Sailor Aksel by DROPS Design

Gebreid vest met raglan, losse matrozenkraag met strik, sokken en muts met pompon in DROPS Merino Extra Fine. Maat kinderen 2 - 10 jaar.

  • Sailor Aksel / DROPS Children 26-7 - Gebreid vest met raglan, losse matrozenkraag met strik, sokken en muts met pompon in DROPS Merino Extra Fine. Maat kinderen 2 - 10 jaar.
  • Sailor Aksel / DROPS Children 26-7 - Gebreid vest met raglan, losse matrozenkraag met strik, sokken en muts met pompon in DROPS Merino Extra Fine. Maat kinderen 2 - 10 jaar.
  • Sailor Aksel / DROPS Children 26-7 - Gebreid vest met raglan, losse matrozenkraag met strik, sokken en muts met pompon in DROPS Merino Extra Fine. Maat kinderen 2 - 10 jaar.
  • Sailor Aksel / DROPS Children 26-7 - Gebreid vest met raglan, losse matrozenkraag met strik, sokken en muts met pompon in DROPS Merino Extra Fine. Maat kinderen 2 - 10 jaar.
DROPS design: Model nr. me-020-bn
Garengroep B
----------------------------------------------------------
VEST:
Maat: 2 - 3/4 - 5/6 - 7/8 - 9/10 jaar
Maat in cm: 92 - 98/104 - 110/116 - 122/128 - 134/140
Materiaal:
DROPS MERINO EXTRA FINE van Garnstudio
300-300-350-400-450 gr. kleur nr. 20, donkerblauw
100 gr voor alle maten in kleur nr. 01, naturel
50 gr voor alle maten in kleur nr. 11, rood

DROPS BREINLD ZONDER KNOP EN RONDBREINLD (60 of 80 cm) 4 mm - of de maat die u nodig hebt voor een stekenverhouding van 21 st x 28 nld in tricotst = 10 x 10 cm.
DROPS RONDBREINLD (60 of 80 cm) 3,5 mm - of de maat die u nodig hebt voor een stekenverhouding van 22 st x 45 nld in ribbelst = 10 x 10 cm.
DROPS BREINLD ZONDER KNOP en RONDBREINLD (60 cm) 3 mm - voor de randen.
DROPS KNOPEN, GEGRAVEERD NR. 525: 5-6-6-6-6 stuks
ACCESSOIRES: 2 drukknopen om de kraag mee aan het vest vast te maken.

MUTS:
Maat: 2 - 3/6 - 7/10 jaar
Hoofdomtrek: ongeveer 48/50 - 50/53 - 53/55 cm
Materiaal:
DROPS MERINO EXTRA FINE van Garnstudio
50-50-100 gr. kleur nr. 20, donkerblauw
50 gr voor alle maten in kleur nr. 01, naturel

DROPS BREINLD ZONDER KNOP en RONDBREINLD (40 cm) 3,5 mm - of de maat die u nodig hebt voor een stekenverhouding van 22 st x 30 nld in tricotst = 10 x 10 cm.
DROPS RONDBREINLD (40 cm) 3 mm – voor de rand.

SOKKEN:
Maat: 22/23 - 24/25 - 26/28 - 29/31 - 32/34 - 35/37
Voor een voetlengte van: 13 - 15 - 17 - 18 - 20 - 22 cm
Pijplengte: 15 - 18 - 21 - 24 - 27 – 29 cm
Materiaal:
DROPS MERINO EXTRA FINE van Garnstudio
100-100-100-100-100-150 gr. kleur nr. 20, donkerblauw

DROPS BREINLD ZONDER KNOP 3,5 mm - of de maat die u nodig hebt voor een stekenverhouding van 22 st x 30 nld in tricotst = 10 x 10 cm.
DROPS BREINLD ZONDER KNOP 2,5 mm – voor de boordsteek
----------------------------------------------------------

-------------------------------------------------------
Stekenverhouding – Kijk hier hoe u deze moet opmeten en waarom
Alternatief garen – Bekijk hier hoe u een ander garen kiest
Garengroep A tot F – Bekijk hier hoe u hetzelfde patroon gebruikt met een ander garen
Garenverbruik als u een alternatief garen kiest – Gebruik onze garenvervanger
-------------------------------------------------------


100% wol
vanaf 3.39 € /50g
DROPS Merino Extra Fine uni colour DROPS Merino Extra Fine uni colour 3.39 € /50g
Breiwebshop
Bestel
DROPS Merino Extra Fine mix DROPS Merino Extra Fine mix 3.39 € /50g
Breiwebshop
Bestel
needles Naalden & Haaknaalden Bestel
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 44.07€ krijgen. Lees meer.

Instructies voor het patroon

VEST:

RIBBELST (heen en weer):
Brei alle nld recht. 1 ribbel = 2 nld r.

RIBBELST (in de rondte gebreid):
* brei 1 nld recht en brei 1 nld av *, herhaal van *-*. 1 ribbel = 2 nld.

STREPEN 1 (voor het lijf en de mouwen):
2 nld tricotst met naturel, 2 nld tricotst met donkerblauw, 2 nld tricotst met naturel (= 6 nld).

