Claudine Sweater#claudinesweater |
|
![]() |
![]() |
Gebreide trui in DROPS Air. Het werk wordt van boven naar beneden gebreid met raglan en kraag. Maten XS – XXXL.
DROPS 273-8 |
|
|
------------------------------------------------------- UITLEG VOOR HET PATROON: ------------------------------------------------------- RAGLAN – bij heen en weer gebreid: Alle meerderingen worden aan de goede kant gebreid. Meerder 1 steek door 1 omslag te maken, welke als volgt wordt gebreid op de volgende naald (verkeerde kant): VOOR DE RAGLANSTEEK (de omslag draait naar links): Brei averecht door de steeklus die aan de achterkant van de naald ligt (vermijdt een gaatje). NA DE RAGLANSTEEK (de omslag draait naar rechts): Haal de omslag averecht af en zet hem dan terug door de linker naald door de achterkant te steken (de omslag is nu andersom). Brei averecht door de steeklus die aan de voorkant van de naald ligt (vermijdt een gaatje). RAGLAN – bij het in de rondte breien: Meerder 1 steek door 1 omslag te maken, welke als volgt wordt gebreid op de volgende naald: VOOR DE RAGLANSTEEK (de omslag draait naar rechts): Haal de omslag averecht af van de linker naar de rechter naald, plaats hem terug op de linker naald door de linker naald door de achterkant in te brengen (de omslag is nu andersom). Brei door de steeklus die aan de voorkant van de naald ligt (vermijdt een gaatje). NA DE RAGLANSTEEK (de omslag draait naar links): Brei door de steeklus die aan de achterkant van de naald ligt (vermijdt een gaatje). KANTSTEKEN PUNNIKRAND, RECHTER VOORPAND: goede kant: Brei tot er 3 steken over zijn, 1 averecht, haal 1 steek averecht af met de draad aan de voorkant, 1 recht. VERKEERDE KANT: Haal 1 steek averecht af met de draad aan de voorkant, 2 recht, brei tot het einde van de naald. KANTSTEKEN PUNNIKRAND, LINKER VOORPAND: goede kant: Haal 1 steek averecht af met de draad aan de voorkant, 1 recht, 1 averecht, brei tot het einde van de naald. VERKEERDE KANT: Brei tot er 3 steken over zijn, 1 recht, haal 1 steek averecht af met de draad aan de voorkant, 1 recht. KNOOPSGATEN: Brei de knoopsgaten op de rechter voorbies (als het kledingstuk gedragen wordt) aan de goede kant, als er 5 steken over zijn op de naald als volgt: NAALD 1 (goede kant): Maak 1 omslag, 2 recht, 1 averecht, haal 1 steek averecht af met de draad aan de voorkant, 1 recht. NAALD 2 (verkeerde kant): Brei de voorbies zoals hiervoor, brei de omslag averecht samen en de volgende steek zodat er een gaatje ontstaat. Het eerste knoopsgat wordt 1 cm onder de laatste opgezette steek voor de halslijn gebreid. Brei dan de andere 2 knoopsgaten met 4-4-41/2-41/2-5-5-5 cm tussen elk. MOUWTIP: Als u steken opneemt onder de mouw, kan er een klein gaatje ontstaan in de overgang tussen de steken op het lijf en de mouw. Dit gaatje kan gesloten worden door de draad tussen 2 steken op te nemen en deze gedraaid samen te breien met de eerste steek tussen het lijf en de mouw. TIP VOOR HET MINDEREN: Minder 1 steek aan elke kant van de markeerdraad als volgt: Brei tot er 3 steken over zijn voor de markeerdraad, 2 recht samen, 2 recht (de markeerdraad zit tussen deze 2 steken), haal 1 steek recht af, 1 recht en haal de afgehaalde steek over de gebreide steek (2 steken geminderd). RIBBELSTEEK: Brei alle naalden recht, aan zowel de goede als de verkeerde kant. 1 ribbel in de hoogte = brei 2 naalden recht. AFKANTEN MET PICOT: Kant af aan de goede kant als volgt: 1 recht, * meerderen voor picot: Voeg de rechter naald in tussen de 1e en 2e steek op de linker naald, maak 