DROPS design: Patroon fa-399
Garengroep A
----------------------------------------------------------
Maat: S - M - L - XL - XXL - XXXL
Materiaal:
DROPS FABEL van garnstudio (behoort tot garengroep A)
350-350-400-450-500-550 g kleur 340, blue lagoon
100-150-150-150-150-200 g kleur 114, licht parelgrijs

Het werk kan tevens gebreid worden met garen van:
“Alternatief garen (garengroep A)” - zie link hieronder.

DROPS NAALDEN ZONDER KNOP EN RONDBREINAALD (60 of 80 cm) MAAT 3.5 mm – of de maat die u nodig heeft voor een stekenverhouding van 23 steken en 45 naalden in ribbelsteek = breedte 10 cm en 10 cm in de hoogte.

DROPS RONDBREINAALD (60 of 80 cm) MAAT 2.5 mm – of de maat die u nodig heeft voor een stekenverhouding van 26 steken en 51 naalden in ribbelsteek = breedte 10 cm en hoogte 10 cm.

DROPS PARELMOERKNOOP GEBOGEN (wit), NR 521: 6-6-6-7-7-7 stuks
----------------------------------------------------------

-------------------------------------------------------

Stekenverhouding – Kijk hier hoe u deze moet opmeten en waarom
Alternatief garen – Bekijk hier hoe u een ander garen kiest
Garengroep A tot F – Bekijk hier hoe u hetzelfde patroon gebruikt met een ander garen
Garenverbruik als u een alternatief garen kiest – Gebruik onze garenvervanger

-------------------------------------------------------


75% wol, 25% polyamide
vanaf 2.65 € /50g
DROPS Fabel uni colour DROPS Fabel uni colour 2.65 € /50g
Hobbydoos.nl
Bestel
DROPS Fabel print DROPS Fabel print 2.85 € /50g
Hobbydoos.nl
Bestel
DROPS Fabel long print DROPS Fabel long print 3.15 € /50g
Hobbydoos.nl
Bestel
needles Naalden & Haaknaalden
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 23.85€ krijgen. Lees meer.

Instructies voor het patroon

INFORMATIE VOOR HET PATROON:

RIBBEL/RIBBELSTEEK (heen en weer gebreid):
1 ribbel = 2 naalden recht.

RIBBELSTEEK (in de rondte – geldt voor de mouwen):
1 ribbel = 2 naalden. Brei 1 naald recht en 1 naald averecht.

RAGLAN (geldt voor de pas):
MAAT S-M-L-XL:
NAALD 1 (= verkeerde kant): Brei alle steken recht.
NAALD 2 (= goede kant): Maak 1 omslag na de 1e-2e-4e-5e markeerdraad en 1 omslag voor de 3e-4e-6e-7e markeerdraad (= 2 steken gemeerderd op elke mouw, 2 steken gemeerderd op het achterpand en 1 steek gemeerderd op elk voorpand = 8 steken gemeerderd in totaal op de naald).
NAALD 3 (en alle naalden op de verkeerde kant): Brei alle steken recht, brei de omslagen niet gedraaid, zodat er een gaatje ontstaat.
NAALD 4: Meerder 2 omslagen op elk voorpand en 4 omslagen op het achterpand als volgt: Maak 2 omslagen na de 1e en de 4e markeerdraad als volgt: Brei tot en met de steek met de markeerdraad, 1 omslag, 1 recht, 1 omslag. Maak 2 omslagen voor de 4e en de 7e markeerdraad als volgt: Brei tot er 1 steek over is voor de steek met de markeerdraad, 1 omslag, 1 recht, 1 omslag (= 4 steken gemeerderd op het achterpand en 2 steken gemeerderd op elk voorpand = 8 steken gemeerderd in totaal op de naald).
NAALD 6: Brei zoals de 2e naald (= 2 steken gemeerderd op elke mouw en 2 steken gemeerderd op het achterpand en 1 steek gemeerderd op elk voorpand = 8 steken gemeerderd in totaal op de naald).
NAALD 8: Maak 1 omslag na de 1e en de 4e markeerdraad en 1 omslag voor de 4e en de 7e markeerdraad (= 2 steken gemeerderd op het achterpand en 1 steek gemeerderd op elk voorpand = 4 steken gemeerderd in totaal op de naald).
NAALD 10: Brei zoals de 2e naald (= 2 steken gemeerderd op elke mouw en 2 steken gemeerderd op het achterpand en 1 steek gemeerderd op elk voorpand = 8 steken gemeerderd in totaal op de naald).
MAAT XXL-XXXL:
NAALD 1 (= verkeerde kant): Brei alle steken recht.
NAALD 2 (= goede kant): Maak 1 omslag na de 1e-2e-4e-5e markeerdraad en 1 omslag voor de 3e-4e-6e-7e markeerdraad (= 2 steken gemeerderd op elke mouw, 2 steken gemeerderd op het achterpand en 1 steek gemeerderd op elk voorpand = 8 steken gemeerderd op de naald).
NAALD 3 (en alle naalden op de verkeerde kant): Brei alle steken recht, brei de omslagen niet gedraaid, zodat er een gaatje ontstaat.
NAALD 4: Meerder 2 omslagen op elk voorpand en 4 omslagen op het achterpand als volgt: Maak 2 omslagen na de 1e en de 4e markeerdraad als volgt: Brei tot en met de steek met de markeerdraad, 1 omslag, 1 recht, 1 omslag. Maak 2 omslagen voor de 4e en de 7e markeerdraad als volgt: Brei tot er 1 steek over is voor de steek met de markeerdraad, 1 omslag, 1 recht, 1 omslag (= 4 steken gemeerderd op het achterpand en 2 steken gemeerderd op elk voorpand = 8 steken gemeerderd in totaal op de naald).
NAALD 6: Brei zoals de 2e naald (= 2 steken gemeerderd op elke mouw en 2 steken gemeerderd op het achterpand en 1 steek gemeerderd op elk voorpand = 8 steken gemeerderd op de naald).
NAALD 8: Brei zoals de 4e naald (= 4 steken gemeerderd op het achterpand en 2 steken gemeerderd op elk voorpand = 8 steken gemeerderd in totaal op de naald).
NAALD 10: Brei zoals de 2e naald (= 2 steken gemeerderd op elke mouw en 2 steken gemeerderd op het achterpand en 1 steek gemeerderd op elk voorpand = 8 steken gemeerderd op de naald).
NAALD 12: Brei zoals de 2e naald (= 2 steken gemeerderd op elke mouw en 2 steken gemeerderd op het achterpand en 1 steek gemeerderd op elk voorpand = 8 steken gemeerderd op de naald).

