Inga-lill Augustsson schreef:
Måste man sticka uppifrån och ner? Varför kan man inte sticka på det vanliga sätte nerifrån och upp
25.10.2026 - 11:54DROPS Design antwoorde:
Hei Inga-lill. Noen vil påstå at det vanliga sätte er nerifrån och upp, mens andre vil påstå det motsatte, vi prøver å tilfredstille alle våre brukere. Noen ønsker plagg som er strikket uppifrån och ner, andre nerifrån och upp. Denne modellen er valgt å skrive uppifrån och ner og vil da få den pene effekten til raglan økningen /fletten. Men du kan fint bruke vårt søke filter og søk på plagg som kun er strikket nerifrån och upp. mvh DROPS Design
26.10.2026 - 08:15
Red Autumn Cardigan#redautumncardigan |
|||||||||||||
![]() |
![]() |
||||||||||||
Gebreid vest in DROPS Big Merino of DROPS Alaska. Het werk wordt van boven naar beneden gebreid in tricotsteek met raglan en kabels. Maten XS - XXXL.
DROPS 272-13 |
|||||||||||||
|
------------------------------------------------------- UITLEG VOOR HET PATROON: ------------------------------------------------------- RIBBELSTEEK: Brei alle naalden recht, aan zowel de goede als de verkeerde kant. 1 ribbel in de hoogte = brei 2 naalden recht. RAGLAN: Alle meerderingen worden aan de goede kant gebreid! Meerder 1 steek door 1 omslag te maken (alle meerderingen zijn aangegeven in telpatronen A.1 en A.2). De omslagen worden als volgt gebreid op de volgende naald: VOOR DE MARKEERDER (= de omslag draait naar links): Brei averecht door de steeklus die aan de achterkant van de naald ligt (vermijdt een gaatje). NA DE MARKEERDER (= de omslag draait naar rechts): Haal de omslag averecht af en zet hem dan omgekeerd terug door de linker naald door de achterkant te steken. Brei averecht door de steeklus die aan de voorkant van de naald ligt (vermijdt een gaatje). PATROON: Zie telpatronen A.1 en A.2. MOUWTIP: Als u steken opneemt onder de mouw, kan er een klein gaatje ontstaan in de overgang tussen de steken op het lijf en de mouw. Dit gaatje kan gesloten worden door de draad tussen 2 steken op te nemen en deze gedraaid samen te breien met de eerste steek tussen het lijf en de mouw. TIP VOOR HET MINDEREN: Minder 1 steek aan elke kant van de markeerdraad als volgt: Brei tot er 3 steken over zijn voor de markeerdraad, 2 recht samen, 2 recht (de markeerdraad zit tussen deze 2 steken), haal 1 steek recht af, 1 recht en haal de afgehaalde steek over de gebreide steek (2 steken geminderd). KNOOPSGATEN: Brei de knoopsgaten op de rechter voorbies, brei aan de goede kant:. NAALD 1 (goede kant): Brei 2 recht samen, maak 1 omslag. NAALD 2 (verkeerde kant): Brei de voorbies zoals hiervoor, brei de omslag recht zodat er een gaatje ontstaat. Brei de 7-7-7-8-8-8-8 knoopsgaten als de voorbies 1 cm meet, gemeten vanaf de onderrand als volgt: XS: 4-11-19-26-33-41 en 48 cm. S: 4-12-20-27-35-43 en 50 cm. M: 4-12-20-28-36-44 en 52 cm. L: 4-12-19-26-33-40-47 en 54 cm. XL: 5-12-20-27-34-42-49 en 56 cm. XXL: 5-12-20-28-35-43-51 en 58 cm. XXXL: 5-13-21-29-37-45-53 en 60 cm. ------------------------------------------------------- BEGIN HET WERK HIER: ------------------------------------------------------- VEST – KORTE SAMENVATTING VAN HET WERK. Het patroon gebruikt zowel lange als korte naalden; begin met de lengte die past bij het aantal steken en wissel wanneer nodig. De hals en de pas worden heen en weer gebreid met de rondbreinaald, vanaf midden voor en van boven naar beneden, meerder voor de raglan. Als de pas klaar is, wordt het werk verdeeld voor het lijf en de mouwen en het lijf wordt verder heen en weer gebreid, terwijl de mouwen wachten. De mouwen worden in de rondte gebreid, van boven naar beneden. Langs elk voorpand worden steken opgenomen en de biezen worden op het einde gebreid. HALS: Zet 91-93-99-101-107-109-115 steken op met rondbreinaald 3.5 mm en DROPS Big Merino of DROPS Alaska. Brei de eerste naald aan de verkeerde kant als volgt: 1 kantsteek in