DROPS Fabel
DROPS Fabel
75% wol, 25% polyamide
vanaf 2.25 € /50g
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 4.50€ krijgen.

De garenkosten worden berekend op basis van het benodigde materiaal voor de kleinste maat en het goedkoopste producttype. Op zoek naar nog een scherpere prijs? Deze vindt u wellicht bij de DROPS Deals!

DROPS SS24
DROPS 161-36
DROPS design: Model nr. fa-300
Garengroep A
----------------------------------------------------------
Maat: 35/37 – 38/40 – 41/43
Materiaal:
DROPS FABEL van Garnstudio
50-100-100 gr. kleur nr. 340, blue lagoon.
50 gr voor alle maten in kleur nr. 100, naturel

DROPS BREINLD ZONDER KNOP 3 mm - of de maat die u nodig hebt voor een stekenverhouding van 23 st x 32 nld in tricotst = 10 x 10 cm.
----------------------------------------------------------

-------------------------------------------------------

Alternatief garen – Bekijk hier hoe u een ander garen kiest
Garengroep A tot F – Bekijk hier hoe u hetzelfde patroon gebruikt met een ander garen
Garenverbruik als u een alternatief garen kiest – Gebruik onze garenvervanger

-------------------------------------------------------

DROPS Fabel
DROPS Fabel
75% wol, 25% polyamide
vanaf 2.25 € /50g
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 4.50€ krijgen.

De garenkosten worden berekend op basis van het benodigde materiaal voor de kleinste maat en het goedkoopste producttype. Op zoek naar nog een scherpere prijs? Deze vindt u wellicht bij de DROPS Deals!

Instructies voor het patroon

PATROON:
Telpatronen A.1 tot en met A.4. Brei het hele patroon in tricotst.

MINDEREN VOOR DE HIEL:
Nld 1 (= goede kant): brei tot er 9 st over zijn, 1 r afh, 1 r, afgeh st overh, keer het werk.
Nld 2 (= verkeerde kant): brei tot er 9 st over zijn, 1 av afh, 1 av, afgeh st overh, keer het werk.
Nld 3 (= goede kant): brei tot er 8 st over zijn, 1 r afh, 1 r, afgeh st overh, keer het werk.
Nld 4 (= verkeerde kant): brei tot er 8 st over zijn, 1 av afh, 1 av, afgeh st overh, keer het werk.
Ga zo verder met minderen met 1 minder st voor elke mindering tot er 15-15-15 st op de nld staan.
--------------------------------------------------------

SOK:
Wordt in de rondte gebreid op breinld zonder knop.
Zet 66 st op met breinld zonder knop 3 mm en blue lagoon. brei 6 nld recht, brei 1 nld av (= vouwrand) en 6 nld recht. Brei dan volgens telpatroon A.1 over alle st (= 3 keer in de rondte) – pas TEGELIJKERTIJD in de laatste nld van A.1 het aantal st aan naar 63-70-70. DENK OM DE STEKENVERHOUDING.

Brei als A.1 een keer in de hoogte is gebreid A.2 over alle st (= 9-10-10 keer in de rondte) – pas TEGELIJKERTIJD het aantal st aan naar 62-68-68 in de laatste nld van A.2. Zet als A.2 een keer in de hoogte is gebreid de eerste 31-37-37 st op 1 hulpdraad = 31 st over voor de hiel.

Brei 5-5½-6 cm in A.4 over de hiel st en plaats een markeerder, minder dan voor de hiel - zie MINDEREN VOOR DE HIEL – en ga verder in patroon volgens A.4.

Neem na het minderen voor de hiel 12-13-14 st op aan elke kant van de hiel (neem afwisselend op met naturel en blue lagoon volgens patroon A.4) en zet de 31-37-37 st van de hulpdraad terug op de nld = 70-78-80 st. Brei de 31-37-37 st op de bovenkant van de voet als volgt: A.3A (= 3 st), A.3B (= 25-31-31 st), A.3C (= 3 st) en brei de st van de onderkant van de voet met A.4 (= 31 st) - minder TEGELIJKERTIJD aan elke kant van A.3 (st op de bovenkant van de voet). Brei de 2 st voor A.3A recht samen en brei de 2 st na telpatroon A.3C gedraaid recht samen (dus brei achter in de st in plaats van voor in de st) en herhaal dit minderen om de nld in totaal 6 keer = 58-66-68 st.

