DROPS / 195 / 14

Grey Sparrow by DROPS Design

Gehaakte trui in DROPS Sky. Het werk wordt van boven naar beneden gehaakt met kantpatroon en lange split in de zijkanten. Maten S - XXXL.

DROPS Design: Patroon nr. sk-011
Garengroep B
-------------------------------------------------------

Maten: S - M - L - XL - XXL - XXXL
Materiaal:
DROPS SKY van garnstudio (behoort tot garengroep B)
250-300-300-350-350-400 g kleur 04, grijs

-------------------------------------------------------
BENODIGDHEDEN VOOR HET WERK:

STEKENVERHOUDING:
16 stokjes in de breedte en 8 toeren in de hoogte = 10 x 10 cm.

HAAKNAALD:
DROPS HAAKNAALD 4.5 MM.
De haaknaald is slechts een richtlijn. Als u te veel steken heeft op 10 cm, ga dan verder met een grotere naald. Als u te weinig steken heeft op 10 cm, ga dan verder met een kleinere naald.

Heeft u deze of een van onze andere ontwerpen gemaakt? Tag uw afbeeldingen in social media met #dropsdesign, zodat we ze kunnen zien!

Wilt u een ander garen gebruiken? Probeer de garenvervanger!
Weet u niet zeker welke maat u moet kiezen? Dan is het misschien zinvol om te weten dat het model in de afbeelding ongeveer 170 cm is en maat S of M heeft. Wanneer u een trui, vest, jurk of vergelijkbaar kledingstuk maakt, dan kunt u onderaan het patroon een schema vinden met de afmetingen van het uiteindelijke kledingstuk (in cm).

74% Alpaca, 18% Polyamide, 8% Wol
vanaf 4.10 € /50g
DROPS Sky uni colour DROPS Sky uni colour 4.10 € /50g
Wolplein.nl
Bestel
DROPS Sky mix DROPS Sky mix 4.10 € /50g
Wolplein.nl
Bestel
Naalden & Haaknaalden
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 20.50€ krijgen. Lees meer.

Instructies voor het patroon

UITLEG VOOR HET PATROON:

-------------------------------------------------------

INFORMATIE VOOR HET HAKEN:
Op het begin van elke toer van stokjes, wordt het eerste stokje vervangen door 3 lossen. De toer eindigt met 1 stokje in de 3e of 2e losse van het begin van de vorige toer (afhankelijk van of de vorige toer begon met 3 of 2 lossen).
Op het begin van elke toer van vasten wordt de eerste vaste vervangen door 2 lossen. De toer eindigt met 1 vaste in de 3e of 2e losse van het begin van de vorige toer.

PATROON:
Zie telpatronen A.1 tot A.3.

TIP VOOR HET MINDEREN (voor de mouwen):
Minder 1 steek aan de binnenkant van de 2 buitenste steken aan elke kant. Minder 1 steek door 1 steek over te slaan. Het is moeilijk te zeggen waar de minderingen komen in het patroon, maar pas het zo aan dat u mindert op een toer van stokjes/vasten (niet op een toer van grote lossenlussen).

TIP VOOR HET MEERDEREN (voor de onderkant van de mouwen):
Meerder 1 steek door 2 vasten in dezelfde steek te haken.

-------------------------------------------------------

BEGIN HET WERK HIER:

-------------------------------------------------------

TRUI - KORTE SAMENVATTING VAN HET WERK:
De voor- en achterpanden worden apart heen en weer gehaakt, van boven naar beneden. U haakt eerst de rechter schouder aan de voorkant en meerdert voor de hals, dan de linker schouder en meerdert voor de hals. Daarna worden de delen heen en weer samengehaakt tot de gewenste lengte. Het achterpand wordt op dezelfde manier gehaakt. De mouwen worden heen en weer gehaakt, van boven naar beneden. Het kledingstuk wordt samengenaaid en tot slot haakt u een rand rondom de hals.

RECHTER SCHOUDER VOOR (als het kledingstuk gedragen wordt):
Lees INFORMATIE VOOR HET HAKEN!
Haak 28-28-36-44-44-52 lossen met haaknaald 4.5 mm en Sky. De eerste toer wordt als volgt gehaakt aan de verkeerde kant: Haak 1 stokje in de 4e losse van de haaknaald, * sla 1 losse over, haak 1 stokje in elk van de volgende 3 lossen *, haak van *-* tot het einde van de toer = 20-20-26-32-32-38 stokjes op de toer.
De volgende toer wordt als volgt gehaakt aan de goede kant: Haak A.1A (= 2 steken), haak A.1B over de volgende 12-12-18-24-24-30 steken (= 2-2-3-4-4-5 herhalingen van 6 steken) en eindig met A.1C (= 6 steken). Ga verder met dit patroon heen en weer gehaakt tot A.1 klaar is. DENK OM DE STEKENVERHOUDING! Laat het werk rusten en haak de linker schouder zoals beschreven hieronder.

