DROPS Super Sale - 7 katoengarens de hele maand maart in de aanbieding!
DROPS Nord
45% Alpaca, 30% Polyamide, 25% Wol
vanaf 2.79 € /50g
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 13.95€ krijgen.

De garenkosten worden berekend op basis van het benodigde materiaal voor de kleinste maat en het goedkoopste producttype. Op zoek naar nog een scherpere prijs? Deze vindt u wellicht bij de DROPS Deals!

DROPS Super Sale

Spring Rings Cardi

Gebreid vest met korte mouwen in DROPS Nord. Het werk wordt van boven naar beneden gebreid met ronde pas en kantpatroon in strepen op de pas. Maat XS – XXXL.

Markeer maat:


DROPS 268-31

#springringscardi

DROPS design: Patroon no-104
Garengroep A
----------------------------------------------------------

MAAT:
XS - S - M - L - XL - XXL - XXXL

GAREN:
DROPS NORD van garnstudio (behoort tot garengroep A)
250-250-300-300-350-350-400 g kleur 28, Paardebloem

KNOPPEN:
DROPS KNOOP NR 521: 6-6-6-6-7-7-7 stuks.

NAALDEN:
DROPS RONDBREINAALD 3 mm: Lengte 40 en 80 cm.
DROPS RONDBREINAALD 2.5 mm: Lengte: 80 cm.
DROPS NAALDEN ZONDER KNOP MAAT 3 mm.
DROPS NAALDEN ZONDER KNOP MAAT 2.5 mm.
De techniek MAGIC LOOP kan gebruikt worden- u heeft dan alleen een rondbreinaald nodig van 80 cm in elke maat.

STEKENVERHOUDING:
26 steken in de breedte en 34 naalden in de hoogte in tricotsteek op naald 3 mm = 10 x 10 cm.
LET OP: De naalddikte is slechts een richtlijn! Als u te veel steken heeft op 10 cm, brei dan verder met grotere naalden, als u te weinig steken heeft op 10 cm, brei dan verder met kleinere naalden.

-------------------------------------------------------

Alternatief garen – Bekijk hier hoe u een ander garen kiest
Garengroep A tot F – Bekijk hier hoe u hetzelfde patroon gebruikt met een ander garen
Garenverbruik als u een alternatief garen kiest – Gebruik onze garenvervanger

-------------------------------------------------------

Misschien vindt u deze ook leuk...

DROPS Nord
45% Alpaca, 30% Polyamide, 25% Wol
vanaf 2.79 € /50g
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 13.95€ krijgen.

De garenkosten worden berekend op basis van het benodigde materiaal voor de kleinste maat en het goedkoopste producttype. Op zoek naar nog een scherpere prijs? Deze vindt u wellicht bij de DROPS Deals!

Instructies voor het patroon

0
0


----------------------------------------------------------

UITLEG VOOR HET PATROON:

----------------------------------------------------------

RIBBELSTEEK (heen en weer gebreid):
Recht op alle naalden, dus recht aan de goede kant en recht aan de verkeerde kant.
1 ribbel in de hoogte = brei 2 naalden recht.

VOORBIES MET PUNNIKRAND:
BEGIN VAN DE NAALD:
Brei de voorbies als volgt (= 6 steken): Haal 1 steek averecht af met de draad aan de voorkant van het werk, 1 recht en brei 4 steken in ribbelsteek.
EINDE VAN DE NAALD:
Brei de voorbies als volgt (= 6 steken): Brei tot er 6 steken over zijn op de naald, brei 4 steken in ribbelsteek, haal 1 steek averecht af met de draad aan de voorkant van het werk, 1 recht.
Ga zo verder op de goede kant en de verkeerde kant.

KNOOPSGATEN:
Minder voor de knoopsgaten op de rechter voorbies (als het kledingstuk gedragen wordt). Minder aan de goede kant als er 5 steken over zijn op de naald als volgt:
NAALD 1 (= goede kant): Maak 1 omslag, 2 recht samen, 1 recht, haal 1 steek averecht af met de draad aan de voorkant van het werk, 1 recht.
NAALD 2 (= verkeerde kant): Brei de voorbies zoals hiervoor en brei de omslag recht om een knoopsgat te maken.
Minder voor het eerste knoopsgat op de eerste naald aan de goede kant nadat de halsrand is gebreid. Minder dan de volgende 5-5-5-5-6-6-6 knoopsgaten met ongeveer 8-8-8½-9-7½-8-8 cm tussen elkaar. Pas zo aan dat het onderste knoopsgat in de overgang tussen tricotsteek en boordsteek op het lijf zit.

