Strawberry Pie Tee#strawberrypiesweater |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
![]() |
![]() |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Gebreide trui met korte mouwen in DROPS Flora. Het werk wordt van boven naar beneden gebreid met kantpatroon op het voorpand, A-vorm en gehaakte randen. Maat XS – XXXL.
DROPS 267-36 |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
---------------------------------------------------------- UITLEG VOOR HET PATROON: ---------------------------------------------------------- RIBBELSTEEK (heen en weer gebreid): Recht op alle naalden, dus recht aan de goede kant en recht aan de verkeerde kant. 1 ribbel in de hoogte = brei 2 naalden recht. RIBBELSTEEK (in de rondte): Brei afwisselend 1 naald recht en 1 naald averecht. 1 ribbel in de hoogte = 2 naalden. PATROON: Zie telpatronen A.1 tot A.6. Kies het telpatroon voor de gewenste maat (geldt voor A.1 en A.2). Lees de telpatronen van rechts naar links als u aan de goede kant breit/haakt en van links naar rechts als u aan de verkeerde kant breit. Telpatroon A.6 = gehaakte rand aan de onderkant rondom de mouwen. TIP VOOR HET MEERDEREN-1: MEERDER 1 STEEK RICHTING LINKS- aan de GOEDE KANT: Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de naald eronder op te nemen, neem de draad op vanaf de voorkant en brei de steek recht in de lus achter de naald. MEERDER 1 STEEK RICHTING RECHTS - aan de GOEDE KANT: Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de naald eronder op te nemen, neem de draad op vanaf de achterkant en brei de steek recht in de lus aan de voorkant van de naald. TIP VOOR HET MEERDEREN-2: Meerder 1 steek aan elke kant van de markeerdraad als volgt: Brei tot er 2 steken over zijn voor de markeerdraad, maak 1 omslag, 4 recht (de markeerdraad is in het midden van deze 4 steken), maak 1 omslag (= 2 steken gemeerderd). Brei op de volgende naald de omslagen averecht om gaatjes te maken. Brei de nieuwe steken in tricotsteek. TIP VOOR HET MINDEREN: Minder 1 steek aan elke kant van de markeerdraad als volgt: Brei tot er 4 steken over zijn voor de markeerdraad en brei 2 recht samen, 4 recht (de markeerdraad zit in het midden van deze 4 steken), 1 steek recht afhalen, 1 recht, haal de afgehaalde steek over de gebreide steek (= 2 steken geminderd). TIP VOOR HET BREIEN: Als u verkorte toeren breit ontstaat er een klein gaatje bij het keren van het werk – dit gaatje kan gesloten worden door de draad aan te trekken of de techniek Duitse Verkorte toeren te gebruiken als volgt: Haal de eerste steek averecht af. Plaats de draad over de rechter naald en trek goed aan op de achterkant (zodat er twee lussen op de naald komen). Brei deze lussen samen op de volgende naald. ---------------------------------------------------------- BEGIN HET WERK HIER: ---------------------------------------------------------- TRUI - KORTE SAMENVATTING VAN HET WERK: In dit patroon worden naalden van verschillende lengte gebruikt, begin met de lengte die past bij het aantal steken en wissel wanneer nodig. Brei het voor- en achterpand apart heen en weer gebreid op de rondbreinaald tot aan de armsgaten en brei van boven naar beneden. Breng dan de delen samen en brei naar beneden in de rondte op de rondbreinaald. Neem steken op voor de mouwen rondom de armsgaten en brei de mouwen naar beneden. Brei eerst heen en weer met verkorte toeren om een mouwkop te maken, brei dan de mouwen naar beneden in de rondte op de naald. Eindig door steken op te nemen rondom de hals en brei een halsrand. Haak een rand rond de onderkant van beide mouwen. Als er 0 steken staan in uw maat, sla dan de informatie over