Ga verder in patroon A.3 en A.4 tot het werk 17-18-21 cm meet vanaf de markeerder op de hiel (= 5-6-6 cm nog te breien). Brei dan als volgt: A.3A, A.3B over de volgende 25-31-31 st, A.3C, A.4 over de volgende 27-29-31 st. Minder TEGELIJKERTIJD voor de teen aan elke kant van A.3A/A.3C. Minder als volgt voor telpatroon A.3A/C: brei de laatste 2 st recht samen. Minder als volgt na telpatroon A.3A/C: 1 r afh, 1 r, afgeh st overh. Herhaal dit minderen om de nld in totaal 6-9-9 keer en dan elke nld in totaal 4-1-1 keer = 18-26-28 st over op de nld. Brei in de volgende nld alle st 2 aan 2 r samen = 9-13-14 st. Knip de draden af en haal deze door de overgebleven st, trek ze aan en zet vast.
Brei nog een sok op dezelfde manier.

AFWERKING:
Vouw de rand aan de bovenkant naar binnen om en zet hem vast met kleine, onzichtbare steken.

Dit patroon is gecorrigeerd.

Gewijzigd online: 27.08.2015
Correctie:...Ga verder in patroon A.3 en A.4 tot het werk 17-18-21 cm meet vanaf de markeerder op de hiel (= 5-6-6 cm nog te breien). Brei dan als volgt: A.3A, A.3B over de volgende 25-31-31 st, A.3C, A.4 over de volgende 27-29-31 st...

Telpatroon

symbols = naturel
symbols = blue lagoon
diagram
diagram
diagram

Elk van onze patronen hebben specifieke instructievideo's om u te helpen.

Heeft u een vraag? Bekijk een lijst met vaak gestelde vragen (FAQ)

De stekenverhouding bepaalt de uiteindelijke afmetingen van uw werkstuk en wordt normaliter aangegeven in 10 x 10 cm. Het wordt als volgt aangegeven: het aantal steken in de breedte x het aantal naalden in de hoogte - dus: 19 steken x 26 naalden = 10 x 10 cm.

De stekenverhouding is heel erg individueel; sommige mensen breien/haken heel losjes, terwijl anderen vrij strak werken. De stekenverhouding past u aan met de naalddikte, wat de reden is waarom we slechts een suggestie voor de naalddikte geven! U moet deze aanpassen (naar boven of beneden) om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding overeenkomt met de stekenverhouding die aangegeven staat in het patroon. Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan zal het garenverbruik anders zijn, en zal uw werkstuk andere afmetingen krijgen dan het patroon aangeeft.

De stekenverhouding geeft tevens aan welk garen als vervanging kan dienen. U kunt verschillende garens met elkaar vervangen, zolang de stekenverhouding maar hetzelfde is.

Bekijk de DROPS les: Hoe u de stekenverhouding opmeet

Bekijk de DROPS video: Hoe u een proeflapje maakt

De benodigde hoeveelheid garen wordt aangegeven in grammen, dus bijvoorbeeld: 450 g. Om uit te rekenen hoeveel bollen u nodig heeft, moet u eerst weten hoeveel gram er in 1 bol gaat (25 g, 50 g, of 100 g). Deze informatie vindt u door op de individuele garenkwaliteit te klikken op onze site. Deel de hoeveelheid benodigde garen door de hoeveelheid per bol. Bijvoorbeeld, als de bollen 50 gram wegen (de meest gebruikelijke hoeveelheid), ziet de berekening er als volgt uit: 450 / 50 = 9 bollen.

Bij het kiezen van een ander garen is het belangrijk dat de stekenverhouding hetzelfde blijft. De afmetingen van het uiteindelijke werk zijn dan hetzelfde als aangegeven in de tekening bij het patroon. Het is makkelijker om dezelfde stekenverhouding te krijgen als u garen gebruikt uit dezelfde garengroep. Het is ook mogelijk om meerdere draden van een dunner garen te gebruiken om de stekenverhouding van een dikker garen te krijgen. Probeer onze garenvervanger. We raden u aan om altijd een proeflapje te maken.

