DROPS / 167 / 5

Retro Waves by DROPS Design

Gebreide DROPS omslagdoek in ribbelst met verkorte toeren van ”Big Delight”.

Trefwoorden: diagonaal, omslagdoek,
DROPS design: Model nr. db-063
Garengroep C of A en A
----------------------------------------------------------
Maten: ongeveer 63 cm hoog in het midden en ongeveer 180 cm breed aan de bovenkant.
Materiaal:
DROPS BIG DELIGHT van Garnstudio
400 gr. kleur nr. 01, rozentuin

DROPS RONDBREINLD (80 cm) 7 mm – of de maat die u nodig hebt voor een stekenverhouding van 14 st x 26 nld in ribbelst = 10 x 10 cm.
----------------------------------------------------------

Heeft u deze of een van onze andere ontwerpen gemaakt? Tag uw afbeeldingen in social media met #dropsdesign, zodat we ze kunnen zien!

Wilt u een ander garen gebruiken? Probeer de garenvervanger!
Weet u niet zeker welke maat u moet kiezen? Dan is het misschien zinvol om te weten dat het model in de afbeelding ongeveer 170 cm is en maat S of M heeft. Wanneer u een trui, vest, jurk of vergelijkbaar kledingstuk maakt, dan kunt u onderaan het patroon een schema vinden met de afmetingen van het uiteindelijke kledingstuk (in cm).

100% wol
vanaf 5.99 € /100g
DROPS Big Delight print DROPS Big Delight print 5.99 € /100g
Breiwebshop
Bestel
Naalden & Haaknaalden
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 23.96€ krijgen. Lees meer.

Instructies voor het patroon

RIBBELST (heen en weer gebreid):
Brei alle nld recht. 1 ribbel = 2 nld r.

TIP VOOR HET MEERDEREN-1:
Als u over alle st breit, meerder dan als volgt (brei omsl r in de volgende nld = gaatjes):
NLD 1 en 2: 1 r, 1 omsl, brei de rest van de nld r.
NLD 3 en 4: 1 r, 1 omsl, 1 r, 1 omsl, brei de rest van de nld r. Herhaal deze 4 nld.

TIP VOOR HET MEERDEREN-2:
Brei bij verkorte toeren alleen over st aan een kant en meerder als volgt (brei omsl r in de volgende nld = gaatjes):
Nld 1: 1 r, 1 omsl, brei dan zoals uitgelegd staat.
Nld 2: brei zonder te meerderen.
Nld 3: 1 r, 1 omsl, 1 r, 1 omsl, brei dan zoals uitgelegd staat.
Nld 4: brei zonder te meerderen.
Herhaal deze 4 nld.
----------------------------------------------------------

OMSLAGDOEK:
Wordt heen en weer gebreid op een rondbreinld zodat alle st goed op de nld passen.

Zet 3 st op met rondbreinld 7 mm en Big Delight. Brei in RIBBELST - zie uitleg boven – en meerder TEGELIJKERTIJD aan begin van elke nld, afwisselend 1 en 2 st - LEES TIP VOOR HET MEERDEREN-1. DENK OM DE STEKENVERHOUDING! Als er zijn 45 st op de nld staan (14 ribbels zijn gebreid en het werk meet ongeveer 11 cm), plaats dan een markeerder na de eerste 15 st op de nld (gezien aan de goede kant). Brei dan en meerder als volgt:

VERKORTE TOEREN DEEL 1 (1e nld = goede kant):
brei r tot de markeerder - denk erom te meerderen aan de zijkant - LEES TIP VOOR HET MEERDEREN-2, keer en brei recht terug. Keer en brei r tot 1 st voorbij de markeerder, keer en brei recht terug. Ga verder en brei over 1 st meer elke keer tot er 16 ribbels gebreid zijn (verkorte toeren). Verplaats de markeerder naar het laatste keerpunt.

Brei 3 nld r over alle st, denk om de TIP VOOR HET MEERDEREN-1.

VERKORTE TOEREN DEEL 2 (1e nld = verkeerde kant):
Brei tot de markeerder, keer en brei de teruggaande nld. Denk erom te meerderen aan de zijkant. Ga verder en brei over 1 st meer elke keer tot er 20 ribbels zijn gebreid (verkorte toeren). Verplaats de markeerder naar het laatste keerpunt.