en ga verder met de volgende informatie. ACHTERPAND: RECHTERSCHOUDER: Brei heen en weer gebreid op de rondbreinaald. Zet 25-29-32-34-34-36-39 steken op rondbreinaald 3 mm met DROPS Flora. Brei tricotsteek heen en weer gebreid met 1 steek in RIBBELSTEEK aan elke kant – lees uitleg hierboven. Brei tot het werk 2 cm meet - pas zo aan dat de volgende naald aan de verkeerde kant is. Zet nu nieuwe steken op voor de hals zoals uitgelegd hieronder. NAALD 1 (= verkeerde kant): Brei 1 steek in ribbelsteek, brei de rest van de naald averecht, zet 2 nieuwe steken op voor de hals aan het einde van de naald. NAALD 2 (= goede kant): Brei recht tot er 1 steek over is, 1 steek in ribbelsteek. NAALD 3 (= verkeerde kant): Brei 1 steek in ribbelsteek, brei de rest van de naald averecht, zet 1 nieuwe steek op voor de hals aan het einde van de naald. NAALD 4 (= goede kant): Brei recht tot er 1 steek over is, 1 steek in ribbelsteek. NAALD 5 (= verkeerde kant): Brei 1 steek in ribbelsteek, brei de rest van de naald averecht, zet 1 nieuwe steek op voor de hals aan het einde van de naald = 29-33-36-38-38-40-43 steken. Leg het werk opzij en brei de linkerschouder. ACHTERPAND: LINKERSCHOUDER: Zet 25-29-32-34-34-36-39 steken op rondbreinaald 3 mm met DROPS Flora. Brei in tricotsteek heen en weer gebreid met 1 steek in ribbelsteek aan elke kant. Brei tot het werk 2 cm meet - pas zo aan dat de volgende naald aan de goede kant is. Zet nu nieuwe steken op voor de hals zoals uitgelegd hieronder. NAALD 1 (= goede kant): Brei 1 steek in ribbelsteek, brei de rest van de naald recht, zet 2 nieuwe steken op voor de hals aan het einde van de naald. NAALD 2 (= verkeerde kant): Brei averecht tot er 1 steek over is, 1 steek in ribbelsteek. NAALD 3 (= goede kant): Brei 1 steek in ribbelsteek, brei de rest van de naald recht, zet 1 nieuwe steek op voor de hals aan het einde van de naald. NAALD 4 (= verkeerde kant): Brei averecht tot er 1 steek over is, 1 steek in ribbelsteek. NAALD 5 (= goede kant): Brei 1 steek in ribbelsteek, brei de rest van de naald recht, zet 1 nieuwe steek op voor de hals aan het einde van de naald = 29-33-36-38-38-40-43 steken. NAALD 6 (= verkeerde kant): Brei averecht tot er 1 steek over is, 1 steek in ribbelsteek. Zet dan de schouders bij elkaar voor het achterpand zoals uitgelegd hieronder. ACHTERPAND (linker en rechter schouder samen): Brei de eerste naald als volgt aan de goede kant: Brei zoals hiervoor over de 29-33-36-38-38-40-43 steken van de linkerschouder, zet 38-38-38-38-44-44-44 steken op voor de hals aan het einde van deze naald, brei de 29-33-36-38-38-40-43 steken van de rechterschouder = 96-104-110-114-120-124-130 steken. Brei in tricotsteek met 1 steek in ribbelsteek aan elke kant tot het werk 17-18-18-17-17-16-15 cm meet vanaf de opzetrand op de schouder. Denk om de stekenverhouding! Meerder nu aan elke kant voor de armsgaten. MEERDEREN VOOR DE ARMSGATEN: NAALD 1 (= goede kant): Lees TIP VOOR HET MEERDEREN-1 en brei 4 recht, meerder 1 steek richting links, brei recht tot er 4 steken over zijn, meerder 1 steek richting rechts, 4 recht. NAALD 2 (= verkeerde kant): Brei averecht met 1 steek in ribbelsteek aan elke kant. Brei de 1e en 2e NAALD 1-2-3-7-8-12-15 keer in totaal (= 2-4-6-14-16-24-30 naalden gebreid) = 98-108-116-128-136-148-160 steken op de naald. Brei tot het werk 18-19-20-21-22-23-24 cm meet vanaf de opzetrand op de schouder, eindig met een naald aan de verkeerde kant. Knip het garen af. Brei nu het voorpand zoals uitgelegd hieronder. VOORPAND: LINKERSCHOUDER: Zet 25-29-32-34-34-36-39 steken op rondbreinaald 3 mm met DROPS Flora.Brei 1 naald averecht op de verkeerde