DROPS / 52 / 29

DROPS 52-29 by DROPS Design

DROPS Trui met sneeuwkristallen en gekleurde randen van “Karisma Superwash”.

Dit model heeft nog geen naam. Heeft u misschien een goede voorstel?

Maat: 3/4 - 5/6 - 7/8 (9/10 - 11/12 - 13/14) jaar.
Maat in cm: 98/104 - 110/116 - 122/128 (134/140 - 146/152 - 158).
Materialen: DROPS Karisma Superwash van Garnstudio
300-300-350 (350-400-450) gr nr. 53, antraciet
100-100-100 (100-100-100) gr nr. 18, rood
50- 50-100 (100-100-100) gr nr. 01, naturel
50- 50- 50 ( 50- 50- 50) gr nr. 52, mosterdgeel
50- 50- 50 ( 50- 50- 50) gr nr. 47, donker olijfgroen

DROPS Rond- en sokkenbreinld 2,5mm en 3,5mm.

(Ga verder naar het patroon...)

Trefwoorden: bloem, scandinavisch, truien,
Garen type
Deals vanaf
2.40 EUR
2.05 EUR
vanaf 1.35 EUR

Tips & Hulp

Bedankt dat u voor DROPS Design kiest!

We doen ons best om ervoor te zorgen dat onze patronen makkelijk te volgen zijn.

Daarom heeft elk patroon een specifieke video met handleiding, welke u onderaan de pagina kunt vinden.

Tevens hebben we stap-voor-stap lessen om u te helpen met een aantal technieken die in het patronen gebruikt worden. U kunt ze hier vinden!

Steekverhouding: 22 st x 30 nld met breinld 3,5mm volgens het motief = 10 x 10 cm. Gebruik eventueel grotere of kleine naalden om de juiste steekverhouding te krijgen. Brei een proeflapje!

Boordsteek: * 1 r, 1 av *, herhaal steeds *-*.

Motief: zie de teltekening (1 teltekening = 1 herhaling). De teltekening geeft het patroon weer op de goede kant van het werk. Alle motieven worden in tricotst gebreid.

Rug- en voorpand: de trui wordt in het rond op de rondbreinld gebreid en bij het afwerken worden de armsgaten open geknipt. Zet met rondbreinld 2,5mm met antraciet 180-192-204 (216-228-240) st op en brei 4-4-4 (5-5-5) cm boordsteek. Plaats een merkdraad aan weerskanten – rug- en voorpand = 90-96-102 (108-114-120) st. Wissel naar rondbreinld 3,5mm en brei teltekening M.1. Begin bij het pijltje in de teltekening en brei de st van het voorpand. Begin weer bij het pijltje voor de st van het rugpand worden. Brei na teltekening M.1 door volgens M.2. Brei bij een hoogte van 23-27-30 (35-35-39) cm – d.w.z. na een volledige herhaling van het motief – de teltekening M.3. Meerder tegelijkertijd bij een hoogte van 25-28-29 (33-32-36) cm 4 st aan beide kanten voor de armsgaten (deze st worden bij het afwerken open geknipt, en maken dus geen deel uit van het motief). Brei na teltekening M.3 door volgens M.4. Kant tegelijkertijd bij een hoogte van 40-44-46 (51-51-55) cm de middelste 24-24-26 (26-28-28) st van het voorpand af voor de hals. De rest van het werk wordt heen en weer gebreid. Kant hierna af aan de halszijden in elke 2e nld: 1 x 3 st, 1 x 2 st en 1 x 1 st. Kant bij een hoogte van 42-46-49 (54-54-58) cm de middelste 32-32-34 (34-36-36) st van het rugpand af voor de hals. Kant hierna in de volgende nld 2 st af aan de halszijden. Kant na de teltekening M.4 de overige st af. Het werk heeft een totale hoogte van ca 44-48-51 (56-56-60) cm.

Mouwen: zet met sokkenbreinld 2,5mm met antraciet 40-42-44 (46-48-50) st op en brei 4-4-4 (5-5-5) cm boordsteek. Meerder tegelijkertijd 4-6-8 (6-8-6) st gelijkmatig verdeeld in de laatste nld = 44-48-52 (52-56-56) st. Wissel naar sokkenbreinld 3,5mm en brei volgens teltekening M.1 (zorg ervoor dat het midden van de teltekening op het midden van de mouw valt). Meerder tegelijkertijd na de boord in het midden van de ondermouw: 20-20-23 (25-25-25) x 2 st voor maat 3/4: afwisselend in de 2e en 3e nld. Voor maat 5/6: in elke 3e nld. Voor maat 7/8+9/10+11/12: afwisselend in de 3e en 4e nld en voor maat 13/14 jaar: in elke 4e nld = 84-88-98 (102-106-106) st. Brei na teltekening M.1 door volgens M.2 tot een hoogte van 23-27-31 (34-38-40) cm – d.w.z. na een volledige herhaling van het motief. Brei na de teltekening door volgens M.5. De mouw heeft nu een hoogte van ca 25-29-33 (36-40-42) cm. Brei vervolgens 2 cm averechte tricotst (av op de heeng nld en r op de terugg nld), dit stukje wordt later vast gezet over de afgeknipte rand van het armsgat, bij wijze van afwerking. Kant de st af.

Afwerken: rijg een draad door het midden van de gemeerderde st aan weerskanten. Maak vervolgens met de naaimachine 2 stiknaden naast de rijgdraden: 1e naad = ½ st naast de rijgdraad, 2e naad = ½ st van de 1e naad. Knip de armsgaten open tussen de naden. Sluit de schoudernaden. Neem met sokkenbreinld 2,5mm met antraciet ca 82-98 st op rondom de hals en brei 6 cm boordsteek. Vouw de boord naar binnen om en zet hem vast. Zet de mouwen in de trui als volgt (goede kanten op elkaar): naai afwisselend 1 steek in de laatste nld van tricotst voor het extra stukje op de mouw en vervolgens 1 steek in de trui net voor de naad. Leg aan de binnenkant van de trui het extra stukje van de mouw over de afgeknipte rand, en naai deze vast met mooie kleine steken, zodat dit stukje de afgeknipte rand bedekt.




SOKKEN:
Zie het patroon bij model nr. 52-10.

Telpatroon

= antraciet
= rood
= naturel
= mosterdgeel
= donker olijfgroen

Gerelateerde patronen

Heeft u hulp nodig? Hier zijn een paar instructievideo's die kunnen helpen!

Voor verdere hulp met een patroon, kunt u ook contact opnemen met het verkooppunt waar u het garen heeft gekocht. Heeft u DROPS garens gekocht, dan kunt u ook rekenen op vakkundige hulp en weet u dat de winkel kennis heeft van DROPS patronen.

De patronen worden zorgvuldig gecontroleerd, maar wij nemen een voorbehoud in acht voor eventuele fouten. De patronen zijn vertaald vanuit het Noors en u kunt ook altijd het originele patroon bekijken voor afmetingen en berekeningen.

Denkt u een fout te hebben gevonden in het patroon? Laat dan een opmerking of vraag achter in ons Opmerkingen gedeelte bovenaan het patroon. Ga naar het origineel patroon DROPS 52-29.