DROPS / 184 / 11

Winter Love by DROPS Design

Gebreide trui met kabel op de voorkant. Maten S - XXXL. Het werk wordt gebreid in DROPS Air.

DROPS Design: Patroon nr. ai-080
Garengroep C of A + A
-----------------------------------------------------------
Maten: S - M - L - XL - XXL - XXXL
Materiaal:
DROPS AIR van garnstudio (behoort tot garengroep C)
350-400-450-450-500-550 g kleur 17, jeans blauw

Het werk kan tevens gebreid worden met garen van:
"Alternatief garen (Garengroep C)" – zie de link hieronder.

DROPS NAALDEN ZONDER KNOP EN RONDBREINAALD (40 en 80 cm) MAAT 5.5 MM – of de maat die u nodig heeft voor een stekenverhouding van 16 steken en 20 naalden tricotsteek is 10 cm breed en 10 cm hoog.

DROPS NAALDEN ZONDER KNOP EN RONDBREINAALD (40 en 80 cm) MAAT 4.5 MM voor boordsteek - of de maat die u nodig heeft voor een stekenverhouding van 18 steken en 23 naalden tricotsteek is 10 cm breed en 10 cm hoog.

DROPS KABELNAALD – voor de kabels.
----------------------------------------------------------

Heeft u deze of een van onze andere ontwerpen gemaakt? Tag uw afbeeldingen in social media met #dropsdesign, zodat we ze kunnen zien!

Wilt u een ander garen gebruiken? Probeer de garenvervanger!
Weet u niet zeker welke maat u moet kiezen? Dan is het misschien zinvol om te weten dat het model in de afbeelding ongeveer 170 cm is en maat S of M heeft. Wanneer u een trui, vest, jurk of vergelijkbaar kledingstuk maakt, dan kunt u onderaan het patroon een schema vinden met de afmetingen van het uiteindelijke kledingstuk (in cm).

65% alpaca, 28% polyamide, 7% Wool
vanaf 4.99 € /50g
DROPS Air mix DROPS Air mix 4.99 € /50g
Breiwebshop
Bestel
DROPS Air uni colour DROPS Air uni colour 4.99 € /50g
Breiwebshop
Bestel
Naalden & Haaknaalden
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 34.93€ krijgen. Lees meer.

Instructies voor het patroon

INFORMATIE VOOR HET PATROON:

RIBBEL/RIBBELSTEEK (heen en weer gebreid):
1 ribbel = 2 naalden recht.

PATROON:
Zie telpatronen A.1 en A.2. De telpatronen laten alle naalden in het patroon aan de goede kant zien.

TIP VOOR HET MEERDEREN/MINDEREN:
Om uit te rekenen hoe u verdeeld mindert/meerdert, neem het totaal aantal steken op de naald (dus 228 steken) en deel deze door het aantal te maken minderingen/meerderingen (dus 36) = 6.3. In dit voorbeeld, breit u ongeveer iedere 5e en 6e steek recht samen.
Als u verdeeld meerdert, maakt u 1 omslag na ongeveer iedere 6e steek. Brei op de volgende naald de omslag gedraaid recht om gaatjes te vermijden.

TIP VOOR HET MEERDEREN (voor midden onder de mouw):
Begin 1 steek voor de markeerdraad, maak 1 omslag, 2 recht (de markeerdraad zit in het midden van deze steken), maak 1 omslag. Brei op de volgende naald de omslagen gedraaid recht en brei in patroon.

TIP VOOR HET AFKANTEN:
Om een strakke afkantrand te voorkomen, kunt u afkanten met een naald in een ½ maat groter.
----------------------------------------------------------

TRUI:
Het werk wordt in de rondte gebreid met de rondbreinaald tot de armsgaten, dan worden de voor- en achterpanden apart heen en weer gebreid. De mouwen worden in de rondte gebreid met breinaalden zonder knop/ korte rondbreinaald.

