DROPS / 220 / 12

Cosy Rosy Cardigan by DROPS Design

------------------------------------------------------- UITLEG VOOR HET PATROON: ------------------------------------------------------- TIP VOOR HET MEERDEREN (verdeeld): Om uit te rekenen hoe u verdeeld meerdert, neem het totaal aantal steken op de naald (dus 52 steken) en deel deze door het aantal te maken meerderingen (dus 6) = 8.7. In dit voorbeeld meerdert u door 1 omslag te maken na ongeveer elke 9e steek. Brei op de volgende naald de omslagen gedraaid recht om gaatjes te voorkomen. RAGLAN: Meerder 1 steek aan elke kant van de 4 steken met de markeerdraden – in elke overgang tussen het voor-/achterpand en de mouwen (= 8 steken gemeerderd). Meerder 1 steek door 1 omslag te maken. Brei op de volgende naald de omslagen gedraaid recht om gaatjes te voorkomen. Brei dan de nieuwe steken in tricotsteek. TIP VOOR HET AFKANTEN: Om te voorkomen dat de afkantrand te strak wordt kunt u afkanten met een naald in een grotere maat. Als de rand nog steeds strak is, maak dan 1 omslag na ongeveer elke 6e steek terwijl u tegelijkertijd afkant; de omslagen worden als normale steken afgekant. ------------------------------------------------------- BEGIN HET WERK HIER: ------------------------------------------------------- TRUI – KORTE SAMENVATTING VAN HET WERK: De hals en de pas worden in de rondte gebreid met de rondbreinaald, vanaf midden achter en van boven naar beneden. De pas wordt verdeeld voor het lijf en de mouwen en het lijf wordt verder in de rondte gebreid met de rondbreinaald. De mouwen worden in de rondte gebreid met breinaalden zonder knop/korte rondbreinaald, van boven naar beneden. HALS: Zet 52-54-58-60-62-64 steken op met korte rondbreinaald 7 mm en 1 draad van elke kleur (= 2 draden). Brei 1 naald recht, brei dan 4 cm boordsteek in de rondte (1 recht, 1 averecht). Als de boordsteek klaar is, brei dan 1 naald recht terwijl u 6-8-8-10-16-18 steken verdeeld meerdert – lees TIP VOOR HET MEERDEREN = 58-62-66-70-78-82 steken. Ga verder met rondbreinaald 8 mm. Voeg 1 markeerdraad in op het begin van de naald (= midden achter); de pas wordt vanaf deze markeerdraad gemeten! PAS: Voeg 4 markeerdraden in zoals beschreven hieronder zonder de steken te breien, elke markeerdraad wordt ingevoegd in een steek en worden gebruikt voor het meerderen voor de raglan; ze moeten een andere kleur hebben dan de markeerdraad op de hals. Tel 11-12-12-13-14-15 steken (= ½ achterpand), voeg 1 markeerdraad in, in de volgende steek, tel 6-6-8-8-10-10 steken (= mouw), voeg 1 markeerdraad in, in de volgende steek, tel 21-23-23-25-27-29 steken (= voorpand), voeg 1 markeerdraad in, in de volgende steek, tel 6-6-8-8-10-10 steken (= mouw) en voeg 1 markeerdraad in, in de volgende steek. Er zijn 10-11-11-12-13-14 steken over na de laatste markeerdraad (½ achterpand). Brei in tricotsteek in de rondte. Meerder TEGELIJKERTIJD, op de eerste naald voor de raglan – lees beschrijving hierboven (= 8 steken gemeerderd). Meerder zo iedere 2e naald in totaal 12-13-15-16-17-19 keer. DENK OM DE STEKENVERHOUDING! Na de laatste meerdering zijn er 154-166-186-198-214-234 steken op de naald. Ga verder met tricotsteek zonder verdere meerderingen tot het werk 19-21-22-24-25-27 cm meet vanaf de markeerdraad op de hals. Verdeel nu het werk voor het lijf en de mouwen op de volgende naald als volgt: Brei 25-27-29-31-34-38 steken (= ½ achterpand), plaats de volgende 28-30-36-38-40-42 steken op 1 hulpdraad voor de mouw, zet 6-6-6-8-8-8 nieuwe steken op de naald (= in de zijkant onder de mouw), brei 49-53-57-61-67-75 steken (= voorpand), plaats de volgende 28-30-36-38-40-42 steken op 1 hulpdraad voor de mouw, zet 6-6-6-8-8-8 nieuwe steken op de naald (= in de zijkant onder de mouw) en brei de laatste 24-26-28-30-33-37 steken (= ½ achterpand). Het lijf en de mouwen worden apart verder gebreid. HET WERK WORDT NU VANAF HIER GEMETEN! LIJF: = 110-118-126-138-150-166 steken. Ga verder met tricotsteek in de rondte tot het werk 28 cm meet vanaf de scheiding. Er is ongeveer 4 cm over tot de gewenste lengte; u kunt de trui passen en tot de gewenste lengte breien. Ga verder met rondbreinaald 7 mm. Brei 4 cm boordsteek (1 recht, 1 averecht). Kant af met recht boven recht en averecht boven averecht - lees TIP VOOR HET AFKANTEN! De trui meet ongeveer 54-56-58-60-62-64 cm vanaf de schouder naar beneden. MOUW: Plaats de 28-30-36-38-40-42 steken van de hulpdraad aan de ene kant van het werk op breinaalden zonder knop/korte rondbreinaald 8 mm en neem 1 steek op in elk van de 6-6-6-8-8-8 opgezette steken onder de mouw = 34-36-42-46-48-50 steken. Brei in tricotsteek in de rondte tot de mouw 24-22-23-21-21-19 cm meet. Ga verder met korte rondbreinaald/breinaalden zonder knop maat 7 mm en brei 4 cm boordsteek (1 recht, 1 averecht). Kant af met recht boven recht en averecht boven averecht. De mouw meet 28-26-27-25-25-23 cm vanaf de scheiding. Brei de andere mouw op dezelfde manier.

  • Cosy Rosy Cardigan / DROPS 220-12 - -------------------------------------------------------

UITLEG VOOR HET PATROON:

-------------------------------------------------------

TIP VOOR HET MEERDEREN (verdeeld):
Om uit te rekenen hoe u verdeeld meerdert, neem het totaal aantal steken op de naald (dus 52 steken) en deel deze door het aantal te maken meerderingen (dus 6) = 8.7. 
In dit voorbeeld meerdert u door 1 omslag te maken na ongeveer elke 9e steek. Brei op de volgende naald de omslagen gedraaid recht om gaatjes te voorkomen.


RAGLAN:
Meerder 1 steek aan elke kant van de 4 steken met de markeerdraden – in elke overgang tussen het voor-/achterpand en de mouwen (= 8 steken gemeerderd). Meerder 1 steek door 1 omslag te maken. Brei op de volgende naald de omslagen gedraaid recht om gaatjes te voorkomen. Brei dan de nieuwe steken in tricotsteek. 

TIP VOOR HET AFKANTEN:
Om te voorkomen dat de afkantrand te strak wordt kunt u afkanten met een naald in een grotere maat. Als de rand nog steeds strak is, maak dan 1 omslag na ongeveer elke 6e steek terwijl u tegelijkertijd afkant; de omslagen worden als normale steken afgekant.

-------------------------------------------------------

BEGIN HET WERK HIER:

-------------------------------------------------------

TRUI – KORTE SAMENVATTING VAN HET WERK:
De hals en de pas worden in de rondte gebreid met de rondbreinaald, vanaf midden achter en van boven naar beneden. De pas wordt verdeeld voor het lijf en de mouwen en het lijf wordt verder in de rondte gebreid met de rondbreinaald. De mouwen worden in de rondte gebreid met breinaalden zonder knop/korte rondbreinaald, van boven naar beneden.

