DROPS / 173 / 37

Misty Mountain by DROPS Design

Gehaakte DROPS trui en muts met strepen, wordt van boven naar beneden gehaakt van “Puna”. Maat: S - XXXL.

DROPS design: Model nr. pu-005
Garengroep B
----------------------------------------------------------
TRUI:
Maat: S - M - L - XL - XXL - XXXL
Materiaal:
DROPS PUNA van Garnstudio
500-550-600-650-700-750 gr. kleur nr. 07, lichtgrijs
50-50-50-50-100-100 gr. kleur nr. 01, naturel
100 gr voor alle maten in kleur nr. 04, grijs/bruin

DROPS HAAKNLD 4,5 mm - of de maat die u nodig hebt voor een stekenverhouding van 16 stk x 8 toeren = 10 x 10 cm, of 12 toeren in patroon = 10 cm in de hoogte.

MUTS:
Maat: S/M – M/L – XL
Hoofdomtrek: 54/56 – 56/58 – 58/60 cm.
Materiaal:
DROPS PUNA van Garnstudio
50 gr voor alle maten van de volgende kleuren:
kleur nr. 07, lichtgrijs
kleur nr. 01, naturel
Kleur nr. 04, grijs/bruin

DROPS HAAKNLD 3,5 mm – of de maat die u nodig hebt voor een stekenverhouding van 20 stk x 10 toer = 10 x 10 cm.
----------------------------------------------------------

Heeft u deze of een van onze andere ontwerpen gemaakt? Tag uw afbeeldingen in social media met #dropsdesign, zodat we ze kunnen zien!

Wilt u een ander garen gebruiken? Probeer de garenvervanger!
Weet u niet zeker welke maat u moet kiezen? Dan is het misschien zinvol om te weten dat het model in de afbeelding ongeveer 170 cm is en maat S of M heeft. Wanneer u een trui, vest, jurk of vergelijkbaar kledingstuk maakt, dan kunt u onderaan het patroon een schema vinden met de afmetingen van het uiteindelijke kledingstuk (in cm).

100% alpaca
vanaf 3.35 € /50g
DROPS Puna natural DROPS Puna natural 3.35 € /50g
Wolplein.nl
Bestel
DROPS Puna natural mix DROPS Puna natural mix 3.35 € /50g
Wolplein.nl
Bestel
DROPS Puna uni colour DROPS Puna uni colour 3.85 € /50g
Wolplein.nl
Bestel
Naalden & Haaknaalden
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 53.60€ krijgen. Lees meer.

Instructies voor het patroon

PATROON:
Zie telpatronen A.1 tot en met A.3. Zie telpatroon voor de juiste maat.

INFORMATIE VOOR HET HAKEN:
Begin elke v-toer met 1 l (vervangt eerste v) en eindig met 1 hv in eerste l van het begin van de toer.
Begin elke stk-toer met 3 l (= eerste stk) en eindig met 1 hv in 3e l aan het begin van de toer.
Haak aan het einde van elke toer met stk/v als volgt: wissel voor de laatste doorhaling van laatste stk/v van kleur als volgt: neem de volgende kleur op, dus van 2 toeren naar beneden (1 stk-toer en 1 v-toer), haak met de nieuwe kleur 1 hv om de toer waar deze kleur voor het laatst gebruikt werd (dus om laatste stk/v, aan de binnenkant), 4 l, haal de nieuwe kleur dan door de laatste lus op de haak. Dit is om strakke draden in het werk te voorkomen.

STREPEN:
STREEP 1: 1 toer naturel.
STREEP 2: 1 toer lichtgrijs.
STREEP 3: 1 toer grijs/bruin.

TIP VOOR HET MINDEREN (voor de lijf):
Pas zo aan dat de volgende toer 1 toer met stk is. Haak als hiervoor tot er 1 l overblijft voor de markeerder, * haak 1 stk om volgende l, maar wacht met de laatste doorhaling, haak nog 1 stk om dezelfde l, maar haal bij de laatste doorhaling de draad door alle lussen op de haak (= 1 stk geminderd) *, herhaal van *-* om volgende l (dus aan de andere kant van de markeerder) = 2 stk geminderd bij elke markeerder (= 4 stk in totaal). Elke keer dat u mindert, herhaal dan A.1 2 keer minder in totaal in de breedte.

TIP VOOR HET MEERDEREN:
Pas zo aan dat de volgende toer 1 toer met stk is. Haak als hiervoor tot er 1 l overblijft voor de markeerder, * haak 3 stk om volgende l *, herhaal van *-* 2 keer in totaal = 2 stk gemeerderd bij de markeerder, herhaal bij beide markeerders (= 4 stk gemeerderd in totaal). Elke keer dat u meerdert, herhaal dan A.1 nog 2 keer in totaal in de breedte.

