DROPS / 166 / 41

Irish Dove by DROPS Design

Gebreide DROPS trui met kantpatroon, raglan en kabels, wordt van boven naar beneden gebreid van ”Alpaca” en ”Kid-Silk”. Maat: S - XXXL.

DROPS design: Model nr. z-721
Garengroep A en A of C
----------------------------------------------------------
Maat: S/M – L/XL – XXL/XXXL
Materiaal:
DROPS ALPACA van Garnstudio
250-250-300 gr. kleur nr. 7120, licht grijsgroen
En gebruik:
DROPS KID-SILK van Garnstudio
100-125-125 gr. kleur nr. 06, licht grijsgroen

DROPS BREINLD ZONDER KNOP en RONDBREINLD (40 en 80 cm) 5 mm – of de maat die u nodig hebt voor een stekenverhouding van 17 st x 22 nld in tricotst met 1 draad van elk garen (= 2 draden ) = 10 x 10 cm.
----------------------------------------------------------

Heeft u deze of een van onze andere ontwerpen gemaakt? Tag uw afbeeldingen in social media met #dropsdesign, zodat we ze kunnen zien!

Wilt u een ander garen gebruiken? Probeer de garenvervanger!
Weet u niet zeker welke maat u moet kiezen? Dan is het misschien zinvol om te weten dat het model in de afbeelding ongeveer 170 cm is en maat S of M heeft. Wanneer u een trui, vest, jurk of vergelijkbaar kledingstuk maakt, dan kunt u onderaan het patroon een schema vinden met de afmetingen van het uiteindelijke kledingstuk (in cm).

100% alpaca
vanaf 3.51 € /50g
DROPS Alpaca uni colour DROPS Alpaca uni colour 3.51 € /50g
Breiwebshop
Bestel
DROPS Alpaca mix DROPS Alpaca mix 3.69 € /50g
Breiwebshop
Bestel

75% mohair, 25% zijde
vanaf 4.05 € /25g
DROPS Kid-Silk uni colour DROPS Kid-Silk uni colour 4.05 € /25g
Breiwebshop
Bestel
DROPS Kid-Silk long print DROPS Kid-Silk long print 4.05 € /25g
Breiwebshop
Bestel
Naalden & Haaknaalden
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 33.75€ krijgen. Lees meer.

Instructies voor het patroon

PATROON:
Zie telpatronen A.1 tot en met A.11. De telpatronen laten het patroon aan de goede kant zien. Zowel de heengaande als de teruggaande naalden zijn weergegeven.

RAGLAN:
Meerder voor de raglan aan elke kant van A.2/A.4.
Meerder op het lijf volgens patroon A.3 en A.5.
Meerder op de mouwen als volgt: meerder door een omsl te maken en brei de omsl r de volgende nld zodat gaatjes ontstaan.
Meerder om de nld 23-29-35 keer, maar brei 2 r samen na de omsl aan het begin van de mouw en voor de omsl aan het einde van de mouw 0-3-7 keer (ongeveer elke 0-10e-5e meerdering). In deze nld wordt er niet gemeerderd op de mouw maar gaat uw wel verder met de gaatjesrand als hiervoor, zodat deze mooi doorloopt. Meerder 23-26-28 st in totaal aan elke kant van elke mouw.

RIBBELST (in de rondte gebreid):
* brei 1 nld recht en brei 1 nld av *, herhaal van *-*. 1 ribbel = 2 nld.
----------------------------------------------------------

TRUI:
Wordt in de rondte gebreid op de rondbreinld, van boven naar beneden.