STREPEN 2 (voor de matrozenkraag):
4 nld r met naturel, 4 nld r met donkerblauw, 4 nld r met naturel.

TIP VOOR HET MEERDEREN:
Meerder 1 st door 1 omsl te maken. Brei in de volgende nld de omsl gedraaid (dus brei achter in de steek in plaats van voor in de steek) om gaatjes te voorkomen.

TIP VOOR HET MINDEREN:
Begin 2 st voor de st met de markeerder en brei als volgt: 2 r samen, 1 r (= st met de markeerder), 1 r afh, 1 r, afgeh st overh (= 2 st geminderd).

RAGLAN:
Minder aan elke kant van de markeerder in elke raglanlijn.
MINDER ALS VOLGT aan de goede kant:
Begin 3 st voor de markeerder en brei 2 r samen, 2 r (markeerder staat tussen deze 2 st), 1 r afh, 1 r, afgeh st overh (= 2 st geminderd).
MINDER ALS VOLGT aan de verkeerde kant:
Begin 3 st voor de markeerder en 2 av gedraaid samen, 2 av (markeerder staat tussen deze 2 st) en 2 av samen (= 2 st geminderd).

KNOOPSGATEN:
Maak knoopsgaten op de linkervoorbies. 1 knoopsgat = maak 1 omsl als er 4 st over zijn op de nld, brei de volgende 2 st recht samen en eindig met 2 r. Maak knoopsgaten bij een hoogte van:
MAAT 2 JAAR: 2, 8, 14, 20 en 27 cm.
MAAT 3/4 JAAR: 2, 8, 13, 19, 24 en 30 cm.
MAAT 5/6 JAAR: 2, 8, 15, 21, 28 en 34 cm.
MAAT 7/8 JAAR: 2, 9, 16, 23, 30 en 37 cm.
MAAT 9/10 JAAR: 2, 10, 18, 26, 34 en 41 cm.
----------------------------------------------------------

VEST:

LIJF:
Wordt heen en weer gebreid op de rondbreinld van middenvoor naar middenvoor.
Zet 138-146-154-162-170 st op (incl. 5 voorbies st aan elke kant middenvoor) met rondbreinld 3 mm en donkerblauw. Brei 4 ribbels in RIBBELST en denk om de KNOOPSGATEN op de voorbies - zie uitleg boven. Ga verder met rondbreinld 4 mm en brei STREPEN 1 – zie uitleg boven – maar ga verder over de buitenste 5 st aan elke kant in ribbelst tot het werk klaar is (= voorbiezen). Als de strepen klaar zijn, ga dan verder met donkerblauw en in tricotst met 5 voorbies st in ribbelst aan elke kant. DENK OM DE STEKENVERHOUDING! Plaats 1 markeerder 37-39-41-43-45 st vanaf elke kant middenvoor om de zijkanten aan te geven (= 64-68-72-76-80 st tussen de markeerders voor het achterpand). Meerder bij een hoogte van 6-7-8-9-10 cm 1 st aan elke kant van beide markeerders – LEES TIP VOOR HET MEERDEREN (= 4 st gemeerderd). Herhaal dit meerderen bij een hoogte van 12-14-16-18-20 cm = 146-154-162-170-178 st. Kant bij een hoogte van 18-21-24-27-30 cm 6 st af aan elke kant voor de armsgaten (dus 3 st aan elke kant van beide markeerders) = 36-38-40-42-44 st over voor elk voorpand en 62-66-70-74-78 st op het achterpand. Laat het werk rusten en brei de mouwen.

MOUW:
Wordt in de rondte gebreid op breinld zonder knop.
Zet 36-38-38-40-40 st op met breinld zonder knop 3 mm en donkerblauw en brei 4 RIBBELS in ribbelst - zie uitleg boven. Ga verder met breinld zonder knop 4 mm en brei STREPEN 1. Als de strepen klaar zijn, ga dan verder met donkerblauw en in tricotst tot het werk klaar is. Meerder TEGELIJKERTIJD bij een hoogte van 6-6-6-9-9 cm 2 st midden onder de mouw. Herhaal dit meerderen elke 2½-2½-2½-2-2 cm in totaal 8-9-11-13-15 keer = 52-56-60-66-70 st. Kant bij een hoogte van 25-30-33-37-41 cm de middelste 6 st midden onder de mouw af = 46-50-54-60-64 st over op de nld. Laat het werk rusten en brei nog een mouw.

PAS:
Zet de mouwen op dezelfde rondbreinld als het lijf waar afgekant is voor de armsgaten (zonder ze eerst te breien) = 226-242-258-278-294 st op de nld.
Plaats 1 markeerder in alle overgangen tussen mouwen en lijf = 4 markeerders. Ga verder heen en weer op de rondbreinld als hiervoor in tricotst met 5 voorbies st in ribbelst aan elke kant middenvoor.
Minder TEGELIJKERTIJD in de eerste nld aan de goede kant voor de RAGLAN aan elke kant van alle markeerders – zie uitleg boven (= 8 st geminderd). Herhaal dit minderen voor de raglan om de nld (dus elke nld aan de goede kant) 16-16-16-17-18 keer in totaal en dan elke nld (dus zowel aan de goede kant als de verkeerde kant) 0-2-4-6-7 keer in totaal.
Zet TEGELIJKERTIJD bij een hoogte van ongeveer 28-31-35-38-42 cm – pas zo aan dat er 1-2 nld gebreid zijn na het laatste knoopsgat – de buitenste 16-13-13-10-10 st aan elke kant middenvoor op een hulpdraad voor de hals (brei de st eerst en zet ze dan op een hulpdraad). Kant dan af voor de hals aan het begin van elke nld aan elke kant als volgt: 0-1-1-2-2 keer 2 st en 1-2-2-2-2 keer 1 st.
Als alle minderen voor de raglan en afkanten voor de hals klaar is, zijn er nog 64-64-64-62-62 st over op nld.