RIBBELSTEEK – lees uitleg hierboven, boordsteek (1 averecht en 1 recht) tot er 2 steken over zijn, 1 averecht en 1 kantsteek in ribbelsteek. Aan de goede kant: 1 kantsteek in ribbelsteek, boordsteek (1 recht en 1 averecht) tot er 2 steken over zijn, 1 averecht en 1 kantsteek in ribbelsteek. Ga verder met deze boordsteek voor 4-4-4-4-5-5-5 cm, met de laatste naald aan de verkeerde kant. Voeg 1 markeerder in aan een kant van het werk (midden voor); het werk wordt nu vanaf hier gemeten. PAS: Ga verder met rondbreinaald 5 mm. Voeg 4 markeerders als volgt in, zonder de steken te breien en voeg elke markeerder in een steek (raglansteken). U meerdert voor de raglan aan elke kant van de raglansteken welke in tricotsteek worden gebreid. Tel 15-15-17-17-19-19-21 steken (= linker voorpand), voeg markeerdraad-1 in de volgende steek, tel 15 steken (= mouw), voeg markeerdraad-2 in de volgende steek, tel 27-29-31-33-35-37-39 steken (= achterpand), voeg markeerdraad-3 in de volgende steek, tel 15 steken (= mouw), voeg markeerdraad-4 in de volgende steek, er zijn 15-15-17-17-19-19-21 steken over (= rechter voorpand). Brei tricotsteek en PATROON heen en weer gebreid als volgt, met 1 kantsteek in ribbelsteek aan elke kant, meerder voor de RAGLAN aan elke kant van de raglansteken zoals te zien is in A.1 en A.2 – lees uitleg hierboven voor hoe u meerdert. NAALD 1 (goede kant): 1 kantsteek in ribbelsteek, * brei recht tot er 2 steken over zijn voor de volgende markeerder, brei A.1, brei de raglansteek recht, brei A.2 *, brei van *-* in totaal 4 keer, brei recht tot er 1 steek over is, 1 kantsteek in ribbelsteek (8 gemeerderde steken). NAALD 2 (verkeerde kant): Brei averecht en brei de kantsteken zoals hiervoor – denk om de omslagen zoals beschreven onder RAGLAN. NAALD 3 (goede kant): 1 kantsteek in ribbelsteek, * brei recht tot er 3 steken over zijn voor de volgende markeerder, brei A.1, brei de raglansteek recht, brei A.2 *, brei van *-* in totaal 4 keer, brei recht tot er 1 steek over is, 1 kantsteek in ribbelsteek (8 gemeerderde steken). NAALD 4 (verkeerde kant): Brei averecht en brei de kantsteken zoals hiervoor – denk om de omslagen zoals beschreven onder RAGLAN. Brei NAALDEN 1 tot 4 in totaal 8-9-10-11-12-12-12 keer (32-36-40-44-48-48-48 naalden gebreid) = 219-237-259-277-299-301-307 steken. Denk om de stekenverhouding. Meerder nu alleen op de voor- en achterpanden als volgt: NAALD 1 (goede kant): 1 kantsteek in ribbelsteek, * brei recht tot er 2 steken over zijn voor de volgende markeerder, brei A.1, brei de raglansteek recht, brei recht tot de volgende markeerder, brei de raglansteek recht, brei A.2 *, brei van *-* in totaal 2 keer, brei recht tot er 1 steek over is, 1 kantsteek in ribbelsteek (4 gemeerderde steken). NAALD 2 (verkeerde kant): Brei averecht en brei de kantsteken zoals hiervoor – denk om de omslagen zoals beschreven onder RAGLAN. NAALD 3 (goede kant): 1 kantsteek in ribbelsteek, * brei recht tot er 3 steken over zijn voor de volgende markeerder, brei A.1, brei de raglansteek recht, brei recht tot de volgende markeerder, brei de raglansteek recht, brei A.2 *, brei van *-* in totaal 2 keer, brei recht tot er 1 steek over is, 1 kantsteek in ribbelsteek (4 gemeerderde steken). NAALD 4 (verkeerde kant): Brei averecht en brei de kantsteken zoals hiervoor – denk om de omslagen zoals beschreven onder RAGLAN. Brei NAALDEN 1 tot 4 in totaal 3-3-3-3-3-4-5 keer (12-12-12-12-12-16-20 naalden gebreid) = 243-261-283-301-323-333-347 steken. Alle meerderingen voor de raglan zijn klaar: in totaal 22-24-26-28-30-32-34 meerderingen in de hoogte op de voor- en achterpanden en 16-18-20-22-24-24-24 meerderingen in de hoogte op de mouwen. De pas meet ongeveer 20-22-24-25-27-29-31 cm vanaf de markeerdraad midden voor. Brei indien nodig verder zonder verdere meerderingen tot de juiste lengte. Verdeel nu het werk voor het lijf en de mouwen. VERDELEN VOOR