HALS:
Zet 52-54-58-60-62-64 steken op met korte rondbreinaald 7 mm en 1 draad van elke kleur (= 2 draden). Brei 1 naald recht, brei dan 4 cm boordsteek in de rondte (1 recht, 1 averecht). Als de boordsteek klaar is, brei dan 1 naald recht terwijl u 6-8-8-10-16-18 steken verdeeld meerdert – lees TIP VOOR HET MEERDEREN = 58-62-66-70-78-82 steken.
Ga verder met rondbreinaald 8 mm. Voeg 1 markeerdraad in op het begin van de naald (= midden achter); de pas wordt vanaf deze markeerdraad gemeten!

PAS:
Voeg 4 markeerdraden in zoals beschreven hieronder zonder de steken te breien, elke markeerdraad wordt ingevoegd in een steek en worden gebruikt voor het meerderen voor de raglan; ze moeten een andere kleur hebben dan de markeerdraad op de hals. 
Tel 11-12-12-13-14-15 steken (= ½ achterpand), voeg 1 markeerdraad in, in de volgende steek, tel 6-6-8-8-10-10 steken (= mouw), voeg 1 markeerdraad in, in de volgende steek, tel 21-23-23-25-27-29 steken (= voorpand), voeg 1 markeerdraad in, in de volgende steek, tel 6-6-8-8-10-10 steken (= mouw) en voeg 1 markeerdraad in, in de volgende steek. Er zijn 10-11-11-12-13-14 steken over na de laatste markeerdraad (½ achterpand).
Brei in tricotsteek in de rondte. Meerder TEGELIJKERTIJD, op de eerste naald voor de raglan – lees beschrijving hierboven (= 8 steken gemeerderd). Meerder zo iedere 2e naald in totaal 12-13-15-16-17-19 keer. DENK OM DE STEKENVERHOUDING!
Na de laatste meerdering zijn er 154-166-186-198-214-234 steken op de naald. Ga verder met tricotsteek zonder verdere meerderingen tot het werk 19-21-22-24-25-27 cm meet vanaf de markeerdraad op de hals.
Verdeel nu het werk voor het lijf en de mouwen op de volgende naald als volgt: Brei 25-27-29-31-34-38 steken (= ½ achterpand), plaats de volgende 28-30-36-38-40-42 steken op 1 hulpdraad voor de mouw, zet 6-6-6-8-8-8 nieuwe steken op de naald (= in de zijkant onder de mouw), brei 49-53-57-61-67-75 steken (= voorpand), plaats de volgende 28-30-36-38-40-42 steken op 1 hulpdraad voor de mouw, zet 6-6-6-8-8-8 nieuwe steken op de naald (= in de zijkant onder de mouw) en brei de laatste 24-26-28-30-33-37 steken (= ½ achterpand).
Het lijf en de mouwen worden apart verder gebreid. HET WERK WORDT NU VANAF HIER GEMETEN!

LIJF:
= 110-118-126-138-150-166 steken. Ga verder met tricotsteek in de rondte tot het werk 28 cm meet vanaf de scheiding. Er is ongeveer 4 cm over tot de gewenste lengte; u kunt de trui passen en tot de gewenste lengte breien.
Ga verder met rondbreinaald 7 mm. Brei 4 cm boordsteek (1 recht, 1 averecht). Kant af met recht boven recht en averecht boven averecht - lees TIP VOOR HET AFKANTEN! De trui meet ongeveer 54-56-58-60-62-64 cm vanaf de schouder naar beneden.

MOUW:
Plaats de 28-30-36-38-40-42 steken van de hulpdraad aan de ene kant van het werk op breinaalden zonder knop/korte rondbreinaald 8 mm en neem 1 steek op in elk van de 6-6-6-8-8-8 opgezette steken onder de mouw = 34-36-42-46-48-50 steken. 
Brei in tricotsteek in de rondte tot de mouw 24-22-23-21-21-19 cm meet. Ga verder met korte rondbreinaald/breinaalden zonder knop maat 7 mm en brei 4 cm boordsteek (1 recht, 1 averecht). Kant af met recht boven recht en averecht boven averecht. De mouw meet 28-26-27-25-25-23 cm vanaf de scheiding. Brei de andere mouw op dezelfde manier.
  • Cosy Rosy Cardigan / DROPS 220-12 - -------------------------------------------------------

UITLEG VOOR HET PATROON:

-------------------------------------------------------

TIP VOOR HET MEERDEREN (verdeeld):
Om uit te rekenen hoe u verdeeld meerdert, neem het totaal aantal steken op de naald (dus 52 steken) en deel deze door het aantal te maken meerderingen (dus 6) = 8.7. 
In dit voorbeeld meerdert u door 1 omslag te maken na ongeveer elke 9e steek. Brei op de volgende naald de omslagen gedraaid recht om gaatjes te voorkomen.


RAGLAN:
Meerder 1 steek aan elke kant van de 4 steken met de markeerdraden – in elke overgang tussen het voor-/achterpand en de mouwen (= 8 steken gemeerderd). Meerder 1 steek door 1 omslag te maken. Brei op de volgende naald de omslagen gedraaid recht om gaatjes te voorkomen. Brei dan de nieuwe steken in tricotsteek. 

TIP VOOR HET AFKANTEN:
Om te voorkomen dat de afkantrand te strak wordt kunt u afkanten met een naald in een grotere maat. Als de rand nog steeds strak is, maak dan 1 omslag na ongeveer elke 6e steek terwijl u tegelijkertijd afkant; de omslagen worden als normale steken afgekant.

-------------------------------------------------------

BEGIN HET WERK HIER:

-------------------------------------------------------

TRUI – KORTE SAMENVATTING VAN HET WERK:
De hals en de pas worden in de rondte gebreid met de rondbreinaald, vanaf midden achter en van boven naar beneden. De pas wordt verdeeld voor het lijf en de mouwen en het lijf wordt verder in de rondte gebreid met de rondbreinaald. De mouwen worden in de rondte gebreid met breinaalden zonder knop/korte rondbreinaald, van boven naar beneden.

HALS:
Zet 52-54-58-60-62-64 steken op met korte rondbreinaald 7 mm en 1 draad van elke kleur (= 2 draden). Brei 1 naald recht, brei dan 4 cm boordsteek in de rondte (1 recht, 1 averecht). Als de boordsteek klaar is, brei dan 1 naald recht terwijl u 6-8-8-10-16-18 steken verdeeld meerdert – lees TIP VOOR HET MEERDEREN = 58-62-66-70-78-82 steken.
Ga verder met rondbreinaald 8 mm. Voeg 1 markeerdraad in op het begin van de naald (= midden achter); de pas wordt vanaf deze markeerdraad gemeten!