LIJF:
Zet 228-258-258-282-282-312 steken op met rondbreinaald 4.5 mm en Air. Brei 1 naald recht. Brei dan 3 cm. boordsteek (= 1 recht / 1 averecht) Ga verder met rondbreinaald 5.5 mm en brei 1 naald recht terwijl u 36-42-42-42-42-48 steken verdeeld op de naald mindert - lees TIP VOOR HET MEERDEREN/MINDEREN hierboven = 192-216-216-240-240-264 steken. Voeg 1 markeerdraad in op het begin van de naald en 1 markeerdraad na 96-108-108-120-120-132 steken (= de zijkanten) en neem de markeerdraden gaandeweg mee tijdens het breien in de hoogte.
Brei dan als volgt: Brei 31-37-37-43-43-49 steken tricotsteek, A.1 (= 34 steken), brei tricotsteek over de overgebleven 127-145-145-163-163-181 steken. Als A.1 klaar is in de hoogte zijn er 204-228-228-252-252-276 steken op de laatste naald. DENK OM DE STEKENVERHOUDING!
Brei dan als volgt: Brei 31-37-37-43-43-49 steken tricotsteek, A.2 (= 46 steken), brei tricotsteek over de overgebleven 127-145-145-163-163-181 steken. Ga verder in patroon op deze manier, A.2 wordt in de hoogte herhaald tot de gewenste lengte. Als het werk 39-40-41-42-43-44 cm meet, kant dan af voor de armsgaten als volgt: Kant 5-5-5-9-9-9 steken af aan elke kant voor de armsgaten (= 2-2-2-4-4-4 steken voor/3-3-3-5-5-5 steken na beide markeerdraden). De voor- en achterpanden worden apart heen en weer gebreid verder gebreid.

ACHTERPAND:
= 91-103-103-111-111-123 steken (inclusief 1 kantsteek aan elke kant). Ga verder met tricotsteek zoals hiervoor, met 1 kantsteek in RIBBELSTEEK - zie uitleg hierboven, aan elke kant. Als het werk 53-55-57-59-61-63 cm meet, kant dan de middelste 25-25-27-27-27-29 steken af voor de hals en brei elk schouder apart verder. Kant 1 steek af op de volgende naald vanaf de hals = 32-38-37-41-41-46 steken over op schouder. Brei verder tot het werk 55-57-59-61-63-65 cm meet. Brei 1 ribbel en kant af - lees TIP VOOR HET AFKANTEN. Brei de andere schouder op dezelfde manier.

VOORPAND:
= 103-115-115-123-123-135 steken (inclusief 1 kantsteek aan elke kant). Ga verder in patroon zoals hiervoor, met 1 kantsteek in ribbelsteek aan elke kant. Als het werk 50-52-54-55-57-59 cm meet, minder dan 12 steken verdeeld over A.2 = 91-103-103-111-111-123 steken.
Plaats op de volgende naald de middelste 13-13-15-15-15-17 steken op 1 hulpdraad voor de hals en brei elk schouder apart verder in tricotsteek, de kantsteek wordt gebreid zoals hiervoor. Kant af voor de hals op het begin van iedere naald vanaf de hals als volgt: 2 keer 2 steken en 3 keer 1 steek = 32-38-37-41-41-46 steken over op de schouder. Brei verder tot het werk 55-57-59-61-63-65 cm meet. Brei 1 ribbel en kant af. Brei de andere schouder op dezelfde manier.

MOUW:
De mouw wordt in de rondte gebreid met breinaalden zonder knop/korte rondbreinaald.
Zet 36-38-40-42-44-46 steken op met breinaalden zonder knop maat 4.5 mm en Air. Brei 1 naald recht. Brei dan 3 cm boordsteek (= 1 recht / 1 averecht). Ga verder met breinaalden zonder knop maat 5.5 mm en brei 1 naald recht terwijl u 12-14-12-14-14-14 steken verdeeld op de naald meerdert = 48-52-52-56-58-60 steken. Voeg 1 markeerdraad in op het begin van de naald (= midden onder de mouw) en neem de markeerdraad gaandeweg mee tijdens het breien in de hoogte. Ga verder met tricotsteek.
Als het werk 12 cm meet, meerder dan 2 steken midden onder de mouw - lees TIP VOOR HET MEERDEREN. Meerder op deze manier iedere 16-14-10-9-7-6 cm in totaal 3-3-4-4-5-5 keer = 54-58-60-64-68-70 steken. Als het werk 46-43-44-42-43-41 cm meet kant dan de middelste 8-8-8-10-10-10 steken (= 4-4-4-5-5-5 steken aan elke kant van de markeerdraad) af en brei een kleine mouwkop heen en weer gebreid op de rondbreinaald. Brei tricotsteek en kant af op het begin van elke naald aan elke kant als volgt: Kant 2 keer 5-5-6-5-6-6 steken af en kant de overgebleven steken af. De mouw meet ongeveer 48-45-46-44-45-43 cm. Brei nog een mouw op dezelfde manier.