HET LIJF EN DE MOUWEN Brei 1 kantsteek in ribbelsteek, 37-39-43-45-49-51-55 tricotsteken (= voorpand), plaats de volgende 47-51-55-59-63-63-63 steken op een hulpdraad voor de mouw, zet 8-10-10-12-14-18-20 steken op (midden onder de mouw), brei 73-79-85-91-97-103-109 steken zoals hiervoor (achterpand), plaats de volgende 47-51-55-59-63-63-63 steken op een hulpdraad voor de mouw, zet 8-10-10-12-14-18-20 steken op (midden onder de mouw), brei 37-39-43-45-49-51-55 tricotsteken en 1 kantsteek in ribbelsteek (voorpand). Het lijf en de mouwen worden apart verder gebreid. LIJF: = 165-179-193-207-225-243-261 steken. Ga verder met tricotsteek en kantsteken zoals hiervoor tot het werk 44-46-48-50-51-53-55 cm meet vanaf de markeerder midden voor. Begin op de volgende naald aan de goede kant met de boordsteek, meerder tegelijkertijd 20-22-24-26-28-30-32 steken verdeeld op de eerste naald = 185-201-217-233-253-273-293 steken, brei als volgt: Ga verder met rondbreinaald 3.5 mm. Brei 1 kantsteek in ribbelsteek, boordsteek (1 recht en 1 averecht – denk om het meerderen) tot er 2 steken over zijn, 1 recht en 1 kantsteek in ribbelsteek. Als de boordsteek 4-4-4-4-5-5-5 cm meet, kant dan af met recht boven recht en averecht boven averecht. Het vest meet ongeveer 48-50-52-54-56-58-60 cm vanaf de markeerdraad midden voor en 52-54-56-58-60-62-64 cm vanaf de schouder. MOUWEN: Plaats de 47-51-55-59-63-63-63 mouwsteken van een hulpdraad op rondbreinaald 5 mm en neem 1 steek op in elk van de 8-10-10-12-14-18-20 opgezette steken onder de mouw – lees MOUWTIP = 55-61-65-71-77-81-83 steken. Voeg een markeerdraad in, in het midden van de 8-10-10-12-14-18-20 nieuwe steken onder de mouw. De naald begint bij de markeerdraad. Brei in tricotsteek in de rondte. Minder TEGELIJKERTIJD, na 1 naald, midden onder de mouw – lees TIP VOOR HET MINDEREN als volgt: Minder 2 steken iedere 2e naald 2-2-2-2-3-3-3 keer, dan 2 steken iedere 10-8-6-4-3-2½-2½ cm 2-4-5-7-8-9-9 keer = 47-49-51-53-55-57-59 steken. Brei verder tot de mouw 39-38-36-36-33-32-30 cm meet vanaf de scheiding. Ga verder met breinaalden zonder knop maat 3.5 mm. Brei boordsteek (1 recht en 1 averecht), meerder tegelijkertijd 9 steken verdeeld op de eerste naald = 56-58-60-62-64-66-68 steken. Als de boordsteek 4-4-4-4-5-5-5 cm meet, kant dan af met boordsteek. De mouw meet ca. 43-42-40-40-38-37-35 cm van de scheiding. BANDEN: Gebruik rondbreinaald 3.5 mm. Neem 103-107-111-115-119-123-127 steken op vanaf de goede kant langs het linker voorpand, aan de binnenkant van de 1 kantsteek. NAALD 1 (verkeerde kant): 1 kantsteek in ribbelsteek, brei boordsteek (1 averecht en 1 recht) tot er 2 steken over zijn, 1 averecht en 1 kantsteek in ribbelsteek. NAALD 2 (goede kant): 1 kantsteek in ribbelsteek, brei boordsteek (1 recht en 1 averecht) tot er 2 steken over zijn, 1 recht en 1 kantsteek in ribbelsteek. Als de boordsteek 3 cm meet, kant dan af met recht boven recht en averecht boven averecht. Herhaal langs het rechter voorpand maar als de voorbies 1 cm meet, brei dan 7-7-7-8-8-8-8 KNOOPSGATEN – lees uitleg hierboven. AFWERKING: Naai de knopen op de linker voorbies. |
|||||||||||||
Uitleg van het telpatroon |
|||||||||||||
|
|||||||||||||
![]() |
|||||||||||||
![]() |
|||||||||||||
Heeft u dit patroon gemaakt?Tag dan uw afbeeldingen met #dropspattern #redautumncardigan of stuur ze naar de #dropsfan galerij. Heeft u hulp nodig voor dit patroon?U vind 29 instructievideo's, een commentaar/vragengedeelte en nog veel meer, als u naar het patroon gaat op garnstudio.com © 1982-2026 DROPS Design A/S. Alle rechten voorbehouden. Op dit document, inclusief alle subdocumenten, rust copyright. Lees meer over wat u kunt doen met onze patronen onderaan elk patroon op onze site |
|||||||||||||
Laat een opmerking achter voor DROPS 272-13
Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!
Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.