PAS:
Voeg 4 markeerdraden in zoals beschreven hieronder zonder de steken te breien, elke markeerdraad wordt ingevoegd in een steek en worden gebruikt voor het meerderen voor de raglan; ze moeten een andere kleur hebben dan de markeerdraad op de hals. 
Tel 11-12-12-13-14-15 steken (= ½ achterpand), voeg 1 markeerdraad in, in de volgende steek, tel 6-6-8-8-10-10 steken (= mouw), voeg 1 markeerdraad in, in de volgende steek, tel 21-23-23-25-27-29 steken (= voorpand), voeg 1 markeerdraad in, in de volgende steek, tel 6-6-8-8-10-10 steken (= mouw) en voeg 1 markeerdraad in, in de volgende steek. Er zijn 10-11-11-12-13-14 steken over na de laatste markeerdraad (½ achterpand).
Brei in tricotsteek in de rondte. Meerder TEGELIJKERTIJD, op de eerste naald voor de raglan – lees beschrijving hierboven (= 8 steken gemeerderd). Meerder zo iedere 2e naald in totaal 12-13-15-16-17-19 keer. DENK OM DE STEKENVERHOUDING!
Na de laatste meerdering zijn er 154-166-186-198-214-234 steken op de naald. Ga verder met tricotsteek zonder verdere meerderingen tot het werk 19-21-22-24-25-27 cm meet vanaf de markeerdraad op de hals.
Verdeel nu het werk voor het lijf en de mouwen op de volgende naald als volgt: Brei 25-27-29-31-34-38 steken (= ½ achterpand), plaats de volgende 28-30-36-38-40-42 steken op 1 hulpdraad voor de mouw, zet 6-6-6-8-8-8 nieuwe steken op de naald (= in de zijkant onder de mouw), brei 49-53-57-61-67-75 steken (= voorpand), plaats de volgende 28-30-36-38-40-42 steken op 1 hulpdraad voor de mouw, zet 6-6-6-8-8-8 nieuwe steken op de naald (= in de zijkant onder de mouw) en brei de laatste 24-26-28-30-33-37 steken (= ½ achterpand).
Het lijf en de mouwen worden apart verder gebreid. HET WERK WORDT NU VANAF HIER GEMETEN!

LIJF:
= 110-118-126-138-150-166 steken. Ga verder met tricotsteek in de rondte tot het werk 28 cm meet vanaf de scheiding. Er is ongeveer 4 cm over tot de gewenste lengte; u kunt de trui passen en tot de gewenste lengte breien.
Ga verder met rondbreinaald 7 mm. Brei 4 cm boordsteek (1 recht, 1 averecht). Kant af met recht boven recht en averecht boven averecht - lees TIP VOOR HET AFKANTEN! De trui meet ongeveer 54-56-58-60-62-64 cm vanaf de schouder naar beneden.

MOUW:
Plaats de 28-30-36-38-40-42 steken van de hulpdraad aan de ene kant van het werk op breinaalden zonder knop/korte rondbreinaald 8 mm en neem 1 steek op in elk van de 6-6-6-8-8-8 opgezette steken onder de mouw = 34-36-42-46-48-50 steken. 
Brei in tricotsteek in de rondte tot de mouw 24-22-23-21-21-19 cm meet. Ga verder met korte rondbreinaald/breinaalden zonder knop maat 7 mm en brei 4 cm boordsteek (1 recht, 1 averecht). Kant af met recht boven recht en averecht boven averecht. De mouw meet 28-26-27-25-25-23 cm vanaf de scheiding. Brei de andere mouw op dezelfde manier.
  • Cosy Rosy Cardigan / DROPS 220-12 - -------------------------------------------------------

UITLEG VOOR HET PATROON:

-------------------------------------------------------

TIP VOOR HET MEERDEREN (verdeeld):
Om uit te rekenen hoe u verdeeld meerdert, neem het totaal aantal steken op de naald (dus 52 steken) en deel deze door het aantal te maken meerderingen (dus 6) = 8.7. 
In dit voorbeeld meerdert u door 1 omslag te maken na ongeveer elke 9e steek. Brei op de volgende naald de omslagen gedraaid recht om gaatjes te voorkomen.


RAGLAN:
Meerder 1 steek aan elke kant van de 4 steken met de markeerdraden – in elke overgang tussen het voor-/achterpand en de mouwen (= 8 steken gemeerderd). Meerder 1 steek door 1 omslag te maken. Brei op de volgende naald de omslagen gedraaid recht om gaatjes te voorkomen. Brei dan de nieuwe steken in tricotsteek. 

TIP VOOR HET AFKANTEN:
Om te voorkomen dat de afkantrand te strak wordt kunt u afkanten met een naald in een grotere maat. Als de rand nog steeds strak is, maak dan 1 omslag na ongeveer elke 6e steek terwijl u tegelijkertijd afkant; de omslagen worden als normale steken afgekant.

-------------------------------------------------------

BEGIN HET WERK HIER:

-------------------------------------------------------

TRUI – KORTE SAMENVATTING VAN HET WERK:
De hals en de pas worden in de rondte gebreid met de rondbreinaald, vanaf midden achter en van boven naar beneden. De pas wordt verdeeld voor het lijf en de mouwen en het lijf wordt verder in de rondte gebreid met de rondbreinaald. De mouwen worden in de rondte gebreid met breinaalden zonder knop/korte rondbreinaald, van boven naar beneden.

HALS:
Zet 52-54-58-60-62-64 steken op met korte rondbreinaald 7 mm en 1 draad van elke kleur (= 2 draden). Brei 1 naald recht, brei dan 4 cm boordsteek in de rondte (1 recht, 1 averecht). Als de boordsteek klaar is, brei dan 1 naald recht terwijl u 6-8-8-10-16-18 steken verdeeld meerdert – lees TIP VOOR HET MEERDEREN = 58-62-66-70-78-82 steken.
Ga verder met rondbreinaald 8 mm. Voeg 1 markeerdraad in op het begin van de naald (= midden achter); de pas wordt vanaf deze markeerdraad gemeten!

PAS:
Voeg 4 markeerdraden in zoals beschreven hieronder zonder de steken te breien, elke markeerdraad wordt ingevoegd in een steek en worden gebruikt voor het meerderen voor de raglan; ze moeten een andere kleur hebben dan de markeerdraad op de hals. 
Tel 11-12-12-13-14-15 steken (= ½ achterpand), voeg 1 markeerdraad in, in de volgende steek, tel 6-6-8-8-10-10 steken (= mouw), voeg 1 markeerdraad in, in de volgende steek, tel 21-23-23-25-27-29 steken (= voorpand), voeg 1 markeerdraad in, in de volgende steek, tel 6-6-8-8-10-10 steken (= mouw) en voeg 1 markeerdraad in, in de volgende steek. Er zijn 10-11-11-12-13-14 steken over na de laatste markeerdraad (½ achterpand).
Brei in tricotsteek in de rondte. Meerder TEGELIJKERTIJD, op de eerste naald voor de raglan – lees beschrijving hierboven (= 8 steken gemeerderd). Meerder zo iedere 2e naald in totaal 12-13-15-16-17-19 keer. DENK OM DE STEKENVERHOUDING!
Na de laatste meerdering zijn er 154-166-186-198-214-234 steken op de naald. Ga verder met tricotsteek zonder verdere meerderingen tot het werk 19-21-22-24-25-27 cm meet vanaf de markeerdraad op de hals.
Verdeel nu het werk voor het lijf en de mouwen op de volgende naald als volgt: Brei 25-27-29-31-34-38 steken (= ½ achterpand), plaats de volgende 28-30-36-38-40-42 steken op 1 hulpdraad voor de mouw, zet 6-6-6-8-8-8 nieuwe steken op de naald (= in de zijkant onder de mouw), brei 49-53-57-61-67-75 steken (= voorpand), plaats de volgende 28-30-36-38-40-42 steken op 1 hulpdraad voor de mouw, zet 6-6-6-8-8-8 nieuwe steken op de naald (= in de zijkant onder de mouw) en brei de laatste 24-26-28-30-33-37 steken (= ½ achterpand).
Het lijf en de mouwen worden apart verder gebreid. HET WERK WORDT NU VANAF HIER GEMETEN!