HALSRAND:
Neem aan de goede kant ongeveer 96 tot 116 st op langs de hals (incl. de st op de hulpdraden aan de voorpanden) met rondbreinld 3 mm en donkerblauw. Brei 1 nld recht aan de verkeerde kant en minder TEGELIJKERTIJD gelijkmatig tot 70-70-76-82-82 st - LET OP: Minder niet over de voorbiezen. Brei 4 nld r en kant dan losjes af met rechte st aan de goede kant.

AFWERKING:
Naai de openingen onder de mouwen dicht. Naai de knopen aan.

MATROZENKRAAG:
Wordt heen en weer gebreid op de rondbreinld.
Zet 164-176-190-204-216 st op met rondbreinld 3,5 mm en donkerblauw. Brei de eerste nld als volgt aan de goede kant: 52-56-60-64-68 r, 1 r en plaats 1 markeerder in deze st, 58-62-68-74-78 r, 1 r en plaats 1 markeerder in deze st, brei de overgebleven 52-56-60-64-68 st r. Brei dan in ribbelst heen en weer en minder TEGELIJKERTIJD in de volgende nld aan de goede kant 1 st aan elke kant van de st met de markeerder – LEES TIP VOOR HET MINDEREN (= 4 st geminderd). Herhaal dit minderen om de nld (dus elke nld aan de goede kant) 22-24-26-28-30 keer in totaal.
Brei TEGELIJKERTIJD als er 3 ribbels met donkerblauw zijn gebreid vanaf de opzetrand STREPEN 2 - zie uitleg boven (brei de strepen ook in ribbelst!). Als de strepen klaar zijn, ga dan verder met donkerblauw en in ribbelst, minder als hiervoor en kant TEGELIJKERTIJD af aan het begin van elke nld aan elke kant als volgt: 1 keer 5 st, 1 keer 4 st, 3 keer 3 st, 5 keer 2 st en 3-5-7-9-11 keer 1 st.
Als alle minderingen gedaan zijn, staan er nog 14-14-16-18-18 st op de nld, kant alle st af.

Vouw de binnenkant van de matrozenkraag ongeveer 1 cm om naar de verkeerde kant en zet netjes vast. Naai de matrozenkraag samen middenvoor met kleine st. Plaats de matrozenkraag op het vest en naai de helft van de drukknopen aan het vest en de andere helft aan de kraag op elke schouder, richting de hals.

STRIK:
Zet 12 st op met nld 3 mm en rood en brei 8 cm in RIBBELST heen en weer, kant dan alle st af.
Zet 10 st op met nld 3 mm en rood en brei 4 ribbels in ribbelst, kant alle st af. Naai de korte zijkanten aan elkaar zodat een ring ontstaat, knip de draden af en zet vast.
Haal de strik door de ring en naai de twee deel aan de achterkant aan elkaar vast. Naai de strik middenvoor op de matrozenkraag zodat de naad bedekt is.

----------------------------------------------------------
MUTS:

RIBBELST (wordt in de rondte gebreid):
* brei 1 nld recht en brei 1 nld av *, herhaal van *-*. 1 ribbel = 2 nld.

STREPEN:
2 nld tricotst met naturel, 2 nld tricotst met donkerblauw, 2 nld tricotst met naturel (= 6 nld).

TIP VOOR HET MINDEREN:
Minder 1 st na elke markeerder als volgt: 1 r afh, 1 r, afgeh st overh.
----------------------------------------------------------

MUTS:
Wordt in de rondte gebreid op de rondbreinld, ga verder met breinld zonder knop indien nodig.
Zet 96-100-104 st op met rondbreinld 3 mm en donkerblauw. Brei 4 ribbels in RIBBELST - zie uitleg boven. Ga verder met rondbreinld 3,5 mm en brei 1 nld recht. Brei dan STREPEN - zie uitleg boven. Als strepen de strepen klaar zijn, ga dan verder met donkerblauw en in tricotst tot het werk klaar is. DENK OM DE STEKENVERHOUDING
Plaats bij een hoogte van 14-15-16 cm 4 markeerders in het werk met 24-25-26 st ertussen. Minder dan 1 st na elke markeerder – lees TIP VOOR HET MINDEREN, (= 4 st geminderd). Herhaal dit minderen om de nld 5-6-6 keer in totaal en dan elke nld 6-6-7 keer in totaal = 52 st over op de nld voor alle maten.
Brei 1 nld in tricotst en brei alle st 2 aan 2 r samen. Herhaal dit in de volgende nld = 13 st over op de nld. Knip de draad af en haal deze door de overgebleven st, trek de draad aan en zet vast. De muts meet ongeveer 20-21-23 cm in de hoogte.

