DROPS / 207 / 11

Day to Date by DROPS Design

Gehaakte trui met raglan in DROPS Merino Extra Fine. Het werk wordt van boven naar beneden gehaakt in een hoek, met A-lijn, kabels en reliëfsteken. Maten S - XXXL.

DROPS Design: Patroon nr. me-182
Garengroep B
-------------------------------------------------------

MATEN:
S - M - L - XL - XXL - XXXL

MATERIAAL:
DROPS MERINO EXTRA FINE van garnstudio (behoort tot garengroep B)
700-750-800-900-1000-1100 g kleur 37, donkergrijs/ groen

STEKENVERHOUDING:
16 dubbele stokjes in de breedte en 5.5 toeren in de hoogte = 10 x 10 cm.

HAAKNAALD:
DROPS HAAKNAALD 4.5 MM.
De haaknaald is slechts een richtlijn. Als u te veel steken heeft op 10 cm, ga dan verder met een grotere haaknaald. Als u te weinig steken heeft op 10 cm, ga dan verder met een kleinere haaknaald.

Heeft u deze of een van onze andere ontwerpen gemaakt? Tag uw afbeeldingen in social media met #dropsdesign, zodat we ze kunnen zien!

Wilt u een ander garen gebruiken? Probeer de garenvervanger!
Weet u niet zeker welke maat u moet kiezen? Dan is het misschien zinvol om te weten dat het model in de afbeelding ongeveer 170 cm is en maat S of M heeft. Wanneer u een trui, vest, jurk of vergelijkbaar kledingstuk maakt, dan kunt u onderaan het patroon een schema vinden met de afmetingen van het uiteindelijke kledingstuk (in cm).

100% wol
vanaf 2.60 € /50g
DROPS Merino Extra Fine uni colour DROPS Merino Extra Fine uni colour 2.60 € /50g
Breiwebshop
Bestel
DROPS Merino Extra Fine mix DROPS Merino Extra Fine mix 2.60 € /50g
Breiwebshop
Bestel
Naalden & Haaknaalden
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 36.40€ krijgen. Lees meer.

Instructies voor het patroon

UITLEG VOOR HET PATROON:

-------------------------------------------------------


LOSSE:
Als u aan het uiteinde van de haaknaald haakt, is de losse vaak te strak; 1 losse zou ongeveer even lang moeten zijn als 1 vaste breed is.

INFORMATIE VOOR HET HAKEN:
Op het begin van elke toer van dubbele stokjes vervangt u het eerste dubbele stokje met 4 lossen. De toer eindigt met 1 halve vaste in de 4e losse op het begin van de toer.
Op het begin van elke toer van vasten vervangt u de eerste vaste met 1 losse. De toer eindigt met 1 halve vaste in de eerste losse op het begin van de toer.

PATROON:
Zie telpatronen A.1 tot A.13. Kies het telpatroon voor uw maat.

TIP VOOR HET MINDEREN-1 (voor de zijkanten):
Minder alleen op de toeren van dubbele stokjes!
Minder 1 steek aan elke kant van de markeerdraad in de zijkant als volgt: Haak tot er 3 steken over zijn voor de markeerdraad, haak A.13 (= 3 steken), de markeerdraad zit hier, haak A.12 (= 3 steken).

TIP VOOR HET MINDEREN-2 (voor de mouwen):
Minder alleen op de toeren van dubbele stokjes!
Haak 1 dubbel stokje in elk van de eerste 2 vasten, haak de volgende 2 dubbele stokjes samen (= 1 steek geminderd), haak 1 dubbel stokje in elke vaste tot er 4 vasten over zijn op de toer, haak de volgende 2 dubbele stokjes samen (= 1 steek geminderd), haak 1 dubbel stokje in elk van de laatste 2 vasten.

-------------------------------------------------------

BEGIN HET WERK HIER:

-------------------------------------------------------

TRUI – KORTE OVERVIEW OP HET WERK:
Het werk wordt in de rondte gehaakt, van boven naar beneden. De pas wordt eerst gehaakt en dan verdeeld voor het lijf en de mouwen, welke apart verder worden gebreid in de rondte.

PAS:
Haak 88-88-96-100-100-108 lossen – lees LOSSE, met haaknaald 4.5 mm en Merino Extra Fine en vorm deze tot een ring met 1 halve vaste in de eerste losse. Haak 1 vaste in elke losse tot het einde van de toer - lees INFORMATIE VOOR HET HAKEN = 88-88-96-100-100-108 vasten.