LIJF:
= 110-118-126-138-150-166 steken. Ga verder met tricotsteek in de rondte tot het werk 28 cm meet vanaf de scheiding. Er is ongeveer 4 cm over tot de gewenste lengte; u kunt de trui passen en tot de gewenste lengte breien.
Ga verder met rondbreinaald 7 mm. Brei 4 cm boordsteek (1 recht, 1 averecht). Kant af met recht boven recht en averecht boven averecht - lees TIP VOOR HET AFKANTEN! De trui meet ongeveer 54-56-58-60-62-64 cm vanaf de schouder naar beneden.

MOUW:
Plaats de 28-30-36-38-40-42 steken van de hulpdraad aan de ene kant van het werk op breinaalden zonder knop/korte rondbreinaald 8 mm en neem 1 steek op in elk van de 6-6-6-8-8-8 opgezette steken onder de mouw = 34-36-42-46-48-50 steken. 
Brei in tricotsteek in de rondte tot de mouw 24-22-23-21-21-19 cm meet. Ga verder met korte rondbreinaald/breinaalden zonder knop maat 7 mm en brei 4 cm boordsteek (1 recht, 1 averecht). Kant af met recht boven recht en averecht boven averecht. De mouw meet 28-26-27-25-25-23 cm vanaf de scheiding. Brei de andere mouw op dezelfde manier.
  • Cosy Rosy Cardigan / DROPS 220-12 - -------------------------------------------------------

UITLEG VOOR HET PATROON:

-------------------------------------------------------

TIP VOOR HET MEERDEREN (verdeeld):
Om uit te rekenen hoe u verdeeld meerdert, neem het totaal aantal steken op de naald (dus 52 steken) en deel deze door het aantal te maken meerderingen (dus 6) = 8.7. 
In dit voorbeeld meerdert u door 1 omslag te maken na ongeveer elke 9e steek. Brei op de volgende naald de omslagen gedraaid recht om gaatjes te voorkomen.


RAGLAN:
Meerder 1 steek aan elke kant van de 4 steken met de markeerdraden – in elke overgang tussen het voor-/achterpand en de mouwen (= 8 steken gemeerderd). Meerder 1 steek door 1 omslag te maken. Brei op de volgende naald de omslagen gedraaid recht om gaatjes te voorkomen. Brei dan de nieuwe steken in tricotsteek. 

TIP VOOR HET AFKANTEN:
Om te voorkomen dat de afkantrand te strak wordt kunt u afkanten met een naald in een grotere maat. Als de rand nog steeds strak is, maak dan 1 omslag na ongeveer elke 6e steek terwijl u tegelijkertijd afkant; de omslagen worden als normale steken afgekant.

-------------------------------------------------------

BEGIN HET WERK HIER:

-------------------------------------------------------

TRUI – KORTE SAMENVATTING VAN HET WERK:
De hals en de pas worden in de rondte gebreid met de rondbreinaald, vanaf midden achter en van boven naar beneden. De pas wordt verdeeld voor het lijf en de mouwen en het lijf wordt verder in de rondte gebreid met de rondbreinaald. De mouwen worden in de rondte gebreid met breinaalden zonder knop/korte rondbreinaald, van boven naar beneden.

HALS:
Zet 52-54-58-60-62-64 steken op met korte rondbreinaald 7 mm en 1 draad van elke kleur (= 2 draden). Brei 1 naald recht, brei dan 4 cm boordsteek in de rondte (1 recht, 1 averecht). Als de boordsteek klaar is, brei dan 1 naald recht terwijl u 6-8-8-10-16-18 steken verdeeld meerdert – lees TIP VOOR HET MEERDEREN = 58-62-66-70-78-82 steken.
Ga verder met rondbreinaald 8 mm. Voeg 1 markeerdraad in op het begin van de naald (= midden achter); de pas wordt vanaf deze markeerdraad gemeten!

PAS:
Voeg 4 markeerdraden in zoals beschreven hieronder zonder de steken te breien, elke markeerdraad wordt ingevoegd in een steek en worden gebruikt voor het meerderen voor de raglan; ze moeten een andere kleur hebben dan de markeerdraad op de hals. 
Tel 11-12-12-13-14-15 steken (= ½ achterpand), voeg 1 markeerdraad in, in de volgende steek, tel 6-6-8-8-10-10 steken (= mouw), voeg 1 markeerdraad in, in de volgende steek, tel 21-23-23-25-27-29 steken (= voorpand), voeg 1 markeerdraad in, in de volgende steek, tel 6-6-8-8-10-10 steken (= mouw) en voeg 1 markeerdraad in, in de volgende steek. Er zijn 10-11-11-12-13-14 steken over na de laatste markeerdraad (½ achterpand).
Brei in tricotsteek in de rondte. Meerder TEGELIJKERTIJD, op de eerste naald voor de raglan – lees beschrijving hierboven (= 8 steken gemeerderd). Meerder zo iedere 2e naald in totaal 12-13-15-16-17-19 keer. DENK OM DE STEKENVERHOUDING!
Na de laatste meerdering zijn er 154-166-186-198-214-234 steken op de naald. Ga verder met tricotsteek zonder verdere meerderingen tot het werk 19-21-22-24-25-27 cm meet vanaf de markeerdraad op de hals.
Verdeel nu het werk voor het lijf en de mouwen op de volgende naald als volgt: Brei 25-27-29-31-34-38 steken (= ½ achterpand), plaats de volgende 28-30-36-38-40-42 steken op 1 hulpdraad voor de mouw, zet 6-6-6-8-8-8 nieuwe steken op de naald (= in de zijkant onder de mouw), brei 49-53-57-61-67-75 steken (= voorpand), plaats de volgende 28-30-36-38-40-42 steken op 1 hulpdraad voor de mouw, zet 6-6-6-8-8-8 nieuwe steken op de naald (= in de zijkant onder de mouw) en brei de laatste 24-26-28-30-33-37 steken (= ½ achterpand).
Het lijf en de mouwen worden apart verder gebreid. HET WERK WORDT NU VANAF HIER GEMETEN!

LIJF:
= 110-118-126-138-150-166 steken. Ga verder met tricotsteek in de rondte tot het werk 28 cm meet vanaf de scheiding. Er is ongeveer 4 cm over tot de gewenste lengte; u kunt de trui passen en tot de gewenste lengte breien.
Ga verder met rondbreinaald 7 mm. Brei 4 cm boordsteek (1 recht, 1 averecht). Kant af met recht boven recht en averecht boven averecht - lees TIP VOOR HET AFKANTEN! De trui meet ongeveer 54-56-58-60-62-64 cm vanaf de schouder naar beneden.

MOUW:
Plaats de 28-30-36-38-40-42 steken van de hulpdraad aan de ene kant van het werk op breinaalden zonder knop/korte rondbreinaald 8 mm en neem 1 steek op in elk van de 6-6-6-8-8-8 opgezette steken onder de mouw = 34-36-42-46-48-50 steken. 
Brei in tricotsteek in de rondte tot de mouw 24-22-23-21-21-19 cm meet. Ga verder met korte rondbreinaald/breinaalden zonder knop maat 7 mm en brei 4 cm boordsteek (1 recht, 1 averecht). Kant af met recht boven recht en averecht boven averecht. De mouw meet 28-26-27-25-25-23 cm vanaf de scheiding. Brei de andere mouw op dezelfde manier.
DROPS Design: Patroon nr. ai-318
Garengroep C + C of E
-------------------------------------------------------

MATEN:
S - M - L - XL - XXL - XXXL

MATERIAAL:
DROPS AIR van garnstudio (behoort tot garengroep C)
200-200-200-250-250-250 g kleur 01, naturel
200-200-200-250-250-250 g kleur 24, pink

STEKENVERHOUDING:
11 steken in de breedte en 15 naalden in de hoogte met tricotsteek en 2 draden = 10 x 10 cm.