LET OP: als u een ander garen neemt, kan het kledingstuk een andere 'look en feel' krijgen dan het kledingstuk op de foto, vanwege individuele eigenschappen en kwaliteiten van elk garen.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

Al onze garens zijn ondergebracht in garengroepen (van A tot F) volgens dikte en stekenverhouding – groep A bevat de dunste garens en groep F de dikste. Dit maakt het makkelijker voor u om alternatieve garens te vinden voor onze patronen, indien u graag ander garen wilt gebruiken. Alle garens binnen dezelfde groep hebben ongeveer eenzelfde stekenverhouding en kunnen elkaar vervangen. Het is wel zo dat verschillende garenkwaliteiten verschillende structuren en eigenschappen hebben, wat het uiteindelijke werkstuk een unieke 'look en feel' geeft.

Klik hier voor een overzicht van de garens in elke garengroep

Bovenaan al onze patronen vindt u een link naar onze garenvervanger, welke handig kan zijn als u een ander garen wilt gebruiken dan staat aangegeven in het patroon. Door het garen in te vullen dat u wilt vervangen, de hoeveelheid (in uw maat) en het aantal draden, stelt de vervanger geschikte alternatieven voor met dezelfde stekenverhouding. Daarnaast wordt aangegeven hoeveel u nodig heeft in de nieuwe kwaliteiten en of u met meerdere draden moet werken. De meeste bollen zijn 50 gram (sommige zijn 25 gram of 100 gram).

Als het patroon met meerdere kleuren wordt gebreid/gehaakt, moet elke kleur apart worden vervangen. Dit geldt ook als het patroon met verschillende draden van verschillende garens wordt gemaakt (bijvoorbeeld 1 draad Alpaca en 1 draad Kid-Silk) dan zult u voor elk individueel alternatieven moeten vinden.

Klik hier voor de garenvervanger

Omdat de verschillende garens verschillende kwaliteiten en verschillend texturen hebben, hebben we ervoor gekozen om het originele garen in het patroon te laten staan. Maar u kunt vrij makkelijk andere opties vinden tussen de beschikbare garenkwaliteiten door onze garenvervanger te gebruiken, of door een garen uit dezelfde garengroep uit te kiezen.

Het is mogelijk dat sommige verkooppunten nog bollen op voorraad hebben van garens die niet meer leverbaar zijn, of dat iemand thuis nog een paar bollen heeft liggen en hier een patroon bij zoekt.

Degarenvervanger laat alternatieve garens zien en de hoeveelheid die u nodig heeft in de nieuwe kwaliteit.

Als u het lastig vindt om te bepalen welke maat u moet maken, dan is het wellicht een goed idee om een bestaand kledingstuk dat goed zit, op te meten. Vervolgens kunt u de maat kiezen door de afmetingen te vergelijken met de afmetingen in de maattekening bij het patroon.

U kunt de maattekening onderaan het patroon vinden.

Bekijk DROPS les: Maattekeningen lezen

De naalddikte die aangegeven is in het patroon geldt slechts als een richtlijn, het is van belang dat de stekenverhouding klopt. En omdat de stekenverhouding per persoon nogal verschillend is, zult u de naalddikte aan moeten passen om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding hetzelfde is als in het patroon – misschien is het nodig dat u 1 of zelfs 2 naalddiktes naar beneden of naar boven moet om de juiste stekenverhouding te krijgen. Daarom raden we ook aan om een proeflapje te maken.

Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan kunnen de afmetingen van het werkstuk afwijken van de afmetingen volgens de tekening.

Bekijk de DROPS les: Hoe meet u de stekenverhouding

Bekijk de DROPS video: Hoe maakt u een proeflapje voor de stekenverhouding

Als u een kledingstuk van boven naar beneden breit, dan geeft dit meer flexibiliteit en mogelijkheden voor persoonlijke aanpassingen. Het is bijvoorbeeld makkelijker om het kledingstuk te passen terwijl u er mee bezig bent. U kunt ook makkelijker de lengte van de pas en de schouderkoppen aanpassen.