HAAK PATRONEN A.1 – A.9 ALS VOLGT:
Voeg 4 markeerdraden in (neem deze mee tijdens het haken in de hoogte) terwijl u tegelijkertijd in de rondte haakt als volgt:
* Haak A.1 over de eerste steek, A.2 over 1 steek en A.3 over 1 steek (= mouw), haak A.4 over 2-2-4-2-2-4 steken, A.5a over 17-17-17-18-18-18 steken, A.6 over 1-1-1-3-3-3 steken, A.7 over 1 steek (= midsteek), A.8 over 1-1-1-3-3-3 steken, A.9a over 17-17-17-18-18-18 steken en A.4 over 2-2-4-2-2-4 steken (= voor-/achterpand) *, herhaal van *-* 1 keer. Ga verder met dit patroon maar haak alleen A.2 tot de pijl voor uw maat, haak dan A.4 over deze steken. Als A.5a en A.9a klaar zijn, haak dan A.5b en A.9b en dan herhaal deze patronen verder in de hoogte. DENK OM DE STEKENVERHOUDING!
Ga verder tot A.1, A.3, A.6, A.7 en A.8 klaar zijn in de hoogte.
Er zijn 29-31-39-37-33-31 steken op elke mouw en 75-75-79-81-81-85 steken op de voor- en achterpanden.
Het werk meet ongeveer 14 cm, gemeten over de schouder.

HERHAAL PATTRONEN A.1 – A.9 ALS VOLGT:
De eerste toer wordt als volgt gehaakt: * A.1 over de eerste steek, A.4 over 27-29-37-35-31-29 steken en A.3 over 1 steek (= mouw), haak A.4 over 2-2-4-2-2-4 steken, A.5b over 17-17-17-18-18-18 steken zoals hiervoor, A.4 over 17 steken, A.6 over 1-1-1-3-3-3 steken, A.7 over 1 steek (= midsteek), A.8 over 1-1-1-3-3-3 steken, A.4 over 17 steken, A.9b over 17-17-17-18-18-18 steken zoals hiervoor en A.4 over 2-2-4-2-2-4 steken (= voorkant/achterpand) *, herhaal van *-* 1 keer.
Ga verder met dit patroon tot het werk ongeveer 22-24-25-27-29-31 cm meet vanaf de opzetrand, gemeten over de schouder (dus ongeveer 7-9-10-12-14-15 toeren na de eerste herhaling van A.1 – A.9). LET OP: Elke keer dat A.6/A.8 klaar is in de hoogte, herhaal dan A.6/A.8 in de hoogte aan elke kant van A.7; de overgebleven steken over A.6/A.8 worden gehaakt in A.4.
Er zijn nu 45-51-59-61-61-63 steken op elke mouw en ongeveer 95-101-107-115-119-127 steken op zowel de voor- als achterpanden = in totaal ongeveer 280-304-332-352-360-380 steken.
Verdeel nu het werk voor het lijf en mouwen als volgt:
Haak 6-6-6-8-10-12 lossen, sla de mouwsteken over (= ongeveer 45-51-59-61-61-63 steken), haak de steken van het voorpand zoals hiervoor (= ongeveer 95-101-107-115-119-127 steken), haak 6-6-6-8-10-12 lossen, sla de mouwsteken over (= ongeveer 45-51-59-61-61-63 steken) en haak de steken van het achterpand zoals hiervoor (= ongeveer 95-101-107-115-119-127 steken).
Er zijn nu ongeveer 202-214-226-246-258-278 steken op de toer (= ongeveer 101-107-113-123-129-139 steken op de voor- en achterpanden).