NAALDEN:
DROPS NAALDEN ZONDER KNOP MAAT 8 MM.
DROPS RONDBREINAALD 8 MM: Lengte 40 cm en 80 cm voor tricotsteek.
DROPS NAALDEN ZONDER KNOP MAAT 7 MM.
DROPS RONDBREINAALD 7 MM: Lengte 40 cm en 80 cm voor de boordsteek.
De naalddikte is slechts een richtlijn. Als u te veel steken heeft op 10 cm, ga dan verder met een grotere naald. Als u te weinig steken heeft op 10 cm, ga dan verder met een kleinere naald.

DROPS KNOPEN, Marmer NR 629: 5-5-6-6-6-6 stuks.

-------------------------------------------------------
Stekenverhouding – Kijk hier hoe u deze moet opmeten en waarom
Alternatief garen – Bekijk hier hoe u een ander garen kiest
Garengroep A tot F – Bekijk hier hoe u hetzelfde patroon gebruikt met een ander garen
Garenverbruik als u een alternatief garen kiest – Gebruik onze garenvervanger
-------------------------------------------------------


65% alpaca, 28% polyamide, 7% Wool
vanaf 4.48 € /50g
DROPS Air mix DROPS Air mix 4.48 € /50g
Hobbydoos.nl
Bestel
DROPS Air uni colour DROPS Air uni colour 4.48 € /50g
Hobbydoos.nl
Bestel
needles Naalden & Haaknaalden
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 35.84€ krijgen. Lees meer.

Instructies voor het patroon

-------------------------------------------------------

UITLEG VOOR HET PATROON:

-------------------------------------------------------

RIBBEL/RIBBELSTEEK (heen en weer gebreid):
Brei alle naalden recht.
1 ribbel in de hoogte = Brei 2 naalden recht.

TIP VOOR HET MEERDEREN (verdeeld):
Om uit te rekenen hoe u verdeeld meerdert, neem het totaal aantal steken op de naald (dus 61 steken) minus de biezen (dus 8 steken) en deel de overgebleven steken door het aantal te maken meerderingen (dus 6) = 8.8.
In dit voorbeeld meerdert u door 1 omslag te maken na ongeveer elke 9e steek. Meerder niet op de biezen. Brei op de volgende naald de omslagen gedraaid om gaatjes te voorkomen.
RAGLAN:
Alle meerderingen worden aan de goede kant gebreid!
Meerder 1 steek aan elke kant van de 4 steken met de markeerdraden – in elke overgang tussen het voor-/achterpand en de mouwen (= 8 steken gemeerderd). Meerder 1 steek door 1 omslag te maken. Brei op de volgende naald de omslag gedraaid averecht om gaatjes te voorkomen. Brei dan de nieuwe steken in tricotsteek.

KNOOPSGATEN:
Brei knoopsgaten op de rechter voorbies (als het kledingstuk gedragen wordt). Brei aan de goede kant, als er 3 steken over zijn op de naald als volgt: Maak 1 omslag, 2 recht samen en 1 recht. Brei op de volgende naald (verkeerde kant), de omslag recht zodat er een gaatje ontstaat.
Het eerste knoopsgat wordt gebreid als de boordsteek op de hals ongeveer 1½-2 cm meet. Brei dan de andere 4-4-5-5-5-5 knoopsgaten met ongeveer 9½-9½-8½-9-9-9½ cm tussen elk.

TIP VOOR HET AFKANTEN:
Om te voorkomen dat de afkantrand te strak wordt kunt u afkanten met een naald in een grotere maat. Als de rand nog steeds strak is, maak dan 1 omslag na ongeveer elke 6e steek terwijl u tegelijkertijd afkant; de omslagen worden als normale steken afgekant.

-------------------------------------------------------

BEGIN HET WERK HIER:

-------------------------------------------------------

VEST – KORTE SAMENVATTING VAN HET WERK:
De hals en de pas worden heen en weer gebreid met de rondbreinaald vanaf midden voor en van boven naar beneden. De pas wordt verdeeld voor het lijf en de mouwen en het lijf wordt verder heen en weer gebreid. De mouwen worden in de rondte gebreid met korte rondbreinaald/breinaalden zonder knop, van boven naar beneden.

HALS:
Zet 61-63-65-69-71-73 steken op (inclusief 4 voorbiessteken aan elke kant richting midden voor) met rondbreinaald 7 mm en 1 draad van elke kleur (= 2 draden). Brei 1 naald averecht (= verkeerde kant). De volgende naald wordt als volgt gebreid aan de goede kant: Brei 4 voorbiessteken in RIBBELSTEEK – lees beschrijving hierboven, * 1 recht, 1 averecht *, brei van *-* tot er 5 steken over zijn op de naald, brei 1 recht en eindig met 4 voorbiessteken in ribbelsteek. Ga verder met deze boordsteek voor 4 cm – denk om de knoopsgaten op de rechter voorbies – lees beschrijving hierboven.
Als de boordsteek klaar is, brei dan 1 naald recht aan de goede kant terwijl u 6-8-10-10-16-18 steken verdeeld meerdert – lees TIP VOOR HET MEERDEREN = 67-71-75-79-87-91 steken. Brei 1 naald averecht aan de verkeerde kant (de omslagen worden gedraaid averecht gebreid en de biezen in ribbelsteek).
Ga verder met rondbreinaald 8 mm. Voeg 1 markeerdraad in na de voorbies op het begin van de naald; de pas wordt gemeten vanaf deze markeerdraad!

PAS:
Voeg 4 markeerdraden in zoals beschreven hieronder zonder de steken te breien, elke markeerdraad wordt ingevoegd in een steek en worden gebruikt bij het meerderen voor de raglan; ze moeten een andere kleur hebben dan de markeerdraad op de hals.
Tel 15-16-16-17-18-19 steken (= voorpand), voeg 1 markeerdraad in, in de volgende steek, tel 6-6-8-8-10-10 steken (= mouw), voeg 1 markeerdraad in, in de volgende steek, tel 21-23-23-25-27-29 steken (= achterpand), voeg 1 markeerdraad in, in de volgende steek, tel 6-6-8-8-10-10 steken (= mouw), voeg 1 markeerdraad in, in de volgende steek. Er zijn 15-16-16-17-18-19 steken over na de laatste markeerdraad (voorpand).
Brei tricotsteek heen en weer gebreid met 4 voorbiessteken in ribbelsteek aan elke kant. Meerder TEGELIJKERTIJD op de eerste naald aan de goede kant voor de raglan – lees beschrijving hierboven (= 8 steken gemeerderd). Meerder zo iedere 2e naald (dus iedere naald aan de goede kant) in totaal 12-13-15-16-17-19 keer. DENK OM DE STEKENVERHOUDING!
Na de laatste meerdering zijn er 163-175-195-207-223-243 steken op de naald. Ga zo verder als hiervoor zonder verdere meerderingen tot het werk 19-21-22-24-25-27 cm meet vanaf de markeerdraad op de hals.
Verdeel nu het werk voor het lijf en de mouwen op de volgende naald als volgt: Brei 29-31-33-35-38-42 steken (= voorpand), plaats de volgende 28-30-36-38-40-42 steken op 1 hulpdraad voor de mouw, zet 6-6-6-8-8-8 nieuwe steken op de naald (= in zijkant onder de mouw), brei 49-53-57-61-67-75 steken zoals hiervoor (= achterpand), plaats de volgende 28-30-36-38-40-42 steken op 1 hulpdraad voor de mouw, zet 6-6-6-8-8-8 nieuwe steken op de naald (= in zijkant onder de mouw) en brei 29-31-33-35-38-42 steken (= voorpand).
Het lijf en de mouwen worden apart verder gebreid. HET WERK WORDT NU VANAF HIER GEMETEN!