In de uitleg worden alle stappen zorgvuldig uitgelegd in de juiste volgorde. De telpatronen zijn aangepast aan de breirichting en worden zoals gebruikelijk gebreid.

Het telpatroon laat alle naalden en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt gelezen van onder naar boven, van rechts naar links. 1 vierkant = 1 steek.

Als u heen en weer breit, wordt elke andere naald aan de goede kant gebreid en elke andere naald wordt aan de verkeerde kant gebreid. Als u aan de verkeerde kant breit, moet u het telpatroon omgekeerd breien, dus van links naar rechts. rechte steken worden dan averecht gebreid en averechte steken recht, etc.

Als u in de rondte breit wordt elke naald aan de goede kant gebreid en het telpatroon wordt dan van rechts naar links gebreid op alle naalden.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees ik de teltekening bij de patronen?

Het telpatroon laat alle toeren en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt van onder naar boven gehaakt en van rechts naar links.

Als u heen en weer haakt, wordt elke andere toer aan de goede kant gehaakt: van rechts naar links en elke andere toer wordt aan de verkeerde kant gehaakt: vank links naar rechts.

Als u in de rondte haakt, wordt elke toer in het telpatroon aan de goede kant gehaakt, van rechts naar links.

Als u een cirkelvormig telpatroon haakt, dan begint u in het midden en haakt u naar buiten toe, tegen de klok in, toer na toer.

Meestal beginnen de toeren met een opgegeven aantal lossen (overeenkomend met de hoogte van de volgende steek), deze zijn of in het telpatroon opgenomen, of uitgelegd in het patroon.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees je telpatronen voor haken

Instructies om verschillende telpatronen achter elkaar op dezelfde naald/toer te breien/haken, worden meestal als volgt beschreven: “brei/haak A.1, A.2, A.3 in totaal 0-0-2-3-4 keer". Dit betekent dat u A.1 een keer breit/haakt, daarna wordt A.2 een keer gebreid/gehaakt, en A.3 wordt het aantal aangegeven keren (in de breedte) in uw maat gebreid/gehaakt – in dit geval als volgt: S = 0 keer, M = 0 keer, L=2 keer, XL= 3 keer en XXL = 4 keer.

De telpatronen worden zoals gebruikelijk gebreid/gehaakt: begin met de eerste naald/toer in A.1, brei/haak dan de volgende naald/toer in A.2 etc.

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor breien leest

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor haken leest

De totale breedte van het kledingstuk (van pols tot pols) is groter in de grotere maten, ondanks dat de eigenlijke mouwen korter zijn. De grotere maten hebben langere mouwkoppen en bredere schouders, dus er is een goede pasvorm in alle maten.

De tekening/ het schema met de afmetingen geeft informatie over de volledige lengte van het kledingstuk. Als het een trui of een vest betreft, dan wordt deze vanaf het hoogste punt op de schouder gemeten (meestal het dichtst bij de halslijn), en recht naar beneden tot de onderkant van het kledingstuk. Het wordt NIET gemeten vanaf de punt van de schouder. Op gelijke wijze wordt ook de lengte van de pas gemeten, vanaf het hoogste punt op de schouder en naar beneden tot waar de pas gesplitst wordt voor het lijf en de mouwen.

Op een vest worden de afmetingen nooit over de biezen genomen, tenzij anders aangegeven. Meet altijd binnen de biessteken als u de lengte opmeet.

Bekijk de DROPS les: Maattekeningen lezen

Telpatronen worden vaak herhaald in de breedte op de naald en/of in de hoogte. 1 herhaling van het telpatroon is hoe het te zien is in het telpatroon. Als er staat dat u 5 herhalingen van A.1 op de naald moet breien, dan breit u het patroon in totaal 5 keer achter/na elkaar op de naald. Als er staat dat u 2 herhalingen van A.1 in de hoogte moet breien, dan breit u het hele telpatroon (dus alle naalden van het telpatroon) een keer en begint u opnieuw onderaan bij het begin en breit u het telpatroon nog een keer.

