DROPS / 135 / 9

Moorland by DROPS Design

Gebreid vest voor heren met ronde hals in DROPS Fabel en DROPS Delight. Maat: S - XXXL.

Trefwoorden: van onder naar boven, vesten,
DROPS design: Model nr. DE-074
Garengroep A
--------------------------------------------------------
Maat: S - M - L - XL - XXL - XXXL
Materiaal: DROPS Fabel van Garnstudio
Kleur nr. 905, zout en peper:
300-300-300-350-350-350 gr
En gebruik: DROPS DELIGHT van Garnstudio
Kleur nr. 01, grijs mix:
350-350-350-400-400-400 gr

DROPS RONDBREINLD 5 mm (80 cm) - of de maat die u nodig heeft voor een stekenverhouding van 17 st x 22 nld in tricotst met 1 draad Fabel en 1 draad Delight = 10 x 10 cm.
DROPS HOEKIGE BUFFELHOORN KNOPEN NR. 537 (20 mm): 6 stuks voor alle maten
--------------------------------------------------------

Heeft u deze of een van onze andere ontwerpen gemaakt? Tag uw afbeeldingen in social media met #dropsdesign, zodat we ze kunnen zien!

Wilt u een ander garen gebruiken? Probeer de garenvervanger!

75% wol, 25% polyamide
vanaf 2.65 € /50g
DROPS Fabel uni colour DROPS Fabel uni colour 2.65 € /50g
Wolplein.nl
Bestel
DROPS Fabel print DROPS Fabel print 2.85 € /50g
Wolplein.nl
Bestel
DROPS Fabel long print DROPS Fabel long print 3.15 € /50g
Wolplein.nl
Bestel

75% wol, 25% polyamide
vanaf 3.45 € /50g
DROPS Delight print DROPS Delight print 3.45 € /50g
Wolplein.nl
Bestel
Naalden & Haaknaalden
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 40.05€ krijgen. Lees meer.

Instructies voor het patroon

RIBBELST (heen en weer gebreid op de nld):
brei alle nld recht.

KNOOPSGATEN:
Maak 6 knoopsgaten op de linker voorbies.
1 KNOOPSGAT = kant de 5e en 6e st vanaf de kant af en zet 2 nieuwe st op in de volgende nld boven deze st.
Maak knoopsgaten bij een hoogte van ongeveer:
MAAT S: 3, 12, 21, 30, 39, 47 cm
MAAT M: 3, 13, 22, 31, 40, 49 cm
MAAT L: 3, 13, 23, 33, 42, 51 cm
MAAT XL: 3, 13, 23, 33, 43, 52 cm
MAAT XXL: 3, 14, 24, 34, 44, 54 cm
MAAT XXXL: 3, 14, 25, 36, 46, 56 cm
Er is nog ongeveer 1 cm over tot de halskant na het laatste knoopsgat.

TIP VOOR HET MEERDEREN:
Meerder 1 st door 1 omsl te maken. Brei de omsl in de volgende nld gedraaid recht, dus brei achter in de st in plaats van voor in de st om een gaatje te voorkomen.
--------------------------------------------------------

LIJF:
Wordt heen en weer gebreid op de nld. Zet 176-188-204-220-236-256 st op (incl 6 voorbies st in ribbelst aan iedere kant) met rondbreinld 5 mm en 1 draad Fabel en 1 draad Delight. Brei 2 cm in ribbelst - zie uitleg boven – en brei dan verder in tricotst met 6 voorbies st in ribbelst aan iedere kant middenvoor. DENK OM DE STEKENVERHOUDING!
Maak bij een hoogte van 3 cm in alle maten het 1e knoopsgat op de linker voorbies - Zie KNOOPSGATEN boven. Ga verder in tricotst en met de voorbies st in ribbelst aan iedere kant van het werk. Plaats bij een hoogte van 42-43-44-45-46-47 cm 2 markeerders in het werk; 47-50-54-58-62-67 st (= voorpand) vanaf iedere kant middenvoor om de zijkanten aan te geven. Splits nu het werk bij de markeerders en brei ieder deel apart verder.

