Harbour Stripes Sweater#harbourstripessweater |
|||||||||||||
![]() |
![]() |
||||||||||||
Gebreide trui in DROPS Melody. Het werk wordt van boven naar beneden gebreid met diagonale/Europese schouders, kantpatroon, strepen en rolranden. Maten XS - XXXL.
DROPS 266-27 |
|||||||||||||
|
------------------------------------------------------- UITLEG VOOR HET PATROON: ------------------------------------------------------- RIBBELSTEEK: Brei alle naalden recht, aan zowel de goede als de verkeerde kant. 1 ribbel in de hoogte = brei 2 naalden recht. PATROON: Zie telpatroon A.1. Het telpatroon toont het patroon aan de goede kant. Als u een kantpatroon heen en weer breit op de voorpanden en het achterpand, pas dan het patroon aan zodat er geen gaatjes zijn over de buitenste 2 steken aan elke kant. Er worden strepen gebreid over alle steken. Het telpatroon wordt van rechts naar links gehaakt als u aan de goede kant breit en van links naar rechts als u aan de verkeerde kant breit. TIP VOOR HET MEERDEREN-1 (voor de halslijn en de armsgaten): MEERDER 1 STEEK RICHTING LINKS – aan de GOEDE KANT (de nieuwe steek draait naar links): Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de naald eronder op te nemen, neem de draad op vanaf de voorkant en brei recht door de lus aan de achterkant van de naald. MEERDER 1 STEEK RICHTING RECHTS- aan de GOEDE KANT (de nieuwe steek draait naar rechts): Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de naald eronder op te nemen, neem de draad op vanaf de achterkant en brei recht door de lus die aan de voorkant van de naald ligt. TIP VOOR HET BREIEN: Als u verkorte toeren breit, ontstaat er een klein gaatje na elke keer dat u het werk keert. Dit gaatje kan gesloten worden door de draad aan te trekken of de techniek Duitse Verkorte toeren te gebruiken als volgt: Haal de eerste steek averecht af, breng de draad over de rechter naald en trek goed aan vanaf de achterkant (2 lussen op de naald). Deze lussen worden samen gebreid op de volgende naald. TIP VOOR HET MINDEREN: Minder 1 steek aan elke kant van de markeerdraad als volgt: Brei tot er 3 steken over zijn voor de markeerdraad, brei 2 recht samen, 2 recht (de markeerdraad zit tussen deze 2 steken), haal 1 steek recht af, 1 recht, haal de afgehaalde steek over de gebreide steek (2 steken geminderd). ------------------------------------------------------- BEGIN HET WERK HIER: ------------------------------------------------------- TRUI – KORTE SAMENVATTING VAN HET WERK: Het patroon gebruikt zowel lange als korte naalden; begin met de lengte die past bij het aantal steken en wissel wanneer nodig. Het achterpand wordt heen en weer gebreid, zet steken op aan de achterkant van de hals en brei van boven naar beneden en meerder steken aan elke kant voor de schouders, die ietwat diagonaal worden. Het achterpand wordt tot de armsgaten gebreid. Het voorpand wordt eerst in 2 delen gebreid, neem steken op over 1 schouder achter, brei in patroon en meerder voor de halslijn. Dit wordt herhaald op de andere schouder. De 2 voorste delen worden samengevoegd als de halslijn klaar is en tot de armsgaten gebreid. De voor- en achterpanden worden samengevoegd op dezelfde rondbreinaald en het lijf wordt in de rondte gebreid. Er worden steken opgenomen rondom de armsgaten voor de mouwen, welke eerst heen en weer worden gebreid voor de mouwkop en dan verder in de rondte. Er worden steken opgenomen rondom de halslijn en de hals wordt in de