PAS:
LEES HET EERSTE DEEL HELEMAAL DOOR VOOR U VERDERGAAT!
Zet 86-86-86 st op met een korte rondbreinld 5 mm en een draad Alpaca en een draad Kid-Silk (= 2 draden). Brei A.1. Als A.1 een keer in de hoogte is gebreid, brei dan als volgt – vanaf de linkerraglan op het achterpand:
Brei A.2 (= 12 st), A.3 (= 5 st), A.4 (= 12 st), (= achterpand), 1 omsl, brei 14 st in tricotst, 1 omsl (= mouw), A.2, A.3, A.4 (= voorpand), 1 omsl, brei 14 st in tricotst, 1 omsl (= mouw). Ga zo verder in patroon en meerder TEGELIJKERTIJD voor de RAGLAN op de mouwen om de nld - zie uitleg boven. De mouwen worden in tricotst gebreid. DENK OM DE STEKENVERHOUDING!
Als A.3 een keer in de hoogte is gebreid, ga verder als volgt: Brei A.2, A.5 A (= 13 st), A.5 B (= 12 st) en A.5 C (= 14 st) A.4, (= achterpand), brei de mouw, A.2, A.5 A, A.5 B. A.5 C, A.4, (= voorpand), brei de mouw. Brei A.5 1-2-3 keer in de hoogte in totaal. Elke keer dat A.5 in de hoogte is gebreid, brei 1 keer meer A.5 B tussen A.5 A en A.5 C. Brei tot er 1 nld overblijft in A.5 (= 75-87-99 st op het voorpand/achterpand en 60-66-70 st op elke mouw).
Brei de volgende nld als volgt (dit is laatste nld van A.5): brei 75-87-99 st (= achterpand), zet de volgende 60-66-70 st op een hulpdraad voor de mouw, zet 8-8-10 nieuwe st op, plaats 1 markeerder in het midden tussen de nieuwe st, brei 75-87-99 st (= voorpand), zet de volgende 60-66-70 st op 1 hulpdraad voor de mouw, zet 8-8-10 nieuwe st op, Plaats 1 markeerder het midden tussen de nieuwe st = 166-190-218 st. De pas meet ongeveer 21-26-32 cm.

LIJF:
LEES ALLE ONDERSTAANDE AANWIJZINGEN DOOR VOOR U VERDER GAAT!
Brei als volgt: A.2, A.6 A (= 13 st), A.6 B over de volgende 24-36-48 st, A.6 C (= 14 st), A.4, brei A.7 over de nieuwe 8-8-10 st onder de mouw, A.2, A.6 A, A.6 B over de volgende 24-36-48 st, A.6 C, A.4, brei A.7 over de nieuwe 8-8-10 st onder de mouw.
Als A.6 een keer in de hoogte is gebreid, ga dan verder als volgt: A.2, A.8 A (= 14 st), A.8 B over de volgende 24-36-38 st, A.8 C (= 15 st), A.4, 1 omsl, brei A.7 over de volgende 8-8-10 st, 1 omsl, A.2, A.8 A, A.8 B over de volgende 24-36-48 st, A.8 C (= 15 st), A.4, 1 omsl, brei A.7 over de volgende 8-8-10 st, 1 omsl. LET OP: Bij de eerste mindering in A.8 begint u 1 st voor A.8; minder dan als volgt: haal de laatste st in A.2 af, brei de eerste 2 st van A.8 A recht samen, afgeh st overh. Minder aan het einde van A.8 als volgt: 3 r samen (de laatste 2 st van A.8 en de eerste st van A.4). De laatste st van A.2 en de eerste st van A.4 zijn nu geminderd, ga verder met 11 st als hiervoor in A.2/ A.4 = 162-186-214 st. Meerder om de nld 1 st aan elke kant van A.7 met 1 omsl, brei de gemeerderde st in A.7 – minder TEGELIJKERTIJD in A.8 (minder volgens het telpatroon). Het totale aantal st is gelijk, maar er zijn meer st in A.7 en minder st in A.8.


Als A.8 een keer in de hoogte is gebreid, ga dan verder als volgt: A.2 (= 11 st), A.9 A (13 st), A.9 B over de volgende 12-24-36 st, A.9 C (= 14 st), A.4 (= 11 st), 1 omsl, brei A.7 over de volgende 20-20-22 st, 1 omsl, A.2, A.9 A, A.9 B over de volgende 12-24-36 st, A.9 C, A.4, 1 omsl, brei A.7 over de volgende 20-20-22 st, 1 omsl. Brei A.9 1-2-3 keer in de hoogte, brei dan als volgt: A.2 (= 11 st), A.10 (= 27 st), A.4 (= 11 st), 1 omsl, brei A.7 over de volgende 32-44-58 st, 1 omsl, A.2, A.10, A.4, 1 omsl, brei A.7 over de volgende 32-44-58 st, 1 omsl. Als A.10 klaar is, zijn er 5 st over in A.10 en 54-66-80 st in elke A.7. Brei 2 ribbels in RIBBELST - zie uitleg boven – en minder TEGELIJKERTIJD 4 st over elke A.2/A.4, en minder 2-2-6 st gelijkmatig verdeeld over de nld = 144-168-192 st. Brei A.11 over alle st 1 keer in de hoogte. Kant af met recht boven recht en averecht boven averecht. Het werk meet ongeveer 58-68-80 cm vanaf de schouder.