AFWERKING:
Naai de schoudernaden samen aan de binnenkant van de afkantranden, zodat u 2 ribbels op de bovenkant van de schouder krijgt. Naai de mouwnaden aan de binnenkant van de 1 kantsteek in ribbelsteek.

HALS:
Neem aan de goede kant ongeveer 78-90 steken op rondom de hals (inclusief de steken op de hulpdraad op de voorkant) met korte rondbreinaald 4.5 mm. Brei 1 naald averecht. Brei 1 naald recht terwijl u het aantal steken aanpast tot 78-78-84-84-90-90 steken. Ga verder met 12 cm boordsteek (= 1 recht / 1 averecht). Brei dan 1 naald averecht, kant af. Keer de boord naar beneden aan de binnenkant zodat hij 6 cm hoog is, hecht af met kleine nette steken aan de binnenkant van de trui.

Telpatroon

= recht aan de goede kant, averecht aan de verkeerde kant
= averecht aan de goede kant, recht aan de verkeerde kant
= plaats 2 steken op een kabelnaald en houd deze voor het werk, 2 recht, 2 recht van de kabelnaald
= plaats 2 steken op een kabelnaald en houd deze achter het werk, 2 recht, 2 recht van de kabelnaald
= plaats 5 steken op een kabelnaald en houd deze voor het werk, 5 recht, 5 recht van de kabelnaald
= plaats 5 steken op een kabelnaald en houd deze achter het werk, 5 recht, 5 recht van de kabelnaald
= plaats 2 steken op een kabelnaald en houd deze achter het werk, 5 recht, 2 recht van de kabelnaald
= plaats 5 steken op een kabelnaald en houd deze voor het werk, 2 recht, 5 recht van de kabelnaald
= plaats 2 steken op een kabelnaald en houd deze achter het werk, 5 recht, 2 averecht van de kabelnaald
= plaats 5 steken op een kabelnaald en houd deze voor het werk, 2 averecht, 5 recht van de kabelnaald
= plaats 1 steek op een kabelnaald en houd deze achter het werk, 5 recht, 1 averecht van de kabelnaald
= plaats 5 steken op een kabelnaald en houd deze voor het werk, 1 averecht, 5 recht van de kabelnaald
= plaats 3 steken op een kabelnaald en houd deze achter het werk, 5 recht, 3 averecht van de kabelnaald
= plaats 5 steken op een kabelnaald en houd deze voor het werk, 3 averecht, 5 recht van de kabelnaald
= maak een omslag tussen 2 steken, brei op de volgende naald de omslag gedraaid averecht
= maak een omslag tussen 2 steken, brei op de volgende naald de omslag gedraaid recht


Heeft u hulp nodig voor dit patroon?

Bedankt dat u een patroon van DROPS Design kiest. We zijn er trots op dat we patronen aanbieden die correct en makkelijk te volgen zijn. Alle patronen zijn uit het Noors vertaald en u kunt altijd het origineel patroon controleren (DROPS 184-11) voor de afmetingen en de berekiningen.

Heeft u moeite met het volgen van het patroon? Hieronder vindt u een lijst met bronnen die u kunnen helpen om uw project vlot af te maken - of om eenvoudig iets nieuws te leren.

1) Waarom is de stekenverhouding zo belangrijk?

De stekenverhouding bepaalt de uiteindelijke afmetingen van uw werkstuk en wordt normaliter aangegeven in 10 x 10 cm. Het wordt als volgt aangegeven: het aantal steken in de breedte x het aantal naalden in de hoogte - dus: 19 steken x 26 naalden = 10 x 10 cm.

De stekenverhouding is heel erg individueel; sommige mensen breien/haken heel losjes, terwijl anderen vrij strak werken. De stekenverhouding past u aan met de naalddikte, wat de reden is waarom we slechts een suggestie voor de naalddikte geven! U moet deze aanpassen (naar boven of beneden) om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding overeenkomt met de stekenverhouding die aangegeven staat in het patroon. Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan zal het garenverbruik anders zijn, en zal uw werkstuk andere afmetingen krijgen dan het patroon aangeeft.