ACHTERPAND:
= 82-88-96-104-112-122 st. Brei in de volgende nld aan de goede kant als volgt: Zet 1 nieuwe st op = kant st (wordt in ribbelst gebreid tot het werk klaar is), * 1 st r, 1 st av *, herhaal van *-* in totaal 3-3-3-3-4-4 keer, 1 st r (= 7-7-7-7-9-9 st in boordsteek), brei in tricotst tot er 7-7-7-7-9-9 st over zijn, herhaal van *-* in totaal 3-3-3-3-4-4 keer, 1 st r (= 7-7-7-7-9-9 st in boordsteek), zet 1 nieuwe st op = kant st (wordt in ribbelst gebreid tot het werk klaar is) = 84-90-98-106-114-124 st.

Meerder in de volgende nld aan de goede kant voor de mouw als volgt: meerder 1 st naast de boordsteek aan iedere kant - Lees TIP VOOR HET MEERDEREN boven = 2 nieuwe st. Herhaal dit meerderen zo iedere 3-4-5-7-9-12 nld in totaal 10-9-7-6-5-4 keer = 104-108-112-118-124-132 st. Ga verder in tricotst en boordsteek tot het werk 58-60-62-64-66-68 cm meet, kant dan de middelste 28-30-32-34-36-36 st af voor de hals en eindig iedere schouder apart. Kant 2 st af in de volgende nld langs de hals = 36-37-38-40-42-46 st over voor elke schouder. Kant losjes alle st af bij een hoogte van 60-62-64-66-68-70 cm.

RECHTER VOORPAND:
= 47-50-54-58-62-67 st. Brei boordsteek over de laatste 7-7-7-7-9-9 st en zet 1 nieuwe st op = kant st (wordt in ribbelst gebreid tot het werk klaar is) aan de zijkant voor de mouw als op het achterpand. Ga verder met boordsteek aan de zijkant en meerder TEGELIJKERTIJD als op het achterpand. Kant bij een hoogte van 48-50-52-53-55-57 cm af voor de hals als volgt: brei in de volgende nld aan de verkeerde kant tot er 6 st over zijn (= voorbies st), zet deze 6 st op een hulpdraad, keer het werk. Kant dan af voor de hals aan het begin van iedere nld aan de goede kant als volgt: Kant in totaal af: 2-2-3-3-3-3 keer 3 st, 3 keer 2 st en 4-5-3-4-5-5 keer 1 st = 36-37-38-40-42-46 st over op de schouder. Kant losjes alle st af bij een hoogte van 60-62-64-66-68-70 cm.

LINKER VOORPAND:
Brei als het rechter voorpand maar in spiegelbeeld.

MOUW:
Wordt heen en weer gebreid op de rondbreinld. Zet 40-42-44-46-46-48 st op (incl 1 kant st in ribbelst aan iedere kant) met rondbreinld 5 mm. Brei 2 cm in ribbelst, brei dan in tricotst met 1 kant st aan iedere kant van het werk. Meerder bij een hoogte van 8-8-8-7-6-6 cm 1 st aan de goede kant naast de kant st aan iedere kant van het werk. Herhaal dit meerderen iedere 4½-4-4-3½-3-2½ cm in totaal 10-11-11-12-14-16 keer = 60-64-66-70-74-80 st. Ga verder tot een totale hoogte van 53-53-53-52-51-50 cm (Minder cm voor de grootste maten voor een grotere mouwkop en bredere schouders). Kant dan losjes alle st af. Brei nog een mouw.

AFWERKING:
Naai de schoudernaden samen. Naai de mouwen samen naast de kant st en naai de mouwen in het vest.