POMPON:
Maak een kleine pompon met naturel, ongeveer 3-4 cm in diameter en zet hem vast aan de bovenkant van de muts.


----------------------------------------------------------
SOKKEN:

MINDEREN VOOR DE HIEL:
Nld 1 (= aan de goede kant): brei tot er 5-5-6-6-8-8 st over zijn, 1 r afh, 1 r, afgeh st overh, keer het werk.
Nld 2 (= aan de verkeerde kant): brei tot er 5-5-6-6-8-8 st over zijn, 1 av afh, 1 av, afgeh st overh, keer het werk.
Nld 3: brei tot er 4-4-5-5-7-7 st over zijn, 1 r afh, 1 r, afgeh st overh, keer het werk.
Nld 4: brei tot er 4-4-5-5-7-7 st over zijn, 1 av afh, 1 av, afgeh st overh, keer het werk.
Ga verder en minder zo met 1 st minder voor elke mindering tot er 10-10-12-12-12-12 st over zijn op de nld.

TIP VOOR HET MINDEREN:
Minder als volgt: begin 3 st voor de markeerder en brei 2 r samen, 2 r (markeerder staat tussen deze st), 1 r afh, 1 r, afgeh st overh (= 2 st geminderd).
----------------------------------------------------------

SOKKEN:
Zet 42-46-52-56-62-66 st op met breinld zonder knop 2,5 mm en Merino Extra Fine.
Brei boordsteek als volgt:
Maat 22/23 en 24/25: 2 av, 2 r, 4 av, 2 r, 4 av, * 2 r, 2 av *, herhaal van *-* 3-4 keer in totaal, ** 2 r, 4 av **, herhaal van **-** 2-2 keer in totaal en eindig met 2 r en 2 av.
Maat 26/28 en 29/31: 1 r, 4 av, 2 r, 4 av, 2 r, 4 av, * 2 r, 2 av *, herhaal van *-* 4-5 keer in totaal, ** 2 r, 4 av **, herhaal van **-** 3-3 keer in totaal en eindig met 1 r.
Maat 32/34 en 35/37: 2 av, 2 r, 4 av, 2 r, 4 av, 2 r, 4 av, * 2 r, 2 av *, herhaal van *-* 5-6 keer in totaal, ** 2 r, 4 av **, herhaal van **-** 3-3 keer in totaal en eindig met 2 r en 2 av.

Ga als de boordsteek 3-3-3-4-4-4 cm meet verder met breinld zonder knop 3,5 mm. Brei dan in tricotst maar ga verder in boordsteek over de middelste 28-28-34-34-40-40 st middenachter (= 14-18-18-22-22-26 st in tricotst aan de voorkant van de sok). DENK OM DE STEKENVERHOUDING Minder bij een hoogte van 5-5-5-6-6-6 cm de helft van de 4 av tot 3 av (om en om, minder 1 st door 2 av samen te breien = 3-3-3-3-4-4 st geminderd).
Minder na 2½-3-4-5-6-6 cm de overgebleven 4 av tot 3 av. Herhaal dit minderen elke 2½-3-4-5-6-6 cm nog 2 keer = 32-36-40-44-48-52 st over op de nld en alle 3 av zijn nu geminderd tot 2 av middenachter.
Ga verder en brei tot het werk 15-18-21-24-27-29 cm meet. Houd nu de middelste 18-18-22-22-26-26 st middenachter op de nld voor de hiel en zet de overgebleven 14-18-18-22-22-26 st op een hulpdraad (= midden bovenkant voet). Ga 4½-5-5-5½-5½-6 cm verder in boordsteek heen en weer over de hiel st. Plaats 1 markeerder in het midden van de nld. Brei dan MINDEREN VOOR DE HIEL - zie uitleg boven. Neem na het minderen voor de hiel 10-11-11-12-12-13 st op aan elke kant van de hiel en zet de st van de hulpdraad terug op de nld = 44-50-52-58-58-64 st op de nld. Ga verder in de rondte in tricotst. Minder TEGELIJKERTIJD aan elke kant st op de bovenkant van de voet als volgt: brei de laatste 2 st voor de 14-18-18-22-22-26 st op de bovenkant van de voet recht samen en brei de eerste 2 st na de 14-18-18-22-22-26 st gedraaid recht samen. Minder om de nld 7-8-8-9-9-11 keer in totaal = 30-34-36-40-40-42 st.
Ga verder en brei tot het werk ongeveer 10-12-13-14-16-18 cm meet vanaf de markeerder op de hiel (ongeveer 3-3-4-4-4-4 cm over tot het werk klaar is). Plaats 1 markeerder aan elke kant zodat er 15-17-18-20-20-21 st zijn op de bovenkant voet en de onderkant voet.
Minder voor de teen aan elke kant van beide markeerders - LEES TIP VOOR HET MINDEREN. Herhaal dit minderen om de nld in totaal 4-4-5-5-5-5 keer en dan elke nld 2-2-2-3-3-3 keer = 6-10-8-8-8-10 st over op de nld. Knip de draad af en haal deze door de overgebleven st, trek de draad aan en zet vast. De sok meet ongeveer 13-15-17-18-20-22 cm vanaf de markeerder op de hiel. Brei nog een sok.