LIJF:
Haak 1 toer in patroon zoals hiervoor en 1 vaste/dubbel stokje (zodat het in het patroon past) in elke losse onder de mouw. Knip de draad af en verplaats naar het begin van de toer tot midden onder de ene mouw. Voeg 1 markeerdraad in midden onder beide mouwen.
Haak dan patroon zoals hiervoor, maar minder steken aan beide kanten als volgt:
* Haak A.4 over 2-2-4-4-5-8 steken, A.10a of A.10b (kies de toer in het telpatroon die overeenkomt en ga verder in patroon vanaf de pas) over 11 steken, haak patroon zoals hiervoor; dus ga verder met meerderen aan elke kant van A.7 (zoals te zien is in de patronen A.6 en A.8) tot er 13-13-15-15-16-19 steken over zijn voor de markeerdraad in de zijkant, haak A.11a of A.11b (kies de toer in het telpatroon die overeenkomt, zodat het patroon vanaf de pas doorloopt) *, haak van *-* 1 keer.
Ga verder met dit patroon; dus op iedere toer van dubbele stokjes meerdert u steken aan elke kant van A.7 zoals te zien is in patronen A.6 en A.8 (= 8 dubbele stokjes gemeerderd op de toer) en minder steken in A.10 en A.11 (= 4 dubbele stokjes geminderd op de toer).
Als A.10 en A.11 klaar zijn in de hoogte minder dan 2 steken aan elke kant van het werk (= in totaal 4 steken op elke toer) tot de gewenste lengte – lees TIP VOOR HET MINDEREN-1. Haak tot het werk ongeveer 25-25-26-26-26-26 cm meet vanaf de scheiding, gemeten over de zijkant op het kortste punt – pas aan tot na een toer van vasten (ongeveer 11 toeren van dubbele stokjes = 11 meerderingen).
Haak nu een rand als volgt:
Haak * 1 vaste, 3 lossen, sla 1 cm over *, haak van *-* tot het einde van de toer, pas aan zodat u eindigt met 3 lossen en 1 halve vaste in de eerste vaste.
Zorg ervoor dat de rand niet strak is; sla, indien nodig, minder steken over. Knip en hecht alle draden af. De trui meet ongeveer 50-52-54-56-58-60 cm gemeten vanaf de schouder naar beneden, op het kortste punt.

MOUW:
Hecht de draad af met 1 halve vaste in de 3e losse onder de mouw, haak 1 vaste/dubbel stokje in elk van de 2-2-2-3-4-5 lossen onder de mouw (of u vasten of dubbele stokjes haakt, hangt af van waar u bent in het patroon), haak 1 vaste/dubbel stokje in elk van de ongeveer 45-51-59-61-61-63 overgeslagen steken voor de mouw en eindig met 1 vaste/dubbel stokje in elk van de laatste 3-3-3-4-5-6 lossen onder de mouw = ongeveer 51-57-65-69-71-75 vasten/dubbele stokjes.
Ga verder in de rondte volgens A.4.
Als de mouw 2 cm meet, minder dan 2 steken in de mouw - lees TIP VOOR HET MINDEREN.
Minder zo iedere 5-3-2½-2½-2½-2 cm in totaal 8-11-13-13-14-15 keer = ongeveer 35-35-39-43-43-45 steken.
Ga verder in patroon tot het werk 43-42-41-40-38-37 cm meet (of tot de gewenste lengte – LET OP: Kortere afmetingen in de grotere maten vanwege een bredere hals en een langere pas) – pas aan tot na een toer van vasten.
Haak nu een rand rondom de mouw als volgt: Haak * 1 vaste, 3 lossen, sla 1 cm over *, haak van *-* om de hele mouw, pas aan zodat u eindig met 3 lossen en 1 halve vaste in de eerste vaste. Knip en hecht de draad af. Haak de andere mouw op dezelfde manier.

HALS:
Haak een rand om de hals als volgt: Begin in het midden op de bovenkant van de schouder en hecht de draad aan met 1 halve vaste in 1 steek, haak * 1 vaste in de volgende steek, 3 lossen, sla 1 cm over *, haak van *-* tot het einde van de toer; pas aan zodat u eindigt met 3 lossen en 1 halve vaste in de eerste vaste. Zorg ervoor dat de rand niet strak is; sla, indien nodig, minder steken over. Knip en hecht de draad af.

