Framboise by DROPS Design

Gebreid DROPS vest met kabels en kantpatroon van ”Cotton light”. Maat: S - XXXL.

  • Framboise / DROPS 154-19 - Gebreid DROPS vest met kabels en kantpatroon van ”Cotton light”. Maat: S - XXXL.
  • Framboise / DROPS 154-19 - Gebreid DROPS vest met kabels en kantpatroon van ”Cotton light”. Maat: S - XXXL.
  • Framboise / DROPS 154-19 - Gebreid DROPS vest met kabels en kantpatroon van ”Cotton light”. Maat: S - XXXL.
DROPS design: Model nr. cl-033
Garengroep B
-----------------------------------------------------------
Maat: S - M - L - XL - XXL - XXXL
Materiaal:
DROPS COTTON LIGHT van Garnstudio
300-350-350-400-450-450 gr. kleur nr. 18, pink

DROPS BREINLD ZONDER KNOP en RONDBREINLD (80 cm) 4 mm - of de maat die u nodig hebt voor een stekenverhouding van 21 st x 28 nld in tricotst = 10 x 10 cm.
DROPS BREINLD ZONDER KNOP en RONDBREINLD (80 cm) MAAT 3.5 mm - voor de randen in ribbelst.
DROPS KABELNLD – voor de kabel
DROPS PARELMOERKNOOP NR. 521: 7 stuks voor alle maten
----------------------------------------------------------

-------------------------------------------------------

Stekenverhouding – Kijk hier hoe u deze moet opmeten en waarom
Alternatief garen – Bekijk hier hoe u een ander garen kiest
Garengroep A tot F – Bekijk hier hoe u hetzelfde patroon gebruikt met een ander garen
Garenverbruik als u een alternatief garen kiest – Gebruik onze garenvervanger

-------------------------------------------------------


50% katoen, 50% polyester
vanaf 1.13 € /50g
DROPS Cotton Light uni colour DROPS Cotton Light uni colour 1.13 € /50g
Hobbydoos.nl
Bestel
needles Naalden & Haaknaalden
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 6.78€ krijgen. Lees meer.

Instructies voor het patroon

RIBBELST (heen en weer gebreid op de nld):
Brei alle nld recht. 1 ribbel = 2 nld r.

PATROON:
Zie telpatronen A.1-A.7. De telpatronen laten het patroon aan de goede kant zien. Zowel de heengaande als de teruggaande naalden zijn weergegeven.

TIP VOOR HET MINDEREN:
Minder aan de goede kant.
Minder als volgt voor de 1e en 3e markeerder: brei tot er 2 st over zijn voor de markeerder, 1 st r afh, 1 st r, afgeh st overh.
Minder als volgt na 2e en 4e markeerder: 2 st r samen.

TIP VOOR HET MEERDEREN:
Meerder aan de goede kant.
Meerder als volgt voor de 1e en 3e markeerder: brei tot de markeerder, maak 1 omsl voor de markeerder.
Meerder als volgt na 2e en 4e markeerder: brei tot de markeerder, maak 1 omsl na de markeerder.
Brei in de volgende nld de omsl gedraaid om gaatjes te voorkomen.

KNOOPSGATEN:
Maak knoopsgaten op de rechter voorbies. 1 knoopsgat = brei de tweede en derde st vanaf de kant samen en maak 1 omsl.
Maak knoopsgaten bij een hoogte van:
MAAT S: 5, 11, 17, 23, 29, 35 en 41 cm
MAAT M: 7, 13, 19, 25, 31, 37 en 43 cm
MAAT L: 8, 14, 20, 26, 32, 39 en 45 cm
MAAT XL: 8, 14, 20, 26, 32, 39 en 45 cm
MAAT XXL: 5, 12, 19, 26, 33, 40 en 47 cm
MAAT XXXL: 7, 14, 21, 28, 35, 42 en 49 cm
----------------------------------------------------------