Brei 3 nld r over alle st, denk om het meerderen aan de zijkanten.

VERKORTE TOEREN DEEL 3 (1e nld = goede kant):
Brei tot de markeerder, keer en brei de teruggaande nld. Denk erom te meerderen aan de zijkant. Ga verder en brei over 1 st meer elke keer tot 20 ribbels zijn gebreid (verkorte toeren). Verplaats de markeerder naar het laatste keerpunt.

Brei 3 nld r over alle st, denk om het meerderen aan de zijkanten.

VERKORTE TOEREN DEEL 4 (1e nld = verkeerde kant):
Brei tot de markeerder, keer en brei de teruggaande nld. Denk erom te meerderen aan de zijkant. Ga verder en brei over 1 st meer elke keer tot er 20 ribbels zijn gebreid (verkorte toeren). Verplaats de markeerder naar het laatste keerpunt.

Brei 3 nld r over alle st, denk om het meerderen aan de zijkanten.

VERKORTE TOEREN DEEL 5 (1e nld = goede kant):
Brei tot de markeerder, keer en brei de teruggaande nld. Denk erom te meerderen aan de zijkant. Ga verder en brei over 1 st meer elke keer tot er 14 ribbels zijn gebreid (verkorte toeren). Verplaats de markeerder naar het laatste keerpunt.

Brei 3 nld r over alle st, denk om het meerderen aan de zijkanten.

VERKORTE TOEREN DEEL 6 (1e nld = verkeerde kant):
Brei tot de markeerder, keer en brei de teruggaande nld. Denk erom te meerderen aan de zijkant. Ga verder en brei over 1 st meer tot er 18 ribbels zijn gebreid (verkorte toeren). Verplaats de markeerder naar het laatste keerpunt.

Brei 3 nld r over alle st, denk om het meerderen aan de zijkanten.


VERKORTE TOEREN DEEL 7 (1e nld = goede kant):
Brei tot de markeerder, keer en brei de teruggaande nld. Denk erom te meerderen aan de zijkant. Ga verder en brei over 1 st meer tot er 8 ribbels zijn gebreid (verkorte toeren).

Brei 3 nld r over alle st, denk om het meerderen aan de zijkanten. Kant losjes af, gebruik een dikkere maat breinaald zodat de afkantrand mooi los wordt.

Dit patroon is gecorrigeerd. .

Gewijzigd online: 06.10.2016
Nieuw hoeveelheid garen: Materiaal:
DROPS BIG DELIGHT van Garnstudio
400 gr. kleur nr. 01, rozentuin

Heeft u hulp nodig voor dit patroon?

Bedankt dat u een patroon van DROPS Design kiest. We zijn er trots op dat we patronen aanbieden die correct en makkelijk te volgen zijn. Alle patronen zijn uit het Noors vertaald en u kunt altijd het origineel patroon controleren (DROPS 167-5) voor de afmetingen en de berekiningen.

Heeft u moeite met het volgen van het patroon? Hieronder vindt u een lijst met bronnen die u kunnen helpen om uw project vlot af te maken - of om eenvoudig iets nieuws te leren.

1) Waarom is de stekenverhouding zo belangrijk?

De stekenverhouding bepaalt de uiteindelijke afmetingen van uw werkstuk en wordt normaliter aangegeven in 10 x 10 cm. Het wordt als volgt aangegeven: het aantal steken in de breedte x het aantal naalden in de hoogte - dus: 19 steken x 26 naalden = 10 x 10 cm.

De stekenverhouding is heel erg individueel; sommige mensen breien/haken heel losjes, terwijl anderen vrij strak werken. De stekenverhouding past u aan met de naalddikte, wat de reden is waarom we slechts een suggestie voor de naalddikte geven! U moet deze aanpassen (naar boven of beneden) om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding overeenkomt met de stekenverhouding die aangegeven staat in het patroon. Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan zal het garenverbruik anders zijn, en zal uw werkstuk andere afmetingen krijgen dan het patroon aangeeft.

De stekenverhouding geeft tevens aan welk garen als vervanging kan dienen. U kunt verschillende garens met elkaar vervangen, zolang de stekenverhouding maar hetzelfde is.