Telpatroon

= eerste toer is reeds gehaakt; het laat zien hoe de volgende toer in/om de steken worden gehaakt
= vaste in de steek
= 2 vasten in dezelfde steek
= dubbel stokje in de steek
= 3 dubbele stokjes in dezelfde steek
= RELIËF-VIERDUBBEL STOKJE (wordt alleen op de toeren van dubbele stokjes gehaakt): Haak 1 vierdubbel stokje om 1 dubbel stokje van de vorige toer van dubbele stokjes (haak niet in de lussen maar om het dubbele stokje zelf). Begin van de lijn = toer waar dit reliëf-stokje begint. De cirkel is het einde van het reliëfstokje = laat zien om welke dubbele stokje van de vorige toer u haakt.
= RELIËF-VIERDUBBEL STOKJE (wordt alleen op de toeren van dubbele stokjes gehaakt): Haak 1 vierdubbel stokje om 1 vijfdubbel stokje van de vorige toer van dubbele stokjes (haak niet in de lussen maar om het vijfdubbele stokje zelf). Begin van de lijn = toer waar dit reliëfstokje begint. De punt is het einde van het reliëfstokje = laat zien om welk vijfdubbel stokje van de vorige toer van dubbele stokjes u haakt
= RELIËF- VIJFDUBBEL STOKJE (wordt alleen op de toeren van dubbele stokjes gehaakt): Haak 1 vijfdubbel stokje om 1 vierdubbel stokje van de vorige toer van dubbele stokjes (haak niet in de lussen maar om het vierdubbel stokje zelf). Begin van de lijn = toer waar dit reliëfstokje begint. Het vierkant aan het einde van het reliëfstokje = laat zien om welk vierdubbel stokje van de vorige toer van dubbele stokjes u haakt.
= haak 2 reliëf- vijfdubbele stokjes samen als volgt: Haak 1 reliëf-vijfdubbel stokje, maar wacht met de laatste omslag en doorhaling, haak het volgende reliëf-vijfdubbel stokje en haal de draad door alle lussen = 1 steek
= 2 VASTEN SAMEN:* Voeg de haaknaald in de volgende steek, neem de draad op *, herhaal van *-* een keer, maak een omslag en haal het door alle 3 lussen op de haaknaald (= 1 vaste geminderd).
= 2 DUBBELE STOKJES SAMEN: Haak 1 dubbel stokje, maar wacht met de laatste omslag en doorhaling, haak nog 1 dubbel stokje op dezelfde manier. Maak 1 omslag en haal het door alle lussen op de haaknaald.






Heeft u hulp nodig voor dit patroon?

Bedankt dat u een patroon van DROPS Design kiest. We zijn er trots op dat we patronen aanbieden die correct en makkelijk te volgen zijn. Alle patronen zijn uit het Noors vertaald en u kunt altijd het origineel patroon controleren (DROPS 207-11) voor de afmetingen en de berekiningen.

Heeft u moeite met het volgen van het patroon? Hieronder vindt u een lijst met bronnen die u kunnen helpen om uw project vlot af te maken - of om eenvoudig iets nieuws te leren.

1) Waarom is de stekenverhouding zo belangrijk?

De stekenverhouding bepaalt de uiteindelijke afmetingen van uw werkstuk en wordt normaliter aangegeven in 10 x 10 cm. Het wordt als volgt aangegeven: het aantal steken in de breedte x het aantal naalden in de hoogte - dus: 19 steken x 26 naalden = 10 x 10 cm.

De stekenverhouding is heel erg individueel; sommige mensen breien/haken heel losjes, terwijl anderen vrij strak werken. De stekenverhouding past u aan met de naalddikte, wat de reden is waarom we slechts een suggestie voor de naalddikte geven! U moet deze aanpassen (naar boven of beneden) om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding overeenkomt met de stekenverhouding die aangegeven staat in het patroon. Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan zal het garenverbruik anders zijn, en zal uw werkstuk andere afmetingen krijgen dan het patroon aangeeft.

De stekenverhouding geeft tevens aan welk garen als vervanging kan dienen. U kunt verschillende garens met elkaar vervangen, zolang de stekenverhouding maar hetzelfde is.

Bekijk de DROPS les: Hoe u de stekenverhouding opmeet

Bekijk de DROPS video: Hoe u een proeflapje maakt

naar boven

2) Wat zijn de garengroepen?

Al onze garens zijn ondergebracht in garengroepen (van A tot F) volgens dikte en stekenverhouding – groep A bevat de dunste garens en groep F de dikste. Dit maakt het makkelijker voor u om alternatieve garens te vinden voor onze patronen, indien u graag ander garen wilt gebruiken. Alle garens binnen dezelfde groep hebben ongeveer eenzelfde stekenverhouding en kunnen elkaar vervangen. Het is wel zo dat verschillende garenkwaliteiten verschillende structuren en eigenschappen hebben, wat het uiteindelijke werkstuk een unieke 'look en feel' geeft.

Klik hier voor een overzicht van de garens in elke garengroep

naar boven

3) Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

Bij het kiezen van een ander garen is het belangrijk dat de stekenverhouding hetzelfde blijft. De afmetingen van het uiteindelijke werk zijn dan hetzelfde als aangegeven in de tekening bij het patroon. Het is makkelijker om dezelfde stekenverhouding te krijgen als u garen gebruikt uit dezelfde garengroep. Het is ook mogelijk om meerdere draden van een dunner garen te gebruiken om de stekenverhouding van een dikker garen te krijgen. Probeer onze garenvervanger. We raden u aan om altijd een proeflapje te maken.