kant. Brei de volgende naald als volgt aan de goede kant: Brei A.1, 17-21-24-26-26-28-31 recht, 1 steek in ribbelsteek. Brei de volgende naald als volgt op de verkeerde kant: 1 steek in ribbelsteek, 17-21-24-26-26-28-31 averecht, A.1 (lees het telpatroon van links naar rechts als u aan de verkeerde kant breit). Ga zo verder in patroon heen en weer gebreid. Begin TEGELIJKERTIJD aan het einde van de naald gemarkeerd met de pijl in A.1 met meerderen voor de hals en zet nieuwe steken op voor de hals aan het einde van elke naald aan de verkeerde kant als volgt: Zet 4 keer 1 steek op, 4 keer 2 steken en 1-1-1-1-2-2-2 keer 3 steken - brei de gemeerderde steken in patroon zoals te zien is in het telpatroon. Brei tot er 1 naald over is in A.1 = 40-44-47-49-52-54-57 steken. De laatste naald die wordt gebreid is aan de verkeerde kant, knip het garen af. VOORPAND: RECHTERSCHOUDER: Zet 25-29-32-34-34-36-39 steken op rondbreinaald 3 mm met DROPS Flora. Brei 1 naald averecht op de verkeerde kant. Brei de volgende naald als volgt aan de goede kant: 1 steek in ribbelsteek, 17-21-24-26-26-28-31 recht, brei A.2. Brei de volgende naald als volgt op de verkeerde kant: Brei A.2 (lees het telpatroon van links naar rechts als u aan de verkeerde kant breit), 17-21-24-26-26-28-31 averecht, 1 steek in ribbelsteek. Ga zo verder in patroon heen en weer gebreid. Begin TEGELIJKERTIJD aan het einde van de naald gemarkeerd met de pijl in A.2 met meerderen voor de hals en zet nieuwe steken op voor de hals aan het einde van elke naald aan de goede kant als volgt: Zet 4 keer 1 steek op, 4 keer 2 steken en 1-1-1-1-2-2-2 keer 3 steken - brei de gemeerderde steken in patroon zoals te zien is in het telpatroon. Brei tot er 1 naald over is in A.2 = 40-44-47-49-52-54-57 steken. De laatste gebreide naald is aan de verkeerde kant, knip de draad niet af. Zet nu de rechter- en linkerschouder samen voor het voorpand zoals uitgelegd hieronder. VOORPAND (rechter en linker schouder samen): Brei de eerste naald als volgt aan de goede kant: Brei zoals hiervoor over de 40-44-47-49-52-54-57 steken van de rechterschouder (brei nu de laatste naald in A.2), zet 24-24-24-24-26-26-26 steken op voor de hals aan het einde van deze naald, brei zoals hiervoor over de 40-44-47-49-52-54-57 steken van de linkerschouder (brei de laatste naald in A.1) = 104-112-118-122-130-134-140 steken op de naald. Ga verder in patroon heen en weer als volgt – brei de eerste naald aan de verkeerde kant: Brei 1 steek in ribbelsteek, 17-21-24-26-26-28-31 averecht, A.3c (lees de telpatronen van links naar rechts als u aan de verkeerde kant breit), brei A.3b tot er 21-25-28-30-30-32-35 steken over zijn op de naald, brei A.3a, 17-21-24-26-26-28-31 averecht en 1 steek in ribbelsteek. Brei dan als volgt aan de goede kant: 1 steek in ribbelsteek, 17-21-24-26-26-28-31 recht, A.3a, brei A.3b tot er 23-27-30-32-32-34-37 steken over zijn op de naald, brei A.3c, 17-21-24-26-26-28-31 recht en 1 steek in ribbelsteek. Ga zo verder in patroon heen en weer gebreid. Bij een hoogte van 17-18-18-17-17-16-15 cm vanaf de opzetrand op de schouder, meerdert u aan elke kant voor de armsgaten. MEERDEREN VOOR DE ARMSGATEN: NAALD 1 (= goede kant): Lees TIP VOOR HET MEERDEREN-1 en brei 4 recht, meerder 1 steek richting links, brei zoals hiervoor tot er 4 steken over zijn, meerder 1 steek richting rechts, 4 recht. NAALD 2 (= verkeerde kant): Brei zoals hiervoor met 1 steek in ribbelsteek aan elke kant. Brei de 1e en 2e NAALD 1-2-3-7-8-12-15 keer in totaal (= 2-4-6-14-16-24-30 naalden gebreid) = 106-116-124-136-146-158-170 steken op de naald. Brei tot het werk 18-19-20-21-22-23-24 