LIJF:
Wordt heen en weer gebreid op de rondbreinld zodat alle st goed op de nld passen.
Zet 184-204-222-232-268-292 st op (incl. 5 voorbies st aan elke kant) met rondbreinld 3.5 mm en Cotton Light. Brei 1 ribbel in RIBBELST - zie uitleg boven. Ga verder met rondbreinld 4 mm. Brei dan de eerste nld als volgt aan de goede kant: brei 5 st in ribbelst (= voorbies), A.5 (= 8 st), tricotst over de volgende 60-70-79-84-102-114 st, A.1 (= 38 st), tricotst over de volgende 60-70-79-84-102-114 st, A.5 (= 8 st) en eindig met 5 st in ribbelst. DENK OM DE STEKENVERHOUDING! Ga verder in ribbelst, in patroon en in tricotst tot het werk 6 cm meet. LET OP: A.2 (= 38 st) wordt boven A.1 gebreid als A.1 een keer in de hoogte is gebreid (brei patroon A.2 tot het werk klaar is). Brei patroon A.5 tot het werk klaar is. Denk om de KNOOPSGATEN op de rechter voorbies. Plaats nu 4 markeerders in het werk als volgt: Brei 5 st in ribbelst, A.5, 32-37-41-44-53-59 st in tricotst, plaats de 1e markeerder, 3 st in tricotst, plaats de 2e markeerder, 25-30-35-37-46-52 st in tricotst, A.2, 25-30-35-37-46-52 st in tricotst, plaats de 3e markeerder, 3 st in tricotst, plaats de 4e markeerder, 32-37-41-44-53-59 st in tricotst, A.5 en eindig met 5 voorbies st in ribbelst. Neem de markeerders gaandeweg mee naar boven. Minder in de volgende nld aan de goede kant 1 st voor de 1e en 3e markeerder en na de 2e en 4e markeerder (= 4 st geminderd) – zie uitleg boven. Er zijn dus 3 st tussen elke mindering de hele tijd. Herhaal dit minderen elke 1½-1½-1½-1½-1-1 cm nog 6-6-7-6-8-9 keer (= 7-7-8-7-9-10 keer in totaal) en minder TEGELIJKERTIJD bij de 2e-4e en 6e mindering na A.5 (rechtervoorpand) aan elke kant van A.2 en voor A.5 (linkervoorpand), dus brei 3 st samen in plaats van 2 st (= 8 st geminderd om de mindering) = 144-164-178-192-220-240 st over op de nld. Meerder bij een hoogte van 25-25-25-26-26-26 cm in de volgende nld aan de goede kant 1 st bij elke markeerder (= 4 st gemeerderd) – zie uitleg boven = 148-168-182-196-224-244 st.

Meerder dan verschillend voor elke maat:
MAAT S: herhaal dit meerderen elke 1½ cm nog 5 keer (= 6 keer in totaal) en meerder TEGELIJKERTIJD bij de 2e en 4e meerdering 1 st na A.5 (rechtervoorpand), aan elke kant van A.2 en voor A.5 (linkervoorpand), meerder door een omsl te maken direct voor/na A.2/A.5 en brei omsl de gedraaid in de volgende nld = 176 st op de nld.
MAAT M-L-XL-XXL-XXL: herhaal dit meerderen elke 1½ cm nog 5-5-6-6-7 keer (= 6-6-7-7-8 keer in totaal) en meerder TEGELIJKERTIJD bij de 2e-4e en 6e meerdering 1 st na A.5 (rechtervoorpand), aan elke kant van A.2 en voor A.5 (linkervoorpand), meerder door een omsl te maken direct voor/na A.2/A.5 en brei de omsl gedraaid in de volgende nld (= 8 st gemeerderd per keer dat er gemeerderd wordt) = 200-214-232-260-284 st op de nld. Brei bij een hoogte van 37-38-39-40-41-42 cm de volgende nld aan de goede kant als volgt: 5 voorbies st in ribbelst, A.5, tricotst over de volgende 24-30-34-38-45-51 st, 14 st in ribbelst, 18-24-27-32-39-45 st in tricotst, A.2 (= 38 st), 18-24-27-32-39-45 st in tricotst, 14 st in ribbelst, tricotst over de volgende 24-30-34-38-45-51 st, A.5, eindig met 5 st in ribbelst. Herhaal deze nld nog 1 keer aan de verkeerde kant.

Kant dan af (aan de goede kant) voor de armsgaten als volgt: 5 voorbies st in ribbelst, A.5, tricotst over de volgende 24-30-34-38-45-51 st, 3 st in ribbelst, kant de volgende 8 st af, 3 st in ribbelst, 18-24-27-32-39-45 st in tricotst, A.2 (= 38 st), 18-24-27-32-39-45 st in tricotst, 3 st in ribbelst, kant de volgende 8 st af, 3 st in ribbelst, tricotst over de volgende 24-30-34-38-45-51 st, A.5 en eindig met 5 st in ribbelst = 80-92-98-108-122-134 st op het achterpand en 40-46-50-54-61-67 st op elk voorpand. Brei nu ieder deel apart verder.

