DROPS Alaska
DROPS Alaska
100% wol
vanaf 1.60 € /50g
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 16.00€ krijgen.

De garenkosten worden berekend op basis van het benodigde materiaal voor de kleinste maat en het goedkoopste producttype. Op zoek naar nog een scherpere prijs? Deze vindt u wellicht bij de DROPS Deals!

DROPS Super Sale
DROPS Children 7-5
Maat: 3/4-5/6-7/8 (9/10-11/12-13/14) jaar
Materialen: DROPS Alaska van Garnstudio,
500-550-550(550-600-650) gr nr. 37, grijsblauw

DROPS Rondbreinaald en sokkenbreinaald 3,5 mm en 5 mm – of de breinld, die u nodig heeft voor de juiste steekverhouding.

-------------------------------------------------------

Alternatief garen – Bekijk hier hoe u een ander garen kiest
Garengroep A tot F – Bekijk hier hoe u hetzelfde patroon gebruikt met een ander garen
Garenverbruik als u een alternatief garen kiest – Gebruik onze garenvervanger

-------------------------------------------------------

DROPS Alaska
DROPS Alaska
100% wol
vanaf 1.60 € /50g
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 16.00€ krijgen.

De garenkosten worden berekend op basis van het benodigde materiaal voor de kleinste maat en het goedkoopste producttype. Op zoek naar nog een scherpere prijs? Deze vindt u wellicht bij de DROPS Deals!

Instructies voor het patroon

Steekverhouding: 17 st x 22 nld met breinld 5 mm in tricotst = 10 x 10 cm.

Boordst: * 2 r, 2 av *. Herhaal steeds *-*.

Motief: Zie de teltekeningen (1 teltekening = 1 herhaling van het motief). De teltekening geeft het motief weer op de goede kant.

Motief Pand: M.1, 6-7-7½ (7½-8-8½) cm van M.2, M.1, 6-7-7,5 (7½-8-8½) cm van M.2, M.1, 6-7-7½ (7½-8-8½) cm van M.2, M.1, en kant af.

Panden: De panden wordt in het rond gebreid.
Zet 136-144-152 (168-176-184) st op met rondbreinld 3,5 mm en grijsblauw. Brei eerst 2 nld tricotst, en brei vervolgens 4-4-4 (5-5-5) cm Boordst. Wissel naar rondbreinld 5 mm en brei door in tricotst. Brei vanaf een hoogte van 17-17-20½ (22½-23-24½) cm het “Motief Pand” – lees de beschrijving hierboven. Let op de steekverhouding. Deel tegelijkertijd bij een hoogte van 29-31-34 (35-36-38) cm het werk in tweeën. Het voor- een achterpand wordt afzonderlijk verder gebreid.

Voorpand: = 68-72-76 (84-88-92) st. Brei door volgens het “Motief Pand”. Kant bij een hoogte van 41-44-49 (50-52-54) cm de middelste 24-24-26 (22-24-24) st af voor de hals. Kant daarbij af aan beide halszijden in elke 2e nld: 1 x 2 st en 1 x 1 st. Kant de resterende st af als het “Motief Pand” voltooid is.
Het werk heeft een totale hoogte van ca 45-48-53 (55-57-60) cm.

Achterpand: = 68-72-76 (84-88-92) st. Brei door volgens het “Motief Pand”. Kant bij een hoogte van 43-46-51 (53-55-58) cm de middelste 26-26-28 (24-26-26) st af voor de hals. Kant in de volgende nld nog 2 st af aan beide halszijden. Kant de resterende st af als het “Motief Pand” voltooid is.
Het werk heeft een totale hoogte van ca 45-48-53 (55-57-60) cm.