VERHOGING:
Om het vest hoger te maken aan de achterkant van de hals wanneer u een ronde pas breit, breit u een verhoging zoals uitgelegd hieronder. Sla deze paragraaf over als u geen verhoging wilt.
Voeg 1 markeerdraad in het midden van de naald (= midden achter), lees TIP VOOR HET BREIEN en brei de volgende 6 naalden heen en weer als volgt:
NAALD 1 (aan de goede kant): Brei zoals hiervoor tot er 13-14-15-16-17-18-19 steken zijn gebreid voorbij de markeerdraad midden achter, keer het werk.
NAALD 2: Brei 26-28-30-32-34-36-38 steken averecht, keer het werk.
NAALD 3: Brei 39-42-45-48-51-54-57 steken recht, keer het werk.
NAALD 4: Brei 52-56-60-64-68-72-76 steken averecht, keer het werk.
NAALD 5: Brei 65-70-75-80-85-90-95 steken recht, keer het werk.
NAALD 6: Brei 78-84-90-96-102-108-114 steken averecht, keer het werk.
Brei de hele naald recht (brei de voorbies zoals hiervoor), keer het werk en brei 1 naald averecht (brei de voorbies zoals hiervoor). Brei dan de pas zoals uitgelegd in het patroon.

TIP VOOR HET BREIEN:
Als u verkorte toeren breit ontstaat er een klein gaatje bij het keren van het werk – dit gaatje kan gesloten worden door de draad aan te trekken of de techniek Duitse Verkorte toeren te gebruiken als volgt:
Haal de eerste steek averecht af. Plaats de draad over de rechter naald en trek goed aan op de achterkant (zodat er twee lussen op de naald komen). Brei deze lussen samen op de volgende naald.

PATROON:
Zie telpatroon A.1.
Kies het telpatroon voor de juiste maat.
De telpatronen tonen alle naalden in het patroon aan de goede kant gezien.

TIP VOOR HET MEERDEREN-1:
Om te berekenen hoe u verdeeld meerdert, gebruikt u het totaal aantal steken op de naald (bijv. 138 steken), minus 20 steken aan elke kant (omdat er geen meerderingen zijn over de buitenste 20 steken aan elke kant) en deelt u de resterende steken door het aantal te maken meerderingen (bijv. 10) = 9.8.
In dit voorbeeld meerdert u aan de goede kant door 1 omslag te maken na ongeveer iedere 10e steek (meerder niet over de buitenste 20 steken aan elke kant richting midden voor, dit is belangrijk om midden voor als een rechte lijn te houden bij het breien van een ronde pas). Brei op de volgende naald de omslagen gedraaid averecht om gaatjes te voorkomen.

TIP VOOR HET MEERDEREN-2:
Alle meerderingen worden aan de goede kant gemaakt.
Meerder 1 steek aan elke kant van de markeerdraad als volgt:
Brei tot er 5 steken over zijn voor de markeerdraad, maak 1 omslag, 10 recht (de markeerdraad is in het midden van deze 10 steken), maak 1 omslag (= 2 steken gemeerderd).
Brei op de volgende naald de omslagen gedraaid averecht om gaatjes te voorkomen.

MOUWTIP:
Als u steken opneemt onder de mouw, ontstaat er een klein gaatje in de overgang tussen de steken op het lijf en de mouwen. De gaatjes kunnen gesloten worden door de draad tussen twee steken op te nemen - brei deze draad gedraaid samen met de eerste steek tussen het lijf en de mouw om het gaatje te sluiten.

TIP VOOR HET MINDEREN:
Minder 1 steek aan elke kant van de markeerdraad als volgt:
Brei tot er 3 steken over zijn voor de markeerdraad, 2 recht samen, 2 recht (de markeerdraad zit tussen deze 2 steken), 1 steek recht afhalen, 1 recht, haal de afgehaalde steek over de gebreide steek (= 2 steken geminderd).