HALSRAND:
De halsrand wordt aan de goede kant gebreid op rondbreinld 5 mm als volgt: begin op de rechter voorbies, zet de st van de hulpdraad terug op de nld en brei deze st, neem ongeveer 70-90 st op langs de halsrand naast de kant st, zet de st op de linker voorbies van de hulpdraad terug op de nld en brei deze st. Pas in de volgende nld het aantal st langs de hals aan (meerder/minder niet over de voorbies st) naar 72-76-80-84-88-88 st = 84-88-92-96-100-100 st op de nld. Brei 2 cm in ribbelst, kant dan losjes alle st af. Naai de knopen op de rechter voorbies.






Telpatroon


Heeft u hulp nodig voor dit patroon?

Bedankt dat u een patroon van DROPS Design kiest. We zijn er trots op dat we patronen aanbieden die correct en makkelijk te volgen zijn. Alle patronen zijn uit het Noors vertaald en u kunt altijd het origineel patroon controleren (DROPS 135-9) voor de afmetingen en de berekiningen.

Heeft u moeite met het volgen van het patroon? Hieronder vindt u een lijst met bronnen die u kunnen helpen om uw project vlot af te maken - of om eenvoudig iets nieuws te leren.

We hebben tevens een stap-voor-stap uitleg voor verschillende technieken, welke u hier kunt vinden.

1) Waarom is de stekenverhouding zo belangrijk?

De stekenverhouding bepaalt de uiteindelijke afmetingen van uw werkstuk en wordt normaliter aangegeven in 10 x 10 cm. Het wordt als volgt aangegeven: het aantal steken in de breedte x het aantal naalden in de hoogte - dus: 19 steken x 26 naalden = 10 x 10 cm.

De stekenverhouding is heel erg individueel; sommige mensen breien/haken heel losjes, terwijl anderen vrij strak werken. De stekenverhouding past u aan met de naalddikte, wat de reden is waarom we slechts een suggestie voor de naalddikte geven! U moet deze aanpassen (naar boven of beneden) om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding overeenkomt met de stekenverhouding die aangegeven staat in het patroon. Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan zal het garenverbruik anders zijn, en zal uw werkstuk andere afmetingen krijgen dan het patroon aangeeft.

De stekenverhouding geeft tevens aan welk garen als vervanging kan dienen. U kunt verschillende garens met elkaar vervangen, zolang de stekenverhouding maar hetzelfde is.

Bekijk de DROPS les: Hoe u de stekenverhouding opmeet

Bekijk de DROPS video: Hoe u een proeflapje maakt

naar boven

2) Wat zijn de garengroepen?

Al onze garens zijn ondergebracht in garengroepen (van A tot F) volgens dikte en stekenverhouding – groep A bevat de dunste garens en groep F de dikste. Dit maakt het makkelijker voor u om alternatieve garens te vinden voor onze patronen, indien u graag ander garen wilt gebruiken. Alle garens binnen dezelfde groep hebben ongeveer eenzelfde stekenverhouding en kunnen elkaar vervangen. Het is wel zo dat verschillende garenkwaliteiten verschillende structuren en eigenschappen hebben, wat het uiteindelijke werkstuk een unieke 'look en feel' geeft.

Klik hier voor een overzicht van de garens in elke garengroep

naar boven

3) Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

Bij het kiezen van een ander garen is het belangrijk dat de stekenverhouding hetzelfde blijft. De afmetingen van het uiteindelijke werk zijn dan hetzelfde als aangegeven in de tekening bij het patroon. Het is makkelijker om dezelfde stekenverhouding te krijgen als u garen gebruikt uit dezelfde garengroep. Het is ook mogelijk om meerdere draden van een dunner garen te gebruiken om de stekenverhouding van een dikker garen te krijgen. Probeer onze garenvervanger. We raden u aan om altijd een proeflapje te maken.

LET OP: als u een ander garen neemt, kan het kledingstuk een andere 'look en feel' krijgen dan het kledingstuk op de foto, vanwege individuele eigenschappen en kwaliteiten van elk garen.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

naar boven

4) Hoe gebruik ik de garenvervanger?