LINKER SCHOUDER (als het kledingstuk gedragen wordt):
Haak 28-28-36-44-44-52 lossen met haaknaald 4.5 mm en Sky. De eerste toer wordt als volgt gehaakt aan de verkeerde kant: Haak 1 stokje in de 4e losse van de haaknaald, * sla 1 losse over, haak 1 stokje in elk van de volgende 3 lossen *, haak van *-* tot het einde van de toer = 20-20-26-32-32-38 stokjes op de toer.
De volgende toer wordt als volgt gehaakt aan de goede kant: Haak A.1D (= 7 steken), haak A.1B over de volgende 6-6-12-18-18-24 steken (= 1-1-2-3-3-4 herhalingen van 6 steken) en eindig met A.1E (= 7 steken). Ga verder met dit patroon heen en weer gehaakt tot A.1 klaar is. Haak aan het einde van de laatste toer, een beetje losjes 25-31-25-25-31-31 lossen voor de hals. Hecht de lossenketting aan met 1 halve vaste in de buitenste steek richting de hals op de rechter schouder voor (op de verkeerde kant). Knip en hecht de draad af. Haak nu de delen samen voor het voorpand zoals beschreven hieronder.

VOORPAND:
Begin aan de goede kant van de rechter schouder voorkant; haak verder over de lossen voor de hals en haak dan over de steken op de linker schouder voorkant als volgt: Haak A.2A (= 2 steken), haak A.2B over de volgende 60-66-72-84-90-102 steken (= 10-11-12-14-15-17 herhalingen van 6 steken) en eindig met A.2C (= 7 steken). LET OP: Als u over de lossen haakt voor de hals lijn, haak dan 1 stokje in elke losse. Ga verder met dit patroon heen en weer gehaakt. Als A.2 een keer in de hoogte is gehaakt, haak dan A.3 een keer in de hoogte op dezelfde manier. Haak dan A.2 tot de gewenste lengte. LET OP: Wanneer A.2 nog een keer herhaald wordt, wordt de 1e toer op de 2e herhaling gehaakt aan de verkeerde kant. Het eerste stokje op de toer wordt vervangen door 3 lossen, zoals gebruikelijk.
TEGELIJKERTIJD als het werk meet 18-18-20-20-22-23 cm vanaf de opzetrand, voegt u 1 markeerdraad in aan elke kant om de armsgaten aan te geven.
Haak verder zoals beschreven hierboven tot het werk ongeveer 65-67-69-71-73-75 cm meet. Eindig met 1 toer van stokjes – LET OP: Kies een toer van een van de telpatronen die past met waar u in de herhaling bent, zodat u 69-75-81-93-99-111 stokjes op de toer heeft. Knip en hecht de draad af. De voorkant van het werk meet ongeveer 66-68-70-72-74-76 cm vanaf de schouder naar beneden.

LINKER SCHOUDER ACHTER (als het kledingstuk gedragen wordt):
Haak 28-28-36-44-44-52 lossen met haaknaald 4.5 mm en Sky. De eerste toer wordt als volgt gehaakt aan de verkeerde kant: Haak 1 stokje in de 4e losse van de haaknaald, * sla 1 losse over, haak 1 stokje in elk van de volgende 3 lossen *, haak van *-* tot het einde van de toer = 20-20-26-32-32-38 stokjes op de toer. Laat het werk rusten en haak de rechter schouder achter zoals beschreven hieronder.

RECHTER SCHOUDER ACHTER (als het kledingstuk gedragen wordt)
Haak 28-28-36-44-44-52 lossen met haaknaald 4.5 mm en Sky. De eerste toer wordt als volgt gehaakt aan de verkeerde kant: Haak 1 stokje in de 4e losse van de haaknaald, * sla 1 losse over, haak 1 stokje in elk van de volgende 3 lossen *, haak van *-* tot het einde van de toer = 20-20-26-32-32-38 stokjes op de toer. Aan het einde van deze toer, haakt u een beetje losjes 29-35-29-29-35-35 lossen voor de hals. Hecht de lossenketting aan met 1 halve vaste in de buitenste steek richting de hals op de linker schouder op de achterkant (op de verkeerde kant). Haak nu de delen samen voor het achterpand zoals beschreven hieronder.