----------------------------------------------------------

BEGIN HET WERK HIER:

----------------------------------------------------------

VEST - KORTE SAMENVATTING VAN HET WERK:
In dit patroon worden naalden van verschillende lengte gebruikt, begin met de lengte die past bij het aantal steken en wissel wanneer nodig.
Brei de halsrand en de pas heen en weer gebreid op de rondbreinaald vanaf midden voor, brei van boven naar beneden. Brei een verhoging aan de achterkant van de hals indien gewenst.
Als de pas klaar is, verdeel dan het werk voor het lijf en de mouwen. Brei het lijf naar beneden heen en weer gebreid op de rondbreinaald terwijl u de mouwen aan de kant legt. Brei dan de mouwen naar beneden in de rondte op de naald.
Als er een 0 staat in uw maat, sla dan de informatie over en ga verder met de volgende informatie.

HALSRAND:
Zet 138-142-146-154-158-166-174 steken op rondbreinaald 2.5 mm met DROPS Nord.
Brei 1 naald averecht op de verkeerde kant. Brei de volgende naald als volgt aan de goede kant: Brei 6 steken VOORBIES MET PUNNIKRAND - lees uitleg hierboven, brei boordsteek (2 recht, 2 averecht) tot er 8 steken over zijn, 2 recht en 6 steken voorbies met PUNNIKRAND. Ga zo verder in boordsteek tot de halsrand 2-2-2½-2½-3-3-3 cm meet.
Voeg 1 markeerder in aan de binnenkant van de voorbies aan een kant van het werk, meet het werk vanaf deze markeerder.

PAS:
Ga verder met rondbreinaald 3 mm en brei de eerste naald vanaf midden voor als volgt:
Brei de voorbies zoals hiervoor, brei 126-130-134-142-146-154-162 steken in tricotsteek terwijl u TEGELIJKERTIJD 10-10-12-12-14-14-16 steken verdeeld meerdert over deze steken – lees TIP VOOR HET MEERDEREN -1, brei de voorbies zoals hiervoor – denk om de knoopsgaten – lees uitleg hierboven = 148-152-158-166-172-180-190 steken op de naald. Brei 1 naald averecht op de verkeerde kant met biezen zoals hiervoor.
Brei nu een VERHOGING aan de achterkant van de hals - lees uitleg hierboven, brei dan zoals uitgelegd hieronder. Als u geen verhoging wilt, gaat u verder zoals hieronder wordt uitgelegd.

Brei nu in patroon – zie uitleg hierboven en brei dan als volgt: Brei 6 steken voorbies zoals hiervoor, brei A.1 tot er 6 steken over zijn, brei 6 steken voorbies zoals hiervoor. Ga zo verder in patroon. Denk om de stekenverhouding!
Meerder TEGELIJKERTIJD op elke naald gemarkeerd met de pijl in A.1 steken verdeeld zoals uitgelegd hieronder - denk om TIP VOOR HET MEERDEREN-1 (meerder niet over de buitenste 20 steken aan elke kant):

Pijl-1: Meerder 26-30-32-36-38-38-40 steken verdeeld = 174-182-190-202-210-218-230 steken.
Pijl-2: Meerder 36-40-44-50-54-52-56 steken verdeeld = 210-222-234-252-264-270-286 steken.
Pijl-3: Meerder 36-40-44-50-56-52-56 steken verdeeld = 246-262-278-302-320-322-342 steken.
Pijl-4: Meerder 36-40-44-50-56-52-56 steken verdeeld = 282-302-322-352-376-374-398 steken.
Pijl-5: Meerder 36-40-44-50-56-52-56 steken verdeeld = 318-342-366-402-432-426-454 steken.
Pijl-6: Meerder 0-0-0-0-0-52-56 steken verdeeld = 318-342-366-402-432-478-510 steken.

Als A.1 is gehaakt, meet de pas ongeveer 13-13-13-16-16-19-19 cm vanaf de markeerdraad. Brei in tricotsteek en voorbies.
Als de pas 15-15-16-18-18-21-22 cm meet vanaf de markeerdraad, meerder dan 38-42-42-50-56-54-54 steken verdeeld – denk om TIP VOOR HET MEERDEREN-1= 356-384-408-452-488-532-564 steken. Als de pas 18-18-19-20-21-23-25 cm meet vanaf de markeerdraad midden voor, verdeel dan het werk voor het lijf en de mouwen.