TIP VOOR HET MEERDEREN-1:
Brei 2 steken in 1 steek.

TIP VOOR HET MEERDEREN-2:
Meerder met 1 omslag tussen 2 steken. Brei de omslag gedraaid recht op de volgende naald, zodat er gaatjes ontstaan.

TIP VOOR HET MINDEREN (geldt voor midden onder de mouw):
Alle minderingen worden op een naald met recht gemaakt.
Minder aan elke kant van de markeerdraad als volgt: Begin 4 steken voor de markeerdraad, 2 recht samen, 4 recht (de markeerdraad is in het midden van deze steken), 1 steek recht afhalen, 1 recht, haal de afgehaalde steek over de gebreide steek (= 2 steken geminderd).

TIP VOOR HET BREIEN (geldt voor de dominovierkanten):
Neem altijd steken op aan de goede kant.

STREPEN:
Brei de eerste naald in iedere streep aan de goede kant (geldt voor de dominovierkanten).
Brei de eerste naald in iedere streep recht (geldt voor de mouwen).
Brei 1 ribbel met licht parelgrijs.
Brei 1 ribbel met blue lagoon.

HEEL DOMINOVIERKANT:
Voeg 1 markeerdraad in, in de middelste steek.
NAALD 1 (= verkeerde kant): Brei alle steken recht.
NAALD 2 (= goede kant): Brei recht tot er 1 steek over is voor de markeerdraad, 1 steek recht afhalen, 2 recht samen, haal de afgehaalde steek over de gebreide steken, brei de rest van de naald recht.
Herhaal de 1e en 2e naald, dus minder 2 steken in het midden van het vierkant op iedere andere naald tot er 1 steek over is, knip het garen af en haal het door de steek.

HALF DOMINOVIERKANT (verticaal):
NAALD 1 (= verkeerde kant): Brei alle steken recht.
NAALD 2 (= goede kant): 2 recht samen, brei de rest van de naald recht.
Brei het tegenovergestelde als het vierkant aan de andere kant van het werk, dus brei recht tot er 2 steken over zijn, 2 recht samen (dus het minderen wordt richting midden voor gedaan).
Herhaal de 1e en 2e naald, dus minder 1 steek op het vierkant op iedere andere naald tot er 1 steek over is. Knip het garen af en haal het door de steek.

HALF DOMINOVIERKANT (horizontaal):
Brei zoals het hele dominovierkant maar naast het minderen in het midden van het vierkant, zet u de laatste steek aan het einde van iedere naald op 1 hulpdraad. Ga verder tot er 7-5-7-7-7-7 steken over zijn op de naald (= 9-10-10-11-12-13 steken op de hulpdraad aan elke kant). Brei 1 naald recht op de verkeerde kant en zet de laatste steek aan het einde van de naald op de hulpdraad = 6-4-6-6-6-6 steken op de naald. Brei de volgende naald (= aan de goede kant) als volgt: 1-0-1-1-1-1 recht, 1 steek recht afhalen, 2 recht samen, haal de afgehaalde steek over de 2 samengebreide steken (= 2 steken geminderd), 1-0-1-1-1-1 recht, zet de laatste steek aan het einde van de naald op de hulpdraad = 3-1-3-3-3-3 steken. Zet deze steken ook op de hulpdraad. Knip en hecht het garen af. Er zijn nu 23-23-25-27-29-31 steken in totaal op de hulpdraad.

KNOOPSGATEN:
Minder voor de knoopsgaten op de rechter voorbies (als het kledingstuk gedragen wordt). Minder aan de goede kant als er 3 steken over zijn op de naald als volgt: Maak 1 omslag, brei de volgende 2 steken recht samen, brei de laatste steek recht. Brei op de volgende naald de omslag recht, zodat er een gaatje ontstaat.
Minder voor het eerste knoopsgat als de pas ongeveer 1½-2 cm meet. Minder dan de volgende 5-5-5-6-6-6 knoopsgaten, met ongeveer 7-8 cm tussen elk.
----------------------------------------------------------

VEST:
Het werk wordt heen en weer gebreid, van boven naar beneden. Meerder naar buiten toe voor de raglan aan elke kant van elke mouw en midden voor en midden achter. Als de pas klaar is, brei dan 1 voor 1 dominovierkant. Brei de mouwen in ribbelsteek in de rondte aan het einde.