Mouwen: De mouwen worden in het rond op de sokkenbreinld gebreid.
Zet 30-32-32 (34-34-36) st op met sokkenbreinld 3,5 mm en grijsblauw. Verdeel de st over de 4 sokkenbreinaalden.
Brei 2 nld tricotst en brei vervolgens 4-4-5 (5-5-5) cm Boordst. Wissel naar sokkenbreinld 5 mm en brei door in tricotst. Meerder tegelijkertijd gelijkmatig 4-6-8 (6-8-6) st in de 1e nld tricotst = 34-38-40 (40-42-42) st.
Meerder daarbij na de Boordst in het midden van de ondermouw als volgt: 10-10-12 (14-15-16) x 2 st op maat 3/4 jaar: Afwisselend in elke 3e en 4e nld. En op maat 5/6+7/8+9/10+11/12+13/14 jaar: Afwisselend in elke 4e en 5e nld = 54-58-64 (68-72-74) st. Brei bij een hoogte van 15-18-21½ (24½-27-29½) cm volgens teltekening M.1. En brei na 6-7-7½ (7½-8-8½) cm van M.1 door volgens M.2. Kant tegelijkertijd bij een hoogte van 21½-24½-28½ (31½-34½-37½) cm af voor de mouwkop als volgt: Plaats eerst de 4 st van het midden van de ondermouw op 1 draad. Plaats vervolgens in elke 2e nld het volgende aantal st op de draad (van de weerskanten van de 4 st): 2 x 8 st. Zet vervolgens alle st terugg nld op de sokkenbreinld en brei volgens teltekening M.1. Kant alle st af na 1 herhaling van M.1 (in de hoogte).
De mouw heeft een totale hoogte van ca 26-30-34 (37-40-43) cm.

Afwerken: Sluit de schoudernaden. Neem met rondbreinld 3,5 mm (of sokkenbreinld, als de rondbreinld te lang is) ca 72-84 st op met grijsblauw rondom de hals. Brei 2 nld av, 4-4-5 (5-6-6) cm Boordst en 2 nld tricotst. Kant de st netjes af. Naai de mouwen in de trui.

Telpatroon

symbols = recht
symbols = averecht
diagram

Elk van onze patronen hebben specifieke instructievideo's om u te helpen.

Heeft u een vraag? Bekijk een lijst met vaak gestelde vragen (FAQ)

De stekenverhouding bepaalt de uiteindelijke afmetingen van uw werkstuk en wordt normaliter aangegeven in 10 x 10 cm. Het wordt als volgt aangegeven: het aantal steken in de breedte x het aantal naalden in de hoogte - dus: 19 steken x 26 naalden = 10 x 10 cm.

De stekenverhouding is heel erg individueel; sommige mensen breien/haken heel losjes, terwijl anderen vrij strak werken. De stekenverhouding past u aan met de naalddikte, wat de reden is waarom we slechts een suggestie voor de naalddikte geven! U moet deze aanpassen (naar boven of beneden) om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding overeenkomt met de stekenverhouding die aangegeven staat in het patroon. Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan zal het garenverbruik anders zijn, en zal uw werkstuk andere afmetingen krijgen dan het patroon aangeeft.

De stekenverhouding geeft tevens aan welk garen als vervanging kan dienen. U kunt verschillende garens met elkaar vervangen, zolang de stekenverhouding maar hetzelfde is.

Bekijk de DROPS les: Hoe u de stekenverhouding opmeet

Bekijk de DROPS video: Hoe u een proeflapje maakt

De benodigde hoeveelheid garen wordt aangegeven in grammen, dus bijvoorbeeld: 450 g. Om uit te rekenen hoeveel bollen u nodig heeft, moet u eerst weten hoeveel gram er in 1 bol gaat (25 g, 50 g, of 100 g). Deze informatie vindt u door op de individuele garenkwaliteit te klikken op onze site. Deel de hoeveelheid benodigde garen door de hoeveelheid per bol. Bijvoorbeeld, als de bollen 50 gram wegen (de meest gebruikelijke hoeveelheid), ziet de berekening er als volgt uit: 450 / 50 = 9 bollen.

Bij het kiezen van een ander garen is het belangrijk dat de stekenverhouding hetzelfde blijft. De afmetingen van het uiteindelijke werk zijn dan hetzelfde als aangegeven in de tekening bij het patroon. Het is makkelijker om dezelfde stekenverhouding te krijgen als u garen gebruikt uit dezelfde garengroep. Het is ook mogelijk om meerdere draden van een dunner garen te gebruiken om de stekenverhouding van een dikker garen te krijgen. Probeer onze garenvervanger. We raden u aan om altijd een proeflapje te maken.