cm meet vanaf de opzetrand op de schouder, eindig met een naald aan de verkeerde kant. Zet nu het voorpand en achterpand samen voor het lijf zoals uitgelegd hieronder. LIJF: Brei zoals hiervoor over de 106-116-124-136-146-158-170 steken van het voorpand, zet 6-6-8-8-12-16-20 nieuwe steken op aan het einde van deze naald (= in de zijkant midden onder de mouw), brei de 98-108-116-128-136-148-160 steken van het achterpand zoals hiervoor en zet 6-6-8-8-12-16-20 nieuwe steken op de naald (= in de zijkant midden onder de mouw) = 216-236-256-280-306-338-370 steken op de naald. Voeg 1 markeerdraad in aan elke kant op het lijf, in het midden van de 6-6-8-8-12-16-20 opgezette steken onder elke mouw en beweeg de markeerdraden tijdens het breien, gebruik de markeerdraden bij het minderen en meerderen in de zijkanten op het lijf. Ga verder zoals hiervoor met A.3 op het voorpand en tricotsteek over de overgebleven steken. Bij een hoogte van 3-3-3-3-4-4-4 cm vanaf waar de delen in elkaar zijn gezet, minder dan 1 steek aan elke kant van beide markeerdraden - lees TIP VOOR HET MINDEREN (= 4 steken geminderd). Minder zo iedere 2-2½-2½-3-3-3½-3½ cm 4 keer in totaal = 200-220-240-264-290-322-354 steken. OVERZICHT VAN DE VOLGENDE SECTIE: Brei nu het laatste deel van het patroon op het voorpand en meerder aan elke kant op het lijf voor de A-vorm. Lees het volgende gedeelte hieronder door voordat u verder gaat! PATROON: Nadat de laatste meerdering in de zijkanten klaar is en de 5e naald in de telpatronen is gebreid, brei dan de volgende naald als volgt: Brei zoals hiervoor tot A.3a, brei A.4a, brei A.4b over de volgende 60-60-60-60-68-68 steken, brei A.4c, brei in tricotsteek over de rest van de naald. Ga zo verder in patroon tot A.4 in de hoogte is gebreid. Brei dan tricotsteek in de rondte over alle steken. MEERDEREN: Bij een hoogte van 31-33-35-37-39-41-43 cm vanaf de opzetrand op de schouder (het werk meet ongeveer 13-14-15-16-17-18-19 cm vanaf waar de delen in elkaar zijn gezet), meerdert u 1 steek aan elke kant van beide markeerdraden - LEES TIP VOOR HET MEERDEREN-2 (= 4 steken gemeerderd). Meerder zo iedere 4e naald 17 keer in totaal = 268-288-308-332-358-390-422 steken. Het werk meet ongeveer 51-53-55-57-59-61-63 cm vanaf de opzetrand op de schouder. Of ga door met meerderen tot de gewenste afmetingen. Haak dan een rand zoals uitgelegd hieronder. RAND: Ga verder met rondbreinaald 2.5 mm en brei A.5 in de rondte op het lijf. Als A.5 is gebreid, ga dan verder met rondbreinaald 3 mm voordat u afkant met recht. De trui meet ongeveer 54-56-58-60-62-64-66 cm vanaf de opzetrand op de schouder. AFWERKING: Naai de schoudernaden samen. MOUWEN: De mouw wordt gebreid vanaf het armsgat en naar beneden. Leg het werk plat neer en voeg 1 markeerder in op de bovenkant van het armsgat = schoudernaad. Gebruik rondbreinaald 3 mm en neem de steken strak op (gebruik indien nodig een dunnere naald). NEEM STEKEN OP ALS VOLGT: Begin in het midden van de nieuwe steken die opgezet zijn onder de mouw - neem 82-88-94-102-110-116-124 steken op – pas aan om hetzelfde aantal steken op te nemen aan elke kant van de markeerder. MOUWKOP: Brei nu tricotsteek met verkorte toeren heen en weer over de mouwkop, begin de naald midden onder de mouw en brei dan als volgt: NAALD 1 (= goede kant): Brei 13-13-14-14-14-12-10 steken voorbij de markeerder op de bovenkant van de schouder, keer het werk – lees TIP VOOR HET BREIEN. NAALD 2 (= verkeerde kant): Brei 13-13-14-14-14-12-10 steken voorbij de markeerder, keer het werk. NAALD 3 (= goede kant): Brei 3 steken voorbij de laatste keer keren, keer het werk. NAALD 4 (= verkeerde