LIJF:
= 119-127-135-147-159-175 steken. Brei tricotsteek heen en weer gebreid met 4 voorbiessteken in ribbelsteek aan elke kant tot het werk 28 cm meet vanaf de scheiding. Er is ongeveer 4 cm over tot de gewenste lengte; u kunt het vest passen en tot de gewenste lengte breien.
Ga verder met rondbreinaald 7 mm. Brei boordsteek als volgt aan de goede kant: 4 voorbiessteken in ribbelsteek, * 1 recht, 1 averecht *, brei van *-* tot er 5 steken over zijn, 1 recht en brei 4 voorbiessteken in ribbelsteek. Ga verder met deze boordsteek voor 4 cm. Kant af met ribbelsteek over ribbelsteek, recht boven recht en averecht boven averecht – lees TIP VOOR HET AFKANTEN! Het vest meet ongeveer 54-56-58-60-62-64 cm vanaf de schouder naar beneden.

MOUW:
Plaats de 28-30-36-38-40-42 steken van de hulpdraad aan de ene kant van het werk op breinaalden zonder knop/korte rondbreinaald 8 mm en neem 1 steek op in elk van de 6-6-6-8-8-8 opgezette steken onder de mouw = 34-36-42-46-48-50 steken.
Brei in tricotsteek in de rondte tot de mouw 24-22-23-21-20-19 cm meet. Ga verder met korte rondbreinaald/breinaalden zonder knop maat 7 mm en brei 4 cm boordsteek (1 recht, 1 averecht). Kant af met recht boven recht en averecht boven averecht. De mouw meet 28-26-27-25-24-23 cm vanaf de scheiding. Brei de andere mouw op dezelfde manier.

AFWERKING:
Naai de knopen op de linker voorbies.

Telpatroon

diagram measurements
signature

Heeft u hulp nodig voor dit patroon?

Bedankt dat u een patroon van DROPS Design kiest. We zijn er trots op dat we patronen aanbieden die correct en makkelijk te volgen zijn. Alle patronen zijn uit het Noors vertaald en u kunt altijd het origineel patroon controleren (DROPS 220-12) voor de afmetingen en de berekiningen.

Heeft u moeite met het volgen van het patroon? Hieronder vindt u een lijst met bronnen die u kunnen helpen om uw project vlot af te maken - of om eenvoudig iets nieuws te leren.

1) Waarom is de stekenverhouding zo belangrijk?

De stekenverhouding bepaalt de uiteindelijke afmetingen van uw werkstuk en wordt normaliter aangegeven in 10 x 10 cm. Het wordt als volgt aangegeven: het aantal steken in de breedte x het aantal naalden in de hoogte - dus: 19 steken x 26 naalden = 10 x 10 cm.

De stekenverhouding is heel erg individueel; sommige mensen breien/haken heel losjes, terwijl anderen vrij strak werken. De stekenverhouding past u aan met de naalddikte, wat de reden is waarom we slechts een suggestie voor de naalddikte geven! U moet deze aanpassen (naar boven of beneden) om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding overeenkomt met de stekenverhouding die aangegeven staat in het patroon. Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan zal het garenverbruik anders zijn, en zal uw werkstuk andere afmetingen krijgen dan het patroon aangeeft.

De stekenverhouding geeft tevens aan welk garen als vervanging kan dienen. U kunt verschillende garens met elkaar vervangen, zolang de stekenverhouding maar hetzelfde is.

Bekijk de DROPS les: Hoe u de stekenverhouding opmeet

Bekijk de DROPS video: Hoe u een proeflapje maakt

naar boven

2) Wat zijn de garengroepen?

Al onze garens zijn ondergebracht in garengroepen (van A tot F) volgens dikte en stekenverhouding – groep A bevat de dunste garens en groep F de dikste. Dit maakt het makkelijker voor u om alternatieve garens te vinden voor onze patronen, indien u graag ander garen wilt gebruiken. Alle garens binnen dezelfde groep hebben ongeveer eenzelfde stekenverhouding en kunnen elkaar vervangen. Het is wel zo dat verschillende garenkwaliteiten verschillende structuren en eigenschappen hebben, wat het uiteindelijke werkstuk een unieke 'look en feel' geeft.

Klik hier voor een overzicht van de garens in elke garengroep

naar boven

3) Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

Bij het kiezen van een ander garen is het belangrijk dat de stekenverhouding hetzelfde blijft. De afmetingen van het uiteindelijke werk zijn dan hetzelfde als aangegeven in de tekening bij het patroon. Het is makkelijker om dezelfde stekenverhouding te krijgen als u garen gebruikt uit dezelfde garengroep. Het is ook mogelijk om meerdere draden van een dunner garen te gebruiken om de stekenverhouding van een dikker garen te krijgen. Probeer onze garenvervanger. We raden u aan om altijd een proeflapje te maken.

LET OP: als u een ander garen neemt, kan het kledingstuk een andere 'look en feel' krijgen dan het kledingstuk op de foto, vanwege individuele eigenschappen en kwaliteiten van elk garen.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

naar boven

4) Hoe gebruik ik de garenvervanger?

Bovenaan al onze patronen vindt u een link naar onze garenvervanger, welke handig kan zijn als u een ander garen wilt gebruiken dan staat aangegeven in het patroon. Door het garen in te vullen dat u wilt vervangen, de hoeveelheid (in uw maat) en het aantal draden, stelt de vervanger geschikte alternatieven voor met dezelfde stekenverhouding. Daarnaast wordt aangegeven hoeveel u nodig heeft in de nieuwe kwaliteiten en of u met meerdere draden moet werken. De meeste bollen zijn 50 gram (sommige zijn 25 gram of 100 gram).

Als het patroon met meerdere kleuren wordt gebreid/gehaakt, moet elke kleur apart worden vervangen. Dit geldt ook als het patroon met verschillende draden van verschillende garens wordt gemaakt (bijvoorbeeld 1 draad Alpaca en 1 draad Kid-Silk) dan zult u voor elk individueel alternatieven moeten vinden.

Klik hier voor de garenvervanger

naar boven

5) Waarom krijg ik de verkeerde stekenverhouding met de aangegeven naalddikte?

De naalddikte die aangegeven is in het patroon geldt slechts als een richtlijn, het is van belang dat de stekenverhouding klopt. En omdat de stekenverhouding per persoon nogal verschillend is, zult u de naalddikte aan moeten passen om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding hetzelfde is als in het patroon – misschien is het nodig dat u 1 of zelfs 2 naalddiktes naar beneden of naar boven moet om de juiste stekenverhouding te krijgen. Daarom raden we ook aan om een proeflapje te maken.

Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan kunnen de afmetingen van het werkstuk afwijken van de afmetingen volgens de tekening.

Bekijk de DROPS les: Hoe meet u de stekenverhouding

Bekijk de DROPS video: Hoe maakt u een proeflapje voor de stekenverhouding

naar boven

6) Waarom wordt het patroon van boven naar beneden gereid?

Als u een kledingstuk van boven naar beneden breit, dan geeft dit meer flexibiliteit en mogelijkheden voor persoonlijke aanpassingen. Het is bijvoorbeeld makkelijker om het kledingstuk te passen terwijl u er mee bezig bent. U kunt ook makkelijker de lengte van de pas en de schouderkoppen aanpassen.