LET OP: als u een ander garen neemt, kan het kledingstuk een andere 'look en feel' krijgen dan het kledingstuk op de foto, vanwege individuele eigenschappen en kwaliteiten van elk garen.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

Al onze garens zijn ondergebracht in garengroepen (van A tot F) volgens dikte en stekenverhouding – groep A bevat de dunste garens en groep F de dikste. Dit maakt het makkelijker voor u om alternatieve garens te vinden voor onze patronen, indien u graag ander garen wilt gebruiken. Alle garens binnen dezelfde groep hebben ongeveer eenzelfde stekenverhouding en kunnen elkaar vervangen. Het is wel zo dat verschillende garenkwaliteiten verschillende structuren en eigenschappen hebben, wat het uiteindelijke werkstuk een unieke 'look en feel' geeft.

Klik hier voor een overzicht van de garens in elke garengroep

Bovenaan al onze patronen vindt u een link naar onze garenvervanger, welke handig kan zijn als u een ander garen wilt gebruiken dan staat aangegeven in het patroon. Door het garen in te vullen dat u wilt vervangen, de hoeveelheid (in uw maat) en het aantal draden, stelt de vervanger geschikte alternatieven voor met dezelfde stekenverhouding. Daarnaast wordt aangegeven hoeveel u nodig heeft in de nieuwe kwaliteiten en of u met meerdere draden moet werken. De meeste bollen zijn 50 gram (sommige zijn 25 gram of 100 gram).

Als het patroon met meerdere kleuren wordt gebreid/gehaakt, moet elke kleur apart worden vervangen. Dit geldt ook als het patroon met verschillende draden van verschillende garens wordt gemaakt (bijvoorbeeld 1 draad Alpaca en 1 draad Kid-Silk) dan zult u voor elk individueel alternatieven moeten vinden.

Klik hier voor de garenvervanger

Omdat de verschillende garens verschillende kwaliteiten en verschillend texturen hebben, hebben we ervoor gekozen om het originele garen in het patroon te laten staan. Maar u kunt vrij makkelijk andere opties vinden tussen de beschikbare garenkwaliteiten door onze garenvervanger te gebruiken, of door een garen uit dezelfde garengroep uit te kiezen.

Het is mogelijk dat sommige verkooppunten nog bollen op voorraad hebben van garens die niet meer leverbaar zijn, of dat iemand thuis nog een paar bollen heeft liggen en hier een patroon bij zoekt.

Degarenvervanger laat alternatieve garens zien en de hoeveelheid die u nodig heeft in de nieuwe kwaliteit.

Als u het lastig vindt om te bepalen welke maat u moet maken, dan is het wellicht een goed idee om een bestaand kledingstuk dat goed zit, op te meten. Vervolgens kunt u de maat kiezen door de afmetingen te vergelijken met de afmetingen in de maattekening bij het patroon.

U kunt de maattekening onderaan het patroon vinden.

Bekijk DROPS les: Maattekeningen lezen

De naalddikte die aangegeven is in het patroon geldt slechts als een richtlijn, het is van belang dat de stekenverhouding klopt. En omdat de stekenverhouding per persoon nogal verschillend is, zult u de naalddikte aan moeten passen om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding hetzelfde is als in het patroon – misschien is het nodig dat u 1 of zelfs 2 naalddiktes naar beneden of naar boven moet om de juiste stekenverhouding te krijgen. Daarom raden we ook aan om een proeflapje te maken.

Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan kunnen de afmetingen van het werkstuk afwijken van de afmetingen volgens de tekening.

Bekijk de DROPS les: Hoe meet u de stekenverhouding

Bekijk de DROPS video: Hoe maakt u een proeflapje voor de stekenverhouding

Als u een kledingstuk van boven naar beneden breit, dan geeft dit meer flexibiliteit en mogelijkheden voor persoonlijke aanpassingen. Het is bijvoorbeeld makkelijker om het kledingstuk te passen terwijl u er mee bezig bent. U kunt ook makkelijker de lengte van de pas en de schouderkoppen aanpassen.