VERDELEN VOOR HET LIJF EN DE MOUWEN:
TEGELIJKERTIJD als de volgende naald wordt gebreid verdeelt u de pas voor het lijf en de mouwen als volgt: Brei 54-59-63-69-74-82-89 steken zoals hiervoor (= voorpand), zet de volgende 76-80-84-94-102-108-110 steken op een hulpdraad voor de mouw, zet 8-8-10-10-12-12-14 nieuwe steken op de naald (= in de zijkant midden onder de mouw), brei 96-106-114-126-136-152-166 steken in tricotsteek (= achterpand), zet de volgende 76-80-84-94-102-108-110 steken op een hulpdraad voor de mouw, zet 8-8-10-10-12-12-14 nieuwe steken op de naald (= in de zijkant midden onder de mouw), en brei de laatste 54-59-63-69-74-82-89 steken zoals hiervoor (= voorpand). Brei het lijf en de mouwen apart verder.

LIJF:
= 220-240-260-284-308-340-372 steken. Voeg 1 markeerdraad in aan elke kant op het lijf, in het midden van de 8-8-10-10-12-12-14 opgezette steken onder elke mouw en beweeg de markeerdraad tijdens het breien, gebruik de markeerdraden bij het meerderen in de zijkant op het lijf.
Brei heen en weer gebreid vanaf midden voor over alle steken met tricotsteek en voorbies zoals hiervoor.
Meerder bij een hoogte van 6-6-6-6-8-8-8 cm vanaf de scheiding, 1 steek aan elke kant van beide markeerdraden - lees TIP VOOR HET MEERDEREN-2 (= 4 steken gemeerderd). Meerder zo iedere 6-6-6-6-8-8-8 cm 3-3-3-3-4-4-4 keer in totaal = 232-252-272-296-324-356-388 steken.
Brei tot het werk 39-41-43-44-45-47-49 cm meet vanaf de markeerdraad midden voor.
Begin op de volgende naald aan de goede kant met boordsteek terwijl u TEGELIJKERTIJD 14-14-18-18-22-22-26 steken verdeeld meerdert op de naald (meerder niet over de biezen) = 246-266-290-314-346-378-414 steken, brei dan als volgt:
Ga verder met rondbreinaald 2.5 mm, brei voorbies zoals hiervoor, brei boordsteek (= 2/2 steek recht in ribbelsteek - denk om het meerderen) tot er 8 steken over zijn, 2 recht en voorbies zoals hiervoor.
Als de boordsteek 2-2-2-2-3-3-3 cm meet, kant dan alle steken ietwat losjes af door aan de goede kant te breien.
De top meet 41-43-45-46-48-50-52 cm vanaf de markeerdraad midden voor en ongeveer 46-48-50-52-54-56-58 cm vanaf de bovenkant van de schouder.

MOUWEN:
Zet de 76-80-84-94-102-108-110 mouwsteken van een hulpdraad op rondbreinaald 3 mm en neem daarnaast 1 steek op in elk van de 8-8-10-10-12-12-14 opgezette steken onder de mouw- lees MOUWTIP = 84-88-94-104-114-120-124 steken.
Voeg 1 markeerdraad in, in het midden van de 8-8-10-10-12-12-14 nieuwe steken onder de mouw – de naald begint op de markeerdraad.
Brei in tricotsteek in de rondte op de naald terwijl u TEGELIJKERTIJD als de mouw 1 cm meet vanaf de scheiding, midden onder de mouw mindert – lees TIP VOOR HET MINDEREN en minder als volgt: Minder 2 steken 2-2-2-2-2-1-0 keer op iedere 3-3-3-3-3-2-0 cm in totaal = 80-84-90-100-110-118-124 steken op de naald.
Brei tot de mouw 7-7-7-7-6-4-2 cm meet vanaf de scheiding.
Brei verder met breinaalden zonder knop maat 2.5 mm en brei boordsteek (= 2/2 steek recht in ribbelsteek) terwijl u TEGELIJKERTIJD 4-4-6-4-6-6-8 steken verdeeld meerdert op de 1e naald = 84-88-96-104-116-124-132 steken.
Als de boordsteek 2-2-2-2-3-3-3 cm meet, kant dan ietwat losjes af met recht. De mouw meet ongeveer 9-9-9-9-9-7-5 cm vanaf de scheiding.