ACHTERPAND:
Begin aan de goede kant van de rechter schouder achter; haak verder over de lossen voor de hals en dan over de steken op de linker schouder achter als volgt: Haak A.1A (= 2 steken), haak A.1B over de volgende 60-66-72-84-90-102 steken (= 10-11-12-14-15-17 herhalingen van 6 steken) en eindig met A.1E (= 7 steken). Ga verder met dit patroon heen en weer gehaakt. Als A.1 klaar is, haak dan A.2 op dezelfde manier. Als A.2 een keer in de hoogte is gehaakt, haak dan A.3 een keer in de hoogte op dezelfde manier. Haak dan A.2 tot de gewenste lengte op dezelfde manier als het voorpand.
TEGELIJKERTIJD als het werk 18-18-20-20-22-23 cm meet vanaf de opzetrand, voegt u 1 markeerdraad in aan elke zijkant om de armsgaten aan te geven.
Haak verder zoals beschreven hierboven tot het werk ongeveer 65-67-69-71-73-75 cm meet – pas aan zodat het overeenkomt met het voorpand. Eindig met 1 toer van stokjes op dezelfde manier als het voorpand. Knip en hecht de draad af. De achterkant van het werk meet ongeveer 66-68-70-72-74-76 cm vanaf de schouder naar beneden.

MOUW:
Haak 77-77-85-85-93-101 lossen met haaknaald 4.5 mm en Sky. De eerste toer wordt als volgt gehaakt aan de goede kant: Haak 1 stokje in de 4e losse van de haaknaald, haak 1 stokje in de volgende losse, * sla 1 losse over, haak 1 stokje in elk van de volgende 3 lossen *, haak van *-* tot het einde van de toer = 57-57-63-63-69-75 stokjes op de toer.
De volgende toer wordt als volgt gehaakt aan de verkeerde kant: 4 lossen (staat gelijk aan 1 stokje + 1 losse), sla 2 stokjes over, * 2 stokjes in de ruimte voor de volgende 3 stokjes, 1 losse * haak van *-* tot er 3 stokjes over zijn op de toer, sla 2 stokjes over en eindig met 1 stokje in het laatste stokje = 57-57-63-63-69-75 steken op de toer.
De volgende toer wordt als volgt gehaakt aan de goede kant: Haak A.2A (= 2 steken), haak A.2B over de volgende 48-48-54-54-60-66 steken (= 8-8-9-9-10-11 herhalingen van 6 steken) en eindig met A.2C (= 7 steken). Ga verder met dit patroon heen en weer gehaakt. A.2 wordt in de hoogte herhaald.
Minder TEGELIJKERTIJD als het werk 2 cm meet in alle maten, 1 steek aan elke kant – lees TIP VOOR HET MINDEREN (= 2 steken geminderd). Minder zo ongeveer iedere 5½-5½-4½-4-3½-2½ cm in totaal 9-9-11-11-13-15 keer aan elke kant = 39-39-41-41-43-45 steken op de toer.
Als de mouw ongeveer 50-49-48-46-45-42 cm meet (kortere afmetingen in de grotere maten vanwege bredere schouders) haakt u 1 toer van vasten aan de verkeerde kant terwijl u 6-6-4-4-8-6 steken verdeeld op de toer meerdert - lees TIP VOOR HET MEERDEREN = 45-45-45-45-51-51 vasten. De volgende toer wordt als volgt gehaakt aan de goede kant: Haak A.1A (= 2 steken), haak A.1B over de volgende 36-36-36-36-42-42 steken (= 6-6-6-6-7-7 herhalingen van 6 steken) en eindig met A.1E (= 7 steken). Ga verder met dit patroon, maar eindig na de 3e toer van A.1. Knip en hecht de draad af. De mouw meet ongeveer 54-53-52-50-49-46 cm van boven naar beneden. Haak de andere mouw op dezelfde manier.

AFWERKING:
Naai de schoudernaden samen. Naai de mouwen in, tussen de markeerdraden op de voor- en achterpanden. Naai de mouw- en zijnaden in een keer – begin aan de onderkant van de mouw en naai rand tot rand in de buitenste steek, maar eindig de naad als er 34 cm over is voor het split aan elke kant.

HALS:
Begin op de ene schouder en haak de eerste toer als volgt met haaknaald 4.5 mm: Haak 1 vaste in de eerste steek, * 3 lossen, 1 vaste om de volgende toer/lossenlus *, haak van *-* rondom de hele hals, eindig met 3 lossen en 1 halve vaste in de eerste vaste op het begin van de toer. Haak halve vasten tot het midden van de eerste lossenlus, haak 3 lossen, * 1 vaste om de volgende lossenlus, 2 lossen *, haak van *-* tot het einde van de toer, eindig met 1 halve vaste in de eerste losse op het begin van de toer. Knip en hecht de draad af.

Dit patroon is gecorrigeerd. .

Gewijzigd online: 12.04.2019
Correctie - VOORPAND: Toegevoegd: LET OP: Wanneer A.2 nog een keer herhaald wordt, wordt de 1e toer op de 2e herhaling gehaakt aan de verkeerde kant. Het eerste stokje op de toer wordt vervangen door 3 lossen, zoals gebruikelijk.