In de uitleg worden alle stappen zorgvuldig uitgelegd in de juiste volgorde. De telpatronen zijn aangepast aan de breirichting en worden zoals gebruikelijk gebreid.

Het telpatroon laat alle naalden en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt gelezen van onder naar boven, van rechts naar links. 1 vierkant = 1 steek.

Als u heen en weer breit, wordt elke andere naald aan de goede kant gebreid en elke andere naald wordt aan de verkeerde kant gebreid. Als u aan de verkeerde kant breit, moet u het telpatroon omgekeerd breien, dus van links naar rechts. rechte steken worden dan averecht gebreid en averechte steken recht, etc.

Als u in de rondte breit wordt elke naald aan de goede kant gebreid en het telpatroon wordt dan van rechts naar links gebreid op alle naalden.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees ik de teltekening bij de patronen?

Het telpatroon laat alle toeren en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt van onder naar boven gehaakt en van rechts naar links.

Als u heen en weer haakt, wordt elke andere toer aan de goede kant gehaakt: van rechts naar links en elke andere toer wordt aan de verkeerde kant gehaakt: vank links naar rechts.

Als u in de rondte haakt, wordt elke toer in het telpatroon aan de goede kant gehaakt, van rechts naar links.

Als u een cirkelvormig telpatroon haakt, dan begint u in het midden en haakt u naar buiten toe, tegen de klok in, toer na toer.

Meestal beginnen de toeren met een opgegeven aantal lossen (overeenkomend met de hoogte van de volgende steek), deze zijn of in het telpatroon opgenomen, of uitgelegd in het patroon.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees je telpatronen voor haken

Instructies om verschillende telpatronen achter elkaar op dezelfde naald/toer te breien/haken, worden meestal als volgt beschreven: “brei/haak A.1, A.2, A.3 in totaal 0-0-2-3-4 keer". Dit betekent dat u A.1 een keer breit/haakt, daarna wordt A.2 een keer gebreid/gehaakt, en A.3 wordt het aantal aangegeven keren (in de breedte) in uw maat gebreid/gehaakt – in dit geval als volgt: S = 0 keer, M = 0 keer, L=2 keer, XL= 3 keer en XXL = 4 keer.

De telpatronen worden zoals gebruikelijk gebreid/gehaakt: begin met de eerste naald/toer in A.1, brei/haak dan de volgende naald/toer in A.2 etc.

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor breien leest

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor haken leest

De totale breedte van het kledingstuk (van pols tot pols) is groter in de grotere maten, ondanks dat de eigenlijke mouwen korter zijn. De grotere maten hebben langere mouwkoppen en bredere schouders, dus er is een goede pasvorm in alle maten.

De tekening/ het schema met de afmetingen geeft informatie over de volledige lengte van het kledingstuk. Als het een trui of een vest betreft, dan wordt deze vanaf het hoogste punt op de schouder gemeten (meestal het dichtst bij de halslijn), en recht naar beneden tot de onderkant van het kledingstuk. Het wordt NIET gemeten vanaf de punt van de schouder. Op gelijke wijze wordt ook de lengte van de pas gemeten, vanaf het hoogste punt op de schouder en naar beneden tot waar de pas gesplitst wordt voor het lijf en de mouwen.

Op een vest worden de afmetingen nooit over de biezen genomen, tenzij anders aangegeven. Meet altijd binnen de biessteken als u de lengte opmeet.

Bekijk de DROPS les: Maattekeningen lezen

Telpatronen worden vaak herhaald in de breedte op de naald en/of in de hoogte. 1 herhaling van het telpatroon is hoe het te zien is in het telpatroon. Als er staat dat u 5 herhalingen van A.1 op de naald moet breien, dan breit u het patroon in totaal 5 keer achter/na elkaar op de naald. Als er staat dat u 2 herhalingen van A.1 in de hoogte moet breien, dan breit u het hele telpatroon (dus alle naalden van het telpatroon) een keer en begint u opnieuw onderaan bij het begin en breit u het telpatroon nog een keer.

