

Bekijk de DROPS video: Hoe breit u knipbiezen en openknippen

naar boven

18) Kan ik een trui heen en weer breien in plaats van in de rondte?

Als u liever heen en weer breit dan in de rondt, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen zodat u de panden apart van elkaar breit en aan het eind aan elkaar naait. Deel de steken voor het lijf in tweeën en voeg 1 kantsteek toe aan elke kant (voor het in elkaar naaien) en brei het voor- en achterpand apart van elkaar.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een patroon aanpassen van rondbreinaalden naar rechte naalden?

naar boven

19) Waarom staan er garens in de patronen die niet meer leverbaar zijn?

Omdat de verschillende garens verschillende kwaliteiten en verschillend texturen hebben, hebben we ervoor gekozen om het originele garen in het patroon te laten staan. Maar u kunt vrij makkelijk andere opties vinden tussen de beschikbare garenkwaliteiten door onze garenvervanger te gebruiken, of door een garen uit dezelfde garengroep uit te kiezen.

Het is mogelijk dat sommige verkooppunten nog bollen op voorraad hebben van garens die niet meer leverbaar zijn, of dat iemand thuis nog een paar bollen heeft liggen en hier een patroon bij zoekt.

Degarenvervanger laat alternatieve garens zien en de hoeveelheid die u nodig heeft in de nieuwe kwaliteit.

naar boven

20) Hoe verander ik een kledingstuk voor dames in eentje voor heren?

Als u een patroon heeft gevonden doe alleen beschikbaar is in damesmaten, dan hoeft het niet heel moeilijk te zijn om deze aan te passen naar een herenmaat. Het grootste verschil is de lengte van de mouwen en het lijf. Begin met breien in de damesmaat die overeenkomt met de borstwijdte. De lengte die erbij komt wordt namelijk gebreid voordat u begint met afkanten voor de armsgaten. Als het patroon van boven naar beneden wordt gebreid, kunt u lengte toevoegen vlak na de armsgaten of voor de eerste mindering op de mouw.

Wat betreft de extra hoeveelheid garen wat u nodig heeft: dit hangt heel erg af van hoeveel lengte u toevoegt, maar het is vaak meter dat u een bol te veel hebt dan te weinig.

naar boven

21) Hoe voorkom ik dat een harig kledingstuk gaat pillen of pluizen?

Alle garens hebben vezels die uitsteken (door de productie) waardoor een kledingstuk gaat pluizen of pillen. Geborstelde garens (dus meer harige garens) hebben meer van deze losse, uitstekende vezels waardoor het eerder gaat pluizen of pillen.

Hoewel het niet mogelijk is om te garanderen dat geborsteld garen 100% pluisvrij is, is het wel mogelijk om dit drastisch af te laten nemen, door de volgende stappen te ondernemen:

1. Als het kledingstuk klaar is (voordat u het gaat wassen) schudt u het kledingstuk flink uit, zodat de losse haartjes eruit komen. LET OP: gebruik GEEN roller, borstel of andere methode, waardoor aan het kledingstuk getrokken wordt

2. Plaats het kledingstuk in een plastic zak en leg het in de vriezer - de temperatuur zorgt ervoor dat de vezels minder aan elkaar blijven zitten, en uitstekende vezels komen makkelijker los.

3. Laat een paar uur in de vriezer liggen, voordat u het eruit haalt en schudt het kledingstuk dan opnieuw uit.

4. Was het kledingstuk volgens de instructies op het garenlabel.

naar boven

22) Waar op het kledingstuk wordt de lengte gemeten??

De tekening/ het schema met de afmetingen geeft informatie over de volledige lengte van het kledingstuk. Als het een trui of een vest betreft, dan wordt deze vanaf het hoogste punt op de schouder gemeten (meestal het dichtst bij de halslijn), en recht naar beneden tot de onderkant van het kledingstuk. Het wordt NIET gemeten vanaf de punt van de schouder. Op gelijke wijze wordt ook de lengte van de pas gemeten, vanaf het hoogste punt op de schouder en naar beneden tot waar de pas gesplitst wordt voor het lijf en de mouwen.

Op een vest worden de afmetingen nooit over de biezen genomen, tenzij anders aangegeven. Meet altijd binnen de biessteken als u de lengte opmeet.

Bekijk de DROPS les: Maattekeningen lezen

naar boven

23) Hoe weet ik hoeveel bollen ik nodig heb?

De benodigde hoeveelheid garen wordt aangegeven in grammen, dus bijvoorbeeld: 450 g. Om uit te rekenen hoeveel bollen u nodig heeft, moet u eerst weten hoeveel gram er in 1 bol gaat (25 g, 50 g, of 100 g). Deze informatie vindt u door op de individuele garenkwaliteit te klikken op onze site. Deel de hoeveelheid benodigde garen door de hoeveelheid per bol. Bijvoorbeeld, als de bollen 50 gram wegen (de meest gebruikelijke hoeveelheid), ziet de berekening er als volgt uit: 450 / 50 = 9 bollen.

naar boven

Heeft u DROPS garen besteld om dit patroon te maken? Dan heeft u recht op hulp van de winkel waar u het garen gekocht heeft. Vind hier een lijst van DROPS winkels!
Kunt u het antwoord op uw vraag nog steeds niet vinden? Scroll dan naar beneden en laat een vraag achter zodat een van onze experts kan proberen u te helpen. Dit wordt normaal tussen 5 tot 10 werkdagen gedaan.. In de tussentijd kunt u de vragen en antwoorden lezen die anderen bij dit patroon achter hebben gelaten of doe mee met de DROPS Workshop op Facebook om hulp te krijgen van mede breisters en haaksters!