Bovenaan al onze patronen vindt u een link naar onze garenvervanger, welke handig kan zijn als u een ander garen wilt gebruiken dan staat aangegeven in het patroon. Door het garen in te vullen dat u wilt vervangen, de hoeveelheid (in uw maat) en het aantal draden, stelt de vervanger geschikte alternatieven voor met dezelfde stekenverhouding. Daarnaast wordt aangegeven hoeveel u nodig heeft in de nieuwe kwaliteiten en of u met meerdere draden moet werken. De meeste bollen zijn 50 gram (sommige zijn 25 gram of 100 gram).

Als het patroon met meerdere kleuren wordt gebreid/gehaakt, moet elke kleur apart worden vervangen. Dit geldt ook als het patroon met verschillende draden van verschillende garens wordt gemaakt (bijvoorbeeld 1 draad Alpaca en 1 draad Kid-Silk) dan zult u voor elk individueel alternatieven moeten vinden.

Klik hier voor de garenvervanger

naar boven

5) Waarom krijg ik de verkeerde stekenverhouding met de aangegeven naalddikte?

De naalddikte die aangegeven is in het patroon geldt slechts als een richtlijn, het is van belang dat de stekenverhouding klopt. En omdat de stekenverhouding per persoon nogal verschillend is, zult u de naalddikte aan moeten passen om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding hetzelfde is als in het patroon – misschien is het nodig dat u 1 of zelfs 2 naalddiktes naar beneden of naar boven moet om de juiste stekenverhouding te krijgen. Daarom raden we ook aan om een proeflapje te maken.

Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan kunnen de afmetingen van het werkstuk afwijken van de afmetingen volgens de tekening.

Bekijk de DROPS les: Hoe meet u de stekenverhouding

Bekijk de DROPS video: Hoe maakt u een proeflapje voor de stekenverhouding

naar boven

6) Waarom wordt het patroon van boven naar beneden gereid?

Als u een kledingstuk van boven naar beneden breit, dan geeft dit meer flexibiliteit en mogelijkheden voor persoonlijke aanpassingen. Het is bijvoorbeeld makkelijker om het kledingstuk te passen terwijl u er mee bezig bent. U kunt ook makkelijker de lengte van de pas en de schouderkoppen aanpassen.

In de uitleg worden alle stappen zorgvuldig uitgelegd in de juiste volgorde. De telpatronen zijn aangepast aan de breirichting en worden zoals gebruikelijk gebreid.

naar boven

7) Waarom zijn de mouwen korter in de grotere maten?

De totale breedte van het kledingstuk (van pols tot pols) is groter in de grotere maten, ondanks dat de eigenlijke mouwen korter zijn. De grotere maten hebben langere mouwkoppen en bredere schouders, dus er is een goede pasvorm in alle maten.

naar boven

8) Wat is een herhaling?

Telpatronen worden vaak herhaald in de breedte op de naald en/of in de hoogte. 1 herhaling van het telpatroon is hoe het te zien is in het telpatroon. Als er staat dat u 5 herhalingen van A.1 op de naald moet breien, dan breit u het patroon in totaal 5 keer achter/na elkaar op de naald. Als er staat dat u 2 herhalingen van A.1 in de hoogte moet breien, dan breit u het hele telpatroon (dus alle naalden van het telpatroon) een keer en begint u opnieuw onderaan bij het begin en breit u het telpatroon nog een keer.

naar boven

9) Hoe brei ik volgens een telpatroon?

Het telpatroon laat alle naalden en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt gelezen van onder naar boven, van rechts naar links. 1 vierkant = 1 steek.

Als u heen en weer breit, wordt elke andere naald aan de goede kant gebreid en elke andere naald wordt aan de verkeerde kant gebreid. Als u aan de verkeerde kant breit, moet u het telpatroon omgekeerd breien, dus van links naar rechts. rechte steken worden dan averecht gebreid en averechte steken recht, etc.