Telpatroon

diagram measurements
signature

Heeft u hulp nodig voor dit patroon?

Bedankt dat u een patroon van DROPS Design kiest. We zijn er trots op dat we patronen aanbieden die correct en makkelijk te volgen zijn. Alle patronen zijn uit het Noors vertaald en u kunt altijd het origineel patroon controleren (DROPS Children 26-7) voor de afmetingen en de berekiningen.

Heeft u moeite met het volgen van het patroon? Hieronder vindt u een lijst met bronnen die u kunnen helpen om uw project vlot af te maken - of om eenvoudig iets nieuws te leren.

1) Waarom is de stekenverhouding zo belangrijk?

De stekenverhouding bepaalt de uiteindelijke afmetingen van uw werkstuk en wordt normaliter aangegeven in 10 x 10 cm. Het wordt als volgt aangegeven: het aantal steken in de breedte x het aantal naalden in de hoogte - dus: 19 steken x 26 naalden = 10 x 10 cm.

De stekenverhouding is heel erg individueel; sommige mensen breien/haken heel losjes, terwijl anderen vrij strak werken. De stekenverhouding past u aan met de naalddikte, wat de reden is waarom we slechts een suggestie voor de naalddikte geven! U moet deze aanpassen (naar boven of beneden) om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding overeenkomt met de stekenverhouding die aangegeven staat in het patroon. Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan zal het garenverbruik anders zijn, en zal uw werkstuk andere afmetingen krijgen dan het patroon aangeeft.

De stekenverhouding geeft tevens aan welk garen als vervanging kan dienen. U kunt verschillende garens met elkaar vervangen, zolang de stekenverhouding maar hetzelfde is.

Bekijk de DROPS les: Hoe u de stekenverhouding opmeet

Bekijk de DROPS video: Hoe u een proeflapje maakt

naar boven

2) Wat zijn de garengroepen?

Al onze garens zijn ondergebracht in garengroepen (van A tot F) volgens dikte en stekenverhouding – groep A bevat de dunste garens en groep F de dikste. Dit maakt het makkelijker voor u om alternatieve garens te vinden voor onze patronen, indien u graag ander garen wilt gebruiken. Alle garens binnen dezelfde groep hebben ongeveer eenzelfde stekenverhouding en kunnen elkaar vervangen. Het is wel zo dat verschillende garenkwaliteiten verschillende structuren en eigenschappen hebben, wat het uiteindelijke werkstuk een unieke 'look en feel' geeft.

Klik hier voor een overzicht van de garens in elke garengroep

naar boven

3) Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

Bij het kiezen van een ander garen is het belangrijk dat de stekenverhouding hetzelfde blijft. De afmetingen van het uiteindelijke werk zijn dan hetzelfde als aangegeven in de tekening bij het patroon. Het is makkelijker om dezelfde stekenverhouding te krijgen als u garen gebruikt uit dezelfde garengroep. Het is ook mogelijk om meerdere draden van een dunner garen te gebruiken om de stekenverhouding van een dikker garen te krijgen. Probeer onze garenvervanger. We raden u aan om altijd een proeflapje te maken.

LET OP: als u een ander garen neemt, kan het kledingstuk een andere 'look en feel' krijgen dan het kledingstuk op de foto, vanwege individuele eigenschappen en kwaliteiten van elk garen.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

naar boven

4) Hoe gebruik ik de garenvervanger?

Bovenaan al onze patronen vindt u een link naar onze garenvervanger, welke handig kan zijn als u een ander garen wilt gebruiken dan staat aangegeven in het patroon. Door het garen in te vullen dat u wilt vervangen, de hoeveelheid (in uw maat) en het aantal draden, stelt de vervanger geschikte alternatieven voor met dezelfde stekenverhouding. Daarnaast wordt aangegeven hoeveel u nodig heeft in de nieuwe kwaliteiten en of u met meerdere draden moet werken. De meeste bollen zijn 50 gram (sommige zijn 25 gram of 100 gram).

Als het patroon met meerdere kleuren wordt gebreid/gehaakt, moet elke kleur apart worden vervangen. Dit geldt ook als het patroon met verschillende draden van verschillende garens wordt gemaakt (bijvoorbeeld 1 draad Alpaca en 1 draad Kid-Silk) dan zult u voor elk individueel alternatieven moeten vinden.

Klik hier voor de garenvervanger

naar boven

5) Waarom krijg ik de verkeerde stekenverhouding met de aangegeven naalddikte?

De naalddikte die aangegeven is in het patroon geldt slechts als een richtlijn, het is van belang dat de stekenverhouding klopt. En omdat de stekenverhouding per persoon nogal verschillend is, zult u de naalddikte aan moeten passen om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding hetzelfde is als in het patroon – misschien is het nodig dat u 1 of zelfs 2 naalddiktes naar beneden of naar boven moet om de juiste stekenverhouding te krijgen. Daarom raden we ook aan om een proeflapje te maken.

Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan kunnen de afmetingen van het werkstuk afwijken van de afmetingen volgens de tekening.

Bekijk de DROPS les: Hoe meet u de stekenverhouding

Bekijk de DROPS video: Hoe maakt u een proeflapje voor de stekenverhouding

naar boven

6) Waarom wordt het patroon van boven naar beneden gereid?

Als u een kledingstuk van boven naar beneden breit, dan geeft dit meer flexibiliteit en mogelijkheden voor persoonlijke aanpassingen. Het is bijvoorbeeld makkelijker om het kledingstuk te passen terwijl u er mee bezig bent. U kunt ook makkelijker de lengte van de pas en de schouderkoppen aanpassen.

In de uitleg worden alle stappen zorgvuldig uitgelegd in de juiste volgorde. De telpatronen zijn aangepast aan de breirichting en worden zoals gebruikelijk gebreid.

naar boven

7) Waarom zijn de mouwen korter in de grotere maten?

De totale breedte van het kledingstuk (van pols tot pols) is groter in de grotere maten, ondanks dat de eigenlijke mouwen korter zijn. De grotere maten hebben langere mouwkoppen en bredere schouders, dus er is een goede pasvorm in alle maten.

naar boven

8) Wat is een herhaling?

Telpatronen worden vaak herhaald in de breedte op de naald en/of in de hoogte. 1 herhaling van het telpatroon is hoe het te zien is in het telpatroon. Als er staat dat u 5 herhalingen van A.1 op de naald moet breien, dan breit u het patroon in totaal 5 keer achter/na elkaar op de naald. Als er staat dat u 2 herhalingen van A.1 in de hoogte moet breien, dan breit u het hele telpatroon (dus alle naalden van het telpatroon) een keer en begint u opnieuw onderaan bij het begin en breit u het telpatroon nog een keer.

naar boven

9) Hoe brei ik volgens een telpatroon?

Het telpatroon laat alle naalden en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt gelezen van onder naar boven, van rechts naar links. 1 vierkant = 1 steek.

Als u heen en weer breit, wordt elke andere naald aan de goede kant gebreid en elke andere naald wordt aan de verkeerde kant gebreid. Als u aan de verkeerde kant breit, moet u het telpatroon omgekeerd breien, dus van links naar rechts. rechte steken worden dan averecht gebreid en averechte steken recht, etc.

Als u in de rondte breit wordt elke naald aan de goede kant gebreid en het telpatroon wordt dan van rechts naar links gebreid op alle naalden.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees ik de teltekening bij de patronen?

naar boven

10) Hoe haak ik volgens een telpatroon?

Het telpatroon laat alle toeren en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt van onder naar boven gehaakt en van rechts naar links.

Als u heen en weer haakt, wordt elke andere toer aan de goede kant gehaakt: van rechts naar links en elke andere toer wordt aan de verkeerde kant gehaakt: vank links naar rechts.

Als u in de rondte haakt, wordt elke toer in het telpatroon aan de goede kant gehaakt, van rechts naar links.

Als u een cirkelvormig telpatroon haakt, dan begint u in het midden en haakt u naar buiten toe, tegen de klok in, toer na toer.

Meestal beginnen de toeren met een opgegeven aantal lossen (overeenkomend met de hoogte van de volgende steek), deze zijn of in het telpatroon opgenomen, of uitgelegd in het patroon.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees je telpatronen voor haken

naar boven

11) Hoe brei/haak je verschillende telpatronen tegelijkertijd op dezelfde naald/toer

Instructies om verschillende telpatronen achter elkaar op dezelfde naald/toer te breien/haken, worden meestal als volgt beschreven: “brei/haak A.1, A.2, A.3 in totaal 0-0-2-3-4 keer". Dit betekent dat u A.1 een keer breit/haakt, daarna wordt A.2 een keer gebreid/gehaakt, en A.3 wordt het aantal aangegeven keren (in de breedte) in uw maat gebreid/gehaakt – in dit geval als volgt: S = 0 keer, M = 0 keer, L=2 keer, XL= 3 keer en XXL = 4 keer.

De telpatronen worden zoals gebruikelijk gebreid/gehaakt: begin met de eerste naald/toer in A.1, brei/haak dan de volgende naald/toer in A.2 etc.

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor breien leest

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor haken leest

naar boven

12) Waarom begint het werk met meer lossen dan waarmee gehaakt wordt?

Lossen zijn ietsje smaller dan andere steken en om te voorkomen dat de opzetrand te strak wordt, haken we eenvoudigweg meer lossen om mee te beginnen. Het aantal steken wordt in de volgende toer aangepast zodat het overeenkomt met het patroon en de afmetingen in de tekening.

naar boven

13) Waarom meerderen voor de boord als het werk van boven naar beneden gebreid wordt?

De rand in ribbelsteek is elastischer en zal ietwat samentrekken vergeleken met bijvoorbeeld tricotsteek. Door te meerderen voor de rand in ribbelsteek, voorkomt u een zichtbaar verschil in breedte tussen de rand in ribbelsteek en de rest van het lijf.

naar boven

14) Waarom meerderen in de afkantrand?