De stekenverhouding geeft tevens aan welk garen als vervanging kan dienen. U kunt verschillende garens met elkaar vervangen, zolang de stekenverhouding maar hetzelfde is.

Bekijk de DROPS les: Hoe u de stekenverhouding opmeet

Bekijk de DROPS video: Hoe u een proeflapje maakt

naar boven

2) Wat zijn de garengroepen?

Al onze garens zijn ondergebracht in garengroepen (van A tot F) volgens dikte en stekenverhouding – groep A bevat de dunste garens en groep F de dikste. Dit maakt het makkelijker voor u om alternatieve garens te vinden voor onze patronen, indien u graag ander garen wilt gebruiken. Alle garens binnen dezelfde groep hebben ongeveer eenzelfde stekenverhouding en kunnen elkaar vervangen. Het is wel zo dat verschillende garenkwaliteiten verschillende structuren en eigenschappen hebben, wat het uiteindelijke werkstuk een unieke 'look en feel' geeft.

Klik hier voor een overzicht van de garens in elke garengroep

naar boven

3) Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

Bij het kiezen van een ander garen is het belangrijk dat de stekenverhouding hetzelfde blijft. De afmetingen van het uiteindelijke werk zijn dan hetzelfde als aangegeven in de tekening bij het patroon. Het is makkelijker om dezelfde stekenverhouding te krijgen als u garen gebruikt uit dezelfde garengroep. Het is ook mogelijk om meerdere draden van een dunner garen te gebruiken om de stekenverhouding van een dikker garen te krijgen. Probeer onze garenvervanger. We raden u aan om altijd een proeflapje te maken.

LET OP: als u een ander garen neemt, kan het kledingstuk een andere 'look en feel' krijgen dan het kledingstuk op de foto, vanwege individuele eigenschappen en kwaliteiten van elk garen.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

naar boven

4) Hoe gebruik ik de garenvervanger?

Bovenaan al onze patronen vindt u een link naar onze garenvervanger, welke handig kan zijn als u een ander garen wilt gebruiken dan staat aangegeven in het patroon. Door het garen in te vullen dat u wilt vervangen, de hoeveelheid (in uw maat) en het aantal draden, stelt de vervanger geschikte alternatieven voor met dezelfde stekenverhouding. Daarnaast wordt aangegeven hoeveel u nodig heeft in de nieuwe kwaliteiten en of u met meerdere draden moet werken. De meeste bollen zijn 50 gram (sommige zijn 25 gram of 100 gram).

Als het patroon met meerdere kleuren wordt gebreid/gehaakt, moet elke kleur apart worden vervangen. Dit geldt ook als het patroon met verschillende draden van verschillende garens wordt gemaakt (bijvoorbeeld 1 draad Alpaca en 1 draad Kid-Silk) dan zult u voor elk individueel alternatieven moeten vinden.

Klik hier voor de garenvervanger

naar boven

5) Waarom krijg ik de verkeerde stekenverhouding met de aangegeven naalddikte?

De naalddikte die aangegeven is in het patroon geldt slechts als een richtlijn, het is van belang dat de stekenverhouding klopt. En omdat de stekenverhouding per persoon nogal verschillend is, zult u de naalddikte aan moeten passen om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding hetzelfde is als in het patroon – misschien is het nodig dat u 1 of zelfs 2 naalddiktes naar beneden of naar boven moet om de juiste stekenverhouding te krijgen. Daarom raden we ook aan om een proeflapje te maken.

Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan kunnen de afmetingen van het werkstuk afwijken van de afmetingen volgens de tekening.

Bekijk de DROPS les: Hoe meet u de stekenverhouding

Bekijk de DROPS video: Hoe maakt u een proeflapje voor de stekenverhouding

naar boven

6) Waarom wordt het patroon van boven naar beneden gereid?

Als u een kledingstuk van boven naar beneden breit, dan geeft dit meer flexibiliteit en mogelijkheden voor persoonlijke aanpassingen. Het is bijvoorbeeld makkelijker om het kledingstuk te passen terwijl u er mee bezig bent. U kunt ook makkelijker de lengte van de pas en de schouderkoppen aanpassen.