Als u in de rondte breit wordt elke naald aan de goede kant gebreid en het telpatroon wordt dan van rechts naar links gebreid op alle naalden.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees ik de teltekening bij de patronen?

naar boven

10) Hoe haak ik volgens een telpatroon?

Het telpatroon laat alle toeren en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt van onder naar boven gehaakt en van rechts naar links.

Als u heen en weer haakt, wordt elke andere toer aan de goede kant gehaakt: van rechts naar links en elke andere toer wordt aan de verkeerde kant gehaakt: vank links naar rechts.

Als u in de rondte haakt, wordt elke toer in het telpatroon aan de goede kant gehaakt, van rechts naar links.

Als u een cirkelvormig telpatroon haakt, dan begint u in het midden en haakt u naar buiten toe, tegen de klok in, toer na toer.

Meestal beginnen de toeren met een opgegeven aantal lossen (overeenkomend met de hoogte van de volgende steek), deze zijn of in het telpatroon opgenomen, of uitgelegd in het patroon.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees je telpatronen voor haken

naar boven

11) Hoe brei/haak je verschillende telpatronen tegelijkertijd op dezelfde naald/toer

Instructies om verschillende telpatronen achter elkaar op dezelfde naald/toer te breien/haken, worden meestal als volgt beschreven: “brei/haak A.1, A.2, A.3 in totaal 0-0-2-3-4 keer". Dit betekent dat u A.1 een keer breit/haakt, daarna wordt A.2 een keer gebreid/gehaakt, en A.3 wordt het aantal aangegeven keren (in de breedte) in uw maat gebreid/gehaakt – in dit geval als volgt: S = 0 keer, M = 0 keer, L=2 keer, XL= 3 keer en XXL = 4 keer.

De telpatronen worden zoals gebruikelijk gebreid/gehaakt: begin met de eerste naald/toer in A.1, brei/haak dan de volgende naald/toer in A.2 etc.

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor breien leest

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor haken leest

naar boven

12) Waarom begint het werk met meer lossen dan waarmee gehaakt wordt?

Lossen zijn ietsje smaller dan andere steken en om te voorkomen dat de opzetrand te strak wordt, haken we eenvoudigweg meer lossen om mee te beginnen. Het aantal steken wordt in de volgende toer aangepast zodat het overeenkomt met het patroon en de afmetingen in de tekening.

naar boven

13) Waarom meerderen voor de boord als het werk van boven naar beneden gebreid wordt?

De rand in ribbelsteek is elastischer en zal ietwat samentrekken vergeleken met bijvoorbeeld tricotsteek. Door te meerderen voor de rand in ribbelsteek, voorkomt u een zichtbaar verschil in breedte tussen de rand in ribbelsteek en de rest van het lijf.

naar boven

14) Waarom meerderen in de afkantrand?

Het gebeurt vrij makkelijk dat u te strak afkant, en door omslagen te maken tijdens het afkanten (terwijl u deze tegelijkertijd afkant) voorkomt u dat de afkantrand te strak wordt.

Bekijk de DROPS video: Hoe kant u af met omslagen

naar boven

15) Hoe meerder/minder je afwisselend op elke 3e en 4e naald/toer?

Om gelijkmatig te meerderen (of te minderen) kunt u meerderen op, bijvoorbeeld: afwisselend elke 3e en 4e naald, als volgt: brei 2 naalden en meerder op de 3e naald, brei 3 naalden en meerder op de 4e naald. Herhaal dit tot het meerderen klaar is.

Bekijk de DROPS les: Meerder of minder 1 st afwisselend

naar boven

16) Waarom is het patroon een beetje anders dan wat ik op de foto zie?

Herhalingen van het patroon kunnen een beetje anders zijn in de verschillende maten, om de juiste verhoudingen te krijgen. Als u niet dezelfde maat maakt als het kledingstuk op de foto, wijkt uw werkstuk wellicht ietsje af. Dit is met zorg ontwikkeld en aangepaste zodat het totale beeld van het kledingstuk hetzelfde is in alle maten.