PAS:
Zet 117-133-133-145-145-153 steken op (inclusief 5 voorbiessteken aan elke kant van het werk) op rondbreinaald 2.5 mm met blue lagoon. Brei 2 ribbels in RIBBELSTEEK - zie uitleg hierboven. Ga verder met rondbreinaald 3.5 mm.
Brei de volgende naald als volgt aan de goede kant:
Linker voorpand:
Brei 5 voorbiessteken in ribbelsteek, brei 1 steek in ribbelsteek en voeg de 1e markeerdraad in deze steek, 1 omslag, brei 14-18-18-21-21-23 steken in ribbelsteek en meerder 0-0-4-0-2-7 steken verdeeld (= 21-25-29-28-30-37 steken).
Linkermouw:
Brei 1 steek in ribbelsteek en voeg de 2e markeerdraad in deze steek, 1 omslag, brei 22 steken in ribbelsteek en meerder 0-0-2-2-0-0 steken verdeeld, 1 omslag, brei 1 steek in ribbelsteek en voeg de 3e markeerdraad in deze steek (= 26-26-28-28-26-26 steken).
Achterpand:
Brei 14-18-18-21-21-23 steken in ribbelsteek en meerder 0-0-4-0-2-7 steken verdeeld, 1 omslag, brei 1 steek in ribbelsteek en voeg de 4e markeerdraad in deze steek (= midden achter), 1 omslag, brei 14-18-18-21-21-23 steken in ribbelsteek en meerder 0-0-4-0-2-7 steken verdeeld (= 31-39-47-45-49-63 steken).
Rechter mouw:
Brei 1 steek in ribbelsteek en voeg de 5e markeerdraad in deze steek, 1 omslag, brei 22 steken in ribbelsteek en meerder 0-0-2-2-0-0 steken verdeeld, 1 omslag, brei 1 steek in ribbelsteek en voeg de 6e markeerdraad in deze steek (= 26-26-28-28-26-26 steken).
Rechter voorpand:
Brei 14-18-18-21-21-23 steken in ribbelsteek en meerder 0-0-4-0-2-7 steken verdeeld, 1 omslag, brei 1 steek in ribbelsteek en voeg de 7e markeerdraad in deze steek, brei 5 voorbiessteken in ribbelsteek (= 21-25-29-28-30-37 steken) = 125-141-161-157-161-189 steken in totaal.
Brei en meerder voor de RAGLAN – zie uitleg hierboven, begin met de 3e naald (dus de 1e naald is op de verkeerde kant). Denk om de knoopsgaten - zie uitleg hierboven. DENK OM DE STEKENVERHOUDING!
Brei de 3e tot 10e-10e-10e-10e-12e-12e naald 1 keer = 153-169-189-185-201-229 steken (= 26-30-34-33-37-44 steken op elk voorpand en 30-30-32-32-32-32 steken op elke mouw en 41-49-57-55-63-77 steken op het achterpand).
Herhaal de 1e tot 10e-10e-10e-10e-12e-12e naald 7-7-8-8-7-7 keer = 405-421-477-473-537-565 steken (= 68-72-82-81-93-100 steken op elk voorpand en 72-72-80-80-88-88 steken op elke mouw en 125-133-153-151-175-189 steken op het achterpand).
Brei dan de eerste 0-6-0-4-4-8 naalden 1 keer = 405-445-477-489-553-597 steken (= 68-76-82-84-96-106 steken op elk voorpand en 72-76-80-82-90-92 steken op elke mouw en 125-141-153-157-181-201 steken op het achterpand).
Het werk meet nu ongeveer 18-20-21-22-23-24 cm gemeten over de schouder. Brei 1 naald recht op de verkeerde kant.
Verdeel nu het werk op de volgende naald aan de goede kant als volgt:
Linker voorpand:
Brei 6 voorbiessteken in ribbelsteek (inclusief de steek met de markeerdraad), 1 omslag (= 1 steek gemeerderd), brei recht tot er 2 steken over zijn voor de 2e markeerdraad (= 60-68-74-76-88-98 steken), 2 recht samen (= 1 steek geminderd = 68-76-82-84-96-106 steken)
Linkermouw:
Zet de volgende 72-76-80-82-90-92 steken (inclusief de steken met de 2e en 3e markeerdraad) op een hulpdraad voor de mouw, zet 8-8-8-12-12-12 steken op onder de mouw (voeg 1 markeerdraad in, in het midden van deze nieuwe steken).
Achterpand:
2 recht samen (= 1 steek geminderd), brei recht tot de 4e markeerdraad (= 60-68-74-76-88-98 steken), 1 omslag (= 1 steek gemeerderd), 1 recht (= steek met de 4e markeerdraad), 1 omslag (= 1 steek gemeerderd), brei recht tot er 2 steken over zijn voor de 5e markeerdraad (= 60-68-74-76-88-98 steken), 2 steken recht samen (= 1 steek geminderd = 125-141-153-157-181-201 steken).
Rechter mouw:
Zet de volgende 72-76-80-82-90-92 steken (inclusief de steken met de 5e en 6e markeerdraad) op een hulpdraad voor de mouw, zet 8-8-8-12-12-12 steken op onder de mouw (voeg 1 markeerdraad in, in het midden van deze nieuwe steken).
Rechter voorpand:
2 recht samen (= 1 steek geminderd), brei recht tot de 7e markeerdraad (= 60-68-74-76-88-98 steken), 1 omslag (= 1 steek gemeerderd), 6 voorbiessteken in ribbelsteek (inclusief de steek met de markeerdraad = 68-76-82-84-96-106 steken) = 277-309-333-349-397-437 steken in totaal (= 72-80-86-90-102-112 steken op elk voorpand en 133-149-161-169-193-213 steken op het achterpand).
Brei 1 naald op de verkeerde kant, do not brei omslagen gedraaid om gaatjes te voorkomen Meerder tegelijkertijd 5-0-0-0-0-0 steken verdeeld voor de markeerdraad onder eerste mouw, 5-0-0-0-0-0 steken verdeeld voor de punt midden achter, 5-0-0-0-0-0 steken verdeeld voor de markeerdraad onder de volgende mouw en 5-0-0-0-0-0 steken verdeeld voor de voorbies midden voor – lees TIP VOOR HET MEERDEREN-1 = 20-0-0-0-0-0 steken gemeerderd in totaal = 297-309-333-349-397-437 steken.
Zet de steken nu op 3 hulpdraden terwijl u ze tegelijkertijd breit aan de goede kant (dus brei vanaf het linker voorpand over het achterpand en tot het rechter voorpand) als volgt:
Brei recht tot er 20-20-23-21-24-28 steken over zijn voor de markeerdraad onder de mouw, zet ze dan op hulpdraad nr 1 (= 57-60-63-69-78-84 steken op de 1e hulpdraad), brei de volgende 20-20-23-21-24-28 steken recht (= tot de markeerdraad), brei 2 steken in de volgende steek (= 1 steek gemeerderd), brei de volgende 19-19-22-20-23-27 steken recht (brei het eerste dominovierkant op het linker voorpand/achterpand over deze 41-41-47-43-49-57 steken en houd ze daarom op de naald), brei recht tot er 20-20-23-21-24-28 steken over zijn voor de markeerdraad onder de rechter mouw, zet ze dan op hulpdraad nr 2 (= 103-109-115-127-145-157 steken op de 2e hulpdraad), brei 19-19-22-20-23-27 recht, brei 2 steken in de volgende steek (= 1 steek gemeerderd), brei 20-20-23-21-24-28 recht, laat de steken op de naald staan (brei het eerste dominovierkant op het rechter voorpand/achterpand over deze 41-41-47-43-49-57 steken), brei de rest van de naald recht, zet de steken dan op hulpdraad nr 3 (= 57-60-63-69-78-84 steken op de 3e hulpdraad). Knip en hecht de draad af.
De steken staan nu op 3 hulpdraden, 57-60-63-69-78-84 steken aan elke kant van het werk, 103-109-115-127-145-157 steken in het midden van het werk en 41-41-47-43-49-57 steken op de naald aan elke kant van het werk (= midden onder de mouwen).

DOMINOVIERKANTEN:
Zie tekening hieronder, de nummers op de tekening geven aan welk dominovierkant u breit. Brei eerst 1 dominovierkant midden onder de rechter mouw (= 1.1). Brei dan 1 voor 1 dominovierkant. Brei de dominovierkanten met 2 breinaalden zonder knop maat 3.5 mm. Neem steken op met blue lagoon. Brei alle dominovierkanten in STREPEN – zie uitleg hierboven, (dus brei de eerste naald in blue lagoon op de verkeerde kant, wissel van kleur naar licht parelgrijs en brei dan strepen).