MOUW:
Brei mouwen in de rondte op breinld zonder knop.
Zet de 60-66-70 st van de hulpdraad terug op breinld zonder knop 5 mm. Plaats 1 markeerder in het werk, MEET NU HET WERK VANAF HIER. Zet 8-8-10 nieuwe st op onder de mouw, plaats 1 markeerder in het midden tussen deze 8-8-10 st = 68-74-80 st. Brei in tricotst. Minder bij een hoogte van 3 cm 1 st aan elke kant van de markeerder. Herhaal dit minderen elke 2-1½-1½ cm nog 15-16-17 keer = 36-40-44 st. Ga verder tot een totale hoogte van 38-35-31 cm. Brei 2 ribbels, meerder TEGELIJKERTIJD in de eerste nld 4-0-4 st gelijkmatig = 40-40-48 st. Brei A.11 over alle st 1 keer in de hoogte. Kant alle st af. Het werk meet ongeveer 44-41-37 cm. Brei de andere mouw op dezelfde manier.

AFWERKING:
Naai de openingen onder de mouwen dicht.

Telpatroon

= r
= av
= 2 r samen
= 1 r afh, 1 r, afgeh st overh
= 1 r afh, 2 r samen, afgeh st overh
= 1 omsl tussen 2 st
= zet 3 st op een kabelnld en houd deze achter het werk, 3 r, 3 r van de kabelnld
= zet 3 st op een kabelnld en houd deze voor het werk, 3 r, 3 r van de kabelnld
= 3 r samen





Heeft u hulp nodig voor dit patroon?

Bedankt dat u een patroon van DROPS Design kiest. We zijn er trots op dat we patronen aanbieden die correct en makkelijk te volgen zijn. Alle patronen zijn uit het Noors vertaald en u kunt altijd het origineel patroon controleren (DROPS 166-41) voor de afmetingen en de berekiningen.

Heeft u moeite met het volgen van het patroon? Hieronder vindt u een lijst met bronnen die u kunnen helpen om uw project vlot af te maken - of om eenvoudig iets nieuws te leren.

1) Waarom is de stekenverhouding zo belangrijk?

De stekenverhouding bepaalt de uiteindelijke afmetingen van uw werkstuk en wordt normaliter aangegeven in 10 x 10 cm. Het wordt als volgt aangegeven: het aantal steken in de breedte x het aantal naalden in de hoogte - dus: 19 steken x 26 naalden = 10 x 10 cm.

De stekenverhouding is heel erg individueel; sommige mensen breien/haken heel losjes, terwijl anderen vrij strak werken. De stekenverhouding past u aan met de naalddikte, wat de reden is waarom we slechts een suggestie voor de naalddikte geven! U moet deze aanpassen (naar boven of beneden) om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding overeenkomt met de stekenverhouding die aangegeven staat in het patroon. Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan zal het garenverbruik anders zijn, en zal uw werkstuk andere afmetingen krijgen dan het patroon aangeeft.

De stekenverhouding geeft tevens aan welk garen als vervanging kan dienen. U kunt verschillende garens met elkaar vervangen, zolang de stekenverhouding maar hetzelfde is.

Bekijk de DROPS les: Hoe u de stekenverhouding opmeet

Bekijk de DROPS video: Hoe u een proeflapje maakt

naar boven

2) Wat zijn de garengroepen?

Al onze garens zijn ondergebracht in garengroepen (van A tot F) volgens dikte en stekenverhouding – groep A bevat de dunste garens en groep F de dikste. Dit maakt het makkelijker voor u om alternatieve garens te vinden voor onze patronen, indien u graag ander garen wilt gebruiken. Alle garens binnen dezelfde groep hebben ongeveer eenzelfde stekenverhouding en kunnen elkaar vervangen. Het is wel zo dat verschillende garenkwaliteiten verschillende structuren en eigenschappen hebben, wat het uiteindelijke werkstuk een unieke 'look en feel' geeft.

Klik hier voor een overzicht van de garens in elke garengroep

naar boven

3) Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

Bij het kiezen van een ander garen is het belangrijk dat de stekenverhouding hetzelfde blijft. De afmetingen van het uiteindelijke werk zijn dan hetzelfde als aangegeven in de tekening bij het patroon. Het is makkelijker om dezelfde stekenverhouding te krijgen als u garen gebruikt uit dezelfde garengroep. Het is ook mogelijk om meerdere draden van een dunner garen te gebruiken om de stekenverhouding van een dikker garen te krijgen. Probeer onze garenvervanger. We raden u aan om altijd een proeflapje te maken.