TIP VOOR HET MINDEREN-1 (voor de mouw):
Pas zo aan dat de volgende toer 1 toer met stk is. * Haak 1 stk om eerste/volgende l op de toer maar wacht met de laatste doorhaling, haak nog 1 stk om dezelfde l maar haal bij de laatste doorhaling de draad door alle lussen op de haak (= 1 stk geminderd) *, herhaal van *-* om volgende l = 2 stk geminderd. Elke keer dat u mindert, herhaal dan A.1 1 keer minder in totaal in de breedte. Minder afwisselend aan het begin en einde van toer (dus als u mindert aan het einde haak dan als hiervoor tot er 2 l over zijn op de toer).
----------------------------------------------------------

TRUI:
Het werk wordt van boven naar beneden gehaakt. De toer begint middenachter.

PAS:
Haak 96-101-101-110-115-120 l met haaknld 4,5 mm en grijs/bruin en vorm een ring met 1 hv in eerste l. Haak 3 l (= 1 stk) - LEES INFORMATIE VOOR HET HAKEN, 1 stk in elke van de volgende 5-3-3-5-3-1 l, * sla 1 l over, 1 stk in elke van de volgende 6 l *, herhaal van *-* de hele toer = 84-88-88-96-100-104 stk.

Haak 2e toer (= toer met v/l) in patroon als volgt in STREPEN – zie uitleg boven. Haak A.1 over de eerste 10-12-12-12-14-14 stk (= 5-6-6-6-7-7 keer in de breedte), A.2 over de volgende 8 stk (= 2 keer in de breedte), A.1 over de volgende 6-6-6-8-8-8 stk (= 3-3-3-4-4-4 keer in de breedte), A.2 over de volgende 8 stk (= 2 keer in de breedte), A.1 over de volgende 20-22-22-24-26-28 stk (= 10-11-11-12-13-14 keer in de breedte), A.2 over de volgende 8 stk (= 2 keer in de breedte), A.1 over de volgende 6-6-6-8-8-8 stk (= 3-3-3-4-4-4 keer in de breedte), A.2 over de volgende 8 stk (= 2 keer in de breedte), A.1 over de laatste 10-10-10-12-12-14 stk (= 5-5-5-6-6-7 keer in de breedte).

Herhaal A.1 in de hoogte en meerder volgens patroon A.2 Meerder TEGELIJKERTIJD gelijkmatig als volgt:

Haak 3e toer in patroon en meerder TEGELIJKERTIJD gelijkmatig als volgt: haak A.1 over de eerste 10-12-12-12-14-14 st en meerder 0-2-2-4-4-4 stk gelijkmatig, A.2 als hiervoor (= 2 keer in de breedte), A.1 over de volgende 6-6-6-8-8-8 st en meerder 0-4-4-4-4-4 stk gelijkmatig, A.2 als hiervoor, A.1 over de volgende 20-22-22-24-26-28 st en meerder 0-4-4-6-6-8 stk gelijkmatig, A.2 als hiervoor, A.1 over de volgende 6-6-6-8-8-8 st en meerder 0-4-4-4-4-4 stk gelijkmatig, A.2 als hiervoor, A.1 over de laatste 10-10-10-12-12-14 st en meerder 0-2-2-2-4-4 stk gelijkmatig = 100-120-120-132-138-144 stk (incl. meerderingen in A.2). DENK OM DE STEKENVERHOUDING!

Haak de 4e toer in het patroon als volgt: haak A.1 over de eerste 10-14-14-16-18-18 stk, A.2 als hiervoor, A.1 over de volgende 6-10-10-12-12-12 stk, A.2 als hiervoor, A.1 over de volgende 20-26-26-30-32-36 stk, A.2 als hiervoor, A.1 over de volgende 6-10-10-12-12-12 stk, A.2 als hiervoor, A.1 over de laatste 10-12-12-14-16-18 stk.

Haak de 5e toer in het patroon en meerder TEGELIJKERTIJD gelijkmatig als volgt: haak A.1 over de eerste 10-14-14-16-18-18 st en meerder 0-0-0-2-0-4 stk gelijkmatig, A.2 als hiervoor (= 2 keer in de breedte), A.1 over de volgende 6-10-10-12-12-12 st en meerder 0-2-4-4-0-0 stk gelijkmatig, A.2 als hiervoor, A.1 over de volgende 20-26-26-30-32-36 st en meerder 0-0-2-4-4-8 stk gelijkmatig, A.2 als hiervoor, A.1 over de volgende 6-10-10-12-12-12 st en meerder 0-2-4-4-0-0 stk gelijkmatig, A.2 als hiervoor, A.1 over de laatste 10-12-12-14-16-18 st en meerder 0-0-2-2-2-4 stk gelijkmatig = 116-140-148-164-160-176 stk (incl. meerderingen in A.2).