rondte gebreid op het einde. ACHTERPAND: Het werk wordt heen en weer gebreid. Zet 24-24-24-28-28-32-32 steken op met rondbreinaald 5.5 mm en Marsepein DROPS Melody. NAALD 1 (verkeerde kant): Averecht. Ga verder volgens telpatroon A.1 en meerder voor de schouders als volgt – lees PATROON in de uitleg hierboven. NAALD 2 (goede kant): 2 recht in de eerste steek, brei A.1 tot er 1 steek over is, 2 recht in de laatste steek. NAALD 3 (verkeerde kant): 2 recht in de eerste steek, brei averecht tot er 1 steek over is, 2 recht in de laatste steek. NA NAALD 3: Brei NAALDEN 2 en 3 in totaal 11-12-12-12-13-13-14 keer (22-24-24-24-26-26-28 naalden gebreid). Na de laatste meerdering zijn er 68-72-72-76-80-84-88 steken. Voeg 1 markeerder in aan de buitenkant van een zijkant. Het werk wordt nu vanaf hier gemeten! Ga verder A.1 Denk om de stekenverhouding. Brei tot het werk 11-11-10-10-11-12-11 cm meet vanaf de markeerder op het armsgat, met de laatste naald aan de verkeerde kant. Noteer op welke naald je eindigt, zodat de armsgaten op het voorpand op dezelfde naald beginnen en het patroon overeenkomt als de delen samengevoegd worden. MEERDEREN VOOR DE ARMSGATEN: NAALD 1 (goede kant): Lees TIP VOOR HET MEERDEREN-1. Brei 3 recht, meerder 1 steek richting links, brei recht tot er 3 steken over zijn op de naald, meerder 1 steek richting rechts, 3 recht. NAALD 2 (verkeerde kant): Ga verder met het patroon. Brei NAALDEN 1 en 2 in totaal 1-1-3-4-4-4-6 keer = 70-74-78-84-88-92-100 steken. Het werk meet ongeveer 12-12-13-14-15-16-17 cm, vanaf de markeerder op het armsgat, eindig met een naald aan de verkeerde kant. Knip de draad af en plaats de steken op een hulpdraad. Haak het linker voorpand over de linker schouder achter. LINKER VOORPAND: Vind de linker schouder achter als volgt: Leg het achterpand plat neer met de goede kant naar boven, met de hulpdraad naar u toe; de linkerkant van het werk = linkerschouder. Begin aan de goede kant bij de hals op de linker schouder achter. Gebruik rondbreinaald 5.5 mm en kleur Marsepein. Neem 1 steek op in elke gebreide naald, aan de binnenkant van de gemeerderde steken zodat ze onzichtbaar zijn en de overgang van achter naar voren is in tricotsteek = 22-24-24-24-26-26-28 schoudersteken. Alle afmetingen op het voorpand worden vanaf deze opneemnaald genomen. Brei 1 naald aan de verkeerde kant als volgt, met Marsepein: NAALD 1 (verkeerde kant): 2 averecht, brei recht tot er 2 steken over zijn, 2 averecht = 1 zichtbare ribbel aan de goede kant met de 2 buitenste steken aan elke kant in tricotsteek. Ga verder met tricotsteek en A.1 (de eerste naald wordt gebreid met Donker Denimblauw aan de goede kant). Als het werk 6-7-8-8-9-10-11 cm meet, meerder dan voor de halslijn als volgt, noteer welke naald u begint te meerderen zodat het overeenkomt met het rechter voorpand: NAALD 1 (goede kant): Denk om TIP VOOR HET MEERDEREN-1. Brei 3 recht, meerder 1 steek richting links, ga verder met het patroon tot het einde van de naald. Brei geen gaatjes over de 3 buitenste steken bij de hals. NAALD 2 (verkeerde kant): Brei averecht en ga verder met het patroon. Brei NAALDEN 1 en 2 in totaal 4-4-4-5-5-5-5 keer (8-8-8-10-10-10-10 naalden gebreid) = 26-28-28-29-31-31-33 steken (volgende naald aan de goede kant). Knip de draad af en plaats de steken op een hulpdraad. Brei het rechter voorpand over de rechter schouder achter. RECHTER VOORPAND: Begin aan de goede kant bij het armsgat op de rechter schouder