In de uitleg worden alle stappen zorgvuldig uitgelegd in de juiste volgorde. De telpatronen zijn aangepast aan de breirichting en worden zoals gebruikelijk gebreid.

naar boven

7) Waarom zijn de mouwen korter in de grotere maten?

De totale breedte van het kledingstuk (van pols tot pols) is groter in de grotere maten, ondanks dat de eigenlijke mouwen korter zijn. De grotere maten hebben langere mouwkoppen en bredere schouders, dus er is een goede pasvorm in alle maten.

naar boven

8) Wat is een herhaling?

Telpatronen worden vaak herhaald in de breedte op de naald en/of in de hoogte. 1 herhaling van het telpatroon is hoe het te zien is in het telpatroon. Als er staat dat u 5 herhalingen van A.1 op de naald moet breien, dan breit u het patroon in totaal 5 keer achter/na elkaar op de naald. Als er staat dat u 2 herhalingen van A.1 in de hoogte moet breien, dan breit u het hele telpatroon (dus alle naalden van het telpatroon) een keer en begint u opnieuw onderaan bij het begin en breit u het telpatroon nog een keer.

naar boven

9) Hoe brei ik volgens een telpatroon?

Het telpatroon laat alle naalden en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt gelezen van onder naar boven, van rechts naar links. 1 vierkant = 1 steek.

Als u heen en weer breit, wordt elke andere naald aan de goede kant gebreid en elke andere naald wordt aan de verkeerde kant gebreid. Als u aan de verkeerde kant breit, moet u het telpatroon omgekeerd breien, dus van links naar rechts. rechte steken worden dan averecht gebreid en averechte steken recht, etc.

Als u in de rondte breit wordt elke naald aan de goede kant gebreid en het telpatroon wordt dan van rechts naar links gebreid op alle naalden.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees ik de teltekening bij de patronen?

naar boven

10) Hoe haak ik volgens een telpatroon?

Het telpatroon laat alle toeren en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt van onder naar boven gehaakt en van rechts naar links.

Als u heen en weer haakt, wordt elke andere toer aan de goede kant gehaakt: van rechts naar links en elke andere toer wordt aan de verkeerde kant gehaakt: vank links naar rechts.

Als u in de rondte haakt, wordt elke toer in het telpatroon aan de goede kant gehaakt, van rechts naar links.

Als u een cirkelvormig telpatroon haakt, dan begint u in het midden en haakt u naar buiten toe, tegen de klok in, toer na toer.

Meestal beginnen de toeren met een opgegeven aantal lossen (overeenkomend met de hoogte van de volgende steek), deze zijn of in het telpatroon opgenomen, of uitgelegd in het patroon.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees je telpatronen voor haken

naar boven

11) Hoe brei/haak je verschillende telpatronen tegelijkertijd op dezelfde naald/toer

Instructies om verschillende telpatronen achter elkaar op dezelfde naald/toer te breien/haken, worden meestal als volgt beschreven: “brei/haak A.1, A.2, A.3 in totaal 0-0-2-3-4 keer". Dit betekent dat u A.1 een keer breit/haakt, daarna wordt A.2 een keer gebreid/gehaakt, en A.3 wordt het aantal aangegeven keren (in de breedte) in uw maat gebreid/gehaakt – in dit geval als volgt: S = 0 keer, M = 0 keer, L=2 keer, XL= 3 keer en XXL = 4 keer.

De telpatronen worden zoals gebruikelijk gebreid/gehaakt: begin met de eerste naald/toer in A.1, brei/haak dan de volgende naald/toer in A.2 etc.

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor breien leest

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor haken leest

naar boven

12) Waarom begint het werk met meer lossen dan waarmee gehaakt wordt?

Lossen zijn ietsje smaller dan andere steken en om te voorkomen dat de opzetrand te strak wordt, haken we eenvoudigweg meer lossen om mee te beginnen. Het aantal steken wordt in de volgende toer aangepast zodat het overeenkomt met het patroon en de afmetingen in de tekening.

naar boven

13) Waarom meerderen voor de boord als het werk van boven naar beneden gebreid wordt?

De rand in ribbelsteek is elastischer en zal ietwat samentrekken vergeleken met bijvoorbeeld tricotsteek. Door te meerderen voor de rand in ribbelsteek, voorkomt u een zichtbaar verschil in breedte tussen de rand in ribbelsteek en de rest van het lijf.

naar boven

14) Waarom meerderen in de afkantrand?

Het gebeurt vrij makkelijk dat u te strak afkant, en door omslagen te maken tijdens het afkanten (terwijl u deze tegelijkertijd afkant) voorkomt u dat de afkantrand te strak wordt.

Bekijk de DROPS video: Hoe kant u af met omslagen

naar boven

15) Hoe meerder/minder je afwisselend op elke 3e en 4e naald/toer?

Om gelijkmatig te meerderen (of te minderen) kunt u meerderen op, bijvoorbeeld: afwisselend elke 3e en 4e naald, als volgt: brei 2 naalden en meerder op de 3e naald, brei 3 naalden en meerder op de 4e naald. Herhaal dit tot het meerderen klaar is.

Bekijk de DROPS les: Meerder of minder 1 st afwisselend

naar boven

16) Waarom is het patroon een beetje anders dan wat ik op de foto zie?

Herhalingen van het patroon kunnen een beetje anders zijn in de verschillende maten, om de juiste verhoudingen te krijgen. Als u niet dezelfde maat maakt als het kledingstuk op de foto, wijkt uw werkstuk wellicht ietsje af. Dit is met zorg ontwikkeld en aangepaste zodat het totale beeld van het kledingstuk hetzelfde is in alle maten.

Zorg ervoor dat u de instructies en de telpatronen voor uw maat volgt!

naar boven

17) Hoe kan ik een vest in de rondte breien, in plaats van heen en weer?

Als u liever in de rondte breit dan heen en weer, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen. U moet dan steken midden voor toevoegen (meestal 5 steken) en de instructies volgen. Als u normaal het werk keert en aan de verkeerde kant breit, breit u nu over de extra steken en gaat u verder in de rondte. Aan het einde knipt u het werk open. Neem steken op voor de biezen en werk de afgeknipte randen af.

Bekijk de DROPS video: Hoe breit u knipbiezen en openknippen

naar boven

18) Kan ik een trui heen en weer breien in plaats van in de rondte?

Als u liever heen en weer breit dan in de rondt, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen zodat u de panden apart van elkaar breit en aan het eind aan elkaar naait. Deel de steken voor het lijf in tweeën en voeg 1 kantsteek toe aan elke kant (voor het in elkaar naaien) en brei het voor- en achterpand apart van elkaar.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een patroon aanpassen van rondbreinaalden naar rechte naalden?

naar boven

19) Waarom staan er garens in de patronen die niet meer leverbaar zijn?

Omdat de verschillende garens verschillende kwaliteiten en verschillend texturen hebben, hebben we ervoor gekozen om het originele garen in het patroon te laten staan. Maar u kunt vrij makkelijk andere opties vinden tussen de beschikbare garenkwaliteiten door onze garenvervanger te gebruiken, of door een garen uit dezelfde garengroep uit te kiezen.

Het is mogelijk dat sommige verkooppunten nog bollen op voorraad hebben van garens die niet meer leverbaar zijn, of dat iemand thuis nog een paar bollen heeft liggen en hier een patroon bij zoekt.

Degarenvervanger laat alternatieve garens zien en de hoeveelheid die u nodig heeft in de nieuwe kwaliteit.

naar boven

20) Hoe verander ik een kledingstuk voor dames in eentje voor heren?