BIJEENKOMST:
Naai de knopen aan de linker voorbies.

Telpatroon

recht aan de goede kant, averecht aan de verkeerde kant = recht aan de goede kant, averecht aan de verkeerde kant
recht aan de verkeerde kant = recht aan de verkeerde kant
brei in tricotsteek voor 2-2-2-2½-2½-2½-2½ cm – pas zo aan dat de laatste naald aan de verkeerde kant is = brei in tricotsteek voor 2-2-2-2½-2½-2½-2½ cm – pas zo aan dat de laatste naald aan de verkeerde kant is
maak 1 omslag tussen 2 steken, brei op de volgende naald (= verkeerde kant) de omslag recht om een gaatje te maken = maak 1 omslag tussen 2 steken, brei op de volgende naald (= verkeerde kant) de omslag recht om een gaatje te maken
2 recht samen = 2 recht samen
meerdernaald (meerderen aan de goede kant) = meerdernaald (meerderen aan de goede kant)
Diagram for DROPS 268-31
Diagram for DROPS 268-31

Elk van onze patronen hebben specifieke instructievideo's om u te helpen.

Heeft u een vraag? Bekijk een lijst met vaak gestelde vragen (FAQ)

De stekenverhouding bepaalt de uiteindelijke afmetingen van uw werkstuk en wordt normaliter aangegeven in 10 x 10 cm. Het wordt als volgt aangegeven: het aantal steken in de breedte x het aantal naalden in de hoogte - dus: 19 steken x 26 naalden = 10 x 10 cm.

De stekenverhouding is heel erg individueel; sommige mensen breien/haken heel losjes, terwijl anderen vrij strak werken. De stekenverhouding past u aan met de naalddikte, wat de reden is waarom we slechts een suggestie voor de naalddikte geven! U moet deze aanpassen (naar boven of beneden) om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding overeenkomt met de stekenverhouding die aangegeven staat in het patroon. Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan zal het garenverbruik anders zijn, en zal uw werkstuk andere afmetingen krijgen dan het patroon aangeeft.

De stekenverhouding geeft tevens aan welk garen als vervanging kan dienen. U kunt verschillende garens met elkaar vervangen, zolang de stekenverhouding maar hetzelfde is.

Bekijk de DROPS les: Hoe u de stekenverhouding opmeet

Bekijk de DROPS video: Hoe u een proeflapje maakt

De benodigde hoeveelheid garen wordt aangegeven in grammen, dus bijvoorbeeld: 450 g. Om uit te rekenen hoeveel bollen u nodig heeft, moet u eerst weten hoeveel gram er in 1 bol gaat (25 g, 50 g, of 100 g). Deze informatie vindt u door op de individuele garenkwaliteit te klikken op onze site. Deel de hoeveelheid benodigde garen door de hoeveelheid per bol. Bijvoorbeeld, als de bollen 50 gram wegen (de meest gebruikelijke hoeveelheid), ziet de berekening er als volgt uit: 450 / 50 = 9 bollen.

Bij het kiezen van een ander garen is het belangrijk dat de stekenverhouding hetzelfde blijft. De afmetingen van het uiteindelijke werk zijn dan hetzelfde als aangegeven in de tekening bij het patroon. Het is makkelijker om dezelfde stekenverhouding te krijgen als u garen gebruikt uit dezelfde garengroep. Het is ook mogelijk om meerdere draden van een dunner garen te gebruiken om de stekenverhouding van een dikker garen te krijgen. Probeer onze garenvervanger. We raden u aan om altijd een proeflapje te maken.

LET OP: als u een ander garen neemt, kan het kledingstuk een andere 'look en feel' krijgen dan het kledingstuk op de foto, vanwege individuele eigenschappen en kwaliteiten van elk garen.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

Al onze garens zijn ondergebracht in garengroepen (van A tot F) volgens dikte en stekenverhouding – groep A bevat de dunste garens en groep F de dikste. Dit maakt het makkelijker voor u om alternatieve garens te vinden voor onze patronen, indien u graag ander garen wilt gebruiken. Alle garens binnen dezelfde groep hebben ongeveer eenzelfde stekenverhouding en kunnen elkaar vervangen. Het is wel zo dat verschillende garenkwaliteiten verschillende structuren en eigenschappen hebben, wat het uiteindelijke werkstuk een unieke 'look en feel' geeft.