Telpatroon

= 1 losse
= 1 vaste in de steek
= 1 vaste om losse/lossenlus
= 1 stokje in de steek
= 1 stokje om losse/lossenlus
= 3 STOKJES SAMEN IN DEZELFDE STEEK: Haak 2 stokjes in volgende vaste, maar wacht met de laatste omslag en doorhaling op beide van deze stokjes, haak 1 stokje in dezelfde steek en haal de laatste omslag door alle 4 lussen op de haaknaald
= 3 STOKJES SAMEN OM LOSSE/LOSSENLUS: Haak 2 stokjes om de losse/lossenlus, maar wacht met de laatste omslag en doorhaling op beide van deze stokjes, haak 1 stokje om dezelfde losse/lossenlus en haal de laatste omslag door alle 4 lussen op de haaknaald
= de eerste toer wordt niet gehaakt; deze is reeds gehaakt en laat alleen zien hoe de volgende toer gehaakt wordt in de steken




Heeft u hulp nodig voor dit patroon?

Bedankt dat u een patroon van DROPS Design kiest. We zijn er trots op dat we patronen aanbieden die correct en makkelijk te volgen zijn. Alle patronen zijn uit het Noors vertaald en u kunt altijd het origineel patroon controleren (DROPS 195-14) voor de afmetingen en de berekiningen.

Heeft u moeite met het volgen van het patroon? Hieronder vindt u een lijst met bronnen die u kunnen helpen om uw project vlot af te maken - of om eenvoudig iets nieuws te leren.

We hebben tevens een stap-voor-stap uitleg voor verschillende technieken, welke u hier kunt vinden.

1) Waarom is de stekenverhouding zo belangrijk?

De stekenverhouding bepaalt de uiteindelijke afmetingen van uw werkstuk en wordt normaliter aangegeven in 10 x 10 cm. Het wordt als volgt aangegeven: het aantal steken in de breedte x het aantal naalden in de hoogte - dus: 19 steken x 26 naalden = 10 x 10 cm.

De stekenverhouding is heel erg individueel; sommige mensen breien/haken heel losjes, terwijl anderen vrij strak werken. De stekenverhouding past u aan met de naalddikte, wat de reden is waarom we slechts een suggestie voor de naalddikte geven! U moet deze aanpassen (naar boven of beneden) om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding overeenkomt met de stekenverhouding die aangegeven staat in het patroon. Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan zal het garenverbruik anders zijn, en zal uw werkstuk andere afmetingen krijgen dan het patroon aangeeft.

De stekenverhouding geeft tevens aan welk garen als vervanging kan dienen. U kunt verschillende garens met elkaar vervangen, zolang de stekenverhouding maar hetzelfde is.

Bekijk de DROPS les: Hoe u de stekenverhouding opmeet

Bekijk de DROPS video: Hoe u een proeflapje maakt

naar boven

2) Wat zijn de garengroepen?

Al onze garens zijn ondergebracht in garengroepen (van A tot F) volgens dikte en stekenverhouding – groep A bevat de dunste garens en groep F de dikste. Dit maakt het makkelijker voor u om alternatieve garens te vinden voor onze patronen, indien u graag ander garen wilt gebruiken. Alle garens binnen dezelfde groep hebben ongeveer eenzelfde stekenverhouding en kunnen elkaar vervangen. Het is wel zo dat verschillende garenkwaliteiten verschillende structuren en eigenschappen hebben, wat het uiteindelijke werkstuk een unieke 'look en feel' geeft.

Klik hier voor een overzicht van de garens in elke garengroep

naar boven

3) Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

Bij het kiezen van een ander garen is het belangrijk dat de stekenverhouding hetzelfde blijft. De afmetingen van het uiteindelijke werk zijn dan hetzelfde als aangegeven in de tekening bij het patroon. Het is makkelijker om dezelfde stekenverhouding te krijgen als u garen gebruikt uit dezelfde garengroep. Het is ook mogelijk om meerdere draden van een dunner garen te gebruiken om de stekenverhouding van een dikker garen te krijgen. Probeer onze garenvervanger. We raden u aan om altijd een proeflapje te maken.

LET OP: als u een ander garen neemt, kan het kledingstuk een andere 'look en feel' krijgen dan het kledingstuk op de foto, vanwege individuele eigenschappen en kwaliteiten van elk garen.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

naar boven

4) Hoe gebruik ik de garenvervanger?

Bovenaan al onze patronen vindt u een link naar onze garenvervanger, welke handig kan zijn als u een ander garen wilt gebruiken dan staat aangegeven in het patroon. Door het garen in te vullen dat u wilt vervangen, de hoeveelheid (in uw maat) en het aantal draden, stelt de vervanger geschikte alternatieven voor met dezelfde stekenverhouding. Daarnaast wordt aangegeven hoeveel u nodig heeft in de nieuwe kwaliteiten en of u met meerdere draden moet werken. De meeste bollen zijn 50 gram (sommige zijn 25 gram of 100 gram).

Als het patroon met meerdere kleuren wordt gebreid/gehaakt, moet elke kleur apart worden vervangen. Dit geldt ook als het patroon met verschillende draden van verschillende garens wordt gemaakt (bijvoorbeeld 1 draad Alpaca en 1 draad Kid-Silk) dan zult u voor elk individueel alternatieven moeten vinden.