LINKERVOORPAND:
= 40-46-50-54-61-67 st.
Brei aan de verkeerde kant: 5 st in ribbelst, A.5 (= 8 st), 24-30-34-38-45-51 st in tricotst en eindig met 3 st in ribbelst. Brei in de volgende nld (= goede kant) de eerste 2 st in tricotst gedraaid samen na de 3 st in ribbelst voor het armsgat en herhaal dit minderen elke nld aan de goede kant nog 0-3-5-5-6-7 keer (= 1-4-6-6-7-8 keer in totaal) = 39-42-44-48-54-59 st over op de nld. Brei de volgende nld aan de goede kant als volgt: 3 st in ribbelst, patroon A.4 (= 4 st). (LET OP: patroon A.4 is verschuift 1 st elke nld aan de goede kant richting het midden. Meerder TEGELIJKERTIJD 1 st in A.4 voor de mouw elke nld aan de goede kant (volgens het telpatroon)), 19-22-24-28-34-39 st in tricotst, A.5 en eindig met 5 st in ribbelst. Ga verder in A.4 tot er 13-13-13-12-7-4 st zijn gemeerderd voor de mouw (meerder 1 st elke nld aan de goede kant, ZIE omsl in telpatroon) = 52-55-57-60-61-63 st op de nld. Brei dan A.7 boven A.4 tot het werk klaar is. Ga verder in patroon, in tricotst en in ribbelst tot het werk 40-42-44-44-46-48 cm meet. Brei dan in de volgende nld aan de verkeerde kant 1 ribbel over de eerste 16-16-17-17-18-18 st, brei de andere st als hiervoor. Kant dan de eerste 14-14-15-15-16-16 st af voor de hals = 38-41-42-45-45-47 st over op de nld. Brei dan in ribbelst over de 2 buitenste st richting de hals, in tricotst en in patroon als hiervoor en minder TEGELIJKERTIJD st aan het begin van elke nld langs de hals (= verkeerde kant) naast de 2 st in ribbelst als volgt: 2 st r samen (= 1 st minder) en herhaal dit minderen nog 8 keer (= 9 keer in totaal) = 29-32-33-36-36-38 st over op de schouder (na alle meerderen voor de mouw). Brei in tricotst en ribbelst tot het werk 54-56-58-60-62-64 cm meet. Brei 1 ribbel in ribbelst. Kant losjes alle st af.

RECHTERVOORPAND:
Brei als het linkervoorpand maar minder voor het armsgat voor 3 st in ribbelst door 2 st r samen te breien en kant af voor de hals aan het begin van de nld aan de goede kant. DENK OM KNOOPSGATEN! Brei telpatroon A.3 en A.6 in plaats van A.4 en A.7.
Let op: de twee omslagen in A.3 wordt gespiegeld gebreid de volgende toer, dus brei de 1e omslag gedraaid av en brei de tweede omslag av, dus de eerste omslag wordt een steek en de tweede wordt ook een steek maar met een gat.

ACHTERPAND:
= 80-92-98-108-122-134 st.
Minder voor de armsgaten als op het voorpand = 78-84-88-96-108-118 st over op de nld. Brei de volgende nld aan de goede kant als volgt: 3 st in ribbelst, A.3 over de volgende 4 st (A.3 verschuift richting het midden), 13-16-18-22-28-33 st in tricotst, A.2 over de middelste 38 st als hiervoor, 13-16-18-22-28-33 st in tricotst, A.4 over de volgende 4 st en eindig met 3 st in ribbelst. LET OP: A.3/A.4 verschuift richting de hals. Ga verder met het verschuiven van het patroon tot er 13-13-13-12-7-4 st zijn gemeerderd in de telpatroon A.3 en A.4 voor de mouwen = 104-110-114-120-122-126 st. Ga dan verder met het verschuiven van de patronen en brei A.6 boven A.3 en A.7 boven A.4. Ga verder in patroon, in tricotst en in ribbelst tot het werk 51-53-55-57-59-61 cm meet. Brei in de volgende nld aan de goede kant alle kabel st in A.2 2 aan 2 recht samen = 94-100-104-110-112-116 st op de nld. Brei 1 ribbel over de middelste 40-40-42-42-44-44 st, brei de andere st als hiervoor. Kant dan de middelste 36-36-38-38-40-40 st af (= 2 st in ribbelst aan elke kant) = 29-32-33-36-36-38 st aan elke kant. Brei elke schouder apart. Brei in tricotst en ribbelst over de 2 buitenste st richting de hals tot het werk 54-56-58-60-62-64 cm meet. Brei 1 ribbel in ribbelst. Kant losjes alle st af.

AFWERKING:
Naai de schoudernaden samen met de zijkanten tegen elkaar. Naai de knopen aan.

Dit patroon is gecorrigeerd. .

Gewijzigd online: 19.02.2014
Nieuw telpatroon A.5 (minderingen en omslagen komen aan de goede kant)
Gewijzigd online: 26.02.2016
Fout aantal st in maat L. Correctie op lijf en linkervoorpand.