LET OP: als u een ander garen neemt, kan het kledingstuk een andere 'look en feel' krijgen dan het kledingstuk op de foto, vanwege individuele eigenschappen en kwaliteiten van elk garen.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

naar boven

4) Hoe gebruik ik de garenvervanger?

Bovenaan al onze patronen vindt u een link naar onze garenvervanger, welke handig kan zijn als u een ander garen wilt gebruiken dan staat aangegeven in het patroon. Door het garen in te vullen dat u wilt vervangen, de hoeveelheid (in uw maat) en het aantal draden, stelt de vervanger geschikte alternatieven voor met dezelfde stekenverhouding. Daarnaast wordt aangegeven hoeveel u nodig heeft in de nieuwe kwaliteiten en of u met meerdere draden moet werken. De meeste bollen zijn 50 gram (sommige zijn 25 gram of 100 gram).

Als het patroon met meerdere kleuren wordt gebreid/gehaakt, moet elke kleur apart worden vervangen. Dit geldt ook als het patroon met verschillende draden van verschillende garens wordt gemaakt (bijvoorbeeld 1 draad Alpaca en 1 draad Kid-Silk) dan zult u voor elk individueel alternatieven moeten vinden.

Klik hier voor de garenvervanger

naar boven

5) Waarom krijg ik de verkeerde stekenverhouding met de aangegeven naalddikte?

De naalddikte die aangegeven is in het patroon geldt slechts als een richtlijn, het is van belang dat de stekenverhouding klopt. En omdat de stekenverhouding per persoon nogal verschillend is, zult u de naalddikte aan moeten passen om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding hetzelfde is als in het patroon – misschien is het nodig dat u 1 of zelfs 2 naalddiktes naar beneden of naar boven moet om de juiste stekenverhouding te krijgen. Daarom raden we ook aan om een proeflapje te maken.

Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan kunnen de afmetingen van het werkstuk afwijken van de afmetingen volgens de tekening.

Bekijk de DROPS les: Hoe meet u de stekenverhouding

Bekijk de DROPS video: Hoe maakt u een proeflapje voor de stekenverhouding

naar boven

6) Waarom wordt het patroon van boven naar beneden gereid?

Als u een kledingstuk van boven naar beneden breit, dan geeft dit meer flexibiliteit en mogelijkheden voor persoonlijke aanpassingen. Het is bijvoorbeeld makkelijker om het kledingstuk te passen terwijl u er mee bezig bent. U kunt ook makkelijker de lengte van de pas en de schouderkoppen aanpassen.

In de uitleg worden alle stappen zorgvuldig uitgelegd in de juiste volgorde. De telpatronen zijn aangepast aan de breirichting en worden zoals gebruikelijk gebreid.

naar boven

7) Waarom zijn de mouwen korter in de grotere maten?

De totale breedte van het kledingstuk (van pols tot pols) is groter in de grotere maten, ondanks dat de eigenlijke mouwen korter zijn. De grotere maten hebben langere mouwkoppen en bredere schouders, dus er is een goede pasvorm in alle maten.

naar boven

8) Wat is een herhaling?

Telpatronen worden vaak herhaald in de breedte op de naald en/of in de hoogte. 1 herhaling van het telpatroon is hoe het te zien is in het telpatroon. Als er staat dat u 5 herhalingen van A.1 op de naald moet breien, dan breit u het patroon in totaal 5 keer achter/na elkaar op de naald. Als er staat dat u 2 herhalingen van A.1 in de hoogte moet breien, dan breit u het hele telpatroon (dus alle naalden van het telpatroon) een keer en begint u opnieuw onderaan bij het begin en breit u het telpatroon nog een keer.

naar boven

9) Hoe brei ik volgens een telpatroon?

Het telpatroon laat alle naalden en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt gelezen van onder naar boven, van rechts naar links. 1 vierkant = 1 steek.

Als u heen en weer breit, wordt elke andere naald aan de goede kant gebreid en elke andere naald wordt aan de verkeerde kant gebreid. Als u aan de verkeerde kant breit, moet u het telpatroon omgekeerd breien, dus van links naar rechts. rechte steken worden dan averecht gebreid en averechte steken recht, etc.