LET OP: als u een ander garen neemt, kan het kledingstuk een andere 'look en feel' krijgen dan het kledingstuk op de foto, vanwege individuele eigenschappen en kwaliteiten van elk garen.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

naar boven

4) Hoe gebruik ik de garenvervanger?

Bovenaan al onze patronen vindt u een link naar onze garenvervanger, welke handig kan zijn als u een ander garen wilt gebruiken dan staat aangegeven in het patroon. Door het garen in te vullen dat u wilt vervangen, de hoeveelheid (in uw maat) en het aantal draden, stelt de vervanger geschikte alternatieven voor met dezelfde stekenverhouding. Daarnaast wordt aangegeven hoeveel u nodig heeft in de nieuwe kwaliteiten en of u met meerdere draden moet werken. De meeste bollen zijn 50 gram (sommige zijn 25 gram of 100 gram).

Als het patroon met meerdere kleuren wordt gebreid/gehaakt, moet elke kleur apart worden vervangen. Dit geldt ook als het patroon met verschillende draden van verschillende garens wordt gemaakt (bijvoorbeeld 1 draad Alpaca en 1 draad Kid-Silk) dan zult u voor elk individueel alternatieven moeten vinden.

Klik hier voor de garenvervanger

naar boven

5) Waarom krijg ik de verkeerde stekenverhouding met de aangegeven naalddikte?

De naalddikte die aangegeven is in het patroon geldt slechts als een richtlijn, het is van belang dat de stekenverhouding klopt. En omdat de stekenverhouding per persoon nogal verschillend is, zult u de naalddikte aan moeten passen om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding hetzelfde is als in het patroon – misschien is het nodig dat u 1 of zelfs 2 naalddiktes naar beneden of naar boven moet om de juiste stekenverhouding te krijgen. Daarom raden we ook aan om een proeflapje te maken.

Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan kunnen de afmetingen van het werkstuk afwijken van de afmetingen volgens de tekening.

Bekijk de DROPS les: Hoe meet u de stekenverhouding

Bekijk de DROPS video: Hoe maakt u een proeflapje voor de stekenverhouding

naar boven

6) Waarom wordt het patroon van boven naar beneden gereid?

Als u een kledingstuk van boven naar beneden breit, dan geeft dit meer flexibiliteit en mogelijkheden voor persoonlijke aanpassingen. Het is bijvoorbeeld makkelijker om het kledingstuk te passen terwijl u er mee bezig bent. U kunt ook makkelijker de lengte van de pas en de schouderkoppen aanpassen.

In de uitleg worden alle stappen zorgvuldig uitgelegd in de juiste volgorde. De telpatronen zijn aangepast aan de breirichting en worden zoals gebruikelijk gebreid.

naar boven

7) Waarom zijn de mouwen korter in de grotere maten?

De totale breedte van het kledingstuk (van pols tot pols) is groter in de grotere maten, ondanks dat de eigenlijke mouwen korter zijn. De grotere maten hebben langere mouwkoppen en bredere schouders, dus er is een goede pasvorm in alle maten.

naar boven

8) Wat is een herhaling?

Telpatronen worden vaak herhaald in de breedte op de naald en/of in de hoogte. 1 herhaling van het telpatroon is hoe het te zien is in het telpatroon. Als er staat dat u 5 herhalingen van A.1 op de naald moet breien, dan breit u het patroon in totaal 5 keer achter/na elkaar op de naald. Als er staat dat u 2 herhalingen van A.1 in de hoogte moet breien, dan breit u het hele telpatroon (dus alle naalden van het telpatroon) een keer en begint u opnieuw onderaan bij het begin en breit u het telpatroon nog een keer.

naar boven

9) Hoe brei ik volgens een telpatroon?

Het telpatroon laat alle naalden en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt gelezen van onder naar boven, van rechts naar links. 1 vierkant = 1 steek.

Als u heen en weer breit, wordt elke andere naald aan de goede kant gebreid en elke andere naald wordt aan de verkeerde kant gebreid. Als u aan de verkeerde kant breit, moet u het telpatroon omgekeerd breien, dus van links naar rechts. rechte steken worden dan averecht gebreid en averechte steken recht, etc.

Als u in de rondte breit wordt elke naald aan de goede kant gebreid en het telpatroon wordt dan van rechts naar links gebreid op alle naalden.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees ik de teltekening bij de patronen?

naar boven

10) Hoe haak ik volgens een telpatroon?

Het telpatroon laat alle toeren en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt van onder naar boven gehaakt en van rechts naar links.

Als u heen en weer haakt, wordt elke andere toer aan de goede kant gehaakt: van rechts naar links en elke andere toer wordt aan de verkeerde kant gehaakt: vank links naar rechts.