Zorg ervoor dat u de instructies en de telpatronen voor uw maat volgt!

naar boven

17) Hoe kan ik een vest in de rondte breien, in plaats van heen en weer?

Als u liever in de rondte breit dan heen en weer, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen. U moet dan steken midden voor toevoegen (meestal 5 steken) en de instructies volgen. Als u normaal het werk keert en aan de verkeerde kant breit, breit u nu over de extra steken en gaat u verder in de rondte. Aan het einde knipt u het werk open. Neem steken op voor de biezen en werk de afgeknipte randen af.

Bekijk de DROPS video: Hoe breit u knipbiezen en openknippen

naar boven

18) Kan ik een trui heen en weer breien in plaats van in de rondte?

Als u liever heen en weer breit dan in de rondt, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen zodat u de panden apart van elkaar breit en aan het eind aan elkaar naait. Deel de steken voor het lijf in tweeën en voeg 1 kantsteek toe aan elke kant (voor het in elkaar naaien) en brei het voor- en achterpand apart van elkaar.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een patroon aanpassen van rondbreinaalden naar rechte naalden?

naar boven

19) Waarom staan er garens in de patronen die niet meer leverbaar zijn?

Omdat de verschillende garens verschillende kwaliteiten en verschillend texturen hebben, hebben we ervoor gekozen om het originele garen in het patroon te laten staan. Maar u kunt vrij makkelijk andere opties vinden tussen de beschikbare garenkwaliteiten door onze garenvervanger te gebruiken, of door een garen uit dezelfde garengroep uit te kiezen.

Het is mogelijk dat sommige verkooppunten nog bollen op voorraad hebben van garens die niet meer leverbaar zijn, of dat iemand thuis nog een paar bollen heeft liggen en hier een patroon bij zoekt.

Degarenvervanger laat alternatieve garens zien en de hoeveelheid die u nodig heeft in de nieuwe kwaliteit.

naar boven

20) Hoe verander ik een kledingstuk voor dames in eentje voor heren?

Als u een patroon heeft gevonden doe alleen beschikbaar is in damesmaten, dan hoeft het niet heel moeilijk te zijn om deze aan te passen naar een herenmaat. Het grootste verschil is de lengte van de mouwen en het lijf. Begin met breien in de damesmaat die overeenkomt met de borstwijdte. De lengte die erbij komt wordt namelijk gebreid voordat u begint met afkanten voor de armsgaten. Als het patroon van boven naar beneden wordt gebreid, kunt u lengte toevoegen vlak na de armsgaten of voor de eerste mindering op de mouw.

Wat betreft de extra hoeveelheid garen wat u nodig heeft: dit hangt heel erg af van hoeveel lengte u toevoegt, maar het is vaak meter dat u een bol te veel hebt dan te weinig.

naar boven

21) Hoe voorkom ik dat een harig kledingstuk gaat pillen of pluizen?

Alle garens hebben vezels die uitsteken (door de productie) waardoor een kledingstuk gaat pluizen of pillen. Geborstelde garens (dus meer harige garens) hebben meer van deze losse, uitstekende vezels waardoor het eerder gaat pluizen of pillen.

Hoewel het niet mogelijk is om te garanderen dat geborsteld garen 100% pluisvrij is, is het wel mogelijk om dit drastisch af te laten nemen, door de volgende stappen te ondernemen:

1. Als het kledingstuk klaar is (voordat u het gaat wassen) schudt u het kledingstuk flink uit, zodat de losse haartjes eruit komen. LET OP: gebruik GEEN roller, borstel of andere methode, waardoor aan het kledingstuk getrokken wordt

2. Plaats het kledingstuk in een plastic zak en leg het in de vriezer - de temperatuur zorgt ervoor dat de vezels minder aan elkaar blijven zitten, en uitstekende vezels komen makkelijker los.