Telpatroon

symbols = recht aan de goede kant, averecht aan de verkeerde kant
symbols = zet 1 st op een kabelnld en houd deze achter het werk, 1 st r, 1 st r van de kabelnld
symbols = 1 st r afh, 1 st r, afgeh st overh
symbols = 2 st r samen
symbols = 1 omsl tussen 2 st
symbols = zet 5 st op een kabelnld en houd deze voor het werk, 5 st r, 5 st r van de kabelnld
symbols = zet 5 st op een kabelnld en houd deze achter het werk, 5 st r, 5 st r van de kabelnld
symbols = 2 omsl, brei de volg nld de 1e omsl av en brei de 2e gedraaid av; de 1e omsl wordt dus een st met een gat en de tweede wordt een steek
diagram
diagram
diagram
signature-image signature

Heeft u hulp nodig voor dit patroon?

Bedankt dat u een patroon van DROPS Design kiest. We zijn er trots op dat we patronen aanbieden die correct en makkelijk te volgen zijn. Alle patronen zijn uit het Noors vertaald en u kunt altijd het origineel patroon controleren (DROPS 154-19) voor de afmetingen en de berekiningen.

Heeft u moeite met het volgen van het patroon? Hieronder vindt u een lijst met bronnen die u kunnen helpen om uw project vlot af te maken - of om eenvoudig iets nieuws te leren.

1) Waarom is de stekenverhouding zo belangrijk?

De stekenverhouding bepaalt de uiteindelijke afmetingen van uw werkstuk en wordt normaliter aangegeven in 10 x 10 cm. Het wordt als volgt aangegeven: het aantal steken in de breedte x het aantal naalden in de hoogte - dus: 19 steken x 26 naalden = 10 x 10 cm.

De stekenverhouding is heel erg individueel; sommige mensen breien/haken heel losjes, terwijl anderen vrij strak werken. De stekenverhouding past u aan met de naalddikte, wat de reden is waarom we slechts een suggestie voor de naalddikte geven! U moet deze aanpassen (naar boven of beneden) om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding overeenkomt met de stekenverhouding die aangegeven staat in het patroon. Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan zal het garenverbruik anders zijn, en zal uw werkstuk andere afmetingen krijgen dan het patroon aangeeft.

De stekenverhouding geeft tevens aan welk garen als vervanging kan dienen. U kunt verschillende garens met elkaar vervangen, zolang de stekenverhouding maar hetzelfde is.

Bekijk de DROPS les: Hoe u de stekenverhouding opmeet

Bekijk de DROPS video: Hoe u een proeflapje maakt

naar boven

2) Wat zijn de garengroepen?

Al onze garens zijn ondergebracht in garengroepen (van A tot F) volgens dikte en stekenverhouding – groep A bevat de dunste garens en groep F de dikste. Dit maakt het makkelijker voor u om alternatieve garens te vinden voor onze patronen, indien u graag ander garen wilt gebruiken. Alle garens binnen dezelfde groep hebben ongeveer eenzelfde stekenverhouding en kunnen elkaar vervangen. Het is wel zo dat verschillende garenkwaliteiten verschillende structuren en eigenschappen hebben, wat het uiteindelijke werkstuk een unieke 'look en feel' geeft.

Klik hier voor een overzicht van de garens in elke garengroep

naar boven

3) Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

Bij het kiezen van een ander garen is het belangrijk dat de stekenverhouding hetzelfde blijft. De afmetingen van het uiteindelijke werk zijn dan hetzelfde als aangegeven in de tekening bij het patroon. Het is makkelijker om dezelfde stekenverhouding te krijgen als u garen gebruikt uit dezelfde garengroep. Het is ook mogelijk om meerdere draden van een dunner garen te gebruiken om de stekenverhouding van een dikker garen te krijgen. Probeer onze garenvervanger. We raden u aan om altijd een proeflapje te maken.

LET OP: als u een ander garen neemt, kan het kledingstuk een andere 'look en feel' krijgen dan het kledingstuk op de foto, vanwege individuele eigenschappen en kwaliteiten van elk garen.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

naar boven

4) Hoe gebruik ik de garenvervanger?

Bovenaan al onze patronen vindt u een link naar onze garenvervanger, welke handig kan zijn als u een ander garen wilt gebruiken dan staat aangegeven in het patroon. Door het garen in te vullen dat u wilt vervangen, de hoeveelheid (in uw maat) en het aantal draden, stelt de vervanger geschikte alternatieven voor met dezelfde stekenverhouding. Daarnaast wordt aangegeven hoeveel u nodig heeft in de nieuwe kwaliteiten en of u met meerdere draden moet werken. De meeste bollen zijn 50 gram (sommige zijn 25 gram of 100 gram).

Als het patroon met meerdere kleuren wordt gebreid/gehaakt, moet elke kleur apart worden vervangen. Dit geldt ook als het patroon met verschillende draden van verschillende garens wordt gemaakt (bijvoorbeeld 1 draad Alpaca en 1 draad Kid-Silk) dan zult u voor elk individueel alternatieven moeten vinden.