Als u in de rondte haakt, wordt elke toer in het telpatroon aan de goede kant gehaakt, van rechts naar links.

Als u een cirkelvormig telpatroon haakt, dan begint u in het midden en haakt u naar buiten toe, tegen de klok in, toer na toer.

Meestal beginnen de toeren met een opgegeven aantal lossen (overeenkomend met de hoogte van de volgende steek), deze zijn of in het telpatroon opgenomen, of uitgelegd in het patroon.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees je telpatronen voor haken

naar boven

11) Hoe brei/haak je verschillende telpatronen tegelijkertijd op dezelfde naald/toer

Instructies om verschillende telpatronen achter elkaar op dezelfde naald/toer te breien/haken, worden meestal als volgt beschreven: “brei/haak A.1, A.2, A.3 in totaal 0-0-2-3-4 keer". Dit betekent dat u A.1 een keer breit/haakt, daarna wordt A.2 een keer gebreid/gehaakt, en A.3 wordt het aantal aangegeven keren (in de breedte) in uw maat gebreid/gehaakt – in dit geval als volgt: S = 0 keer, M = 0 keer, L=2 keer, XL= 3 keer en XXL = 4 keer.

De telpatronen worden zoals gebruikelijk gebreid/gehaakt: begin met de eerste naald/toer in A.1, brei/haak dan de volgende naald/toer in A.2 etc.

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor breien leest

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor haken leest

naar boven

12) Waarom begint het werk met meer lossen dan waarmee gehaakt wordt?

Lossen zijn ietsje smaller dan andere steken en om te voorkomen dat de opzetrand te strak wordt, haken we eenvoudigweg meer lossen om mee te beginnen. Het aantal steken wordt in de volgende toer aangepast zodat het overeenkomt met het patroon en de afmetingen in de tekening.

naar boven

13) Waarom meerderen voor de boord als het werk van boven naar beneden gebreid wordt?

De rand in ribbelsteek is elastischer en zal ietwat samentrekken vergeleken met bijvoorbeeld tricotsteek. Door te meerderen voor de rand in ribbelsteek, voorkomt u een zichtbaar verschil in breedte tussen de rand in ribbelsteek en de rest van het lijf.

naar boven

14) Waarom meerderen in de afkantrand?

Het gebeurt vrij makkelijk dat u te strak afkant, en door omslagen te maken tijdens het afkanten (terwijl u deze tegelijkertijd afkant) voorkomt u dat de afkantrand te strak wordt.

Bekijk de DROPS video: Hoe kant u af met omslagen

naar boven

15) Hoe meerder/minder je afwisselend op elke 3e en 4e naald/toer?

Om gelijkmatig te meerderen (of te minderen) kunt u meerderen op, bijvoorbeeld: afwisselend elke 3e en 4e naald, als volgt: brei 2 naalden en meerder op de 3e naald, brei 3 naalden en meerder op de 4e naald. Herhaal dit tot het meerderen klaar is.

Bekijk de DROPS les: Meerder of minder 1 st afwisselend

naar boven

16) Waarom is het patroon een beetje anders dan wat ik op de foto zie?

Herhalingen van het patroon kunnen een beetje anders zijn in de verschillende maten, om de juiste verhoudingen te krijgen. Als u niet dezelfde maat maakt als het kledingstuk op de foto, wijkt uw werkstuk wellicht ietsje af. Dit is met zorg ontwikkeld en aangepaste zodat het totale beeld van het kledingstuk hetzelfde is in alle maten.

Zorg ervoor dat u de instructies en de telpatronen voor uw maat volgt!

naar boven

17) Hoe kan ik een vest in de rondte breien, in plaats van heen en weer?

Als u liever in de rondte breit dan heen en weer, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen. U moet dan steken midden voor toevoegen (meestal 5 steken) en de instructies volgen. Als u normaal het werk keert en aan de verkeerde kant breit, breit u nu over de extra steken en gaat u verder in de rondte. Aan het einde knipt u het werk open. Neem steken op voor de biezen en werk de afgeknipte randen af.

Bekijk de DROPS video: Hoe breit u knipbiezen en openknippen

naar boven

18) Kan ik een trui heen en weer breien in plaats van in de rondte?

Als u liever heen en weer breit dan in de rondt, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen zodat u de panden apart van elkaar breit en aan het eind aan elkaar naait. Deel de steken voor het lijf in tweeën en voeg 1 kantsteek toe aan elke kant (voor het in elkaar naaien) en brei het voor- en achterpand apart van elkaar.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een patroon aanpassen van rondbreinaalden naar rechte naalden?

naar boven

19) Waarom staan er garens in de patronen die niet meer leverbaar zijn?