Het gebeurt vrij makkelijk dat u te strak afkant, en door omslagen te maken tijdens het afkanten (terwijl u deze tegelijkertijd afkant) voorkomt u dat de afkantrand te strak wordt.

Bekijk de DROPS video: Hoe kant u af met omslagen

naar boven

15) Hoe meerder/minder je afwisselend op elke 3e en 4e naald/toer?

Om gelijkmatig te meerderen (of te minderen) kunt u meerderen op, bijvoorbeeld: afwisselend elke 3e en 4e naald, als volgt: brei 2 naalden en meerder op de 3e naald, brei 3 naalden en meerder op de 4e naald. Herhaal dit tot het meerderen klaar is.

Bekijk de DROPS les: Meerder of minder 1 st afwisselend

naar boven

16) Waarom is het patroon een beetje anders dan wat ik op de foto zie?

Herhalingen van het patroon kunnen een beetje anders zijn in de verschillende maten, om de juiste verhoudingen te krijgen. Als u niet dezelfde maat maakt als het kledingstuk op de foto, wijkt uw werkstuk wellicht ietsje af. Dit is met zorg ontwikkeld en aangepaste zodat het totale beeld van het kledingstuk hetzelfde is in alle maten.

Zorg ervoor dat u de instructies en de telpatronen voor uw maat volgt!

naar boven

17) Hoe kan ik een vest in de rondte breien, in plaats van heen en weer?

Als u liever in de rondte breit dan heen en weer, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen. U moet dan steken midden voor toevoegen (meestal 5 steken) en de instructies volgen. Als u normaal het werk keert en aan de verkeerde kant breit, breit u nu over de extra steken en gaat u verder in de rondte. Aan het einde knipt u het werk open. Neem steken op voor de biezen en werk de afgeknipte randen af.

Bekijk de DROPS video: Hoe breit u knipbiezen en openknippen

naar boven

18) Kan ik een trui heen en weer breien in plaats van in de rondte?

Als u liever heen en weer breit dan in de rondt, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen zodat u de panden apart van elkaar breit en aan het eind aan elkaar naait. Deel de steken voor het lijf in tweeën en voeg 1 kantsteek toe aan elke kant (voor het in elkaar naaien) en brei het voor- en achterpand apart van elkaar.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een patroon aanpassen van rondbreinaalden naar rechte naalden?

naar boven

19) Waarom staan er garens in de patronen die niet meer leverbaar zijn?

Omdat de verschillende garens verschillende kwaliteiten en verschillend texturen hebben, hebben we ervoor gekozen om het originele garen in het patroon te laten staan. Maar u kunt vrij makkelijk andere opties vinden tussen de beschikbare garenkwaliteiten door onze garenvervanger te gebruiken, of door een garen uit dezelfde garengroep uit te kiezen.

Het is mogelijk dat sommige verkooppunten nog bollen op voorraad hebben van garens die niet meer leverbaar zijn, of dat iemand thuis nog een paar bollen heeft liggen en hier een patroon bij zoekt.

Degarenvervanger laat alternatieve garens zien en de hoeveelheid die u nodig heeft in de nieuwe kwaliteit.

naar boven

20) Hoe verander ik een kledingstuk voor dames in eentje voor heren?

Als u een patroon heeft gevonden doe alleen beschikbaar is in damesmaten, dan hoeft het niet heel moeilijk te zijn om deze aan te passen naar een herenmaat. Het grootste verschil is de lengte van de mouwen en het lijf. Begin met breien in de damesmaat die overeenkomt met de borstwijdte. De lengte die erbij komt wordt namelijk gebreid voordat u begint met afkanten voor de armsgaten. Als het patroon van boven naar beneden wordt gebreid, kunt u lengte toevoegen vlak na de armsgaten of voor de eerste mindering op de mouw.

Wat betreft de extra hoeveelheid garen wat u nodig heeft: dit hangt heel erg af van hoeveel lengte u toevoegt, maar het is vaak meter dat u een bol te veel hebt dan te weinig.

naar boven

21) Hoe voorkom ik dat een harig kledingstuk gaat pillen of pluizen?

Alle garens hebben vezels die uitsteken (door de productie) waardoor een kledingstuk gaat pluizen of pillen. Geborstelde garens (dus meer harige garens) hebben meer van deze losse, uitstekende vezels waardoor het eerder gaat pluizen of pillen.

Hoewel het niet mogelijk is om te garanderen dat geborsteld garen 100% pluisvrij is, is het wel mogelijk om dit drastisch af te laten nemen, door de volgende stappen te ondernemen:

1. Als het kledingstuk klaar is (voordat u het gaat wassen) schudt u het kledingstuk flink uit, zodat de losse haartjes eruit komen. LET OP: gebruik GEEN roller, borstel of andere methode, waardoor aan het kledingstuk getrokken wordt

2. Plaats het kledingstuk in een plastic zak en leg het in de vriezer - de temperatuur zorgt ervoor dat de vezels minder aan elkaar blijven zitten, en uitstekende vezels komen makkelijker los.

3. Laat een paar uur in de vriezer liggen, voordat u het eruit haalt en schudt het kledingstuk dan opnieuw uit.

4. Was het kledingstuk volgens de instructies op het garenlabel.

naar boven

22) Waar op het kledingstuk wordt de lengte gemeten??