Als u in de rondte breit wordt elke naald aan de goede kant gebreid en het telpatroon wordt dan van rechts naar links gebreid op alle naalden.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees ik de teltekening bij de patronen?

naar boven

10) Hoe haak ik volgens een telpatroon?

Het telpatroon laat alle toeren en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt van onder naar boven gehaakt en van rechts naar links.

Als u heen en weer haakt, wordt elke andere toer aan de goede kant gehaakt: van rechts naar links en elke andere toer wordt aan de verkeerde kant gehaakt: vank links naar rechts.

Als u in de rondte haakt, wordt elke toer in het telpatroon aan de goede kant gehaakt, van rechts naar links.

Als u een cirkelvormig telpatroon haakt, dan begint u in het midden en haakt u naar buiten toe, tegen de klok in, toer na toer.

Meestal beginnen de toeren met een opgegeven aantal lossen (overeenkomend met de hoogte van de volgende steek), deze zijn of in het telpatroon opgenomen, of uitgelegd in het patroon.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees je telpatronen voor haken

naar boven

11) Hoe brei/haak je verschillende telpatronen tegelijkertijd op dezelfde naald/toer

Instructies om verschillende telpatronen achter elkaar op dezelfde naald/toer te breien/haken, worden meestal als volgt beschreven: “brei/haak A.1, A.2, A.3 in totaal 0-0-2-3-4 keer". Dit betekent dat u A.1 een keer breit/haakt, daarna wordt A.2 een keer gebreid/gehaakt, en A.3 wordt het aantal aangegeven keren (in de breedte) in uw maat gebreid/gehaakt – in dit geval als volgt: S = 0 keer, M = 0 keer, L=2 keer, XL= 3 keer en XXL = 4 keer.

De telpatronen worden zoals gebruikelijk gebreid/gehaakt: begin met de eerste naald/toer in A.1, brei/haak dan de volgende naald/toer in A.2 etc.

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor breien leest

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor haken leest

naar boven

12) Waarom begint het werk met meer lossen dan waarmee gehaakt wordt?

Lossen zijn ietsje smaller dan andere steken en om te voorkomen dat de opzetrand te strak wordt, haken we eenvoudigweg meer lossen om mee te beginnen. Het aantal steken wordt in de volgende toer aangepast zodat het overeenkomt met het patroon en de afmetingen in de tekening.

naar boven

13) Waarom meerderen voor de boord als het werk van boven naar beneden gebreid wordt?

De rand in ribbelsteek is elastischer en zal ietwat samentrekken vergeleken met bijvoorbeeld tricotsteek. Door te meerderen voor de rand in ribbelsteek, voorkomt u een zichtbaar verschil in breedte tussen de rand in ribbelsteek en de rest van het lijf.

naar boven

14) Waarom meerderen in de afkantrand?

Het gebeurt vrij makkelijk dat u te strak afkant, en door omslagen te maken tijdens het afkanten (terwijl u deze tegelijkertijd afkant) voorkomt u dat de afkantrand te strak wordt.

Bekijk de DROPS video: Hoe kant u af met omslagen

naar boven

15) Hoe meerder/minder je afwisselend op elke 3e en 4e naald/toer?

Om gelijkmatig te meerderen (of te minderen) kunt u meerderen op, bijvoorbeeld: afwisselend elke 3e en 4e naald, als volgt: brei 2 naalden en meerder op de 3e naald, brei 3 naalden en meerder op de 4e naald. Herhaal dit tot het meerderen klaar is.

Bekijk de DROPS les: Meerder of minder 1 st afwisselend

naar boven

16) Waarom is het patroon een beetje anders dan wat ik op de foto zie?

Herhalingen van het patroon kunnen een beetje anders zijn in de verschillende maten, om de juiste verhoudingen te krijgen. Als u niet dezelfde maat maakt als het kledingstuk op de foto, wijkt uw werkstuk wellicht ietsje af. Dit is met zorg ontwikkeld en aangepaste zodat het totale beeld van het kledingstuk hetzelfde is in alle maten.

Zorg ervoor dat u de instructies en de telpatronen voor uw maat volgt!

naar boven

17) Hoe kan ik een vest in de rondte breien, in plaats van heen en weer?

Als u liever in de rondte breit dan heen en weer, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen. U moet dan steken midden voor toevoegen (meestal 5 steken) en de instructies volgen. Als u normaal het werk keert en aan de verkeerde kant breit, breit u nu over de extra steken en gaat u verder in de rondte. Aan het einde knipt u het werk open. Neem steken op voor de biezen en werk de afgeknipte randen af.