Bekijk de DROPS les: Hoe u de stekenverhouding opmeet

Bekijk de DROPS video: Hoe u een proeflapje maakt

naar boven

2) Wat zijn de garengroepen?

Al onze garens zijn ondergebracht in garengroepen (van A tot F) volgens dikte en stekenverhouding – groep A bevat de dunste garens en groep F de dikste. Dit maakt het makkelijker voor u om alternatieve garens te vinden voor onze patronen, indien u graag ander garen wilt gebruiken. Alle garens binnen dezelfde groep hebben ongeveer eenzelfde stekenverhouding en kunnen elkaar vervangen. Het is wel zo dat verschillende garenkwaliteiten verschillende structuren en eigenschappen hebben, wat het uiteindelijke werkstuk een unieke 'look en feel' geeft.

Klik hier voor een overzicht van de garens in elke garengroep

naar boven

3) Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

Bij het kiezen van een ander garen is het belangrijk dat de stekenverhouding hetzelfde blijft. De afmetingen van het uiteindelijke werk zijn dan hetzelfde als aangegeven in de tekening bij het patroon. Het is makkelijker om dezelfde stekenverhouding te krijgen als u garen gebruikt uit dezelfde garengroep. Het is ook mogelijk om meerdere draden van een dunner garen te gebruiken om de stekenverhouding van een dikker garen te krijgen. Probeer onze garenvervanger. We raden u aan om altijd een proeflapje te maken.

LET OP: als u een ander garen neemt, kan het kledingstuk een andere 'look en feel' krijgen dan het kledingstuk op de foto, vanwege individuele eigenschappen en kwaliteiten van elk garen.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

naar boven

4) Hoe gebruik ik de garenvervanger?

Bovenaan al onze patronen vindt u een link naar onze garenvervanger, welke handig kan zijn als u een ander garen wilt gebruiken dan staat aangegeven in het patroon. Door het garen in te vullen dat u wilt vervangen, de hoeveelheid (in uw maat) en het aantal draden, stelt de vervanger geschikte alternatieven voor met dezelfde stekenverhouding. Daarnaast wordt aangegeven hoeveel u nodig heeft in de nieuwe kwaliteiten en of u met meerdere draden moet werken. De meeste bollen zijn 50 gram (sommige zijn 25 gram of 100 gram).

Als het patroon met meerdere kleuren wordt gebreid/gehaakt, moet elke kleur apart worden vervangen. Dit geldt ook als het patroon met verschillende draden van verschillende garens wordt gemaakt (bijvoorbeeld 1 draad Alpaca en 1 draad Kid-Silk) dan zult u voor elk individueel alternatieven moeten vinden.

Klik hier voor de garenvervanger

naar boven

5) Waarom krijg ik de verkeerde stekenverhouding met de aangegeven naalddikte?

De naalddikte die aangegeven is in het patroon geldt slechts als een richtlijn, het is van belang dat de stekenverhouding klopt. En omdat de stekenverhouding per persoon nogal verschillend is, zult u de naalddikte aan moeten passen om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding hetzelfde is als in het patroon – misschien is het nodig dat u 1 of zelfs 2 naalddiktes naar beneden of naar boven moet om de juiste stekenverhouding te krijgen. Daarom raden we ook aan om een proeflapje te maken.

Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan kunnen de afmetingen van het werkstuk afwijken van de afmetingen volgens de tekening.

Bekijk de DROPS les: Hoe meet u de stekenverhouding

Bekijk de DROPS video: Hoe maakt u een proeflapje voor de stekenverhouding

naar boven

6) Waarom wordt het patroon van boven naar beneden gereid?

Als u een kledingstuk van boven naar beneden breit, dan geeft dit meer flexibiliteit en mogelijkheden voor persoonlijke aanpassingen. Het is bijvoorbeeld makkelijker om het kledingstuk te passen terwijl u er mee bezig bent. U kunt ook makkelijker de lengte van de pas en de schouderkoppen aanpassen.

In de uitleg worden alle stappen zorgvuldig uitgelegd in de juiste volgorde. De telpatronen zijn aangepast aan de breirichting en worden zoals gebruikelijk gebreid.

naar boven

7) Waarom zijn de mouwen korter in de grotere maten?