Klik hier voor de garenvervanger

naar boven

5) Waarom krijg ik de verkeerde stekenverhouding met de aangegeven naalddikte?

De naalddikte die aangegeven is in het patroon geldt slechts als een richtlijn, het is van belang dat de stekenverhouding klopt. En omdat de stekenverhouding per persoon nogal verschillend is, zult u de naalddikte aan moeten passen om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding hetzelfde is als in het patroon – misschien is het nodig dat u 1 of zelfs 2 naalddiktes naar beneden of naar boven moet om de juiste stekenverhouding te krijgen. Daarom raden we ook aan om een proeflapje te maken.

Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan kunnen de afmetingen van het werkstuk afwijken van de afmetingen volgens de tekening.

Bekijk de DROPS les: Hoe meet u de stekenverhouding

Bekijk de DROPS video: Hoe maakt u een proeflapje voor de stekenverhouding

naar boven

6) Waarom wordt het patroon van boven naar beneden gereid?

Als u een kledingstuk van boven naar beneden breit, dan geeft dit meer flexibiliteit en mogelijkheden voor persoonlijke aanpassingen. Het is bijvoorbeeld makkelijker om het kledingstuk te passen terwijl u er mee bezig bent. U kunt ook makkelijker de lengte van de pas en de schouderkoppen aanpassen.

In de uitleg worden alle stappen zorgvuldig uitgelegd in de juiste volgorde. De telpatronen zijn aangepast aan de breirichting en worden zoals gebruikelijk gebreid.

naar boven

7) Waarom zijn de mouwen korter in de grotere maten?

De totale breedte van het kledingstuk (van pols tot pols) is groter in de grotere maten, ondanks dat de eigenlijke mouwen korter zijn. De grotere maten hebben langere mouwkoppen en bredere schouders, dus er is een goede pasvorm in alle maten.

naar boven

8) Wat is een herhaling?

Telpatronen worden vaak herhaald in de breedte op de naald en/of in de hoogte. 1 herhaling van het telpatroon is hoe het te zien is in het telpatroon. Als er staat dat u 5 herhalingen van A.1 op de naald moet breien, dan breit u het patroon in totaal 5 keer achter/na elkaar op de naald. Als er staat dat u 2 herhalingen van A.1 in de hoogte moet breien, dan breit u het hele telpatroon (dus alle naalden van het telpatroon) een keer en begint u opnieuw onderaan bij het begin en breit u het telpatroon nog een keer.

naar boven

9) Hoe brei ik volgens een telpatroon?

Het telpatroon laat alle naalden en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt gelezen van onder naar boven, van rechts naar links. 1 vierkant = 1 steek.

Als u heen en weer breit, wordt elke andere naald aan de goede kant gebreid en elke andere naald wordt aan de verkeerde kant gebreid. Als u aan de verkeerde kant breit, moet u het telpatroon omgekeerd breien, dus van links naar rechts. rechte steken worden dan averecht gebreid en averechte steken recht, etc.

Als u in de rondte breit wordt elke naald aan de goede kant gebreid en het telpatroon wordt dan van rechts naar links gebreid op alle naalden.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees ik de teltekening bij de patronen?

naar boven

10) Hoe haak ik volgens een telpatroon?

Het telpatroon laat alle toeren en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt van onder naar boven gehaakt en van rechts naar links.

Als u heen en weer haakt, wordt elke andere toer aan de goede kant gehaakt: van rechts naar links en elke andere toer wordt aan de verkeerde kant gehaakt: vank links naar rechts.

Als u in de rondte haakt, wordt elke toer in het telpatroon aan de goede kant gehaakt, van rechts naar links.

Als u een cirkelvormig telpatroon haakt, dan begint u in het midden en haakt u naar buiten toe, tegen de klok in, toer na toer.

Meestal beginnen de toeren met een opgegeven aantal lossen (overeenkomend met de hoogte van de volgende steek), deze zijn of in het telpatroon opgenomen, of uitgelegd in het patroon.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees je telpatronen voor haken

naar boven

11) Hoe brei/haak je verschillende telpatronen tegelijkertijd op dezelfde naald/toer

Instructies om verschillende telpatronen achter elkaar op dezelfde naald/toer te breien/haken, worden meestal als volgt beschreven: “brei/haak A.1, A.2, A.3 in totaal 0-0-2-3-4 keer". Dit betekent dat u A.1 een keer breit/haakt, daarna wordt A.2 een keer gebreid/gehaakt, en A.3 wordt het aantal aangegeven keren (in de breedte) in uw maat gebreid/gehaakt – in dit geval als volgt: S = 0 keer, M = 0 keer, L=2 keer, XL= 3 keer en XXL = 4 keer.

De telpatronen worden zoals gebruikelijk gebreid/gehaakt: begin met de eerste naald/toer in A.1, brei/haak dan de volgende naald/toer in A.2 etc.