Lossen zijn ietsje smaller dan andere steken en om te voorkomen dat de opzetrand te strak wordt, haken we eenvoudigweg meer lossen om mee te beginnen. Het aantal steken wordt in de volgende toer aangepast zodat het overeenkomt met het patroon en de afmetingen in de tekening.

De rand in ribbelsteek is elastischer en zal ietwat samentrekken vergeleken met bijvoorbeeld tricotsteek. Door te meerderen voor de rand in ribbelsteek, voorkomt u een zichtbaar verschil in breedte tussen de rand in ribbelsteek en de rest van het lijf.

Het gebeurt vrij makkelijk dat u te strak afkant, en door omslagen te maken tijdens het afkanten (terwijl u deze tegelijkertijd afkant) voorkomt u dat de afkantrand te strak wordt.

Bekijk de DROPS video: Hoe kant u af met omslagen

Om gelijkmatig te meerderen (of te minderen) kunt u meerderen op, bijvoorbeeld: afwisselend elke 3e en 4e naald, als volgt: brei 2 naalden en meerder op de 3e naald, brei 3 naalden en meerder op de 4e naald. Herhaal dit tot het meerderen klaar is.

Bekijk de DROPS les: Meerder of minder 1 st afwisselend

Als u liever in de rondte breit dan heen en weer, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen. U moet dan steken midden voor toevoegen (meestal 5 steken) en de instructies volgen. Als u normaal het werk keert en aan de verkeerde kant breit, breit u nu over de extra steken en gaat u verder in de rondte. Aan het einde knipt u het werk open. Neem steken op voor de biezen en werk de afgeknipte randen af.

Bekijk de DROPS video: Hoe breit u knipbiezen en openknippen

Als u liever heen en weer breit dan in de rondt, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen zodat u de panden apart van elkaar breit en aan het eind aan elkaar naait. Deel de steken voor het lijf in tweeën en voeg 1 kantsteek toe aan elke kant (voor het in elkaar naaien) en brei het voor- en achterpand apart van elkaar.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een patroon aanpassen van rondbreinaalden naar rechte naalden?

Herhalingen van het patroon kunnen een beetje anders zijn in de verschillende maten, om de juiste verhoudingen te krijgen. Als u niet dezelfde maat maakt als het kledingstuk op de foto, wijkt uw werkstuk wellicht ietsje af. Dit is met zorg ontwikkeld en aangepaste zodat het totale beeld van het kledingstuk hetzelfde is in alle maten.

Zorg ervoor dat u de instructies en de telpatronen voor uw maat volgt!

Als u een patroon heeft gevonden doe alleen beschikbaar is in damesmaten, dan hoeft het niet heel moeilijk te zijn om deze aan te passen naar een herenmaat. Het grootste verschil is de lengte van de mouwen en het lijf. Begin met breien in de damesmaat die overeenkomt met de borstwijdte. De lengte die erbij komt wordt namelijk gebreid voordat u begint met afkanten voor de armsgaten. Als het patroon van boven naar beneden wordt gebreid, kunt u lengte toevoegen vlak na de armsgaten of voor de eerste mindering op de mouw.

Wat betreft de extra hoeveelheid garen wat u nodig heeft: dit hangt heel erg af van hoeveel lengte u toevoegt, maar het is vaak meter dat u een bol te veel hebt dan te weinig.

Alle garens hebben vezels die uitsteken (door de productie) waardoor een kledingstuk gaat pluizen of pillen. Geborstelde garens (dus meer harige garens) hebben meer van deze losse, uitstekende vezels waardoor het eerder gaat pluizen of pillen.

Hoewel het niet mogelijk is om te garanderen dat geborsteld garen 100% pluisvrij is, is het wel mogelijk om dit drastisch af te laten nemen, door de volgende stappen te ondernemen:

1. Als het kledingstuk klaar is (voordat u het gaat wassen) schudt u het kledingstuk flink uit, zodat de losse haartjes eruit komen. LET OP: gebruik GEEN roller, borstel of andere methode, waardoor aan het kledingstuk getrokken wordt

2. Plaats het kledingstuk in een plastic zak en leg het in de vriezer - de temperatuur zorgt ervoor dat de vezels minder aan elkaar blijven zitten, en uitstekende vezels komen makkelijker los.