Klik hier voor een overzicht van de garens in elke garengroep

Bovenaan al onze patronen vindt u een link naar onze garenvervanger, welke handig kan zijn als u een ander garen wilt gebruiken dan staat aangegeven in het patroon. Door het garen in te vullen dat u wilt vervangen, de hoeveelheid (in uw maat) en het aantal draden, stelt de vervanger geschikte alternatieven voor met dezelfde stekenverhouding. Daarnaast wordt aangegeven hoeveel u nodig heeft in de nieuwe kwaliteiten en of u met meerdere draden moet werken. De meeste bollen zijn 50 gram (sommige zijn 25 gram of 100 gram).

Als het patroon met meerdere kleuren wordt gebreid/gehaakt, moet elke kleur apart worden vervangen. Dit geldt ook als het patroon met verschillende draden van verschillende garens wordt gemaakt (bijvoorbeeld 1 draad Alpaca en 1 draad Kid-Silk) dan zult u voor elk individueel alternatieven moeten vinden.

Klik hier voor de garenvervanger

Omdat de verschillende garens verschillende kwaliteiten en verschillend texturen hebben, hebben we ervoor gekozen om het originele garen in het patroon te laten staan. Maar u kunt vrij makkelijk andere opties vinden tussen de beschikbare garenkwaliteiten door onze garenvervanger te gebruiken, of door een garen uit dezelfde garengroep uit te kiezen.

Het is mogelijk dat sommige verkooppunten nog bollen op voorraad hebben van garens die niet meer leverbaar zijn, of dat iemand thuis nog een paar bollen heeft liggen en hier een patroon bij zoekt.

De garenvervanger laat alternatieve garens zien en de hoeveelheid die u nodig heeft in de nieuwe kwaliteit.

Als u het lastig vindt om te bepalen welke maat u moet maken, dan is het wellicht een goed idee om een bestaand kledingstuk dat goed zit, op te meten. Vervolgens kunt u de maat kiezen door de afmetingen te vergelijken met de afmetingen in de maattekening bij het patroon.

U kunt de maattekening onderaan het patroon vinden.

Bekijk DROPS les: Maattekeningen lezen

De naalddikte die aangegeven is in het patroon geldt slechts als een richtlijn, het is van belang dat de stekenverhouding klopt. En omdat de stekenverhouding per persoon nogal verschillend is, zult u de naalddikte aan moeten passen om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding hetzelfde is als in het patroon – misschien is het nodig dat u 1 of zelfs 2 naalddiktes naar beneden of naar boven moet om de juiste stekenverhouding te krijgen. Daarom raden we ook aan om een proeflapje te maken.

Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan kunnen de afmetingen van het werkstuk afwijken van de afmetingen volgens de tekening.

Bekijk de DROPS les: Hoe meet u de stekenverhouding

Bekijk de DROPS video: Hoe maakt u een proeflapje voor de stekenverhouding

Als u een kledingstuk van boven naar beneden breit, dan geeft dit meer flexibiliteit en mogelijkheden voor persoonlijke aanpassingen. Het is bijvoorbeeld makkelijker om het kledingstuk te passen terwijl u er mee bezig bent. U kunt ook makkelijker de lengte van de pas en de schouderkoppen aanpassen.

In de uitleg worden alle stappen zorgvuldig uitgelegd in de juiste volgorde. De telpatronen zijn aangepast aan de breirichting en worden zoals gebruikelijk gebreid.

Het telpatroon laat alle naalden en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt gelezen van onder naar boven, van rechts naar links. 1 vierkant = 1 steek.

Als u heen en weer breit, wordt elke andere naald aan de goede kant gebreid en elke andere naald wordt aan de verkeerde kant gebreid. Als u aan de verkeerde kant breit, moet u het telpatroon omgekeerd breien, dus van links naar rechts. rechte steken worden dan averecht gebreid en averechte steken recht, etc.

Als u in de rondte breit wordt elke naald aan de goede kant gebreid en het telpatroon wordt dan van rechts naar links gebreid op alle naalden.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees ik de teltekening bij de patronen?

Het telpatroon laat alle toeren en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt van onder naar boven gehaakt en van rechts naar links.