De totale breedte van het kledingstuk (van pols tot pols) is groter in de grotere maten, ondanks dat de eigenlijke mouwen korter zijn. De grotere maten hebben langere mouwkoppen en bredere schouders, dus er is een goede pasvorm in alle maten.

naar boven

8) Wat is een herhaling?

Telpatronen worden vaak herhaald in de breedte op de naald en/of in de hoogte. 1 herhaling van het telpatroon is hoe het te zien is in het telpatroon. Als er staat dat u 5 herhalingen van A.1 op de naald moet breien, dan breit u het patroon in totaal 5 keer achter/na elkaar op de naald. Als er staat dat u 2 herhalingen van A.1 in de hoogte moet breien, dan breit u het hele telpatroon (dus alle naalden van het telpatroon) een keer en begint u opnieuw onderaan bij het begin en breit u het telpatroon nog een keer.

naar boven

9) Hoe brei ik volgens een telpatroon?

Het telpatroon laat alle naalden en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt gelezen van onder naar boven, van rechts naar links. 1 vierkant = 1 steek.

Als u heen en weer breit, wordt elke andere naald aan de goede kant gebreid en elke andere naald wordt aan de verkeerde kant gebreid. Als u aan de verkeerde kant breit, moet u het telpatroon omgekeerd breien, dus van links naar rechts. rechte steken worden dan averecht gebreid en averechte steken recht, etc.

Als u in de rondte breit wordt elke naald aan de goede kant gebreid en het telpatroon wordt dan van rechts naar links gebreid op alle naalden.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees ik de teltekening bij de patronen?

naar boven

10) Hoe haak ik volgens een telpatroon?

Het telpatroon laat alle toeren en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt van onder naar boven gehaakt en van rechts naar links.

Als u heen en weer haakt, wordt elke andere toer aan de goede kant gehaakt: van rechts naar links en elke andere toer wordt aan de verkeerde kant gehaakt: vank links naar rechts.

Als u in de rondte haakt, wordt elke toer in het telpatroon aan de goede kant gehaakt, van rechts naar links.

Als u een cirkelvormig telpatroon haakt, dan begint u in het midden en haakt u naar buiten toe, tegen de klok in, toer na toer.

Meestal beginnen de toeren met een opgegeven aantal lossen (overeenkomend met de hoogte van de volgende steek), deze zijn of in het telpatroon opgenomen, of uitgelegd in het patroon.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees je telpatronen voor haken

naar boven

11) Hoe brei/haak je verschillende telpatronen tegelijkertijd op dezelfde naald/toer

Instructies om verschillende telpatronen achter elkaar op dezelfde naald/toer te breien/haken, worden meestal als volgt beschreven: “brei/haak A.1, A.2, A.3 in totaal 0-0-2-3-4 keer". Dit betekent dat u A.1 een keer breit/haakt, daarna wordt A.2 een keer gebreid/gehaakt, en A.3 wordt het aantal aangegeven keren (in de breedte) in uw maat gebreid/gehaakt – in dit geval als volgt: S = 0 keer, M = 0 keer, L=2 keer, XL= 3 keer en XXL = 4 keer.

De telpatronen worden zoals gebruikelijk gebreid/gehaakt: begin met de eerste naald/toer in A.1, brei/haak dan de volgende naald/toer in A.2 etc.

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor breien leest

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor haken leest

naar boven

12) Waarom begint het werk met meer lossen dan waarmee gehaakt wordt?

Lossen zijn ietsje smaller dan andere steken en om te voorkomen dat de opzetrand te strak wordt, haken we eenvoudigweg meer lossen om mee te beginnen. Het aantal steken wordt in de volgende toer aangepast zodat het overeenkomt met het patroon en de afmetingen in de tekening.

naar boven

13) Waarom meerderen voor de boord als het werk van boven naar beneden gebreid wordt?

De rand in ribbelsteek is elastischer en zal ietwat samentrekken vergeleken met bijvoorbeeld tricotsteek. Door te meerderen voor de rand in ribbelsteek, voorkomt u een zichtbaar verschil in breedte tussen de rand in ribbelsteek en de rest van het lijf.

naar boven

14) Waarom meerderen in de afkantrand?