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor breien leest

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor haken leest

naar boven

12) Waarom begint het werk met meer lossen dan waarmee gehaakt wordt?

Lossen zijn ietsje smaller dan andere steken en om te voorkomen dat de opzetrand te strak wordt, haken we eenvoudigweg meer lossen om mee te beginnen. Het aantal steken wordt in de volgende toer aangepast zodat het overeenkomt met het patroon en de afmetingen in de tekening.

naar boven

13) Waarom meerderen voor de boord als het werk van boven naar beneden gebreid wordt?

De rand in ribbelsteek is elastischer en zal ietwat samentrekken vergeleken met bijvoorbeeld tricotsteek. Door te meerderen voor de rand in ribbelsteek, voorkomt u een zichtbaar verschil in breedte tussen de rand in ribbelsteek en de rest van het lijf.

naar boven

14) Waarom meerderen in de afkantrand?

Het gebeurt vrij makkelijk dat u te strak afkant, en door omslagen te maken tijdens het afkanten (terwijl u deze tegelijkertijd afkant) voorkomt u dat de afkantrand te strak wordt.

Bekijk de DROPS video: Hoe kant u af met omslagen

naar boven

15) Hoe meerder/minder je afwisselend op elke 3e en 4e naald/toer?

Om gelijkmatig te meerderen (of te minderen) kunt u meerderen op, bijvoorbeeld: afwisselend elke 3e en 4e naald, als volgt: brei 2 naalden en meerder op de 3e naald, brei 3 naalden en meerder op de 4e naald. Herhaal dit tot het meerderen klaar is.

Bekijk de DROPS les: Meerder of minder 1 st afwisselend

naar boven

16) Waarom is het patroon een beetje anders dan wat ik op de foto zie?

Herhalingen van het patroon kunnen een beetje anders zijn in de verschillende maten, om de juiste verhoudingen te krijgen. Als u niet dezelfde maat maakt als het kledingstuk op de foto, wijkt uw werkstuk wellicht ietsje af. Dit is met zorg ontwikkeld en aangepaste zodat het totale beeld van het kledingstuk hetzelfde is in alle maten.

Zorg ervoor dat u de instructies en de telpatronen voor uw maat volgt!

naar boven

17) Hoe kan ik een vest in de rondte breien, in plaats van heen en weer?

Als u liever in de rondte breit dan heen en weer, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen. U moet dan steken midden voor toevoegen (meestal 5 steken) en de instructies volgen. Als u normaal het werk keert en aan de verkeerde kant breit, breit u nu over de extra steken en gaat u verder in de rondte. Aan het einde knipt u het werk open. Neem steken op voor de biezen en werk de afgeknipte randen af.

Bekijk de DROPS video: Hoe breit u knipbiezen en openknippen

naar boven

18) Kan ik een trui heen en weer breien in plaats van in de rondte?

Als u liever heen en weer breit dan in de rondt, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen zodat u de panden apart van elkaar breit en aan het eind aan elkaar naait. Deel de steken voor het lijf in tweeën en voeg 1 kantsteek toe aan elke kant (voor het in elkaar naaien) en brei het voor- en achterpand apart van elkaar.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een patroon aanpassen van rondbreinaalden naar rechte naalden?

naar boven

19) Waarom staan er garens in de patronen die niet meer leverbaar zijn?

Omdat de verschillende garens verschillende kwaliteiten en verschillend texturen hebben, hebben we ervoor gekozen om het originele garen in het patroon te laten staan. Maar u kunt vrij makkelijk andere opties vinden tussen de beschikbare garenkwaliteiten door onze garenvervanger te gebruiken, of door een garen uit dezelfde garengroep uit te kiezen.

Het is mogelijk dat sommige verkooppunten nog bollen op voorraad hebben van garens die niet meer leverbaar zijn, of dat iemand thuis nog een paar bollen heeft liggen en hier een patroon bij zoekt.

Degarenvervanger laat alternatieve garens zien en de hoeveelheid die u nodig heeft in de nieuwe kwaliteit.

naar boven

20) Hoe verander ik een kledingstuk voor dames in eentje voor heren?

Als u een patroon heeft gevonden doe alleen beschikbaar is in damesmaten, dan hoeft het niet heel moeilijk te zijn om deze aan te passen naar een herenmaat. Het grootste verschil is de lengte van de mouwen en het lijf. Begin met breien in de damesmaat die overeenkomt met de borstwijdte. De lengte die erbij komt wordt namelijk gebreid voordat u begint met afkanten voor de armsgaten. Als het patroon van boven naar beneden wordt gebreid, kunt u lengte toevoegen vlak na de armsgaten of voor de eerste mindering op de mouw.

Wat betreft de extra hoeveelheid garen wat u nodig heeft: dit hangt heel erg af van hoeveel lengte u toevoegt, maar het is vaak meter dat u een bol te veel hebt dan te weinig.

naar boven

21) Hoe voorkom ik dat een harig kledingstuk gaat pillen of pluizen?