Ga verder in patroon en meerder in A.2. Als de laatste toer overblijft in A.2, meet het werk ongeveer 18-18-19-19-21-21 cm vanaf de halsrand (= 212-236-260-276-304-320 stk).

Haak de laatste toer van A.2 als volgt: haak A.1 over de eerste 10-14-14-18-18-22 stk, A.2 over de volgende 20-20-22-22-26-26 stk (= 1 keer in de breedte), 8-8-8-10-10-12 l, sla de volgende 46-52-58-60-64-64 stk over (dus 20-20-22-22-26-26 stk A.2, 6-12-14-16-12-12 stk A.1 en 20-20-22-22-26-26 stk A.2 voor de mouw), A.2 over de volgende 20-20-22-22-26-26 stk (= 1 keer in de breedte), A.1 over de volgende 20-26-28-34-36-44 stk, A.2 over de volgende 20-20-22-22-26-26 stk (= 1 keer in de breedte), 8-8-8-10-10-12 l, sla de volgende 46-52-58-60-64-64 stk over (dus 20-20-22-22-26-26 stk A.2, 6-12-14-16-12-12 stk A.1 en 20-20-22-22-26-26 stk A.2 voor de mouw), A.2 over de volgende 20-20-22-22-26-26 stk (= 1 keer in de breedte), A.1 over de laatste 10-12-14-16-18-22 stk = 136-148-160-176-196-216 st. Ga verder met lichtgrijs.

Haak de volgende toer als volgt: haak A.1 over de eerste 30-34-36-40-44-48 st, 1 stk in elke van de 8-8-8-10-10-12 l onder de mouw, plaats 1 markeerder tussen deze st, A.1 over de volgende 60-66-72-78-88-96 st, 1 stk in elke van de 8-8-8-10-10-12 l onder de mouw, plaats 1 markeerder tussen deze, A.1 over de laatste 30-32-36-38-44-48 st. Plaats 1 markeerder in het werk, MEET NU HET WERK VANAF HIER. Herhaal dan A.1 over alle st.

Haak tot een hoogte van 4 cm vanaf de markeerder, minder 2 stk bij elke markeerder - LEES TIP VOOR HET MINDEREN. Minder zo elke 4-4½-4½-5½-5½-6 cm 3 keer in totaal = 124-136-148-164-184-204 st.

Haak tot een hoogte van 14-16-16-17-17-19 cm vanaf de markeerder, meerder 2 stk bij elke markeerder – zie TIP VOOR HET MEERDEREN.

Meerder zo elke 2½ cm in totaal 6 keer = 148-160-172-188-208-228 stk. Ga verder in patroon tot het werk 35-37-37-38-38-40 cm meet vanaf de markeerder (= 54-56-58-59-61-63 cm vanaf de halsrand), pas zo aan dat u eindigt met een stk-toer. Hecht af.

MOUW:
= 46-52-58-60-64-64 stk.
Haak eerste toer op de mouw met dezelfde kleur als laatste streep in v op het lijf. De mouw wordt in de rondte gehaakt, van boven naar beneden. Begin midden onder de mouw als volgt: haak 1 v in de 5e-5e-5e-5e-5e-6e l van de 8-8-8-10-10-12 l in het armsgat op het lijf, haak 1 l (= 1 v), haak 1 v in elke van de volgende 3-3-3-5-5-6 l, A.1 (dus 1 toer met v en l) over de 46-52-58-60-64-64 stk van de mouw en eindig met 1 v in elke van de overgebleven 4-4-4-4-4-5 l onder de mouw = 54-60-66-70-74-76 st.
Ga verder met lichtgrijs. Plaats 1 markeerder in het werk, MEET NU HET WERK VANAF HIER. Haak A.1 in de rondte. Haak tot een hoogte van 3 cm vanaf de markeerder en minder dan 2 stk onder de mouw - LEES TIP VOOR HET MINDEREN-1. Minder zo elke 3-2½-2-2-2-2 cm 11-13-15-17-18-18 keer in totaal = 32-34-36-36-38-40 st. Haak tot een hoogte van 42-44-43-45-45-47 cm vanaf de markeerder, pas zo aan dat u eindigt met 1 toer met stk. Hecht af. Haak de andere mouw op dezelfde manier.