Het gebeurt vrij makkelijk dat u te strak afkant, en door omslagen te maken tijdens het afkanten (terwijl u deze tegelijkertijd afkant) voorkomt u dat de afkantrand te strak wordt.

Bekijk de DROPS video: Hoe kant u af met omslagen

naar boven

15) Hoe meerder/minder je afwisselend op elke 3e en 4e naald/toer?

Om gelijkmatig te meerderen (of te minderen) kunt u meerderen op, bijvoorbeeld: afwisselend elke 3e en 4e naald, als volgt: brei 2 naalden en meerder op de 3e naald, brei 3 naalden en meerder op de 4e naald. Herhaal dit tot het meerderen klaar is.

Bekijk de DROPS les: Meerder of minder 1 st afwisselend

naar boven

16) Waarom is het patroon een beetje anders dan wat ik op de foto zie?

Herhalingen van het patroon kunnen een beetje anders zijn in de verschillende maten, om de juiste verhoudingen te krijgen. Als u niet dezelfde maat maakt als het kledingstuk op de foto, wijkt uw werkstuk wellicht ietsje af. Dit is met zorg ontwikkeld en aangepaste zodat het totale beeld van het kledingstuk hetzelfde is in alle maten.

Zorg ervoor dat u de instructies en de telpatronen voor uw maat volgt!

naar boven

17) Hoe kan ik een vest in de rondte breien, in plaats van heen en weer?

Als u liever in de rondte breit dan heen en weer, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen. U moet dan steken midden voor toevoegen (meestal 5 steken) en de instructies volgen. Als u normaal het werk keert en aan de verkeerde kant breit, breit u nu over de extra steken en gaat u verder in de rondte. Aan het einde knipt u het werk open. Neem steken op voor de biezen en werk de afgeknipte randen af.

Bekijk de DROPS video: Hoe breit u knipbiezen en openknippen

naar boven

18) Kan ik een trui heen en weer breien in plaats van in de rondte?

Als u liever heen en weer breit dan in de rondt, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen zodat u de panden apart van elkaar breit en aan het eind aan elkaar naait. Deel de steken voor het lijf in tweeën en voeg 1 kantsteek toe aan elke kant (voor het in elkaar naaien) en brei het voor- en achterpand apart van elkaar.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een patroon aanpassen van rondbreinaalden naar rechte naalden?

naar boven

19) Waarom staan er garens in de patronen die niet meer leverbaar zijn?

Omdat de verschillende garens verschillende kwaliteiten en verschillend texturen hebben, hebben we ervoor gekozen om het originele garen in het patroon te laten staan. Maar u kunt vrij makkelijk andere opties vinden tussen de beschikbare garenkwaliteiten door onze garenvervanger te gebruiken, of door een garen uit dezelfde garengroep uit te kiezen.

Het is mogelijk dat sommige verkooppunten nog bollen op voorraad hebben van garens die niet meer leverbaar zijn, of dat iemand thuis nog een paar bollen heeft liggen en hier een patroon bij zoekt.

Degarenvervanger laat alternatieve garens zien en de hoeveelheid die u nodig heeft in de nieuwe kwaliteit.

naar boven

20) Hoe verander ik een kledingstuk voor dames in eentje voor heren?

Als u een patroon heeft gevonden doe alleen beschikbaar is in damesmaten, dan hoeft het niet heel moeilijk te zijn om deze aan te passen naar een herenmaat. Het grootste verschil is de lengte van de mouwen en het lijf. Begin met breien in de damesmaat die overeenkomt met de borstwijdte. De lengte die erbij komt wordt namelijk gebreid voordat u begint met afkanten voor de armsgaten. Als het patroon van boven naar beneden wordt gebreid, kunt u lengte toevoegen vlak na de armsgaten of voor de eerste mindering op de mouw.

Wat betreft de extra hoeveelheid garen wat u nodig heeft: dit hangt heel erg af van hoeveel lengte u toevoegt, maar het is vaak meter dat u een bol te veel hebt dan te weinig.

naar boven

21) Hoe voorkom ik dat een harig kledingstuk gaat pillen of pluizen?