Alle garens hebben vezels die uitsteken (door de productie) waardoor een kledingstuk gaat pluizen of pillen. Geborstelde garens (dus meer harige garens) hebben meer van deze losse, uitstekende vezels waardoor het eerder gaat pluizen of pillen.

Hoewel het niet mogelijk is om te garanderen dat geborsteld garen 100% pluisvrij is, is het wel mogelijk om dit drastisch af te laten nemen, door de volgende stappen te ondernemen:

1. Als het kledingstuk klaar is (voordat u het gaat wassen) schudt u het kledingstuk flink uit, zodat de losse haartjes eruit komen. LET OP: gebruik GEEN roller, borstel of andere methode, waardoor aan het kledingstuk getrokken wordt

2. Plaats het kledingstuk in een plastic zak en leg het in de vriezer - de temperatuur zorgt ervoor dat de vezels minder aan elkaar blijven zitten, en uitstekende vezels komen makkelijker los.

3. Laat een paar uur in de vriezer liggen, voordat u het eruit haalt en schudt het kledingstuk dan opnieuw uit.

4. Was het kledingstuk volgens de instructies op het garenlabel.

naar boven

22) Waar op het kledingstuk wordt de lengte gemeten??

De tekening/ het schema met de afmetingen geeft informatie over de volledige lengte van het kledingstuk. Als het een trui of een vest betreft, dan wordt deze vanaf het hoogste punt op de schouder gemeten (meestal het dichtst bij de halslijn), en recht naar beneden tot de onderkant van het kledingstuk. Het wordt NIET gemeten vanaf de punt van de schouder. Op gelijke wijze wordt ook de lengte van de pas gemeten, vanaf het hoogste punt op de schouder en naar beneden tot waar de pas gesplitst wordt voor het lijf en de mouwen.

Op een vest worden de afmetingen nooit over de biezen genomen, tenzij anders aangegeven. Meet altijd binnen de biessteken als u de lengte opmeet.

Bekijk de DROPS les: Maattekeningen lezen

naar boven

23) Hoe weet ik hoeveel bollen ik nodig heb?

De benodigde hoeveelheid garen wordt aangegeven in grammen, dus bijvoorbeeld: 450 g. Om uit te rekenen hoeveel bollen u nodig heeft, moet u eerst weten hoeveel gram er in 1 bol gaat (25 g, 50 g, of 100 g). Deze informatie vindt u door op de individuele garenkwaliteit te klikken op onze site. Deel de hoeveelheid benodigde garen door de hoeveelheid per bol. Bijvoorbeeld, als de bollen 50 gram wegen (de meest gebruikelijke hoeveelheid), ziet de berekening er als volgt uit: 450 / 50 = 9 bollen.

naar boven

Heeft u DROPS garen besteld om dit patroon te maken? Dan heeft u recht op hulp van de winkel waar u het garen gekocht heeft. Vind hier een lijst van DROPS winkels!
Kunt u het antwoord op uw vraag nog steeds niet vinden? Scroll dan naar beneden en laat een vraag achter zodat een van onze experts kan proberen u te helpen. Dit wordt normaal tussen 5 tot 10 werkdagen gedaan.. In de tussentijd kunt u de vragen en antwoorden lezen die anderen bij dit patroon achter hebben gelaten of doe mee met de DROPS Workshop op Facebook om hulp te krijgen van mede breisters en haaksters!

Opmerkingen / Vragen (34)

Carol Creger 21.09.2019 - 22:26:

I am having difficulty locating the sizes/measurements for this sweater! Please help! Thank you

DROPS Design 22.09.2019 kl. 10:59:

Dear Carol, you can find the measurement chart for this pattern scrolling down the page. Compare it with a similar garment and you'll find the size to work! Happy crafting!

Liz 11.07.2019 - 12:12:

When I am repeating A2 after itself, the stitches 1st row don’t match up to the stitches in the last row. I have done A2, A3, A2 and now I am supposed to repeat A2 again I think, to get to the length required.

DROPS Design 11.07.2019 kl. 12:25:

Dear Liz, when repeating A.2 after itself, first row in A.2 will be now from WS, work then first row in A.2 as follows: A.2C (replace 1st stitch with 3 ch), A.2C and A2A. Happy crocheting!

Namrif 13.05.2019 - 00:18:

When you're working the shoulder (A1A, B and C) how do you end the row with a chain stitch and the dotted line symbol. Also, should I cut the yarn and match A1A with A1A every time?

DROPS Design 13.05.2019 kl. 10:23:

Dear Mrs Namrif, when you crochet A.1A-B-C, start on the row after the one with the star, ie start from RS reading from the right towards the left: A.1A (= 2 chains, 1 single crochet), A.1B, A.1C. Work WS rows from the left towards the right row 2 in A.1C start with 3 chains = 1st dc). Read more about diagrams here. Happy crocheting!