Omdat de verschillende garens verschillende kwaliteiten en verschillend texturen hebben, hebben we ervoor gekozen om het originele garen in het patroon te laten staan. Maar u kunt vrij makkelijk andere opties vinden tussen de beschikbare garenkwaliteiten door onze garenvervanger te gebruiken, of door een garen uit dezelfde garengroep uit te kiezen.

Het is mogelijk dat sommige verkooppunten nog bollen op voorraad hebben van garens die niet meer leverbaar zijn, of dat iemand thuis nog een paar bollen heeft liggen en hier een patroon bij zoekt.

Degarenvervanger laat alternatieve garens zien en de hoeveelheid die u nodig heeft in de nieuwe kwaliteit.

naar boven

20) Hoe verander ik een kledingstuk voor dames in eentje voor heren?

Als u een patroon heeft gevonden doe alleen beschikbaar is in damesmaten, dan hoeft het niet heel moeilijk te zijn om deze aan te passen naar een herenmaat. Het grootste verschil is de lengte van de mouwen en het lijf. Begin met breien in de damesmaat die overeenkomt met de borstwijdte. De lengte die erbij komt wordt namelijk gebreid voordat u begint met afkanten voor de armsgaten. Als het patroon van boven naar beneden wordt gebreid, kunt u lengte toevoegen vlak na de armsgaten of voor de eerste mindering op de mouw.

Wat betreft de extra hoeveelheid garen wat u nodig heeft: dit hangt heel erg af van hoeveel lengte u toevoegt, maar het is vaak meter dat u een bol te veel hebt dan te weinig.

naar boven

21) Hoe voorkom ik dat een harig kledingstuk gaat pillen of pluizen?

Alle garens hebben vezels die uitsteken (door de productie) waardoor een kledingstuk gaat pluizen of pillen. Geborstelde garens (dus meer harige garens) hebben meer van deze losse, uitstekende vezels waardoor het eerder gaat pluizen of pillen.

Hoewel het niet mogelijk is om te garanderen dat geborsteld garen 100% pluisvrij is, is het wel mogelijk om dit drastisch af te laten nemen, door de volgende stappen te ondernemen:

1. Als het kledingstuk klaar is (voordat u het gaat wassen) schudt u het kledingstuk flink uit, zodat de losse haartjes eruit komen. LET OP: gebruik GEEN roller, borstel of andere methode, waardoor aan het kledingstuk getrokken wordt

2. Plaats het kledingstuk in een plastic zak en leg het in de vriezer - de temperatuur zorgt ervoor dat de vezels minder aan elkaar blijven zitten, en uitstekende vezels komen makkelijker los.

3. Laat een paar uur in de vriezer liggen, voordat u het eruit haalt en schudt het kledingstuk dan opnieuw uit.

4. Was het kledingstuk volgens de instructies op het garenlabel.

naar boven

22) Waar op het kledingstuk wordt de lengte gemeten??

De tekening/ het schema met de afmetingen geeft informatie over de volledige lengte van het kledingstuk. Als het een trui of een vest betreft, dan wordt deze vanaf het hoogste punt op de schouder gemeten (meestal het dichtst bij de halslijn), en recht naar beneden tot de onderkant van het kledingstuk. Het wordt NIET gemeten vanaf de punt van de schouder. Op gelijke wijze wordt ook de lengte van de pas gemeten, vanaf het hoogste punt op de schouder en naar beneden tot waar de pas gesplitst wordt voor het lijf en de mouwen.

Op een vest worden de afmetingen nooit over de biezen genomen, tenzij anders aangegeven. Meet altijd binnen de biessteken als u de lengte opmeet.

Bekijk de DROPS les: Maattekeningen lezen

naar boven

23) Hoe weet ik hoeveel bollen ik nodig heb?