Lossen zijn ietsje smaller dan andere steken en om te voorkomen dat de opzetrand te strak wordt, haken we eenvoudigweg meer lossen om mee te beginnen. Het aantal steken wordt in de volgende toer aangepast zodat het overeenkomt met het patroon en de afmetingen in de tekening.

De rand in ribbelsteek is elastischer en zal ietwat samentrekken vergeleken met bijvoorbeeld tricotsteek. Door te meerderen voor de rand in ribbelsteek, voorkomt u een zichtbaar verschil in breedte tussen de rand in ribbelsteek en de rest van het lijf.

Het gebeurt vrij makkelijk dat u te strak afkant, en door omslagen te maken tijdens het afkanten (terwijl u deze tegelijkertijd afkant) voorkomt u dat de afkantrand te strak wordt.

Bekijk de DROPS video: Hoe kant u af met omslagen

Om gelijkmatig te meerderen (of te minderen) kunt u meerderen op, bijvoorbeeld: afwisselend elke 3e en 4e naald, als volgt: brei 2 naalden en meerder op de 3e naald, brei 3 naalden en meerder op de 4e naald. Herhaal dit tot het meerderen klaar is.

Bekijk de DROPS les: Meerder of minder 1 st afwisselend

Als u liever in de rondte breit dan heen en weer, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen. U moet dan steken midden voor toevoegen (meestal 5 steken) en de instructies volgen. Als u normaal het werk keert en aan de verkeerde kant breit, breit u nu over de extra steken en gaat u verder in de rondte. Aan het einde knipt u het werk open. Neem steken op voor de biezen en werk de afgeknipte randen af.

Bekijk de DROPS video: Hoe breit u knipbiezen en openknippen

Als u liever heen en weer breit dan in de rondt, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen zodat u de panden apart van elkaar breit en aan het eind aan elkaar naait. Deel de steken voor het lijf in tweeën en voeg 1 kantsteek toe aan elke kant (voor het in elkaar naaien) en brei het voor- en achterpand apart van elkaar.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een patroon aanpassen van rondbreinaalden naar rechte naalden?

Herhalingen van het patroon kunnen een beetje anders zijn in de verschillende maten, om de juiste verhoudingen te krijgen. Als u niet dezelfde maat maakt als het kledingstuk op de foto, wijkt uw werkstuk wellicht ietsje af. Dit is met zorg ontwikkeld en aangepaste zodat het totale beeld van het kledingstuk hetzelfde is in alle maten.

Zorg ervoor dat u de instructies en de telpatronen voor uw maat volgt!

Als u een patroon heeft gevonden doe alleen beschikbaar is in damesmaten, dan hoeft het niet heel moeilijk te zijn om deze aan te passen naar een herenmaat. Het grootste verschil is de lengte van de mouwen en het lijf. Begin met breien in de damesmaat die overeenkomt met de borstwijdte. De lengte die erbij komt wordt namelijk gebreid voordat u begint met afkanten voor de armsgaten. Als het patroon van boven naar beneden wordt gebreid, kunt u lengte toevoegen vlak na de armsgaten of voor de eerste mindering op de mouw.

Wat betreft de extra hoeveelheid garen wat u nodig heeft: dit hangt heel erg af van hoeveel lengte u toevoegt, maar het is vaak meter dat u een bol te veel hebt dan te weinig.

Alle garens hebben vezels die uitsteken (door de productie) waardoor een kledingstuk gaat pluizen of pillen. Geborstelde garens (dus meer harige garens) hebben meer van deze losse, uitstekende vezels waardoor het eerder gaat pluizen of pillen.

Hoewel het niet mogelijk is om te garanderen dat geborsteld garen 100% pluisvrij is, is het wel mogelijk om dit drastisch af te laten nemen, door de volgende stappen te ondernemen:

1. Als het kledingstuk klaar is (voordat u het gaat wassen) schudt u het kledingstuk flink uit, zodat de losse haartjes eruit komen. LET OP: gebruik GEEN roller, borstel of andere methode, waardoor aan het kledingstuk getrokken wordt

2. Plaats het kledingstuk in een plastic zak en leg het in de vriezer - de temperatuur zorgt ervoor dat de vezels minder aan elkaar blijven zitten, en uitstekende vezels komen makkelijker los.