1 omslag, haal de omslag door de steken en plaats het op de linker naald *, brei van *-* in totaal 3 keer (3 nieuwe steken). Kant dan af als volgt: 1 recht, haal dan de achtersteek op de rechter naald over de eerste steek (1 steek geminderd), herhaal het afkanten tot u 5 steken heeft afgekant = 1 picot. * Herhaal van *-* tot alle steken afgekant zijn. Hecht de draad af. ------------------------------------------------------- BEGIN HET WERK HIER: ------------------------------------------------------- TRUI – KORTE SAMENVATTING VAN HET WERK: Het patroon gebruikt zowel lange als korte naalden; begin met de lengte die past bij het aantal steken en wissel wanneer nodig. De halslijn wordt in het begin heen en weer gebreid en van boven naar beneden, waarbij aan elke kant nieuwe steken worden opgezet. De pas wordt heen en weer gebreid vanaf midden voor. Als de split in de halslijn klaar is, worden de biezen over elkaar gelegd en samen gebreid, dan wordt de pas verder in de rondte gebreid. Als de pas klaar is, wordt het werk verdeeld voor het lijf en de mouwen en het lijf wordt verder in de rondte gebreid, terwijl de mouwen wachten. De mouwen worden van boven naar beneden gebreid, in de rondte. Er worden steken opgenomen rondom de halslijn en de kraag wordt op het einde heen en weer gebreid. HALSLIJN: Zet 62-64-66-68-70-72-74 steken op met rondbreinaald 5 mm en DROPS Air. Brei 1 naald averecht aan de verkeerde kant. Voeg 4 markeerders in, terwijl u de volgende naald breit en elke markeerder in een steek (de raglansteken) invoegt. Je meerdert voor de RAGLAN aan elke kant ervan – lees uitleg hierboven voor hoe je meerdert. NAALD 1 (goede kant): 1 recht, maak 1 omslag, 1 recht en voeg 1 markeerder in deze steek (= raglansteek), maak 1 omslag, 18 recht (= mouw), maak 1 omslag, 1 recht en voeg 1 markeerder in deze steek (= raglansteek), maak 1 omslag, 20-22-24-26-28-30-32 recht (= achterpand), maak 1 omslag, 1 recht en voeg 1 markeerder in deze steek (= raglansteek), Maak 1 omslag, 18 recht (= mouw), maak 1 omslag, 1 recht en voeg 1 markeerder in deze steek (= raglansteek), maak 1 omslag, 1 recht, zet 1 steek op aan het einde van de naald = 71-73-75-77-79-81-85 steken. NAALD 2 (verkeerde kant): Brei averecht (denk om de omslagen zoals beschreven onder RAGLAN), zet 1 steek op aan het einde van de naald = 72-74-76-78-80-82-84 steken. NAALD 3 (goede kant): Brei recht en meerder voor de raglan aan elke kant van de raglansteken, zet 1 steek op aan het einde van de naald = 81-83-85-87-89-91-93 steken. NAALD 4 (verkeerde kant): Averecht, zet 1 steek op aan het einde van de naald = 82-84-86-88-90-92-94 steken. Brei NAALDEN 3 en 4 nog drie keer. U heeft 5 keer gemeerderd voor de raglan en zet 5 steken op aan elke kant = 112-114-116-118-120-122-124 steken. Ga verder als volgt: NAALD 1 (goede kant): Brei recht en meerder voor de raglan zoals hiervoor, zet 7-8-9-10-11-12-13 steken op aan het einde van de naald = 127-130-133-136-139-142-145 steken. NAALD 2 (verkeerde kant): Brei 3 steken volgens KANTSTEKEN MET PUNNIKRAND – lees uitleg hierboven, brei averecht tot het einde van de naald en zet 7-8-9-10-11-12-13 steken op aan het einde van de naald = 134-138-142-146-150-154-158 steken: 32-34-36-38-40-42-44 steken op het achterpand, 30 steken op elke mouw, 19-20-21-22-23-24-25 steken op elk voorpand en 4 raglansteken. Meerder nu voor de raglan als volgt. LET OP: Sla dit gedeelte over in maat XS. NAALD 1 (goede kant): Brei de kantsteken zoals hiervoor en meerder voor de raglan aan elke kant van de raglansteken (8 gemeerderde steken). NAALD 2 (verkeerde kant): Averecht, met de kantsteken zoals hiervoor. Brei NAALDEN 1 en 2 0-4-6-7-5-3-1 keer (0-8-12-14-10-6-2 naalden gebreid) = 134-170-190-202-190-178-166 steken. Ga verder met meerderen voor de raglan, maar voordat deze meerderingen klaar zijn, wordt het werk midden voor samen gebreid en wordt de pas verder in de rondte gebreid. Lees de volgende 2 delen door voordat u verder gaat. RAGLAN – ALLE MATEN: NAALD 1 (goede kant): Brei tricotsteek en de kantsteken zoals hiervoor, meerder voor de raglan aan elke kant van de raglansteken (8 gemeerderde steken). NAALD 2 (verkeerde kant): Brei tricotsteek en de kantsteken. NAALD 3 (goede kant): Brei tricotsteek en de kantsteken, meerder voor de raglan op de voor- en achterpanden, dus voor markeerders 1 en 3 en na markeerders 2 en 4; meerder niet over de mouwen (4 gemeerderde steken). NAALD 4 (verkeerde kant): Brei tricotsteek en kantsteken, waarbij de nieuwe steken in tricotsteek worden gebreid. Brei NAALDEN 1 tot 4 in totaal 11-10-10-10-12-14-16 keer (44-40-40-40-48-56-64 naalden gebreid: 11-10-10-10-12-14-16 meerderingen in de hoogte op de mouwen en 22-20-20-20-24-28-32 meerderingen in de hoogte op de voor-/achterpanden) = 260-284-304-316-328-340-352 steken (dit aantal steken is voor als alle raglanmeerderingen klaar zijn en de biezen samen worden gebreid). SAMENWERKEN: TEGELIJKERTIJD, als het werk 19-19-20-20-21-21-22 cm meet vanaf de opzetrand midden achter, brei dan de biezen (= 3 steken PUNNIKRAND + 3 tricotsteken) samen als volgt: Brei aan de goede kant tot er 6 steken over zijn op de naald. Leg de eerste 6 steken op het linker voorpand onder de 6 laatste steken op het rechter voorpand en brei de steken 1 aan 1 recht samen; de rechter voorbies ligt nu bovenop de linker voorbies. Ga verder in de rondte en ga verder met meerderen voor de raglan. Alle meerderingen voor de raglan zijn klaar: in totaal 28-30-32-34-36-37-39 meerderingen in de hoogte op het voorpand/achterpand en 17-20-22-24-24-23-23 meerderingen in de hoogte op de mouwen. Ga verder met tricotsteek zonder te meerderen tot de pas 25-27-29-31-33-33-35 cm meet vanaf de opzetrand midden achter. Verdeel nu het werk voor het lijf en de mouwen. VERDELEN VOOR HET LIJF EN DE MOUWEN Brei tot en met de eerste raglansteek, kantde volgende 52-58-62-64-64-64-64 steken op een hulpdraad voor de mouw, zet 4-4-6-8-10-14-18 steken op (midden onder de mouw), brei 78-84-90-94-100-106-112 steken (achterpand), plaats de volgende 52-58-62-64-64-64-64 steken op een hulpdraad voor de mouw, zet 4-4-6-8-10-14-18 0 opsteken (midden onder de mouw), brei de laatste 78-84-90-94-100-106-112 steken (= voorpand). Het lijf en de mouwen worden apart verder gebreid. LIJF:= 164-176-192-204-220-240-260 steken. Brei in tricotsteek in de rondte tot het werk 46-48-50-52-53-55-57 cm meet vanaf midden achter. Ga verder met rondbreinaald 3.5 mm en brei dan als volgt: NAALD 1: * Maak 1 omslag, haal 1 steek averecht af, 1 averecht *, brei van *-*. NAALD 2: * Brei de omslag en rechte steek samen, 1 averecht *, brei van *-*. Brei NAALDEN 1 en 2 voor 3-3-3-3-4-4-4 cm. Kant af met recht boven recht en averecht boven averecht. De trui meet ongeveer 49-51-53-55-57-59-61 cm vanaf de opzetrand midden achter en 54-56-58-60-62-64-66 cm vanaf de schouder. MOUWEN: Plaats de 52-58-62-64-64-64-64 mouwsteken van een hulpdraad op rondbreinaald 5 mm en neem 1 steek op in elk van de 4-4-6-8-10-14-18 opgezette steken onder de mouw – lees MOUWTIP = 56-62-68-72-74-78-82 steken. Voeg een