HALSRAND:
Haak met lichtgrijs aan de goede kant als volgt: haak 1 v in elke l waarin een stk is gehaakt op de eerste toer (= 84-88-88-96-100-104 v). Hecht af.
----------------------------------------------------------

MUTS:
Haak het werk van boven naar beneden, in STREPEN - zie uitleg boven.
Haak 4 l met haaknld 3,5 mm en grijs/bruin en vorm een ring met 1 hv in eerste l. Haak A.3 – zie INFORMATIE VOOR HET HAKEN! Herhaal na de 3 eerste toeren van A.3 (= 36 stk) A.3 4 keer in totaal op de toer. DENK OM DE STEKENVERHOUDING! Meerder op de laatste toer van A.3, 0-2-4 stk gelijkmatig = 96-98-100 stk. Het werk meet ongeveer 17 cm in diameter. Haak dan A.1 over alle st (= 48-49-50 keer op de toer). Haak tot een hoogte van 23-24-25 cm in totaal vanaf de bovenkant, pas zo aan dat de laatste toer een toer met stk is, en haak 1 v in elk stk (ga verder met strepen). Haak 3 toeren in totaal met 1 v in elke st. Het werk meet 24-25-26 cm in totaal vanaf de bovenkant. Hecht af.

Telpatroon

= stk in l
= stk om l
= v in stk
= v tussen 2 stk
= l
= eerste toer is uitgelegd in het patroon, begin op de 2e toer
= toer met meerderingen - zie uitleg in patroon




Heeft u hulp nodig voor dit patroon?

Bedankt dat u een patroon van DROPS Design kiest. We zijn er trots op dat we patronen aanbieden die correct en makkelijk te volgen zijn. Alle patronen zijn uit het Noors vertaald en u kunt altijd het origineel patroon controleren (DROPS 173-37) voor de afmetingen en de berekiningen.

Heeft u moeite met het volgen van het patroon? Hieronder vindt u een lijst met bronnen die u kunnen helpen om uw project vlot af te maken - of om eenvoudig iets nieuws te leren.

We hebben tevens een stap-voor-stap uitleg voor verschillende technieken, welke u hier kunt vinden.

1) Waarom is de stekenverhouding zo belangrijk?

De stekenverhouding bepaalt de uiteindelijke afmetingen van uw werkstuk en wordt normaliter aangegeven in 10 x 10 cm. Het wordt als volgt aangegeven: het aantal steken in de breedte x het aantal naalden in de hoogte - dus: 19 steken x 26 naalden = 10 x 10 cm.

De stekenverhouding is heel erg individueel; sommige mensen breien/haken heel losjes, terwijl anderen vrij strak werken. De stekenverhouding past u aan met de naalddikte, wat de reden is waarom we slechts een suggestie voor de naalddikte geven! U moet deze aanpassen (naar boven of beneden) om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding overeenkomt met de stekenverhouding die aangegeven staat in het patroon. Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan zal het garenverbruik anders zijn, en zal uw werkstuk andere afmetingen krijgen dan het patroon aangeeft.

De stekenverhouding geeft tevens aan welk garen als vervanging kan dienen. U kunt verschillende garens met elkaar vervangen, zolang de stekenverhouding maar hetzelfde is.

Bekijk de DROPS les: Hoe u de stekenverhouding opmeet

Bekijk de DROPS video: Hoe u een proeflapje maakt

naar boven

2) Wat zijn de garengroepen?

Al onze garens zijn ondergebracht in garengroepen (van A tot F) volgens dikte en stekenverhouding – groep A bevat de dunste garens en groep F de dikste. Dit maakt het makkelijker voor u om alternatieve garens te vinden voor onze patronen, indien u graag ander garen wilt gebruiken. Alle garens binnen dezelfde groep hebben ongeveer eenzelfde stekenverhouding en kunnen elkaar vervangen. Het is wel zo dat verschillende garenkwaliteiten verschillende structuren en eigenschappen hebben, wat het uiteindelijke werkstuk een unieke 'look en feel' geeft.

Klik hier voor een overzicht van de garens in elke garengroep

naar boven

3) Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

Bij het kiezen van een ander garen is het belangrijk dat de stekenverhouding hetzelfde blijft. De afmetingen van het uiteindelijke werk zijn dan hetzelfde als aangegeven in de tekening bij het patroon. Het is makkelijker om dezelfde stekenverhouding te krijgen als u garen gebruikt uit dezelfde garengroep. Het is ook mogelijk om meerdere draden van een dunner garen te gebruiken om de stekenverhouding van een dikker garen te krijgen. Probeer onze garenvervanger. We raden u aan om altijd een proeflapje te maken.

LET OP: als u een ander garen neemt, kan het kledingstuk een andere 'look en feel' krijgen dan het kledingstuk op de foto, vanwege individuele eigenschappen en kwaliteiten van elk garen.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

naar boven

4) Hoe gebruik ik de garenvervanger?