In de uitleg worden alle stappen zorgvuldig uitgelegd in de juiste volgorde. De telpatronen zijn aangepast aan de breirichting en worden zoals gebruikelijk gebreid.

naar boven

7) Waarom zijn de mouwen korter in de grotere maten?

De totale breedte van het kledingstuk (van pols tot pols) is groter in de grotere maten, ondanks dat de eigenlijke mouwen korter zijn. De grotere maten hebben langere mouwkoppen en bredere schouders, dus er is een goede pasvorm in alle maten.

naar boven

8) Wat is een herhaling?

Telpatronen worden vaak herhaald in de breedte op de naald en/of in de hoogte. 1 herhaling van het telpatroon is hoe het te zien is in het telpatroon. Als er staat dat u 5 herhalingen van A.1 op de naald moet breien, dan breit u het patroon in totaal 5 keer achter/na elkaar op de naald. Als er staat dat u 2 herhalingen van A.1 in de hoogte moet breien, dan breit u het hele telpatroon (dus alle naalden van het telpatroon) een keer en begint u opnieuw onderaan bij het begin en breit u het telpatroon nog een keer.

naar boven

9) Hoe brei ik volgens een telpatroon?

Het telpatroon laat alle naalden en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt gelezen van onder naar boven, van rechts naar links. 1 vierkant = 1 steek.

Als u heen en weer breit, wordt elke andere naald aan de goede kant gebreid en elke andere naald wordt aan de verkeerde kant gebreid. Als u aan de verkeerde kant breit, moet u het telpatroon omgekeerd breien, dus van links naar rechts. rechte steken worden dan averecht gebreid en averechte steken recht, etc.

Als u in de rondte breit wordt elke naald aan de goede kant gebreid en het telpatroon wordt dan van rechts naar links gebreid op alle naalden.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees ik de teltekening bij de patronen?

naar boven

10) Hoe haak ik volgens een telpatroon?

Het telpatroon laat alle toeren en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt van onder naar boven gehaakt en van rechts naar links.

Als u heen en weer haakt, wordt elke andere toer aan de goede kant gehaakt: van rechts naar links en elke andere toer wordt aan de verkeerde kant gehaakt: vank links naar rechts.

Als u in de rondte haakt, wordt elke toer in het telpatroon aan de goede kant gehaakt, van rechts naar links.

Als u een cirkelvormig telpatroon haakt, dan begint u in het midden en haakt u naar buiten toe, tegen de klok in, toer na toer.

Meestal beginnen de toeren met een opgegeven aantal lossen (overeenkomend met de hoogte van de volgende steek), deze zijn of in het telpatroon opgenomen, of uitgelegd in het patroon.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees je telpatronen voor haken

naar boven

11) Hoe brei/haak je verschillende telpatronen tegelijkertijd op dezelfde naald/toer

Instructies om verschillende telpatronen achter elkaar op dezelfde naald/toer te breien/haken, worden meestal als volgt beschreven: “brei/haak A.1, A.2, A.3 in totaal 0-0-2-3-4 keer". Dit betekent dat u A.1 een keer breit/haakt, daarna wordt A.2 een keer gebreid/gehaakt, en A.3 wordt het aantal aangegeven keren (in de breedte) in uw maat gebreid/gehaakt – in dit geval als volgt: S = 0 keer, M = 0 keer, L=2 keer, XL= 3 keer en XXL = 4 keer.

De telpatronen worden zoals gebruikelijk gebreid/gehaakt: begin met de eerste naald/toer in A.1, brei/haak dan de volgende naald/toer in A.2 etc.

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor breien leest

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor haken leest

naar boven

12) Waarom begint het werk met meer lossen dan waarmee gehaakt wordt?

Lossen zijn ietsje smaller dan andere steken en om te voorkomen dat de opzetrand te strak wordt, haken we eenvoudigweg meer lossen om mee te beginnen. Het aantal steken wordt in de volgende toer aangepast zodat het overeenkomt met het patroon en de afmetingen in de tekening.

naar boven

13) Waarom meerderen voor de boord als het werk van boven naar beneden gebreid wordt?

De rand in ribbelsteek is elastischer en zal ietwat samentrekken vergeleken met bijvoorbeeld tricotsteek. Door te meerderen voor de rand in ribbelsteek, voorkomt u een zichtbaar verschil in breedte tussen de rand in ribbelsteek en de rest van het lijf.

naar boven

14) Waarom meerderen in de afkantrand?