Als u heen en weer haakt, wordt elke andere toer aan de goede kant gehaakt: van rechts naar links en elke andere toer wordt aan de verkeerde kant gehaakt: vank links naar rechts.

Als u in de rondte haakt, wordt elke toer in het telpatroon aan de goede kant gehaakt, van rechts naar links.

Als u een cirkelvormig telpatroon haakt, dan begint u in het midden en haakt u naar buiten toe, tegen de klok in, toer na toer.

Meestal beginnen de toeren met een opgegeven aantal lossen (overeenkomend met de hoogte van de volgende steek), deze zijn of in het telpatroon opgenomen, of uitgelegd in het patroon.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees je telpatronen voor haken

Instructies om verschillende telpatronen achter elkaar op dezelfde naald/toer te breien/haken, worden meestal als volgt beschreven: “brei/haak A.1, A.2, A.3 in totaal 0-0-2-3-4 keer". Dit betekent dat u A.1 een keer breit/haakt, daarna wordt A.2 een keer gebreid/gehaakt, en A.3 wordt het aantal aangegeven keren (in de breedte) in uw maat gebreid/gehaakt – in dit geval als volgt: S = 0 keer, M = 0 keer, L=2 keer, XL= 3 keer en XXL = 4 keer.

De telpatronen worden zoals gebruikelijk gebreid/gehaakt: begin met de eerste naald/toer in A.1, brei/haak dan de volgende naald/toer in A.2 etc.

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor breien leest

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor haken leest

De totale breedte van het kledingstuk (van pols tot pols) is groter in de grotere maten, ondanks dat de eigenlijke mouwen korter zijn. De grotere maten hebben langere mouwkoppen en bredere schouders, dus er is een goede pasvorm in alle maten.

De tekening/ het schema met de afmetingen geeft informatie over de volledige lengte van het kledingstuk. Als het een trui of een vest betreft, dan wordt deze vanaf het hoogste punt op de schouder gemeten (meestal het dichtst bij de halslijn), en recht naar beneden tot de onderkant van het kledingstuk. Het wordt NIET gemeten vanaf de punt van de schouder. Op gelijke wijze wordt ook de lengte van de pas gemeten, vanaf het hoogste punt op de schouder en naar beneden tot waar de pas gesplitst wordt voor het lijf en de mouwen.

Op een vest worden de afmetingen nooit over de biezen genomen, tenzij anders aangegeven. Meet altijd binnen de biessteken als u de lengte opmeet.

Bekijk de DROPS les: Maattekeningen lezen

Telpatronen worden vaak herhaald in de breedte op de naald en/of in de hoogte. 1 herhaling van het telpatroon is hoe het te zien is in het telpatroon. Als er staat dat u 5 herhalingen van A.1 op de naald moet breien, dan breit u het patroon in totaal 5 keer achter/na elkaar op de naald. Als er staat dat u 2 herhalingen van A.1 in de hoogte moet breien, dan breit u het hele telpatroon (dus alle naalden van het telpatroon) een keer en begint u opnieuw onderaan bij het begin en breit u het telpatroon nog een keer.

Lossen zijn ietsje smaller dan andere steken en om te voorkomen dat de opzetrand te strak wordt, haken we eenvoudigweg meer lossen om mee te beginnen. Het aantal steken wordt in de volgende toer aangepast zodat het overeenkomt met het patroon en de afmetingen in de tekening.

De rand in ribbelsteek is elastischer en zal ietwat samentrekken vergeleken met bijvoorbeeld tricotsteek. Door te meerderen voor de rand in ribbelsteek, voorkomt u een zichtbaar verschil in breedte tussen de rand in ribbelsteek en de rest van het lijf.

Het gebeurt vrij makkelijk dat u te strak afkant, en door omslagen te maken tijdens het afkanten (terwijl u deze tegelijkertijd afkant) voorkomt u dat de afkantrand te strak wordt.

Bekijk de DROPS video: Hoe kant u af met omslagen

Om gelijkmatig te meerderen (of te minderen) kunt u meerderen op, bijvoorbeeld: afwisselend elke 3e en 4e naald, als volgt: brei 2 naalden en meerder op de 3e naald, brei 3 naalden en meerder op de 4e naald. Herhaal dit tot het meerderen klaar is.