Bovenaan al onze patronen vindt u een link naar onze garenvervanger, welke handig kan zijn als u een ander garen wilt gebruiken dan staat aangegeven in het patroon. Door het garen in te vullen dat u wilt vervangen, de hoeveelheid (in uw maat) en het aantal draden, stelt de vervanger geschikte alternatieven voor met dezelfde stekenverhouding. Daarnaast wordt aangegeven hoeveel u nodig heeft in de nieuwe kwaliteiten en of u met meerdere draden moet werken. De meeste bollen zijn 50 gram (sommige zijn 25 gram of 100 gram).

Als het patroon met meerdere kleuren wordt gebreid/gehaakt, moet elke kleur apart worden vervangen. Dit geldt ook als het patroon met verschillende draden van verschillende garens wordt gemaakt (bijvoorbeeld 1 draad Alpaca en 1 draad Kid-Silk) dan zult u voor elk individueel alternatieven moeten vinden.

Klik hier voor de garenvervanger

naar boven

5) Waarom krijg ik de verkeerde stekenverhouding met de aangegeven naalddikte?

De naalddikte die aangegeven is in het patroon geldt slechts als een richtlijn, het is van belang dat de stekenverhouding klopt. En omdat de stekenverhouding per persoon nogal verschillend is, zult u de naalddikte aan moeten passen om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding hetzelfde is als in het patroon – misschien is het nodig dat u 1 of zelfs 2 naalddiktes naar beneden of naar boven moet om de juiste stekenverhouding te krijgen. Daarom raden we ook aan om een proeflapje te maken.

Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan kunnen de afmetingen van het werkstuk afwijken van de afmetingen volgens de tekening.

Bekijk de DROPS les: Hoe meet u de stekenverhouding

Bekijk de DROPS video: Hoe maakt u een proeflapje voor de stekenverhouding

naar boven

6) Waarom wordt het patroon van boven naar beneden gereid?

Als u een kledingstuk van boven naar beneden breit, dan geeft dit meer flexibiliteit en mogelijkheden voor persoonlijke aanpassingen. Het is bijvoorbeeld makkelijker om het kledingstuk te passen terwijl u er mee bezig bent. U kunt ook makkelijker de lengte van de pas en de schouderkoppen aanpassen.

In de uitleg worden alle stappen zorgvuldig uitgelegd in de juiste volgorde. De telpatronen zijn aangepast aan de breirichting en worden zoals gebruikelijk gebreid.

naar boven

7) Waarom zijn de mouwen korter in de grotere maten?

De totale breedte van het kledingstuk (van pols tot pols) is groter in de grotere maten, ondanks dat de eigenlijke mouwen korter zijn. De grotere maten hebben langere mouwkoppen en bredere schouders, dus er is een goede pasvorm in alle maten.

naar boven

8) Wat is een herhaling?

Telpatronen worden vaak herhaald in de breedte op de naald en/of in de hoogte. 1 herhaling van het telpatroon is hoe het te zien is in het telpatroon. Als er staat dat u 5 herhalingen van A.1 op de naald moet breien, dan breit u het patroon in totaal 5 keer achter/na elkaar op de naald. Als er staat dat u 2 herhalingen van A.1 in de hoogte moet breien, dan breit u het hele telpatroon (dus alle naalden van het telpatroon) een keer en begint u opnieuw onderaan bij het begin en breit u het telpatroon nog een keer.

naar boven

9) Hoe brei ik volgens een telpatroon?

Het telpatroon laat alle naalden en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt gelezen van onder naar boven, van rechts naar links. 1 vierkant = 1 steek.

Als u heen en weer breit, wordt elke andere naald aan de goede kant gebreid en elke andere naald wordt aan de verkeerde kant gebreid. Als u aan de verkeerde kant breit, moet u het telpatroon omgekeerd breien, dus van links naar rechts. rechte steken worden dan averecht gebreid en averechte steken recht, etc.

Als u in de rondte breit wordt elke naald aan de goede kant gebreid en het telpatroon wordt dan van rechts naar links gebreid op alle naalden.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees ik de teltekening bij de patronen?

naar boven

10) Hoe haak ik volgens een telpatroon?

Het telpatroon laat alle toeren en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt van onder naar boven gehaakt en van rechts naar links.

Als u heen en weer haakt, wordt elke andere toer aan de goede kant gehaakt: van rechts naar links en elke andere toer wordt aan de verkeerde kant gehaakt: vank links naar rechts.

Als u in de rondte haakt, wordt elke toer in het telpatroon aan de goede kant gehaakt, van rechts naar links.

Als u een cirkelvormig telpatroon haakt, dan begint u in het midden en haakt u naar buiten toe, tegen de klok in, toer na toer.