Klik hier voor de garenvervanger

naar boven

5) Waarom krijg ik de verkeerde stekenverhouding met de aangegeven naalddikte?

De naalddikte die aangegeven is in het patroon geldt slechts als een richtlijn, het is van belang dat de stekenverhouding klopt. En omdat de stekenverhouding per persoon nogal verschillend is, zult u de naalddikte aan moeten passen om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding hetzelfde is als in het patroon – misschien is het nodig dat u 1 of zelfs 2 naalddiktes naar beneden of naar boven moet om de juiste stekenverhouding te krijgen. Daarom raden we ook aan om een proeflapje te maken.

Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan kunnen de afmetingen van het werkstuk afwijken van de afmetingen volgens de tekening.

Bekijk de DROPS les: Hoe meet u de stekenverhouding

Bekijk de DROPS video: Hoe maakt u een proeflapje voor de stekenverhouding

naar boven

6) Waarom wordt het patroon van boven naar beneden gereid?

Als u een kledingstuk van boven naar beneden breit, dan geeft dit meer flexibiliteit en mogelijkheden voor persoonlijke aanpassingen. Het is bijvoorbeeld makkelijker om het kledingstuk te passen terwijl u er mee bezig bent. U kunt ook makkelijker de lengte van de pas en de schouderkoppen aanpassen.

In de uitleg worden alle stappen zorgvuldig uitgelegd in de juiste volgorde. De telpatronen zijn aangepast aan de breirichting en worden zoals gebruikelijk gebreid.

naar boven

7) Waarom zijn de mouwen korter in de grotere maten?

De totale breedte van het kledingstuk (van pols tot pols) is groter in de grotere maten, ondanks dat de eigenlijke mouwen korter zijn. De grotere maten hebben langere mouwkoppen en bredere schouders, dus er is een goede pasvorm in alle maten.

naar boven

8) Wat is een herhaling?

Telpatronen worden vaak herhaald in de breedte op de naald en/of in de hoogte. 1 herhaling van het telpatroon is hoe het te zien is in het telpatroon. Als er staat dat u 5 herhalingen van A.1 op de naald moet breien, dan breit u het patroon in totaal 5 keer achter/na elkaar op de naald. Als er staat dat u 2 herhalingen van A.1 in de hoogte moet breien, dan breit u het hele telpatroon (dus alle naalden van het telpatroon) een keer en begint u opnieuw onderaan bij het begin en breit u het telpatroon nog een keer.

naar boven

9) Hoe brei ik volgens een telpatroon?

Het telpatroon laat alle naalden en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt gelezen van onder naar boven, van rechts naar links. 1 vierkant = 1 steek.

Als u heen en weer breit, wordt elke andere naald aan de goede kant gebreid en elke andere naald wordt aan de verkeerde kant gebreid. Als u aan de verkeerde kant breit, moet u het telpatroon omgekeerd breien, dus van links naar rechts. rechte steken worden dan averecht gebreid en averechte steken recht, etc.

Als u in de rondte breit wordt elke naald aan de goede kant gebreid en het telpatroon wordt dan van rechts naar links gebreid op alle naalden.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees ik de teltekening bij de patronen?

naar boven

10) Hoe haak ik volgens een telpatroon?

Het telpatroon laat alle toeren en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt van onder naar boven gehaakt en van rechts naar links.

Als u heen en weer haakt, wordt elke andere toer aan de goede kant gehaakt: van rechts naar links en elke andere toer wordt aan de verkeerde kant gehaakt: vank links naar rechts.

Als u in de rondte haakt, wordt elke toer in het telpatroon aan de goede kant gehaakt, van rechts naar links.

Als u een cirkelvormig telpatroon haakt, dan begint u in het midden en haakt u naar buiten toe, tegen de klok in, toer na toer.

Meestal beginnen de toeren met een opgegeven aantal lossen (overeenkomend met de hoogte van de volgende steek), deze zijn of in het telpatroon opgenomen, of uitgelegd in het patroon.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees je telpatronen voor haken

naar boven

11) Hoe brei/haak je verschillende telpatronen tegelijkertijd op dezelfde naald/toer

Instructies om verschillende telpatronen achter elkaar op dezelfde naald/toer te breien/haken, worden meestal als volgt beschreven: “brei/haak A.1, A.2, A.3 in totaal 0-0-2-3-4 keer". Dit betekent dat u A.1 een keer breit/haakt, daarna wordt A.2 een keer gebreid/gehaakt, en A.3 wordt het aantal aangegeven keren (in de breedte) in uw maat gebreid/gehaakt – in dit geval als volgt: S = 0 keer, M = 0 keer, L=2 keer, XL= 3 keer en XXL = 4 keer.

