Dianne schreef:
I can not make sense about where to place the raglan markers. You say to only put the markers in a knit stitch, but the count does not add up. Where do I start counting from? The beginning of round? Do I put a marker there? then after that 19 stitches puts a marker in a purl stitch. Then it says to put a marker in the next stitch which would be a knit stitch. I am confused, Could you please explain it more simply? Thank you
18.04.2026 - 22:52DROPS Design antwoorde:
Dear Dianne, rib pattern started with K1, so you insert the 1st marker in this 1st stitch, then count 19 sts = (P1, K1) x 9 = 18 sts rib + P1 = 19 sts for sleeve, insert marker in next stitch which is a K stitch from the rib. Hope it can help. Happy knitting!
20.04.2026 - 09:58
Monique De Jong schreef:
De mouwen zijn te lang voor mijn lichaam. Hoe kan de mouwen 6 cm korter maken?
08.04.2026 - 20:29DROPS Design antwoorde:
Dag Monique,
Om de mouw korter te maken moet je het stuk tussen de oksel en de boord korter maken. Dus je breit dan niet tot de mouw 39-37-37-34-32-29-27 meet, maar 6 cm korter. Ook moet je de minderingen verdelen over deze kortere lengte.
08.04.2026 - 21:19
Grace schreef:
I am placing markers for the sleeve and body on a size large. I cast on 104 stiches and just finished the ribbing. I am confused because 19 stiches for both sleeves, and 31 for front and back only equal 100 stiches. Where do my last four stiches go?
03.04.2026 - 22:34DROPS Design antwoorde:
Hi Grace, 4 markers are placed in these stitches. The markers are here in stitches, not between them. Happy knitting!
03.04.2026 - 22:43
Summer Living Sweater#summerlivingsweater |
|
![]() |
![]() |
Gebreide trui in DROPS Paris. Het werk wordt van boven naar beneden gebreid met raglan en tricotsteek. Maat XS – XXXL.
DROPS 267-25 |
|
|
---------------------------------------------------------- UITLEG VOOR HET PATROON: ---------------------------------------------------------- RAGLAN: Meerder 1 steek door 1 omslag te maken, brei op de volgende naald de omslagen recht zoals uitgelegd hieronder: VOOR DE RAGLANSTEKEN (= draai de omslag naar rechts): Zet de omslag van de linker naald averecht op de rechter naald, zet de omslag terug op de linker naald door de linker naald van achteren in de omslag te steken (de omslag is nu gedraaid). Brei de omslag recht in de lus aan de voorkant van de naald - om gaatjes te voorkomen. NA DE RAGLANSTEKEN (= draai de omslag naar links): Brei de omslagen recht in de lus achter de naald - om gaatjes te voorkomen. MOUWTIP: Als u steken opneemt onder de mouw, ontstaat er een klein gaatje in de overgang tussen de steken op het lijf en de mouwen. De gaatjes kunnen gesloten worden door de draad tussen twee steken op te nemen - brei deze draad gedraaid samen met de eerste steek tussen het lijf en de mouw om het gaatje te sluiten. TIP VOOR HET MINDEREN: Minder 1 steek aan elke kant van de markeerdraad als volgt: Brei tot er 3 steken over zijn voor de markeerdraad, 2 recht samen, 2 recht (de markeerdraad zit tussen deze 2 steken), 1 steek recht afhalen, 1 recht, haal de afgehaalde steek over de gebreide steek (= 2 steken geminderd). ---------------------------------------------------------- BEGIN HET WERK HIER: ---------------------------------------------------------- TRUI - KORTE SAMENVATTING VAN HET WERK: In dit patroon worden naalden van verschillende lengtes gebruikt, begin met de lengte die past bij het aantal steken en wissel wanneer nodig. Brei de halsrand en de pas in de rondte op de rondbreinaald vanaf de rechterschouder achter en brei van boven naar beneden. Als de pas klaar is, verdeel dan het werk voor het lijf en de mouwen. Brei het lijf naar beneden in de rondte op de rondbreinaald terwijl de mouwen wachten. Brei dan de mouwen naar beneden in de rondte op de naald. HALSRAND: Zet 92-96-100-104-108-112-116 steken op rondbreinaald 3.5 mm met DROPS Paris. Brei 1 naald recht. Brei 4 naalden boordsteek (= 1 recht/1 averecht). Het begin van de naald is op de rechterschouder achter. Voeg 1 markeerder in na de eerste 33-34-35-36-37-38-39 steken op de naald (= ongeveer midden voor), meet het werk vanaf deze markeerder. PAS: Voeg nu 4 markeerders in het werk zonder de steken te breien, voeg de markeerdraden in een rechte steek. Deze steken worden raglansteken genoemd en worden gebreid in tricotsteek. Voeg de 1e markeerder in de eerste steek, tel 19 steken (= mouw), voeg de 2e markeerder in de volgende steek, tel 25-27-29-31-33-35-37 steken (= voorpand), voeg de 3e markeerder in de volgende steek, tel 19 steken (= mouw), voeg de 4e markeerder in de volgende steek, er zijn 25-27-29-31-33-35-37 steken over na de laatste