Als u een patroon heeft gevonden doe alleen beschikbaar is in damesmaten, dan hoeft het niet heel moeilijk te zijn om deze aan te passen naar een herenmaat. Het grootste verschil is de lengte van de mouwen en het lijf. Begin met breien in de damesmaat die overeenkomt met de borstwijdte. De lengte die erbij komt wordt namelijk gebreid voordat u begint met afkanten voor de armsgaten. Als het patroon van boven naar beneden wordt gebreid, kunt u lengte toevoegen vlak na de armsgaten of voor de eerste mindering op de mouw.

Wat betreft de extra hoeveelheid garen wat u nodig heeft: dit hangt heel erg af van hoeveel lengte u toevoegt, maar het is vaak meter dat u een bol te veel hebt dan te weinig.

naar boven

21) Hoe voorkom ik dat een harig kledingstuk gaat pillen of pluizen?

Alle garens hebben vezels die uitsteken (door de productie) waardoor een kledingstuk gaat pluizen of pillen. Geborstelde garens (dus meer harige garens) hebben meer van deze losse, uitstekende vezels waardoor het eerder gaat pluizen of pillen.

Hoewel het niet mogelijk is om te garanderen dat geborsteld garen 100% pluisvrij is, is het wel mogelijk om dit drastisch af te laten nemen, door de volgende stappen te ondernemen:

1. Als het kledingstuk klaar is (voordat u het gaat wassen) schudt u het kledingstuk flink uit, zodat de losse haartjes eruit komen. LET OP: gebruik GEEN roller, borstel of andere methode, waardoor aan het kledingstuk getrokken wordt

2. Plaats het kledingstuk in een plastic zak en leg het in de vriezer - de temperatuur zorgt ervoor dat de vezels minder aan elkaar blijven zitten, en uitstekende vezels komen makkelijker los.

3. Laat een paar uur in de vriezer liggen, voordat u het eruit haalt en schudt het kledingstuk dan opnieuw uit.

4. Was het kledingstuk volgens de instructies op het garenlabel.

naar boven

22) Waar op het kledingstuk wordt de lengte gemeten??

De tekening/ het schema met de afmetingen geeft informatie over de volledige lengte van het kledingstuk. Als het een trui of een vest betreft, dan wordt deze vanaf het hoogste punt op de schouder gemeten (meestal het dichtst bij de halslijn), en recht naar beneden tot de onderkant van het kledingstuk. Het wordt NIET gemeten vanaf de punt van de schouder. Op gelijke wijze wordt ook de lengte van de pas gemeten, vanaf het hoogste punt op de schouder en naar beneden tot waar de pas gesplitst wordt voor het lijf en de mouwen.

Op een vest worden de afmetingen nooit over de biezen genomen, tenzij anders aangegeven. Meet altijd binnen de biessteken als u de lengte opmeet.

Bekijk de DROPS les: Maattekeningen lezen

naar boven

23) Hoe weet ik hoeveel bollen ik nodig heb?

De benodigde hoeveelheid garen wordt aangegeven in grammen, dus bijvoorbeeld: 450 g. Om uit te rekenen hoeveel bollen u nodig heeft, moet u eerst weten hoeveel gram er in 1 bol gaat (25 g, 50 g, of 100 g). Deze informatie vindt u door op de individuele garenkwaliteit te klikken op onze site. Deel de hoeveelheid benodigde garen door de hoeveelheid per bol. Bijvoorbeeld, als de bollen 50 gram wegen (de meest gebruikelijke hoeveelheid), ziet de berekening er als volgt uit: 450 / 50 = 9 bollen.

naar boven

Heeft u DROPS garen besteld om dit patroon te maken? Dan heeft u recht op hulp van de winkel waar u het garen gekocht heeft. Vind hier een lijst van DROPS winkels!
Kunt u het antwoord op uw vraag nog steeds niet vinden? Scroll dan naar beneden en laat een vraag achter zodat een van onze experts kan proberen u te helpen. Dit wordt normaal tussen 5 tot 10 werkdagen gedaan.. In de tussentijd kunt u de vragen en antwoorden lezen die anderen bij dit patroon achter hebben gelaten of doe mee met de DROPS Workshop op Facebook om hulp te krijgen van mede breisters en haaksters!

Opmerkingen / Vragen (16)

country flag Tina 18.06.2021 - 09:47:

Thanks for the quick answer, however in the beginning it says "cast on 71 stiches incl. 4+4 for the border" and then later pick up 16 stiches = 87 including 4+4 for the border. In your calculation resulting in 87 stiches the border stiches are missing. Best regards

user icon DROPS Design 18.06.2021 kl. 13:41:

Dear Tina, correct you cast on 71 stitches and work rib for 4 cm then increarse evenly 16 stitches = 71+16=87 stitches. The front band stitches are included, this means they don't have to be extra cast on, they belong to the given number of sts. Hope this will help. Happy knitting!

country flag Tina 17.06.2021 - 18:04:

Hello, making it in nature and yellow - looks great! As mentioned by someone before, there must be a mistake in the count of setting the markings in the beginning. Knitting size XXL total 87 stiches - adds up to 4+17+10+25+10+17+4 and not 4+18+10+27+10+18 (added is 91 stiches). Best regards from Hamburg!

user icon DROPS Design 18.06.2021 kl. 07:43:

Dear Tina, remember that the markers for the raglan lines shoud be added in a stitch and not between stitches, so that you will have in XXL: 18+1+10+1+27+1+10+1+18=87 sts. Happy knitting!

country flag Susanne 25.03.2021 - 19:36:

Hallo, mit welchem rosa wurde der Pulli gestrickt? Hellrosa oder zartrosa ? Vielen Dank für eine Rückmeldung.

user icon DROPS Design 26.03.2021 kl. 07:13:

Liebe Susanne, der Pullover wird mit Farbe Nr 24 gestrickt = zartrosa. Viel Spaß beim stricken!

country flag Anastasiya 28.02.2021 - 15:27:

I'm knitting the L size, but I'm a bit confused with the raglan. The total amount of stitches when starting the raglan are 75. Minus the two 4 stitches bands is 67, but the pattern says fronts are 16 stitches, sleeves 8 and back 23, which make 71 in total, without the bands. Am i wrong or there's a mistake in the pattern.

user icon DROPS Design 28.02.2021 kl. 18:59:

Hi Anastasiya, 1st front (4 stitches bands included) is 16 sts, marker 1 is in 17th st, 1st sleeve 8 sts, marker 2 in 26th st, back 23 sts, marker 3 in 50th st, 2nd sleeve 8 sts, marker 3 in 59th st and 2nd front (4 stitches bands included) is 16 sts> in total 75 sts. Happy knitting!

country flag Marcie 20.02.2021 - 00:03:

I would like to buy the yarn and pattern. I see that yarn is doubled, can you tell me how many balls in total of Drops Air?

user icon DROPS Design 20.02.2021 kl. 11:58:

Dear Marcie, the piece is knitted with two different color. Depending on the size, you will need 4-5 balls of EACH color (8-10 balls if you want to knit it from one color, doubled up.) Happy Knitting!

country flag Sara 05.02.2021 - 02:02:

I look forward to making this. Exactly what I am looking for!

country flag Helen 11.01.2021 - 10:29:

Rose Cloud Cardigan

country flag Maria 10.01.2021 - 23:28:

CandyFloss

country flag Santos 10.01.2021 - 08:23:

Soft feel good sweater..... love it!

country flag Joana Pérez 09.01.2021 - 20:34:

De este modelo me gustan las mangas, muy adecuadas para un día fresquito...

Laat een opmerking achter voor DROPS 220-12

Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!

Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.