RECHTER VOORKANT/ACHTERPAND:
1E NAALD MET DOMINO:
DOMINO 1.1:
Brei nu het HELE DOMINOVIERKANT – zie uitleg hierboven, over de 41-41-47-43-49-57 steken onder de rechter mouw.

2E NAALD MET DOMINO:
DOMINO 2.1:
Zet de laatste 15-16-17-19-24-26 steken van de hulpdraad richting midden voor/midden achter terug op breinaalden zonder knop 3.5 mm en neem 16-17-18-20-25-27 steken op – lees TIP VOOR HET BREIEN, op de helft van de goede kant van het 1e dominovierkant (neem later meer steken op aan de goede kant van het 1e dominovierkant op de 3e naald met dominovierkant) = 31-33-35-39-49-53 steken. Brei het hele dominovierkant.

DOMINO 2.2:
Neem 16-17-18-20-25-27 steken op van het midden van de linkerkant (= helft zijkant) van het 1e dominovierkant (= richting midden voor/midden achter), en zet de eerste 15-16-17-19-24-26 steken van de hulpdraad richting midden voor/midden achter terug op breinaalden zonder knop maat 3.5 mm = 31-33-35-39-49-53 steken. Brei het hele dominovierkant.
Er zijn nu 2 hele dominovierkanten op de 2e naald met domino, dus 1 domino aan elke kant van het 1e dominovierkant is gebreid.

3E NAALD MET DOMINO:
DOMINO 3.1:
Zet de volgende 17-18-19-21-24-26 steken van de hulpdraad richting midden achter/midden voor terug op breinaalden zonder knop 3.5 mm en neem 18-19-20-22-25-27 steken op aan de goede kant van dominovierkant 2.1 = 35-37-39-43-49-53 steken. Brei het hele dominovierkant.
DOMINO 3.2:
Neem 18-19-20-22-25-27 steken op aan de linkerkant van dominovierkant 2.1 en neem 17-18-19-21-24-26 steken op in de laatste helft aan de goede kant van het 1e dominovierkant = 35-37-39-43-49-53 steken. Brei het hele dominovierkant.
DOMINO 3.3:
Neem 17-18-19-21-24-26 steken op in de laatste helft op de linkerkant van het 1e dominovierkant en neem 18-19-20-22-25-27 steken op aan de goede kant van het dominovierkant 2.2 = 35-37-39-43-49-53 steken. Brei het hele dominovierkant.
DOMINO 3.4:
Neem 18-19-20-22-25-27 steken op aan de linkerkant van het dominovierkant 2.2 en zet de volgende 17-18-19-21-24-26 steken van de hulpdraad richting midden voor/midden achter terug op breinaalden zonder knop maat 3.5 mm = 35-37-39-43-49-53 steken. Brei het hele dominovierkant.
Er zijn 4 dominovierkanten op de 3e naald met domino gebreid.

LINKER VOORKANT/ACHTERPAND:
Brei de 1e tot de 3e naald met domino’s zoals op het rechter voorpand/achterpand.
Brei nu de domino’s over het linker voorpand/achterpand en het rechter voorpand/achterpand. Begin met breien van domino’s over het linker voorpand, dan het linker achterpand, het rechter achterpand en dan het rechter voorpand zoals uitgelegd hieronder en zoals de nummers op de tekening laten zien.

4E NAALD MET DOMINO:
DOMINO 4.1:
Zet de volgende 19-20-21-23-24-26 steken van de hulpdraad richting midden voor terug op breinaalden zonder knop 3.5 mm en neem 20-21-22-24-25-27 steken op aan de goede kant van dominovierkant 3.1 = 39-41-43-47-49-53 steken. Brei het hele dominovierkant. Er zijn nu 6 steken over op de hulpdraad richting midden voor.
DOMINO 4.2 TOT 4.4:
Neem 19-20-21-23-24-26 steken op aan een kant van het dominovierkant vanaf de 3e naald en neem 20-21-22-24-25-27 steken op aan een kant van het volgende dominovierkant van de 3e naald = 39-41-43-47-49-53 steken. Brei het hele dominovierkant.
DOMINO 4.5:
Neem 19-20-21-23-24-26 steken op aan de linkerkant van dominovierkant 3.4 en zet de volgende 20-21-22-24-25-27 steken van de hulpdraad richting midden achter terug op breinaalden zonder knop maat 3.5 mm = 39-41-43-47-49-53 steken. Brei het hele dominovierkant.
DOMINO 4.6:
Zet de laatste 19-20-21-23-24-26 steken van de hulpdraad midden achter terug op breinaalden zonder knop 3.5 mm en neem 20-21-22-24-25-27 steken op aan de goede kant van dominovierkant 3.1 = 39-41-43-47-49-53 steken. Brei het hele dominovierkant.
DOMINO 4.7 TOT 4.9:
Neem 19-20-21-23-24-26 steken op aan een kant van het dominovierkant van de 3e naald en neem 20-21-22-24-25-27 steken op aan een kant van het volgende dominovierkant van de 3e naald = 39-41-43-47-49-53 steken. Brei het hele dominovierkant.
DOMINO 4.10:
Neem 20-21-22-24-25-27 steken op aan de linkerkant van dominovierkant 3.4 en zet de volgende 19-20-21-23-24-26 steken van de steek midden voor terug op breinaalden zonder knop maat 3.5 mm = 39-41-43-47-49-53 steken. Brei het hele dominovierkant. Er zijn nu 6 steken over op de hulpdraad richting midden voor.
Er zijn 10 dominovierkanten op de 4e naald met domino gebreid.

5E NAALD MET DOMINO:
DOMINO 5.1:
Neem 21-22-23-25-27-29 steken op aan de goede kant van het dominovierkant 4.1 en brei HALF DOMINOVIERKANT (verticaal) – zie uitleg hierboven.
DOMINO 5.2 TOT 5.10:
Neem 21-22-23-25-27-29 steken op aan een kant van het dominovierkant van de 4e naald en neem 22-23-24-26-28-30 steken op aan een kant van het volgende dominovierkant van de 4e naald = 43-45-47-51-55-59 steken. Brei het hele dominovierkant.
DOMINO 5.11:
Neem 21-22-23-25-27-29 steken op aan de linkerkant van dominovierkant 4.10 en brei helft dominovierkant (verticaal).
Er zijn 9 hele dominovierkanten en 2 halve dominovierkanten (in de hoogte) gebreid op de 5e naald met domino.

6E NAALD MET DOMINO:
DOMINO 6.1 TOT 6.10:
Neem 21-22-23-25-27-29 steken op aan een kant van het dominovierkant van de 5e naald en neem 22-23-24-26-28-30 steken op aan een kant van het volgende dominovierkant van de 5e naald = 43-45-47-51-55-59 steken. Brei het hele dominovierkant.
Er zijn 10 dominovierkanten op de 6e naald met domino gebreid.