Ronel 03.05.2019 - 07:47:

Could you please help by explaining this section: When the pattern say The next row is worked as follows from the right side: Work A.1A (= 2 stitches), work A.1B over the next 12-12-18-24-24-30 stitches (= 2-2-3-4-4-5 repeats of 6 stitches) and finish with A.1C (= 6 stitches). "Continue this pattern back and forth until A.1 has been completed." Do I start each row with A1A?

DROPS Design 03.05.2019 kl. 08:58:

Hello Ronel, yes, you've to work as established until the end of diagram A.1. Happy crocheting!

Chantelle 01.05.2019 - 18:27:

I have joined my two shoulder pieces and then I have started with the front piece, but I get stuck at the first part where they say Work A.2A(= 2 stitches), work A.2B over the next 72 stitches and A.2C (= 7 stitches). I am not sure what I have to do there. Can you please help me? The shoulder pieces worked out great until I got to this part. Please help?

DROPS Design 02.05.2019 kl. 09:50:

Dear Chantelle, after shoulders have been worked separately work next row from RS first over the stitches from right shoulder + over the chains worked for neckline at the end of left shoulder + stitches from left shoulders: A.2A, then repeat A.2B a total of 12 times (over next stitches = over the stitches worked with A.1B/A.1C (right shoulder) + chain stitches + A.1E/A.1B (left shoulder) and finish with A.2C over A.1E (last repeat on left shoulder). Happy crocheting!

Pia Dupont 11.04.2019 - 23:19:

Man skal hækle a2 til færdigt mål. Men når jeg har hæklet sidste række som er 1 lm og en st og skal starte med række 1 igen som er 2 st i 2 masker og 1 st om lm så passer det jo ikke. Vil I venligst forklare hvad jeg skal gøre. Mange hilsner Pia

DROPS Design 12.04.2019 kl. 09:42:

Hei Pia. Siste rad i A.2 hekles fra rettsiden og avsluttes med 1 luftmaske og 2 staver. Når du så skal starte med første rad igjen, må du hekle den fra vrangsiden (altså du hekler A.2C, A.2B x-antall ganger, A.2A). Du erstatter første stav med 3 luftmasker som vanlig, og ellers hekler du diagrammet som vist - altså du hekler1 stav i hver maske over hele raden (du avslutter med de 2 stavene i A.1A - de 3 luftmaskene = 1 stav). Vi har nå lagt til denne informasjonen i oppskriften. God fornøyelse

Gunilla Åström 22.03.2019 - 00:07:

Hej. Jag tycker att den är liten i storlek. Brukar sticka/virka storlek S och det brukar stämma. Här fick jag gå upp till storlek L för att få plats med bysten. Upptäckte dock inte detta förrän jag monterat tröjan. Får nu börja om från början.

Vanessa 02.03.2019 - 13:48:

Hallo!\r\nLeider komme ich mit den Ärmeln nicht klar. Wenn ich die Abnahmen mache, stimmt die Anzahl der Maschen nicht mehr, um mit dem Muster weiterzuhäkeln. Mache ich etwas falsch?

DROPS Design 04.03.2019 kl. 12:45:

Liebe Vanessa, die Maschen, die nicht mehr im Muster gehäkelt werden können, können Sie dann mit feste Maschen/Stäbchen häkeln, solange daß die Maschenanzahl richtig ist. viel Spaß beim häkeln!

Gretha 09.01.2019 - 13:31:

Nu linker en rechtenstudie schouder af. Wst is nou de goede iant? Daar waar de eerste stokjes aan de verkeerde kant zitten? Want als ik het patroon volg dan zou ik aan rechterkant beginnen maar dan zijn de eerste stokjes de ‘verkeerde kant’. Of klopt dit...

DROPS Design 09.01.2019 kl. 13:54:

Dag Gretha,

De eerste toer van de rechter schouder (gezien zoals het kledingstuk gedragen wordt) wordt aan de verkeerde kant gehaakt, dus richting de arm, de tweede toer van der rechter schouder wordt aan de goede kant gehaakt, dus dan haak je weer richting de hals.

Gretha 09.01.2019 - 13:29:

Nu linker en rechtenstudie schouder af. Wst is nou de goede iant? Daar waar de eerste stokjes aan de verkeerde kant zitten? Want als ik het patroon volg dan zou ik aan rechterkant beginnen maar dan zijn de eerste stokjes de ‘verkeerde kant’. Of klopt dit...

DROPS Design 09.01.2019 kl. 13:52:

Dag Gretha,

De eerste toer van de rechter schouder (gezien zoals het kledingstuk gedragen wordt) wordt aan de verkeerde kant gehaakt, dus richting de arm, de tweede toer van der rechter schouder wordt aan de goede kant gehaak, dus dan haak je weer richting de hals.

Laat een opmerking achter voor DROPS 195-14

Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!

Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.