kant): Brei 3 steken voorbij de laatste keer keren, keer het werk. Brei de 3e en 4e NAALD 4-4-4-4-5-1-1 keer (= 8-8-8-8-10-2-2 naalden gebreid). Brei dan als volgt: NAALD 1 (= goede kant): Brei 2 steken voorbij de laatste keer keren, keer het werk. NAALD 2 (= verkeerde kant): Brei 2 steken voorbij de laatste keer keren, keer het werk. Brei de 1e en 2e NAALD 5-5-7-7-7-15-18 keer (= 10-10-14-14-14-30-36 naalden gebreid). Er zijn 20-20-24-24-26-34-40 keer gekeerd in totaal (= 10-10-12-12-13-17-20 keer aan elke kant en de laatste naald wordt aan de verkeerde kant gebreid). De mouw meet ongeveer 6-6-7-7-8-10-12 cm vanaf de markeerder midden op de bovenkant van de schouder. NA DE LAATSTE KEER KEREN: Het werk wordt als laatste aan de verkeerde kant gebreid. Eindig de naald door het werk te keren, brei dan aan de goede kant naar het begin van de naald (= midden onder de mouw). Voeg 1 markeerdraad in midden onder de mouw, de markeerdraad wordt gebruikt voor het minderen van steken onder de mouw. Neem de markeerdraad mee in de hoogte tijdens het breien. DE MOUW VERDER: Brei nu in de rondte in tricotsteek over alle steken terwijl u tegelijkertijd mindert onder de mouw, lees TIP VOOR HET MINDEREN en minder als volgt: Als er 1 naald is gebreid, minder dan 2 steken 2-2-2-2-2-1-1 keer in iedere tweede naald, minder dan 2 steken 2-2-2-2-1-1-0 keer elke 3 cm = 74-80-86-94-104-112-122 steken op de naald. Brei tot de mouw 21 cm meet vanaf het midden op de bovenkant van de schouder in alle maten. Brei verder met breinaalden zonder knop maat 2.5 mm en brei 2 ribbels in RIBBELSTEEK in de rondte - zie uitleg hierboven. Ga verder met naalden zonder knop 3 mm en kant af met recht aan de goede kant. De mouw meet ongeveer 23 cm vanaf de markeerdraad midden op de bovenkant van de schouder in alle maten. HALSRAND: Gebruik rondbreinaald 2.5 mm en begin aan de goede kant op een schoudernaad en opneemrand ongeveer 126-126-126-126-142-142-142 steken rondom de hals aan de binnenkant van 1 steek - het aantal steken moet deelbaar zijn door 2. Begin op de 2e naald in A.5 en brei A.5 in de rondte op de hals. Als A.5 is gebreid, ga dan verder met rondbreinaald 3 mm voordat u afkant met recht aan de goede kant. GEHAAKTE MOUWEN: Gebruik haaknaald 3 mm, begin aan de goede kant onder de mouw en haak telpatroon A.10a in de eerste steek, brei dan A.10b rondom de mouw, eindig na een hele herhaling midden onder de mouw. Knip en hecht het garen af. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Uitleg van het telpatroon |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
![]() |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
![]() |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
![]() |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
![]() |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
![]() |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
![]() |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Heeft u dit patroon gemaakt?Tag dan uw afbeeldingen met #dropspattern #strawberrypiesweater of stuur ze naar de #dropsfan galerij. Heeft u hulp nodig voor dit patroon?U vind 56 instructievideo's, een commentaar/vragengedeelte en nog veel meer, als u naar het patroon gaat op garnstudio.com © 1982-2026 DROPS Design A/S. Alle rechten voorbehouden. Op dit document, inclusief alle subdocumenten, rust copyright. Lees meer over wat u kunt doen met onze patronen onderaan elk patroon op onze site |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Laat een opmerking achter voor DROPS 267-36
Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!
Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.