7E NAALD MET DOMINO:
DOMINO 7.1 TOT 7.9:
Neem 21-22-23-25-27-29 steken op aan een kant van het dominovierkant van de 6e naald en neem 22-23-24-26-28-30 steken op aan een kant van het volgende dominovierkant van de 6e naald = 43-45-47-51-55-59 steken. Brei HALF DOMINOVIERKANT (horizontaal) - zie uitleg hierboven.
Er zijn 9 halve dominovierkanten gebreid (horizontaal) op de 7e naald met domino. Op elke domino zijn er 23-23-25-27-29-31 steken op een hulpdraad gezet (brei later een rand over deze steken).
Hecht alle draden af.

LINKER VOORBIES:
Brei de voorbies in blue lagoon.
Zet de 6 steken van de hulpdraad aan de linkerkant van het werk terug op breinaalden zonder knop maat 3.5 mm. Brei in ribbelsteek heen en weer gebreid voor ongeveer 13-14-14-15-17-18 cm, pas de afmetingen aan het dominovierkant midden voor aan (= dominovierkant 5.1). Brei dan verkorte toeren over de voorbiessteek, begin aan de goede kant als volgt:
NAALD 1: Brei tot er 1 steek over is, keer het werk.
NAALD 2: 1 steek recht afhalen, trek de draad aan en brei terug.
NAALD 3: Brei tot er 2 steken over zijn, keer het werk.
NAALD 4: Brei zoals de 2e naald.
NAALD 5: Brei tot er 3 steken over zijn, keer het werk.
NAALD 6: Brei zoals de 2e naald.
NAALD 7: Brei tot er 4 steken over zijn, keer het werk.
NAALD 8: Brei zoals de 2e naald.
Voeg 1 markeerdraad in, in de voorbies, MEET NU HET WERK VANAF HIER!
Brei dan in ribbelsteek over alle steken. Als de voorbies 9-10-10-11-12-13 cm meet vanaf de markeerdraad (pas afmetingen aan volgens domino 6.1) zet dan de steken op een hulpdraad.
Naai de voorbies aan dominovierkant 5.1 en 6.1 in de buitenste lus van de kantsteek.

RECHTER VOORBIES:
Brei zoals de linker voorbies, maar naai de eerste 13-14-14-15-17-18 cm aan dominovierkant 5.11. Brei de verkorte toeren over de voorbiessteken zoals op de linker voorbies maar begin op de verkeerde kant. Naai de laatste 9-10-10-11-12-13 cm aan dominovierkant 6.10. Zet de steken op een hulpdraad. Naai de voorbies aan dominovierkant 5.11 en 6.10 in de buitenste lus van de kantsteek.

RAND:
Brei de rand in blue lagoon.
De voorbies (= 6 steken) aan elke kant van het werk is op de hulpdraden gezet en iedere domino heeft 23-23-25-27-29-31 steken op de hulpdraad = 219-219-237-255-273-291 steken in totaal op de hulpdraden. Zet de steken terug op rondbreinaald 3.5 mm.
Brei 2 ribbels en meerder TEGELIJKERTIJD op de eerste naald (= aan de goede kant) 4-6-6-7-6-7 steken verdeeld over ieder half dominovierkant (= 27-29-31-34-35-38 steken op iedere domino = 36-54-54-63-54-63 steken gemeerderd in totaal) – lees TIP VOOR HET MEERDEREN-2 = 255-273-291-318-327-354 steken in totaal. LET OP! Als de rand strak is, meerder dan meer steken op iedere domino. Kant dan losjes af.

MOUW:
Brei de mouwen in blue lagoon.
Zet de 72-76-80-82-90-92 steken van de hulpdraad terug op breinaalden zonder knop maat 3.5 mm en neem 1 steek op in elk van de 8-8-8-12-12-12 opgezette steken onder de mouw = 80-84-88-94-102-104 steken. Voeg 1 markeerdraad in, in het midden van de nieuwe steken onder de mouw. Brei de mouwen in de rondte in RIBBELSTEEK - zie uitleg hierboven.
Minder bij een hoogte van 2 cm, 1 steek aan elke kant van de markeerdraad (= 2 steken geminderd) - lees TIP VOOR HET MINDEREN. Minder zo iedere 9e-8e-8e-7e-6e-5e naald 16-17-17-19-22-22 keer in totaal = 48-50-54-56-58-60 steken. Bij een hoogte van 35-33-33-32-31-30 cm, pas zo aan dat de laatste naald averecht is. Brei 4 ribbels in strepen, brei de eerste strepen in licht parelgrijs.
Kant af, zorg ervoor om een strakke afkantrand te voorkomen, kant af met 1 naald in een maat groter, indien nodig. De mouw meet ongeveer 37-35-35-34-33-32 cm vanaf waar de mouw gescheiden is van het lijf. Brei de andere mouw op dezelfde wijze.

AFWERKING:
Naai de knopen op de linker voorbies.

Telpatroon

symbols = het eerste getal laat zien welke naald u breit en het tweede getal laat zien welke domino het is op de naald - zie uitleg in patroon
symbols = midden achter, de tekening is van boven naar beneden getekend, de richting waarin het kledingstuk wordt gebreid
symbols = midden voor
symbols = breirichting
symbols = zet de steken van de mouw hier op de hulpdraad
symbols = midden achter
diagram
diagram
signature-image

Heeft u hulp nodig voor dit patroon?

Bedankt dat u een patroon van DROPS Design kiest. We zijn er trots op dat we patronen aanbieden die correct en makkelijk te volgen zijn. Alle patronen zijn uit het Noors vertaald en u kunt altijd het origineel patroon controleren (DROPS 188-14) voor de afmetingen en de berekiningen.

Heeft u moeite met het volgen van het patroon? Hieronder vindt u een lijst met bronnen die u kunnen helpen om uw project vlot af te maken - of om eenvoudig iets nieuws te leren.

1) Waarom is de stekenverhouding zo belangrijk?

De stekenverhouding bepaalt de uiteindelijke afmetingen van uw werkstuk en wordt normaliter aangegeven in 10 x 10 cm. Het wordt als volgt aangegeven: het aantal steken in de breedte x het aantal naalden in de hoogte - dus: 19 steken x 26 naalden = 10 x 10 cm.