Bekijk de DROPS video: Hoe breit u knipbiezen en openknippen

naar boven

18) Kan ik een trui heen en weer breien in plaats van in de rondte?

Als u liever heen en weer breit dan in de rondt, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen zodat u de panden apart van elkaar breit en aan het eind aan elkaar naait. Deel de steken voor het lijf in tweeën en voeg 1 kantsteek toe aan elke kant (voor het in elkaar naaien) en brei het voor- en achterpand apart van elkaar.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een patroon aanpassen van rondbreinaalden naar rechte naalden?

naar boven

19) Waarom staan er garens in de patronen die niet meer leverbaar zijn?

Omdat de verschillende garens verschillende kwaliteiten en verschillend texturen hebben, hebben we ervoor gekozen om het originele garen in het patroon te laten staan. Maar u kunt vrij makkelijk andere opties vinden tussen de beschikbare garenkwaliteiten door onze garenvervanger te gebruiken, of door een garen uit dezelfde garengroep uit te kiezen.

Het is mogelijk dat sommige verkooppunten nog bollen op voorraad hebben van garens die niet meer leverbaar zijn, of dat iemand thuis nog een paar bollen heeft liggen en hier een patroon bij zoekt.

Degarenvervanger laat alternatieve garens zien en de hoeveelheid die u nodig heeft in de nieuwe kwaliteit.

naar boven

20) Hoe verander ik een kledingstuk voor dames in eentje voor heren?

Als u een patroon heeft gevonden doe alleen beschikbaar is in damesmaten, dan hoeft het niet heel moeilijk te zijn om deze aan te passen naar een herenmaat. Het grootste verschil is de lengte van de mouwen en het lijf. Begin met breien in de damesmaat die overeenkomt met de borstwijdte. De lengte die erbij komt wordt namelijk gebreid voordat u begint met afkanten voor de armsgaten. Als het patroon van boven naar beneden wordt gebreid, kunt u lengte toevoegen vlak na de armsgaten of voor de eerste mindering op de mouw.

Wat betreft de extra hoeveelheid garen wat u nodig heeft: dit hangt heel erg af van hoeveel lengte u toevoegt, maar het is vaak meter dat u een bol te veel hebt dan te weinig.

naar boven

21) Hoe voorkom ik dat een harig kledingstuk gaat pillen of pluizen?

Alle garens hebben vezels die uitsteken (door de productie) waardoor een kledingstuk gaat pluizen of pillen. Geborstelde garens (dus meer harige garens) hebben meer van deze losse, uitstekende vezels waardoor het eerder gaat pluizen of pillen.

Hoewel het niet mogelijk is om te garanderen dat geborsteld garen 100% pluisvrij is, is het wel mogelijk om dit drastisch af te laten nemen, door de volgende stappen te ondernemen:

1. Als het kledingstuk klaar is (voordat u het gaat wassen) schudt u het kledingstuk flink uit, zodat de losse haartjes eruit komen. LET OP: gebruik GEEN roller, borstel of andere methode, waardoor aan het kledingstuk getrokken wordt

2. Plaats het kledingstuk in een plastic zak en leg het in de vriezer - de temperatuur zorgt ervoor dat de vezels minder aan elkaar blijven zitten, en uitstekende vezels komen makkelijker los.

3. Laat een paar uur in de vriezer liggen, voordat u het eruit haalt en schudt het kledingstuk dan opnieuw uit.

4. Was het kledingstuk volgens de instructies op het garenlabel.

naar boven

22) Waar op het kledingstuk wordt de lengte gemeten??

De tekening/ het schema met de afmetingen geeft informatie over de volledige lengte van het kledingstuk. Als het een trui of een vest betreft, dan wordt deze vanaf het hoogste punt op de schouder gemeten (meestal het dichtst bij de halslijn), en recht naar beneden tot de onderkant van het kledingstuk. Het wordt NIET gemeten vanaf de punt van de schouder. Op gelijke wijze wordt ook de lengte van de pas gemeten, vanaf het hoogste punt op de schouder en naar beneden tot waar de pas gesplitst wordt voor het lijf en de mouwen.

Op een vest worden de afmetingen nooit over de biezen genomen, tenzij anders aangegeven. Meet altijd binnen de biessteken als u de lengte opmeet.