3. Laat een paar uur in de vriezer liggen, voordat u het eruit haalt en schudt het kledingstuk dan opnieuw uit.

4. Was het kledingstuk volgens de instructies op het garenlabel.

Pillen is een natuurlijk proces dat zelfs bij de meest exclusieve vezels voorkomt. Het is een natuurlijk teken van dragen dat lastig is te voorkomen en het meest zichtbaar is in gebieden waar de meeste wrijving optreedt, zoals bij de mouwen en de manchetten.

U kunt uw kledingstuk er als nieuw uit laten zien door het pillen te verwijderen met een pluizenkam of pillenverwijderaar.

Kunt u het antwoord op uw vraag nog steeds niet vinden? Scroll dan naar beneden en laat een vraag achter zodat een van onze experts kan proberen u te helpen. Dit wordt normaal tussen 5 tot 10 werkdagen gedaan..
In de tussentijd kunt u de vragen en antwoorden lezen die anderen bij dit patroon achter hebben gelaten of doe mee met de DROPS Workshop op Facebook om hulp te krijgen van mede breisters en haaksters!

Misschien vindt u deze ook leuk...

Laat een opmerking achter voor DROPS Children 7-5

Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!

Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.

Opmerkingen / Vragen (36)

country flag Cécile schreef:

Je ne comprends pas comment procéder pour le haut de la manche. ..comment utiliser le porte-maille? (2mailles de chaque côté, tricoter aller-retour, puis 8 mailles)

10.05.2024 - 15:36

DROPS Design antwoorde:

Bonjour Cécile, quand vous avez mis en attente 4 mailles sous la manche (= 2 mailles de chaque côté du milieu sous la manche), continuez en allers et retours et mettez en attente les 8 premières mailles au début des 4 rangs suivants (= 2 x 8 mailles + 1 x 2 mailles en attente de chaque côté). Bon tricot!

10.05.2024 - 16:38

country flag Ida schreef:

I am having trouble with these instructions….shape the sleeve cap as follows: put 2 sts on each side of the marker on a holder. Knit the sleeve cap back and forth on the needle placing sts at each edge on a holder every other row as follows: 8 sts 2 times. Then put all sts back on needle and knit Pattern 1.

03.04.2024 - 20:42

DROPS Design antwoorde:

Dear Ida, When you knit the upper part of the sleeve, you knit back and forth, and while doing that, at the beginning of each row, you put the number of stitches described on a stitch-holder (after you knitted them). Then you put all the stitches back to the circular needle, and continue with the pattern. I hope this helps. Happy Knitting!

03.04.2024 - 23:20

country flag Linda Mccoy schreef:

When sewing in the Sleeve s is it done from wrong side or right side?

16.01.2023 - 21:37

DROPS Design antwoorde:

Dear Mrs Mccoy, sleeves are generally sewn from right side - see this video. Happy assembly!

17.01.2023 - 10:12

country flag Linda Mccoy schreef:

Hello and Happy New year. This has got to be the worst pattern to follow. I have been reading patterns 50 yrs. I have never had a pattern that has stumped me like this one. I realise that this has been translated from another language. However maybe someone should rewrite it so people can understand what the pattern is saying. Thank you

04.01.2023 - 19:59

country flag Lisa Hertel schreef:

Does this cap take place under the arm? i cannot figure this out. I have knitted this portion of the pattern 3 times. the graphic does not show a cap for shoulder it looks straight across. again may i ask what is the purpose of this?

19.12.2022 - 15:43

DROPS Design antwoorde:

Dear Mrs Hertel, this portion is the sleeve cap, is you will work short rows (leaving first 2 sts 1 time then 8 sts 2 times unworked on each side of mid under sleeve, ie the first 2+8+8 sts from mid under sleeve and the last 2-8-8 sts towards mid under sleeve (the middle 36 sts under sleeve the sleeve are on a thread, 16 sts on each side of mid under sleeve) - chart is just standard and just don't show this sleeve cap. Hope it can help. Happy knitting!