Het gebeurt vrij makkelijk dat u te strak afkant, en door omslagen te maken tijdens het afkanten (terwijl u deze tegelijkertijd afkant) voorkomt u dat de afkantrand te strak wordt.

Bekijk de DROPS video: Hoe kant u af met omslagen

naar boven

15) Hoe meerder/minder je afwisselend op elke 3e en 4e naald/toer?

Om gelijkmatig te meerderen (of te minderen) kunt u meerderen op, bijvoorbeeld: afwisselend elke 3e en 4e naald, als volgt: brei 2 naalden en meerder op de 3e naald, brei 3 naalden en meerder op de 4e naald. Herhaal dit tot het meerderen klaar is.

Bekijk de DROPS les: Meerder of minder 1 st afwisselend

naar boven

16) Waarom is het patroon een beetje anders dan wat ik op de foto zie?

Herhalingen van het patroon kunnen een beetje anders zijn in de verschillende maten, om de juiste verhoudingen te krijgen. Als u niet dezelfde maat maakt als het kledingstuk op de foto, wijkt uw werkstuk wellicht ietsje af. Dit is met zorg ontwikkeld en aangepaste zodat het totale beeld van het kledingstuk hetzelfde is in alle maten.

Zorg ervoor dat u de instructies en de telpatronen voor uw maat volgt!

naar boven

17) Hoe kan ik een vest in de rondte breien, in plaats van heen en weer?

Als u liever in de rondte breit dan heen en weer, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen. U moet dan steken midden voor toevoegen (meestal 5 steken) en de instructies volgen. Als u normaal het werk keert en aan de verkeerde kant breit, breit u nu over de extra steken en gaat u verder in de rondte. Aan het einde knipt u het werk open. Neem steken op voor de biezen en werk de afgeknipte randen af.

Bekijk de DROPS video: Hoe breit u knipbiezen en openknippen

naar boven

18) Kan ik een trui heen en weer breien in plaats van in de rondte?

Als u liever heen en weer breit dan in de rondt, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen zodat u de panden apart van elkaar breit en aan het eind aan elkaar naait. Deel de steken voor het lijf in tweeën en voeg 1 kantsteek toe aan elke kant (voor het in elkaar naaien) en brei het voor- en achterpand apart van elkaar.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een patroon aanpassen van rondbreinaalden naar rechte naalden?

naar boven

19) Waarom staan er garens in de patronen die niet meer leverbaar zijn?

Omdat de verschillende garens verschillende kwaliteiten en verschillend texturen hebben, hebben we ervoor gekozen om het originele garen in het patroon te laten staan. Maar u kunt vrij makkelijk andere opties vinden tussen de beschikbare garenkwaliteiten door onze garenvervanger te gebruiken, of door een garen uit dezelfde garengroep uit te kiezen.

Het is mogelijk dat sommige verkooppunten nog bollen op voorraad hebben van garens die niet meer leverbaar zijn, of dat iemand thuis nog een paar bollen heeft liggen en hier een patroon bij zoekt.

Degarenvervanger laat alternatieve garens zien en de hoeveelheid die u nodig heeft in de nieuwe kwaliteit.

naar boven

20) Hoe verander ik een kledingstuk voor dames in eentje voor heren?

Als u een patroon heeft gevonden doe alleen beschikbaar is in damesmaten, dan hoeft het niet heel moeilijk te zijn om deze aan te passen naar een herenmaat. Het grootste verschil is de lengte van de mouwen en het lijf. Begin met breien in de damesmaat die overeenkomt met de borstwijdte. De lengte die erbij komt wordt namelijk gebreid voordat u begint met afkanten voor de armsgaten. Als het patroon van boven naar beneden wordt gebreid, kunt u lengte toevoegen vlak na de armsgaten of voor de eerste mindering op de mouw.

Wat betreft de extra hoeveelheid garen wat u nodig heeft: dit hangt heel erg af van hoeveel lengte u toevoegt, maar het is vaak meter dat u een bol te veel hebt dan te weinig.

naar boven

21) Hoe voorkom ik dat een harig kledingstuk gaat pillen of pluizen?