Bekijk de DROPS les: Maattekeningen lezen

naar boven

23) Hoe weet ik hoeveel bollen ik nodig heb?

De benodigde hoeveelheid garen wordt aangegeven in grammen, dus bijvoorbeeld: 450 g. Om uit te rekenen hoeveel bollen u nodig heeft, moet u eerst weten hoeveel gram er in 1 bol gaat (25 g, 50 g, of 100 g). Deze informatie vindt u door op de individuele garenkwaliteit te klikken op onze site. Deel de hoeveelheid benodigde garen door de hoeveelheid per bol. Bijvoorbeeld, als de bollen 50 gram wegen (de meest gebruikelijke hoeveelheid), ziet de berekening er als volgt uit: 450 / 50 = 9 bollen.

naar boven

Heeft u DROPS garen besteld om dit patroon te maken? Dan heeft u recht op hulp van de winkel waar u het garen gekocht heeft. Vind hier een lijst van DROPS winkels!
Kunt u het antwoord op uw vraag nog steeds niet vinden? Scroll dan naar beneden en laat een vraag achter zodat een van onze experts kan proberen u te helpen. Dit wordt normaal tussen 5 tot 10 werkdagen gedaan.. In de tussentijd kunt u de vragen en antwoorden lezen die anderen bij dit patroon achter hebben gelaten of doe mee met de DROPS Workshop op Facebook om hulp te krijgen van mede breisters en haaksters!

Opmerkingen / Vragen (18)

Nadège 21.03.2020 - 10:59:

Bonjour je commence la section A8. Quand on diminue A2 avec A8 et A8 avec A4 doit-on le faire sur les deux sections du premier tour ou seulement sur le premier panneau ?

DROPS Design 23.03.2020 kl. 09:17:

Bonjour Nadège, la première diminution de A.8A et A.8C se fait sur le devant et sur le dos de la même façon. Vous diminuez ensuite comme indiqué dans les diagrammes (et augmentez comme indiqué dans le texte). Bon tricot!

Nadège 12.03.2020 - 21:24:

Bonsoir je viens de terminer a2-a3-a4 (premier paragraphe). Mais maintenant que A2 et A4 sont terminés, comment dois-je faire ? A3 n'est pas terminé pour que je passe au deuxième paragraphe. merci

DROPS Design 13.03.2020 kl. 08:38:

Bonjour Nadège, répétez A.2 et A.4 en hauteur tout en continuant A.3 jusqu'à ce que A.3 soit terminé. Veillez bien à avoir toujours le même nombre de tours entre chaque torsade de A.2 et A.4. Continuez également les augmentations des manches comme avant. Bon tricot!

Nadège 11.03.2020 - 13:25:

Je relis votre explication mais je ne comprends pas comment on peut avoir 16m au 3e rang. On a déjà 14m au 1er rang +2 jetés donc au 2e rang on arrive déjà à 16m +2 jetés. Donc au 3e rang je serai à 18m + 2 jetés.

DROPS Design 11.03.2020 kl. 14:03:

au 1er rang vous avez pour les manches: 1 jeté, 14 m end, 1 jeté - ces jetés sont les augmentations des manches (= au 2ème rang, vous tricotez 16 m end pour la manche (= on n'augmente que tous les 2 tours)); au 3ème rang (= 2ème rang d'augmentations vous avez donc: 1 jeté, 16 m end, 1 jeté soit 18 m au total). Bon tricot!

Nadege 11.03.2020 - 13:09:

Re moi, donc en fait les explication de l'empiècement on a déjà les 4 jetés d'augmentation des manches ? je suis désolée car je ne m'y retrouve pas...

DROPS Design 11.03.2020 kl. 14:01:

Bonjour Nadège, oui tout à fait, autrement dit: A.2 (= 12 m), A.3 (= 1 jeté = augmentation ; 5 m end, 1 jeté = augmentation), A.4 (= 12 m), (= dos), 1 jeté, tricoter 14 m jersey, 1 jeté (= 16 m pour la manche), A.2, A.3 (= 1 jeté = augmentation ; 5 m end, 1 jeté = augmentation, A.4 (= devant), 1 jeté, 14 m jersey, 1 jeté (= 16 m pour la manche). Les jetés au début et à la fin de A.3 vont augmenter le devant/dos et on augmente pour les manches au début/à la fin de la manche. Est-ce plus clair ainsi?