19.12.2022 - 15:59

country flag Lisa Hertel schreef:

I followed the directions given to Mrs. Frew. The pattern was askew and the work was done under the arm. If it is a cap, shouldn't it be on the top near the shoulder? I am very confused

18.12.2022 - 19:16

DROPS Design antwoorde:

Dear Mrs Hertel, please let us know if the previous answer could help you or if you need more information.

19.12.2022 - 09:40

country flag Lisa Hertel schreef:

I have tried knitting the sleeve cap according to the directions. When that didn't work, I went to the comments section and saw someone else asked a similar question. I followed those directions which included short rows (although no where in the pattern does it say to use short rows). That didn't work either because the pattern was askew, I am writing to you for a better and in depth explanation of the sleeve cap. I have invest a lot of time and money and would hate to rip it out.

18.12.2022 - 18:09

DROPS Design antwoorde:

Dear Mrs Hertel, to shape the sleeve cap you will work: work the first 8 sts at the beg of the next row and slip them on a thread, work to the end of the row, turn, work the first 8 sts at the beg of the row and slip them on a thread, work to the end of the row. Repeat these 2 rows one more time (16 sts on the thread on each side + the 4 sts mid under sleeve), cut the yarn after the last row. Now put all stitches back on needle and work diagram M.1 over all stitches starting on middle under sleeve as before. Happy knitting!

19.12.2022 - 09:39

country flag Catherine schreef:

To shape the sleeve, do I put 2 stitches on either side of the marker on a holder, then follow pattern to the end of the row. Then on the next row, add 8 stitches to one of the holders with 2 stitches (making 10 stitches on that holder), then follow pattern to end of row. At the beginning of the next row add 8 stitches to the other holder, making 10 stitches on that holder and knit to the end of the row. Then add back all held stitches, knit M1 then cast off?

10.09.2022 - 19:32

DROPS Design antwoorde:

Dear Catherine, work the stitches before slipping them on the thread, ie work 2 sts at the beg of the round and slip them on a thread, work to the end of the round, turn, work the first 2 sts and slip them on a thread, continue the row to the end, turn, work the first 8 sts and slip them on a thread, finish row, turn work the first 8 sts and slip them on a thread and repeat these 2 rows one more time (= there are 2+8+8 sts on a thread on each side of the middle of sleeve =34 sts in total on the thread) then work all stitches again. Happy knitting!

12.09.2022 - 09:52

country flag Catherine Frew schreef:

Thank you.for your last reply. I am following your guidance. I am knitting size 3-4 years. Over 68 stitches on row 2 of the pattern (wrong side) k2, P2 (knitting for purl and purling for knit) ends with two purls, which are knits on the right side, meaning that I am not purling into purls on Row 3 of the pattern (right side) as I should be. Can you advise how I should proceed?

28.06.2022 - 18:42

DROPS Design antwoorde:

Dear Mrs Frew, the pattern will not be symmetrical here, your number of sts is divisible by 4, if you start with K2, P2 ending with P2 from WS, work now from WS starting either with P2 (if you have to work now like a row 3) or K2 (if you have now to work a row like a row 2). Happy knitting!

29.06.2022 - 09:04

country flag Catherine Frew schreef:

Hello. I have started the sweater and will shortly need to divide front and back and continue knitting the front on the flat. Will pattern 2 be the same when I'm working on the flat? I understand that stockinette and reverse stockinette will be different from working in the round, but wanted to check about Pattern 2. Also, do I measure from the top of the rib for the length before dividing? I wish there was a video for dividing front and back when working in the round. Thanks. Catherine

25.06.2022 - 17:05

DROPS Design antwoorde:

Dear Catherine, yes, M.2 is worked differently than in the round. The symbol for K is knitted in a row on the RS and purled in a row on the WS. The symbol for P is purled in a row on the RS and knitted in a row on the WS. To measure when to divide, you measure from the cast on edge. To divide for the front and back, split the stitches in half and mark the sides with marker stitches. Leave one half in an extra needle or thread and work the other half up to their final measurement. Then slip the half that was left in the thread back to the needles and work it. Happy knitting!

26.06.2022 - 13:35