Meestal beginnen de toeren met een opgegeven aantal lossen (overeenkomend met de hoogte van de volgende steek), deze zijn of in het telpatroon opgenomen, of uitgelegd in het patroon.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees je telpatronen voor haken

naar boven

11) Hoe brei/haak je verschillende telpatronen tegelijkertijd op dezelfde naald/toer

Instructies om verschillende telpatronen achter elkaar op dezelfde naald/toer te breien/haken, worden meestal als volgt beschreven: “brei/haak A.1, A.2, A.3 in totaal 0-0-2-3-4 keer". Dit betekent dat u A.1 een keer breit/haakt, daarna wordt A.2 een keer gebreid/gehaakt, en A.3 wordt het aantal aangegeven keren (in de breedte) in uw maat gebreid/gehaakt – in dit geval als volgt: S = 0 keer, M = 0 keer, L=2 keer, XL= 3 keer en XXL = 4 keer.

De telpatronen worden zoals gebruikelijk gebreid/gehaakt: begin met de eerste naald/toer in A.1, brei/haak dan de volgende naald/toer in A.2 etc.

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor breien leest

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor haken leest

naar boven

12) Waarom begint het werk met meer lossen dan waarmee gehaakt wordt?

Lossen zijn ietsje smaller dan andere steken en om te voorkomen dat de opzetrand te strak wordt, haken we eenvoudigweg meer lossen om mee te beginnen. Het aantal steken wordt in de volgende toer aangepast zodat het overeenkomt met het patroon en de afmetingen in de tekening.

naar boven

13) Waarom meerderen voor de boord als het werk van boven naar beneden gebreid wordt?

De rand in ribbelsteek is elastischer en zal ietwat samentrekken vergeleken met bijvoorbeeld tricotsteek. Door te meerderen voor de rand in ribbelsteek, voorkomt u een zichtbaar verschil in breedte tussen de rand in ribbelsteek en de rest van het lijf.

naar boven

14) Waarom meerderen in de afkantrand?

Het gebeurt vrij makkelijk dat u te strak afkant, en door omslagen te maken tijdens het afkanten (terwijl u deze tegelijkertijd afkant) voorkomt u dat de afkantrand te strak wordt.

Bekijk de DROPS video: Hoe kant u af met omslagen

naar boven

15) Hoe meerder/minder je afwisselend op elke 3e en 4e naald/toer?

Om gelijkmatig te meerderen (of te minderen) kunt u meerderen op, bijvoorbeeld: afwisselend elke 3e en 4e naald, als volgt: brei 2 naalden en meerder op de 3e naald, brei 3 naalden en meerder op de 4e naald. Herhaal dit tot het meerderen klaar is.

Bekijk de DROPS les: Meerder of minder 1 st afwisselend

naar boven

16) Waarom is het patroon een beetje anders dan wat ik op de foto zie?

Herhalingen van het patroon kunnen een beetje anders zijn in de verschillende maten, om de juiste verhoudingen te krijgen. Als u niet dezelfde maat maakt als het kledingstuk op de foto, wijkt uw werkstuk wellicht ietsje af. Dit is met zorg ontwikkeld en aangepaste zodat het totale beeld van het kledingstuk hetzelfde is in alle maten.

Zorg ervoor dat u de instructies en de telpatronen voor uw maat volgt!

naar boven

17) Hoe kan ik een vest in de rondte breien, in plaats van heen en weer?

Als u liever in de rondte breit dan heen en weer, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen. U moet dan steken midden voor toevoegen (meestal 5 steken) en de instructies volgen. Als u normaal het werk keert en aan de verkeerde kant breit, breit u nu over de extra steken en gaat u verder in de rondte. Aan het einde knipt u het werk open. Neem steken op voor de biezen en werk de afgeknipte randen af.

Bekijk de DROPS video: Hoe breit u knipbiezen en openknippen

naar boven

18) Kan ik een trui heen en weer breien in plaats van in de rondte?

Als u liever heen en weer breit dan in de rondt, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen zodat u de panden apart van elkaar breit en aan het eind aan elkaar naait. Deel de steken voor het lijf in tweeën en voeg 1 kantsteek toe aan elke kant (voor het in elkaar naaien) en brei het voor- en achterpand apart van elkaar.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een patroon aanpassen van rondbreinaalden naar rechte naalden?

naar boven

19) Waarom staan er garens in de patronen die niet meer leverbaar zijn?

Omdat de verschillende garens verschillende kwaliteiten en verschillend texturen hebben, hebben we ervoor gekozen om het originele garen in het patroon te laten staan. Maar u kunt vrij makkelijk andere opties vinden tussen de beschikbare garenkwaliteiten door onze garenvervanger te gebruiken, of door een garen uit dezelfde garengroep uit te kiezen.

Het is mogelijk dat sommige verkooppunten nog bollen op voorraad hebben van garens die niet meer leverbaar zijn, of dat iemand thuis nog een paar bollen heeft liggen en hier een patroon bij zoekt.