Alle garens hebben vezels die uitsteken (door de productie) waardoor een kledingstuk gaat pluizen of pillen. Geborstelde garens (dus meer harige garens) hebben meer van deze losse, uitstekende vezels waardoor het eerder gaat pluizen of pillen.

Hoewel het niet mogelijk is om te garanderen dat geborsteld garen 100% pluisvrij is, is het wel mogelijk om dit drastisch af te laten nemen, door de volgende stappen te ondernemen:

1. Als het kledingstuk klaar is (voordat u het gaat wassen) schudt u het kledingstuk flink uit, zodat de losse haartjes eruit komen. LET OP: gebruik GEEN roller, borstel of andere methode, waardoor aan het kledingstuk getrokken wordt

2. Plaats het kledingstuk in een plastic zak en leg het in de vriezer - de temperatuur zorgt ervoor dat de vezels minder aan elkaar blijven zitten, en uitstekende vezels komen makkelijker los.

3. Laat een paar uur in de vriezer liggen, voordat u het eruit haalt en schudt het kledingstuk dan opnieuw uit.

4. Was het kledingstuk volgens de instructies op het garenlabel.

naar boven

22) Waar op het kledingstuk wordt de lengte gemeten??

De tekening/ het schema met de afmetingen geeft informatie over de volledige lengte van het kledingstuk. Als het een trui of een vest betreft, dan wordt deze vanaf het hoogste punt op de schouder gemeten (meestal het dichtst bij de halslijn), en recht naar beneden tot de onderkant van het kledingstuk. Het wordt NIET gemeten vanaf de punt van de schouder. Op gelijke wijze wordt ook de lengte van de pas gemeten, vanaf het hoogste punt op de schouder en naar beneden tot waar de pas gesplitst wordt voor het lijf en de mouwen.

Op een vest worden de afmetingen nooit over de biezen genomen, tenzij anders aangegeven. Meet altijd binnen de biessteken als u de lengte opmeet.

Bekijk de DROPS les: Maattekeningen lezen

naar boven

23) Hoe weet ik hoeveel bollen ik nodig heb?

De benodigde hoeveelheid garen wordt aangegeven in grammen, dus bijvoorbeeld: 450 g. Om uit te rekenen hoeveel bollen u nodig heeft, moet u eerst weten hoeveel gram er in 1 bol gaat (25 g, 50 g, of 100 g). Deze informatie vindt u door op de individuele garenkwaliteit te klikken op onze site. Deel de hoeveelheid benodigde garen door de hoeveelheid per bol. Bijvoorbeeld, als de bollen 50 gram wegen (de meest gebruikelijke hoeveelheid), ziet de berekening er als volgt uit: 450 / 50 = 9 bollen.

naar boven

Heeft u DROPS garen besteld om dit patroon te maken? Dan heeft u recht op hulp van de winkel waar u het garen gekocht heeft. Vind hier een lijst van DROPS winkels!
Kunt u het antwoord op uw vraag nog steeds niet vinden? Scroll dan naar beneden en laat een vraag achter zodat een van onze experts kan proberen u te helpen. Dit wordt normaal tussen 5 tot 10 werkdagen gedaan.. In de tussentijd kunt u de vragen en antwoorden lezen die anderen bij dit patroon achter hebben gelaten of doe mee met de DROPS Workshop op Facebook om hulp te krijgen van mede breisters en haaksters!

Opmerkingen / Vragen (46)

Marie-Paule MATHY 03.04.2020 - 09:55:

Bonne idée! Je vais faire ça pour voir la différence! Merci!

Marie-Paule MATHY 03.04.2020 - 00:42:

Bonjour! Au fond, pourquoi le dessin sera-t-il un petit peu différent selon la technique des rangs raccourcis façon simple ou selon façon wrap and turn? Comment le dessin sera-t-il le plus joli? Merci!

DROPS Design 03.04.2020 kl. 07:58:

Bonjour Mme Mathy, c'est une simple histoire de goût, n'hésitez pas à vous entraîner au préalable sur un échantillon avec les deux méthodes et choisissez celle que vous préférez. Bon tricot!

Marie-Paule MATHY 01.04.2020 - 13:33:

Un tout grand merci!