Bekijk de DROPS les: Meerder of minder 1 st afwisselend

Als u liever in de rondte breit dan heen en weer, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen. U moet dan steken midden voor toevoegen (meestal 5 steken) en de instructies volgen. Als u normaal het werk keert en aan de verkeerde kant breit, breit u nu over de extra steken en gaat u verder in de rondte. Aan het einde knipt u het werk open. Neem steken op voor de biezen en werk de afgeknipte randen af.

Bekijk de DROPS video: Hoe breit u knipbiezen en openknippen

Als u liever heen en weer breit dan in de rondt, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen zodat u de panden apart van elkaar breit en aan het eind aan elkaar naait. Deel de steken voor het lijf in tweeën en voeg 1 kantsteek toe aan elke kant (voor het in elkaar naaien) en brei het voor- en achterpand apart van elkaar.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een patroon aanpassen van rondbreinaalden naar rechte naalden?

Herhalingen van het patroon kunnen een beetje anders zijn in de verschillende maten, om de juiste verhoudingen te krijgen. Als u niet dezelfde maat maakt als het kledingstuk op de foto, wijkt uw werkstuk wellicht ietsje af. Dit is met zorg ontwikkeld en aangepaste zodat het totale beeld van het kledingstuk hetzelfde is in alle maten.

Zorg ervoor dat u de instructies en de telpatronen voor uw maat volgt!

Als u een patroon heeft gevonden doe alleen beschikbaar is in damesmaten, dan hoeft het niet heel moeilijk te zijn om deze aan te passen naar een herenmaat. Het grootste verschil is de lengte van de mouwen en het lijf. Begin met breien in de damesmaat die overeenkomt met de borstwijdte. De lengte die erbij komt wordt namelijk gebreid voordat u begint met afkanten voor de armsgaten. Als het patroon van boven naar beneden wordt gebreid, kunt u lengte toevoegen vlak na de armsgaten of voor de eerste mindering op de mouw.

Wat betreft de extra hoeveelheid garen wat u nodig heeft: dit hangt heel erg af van hoeveel lengte u toevoegt, maar het is vaak meter dat u een bol te veel hebt dan te weinig.

Alle garens hebben vezels die uitsteken (door de productie) waardoor een kledingstuk gaat pluizen of pillen. Geborstelde garens (dus meer harige garens) hebben meer van deze losse, uitstekende vezels waardoor het eerder gaat pluizen of pillen.

Hoewel het niet mogelijk is om te garanderen dat geborsteld garen 100% pluisvrij is, is het wel mogelijk om dit drastisch af te laten nemen, door de volgende stappen te ondernemen:

1. Als het kledingstuk klaar is (voordat u het gaat wassen) schudt u het kledingstuk flink uit, zodat de losse haartjes eruit komen. LET OP: gebruik GEEN roller, borstel of andere methode, waardoor aan het kledingstuk getrokken wordt

2. Plaats het kledingstuk in een plastic zak en leg het in de vriezer - de temperatuur zorgt ervoor dat de vezels minder aan elkaar blijven zitten, en uitstekende vezels komen makkelijker los.

3. Laat een paar uur in de vriezer liggen, voordat u het eruit haalt en schudt het kledingstuk dan opnieuw uit.

4. Was het kledingstuk volgens de instructies op het garenlabel.

Pillen is een natuurlijk proces dat zelfs bij de meest exclusieve vezels voorkomt. Het is een natuurlijk teken van dragen dat lastig is te voorkomen en het meest zichtbaar is in gebieden waar de meeste wrijving optreedt, zoals bij de mouwen en de manchetten.

U kunt uw kledingstuk er als nieuw uit laten zien door het pillen te verwijderen met een pluizenkam of pillenverwijderaar.

Kunt u het antwoord op uw vraag nog steeds niet vinden? Scroll dan naar beneden en laat een vraag achter zodat een van onze experts kan proberen u te helpen. Dit wordt normaal tussen 5 tot 10 werkdagen gedaan..
In de tussentijd kunt u de vragen en antwoorden lezen die anderen bij dit patroon achter hebben gelaten of doe mee met de DROPS Workshop op Facebook om hulp te krijgen van mede breisters en haaksters!
Heeft u dit patroon gemaakt?
Tag dan uw afbeeldingen met #dropspattern #springringscardi of stuur ze naar de #dropsfan galerij.

Laat een opmerking achter voor DROPS 268-31

Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!

Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.