3. Laat een paar uur in de vriezer liggen, voordat u het eruit haalt en schudt het kledingstuk dan opnieuw uit.

4. Was het kledingstuk volgens de instructies op het garenlabel.

Pillen is een natuurlijk proces dat zelfs bij de meest exclusieve vezels voorkomt. Het is een natuurlijk teken van dragen dat lastig is te voorkomen en het meest zichtbaar is in gebieden waar de meeste wrijving optreedt, zoals bij de mouwen en de manchetten.

U kunt uw kledingstuk er als nieuw uit laten zien door het pillen te verwijderen met een pluizenkam of pillenverwijderaar.

Kunt u het antwoord op uw vraag nog steeds niet vinden? Scroll dan naar beneden en laat een vraag achter zodat een van onze experts kan proberen u te helpen. Dit wordt normaal tussen 5 tot 10 werkdagen gedaan..
In de tussentijd kunt u de vragen en antwoorden lezen die anderen bij dit patroon achter hebben gelaten of doe mee met de DROPS Workshop op Facebook om hulp te krijgen van mede breisters en haaksters!

Misschien vindt u deze ook leuk...

Laat een opmerking achter voor DROPS 161-36

Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!

Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.

Opmerkingen / Vragen (25)

country flag Anick Bossy wrote:

Bonjour, Au début de la chaussette: comment faire entrer 3 fois A1 ( 22 m) dans 70 m? Il y a certainement quelque chose que je ne comprends pas. Merci pour votre aide. Anick

08.08.2023 - 07:34

DROPS Design answered:

Bonjour Mme Bossy, au début de la chaussette, on monte 66 mailles dans les 3 tailles, et on tricote ainsi 3 fois les 22 mailles de A.1 (soit 66 mailles au total), puis au dernier tour de A.1, on va augmenter 4 mailles à intervalles réguliers pour obtenir 70 mailles dans les 2 grandes tailles. Bon tricot!

08.08.2023 - 09:24

country flag Anne wrote:

Savner en god teknik (video) til at skifte farve for hver maske på vrangpinden (striberne på hælen, når der strikkes frem og tilbage)

01.01.2021 - 20:48

DROPS Design answered:

Hej Anne, jeg tror du kan bruge denne, men der ligger flere under selve opskriften: Fair Isle - 2 farver God fornøjelse!

07.01.2021 - 15:23

country flag Birgit wrote:

A3a + A3B + A3C en A4 is volgens mij 3+31+3+29 is 66. Dan minderen voor de teen 10 x 2 steken is 66-20 is 46 steken over, terwijl in beschrijving 26 steken over zijn. Hoe kan dit, wat te doen met de 20 extra steken??

05.11.2020 - 18:17

DROPS Design answered:

Dag Birgit,

Je mindert aan beide kanten van A.3A en aan beide kanten van A.3C in totaal 10 keer = 40 steken geminderd in totaal; aan elke kant 20 steken.

19.11.2020 - 11:25

country flag Anita Wangen wrote:

Når jeg strikker hælfellingen blir den ytterste av maskene så løse at det blir hull. Noe tips for å forhindre dette? Er det fordi en strikkker annenhver maske med to tråder?

05.01.2020 - 23:24

DROPS Design answered:

Hei Anita, Du kan prøve å ta masken av pinnen, vri den, sette den tilbake på pinnen og strikke den etterpå, God fornøyelse!

06.01.2020 - 07:13

Gill Knight wrote:

I don't understand what it means in the pattern with 66 stitches when it says adjust stitches to 68 for the large size. How are we adjusting? Casting on more stitches?

03.08.2018 - 19:17

DROPS Design answered:

Dear Gill, yes it means that in that certain row you should add (increase) or decrease enough stitches so you will have the number that is given. In your case that is decreasing two stitches in the round. Happy Knitting!