Nadège 11.03.2020 - 08:33:

Bonjour je commence le modèle et j'ai un problème pour le raglan. Premier tour avec motif ok mais le deuxième tour on doit augmenter une maille de chaque côté de l'ensemble a2-a4. Ça veut dire qu'on fait 4 jetés en plus des 4 déjà mentionnés dans l'explication ? Merci d'avance

DROPS Design 11.03.2020 kl. 08:51:

Bonjour Nadège, vous augmentez dans A.3 (puis A.5) et pour le dos et le devant, et, pour les manches, vous augmentez de part et d'autre des mailles des manches = après A.4 du dos + avant A.2 du devant pour la 1ère manche et après A.4 du devant + avant A.2 du dos pour la 2ème manche. Autrement dit, au 3ème tour vous avez 1 jeté, 16 m, 1 jeté, au 5ème tour 1 jeté, 18 m, 1 jeté et ainsi de suite. Bon tricot!

Sandrine 23.01.2020 - 08:38:

Bonjour, J'aurais souhaité avoir une précision sur ce modèle, lorsque vous dites "À chaque fois que l'on répète A.5 en hauteur, on tricote A.5 B encore 1 fois entre A.5 A et A.5 C". Je tricote la taille L/XL. Je dois répéter A.5 2 fois en hauteur. Est-ce que cela veut dire que je tricote A.5 A à A.5 C, une première fois comme indiqué sur le diagramme et une deuxième fois en tricotant A.5 A, A.5 B, A.5 B, A.5 C ? Merci pour votre réponse

DROPS Design 23.01.2020 kl. 10:06:

Bonjour Sandrine, quand on a tricoté 1 fois A.5 en hauteur, on a suffisamment de mailles entre A.5A et A.5C pour tricoter 1 motif de A.5B en plus entre le A et le C. Autrement dit, quand vous avez tricoté 1 fois les diagrammes en hauteur vous avez fait 1 x A.5B, vous les recommencez de la même façon, mais cette fois, vous aurez 2 x A.5B entre A.5A et A.5C. Bon tricot!

Carla M Zamperetti 12.01.2017 - 09:30:

Salve,vorrei una conferma se ho capito bene: dopo aver lavorato il diagramma 1 si iniziano gli aumenti per i raglan,vorrei sapere quante m si aumentano ogni due ferri:4 oppure 8? e il diagramma 1 è su 12 m,e dice di montare 86 m,ma non dovrebbero essere 84?

DROPS Design 12.01.2017 kl. 09:49:

Buongiorno Carla. Gli aumenti sulle maniche sono in tutto 4 ad ogni giro. Gli aumenti sul davanti/dietro sono compresi nella lavorazione del diagramma A3. Le chiediamo di leggere con attenzione il paragrafo RAGLAN: a seconda della taglia su alcuni giri si inseriscono i gettati, ma si lavorano due maglie insieme a diritto. Il numero delle maglie iniziale è corretto. Buon lavoro!

Carla M Zamperetti 12.01.2017 - 09:20:

La spiegazione dice di cominciare montando 86 m,poi di lavorare il diagramma 1 che è di 12 m,quindi le m dovrebbero essere 84...

DROPS Design 12.01.2017 kl. 09:29:

Buongiorno Carla. Il numero di maglie indicato è corretto. Il diagramma A1 di fatto si lavora su un numero di maglie multiplo di 2. Inoltre con 86 maglie, si imposta correttamente la successiva lavorazione dei diagrammi A.2, A.3 e A.4. Buon lavoro!

Dana Denney 04.01.2016 - 23:57:

Are the charts worked from the bottom up or top down? Thanks! Dana

DROPS Design 05.01.2016 kl. 09:15:

Dear Mrs Denney, start reading diagrams at the bottom corner on the right side towards the left from RS and from the left towards the right from WS. Read more about diagrams here. Happy knitting!

Evelyne 20.10.2015 - 19:10:

Bonjour, je voudrais utiliser la laine alpaga en double. Pouvez-vous me dire combien il me faudra de laine et avec quelles aiguilles. MErci

DROPS Design 21.10.2015 kl. 09:20:

Bonjour Evelyne, 2 fils groupe A = 1 fil groupe C, vous pouvez donc tricoter avec 2 fils Alpaca et les mêmes aiguilles pour obtenir le bon échantillon (ajustez si nécessaire). Vous trouverez ici les informations nécessaires sur les alternatives et les calculs. Bon tricot!

Laat een opmerking achter voor DROPS 166-41

Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!

Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.