MATHY Marie-Paule 01.04.2020 - 11:25:

Pour ce modèle, est-il conseillé d’utiliser la technique des rangs raccourcis Wrap and turn qui évite les trous ou simplement, comme je l’ai fait dans le premier que j’ai réalisé, bien serrer le fil lorsqu’on tourne pour tricoter le rang raccourci. J’hésite vu que l’on fait ces rangs raccourcis une fois sur l’endroit et une fois sur l’envers. Le Wrap and turn est plus joli (pas de trou) mais peut-être plus visible puisqu’on ne travaille pas toujours sur l’endroit!

DROPS Design 01.04.2020 kl. 12:21:

Bonjour Mme Mathy, ce châle se tricote avec la technique de base des rangs raccourcis mais vous pouvez tout à fait utiliser les wrap&turns si vous souhaitez - voici comment les faire sur du point mousse. Le résultat sera légèrement différent de celui de la photo. Bon tricot!

MATHY Marie-Paule 06.02.2020 - 11:13:

OK! Nous nous sommes comprises! Grand merci!

MATHY Marie-Paule 05.02.2020 - 16:55:

Oui, c’est difficile à expliquer! Je veux dire que : dans chaque partie, vous commencez l’explication en disant : « Tricoter jusqu’au marqueur, tourner et tricoter le rang retour. Continuer à tricoter 1 m en plus .... » Ma question est : tricoter jusqu’au marqueur (donc cette 1ère fois-là sans prendre 1 m en plus ?), tourner et tricoter le rang retour = déjà une côte mousse des 16 ou des 20 à faire ou doit-on APRÈS faire 16 ou 20 côtes mousse en prenant 1 m en plus.

DROPS Design 06.02.2020 kl. 09:36:

Bonjour Mme Mathy, oui tout à fait, ces deux rangs font bien partie de ceux à tricoter au total, donc dans la partie 1, il vous reste ensuite 15 côtes mousse à tricoter en plus de celle-ci. Bon tricot!

MATHY Marie-Paule 05.02.2020 - 15:14:

Merci. Donc, partie 1 : 16 côtes mousse, dans lesquelles sont compris les 2 premiers rangs sans prendre une maille après le marqueur? La première côte mousse se fait donc sans prendre une maille après le marqueur! Et ainsi de suite à chaque partie, si je comprends bien. Merci.

DROPS Design 05.02.2020 kl. 15:48:

Bonjour Mme Mathy, je suis navrée, c'est moi qui ne vous suit plus maintenant... La première partie se compose de rangs raccourcis, soit 16 côtes mousse au total (on va tricoter 32 rangs au total pour la 1ère partie). En espérant que cela vous aide. Bon tricot!

MATHY Marie-Paule 05.02.2020 - 13:58:

Bonjour! Je voudrais simplement savoir si les 2 premiers rangs dans les rangs raccourcis de chaque partie, où on ne doit pas prendre une maille en plus après le marqueur, comptent dans les 20 rangs? Je veux donc dire les rangs « TRICOTER JUSQU’AU MARQUEUR, TOURNER ET TRICOTER LE RANG RETOUR ». Ces 2 rangs comptent-ils dans les 20 côtes mousse? (16 pour la partie 1).Hâte de vous lire! Merci.

DROPS Design 05.02.2020 kl. 14:46:

Bonjour Mme Mathy, les 16 côtes mousse sont toutes celles tricotées dans la partie-1, soit dès le début des rangs raccourcis, et donc 20 côtes mousse au total pour la partie-2, et ainsi de suite (et pas 4 côtes mousse en plus par rapport à la partie-1). Bon tricot!

Mirella 28.01.2020 - 16:44:

Avendo lavorato con filato e ferri più sottili, posso aggiungere moduli di ferri accorciati? Come? Grazie

Delores Wade 14.05.2019 - 08:04:

How do you do the second part of the pattern. I didn’t understand.

DROPS Design 14.05.2019 kl. 09:26:

Dear Mrs Wade, do you mean the short rows part 2? You will work this section with short rows as before under part 1, but with first row worked from WS (instead of from RS) and until 20 ridges have been worked (instead of 16 in part 1). Happy knitting!

Laat een opmerking achter voor DROPS 167-5

Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!

Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.