De benodigde hoeveelheid garen wordt aangegeven in grammen, dus bijvoorbeeld: 450 g. Om uit te rekenen hoeveel bollen u nodig heeft, moet u eerst weten hoeveel gram er in 1 bol gaat (25 g, 50 g, of 100 g). Deze informatie vindt u door op de individuele garenkwaliteit te klikken op onze site. Deel de hoeveelheid benodigde garen door de hoeveelheid per bol. Bijvoorbeeld, als de bollen 50 gram wegen (de meest gebruikelijke hoeveelheid), ziet de berekening er als volgt uit: 450 / 50 = 9 bollen.

naar boven

Heeft u DROPS garen besteld om dit patroon te maken? Dan heeft u recht op hulp van de winkel waar u het garen gekocht heeft. Vind hier een lijst van DROPS winkels!
Kunt u het antwoord op uw vraag nog steeds niet vinden? Scroll dan naar beneden en laat een vraag achter zodat een van onze experts kan proberen u te helpen. Dit wordt normaal tussen 5 tot 10 werkdagen gedaan.. In de tussentijd kunt u de vragen en antwoorden lezen die anderen bij dit patroon achter hebben gelaten of doe mee met de DROPS Workshop op Facebook om hulp te krijgen van mede breisters en haaksters!

Opmerkingen / Vragen (37)

Inge 25.09.2020 - 14:10:

Heb ik echt 18 bolletjes nodig voor deze trui in mast XL? Of begrijp ik het verkeerd.\\r\\n900 gram /bolletjes van 50 gram = 18 bolletjes?

Ana 05.08.2020 - 01:56:

Pena não ter também o vídeo explicativo pois ajudaria muito

Mary 24.07.2020 - 18:37:

I am confused! Do you work the cable as you go along the pattern or is the cable done on top of the existing trebles?

DROPS Design 29.07.2020 kl. 09:52:

Dear Mary, I might misunderstand your question, there will be cable all the way as shown in diagrams - see also pictures. Could you maybe reword your question if misunderstood? Happy crocheting!

Tenna Werner Simonsen 27.06.2020 - 17:50:

I første række af diagrammet. Skal man hækle en lm række og derefter diagram1 i samme maske eller skal man hækle diagram 1 i den næste FM?

Rebecca Ory 29.05.2020 - 22:40:

Jeg har svært ved at få det til at passe på anden række, jeg har 6 masker tilovers, nå jeg er kørt hele vejen rundt, og jeg hækler str L. Og jeg har 96 masker.

Isabelle Jallais 17.04.2020 - 15:03:

Bonjour je en comprends pas ou je dois mettre mes fils marqueurs. pouvez vous m'aider? merci

DROPS Design 17.04.2020 kl. 15:38:

Bonjour Mme Jallais, ils ont été ajoutés dans les explications, je cite: *Insérer un fil marqueur, crocheter ... (= manche), insérer un fil marqueur, crocheter ...( = devant/dos)*, répéter de *-* encore 1 fois. Bon crochet!

Isabelle Jallais 17.04.2020 - 11:55:

Je ne comprends pas à quel moment je dois mettre mes fils marqueurs. je ne vois pas l'indication (je suis au 3ème rang) merci pour votre aide! bonne journée

DROPS Design 17.04.2020 kl. 13:09:

Bonjour Mme Jallais,Edit - les fils marqueurs ont été rajoutés dans le modèle pour délimiter les manches du dos et du devant. Bon crochet!

JMFS 18.01.2020 - 18:26:

The person who crocheted the display sweater is a Master! No inconsistencies, whatsoever, between all those stitches. Wow! I wanted to make this for Winter 2019, but Florida has not had a winter, yet! We've only had one night of freezing and the rest has been in the mid 40s to 50s F (4 - 10 C). With February typically bringing warmer weather I think Old Man Winter forgot about us! If anyone makes this, I'd love to see pictures - please post them to the DROPs gallelry!

Gili 19.12.2019 - 21:06:

Hello, Thank you very much for the beautiful drop design. I am doing the L size and didn't understand the first decreases(in A10and A11) in the body - is it under the sleeve or next the the chain in the back and front? Where do i start the round?

DROPS Design 20.12.2019 kl. 09:07:

Dear Gili, A.10 and A.11 are worked mid under sleeve, just before (A.10) or after (A.11) the cable - round on body starts mid under sleeve: Cut the strand, and move the beginning of the round to mid under the one sleeve.; Happy knitting!

Jenny Nilsson 01.12.2019 - 19:26:

Hej Älskar detta mönster men har fastnat. Men har fastnat här. För varje gång A.6/A.8 är färdigvirkat på höjden, upprepas A.6/A.8 på höjden på varje sida av A.7, de resterande maskorna över A.6/A.8 virkas i A.4. Ska man även öka på A4 efter A1 i början på varvet?

DROPS Design 02.12.2019 kl. 11:31:

Hei Jenny! Det skal ikke økes i A.4, det skal kun økes når det er blir vist i diagrammene. Lykke til!

Laat een opmerking achter voor DROPS 207-11

Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!

Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.