Alle garens hebben vezels die uitsteken (door de productie) waardoor een kledingstuk gaat pluizen of pillen. Geborstelde garens (dus meer harige garens) hebben meer van deze losse, uitstekende vezels waardoor het eerder gaat pluizen of pillen.

Hoewel het niet mogelijk is om te garanderen dat geborsteld garen 100% pluisvrij is, is het wel mogelijk om dit drastisch af te laten nemen, door de volgende stappen te ondernemen:

1. Als het kledingstuk klaar is (voordat u het gaat wassen) schudt u het kledingstuk flink uit, zodat de losse haartjes eruit komen. LET OP: gebruik GEEN roller, borstel of andere methode, waardoor aan het kledingstuk getrokken wordt

2. Plaats het kledingstuk in een plastic zak en leg het in de vriezer - de temperatuur zorgt ervoor dat de vezels minder aan elkaar blijven zitten, en uitstekende vezels komen makkelijker los.

3. Laat een paar uur in de vriezer liggen, voordat u het eruit haalt en schudt het kledingstuk dan opnieuw uit.

4. Was het kledingstuk volgens de instructies op het garenlabel.

naar boven

22) Waar op het kledingstuk wordt de lengte gemeten??

De tekening/ het schema met de afmetingen geeft informatie over de volledige lengte van het kledingstuk. Als het een trui of een vest betreft, dan wordt deze vanaf het hoogste punt op de schouder gemeten (meestal het dichtst bij de halslijn), en recht naar beneden tot de onderkant van het kledingstuk. Het wordt NIET gemeten vanaf de punt van de schouder. Op gelijke wijze wordt ook de lengte van de pas gemeten, vanaf het hoogste punt op de schouder en naar beneden tot waar de pas gesplitst wordt voor het lijf en de mouwen.

Op een vest worden de afmetingen nooit over de biezen genomen, tenzij anders aangegeven. Meet altijd binnen de biessteken als u de lengte opmeet.

Bekijk de DROPS les: Maattekeningen lezen

naar boven

23) Hoe weet ik hoeveel bollen ik nodig heb?

De benodigde hoeveelheid garen wordt aangegeven in grammen, dus bijvoorbeeld: 450 g. Om uit te rekenen hoeveel bollen u nodig heeft, moet u eerst weten hoeveel gram er in 1 bol gaat (25 g, 50 g, of 100 g). Deze informatie vindt u door op de individuele garenkwaliteit te klikken op onze site. Deel de hoeveelheid benodigde garen door de hoeveelheid per bol. Bijvoorbeeld, als de bollen 50 gram wegen (de meest gebruikelijke hoeveelheid), ziet de berekening er als volgt uit: 450 / 50 = 9 bollen.

naar boven

Heeft u DROPS garen besteld om dit patroon te maken? Dan heeft u recht op hulp van de winkel waar u het garen gekocht heeft. Vind hier een lijst van DROPS winkels!
Kunt u het antwoord op uw vraag nog steeds niet vinden? Scroll dan naar beneden en laat een vraag achter zodat een van onze experts kan proberen u te helpen. Dit wordt normaal tussen 5 tot 10 werkdagen gedaan.. In de tussentijd kunt u de vragen en antwoorden lezen die anderen bij dit patroon achter hebben gelaten of doe mee met de DROPS Workshop op Facebook om hulp te krijgen van mede breisters en haaksters!

Opmerkingen / Vragen (15)

Catherine 12.07.2020 - 02:08:

Bonjour, pourquoi les manches du modèle Small sont-elles plus longues que les manches du modèle XXXL? Merci

DROPS Design 13.07.2020 kl. 09:02:

Bonjour Catherine, dans les grandes tailles, l'encolure et les épaules sont plus larges, les manches seront donc plus courtes - retrouvez toutes les mesures dans le schéma - comparez-les à un vêtement similaire que vous avez et dont vous aimez la forme et ajustez si besoin. Bon tricot!

Eileen 29.02.2020 - 23:02:

Thank you for clarification. My tension is correct..It would be helpful if instead of just labelling sizes S M L etc you could state the body measurement, or just say something like 'designed to be worn with, for example, 10cm ease'. This would make it easier to judge what the style of the pattern is and whether it is the shape we want. Many other knitwear designers do this.