04.08.2018 - 23:38

Monica wrote:

Buongiorno, con quante maglie bisogna iniziare per le taglie 38-40? C'è solo un'indicazione (66m) ma mi sembra un po' strano che siano le stesse per tutte le taglie. Grazie mille :)

23.06.2016 - 21:02

DROPS Design answered:

Buongiorno Monica. Si avviano 66 m per tutte le taglie. Il numero delle m cambia per le diverse taglie nel corso del lavoro. Buon lavoro!

23.06.2016 - 21:09

country flag Carmen Wirth wrote:

Hallo, ich habe mir heute Wolle für drei Paar Socken bestellt, weil sie mir und auch meinem Mann sehr gut gefallen. Ich studiere nun die Anleitung und stolpere sogleich über eine Formulierung: ,,in Norwegertechnik mit mehreren Wollknäuel arbeiten,, Bedeutet dies bei 5 Maschen einer Farbe jeweils einen neuen Knäuel zu nehmen oder kann ich über diese Strecke die zweite Farbe mitführen. Sind 4 oder 5 Maschen zuviel für einen Spannfaden hinter der Arbeit. Danke. MfG C.Wirth

07.02.2016 - 18:03

DROPS Design answered:

Sie führen die 2. Farbe stets mit, wenn in einer Rd mit 2 Farben gearbeitet wird. Sie können den Faden problemlos über ca. 4 Maschen mitführen, wenn es mehr Maschen sind, verschränken Sie den mitgeführten Faden einfach mit dem Arbeitsfaden, dann hängt er nicht durch und Sie verheddern sich beim Anziehen nicht darin. "Norwegertechnik" ist gleichbedeutend mit Fair-Isle, dazu finden Sie auch Videos im Kopf neben dem Foto.

09.02.2016 - 14:44

country flag Andrea wrote:

Vielen Dank. So ist es klar!!!

05.05.2015 - 12:00

country flag Andrea wrote:

Ich komme nichtweiter... nach der Ferse nehme habe ich 15 Maschen auf der Nadel, fasse seitliche jeweils wieder 12 Maschen auf und hole die 31 stillgelegten Machen wieder auf die Nadel zurück. Somit habe habe ich 70 Maschen. Das verstehe ich. Weiter die Maschen der Fußsole mit 31Maschen: 70 - 31 = 39 Aber A3a (3 Maschen ) + A3B (31Maschen ) + A3C (3 Maschen ) ergeben zusammen nur 37 Maschen. Das heißt es bleiben 2 Maschen übrig....... Wo ist mein Fehler......

04.05.2015 - 09:36

DROPS Design answered:

Ich denke, der Hinweis, dass A.4 aus 31 M besteht, ist an der Stelle etwas irreführend - denn Sie müssen einfach über alle Fußsohlen-M A.4 stricken. Sie stricken die Runde insgesamt wie folgt: 31 M sind Fußrücken-M (diese M haben mit den M von A.4 nichts zu tun, es sind rein zufällig auch 31 M), der Rest, 39 M, sind die Fußsohlen-M. Die 31 Fußrücken-M stricken Sie in A.3A (3 M), A.3B (25 M - Sie müssen die richtige Größe beachten, die kleinste Größe, die Sie stricken, hat bei A.3B nur 25 M) und A.3C (3 M), alle 39 Fußsohlen-M stricken Sie in A.4. Dann sollte alles aufgehen.

04.05.2015 - 23:52

country flag Viktoria Heep wrote:

Hallo, leider stimmt das Strickmuster nicht mit den abgebildeten Socken im Abschluss überein. Zum Schluss soll 2 x A.4 gearbeitet werden, gem.Bild würde ich sagen es ist auf der Oberseite des Fußes eine Abwandlung von A.3B?

14.04.2015 - 00:06

DROPS Design answered:

Sie haben Recht, es sieht auf dem Foto so aus, als müsste wie folgt gestrickt werden: "A.3A, A.3B über die nächsten 25-31-31 M, A.3C, A.4 über die nächsten 27-29-31 M ...". Ich werde das an die Designerinnen weiterleiten. Sie können wie oben beschrieben weiterstricken, das Muster wird dann mit den Abnahmen natürlich rechts und links abgeschnitten, das sieht man ja auch auf dem Bild.

14.04.2015 - 14:41