3. Laat een paar uur in de vriezer liggen, voordat u het eruit haalt en schudt het kledingstuk dan opnieuw uit.

4. Was het kledingstuk volgens de instructies op het garenlabel.

naar boven

22) Waar op het kledingstuk wordt de lengte gemeten??

De tekening/ het schema met de afmetingen geeft informatie over de volledige lengte van het kledingstuk. Als het een trui of een vest betreft, dan wordt deze vanaf het hoogste punt op de schouder gemeten (meestal het dichtst bij de halslijn), en recht naar beneden tot de onderkant van het kledingstuk. Het wordt NIET gemeten vanaf de punt van de schouder. Op gelijke wijze wordt ook de lengte van de pas gemeten, vanaf het hoogste punt op de schouder en naar beneden tot waar de pas gesplitst wordt voor het lijf en de mouwen.

Op een vest worden de afmetingen nooit over de biezen genomen, tenzij anders aangegeven. Meet altijd binnen de biessteken als u de lengte opmeet.

Bekijk de DROPS les: Maattekeningen lezen

naar boven

23) Hoe weet ik hoeveel bollen ik nodig heb?

De benodigde hoeveelheid garen wordt aangegeven in grammen, dus bijvoorbeeld: 450 g. Om uit te rekenen hoeveel bollen u nodig heeft, moet u eerst weten hoeveel gram er in 1 bol gaat (25 g, 50 g, of 100 g). Deze informatie vindt u door op de individuele garenkwaliteit te klikken op onze site. Deel de hoeveelheid benodigde garen door de hoeveelheid per bol. Bijvoorbeeld, als de bollen 50 gram wegen (de meest gebruikelijke hoeveelheid), ziet de berekening er als volgt uit: 450 / 50 = 9 bollen.

naar boven

Heeft u DROPS garen besteld om dit patroon te maken? Dan heeft u recht op hulp van de winkel waar u het garen gekocht heeft. Vind hier een lijst van DROPS winkels!
Kunt u het antwoord op uw vraag nog steeds niet vinden? Scroll dan naar beneden en laat een vraag achter zodat een van onze experts kan proberen u te helpen. Dit wordt normaal tussen 5 tot 10 werkdagen gedaan.. In de tussentijd kunt u de vragen en antwoorden lezen die anderen bij dit patroon achter hebben gelaten of doe mee met de DROPS Workshop op Facebook om hulp te krijgen van mede breisters en haaksters!

Opmerkingen / Vragen (16)

Matt 05.01.2019 - 17:40:

Does the ribbing continue after the neck bindoffs for the back and front pieces or is it stockinette only after that?

DROPS Design 07.01.2019 kl. 10:36:

Dear Matt, you continue the ribbing on each side of front and back piece until you have bind off the sts for shoulders. Happy knitting!

Simone 01.10.2018 - 19:32:

Mir ist die Beschreibung zum Rückenteil unverständlich und das obwohl ich sehr viel stricke . Wer kann mir helfen meine Denkblockade zu lösen.?

DROPS Design 02.10.2018 kl. 09:30:

Liebe Simone, können Sie vielleicht uns teilen, welches Teil Sie nicht verstehen? Danke im voraus!

Doreen 31.03.2016 - 16:12:

Hallo, ich habe die gleiche Frage wie Elli am 16.12.2013. Auch bei mir haut die Maschenzahl nach den Abnahmen am Vorderteil nicht hin. Leider kann ich auch mit Ihrer Antwort nichts anfangen. Was meinen Sie mit "Aufnahme am Ärmel"? In der Anleitung steht "...1 Randmasche anschlagen und für den Ärmel aufnehmen." So wie ich das verstehe, wird nur eine 1 Masche aufgenommen, aber am Ende fehlen nach allen Abnahmen10 Maschen. Viele Grüße Doreen

DROPS Design 01.04.2016 kl. 09:16:

Liebe Doreen, es ist nicht der Ärmel selbst gemeint, sondern die Stelle am Armausschnitt. Dort werden wie beim Rückenteil Maschen aufgenommen, dammit sich diese Naht nach aussen (Richtung Ärmel) verschiebt - siehe Foto.