Degarenvervanger laat alternatieve garens zien en de hoeveelheid die u nodig heeft in de nieuwe kwaliteit.

naar boven

20) Hoe verander ik een kledingstuk voor dames in eentje voor heren?

Als u een patroon heeft gevonden doe alleen beschikbaar is in damesmaten, dan hoeft het niet heel moeilijk te zijn om deze aan te passen naar een herenmaat. Het grootste verschil is de lengte van de mouwen en het lijf. Begin met breien in de damesmaat die overeenkomt met de borstwijdte. De lengte die erbij komt wordt namelijk gebreid voordat u begint met afkanten voor de armsgaten. Als het patroon van boven naar beneden wordt gebreid, kunt u lengte toevoegen vlak na de armsgaten of voor de eerste mindering op de mouw.

Wat betreft de extra hoeveelheid garen wat u nodig heeft: dit hangt heel erg af van hoeveel lengte u toevoegt, maar het is vaak meter dat u een bol te veel hebt dan te weinig.

naar boven

21) Hoe voorkom ik dat een harig kledingstuk gaat pillen of pluizen?

Alle garens hebben vezels die uitsteken (door de productie) waardoor een kledingstuk gaat pluizen of pillen. Geborstelde garens (dus meer harige garens) hebben meer van deze losse, uitstekende vezels waardoor het eerder gaat pluizen of pillen.

Hoewel het niet mogelijk is om te garanderen dat geborsteld garen 100% pluisvrij is, is het wel mogelijk om dit drastisch af te laten nemen, door de volgende stappen te ondernemen:

1. Als het kledingstuk klaar is (voordat u het gaat wassen) schudt u het kledingstuk flink uit, zodat de losse haartjes eruit komen. LET OP: gebruik GEEN roller, borstel of andere methode, waardoor aan het kledingstuk getrokken wordt

2. Plaats het kledingstuk in een plastic zak en leg het in de vriezer - de temperatuur zorgt ervoor dat de vezels minder aan elkaar blijven zitten, en uitstekende vezels komen makkelijker los.

3. Laat een paar uur in de vriezer liggen, voordat u het eruit haalt en schudt het kledingstuk dan opnieuw uit.

4. Was het kledingstuk volgens de instructies op het garenlabel.

naar boven

22) Waar op het kledingstuk wordt de lengte gemeten??

De tekening/ het schema met de afmetingen geeft informatie over de volledige lengte van het kledingstuk. Als het een trui of een vest betreft, dan wordt deze vanaf het hoogste punt op de schouder gemeten (meestal het dichtst bij de halslijn), en recht naar beneden tot de onderkant van het kledingstuk. Het wordt NIET gemeten vanaf de punt van de schouder. Op gelijke wijze wordt ook de lengte van de pas gemeten, vanaf het hoogste punt op de schouder en naar beneden tot waar de pas gesplitst wordt voor het lijf en de mouwen.

Op een vest worden de afmetingen nooit over de biezen genomen, tenzij anders aangegeven. Meet altijd binnen de biessteken als u de lengte opmeet.

Bekijk de DROPS les: Maattekeningen lezen

naar boven

23) Hoe weet ik hoeveel bollen ik nodig heb?

De benodigde hoeveelheid garen wordt aangegeven in grammen, dus bijvoorbeeld: 450 g. Om uit te rekenen hoeveel bollen u nodig heeft, moet u eerst weten hoeveel gram er in 1 bol gaat (25 g, 50 g, of 100 g). Deze informatie vindt u door op de individuele garenkwaliteit te klikken op onze site. Deel de hoeveelheid benodigde garen door de hoeveelheid per bol. Bijvoorbeeld, als de bollen 50 gram wegen (de meest gebruikelijke hoeveelheid), ziet de berekening er als volgt uit: 450 / 50 = 9 bollen.

naar boven

Heeft u DROPS garen besteld om dit patroon te maken? Dan heeft u recht op hulp van de winkel waar u het garen gekocht heeft. Vind hier een lijst van DROPS winkels!
Kunt u het antwoord op uw vraag nog steeds niet vinden? Scroll dan naar beneden en laat een vraag achter zodat een van onze experts kan proberen u te helpen. Dit wordt normaal tussen 5 tot 10 werkdagen gedaan.. In de tussentijd kunt u de vragen en antwoorden lezen die anderen bij dit patroon achter hebben gelaten of doe mee met de DROPS Workshop op Facebook om hulp te krijgen van mede breisters en haaksters!

Opmerkingen / Vragen (76)

Paulina 28.12.2019 - 10:28:

Ile słupków powinna mieć czapka w rzędzie 11? U mnie wyszło 136, do tego robótka faluje się. Średnica całej czapki ma mieć 17 cm czy tylko w rzędzie 11?