De tekening/ het schema met de afmetingen geeft informatie over de volledige lengte van het kledingstuk. Als het een trui of een vest betreft, dan wordt deze vanaf het hoogste punt op de schouder gemeten (meestal het dichtst bij de halslijn), en recht naar beneden tot de onderkant van het kledingstuk. Het wordt NIET gemeten vanaf de punt van de schouder. Op gelijke wijze wordt ook de lengte van de pas gemeten, vanaf het hoogste punt op de schouder en naar beneden tot waar de pas gesplitst wordt voor het lijf en de mouwen.

Op een vest worden de afmetingen nooit over de biezen genomen, tenzij anders aangegeven. Meet altijd binnen de biessteken als u de lengte opmeet.

Bekijk de DROPS les: Maattekeningen lezen

naar boven

23) Hoe weet ik hoeveel bollen ik nodig heb?

De benodigde hoeveelheid garen wordt aangegeven in grammen, dus bijvoorbeeld: 450 g. Om uit te rekenen hoeveel bollen u nodig heeft, moet u eerst weten hoeveel gram er in 1 bol gaat (25 g, 50 g, of 100 g). Deze informatie vindt u door op de individuele garenkwaliteit te klikken op onze site. Deel de hoeveelheid benodigde garen door de hoeveelheid per bol. Bijvoorbeeld, als de bollen 50 gram wegen (de meest gebruikelijke hoeveelheid), ziet de berekening er als volgt uit: 450 / 50 = 9 bollen.

naar boven

Heeft u DROPS garen besteld om dit patroon te maken? Dan heeft u recht op hulp van de winkel waar u het garen gekocht heeft. Vind hier een lijst van DROPS winkels!
Kunt u het antwoord op uw vraag nog steeds niet vinden? Scroll dan naar beneden en laat een vraag achter zodat een van onze experts kan proberen u te helpen. Dit wordt normaal tussen 5 tot 10 werkdagen gedaan.. In de tussentijd kunt u de vragen en antwoorden lezen die anderen bij dit patroon achter hebben gelaten of doe mee met de DROPS Workshop op Facebook om hulp te krijgen van mede breisters en haaksters!

Opmerkingen / Vragen (5)

country flag Claudia Meischl 03.09.2018 - 16:02:

Vielen Dank, für die schnelle Antwort. LG Meischl

country flag Claudia Meischl 02.09.2018 - 18:07:

Hallo liebes Team, ich verstehe beim Kragen die Abnahme nicht. Beids.d.h. am Anfang jeder R. Abketten: 5M je 1x, 4M je 1x u.s.w.ist damit gemeint am Anfang und Ende der R. gleich 5 M auf einmal abketten od. 5x nacheinander je R. 1x abnehmen. LG Claudia

user icon DROPS Design 03.09.2018 kl. 15:57:

Liebe Frau Meischl, Sie werden am Anfang jeder Reihe (Hin sowie Rückreihen) so abketten: 5 M x 1 (= 5 M am Anfang der nächsten Hinreihe, die Reihe bis zur Ende stricken, wenden, 5 M am Anfang der Rückreihen abketten, die Reihe bis zur Ende stricken), dann: 4 M x 1 (= wie zuvor aber jetzt nur 4 M am Anfang der nächsten beiden Reihen abketten), usw. Viel Spaß beim stricken!

country flag Mira Tax 21.04.2016 - 08:50:

Ik brei inderdaad heen en weer, maar de mouwen brei je toch echt rond bij dit patroon. Mijn probleem is dat de mouwen dan nauwelijks op de naalden passen, Daar zoek ik een oplossing voor.

user icon DROPS Design 21.04.2016 kl. 11:34:

Hoi Mira. Ja, je breit het lijf heen en weer en de mouwen in de rondte. Maar als je alle steken op de nld zet voor de raglan (inclusief de mouwen) brei je de pas heen en weer (dus ook de steken voor de mouwen. Tot aan het armsgat brei je de mouwen in de rondte - ik verwijs hier naar mijn vorige reactie betreffend nld en magic loop.

country flag Mira Tax 19.04.2016 - 20:55:

Bedankt voor het antwoord! Werkt die magic loop ook als je de pas breit, dwz als de mouwen samen met voor- en achterpand op 1 rondbreinaald staan en er moet worden geminderd voor de raglan?

user icon DROPS Design 20.04.2016 kl. 15:32:

Hoi Mira. Je hooft geen magic loop voor de pas - je breit heen en weer

country flag Mira Tax 19.04.2016 - 10:36:

Ik ben bezig met de pas. Voor het breien van de mouwen zijn de punten van mijn rondbreinaalden echter te lang (merk Knit Pro): ik krijg de mouw niet goed gebreid. Zijn er verwisselbare naaldpunten van Drops die korter zijn en geschikt om de mouwen mee te breien?

user icon DROPS Design 19.04.2016 kl. 15:51:

Hoi Mira. Onze punten zijn niet korter, maar probeer eventueel met breinaalden zonder knop of de magic loop techniek:

Laat een opmerking achter voor DROPS Children 26-7

Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!

Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.