markeerder (= achterpand). Ga verder met rondbreinaald 5 mm en brei in tricotsteek en meerder voor de RAGLAN - lees uitleg hierboven, als volgt: TOER 1: Brei in tricotsteek en meerder voor de raglan aan elke kant van elke raglansteek (= 8 steken gemeerderd). TOER 2: Brei in tricotsteek, denk om de omslagen zoals uitgelegd onder raglan. Brei de 1e en 2e NAALD 3-1-6-7-6-5-5 keer (= 6-2-12-14-12-10-10 naalden zijn gebreid) = 116-104-148-160-156-152-156 steken op de naald. Denk om de stekenverhouding! Ga verder met tricotsteek en meerder voor de raglan als volgt: TOER 1: Brei in tricotsteek en meerder voor de raglan aan elke kant van elke raglansteek (= 8 steken gemeerderd). TOER 2: Brei in tricotsteek. NAALD 3: Brei in tricotsteek en meerder voor de raglan op het voorpand en achterpand, dus meerder na de 2e en 4e markeerder en voor de 3e en 1e markeerder - meerder geen steken op de mouwen (= 4 steken gemeerderd). TOER 4: Brei in tricotsteek. Brei de 1e tot 4e NAALD 10-12-10-11-13-15-16 keer (= 40-48-40-44-52-60-64 naalden gebreid = 10-12-10-11-13-15-16 meerderingen op de mouwen, 20-24-20-22-26-30-32 meerderingen op het voorpand/achterpand) = 236-248-268-292-312-332-348 steken op de naald. Alle meerderingen voor de raglan zijn klaar, er zijn in totaal 23-25-26-29-32-35-37 meerderingen op het voorpand/achterpand en 13-13-16-18-19-20-21 meerderingen op de mouwen. Ga verder in tricotsteek zonder te meerderen, tot het werk ongeveer 21-23-24-27-29-32-34 cm meet vanaf de markeerder midden voor. Verdeel nu de pas voor het lijf en de mouwen. VERDELEN VOOR HET LIJF EN DE MOUWEN: TEGELIJKERTIJD als de volgende naald wordt gebreid verdeelt u de pas voor het lijf en de mouwen als volgt: Brei en houd de eerste steek op de naald (deze steek hoort bij het achterpand), zet de volgende 45-45-51-55-57-59-61 steken op een hulpdraad voor de mouw, zet 10-12-14-16-18-20-20 nieuwe steken op de naald (= in de zijkant midden onder de mouw), brei 73-79-83-91-99-107-113 steken in tricotsteek (= voorpand), zet de volgende 45-45-51-55-57-59-61 steken op een hulpdraad voor de mouw, zet 10-12-14-16-18-20-20 nieuwe steken op de naald (= in de zijkant midden onder de mouw) en brei de laatste 72-78-82-90-98-106-112 steken in tricotsteek (= 73-79-83-91-99-107-113 steken in totaal op het achterpand). Brei het lijf en de mouwen apart verder. LIJF: = 166-182-194-214-234-254-266 steken. Brei tricotsteek tot het werk 36-38-40-42-43-45-47 cm meet vanaf de markeerder midden voor. Brei verder met rondbreinaald maat 3.5 mm, brei boordsteek (= 1 recht/1 averecht) terwijl u TEGELIJKERTIJD 16-18-20-22-24-26-28 steken verdeeld meerdert op de 1e naald = 182-200-214-236-258-280-294 steken. Als de boordsteek 4-4-4-4-5-5-5 cm meet, kant dan af met recht boven recht en averecht boven averecht. De trui meet 40-42-44-46-48-50-52 cm vanaf de markeerder midden voor en ongeveer 46-48-50-52-54-56-58 cm vanaf de bovenkant van de schouder. MOUWEN: Zet de 45-45-51-55-57-59-61 mouwsteken van een hulpdraad op rondbreinaald 5 mm en neem daarnaast 1 steek op in elk van de 10-12-14-16-18-20-20 opgezette steken onder de mouw– lees MOUWTIP = 55-57-65-71-75-79-81 steken. Voeg 1 markeerdraad in, in het midden van de nieuwe steken onder de mouw. Brei in tricotsteek in de rondte op de naald - TEGELIJKERTIJD als de mouw 1 cm meet vanaf de scheiding, minder dan midden onder de mouw – lees TIP VOOR HET MINDEREN en minder als volgt: Minder 2 keer 2 steken in iedere tweede naald, minder dan 2 steken 2-2-5-7-8-9-9 keer iedere 4-4-4-3½-3-2½-2½ cm = 47-49-51-53-55-57-59 steken op de naald. Brei tot de mouw 39-37-37-34-32-29-27 cm meet vanaf de scheiding. Brei verder met breinaalden zonder knop maat 3.5 mm en brei boordsteek (= 1 recht/1 averecht) terwijl u TEGELIJKERTIJD 9-9-9-11-11-11-11 steken verdeeld meerdert op de 1e naald = 56-58-60-64-66-68-70 steken. Als de boordsteek 6-6-6-6-7-7-7 cm meet, kant dan af met recht boven recht en averecht boven averecht. De mouw meet ongeveer: 45-43-43-40-39-36-34 cm vanaf de scheiding. |
|
![]() |
|
Heeft u dit patroon gemaakt?Tag dan uw afbeeldingen met #dropspattern #summerlivingsweater of stuur ze naar de #dropsfan galerij. Heeft u hulp nodig voor dit patroon?U vind 17 instructievideo's, een commentaar/vragengedeelte en nog veel meer, als u naar het patroon gaat op garnstudio.com © 1982-2026 DROPS Design A/S. Alle rechten voorbehouden. Op dit document, inclusief alle subdocumenten, rust copyright. Lees meer over wat u kunt doen met onze patronen onderaan elk patroon op onze site |
|
Laat een opmerking achter voor DROPS 267-25
Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!
Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.