Eileen 27.02.2020 - 21:49:

After checking my knitting tension and getting the correct stitch and rows, I began knitting this pattern in Size M and it was coming up HUGE - far more oversized than it looks on the female model in the photograph. I have unpicked it, planning to work out reduced dimensions for myself. But I have now looked at the Winter Love pattern for Men, and I think you may have mixed up the instructions and diagrams, as the ones accompanying the Mens' version is smaller than the Womens'.

DROPS Design 28.02.2020 kl. 08:08:

Dear Eileen, if your tension is right you should have same measurement as in chart - the man pattern requires less stitches but the shape is also different. The woman version is more "oversized". Happy knitting!

Caillard Micheline 19.08.2019 - 10:44:

Merci pour votre réponse. Mon problème c’est que Big Merino et Air n’ont pas la même longueur de fil pour 50g l’un 75 m l’autre 150m. Je commande 8 pelotes Big au lieu de 3. Mais cela veut dire que le fil n’est pas épais. Donc il faut plus de mailles ou pas ? Merci

DROPS Design 19.08.2019 kl. 11:48:

Bonjour Mme Gaillard, ces fils sont du même groupe car on aura la même tension, le métrage est différent car la texture des deux fils est différente, il vous faudra juste bien vérifier votre échantillon/tension - Votre magasin DROPS pourra vous apporter toute assistance complémentaire individuelle, même par mail ou téléphone. Bon tricot!

Caillard Micheline 18.08.2019 - 14:50:

Je fais connaître autour de moi votre site et vante toutes ses qualités. Merci d’existe

Caillard Micheline 18.08.2019 - 14:48:

Puis je réaliser le modèle Winter love en Big mérinos pour ma petite fille qui vient d’entrer à l’opera D’Oslo. Merci

DROPS Design 19.08.2019 kl. 10:29:

Bonjour Mme Caillard, félicitations à votre petite fille! Comme Air et Big Merino sont toutes deux du même groupe de fils (= C) vous pouvez tout à fait utiliser Big Merino, pensez à bien vérifier votre échantillon au préalable, utilisez notre convertisseur si besoin, vous trouverez ici plus d'infos sur les alternatives. Bon tricot!

Aurore G 25.03.2019 - 09:29:

Merci infiniment pour votre réponse. Je n'avais effectivement pas vu les augmentations entre les mailles envers. :) C'est un très beau modèle.

Aurore G 23.03.2019 - 09:50:

Bonjour, Votre diagramme pour A1 n'est-il pas incomplet ? A la fin de A1, nous devons avoir douze mailles de plus et vous n'en ajoutez que six... Merci d'avance pour votre réponse.

DROPS Design 25.03.2019 kl. 08:53:

Bonjour Aurore, on augmente bien 12 m dans A.1, à l'aide des 2 derniers symboles de la légende, l'avant-dernier est peut-être un peu moins visible mais vous le retrouvez entre les mailles envers (on va tricoter ces 2 m env ainsi: 1 m env, 1 jeté, 1 m env) à 6 reprises + les 6 autres jetés = on augmente bien 12 m. Bon tricot!

Linn Silje 29.03.2018 - 10:17:

Hei! Jeg forstår ikke hvordan oppskriften på ermene skal gå opp. Jeg strikker str. S, og hvis jeg skal øke 2 masker hver 16. cm. 3 ganger er ermet 48 cm når jeg øker siste gang. Siden jeg skal begynne å felle av når ermet måler 46 cm. synes jeg det virker litt rart. Jeg vil gjerne ha hjelp til å skjønne den hvis jeg har lest noe feil!

DROPS Design 18.04.2018 kl. 07:53:

Hei Linn. Du skal øke totalt 3 ganger, inkludert den første gangen du øker – når arbeidet måler 12 cm. Økingen blir derfor slik: strikk 12 cm, øk 2 masker, strikk 16 cm, øk 2 masker, strikk 16 cm, øk 2 masker. Arbeidet måler nå 44 cm og du har 54 masker på pinnen. God fornøyelse

Reinhard Ingrid 26.01.2018 - 09:33:

Wie hoch soll A 1 gestrickt werden?

DROPS Design 26.01.2018 kl. 13:24:

Liebe Frau Sandström, A.1 wird nur einmal in der Höhe gestrickt. Viel Spaß beim stricken!

Laat een opmerking achter voor DROPS 184-11

Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!

Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.