DROPS Design 30.12.2019 kl. 00:28:

Witaj Paulino! Zgodnie ze schematem, w ostatnim rzędzie powinnaś mieć 96 sł, w tym samym rzędzie powinnaś równomiernie dodać 0-2-4 sł w zależności od rozmiaru, który wykonujesz co da łącznie 96-98-100 sł. Średnica robótki w rzędzie 11 i niżej (ponieważ później już nie dodajemy oczek) powinna wynosić 17 cm. Pozdrawiamy!

Charlotte 04.12.2019 - 16:34:

Absolutely love your patterns. Almost finished the yoke with all rounds worked from the right side. I am worried that if I do the body with all rounds worked from the right side, it might get a slanted look, especially if I choose not to do the increasing and decreasing. Should I work the even rows from wrong side?

DROPS Design 05.12.2019 kl. 09:48:

Dear Charlotte, working alternately from RS and from WS may help to get a "straight" beg/end of rounds, you can continue body that way if you like to, just remember that it might affect the pattern look (rows from WS won't look like rows froms RS on yoke). Happy crocheting!

Helena 30.11.2019 - 22:04:

Har fastnat på varv 3 där det står att det samtidigt ska ökas jämt fördelat. Ska ökningarna göras på både A1 och A2? Har svårt att förstå diagrammen och undrar därför om någon har översatt dessa till ett vanligt och enklare virkmönster?

DROPS Design 02.12.2019 kl. 10:09:

Hei Helena! Det hekles A.1 over det antall masker som er oppgitt for din størrelse, samtidig som A.1 hekles skal det økes. Vi har dessverre ikke en skrevet versjon av diagrammene, om en trenger hjelp til å lese heklediagrammer kan hjelpe. Lykke til!

Milou 18.11.2019 - 15:02:

Finalement j'ai réessayé de commencer ce pull, ne trouvant aucun autre modèle à mon goût. Je viens enfin de comprendre comment réaliser les augmentations et aussi comment poursuivre après le rang 5 après de nombreuses relectures ! Je pense qu'il faudrait ajouter un schéma de l'empiecement montrant les parties A1 et A2 afin de bien comprendre leur enchaînement sur l'ensemble de la pièce à crocheter. Merci pour ce magnifique modèle, j'espère arriver à le terminer rapidement.

Milou 16.11.2019 - 21:56:

Je souhaitais faire ce pull mais j'ai laissé tomber, je ne comprends pas du tout comment réaliser les augmentations...

Eva 23.10.2019 - 01:13:

Hola! He seguido el patrón, y me sale la talla S gigante, ya que se aumentan en cada A2 4 puntos(4 puntos x4=16 puntos) me sale un canesú inmenso... no se que estare haciendo mal....

DROPS Design 24.10.2019 kl. 23:27:

Hola Eva. Por la descripción es imposible saber dónde está el fallo. Primero hay que comprobar que la tensión del tejido sea la indicada en el patrón. También puedes contactar con la tienda de Drops más cercana para obtener ayuda personalizada.

Domenica 18.10.2019 - 15:39:

Riguardo al cappello, dopo aver lavorato una volta A3, come effettuare il successivo giro di una catenella ed una maglia bassa? Lo schema non è chiaro: la maglia bassa ogni quante maglie alte deve essere fatta? Non si capisce.

DROPS Design 18.10.2019 kl. 20:31:

Buongiorno Domenica. Deve lavorare 1 maglia bassa, 1 catenella, salta 1 maglia alta e lavora 1 maglia bassa nella maglia alta successiva, 1 catenella e così via. Quindi lavora una maglia bassa in una maglia alta sì e in una no. Buon lavoro!

Emma 15.08.2019 - 01:03:

When working on the A.2 section, you follow the pattern of tr in the corresponding A.2 diagram for the size you are working on. I found I had some gaps at the end of the row, so I just carried on the A.2 pattern until I closed it - I still seemed to end up with the right amount of tr! You only need to deal with A.1 and A.2 until row 5 - after that it’s just following the pattern in the A.2 diagram you’re working from! Good luck!

Emma 15.08.2019 - 00:55:

For those who come after me, I believe I have cracked the code. Even numbered rows are exactly the same for both diagrams. When the pattern says to Work A.1 over 14 stitches (for sample) it means put 2 tr through the hole created by the chain stitch on the row before - so essentially 2 tr in each hole for half the amount of holes than stitches. So if it says 14 stitches, do 2 tr in the each of the next 7 holes. Or if it says 26 stitches, do 2 tr in each of the next 13 holes.

Laat een opmerking achter voor DROPS 173-37

Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!

Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.