De telpatronen worden zoals gebruikelijk gebreid/gehaakt: begin met de eerste naald/toer in A.1, brei/haak dan de volgende naald/toer in A.2 etc.

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor breien leest

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor haken leest

naar boven

12) Waarom begint het werk met meer lossen dan waarmee gehaakt wordt?

Lossen zijn ietsje smaller dan andere steken en om te voorkomen dat de opzetrand te strak wordt, haken we eenvoudigweg meer lossen om mee te beginnen. Het aantal steken wordt in de volgende toer aangepast zodat het overeenkomt met het patroon en de afmetingen in de tekening.

naar boven

13) Waarom meerderen voor de boord als het werk van boven naar beneden gebreid wordt?

De rand in ribbelsteek is elastischer en zal ietwat samentrekken vergeleken met bijvoorbeeld tricotsteek. Door te meerderen voor de rand in ribbelsteek, voorkomt u een zichtbaar verschil in breedte tussen de rand in ribbelsteek en de rest van het lijf.

naar boven

14) Waarom meerderen in de afkantrand?

Het gebeurt vrij makkelijk dat u te strak afkant, en door omslagen te maken tijdens het afkanten (terwijl u deze tegelijkertijd afkant) voorkomt u dat de afkantrand te strak wordt.

Bekijk de DROPS video: Hoe kant u af met omslagen

naar boven

15) Hoe meerder/minder je afwisselend op elke 3e en 4e naald/toer?

Om gelijkmatig te meerderen (of te minderen) kunt u meerderen op, bijvoorbeeld: afwisselend elke 3e en 4e naald, als volgt: brei 2 naalden en meerder op de 3e naald, brei 3 naalden en meerder op de 4e naald. Herhaal dit tot het meerderen klaar is.

Bekijk de DROPS les: Meerder of minder 1 st afwisselend

naar boven

16) Waarom is het patroon een beetje anders dan wat ik op de foto zie?

Herhalingen van het patroon kunnen een beetje anders zijn in de verschillende maten, om de juiste verhoudingen te krijgen. Als u niet dezelfde maat maakt als het kledingstuk op de foto, wijkt uw werkstuk wellicht ietsje af. Dit is met zorg ontwikkeld en aangepaste zodat het totale beeld van het kledingstuk hetzelfde is in alle maten.

Zorg ervoor dat u de instructies en de telpatronen voor uw maat volgt!

naar boven

17) Hoe kan ik een vest in de rondte breien, in plaats van heen en weer?

Als u liever in de rondte breit dan heen en weer, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen. U moet dan steken midden voor toevoegen (meestal 5 steken) en de instructies volgen. Als u normaal het werk keert en aan de verkeerde kant breit, breit u nu over de extra steken en gaat u verder in de rondte. Aan het einde knipt u het werk open. Neem steken op voor de biezen en werk de afgeknipte randen af.

Bekijk de DROPS video: Hoe breit u knipbiezen en openknippen

naar boven

18) Kan ik een trui heen en weer breien in plaats van in de rondte?

Als u liever heen en weer breit dan in de rondt, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen zodat u de panden apart van elkaar breit en aan het eind aan elkaar naait. Deel de steken voor het lijf in tweeën en voeg 1 kantsteek toe aan elke kant (voor het in elkaar naaien) en brei het voor- en achterpand apart van elkaar.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een patroon aanpassen van rondbreinaalden naar rechte naalden?

naar boven

19) Waarom staan er garens in de patronen die niet meer leverbaar zijn?

Omdat de verschillende garens verschillende kwaliteiten en verschillend texturen hebben, hebben we ervoor gekozen om het originele garen in het patroon te laten staan. Maar u kunt vrij makkelijk andere opties vinden tussen de beschikbare garenkwaliteiten door onze garenvervanger te gebruiken, of door een garen uit dezelfde garengroep uit te kiezen.

Het is mogelijk dat sommige verkooppunten nog bollen op voorraad hebben van garens die niet meer leverbaar zijn, of dat iemand thuis nog een paar bollen heeft liggen en hier een patroon bij zoekt.

Degarenvervanger laat alternatieve garens zien en de hoeveelheid die u nodig heeft in de nieuwe kwaliteit.

naar boven

20) Hoe verander ik een kledingstuk voor dames in eentje voor heren?

Als u een patroon heeft gevonden doe alleen beschikbaar is in damesmaten, dan hoeft het niet heel moeilijk te zijn om deze aan te passen naar een herenmaat. Het grootste verschil is de lengte van de mouwen en het lijf. Begin met breien in de damesmaat die overeenkomt met de borstwijdte. De lengte die erbij komt wordt namelijk gebreid voordat u begint met afkanten voor de armsgaten. Als het patroon van boven naar beneden wordt gebreid, kunt u lengte toevoegen vlak na de armsgaten of voor de eerste mindering op de mouw.