De stekenverhouding is heel erg individueel; sommige mensen breien/haken heel losjes, terwijl anderen vrij strak werken. De stekenverhouding past u aan met de naalddikte, wat de reden is waarom we slechts een suggestie voor de naalddikte geven! U moet deze aanpassen (naar boven of beneden) om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding overeenkomt met de stekenverhouding die aangegeven staat in het patroon. Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan zal het garenverbruik anders zijn, en zal uw werkstuk andere afmetingen krijgen dan het patroon aangeeft.

De stekenverhouding geeft tevens aan welk garen als vervanging kan dienen. U kunt verschillende garens met elkaar vervangen, zolang de stekenverhouding maar hetzelfde is.

Bekijk de DROPS les: Hoe u de stekenverhouding opmeet

Bekijk de DROPS video: Hoe u een proeflapje maakt

naar boven

2) Wat zijn de garengroepen?

Al onze garens zijn ondergebracht in garengroepen (van A tot F) volgens dikte en stekenverhouding – groep A bevat de dunste garens en groep F de dikste. Dit maakt het makkelijker voor u om alternatieve garens te vinden voor onze patronen, indien u graag ander garen wilt gebruiken. Alle garens binnen dezelfde groep hebben ongeveer eenzelfde stekenverhouding en kunnen elkaar vervangen. Het is wel zo dat verschillende garenkwaliteiten verschillende structuren en eigenschappen hebben, wat het uiteindelijke werkstuk een unieke 'look en feel' geeft.

Klik hier voor een overzicht van de garens in elke garengroep

naar boven

3) Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

Bij het kiezen van een ander garen is het belangrijk dat de stekenverhouding hetzelfde blijft. De afmetingen van het uiteindelijke werk zijn dan hetzelfde als aangegeven in de tekening bij het patroon. Het is makkelijker om dezelfde stekenverhouding te krijgen als u garen gebruikt uit dezelfde garengroep. Het is ook mogelijk om meerdere draden van een dunner garen te gebruiken om de stekenverhouding van een dikker garen te krijgen. Probeer onze garenvervanger. We raden u aan om altijd een proeflapje te maken.

LET OP: als u een ander garen neemt, kan het kledingstuk een andere 'look en feel' krijgen dan het kledingstuk op de foto, vanwege individuele eigenschappen en kwaliteiten van elk garen.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

naar boven

4) Hoe gebruik ik de garenvervanger?

Bovenaan al onze patronen vindt u een link naar onze garenvervanger, welke handig kan zijn als u een ander garen wilt gebruiken dan staat aangegeven in het patroon. Door het garen in te vullen dat u wilt vervangen, de hoeveelheid (in uw maat) en het aantal draden, stelt de vervanger geschikte alternatieven voor met dezelfde stekenverhouding. Daarnaast wordt aangegeven hoeveel u nodig heeft in de nieuwe kwaliteiten en of u met meerdere draden moet werken. De meeste bollen zijn 50 gram (sommige zijn 25 gram of 100 gram).

Als het patroon met meerdere kleuren wordt gebreid/gehaakt, moet elke kleur apart worden vervangen. Dit geldt ook als het patroon met verschillende draden van verschillende garens wordt gemaakt (bijvoorbeeld 1 draad Alpaca en 1 draad Kid-Silk) dan zult u voor elk individueel alternatieven moeten vinden.

Klik hier voor de garenvervanger

naar boven

5) Waarom krijg ik de verkeerde stekenverhouding met de aangegeven naalddikte?

De naalddikte die aangegeven is in het patroon geldt slechts als een richtlijn, het is van belang dat de stekenverhouding klopt. En omdat de stekenverhouding per persoon nogal verschillend is, zult u de naalddikte aan moeten passen om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding hetzelfde is als in het patroon – misschien is het nodig dat u 1 of zelfs 2 naalddiktes naar beneden of naar boven moet om de juiste stekenverhouding te krijgen. Daarom raden we ook aan om een proeflapje te maken.

Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan kunnen de afmetingen van het werkstuk afwijken van de afmetingen volgens de tekening.

Bekijk de DROPS les: Hoe meet u de stekenverhouding

Bekijk de DROPS video: Hoe maakt u een proeflapje voor de stekenverhouding

naar boven

6) Waarom wordt het patroon van boven naar beneden gereid?

Als u een kledingstuk van boven naar beneden breit, dan geeft dit meer flexibiliteit en mogelijkheden voor persoonlijke aanpassingen. Het is bijvoorbeeld makkelijker om het kledingstuk te passen terwijl u er mee bezig bent. U kunt ook makkelijker de lengte van de pas en de schouderkoppen aanpassen.

In de uitleg worden alle stappen zorgvuldig uitgelegd in de juiste volgorde. De telpatronen zijn aangepast aan de breirichting en worden zoals gebruikelijk gebreid.

naar boven

7) Waarom zijn de mouwen korter in de grotere maten?

De totale breedte van het kledingstuk (van pols tot pols) is groter in de grotere maten, ondanks dat de eigenlijke mouwen korter zijn. De grotere maten hebben langere mouwkoppen en bredere schouders, dus er is een goede pasvorm in alle maten.

naar boven

8) Wat is een herhaling?

Telpatronen worden vaak herhaald in de breedte op de naald en/of in de hoogte. 1 herhaling van het telpatroon is hoe het te zien is in het telpatroon. Als er staat dat u 5 herhalingen van A.1 op de naald moet breien, dan breit u het patroon in totaal 5 keer achter/na elkaar op de naald. Als er staat dat u 2 herhalingen van A.1 in de hoogte moet breien, dan breit u het hele telpatroon (dus alle naalden van het telpatroon) een keer en begint u opnieuw onderaan bij het begin en breit u het telpatroon nog een keer.

naar boven

9) Hoe brei ik volgens een telpatroon?

Het telpatroon laat alle naalden en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt gelezen van onder naar boven, van rechts naar links. 1 vierkant = 1 steek.

Als u heen en weer breit, wordt elke andere naald aan de goede kant gebreid en elke andere naald wordt aan de verkeerde kant gebreid. Als u aan de verkeerde kant breit, moet u het telpatroon omgekeerd breien, dus van links naar rechts. rechte steken worden dan averecht gebreid en averechte steken recht, etc.

Als u in de rondte breit wordt elke naald aan de goede kant gebreid en het telpatroon wordt dan van rechts naar links gebreid op alle naalden.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees ik de teltekening bij de patronen?

naar boven

10) Hoe haak ik volgens een telpatroon?

Het telpatroon laat alle toeren en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt van onder naar boven gehaakt en van rechts naar links.

Als u heen en weer haakt, wordt elke andere toer aan de goede kant gehaakt: van rechts naar links en elke andere toer wordt aan de verkeerde kant gehaakt: vank links naar rechts.