Luis Berrios 21.01.2016 - 17:48:

En todos los patrones se pueden aser en algodon o agrilico si o no ?

DROPS Design 27.01.2016 kl. 09:10:

Hola Luis, si se puede.

Luis Berrios 21.01.2016 - 17:42:

Este padron se puede a ser con hilo de lana o agrilico si o no

Truus Driessen 03.10.2015 - 20:57:

Mijn man heeft een vergroeiing boven aan zijn rug. Ik zou daarom na de splitsing het achterpand wat langer willen maken zonder dat dat invloed heeft op de grootte van de armsgaten. Heeft u hier tips of een patroon voor?

DROPS Design 06.10.2015 kl. 17:21:

Hoi Truus. Je zou eventueel wat verkorte naalden kunnen breien over de middelste st voor het achterpand? Dat betekent dat je meer naalden hebt gebreid over de middelste st (je maakt in feite dus een verhoging) maar de hoogte aan de zijkanten (bij de armsgaten) verandert niet.

Mw. Aendekerk 24.09.2015 - 21:59:

De voorbies valt door de ribbelsteek korter uit dan hetzelfde stuk in tricotsteek. Hierdoor trekken de voorpanden en lijken ze korter bij de voorbies. Wat kan ik hier tegen doen? Kan daarnaast ook het antwoord op de vraag van Iris in het Nederlands gepost worden?

DROPS Design 25.09.2015 kl. 10:58:

Beste. Je kan met verkorte toeren het gedeelte in ribbelsteken wat langer breien dan de tricotsteken, dwz, je breit meer naalden over de ribbelsteken dan de tricotsteken. Zie deze video met verkorte toeren hier. Ik kan je helaas niet helpen met vertalen van onze Duitse opmerkingen en vragen.

Carol Isaac 18.05.2015 - 13:55:

Thank you Thank you. I was doing it correctly. Just needed reassurance. Carol.

Carol Isaac 17.05.2015 - 21:38:

I am at the back section and have separated for this piece - knitted the 1st row with a cast on edge st on each side and the K!,P1 for the 7 rib st.On next row from RS inc for sleeve as follows. Inc 1 st inside rib on each side. Do you do this increase after the edge st. and before the ribbing or after the ribbing and before the stockinette st. for the back piece. Help please. I am stuck. Need to finish this for my grandson. who is graduating from high school. Thanks in advance. Carol

DROPS Design 18.05.2015 kl. 10:21:

Dear Carol, inc for sleeves are done after the sts in rib at beg of row (from RS) and before the sts in rib at the end of row. Happy knitting!

Elaine 20.02.2015 - 11:26:

Hallo! Ich würde dieses Modell gerne nur mit einer Farbe bzw. einer Wollsorte stricken! z.B. Drops Alaska Uni, Wie viel gramm Wolle bzw. wie viel Laufmeter benötigt man dann? MFG Elaine

DROPS Design 21.02.2015 kl. 10:04:

Bei dieser Anleitung werden zwei Fäden der Garngruppe A verwendet. Sie können dies ersetzen, indem Sie dafür 1 Faden der Garngruppe C verwenden (2 Fäden A = 1 Faden C). Bei der Lauflänge orientieren Sie sich an Delight ODER Fabel, es wird also berechnet, wie viele Meter von einem der Garne benötigt werden, anhand Delight (= 175m pro 50g): Größe S-L: 1225m, Größe XL-XXXL: 1400m. Diese Menge müssen Sie auf die Lauflänge des Ersatzgarnes umrechnen, für Alaska (= 70m pro 50g): 18 Knäuel bzw. 20 Knäuel.

Laat een opmerking achter voor DROPS 135-9

Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!

Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.