markeerdraad in, in het midden van de 4-4-6-8-10-14-18 nieuwe steken onder de mouw. De naald begint bij de markeerdraad. Brei in tricotsteek in de rondte. TEGELIJKERTIJD, als de mouw 1 cm meet vanaf de scheiding, minder dan midden onder de mouw – lees TIP VOOR HET MINDEREN als volgt: Minder 2 steken iedere 4-4-31/2-31/2-31/2-3-21/2 cm 2-4-7-8-8-9-10 keer = 52-54-54-56-58-60-62 steken. Brei verder tot de mouw 40-38-37-35-33-32-32 cm meet vanaf de scheiding. Ga verder met breinaalden zonder knop maat 3.5 mm en brei dan als volgt. NAALD 1: * Maak 1 omslag, haal 1 steek averecht af, 1 averecht *, brei van *-*. NAALD 2: * Brei de omslag en rechte steek samen, 1 averecht *, brei van *-*. Brei NAALDEN 1 en 2 voor 3-3-3-3-4-4-4 cm, eindig naa naald 2. Kant af met recht boven recht en averecht boven averecht. DUBBEL GEVOUWEN RAND: Neem 87-91-95-99-103-107-111 steken op langs de halslijn met rondbreinaald 3.5 mm. Brei een dubbel gevouwen rand als volgt: Brei 3 naalden tricotsteek (eerste naald aan de verkeerde kant), brei 1 naald averecht aan de goede kant, brei 3 naalden tricotsteek. Kant af met recht aan de goede kant. Vouw de rand dubbel naar de verkeerde kant en naai naar beneden vast. Knip de draad af. KRAAG: Begin aan de goede kant en neem 1 steek op in elke averechte steek vanaf de gevouwen rand = 87-91-95-99-103-107-111 steken. Knip de draad af. Ga verder aan de goede kant: NAALD 1 (goede kant): 1 kantsteek in RIBBELSTEEK – lees uitleg hierboven, * maak 1 omslag, haal 1 steek averecht af, 1 recht *, brei van *-* tot er 2 steken over zijn, maak 1 omslag, haal 1 steek averecht af, 1 kantsteek in ribbelsteek. NAALD 2 (verkeerde kant): 1 kantsteek in ribbelsteek, * brei de omslag en afgehaalde steek samen, 1 averecht *, brei van *-* tot er 2 steken over zijn, brei de omslag en afgehaalde steek recht samen, 1 kantsteek in ribbelsteek. Als de kraag 2 cm meet, meerder dan 2 steken aan elke kant, aan de verkeerde kant als volgt: 1 kantsteek in ribbelsteek, * brei de omslag en afgehaalde steek samen, 1 averecht, brei in de volgende steek als volgt: Brei de omslag en afgehaalde steek recht samen maar laat ze niet van de linker naald glijden, maak 1 omslag en brei de omslag en afgehaalde steek nog een keer recht samen (2 gemeerderde steken). Brei tot er 4 steken over zijn op de naald, brei in de volgende steek als volgt: brei de omslag en afgehaalde steek recht samen maar laat ze niet van de linker naald glijden, maak 1 omslag en brei de omslag en afgehaalde steek nog een keer recht samen (2 gemeerderde steken), 1 averecht, brei de omslag en afgehaalde steek recht samen, Brei 1 kantsteek in ribbelsteek. Brei op de volgende naald de steken in de Engelse boordsteek. Meerder zo elke 2 cm in totaal 4 keer. Als de halsband 11-11-11-11-12-12-12 cm meet, kant dan af met PICOT – lees uitleg hierboven. AFWERKING: Naai de knopen op de linker voorbies. |
|
![]() |
|
Heeft u dit patroon gemaakt?Tag dan uw afbeeldingen met #dropspattern #claudinesweater of stuur ze naar de #dropsfan galerij. Heeft u hulp nodig voor dit patroon?U vind 29 instructievideo's, een commentaar/vragengedeelte en nog veel meer, als u naar het patroon gaat op garnstudio.com © 1982-2026 DROPS Design A/S. Alle rechten voorbehouden. Op dit document, inclusief alle subdocumenten, rust copyright. Lees meer over wat u kunt doen met onze patronen onderaan elk patroon op onze site |
|
Laat een opmerking achter voor DROPS 273-8
Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!
Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.