Als u in de rondte haakt, wordt elke toer in het telpatroon aan de goede kant gehaakt, van rechts naar links.

Als u een cirkelvormig telpatroon haakt, dan begint u in het midden en haakt u naar buiten toe, tegen de klok in, toer na toer.

Meestal beginnen de toeren met een opgegeven aantal lossen (overeenkomend met de hoogte van de volgende steek), deze zijn of in het telpatroon opgenomen, of uitgelegd in het patroon.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees je telpatronen voor haken

naar boven

11) Hoe brei/haak je verschillende telpatronen tegelijkertijd op dezelfde naald/toer

Instructies om verschillende telpatronen achter elkaar op dezelfde naald/toer te breien/haken, worden meestal als volgt beschreven: “brei/haak A.1, A.2, A.3 in totaal 0-0-2-3-4 keer". Dit betekent dat u A.1 een keer breit/haakt, daarna wordt A.2 een keer gebreid/gehaakt, en A.3 wordt het aantal aangegeven keren (in de breedte) in uw maat gebreid/gehaakt – in dit geval als volgt: S = 0 keer, M = 0 keer, L=2 keer, XL= 3 keer en XXL = 4 keer.

De telpatronen worden zoals gebruikelijk gebreid/gehaakt: begin met de eerste naald/toer in A.1, brei/haak dan de volgende naald/toer in A.2 etc.

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor breien leest

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor haken leest

naar boven

12) Waarom begint het werk met meer lossen dan waarmee gehaakt wordt?

Lossen zijn ietsje smaller dan andere steken en om te voorkomen dat de opzetrand te strak wordt, haken we eenvoudigweg meer lossen om mee te beginnen. Het aantal steken wordt in de volgende toer aangepast zodat het overeenkomt met het patroon en de afmetingen in de tekening.

naar boven

13) Waarom meerderen voor de boord als het werk van boven naar beneden gebreid wordt?

De rand in ribbelsteek is elastischer en zal ietwat samentrekken vergeleken met bijvoorbeeld tricotsteek. Door te meerderen voor de rand in ribbelsteek, voorkomt u een zichtbaar verschil in breedte tussen de rand in ribbelsteek en de rest van het lijf.

naar boven

14) Waarom meerderen in de afkantrand?

Het gebeurt vrij makkelijk dat u te strak afkant, en door omslagen te maken tijdens het afkanten (terwijl u deze tegelijkertijd afkant) voorkomt u dat de afkantrand te strak wordt.

Bekijk de DROPS video: Hoe kant u af met omslagen

naar boven

15) Hoe meerder/minder je afwisselend op elke 3e en 4e naald/toer?

Om gelijkmatig te meerderen (of te minderen) kunt u meerderen op, bijvoorbeeld: afwisselend elke 3e en 4e naald, als volgt: brei 2 naalden en meerder op de 3e naald, brei 3 naalden en meerder op de 4e naald. Herhaal dit tot het meerderen klaar is.

Bekijk de DROPS les: Meerder of minder 1 st afwisselend

naar boven

16) Waarom is het patroon een beetje anders dan wat ik op de foto zie?

Herhalingen van het patroon kunnen een beetje anders zijn in de verschillende maten, om de juiste verhoudingen te krijgen. Als u niet dezelfde maat maakt als het kledingstuk op de foto, wijkt uw werkstuk wellicht ietsje af. Dit is met zorg ontwikkeld en aangepaste zodat het totale beeld van het kledingstuk hetzelfde is in alle maten.

Zorg ervoor dat u de instructies en de telpatronen voor uw maat volgt!

naar boven

17) Hoe kan ik een vest in de rondte breien, in plaats van heen en weer?

Als u liever in de rondte breit dan heen en weer, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen. U moet dan steken midden voor toevoegen (meestal 5 steken) en de instructies volgen. Als u normaal het werk keert en aan de verkeerde kant breit, breit u nu over de extra steken en gaat u verder in de rondte. Aan het einde knipt u het werk open. Neem steken op voor de biezen en werk de afgeknipte randen af.

Bekijk de DROPS video: Hoe breit u knipbiezen en openknippen

naar boven

18) Kan ik een trui heen en weer breien in plaats van in de rondte?

Als u liever heen en weer breit dan in de rondt, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen zodat u de panden apart van elkaar breit en aan het eind aan elkaar naait. Deel de steken voor het lijf in tweeën en voeg 1 kantsteek toe aan elke kant (voor het in elkaar naaien) en brei het voor- en achterpand apart van elkaar.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een patroon aanpassen van rondbreinaalden naar rechte naalden?

naar boven

19) Waarom staan er garens in de patronen die niet meer leverbaar zijn?

Omdat de verschillende garens verschillende kwaliteiten en verschillend texturen hebben, hebben we ervoor gekozen om het originele garen in het patroon te laten staan. Maar u kunt vrij makkelijk andere opties vinden tussen de beschikbare garenkwaliteiten door onze garenvervanger te gebruiken, of door een garen uit dezelfde garengroep uit te kiezen.

Het is mogelijk dat sommige verkooppunten nog bollen op voorraad hebben van garens die niet meer leverbaar zijn, of dat iemand thuis nog een paar bollen heeft liggen en hier een patroon bij zoekt.

Degarenvervanger laat alternatieve garens zien en de hoeveelheid die u nodig heeft in de nieuwe kwaliteit.

naar boven

20) Hoe verander ik een kledingstuk voor dames in eentje voor heren?

Als u een patroon heeft gevonden doe alleen beschikbaar is in damesmaten, dan hoeft het niet heel moeilijk te zijn om deze aan te passen naar een herenmaat. Het grootste verschil is de lengte van de mouwen en het lijf. Begin met breien in de damesmaat die overeenkomt met de borstwijdte. De lengte die erbij komt wordt namelijk gebreid voordat u begint met afkanten voor de armsgaten. Als het patroon van boven naar beneden wordt gebreid, kunt u lengte toevoegen vlak na de armsgaten of voor de eerste mindering op de mouw.

Wat betreft de extra hoeveelheid garen wat u nodig heeft: dit hangt heel erg af van hoeveel lengte u toevoegt, maar het is vaak meter dat u een bol te veel hebt dan te weinig.

naar boven

21) Hoe voorkom ik dat een harig kledingstuk gaat pillen of pluizen?

Alle garens hebben vezels die uitsteken (door de productie) waardoor een kledingstuk gaat pluizen of pillen. Geborstelde garens (dus meer harige garens) hebben meer van deze losse, uitstekende vezels waardoor het eerder gaat pluizen of pillen.