Wat betreft de extra hoeveelheid garen wat u nodig heeft: dit hangt heel erg af van hoeveel lengte u toevoegt, maar het is vaak meter dat u een bol te veel hebt dan te weinig.

naar boven

21) Hoe voorkom ik dat een harig kledingstuk gaat pillen of pluizen?

Alle garens hebben vezels die uitsteken (door de productie) waardoor een kledingstuk gaat pluizen of pillen. Geborstelde garens (dus meer harige garens) hebben meer van deze losse, uitstekende vezels waardoor het eerder gaat pluizen of pillen.

Hoewel het niet mogelijk is om te garanderen dat geborsteld garen 100% pluisvrij is, is het wel mogelijk om dit drastisch af te laten nemen, door de volgende stappen te ondernemen:

1. Als het kledingstuk klaar is (voordat u het gaat wassen) schudt u het kledingstuk flink uit, zodat de losse haartjes eruit komen. LET OP: gebruik GEEN roller, borstel of andere methode, waardoor aan het kledingstuk getrokken wordt

2. Plaats het kledingstuk in een plastic zak en leg het in de vriezer - de temperatuur zorgt ervoor dat de vezels minder aan elkaar blijven zitten, en uitstekende vezels komen makkelijker los.

3. Laat een paar uur in de vriezer liggen, voordat u het eruit haalt en schudt het kledingstuk dan opnieuw uit.

4. Was het kledingstuk volgens de instructies op het garenlabel.

naar boven

22) Waar op het kledingstuk wordt de lengte gemeten??

De tekening/ het schema met de afmetingen geeft informatie over de volledige lengte van het kledingstuk. Als het een trui of een vest betreft, dan wordt deze vanaf het hoogste punt op de schouder gemeten (meestal het dichtst bij de halslijn), en recht naar beneden tot de onderkant van het kledingstuk. Het wordt NIET gemeten vanaf de punt van de schouder. Op gelijke wijze wordt ook de lengte van de pas gemeten, vanaf het hoogste punt op de schouder en naar beneden tot waar de pas gesplitst wordt voor het lijf en de mouwen.

Op een vest worden de afmetingen nooit over de biezen genomen, tenzij anders aangegeven. Meet altijd binnen de biessteken als u de lengte opmeet.

Bekijk de DROPS les: Maattekeningen lezen

naar boven

23) Hoe weet ik hoeveel bollen ik nodig heb?

De benodigde hoeveelheid garen wordt aangegeven in grammen, dus bijvoorbeeld: 450 g. Om uit te rekenen hoeveel bollen u nodig heeft, moet u eerst weten hoeveel gram er in 1 bol gaat (25 g, 50 g, of 100 g). Deze informatie vindt u door op de individuele garenkwaliteit te klikken op onze site. Deel de hoeveelheid benodigde garen door de hoeveelheid per bol. Bijvoorbeeld, als de bollen 50 gram wegen (de meest gebruikelijke hoeveelheid), ziet de berekening er als volgt uit: 450 / 50 = 9 bollen.

naar boven

Heeft u DROPS garen besteld om dit patroon te maken? Dan heeft u recht op hulp van de winkel waar u het garen gekocht heeft. Vind hier een lijst van DROPS winkels!
Kunt u het antwoord op uw vraag nog steeds niet vinden? Scroll dan naar beneden en laat een vraag achter zodat een van onze experts kan proberen u te helpen. Dit wordt normaal tussen 5 tot 10 werkdagen gedaan.. In de tussentijd kunt u de vragen en antwoorden lezen die anderen bij dit patroon achter hebben gelaten of doe mee met de DROPS Workshop op Facebook om hulp te krijgen van mede breisters en haaksters!

Opmerkingen / Vragen (31)

country flag Gaby wrote:

Hallo, ich habe die Anleitung erstmal gelesen und verstehe nicht, an welcher Stelle ich das Nadelspiel jeweils einsetzen soll, habe ich was übersehen? LG Gaby

25.01.2021 - 21:58

DROPS Design answered:

Liebe Gaby, es sieht tatsächlich aus, daß die Nadelspiel nicht benutzt werden, danke für den Hinweis. Viel Spaß beim stricken!

26.01.2021 kl. 08:54

country flag Joëlle Gac wrote:

Bonjour , Je suis au début de ce modèle ,très joli . Quand mon ouvrage mesure 6 cm , je n'ai pas terminé A1 , or l'explication me dit de placer les marqueurs et de tricoter A2 et de diminuer avant ou après les marqueurs. Dois-je commencer les diminutions alors que A1 n'est pas terminé ? Merci de votre réponse et de tous les beaux modèles que vous nous proposez. .