Opmerkingen / Vragen (8)

Sally Juras 22.12.2019 - 12:54:

I’m working the medium size and just starting charts A.2 and A.3 Why does the pattern say to work 22 repeats of 10 stitches when the A.3 chart shows repeats of 12 stitches? I’m confused.

DROPS Design 24.12.2019 kl. 17:55:

Dear Sally, the black square in the pattern means that there is no stitch there, and you should skip it. Without it there is 10 stitches in the 1st row of the A.3 pattern. Happy Knitting!

María González 06.04.2019 - 18:43:

Hola. Voy a iniciar está labor. Es mi primer chaqueta con esta página. Mi primera pregunta es por qué al elegir la talla no se cual será más acertada si la XL O LA XXL. Me podrian decir que medidas de contorno de pecho y de cadera tienen estás tallas. Gracias.

DROPS Design 06.04.2019 kl. 20:48:

Hola Maria. Las medidas del contorno de pecho están en el diagrama bajo el patrón. Si tienes dudas al elegir entre dos tallas, recomendamos elegir la talla más grande. Recuerda que es importante mantener la misma tensión del tejido al trabajar la labor, para seguir las instrucciones del patrón.

Laure 12.01.2019 - 23:11:

Bonjour, j'aurais une autre question. À la fin des explications pour le dos/devant, les dernières augmentations doivent t'elles se faire selon augmentation-2 ou elles doivent être réparties? Aussi, pour les côtes du dos/devant, je ne comprends pas qu'il fasse tricoter en rond. Et autant pour le dos que les manches, tricoter *1 m endroit, 2 m en mousse*, il me semble que ça donne que du point mousse, pas des côtes Merci

DROPS Design 14.01.2019 kl. 10:56:

Bonjour Laure, augmentez à intervalles réguliers (= AUGMENTATIONS-1). On ne tricote effectivement pas en rond (supprimé des explications, merci) mais bien comme avant en allers et retours. La m endroit des côtes va se tricoter à l'env sur l'envers. Bon tricot!

Margaretha Astin Lind 07.01.2019 - 20:57:

ÖNSKAR mer utförliga stickmönster. Alla är inte experter. Jag stickar koftan 196-3. Här kommit till mönstret och måste riva upp ett varv då det inte står hur många maskor som ska stickas efter fem frsmkantamaskor. Det stårsticcka A2 1 maska, A3 tills det återstår 5 kantmaskor. Hur många maskor innan mönstret börjar?

DROPS Design 10.01.2019 kl. 15:29:

Hei Margareta. Etter at du har strikket A.1, strikker slik: 5 kantmasker i rille, A.2 (over 1 maske), så strikker du A.3 over alle maskene, til det gjenstår 5 kantmasker, som strikkes i rille. Altså: Etter at du har strikket A.2 over den første masken (etter kantmaskene) skal A.3 gjentas: 20-22-23-24-26-27 ganger. Det er 10 masker i A.3. Du strikker A.3 over 200-220-230-240-260-270 masker. God fornøyelse

Laure 28.12.2018 - 21:16:

Bonjour, (1er jacquard!) pour la couleur "naturel", est-il préférable de couper le fil à chaque rang puisque la couleur est espacée de 11rang, ou de le faire suivre jusqu'au rang suivant? Y'a t'il une vidéo explicative pour ce type de patron? Merci

DROPS Design 02.01.2019 kl. 10:38:

Bonjour Laure, quand on tricote A.3 (= le jacquard), on doit faire suivre le fil à chaque rang, le motif va se tricoter sur l'endroit et sur l'envers (lisez les rangs sur l'endroit de droite à gauche en commençant en bas et les rangs sur l'envers de gauche à droite). Cette vidéo montre comment tricoter le jacquard de A.3 (avec un autre motif, mais répétez le diagramme en largeur le nombre de fois indiqué). Bon tricot!

May Skjerlie 06.11.2018 - 14:00:

Det skal økes ut 12 masker fra 241 m (str. L) før mønster i bærestykke, jevnt fordelt i A2 og A3 til 345 masker (str L). Men hvordan kan dette bli 345 masker etter økningen? Det må jo bli 104 masker som skal økes? Eller? Hvis det skal økes 12 m jevnt fordelt i hver rapport på 10 masker, så blir jo antall økte masker 120.

DROPS Design 20.11.2018 kl. 13:18:

Hei May. Du skal øke 12 masker jevnt fordelt på hele omgangen - på den nest siste pinnen av A.3. Du har da allerede økt 4 masker i hver rapport av A.3, dette er tegnet inn i diagrammet (2 masker på 1 omgang og 2 masker på 20 omgang. Det vil si at når du har strikket A.2 og A.3 i høyden har du økt 92 masker som en del av diagram A.3 (4 masker per 23 rapporter av A.3) og du har økt de 12 maskene jevnt fordelt på den nest siste omgangen = 104 masker økt totalt, og 345 masker på pinnen. God fornøyelse

Marianne 01.10.2018 - 02:09:

Forstår ikke afslutningskanten nederst på trøjen, hvad betyder 1r,2r

DROPS Design 01.10.2018 kl. 15:16:

Hei Marianne. Jeg kan skjønne at dette er en forvirrende formulering på dansk siden begge deler heter rett. Men du skal altså strikke 1 rettmaske (= rett fra retten, vrang fra vrangen) og 2 masker rettstrikk (rett fra retten, rett fra vrangen). Dette gjentas rundt omgangen. God fornøyelse.

Ruth Knudsen 27.09.2018 - 16:23:

I mønster 3 skal sidste firkant ikke med, så ville det være dejligt hvis i skrev rip er 2ret 2 vrang, fremfor at skrive 1 ret, 2ret

Laat een opmerking achter voor DROPS 196-3

Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!

Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.