Hoewel het niet mogelijk is om te garanderen dat geborsteld garen 100% pluisvrij is, is het wel mogelijk om dit drastisch af te laten nemen, door de volgende stappen te ondernemen:

1. Als het kledingstuk klaar is (voordat u het gaat wassen) schudt u het kledingstuk flink uit, zodat de losse haartjes eruit komen. LET OP: gebruik GEEN roller, borstel of andere methode, waardoor aan het kledingstuk getrokken wordt

2. Plaats het kledingstuk in een plastic zak en leg het in de vriezer - de temperatuur zorgt ervoor dat de vezels minder aan elkaar blijven zitten, en uitstekende vezels komen makkelijker los.

3. Laat een paar uur in de vriezer liggen, voordat u het eruit haalt en schudt het kledingstuk dan opnieuw uit.

4. Was het kledingstuk volgens de instructies op het garenlabel.

naar boven

22) Waar op het kledingstuk wordt de lengte gemeten??

De tekening/ het schema met de afmetingen geeft informatie over de volledige lengte van het kledingstuk. Als het een trui of een vest betreft, dan wordt deze vanaf het hoogste punt op de schouder gemeten (meestal het dichtst bij de halslijn), en recht naar beneden tot de onderkant van het kledingstuk. Het wordt NIET gemeten vanaf de punt van de schouder. Op gelijke wijze wordt ook de lengte van de pas gemeten, vanaf het hoogste punt op de schouder en naar beneden tot waar de pas gesplitst wordt voor het lijf en de mouwen.

Op een vest worden de afmetingen nooit over de biezen genomen, tenzij anders aangegeven. Meet altijd binnen de biessteken als u de lengte opmeet.

Bekijk de DROPS les: Maattekeningen lezen

naar boven

23) Hoe weet ik hoeveel bollen ik nodig heb?

De benodigde hoeveelheid garen wordt aangegeven in grammen, dus bijvoorbeeld: 450 g. Om uit te rekenen hoeveel bollen u nodig heeft, moet u eerst weten hoeveel gram er in 1 bol gaat (25 g, 50 g, of 100 g). Deze informatie vindt u door op de individuele garenkwaliteit te klikken op onze site. Deel de hoeveelheid benodigde garen door de hoeveelheid per bol. Bijvoorbeeld, als de bollen 50 gram wegen (de meest gebruikelijke hoeveelheid), ziet de berekening er als volgt uit: 450 / 50 = 9 bollen.

naar boven

Heeft u DROPS garen besteld om dit patroon te maken? Dan heeft u recht op hulp van de winkel waar u het garen gekocht heeft. Vind hier een lijst van DROPS winkels!
Kunt u het antwoord op uw vraag nog steeds niet vinden? Scroll dan naar beneden en laat een vraag achter zodat een van onze experts kan proberen u te helpen. Dit wordt normaal tussen 5 tot 10 werkdagen gedaan.. In de tussentijd kunt u de vragen en antwoorden lezen die anderen bij dit patroon achter hebben gelaten of doe mee met de DROPS Workshop op Facebook om hulp te krijgen van mede breisters en haaksters!

Opmerkingen / Vragen (14)

country flag PATRIZIA wrote:

Avorare a diritto fino a quando rimangono 20-20-23-21-24-28 maglie prima del segnapunti sotto la manica sinistra, poi trasferirle sul fermamaglie n° 1 da qua in poi non capisco quante maglie devo tyrasferire totali sui 3 fermaglie ...si parla di 3 fermagli ma poi facendo la somma delle singole parti diventano 5 ......mi sono persa sono giorni che leggo e rileggo ma non trovo soluzione grazie

27.05.2021 - 09:10:

DROPS Design answered:

Buonasera Patrizia, i fermamaglie sui cui trasferire le maglie sono 3, e il passaggio e ben descritto: se segue fedelmente le indicazioni riuscirà a impostare il lavoro. Buon lavoro!

29.05.2021 kl. 14:46:

country flag Patrizia wrote:

Qualcuno mi può aiutare x favore con la divisione dei punti sui 3 fermamaglie per iniziare con il domino ?non riesco proprio a capire come fare ..grazie sin da ora

26.05.2021 - 22:05:

DROPS Design answered:

Buonasera Patrizia, ci può spiegare esattamente in quale punto riscontra difficoltà? Buon lavoro!

27.05.2021 kl. 00:08:

country flag Tikva wrote:

Guten Tag,\r\nich möchte die Jacke für eine Frau mit Brustumfang 144 (ohne Zugaben) stricken, gibt es für diese Größe eine Berechnung, ebenfalls um die Jacke etwas in der Länge zu vergrößern, da ich bei der Größe der Frau eine deutlich längere Jacke für angebracht halte. Ich wäre sehr dankbar, wenn Sie mir auf die o.g. Maße eine Anleitung geben könnten. DANKE SEHR.

28.01.2020 - 13:03:

DROPS Design answered:

Liebe Tikva, leider können wir jeder Anleitung nach jedem individuellen Frage anpassen und einzelne Modelle auf individuellen Wunsch hin umrechnen. Wenn sie Hilfe damit brauchen, wenden Sie sich bitte an Ihrem DROPS Laden, dort hilft man Ihnen gerne weiter. Viel Spaß beim stricken!

28.01.2020 kl. 13:26:

country flag Marion Jakobsen wrote:

Jeg kan ikke få plads til 2 dominoruder på siden af domino 1.1.

17.10.2018 - 08:04:

DROPS Design answered:

Hei Marion. Jeg antar du snakker om langs siden av domino 1.1? Du må tilpasse slik at du strikker opp 16-17-18-20-25-27 masker langs halve ruten. Det vil si at du må strikke opp 2 masker i noen av maskene. God fornøyelse

17.10.2018 kl. 08:15:

country flag Ana Alfonsín wrote:

Muchas gracias por el patrón, mis alumnas lo están disfrutando como niñas!!

09.05.2018 - 22:18:

country flag Anna wrote:

Ser meget spændende ud

17.02.2018 - 20:48:

country flag Anne Curtis wrote:

Love the design, cannot wait for the pattern to start knitting!

08.02.2018 - 08:47:

country flag Dubuisson Maud wrote:

Bonjour, je trouve ce gilet très original (le dégradé de couleur) quand aurons-nous les explications du modèle ? Merci

01.02.2018 - 18:14:

country flag Patricia wrote:

Superbe !!! Quand pourra t-on avoir les explications ?

19.01.2018 - 16:06:

country flag Judit Maruzsi wrote:

I would love to knit this one! I hope that this pattern will be published!

19.01.2018 - 10:31:

Laat een opmerking achter voor DROPS 188-14

Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!

Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.