27.01.2019 - 16:24

DROPS Design answered:

Bonjour Mme Gac, vous placez vos marqueurs à 6 cm pour commencer à diminuer mais continuez A.1 jusqu'à ce qu'il soit tricoté 1 fois en hauteur, puis vous tricoterez A.2 au-dessus de A.1. Bon tricot!

28.01.2019 kl. 11:30

country flag Annika Sorokin wrote:

Järgmisel töö PP real kahanda 1 silmus enne 1. ja 3. SM-i ja pärast 2. ja 4. SM-i (= 4 kahandatud silmust) – vaata ülevalt, st. iga kahanduse vahel on 3 silmust kuni üles välja. Korda kasvatamist iga 1,5-1,5-1,4-1,4-1-1 cm järel veel 6-6-7-6-8-9 korda (= 7-7-8-7-9-10 korda kokku) Tekkis küsimus, kas kasvatada ja kahandada korraga? Ilma kasvatuseta jääb 164 s , koos kasvatusega 180? Kus ma valesti loen

27.09.2018 - 17:55

DROPS Design answered:

Tere Annika! Viga on parandatud, Kahandamist tuleb korrata, mitte kasvatamist. Head kudumist!

14.10.2018 kl. 00:51

country flag Sussi Beck wrote:

Hej. Hvornår kommer der svar fra Design? Venter på at få strikket blusen færdig.

07.10.2015 - 08:07

DROPS Design answered:

Hej Sussi, Nu endelig har vi fået tid til at se på den og der er lagt en rettelse ud. God dag!

29.02.2016 kl. 10:50

country flag Sussi Beck wrote:

Hej igen. Har lige et spørgsmål igen, som jeg regner med i kan svare på ved samme lejlighed. Hvordan kan der blive 212m efter udtagning i str. L. 178m + udt 6 gange (24m) + extra udt 3 gange (12m) = 214m. Er der fejl i opskriften eller kan jeg ikke regne?

19.08.2015 - 22:00

DROPS Design answered:

Hej Sussi, Jeg får det også til 214 m, så jeg sender lige spørgsmålet videre til Design, så må vi se om vi tænker helt forkert :) Vi kommer tilbage!

21.08.2015 kl. 10:07

country flag Sussi Beck wrote:

Hej. Ved ekstra indtagning og udtagning på (2.-4. og 6. indt og udt) er det lige efter de 8p i A.5, eller er det efter A.5 og glatstrikmasker. Altså 1. mærketråd. På billedet ser det ud til at det er lige efter A.5, men hvis der skal strikkes 3m sammen må det være ved mæketråden??

14.08.2015 - 07:36

DROPS Design answered:

Hej Sussi, De ekstra indtagninger sker ved at strikke 3 m sammen istedet for 2 sammen i hver side af A.2. God fornöjelse!

09.09.2015 kl. 08:13

country flag Montse wrote:

Creo que la explicación correspondiente al aumento de puntos en A4 está mal taducida. La frase en inglés dice "2 YO, on next row P 1st YO, P 2nd YO twisted" y se ha taducido como "tejer la primera hebra retorcida Y DEJAR la 2a hebra". Esto hace que el cómputo de puntos no sea correcto.

01.03.2014 - 17:26

country flag Ines wrote:

Hallo, konnten Sie Ihre Designerinnen fragen? Wie ist das nun mit A5? Hinreihen rechts, Rückreihe Muster? Bei den anderen ist Hinreihe Muster. Ines

18.02.2014 - 18:21

DROPS Design answered:

Liebe Ines, das Diagramm A.5 wurde nun korrigiert, es war tatsächlich um eine Reihe "verschoben". Die Muster werden immer in Hin-R gestrickt, in den Rück-R werden alle M li gestrickt. Weiterhin gutes Gelingen!

19.02.2014 kl. 14:45

country flag Kerstin wrote:

Hallo, kann es sein das das angegebene Muster(Rücken) nicht dem Bild entspricht? VG Kerstin

18.02.2014 - 11:03

DROPS Design answered:

Liebe Kerstin, Muster und Foto stimmen überein. A.2 wird nach A.1 fortlaufend wiederholt und A.2 passt zum Foto. Viel Spaß beim Stricken!

18.02.2014 kl. 12:59

country flag Solvet Gisele wrote:

Il semblerait qu'une erreur se soit glissee page3.taille m=212m faites le calcul sur la façon de repartir les mailles et nous ne sommes plus qu'à 200m pour l'emmanchure. Pas grave j'ai compris le principe pour mon premier raglan. super modele merci beaucoup

10.02.2014 - 17:23

DROPS Design answered:

Bonjour Mme Solvet, on a bien 200 m en taille M, les 212 m sont en taille L (et en taille S, au paragraphe précédent, on a 176 m). Bon tricot!

11.02.2014 kl. 14:04

Laat een opmerking achter voor DROPS 154-19

Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!

Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.