achter. Gebruik rondbreinaald 5.5 mm en kleur Marsepein. Neem 1 steek op in elke gebreide naald, aan de binnenkant van de gemeerderde steken zodat ze onzichtbaar zijn en de overgang van achter naar voren is in tricotsteek = 22-24-24-24-26-26-28 schoudersteken. Alle afmetingen op het voorpand worden vanaf deze opneemnaald genomen. Brei 1 naald aan de verkeerde kant als volgt, met Marsepein: NAALD 1 (verkeerde kant): 2 averecht, brei recht tot er 2 steken over zijn, 2 averecht = 1 zichtbare ribbel aan de goede kant met de 2 buitenste steken aan elke kant in tricotsteek. Ga verder met tricotsteek en A.1 (de eerste naald wordt gebreid met Donker Denimblauw aan de goede kant). Als het werk 6-7-8-8-9-10-11 cm meet, meerder dan voor de halslijn als volgt op dezelfde naald als op het linker voorpand: NAALD 1 (goede kant):. Brei patroon tot er 3 steken over zijn, meerder 1 steek richting rechts, 3 recht - denk om TIP VOOR HET MEERDEREN-1. Brei geen gaatjes over de 3 buitenste steken bij de hals. NAALD 2 (verkeerde kant): Brei averecht en ga verder met het patroon. Brei NAALDEN 1 en 2 in totaal 4-4-4-5-5-5-5 keer (8-8-8-10-10-10-10 naalden gebreid) = 26-28-28-29-31-31-33 steken (volgende naald aan de goede kant). De voorste schouders worden nu samengevoegd. VOORPAND: Ga aan de goede kant verder met het patroon over de 26-28-28-28-31-31-33 steken op het rechter voorpand, zet 16-16-16-18-18-22-22 steken op voor de halslijn, ga verder met het patroon over de 26-28-28-28-31-31-33 steken op het linker voorpand = 68-72-72-76-80-84-88 steken. Begin tijdens het breien niet met het kantpatroon over de opgezette steken midden voor voordat u minstens 2 naalden heeft gebreid. Ga verder met het patroon heen en weer tot het werk 23-25-24-24-25-26-25 cm meet, met de laatste naald aan de verkeerde kant hetzelfde als op het achterpand. Meerder nu voor de armsgaten. MEERDEREN VOOR DE ARMSGATEN: NAALD 1 (goede kant): Denk om TIP VOOR HET MEERDEREN-1. Brei 3 recht, meerder 1 steek richting links, brei recht tot er 3 steken over zijn op de naald, meerder 1 steek richting rechts, 3 recht. NAALD 2 (verkeerde kant): Averecht. Brei NAALDEN 1 en 2 in totaal 1-1-3-4-4-4-6 keer (2-2-6-8-8-8-12 naalden gebreid) = 70-74-78-84-88-92-100 steken. Het werk meet ongeveer 24-26-27-28-29-30-31 cm, eindig met een naald aan de verkeerde kant. De voor- en achterpanden worden nu samengevoegd voor het lijf. LIJF: Het patroon past mogelijk niet onder de mouwen. Ga verder met het patroon vanaf de pas, tot onder elke mouw. Aan de goede kant, brei de 70-74-78-84-88-92-100 steken van het voorpand, zet 2-2-4-4-8-12-12 steken op (midden onder de mouw), brei de 70-74-78-84-88-92-100 steken van het achterpand, zet 2-2-4-4-8-12-12 steken op (midden onder de mouw) = 144-152-164-176-192-208-224 steken. Voeg 1 markeerdraad in, in het midden van de opgezette steken onder een mouw. Brei tot de markeerdraad en begin vanaf hier aan de volgende naald. Ga verder met het patroon tot het werk 44-47-48-50-51-53-55 cm meet – pas aan zodat u een paar centimeter haakt met Marsepein aan de onderkant. Ga verder met rondbreinaald 4.5 mm. Brei boordsteek (2 recht, 2 averecht), meerder tegelijkertijd 20-20-20-24-28-28-32 steken verdeeld op de eerste naald = 164-172-184-200-220-236-256 steken. Als de boordsteek 6-6-7-7-8-8-8 cm meet, brei dan 3 naalden recht en kant ietwat losjes af met recht (= rolrand). De trui meet ongeveer 50-53-55-57-59-61-63 cm vanaf midden achter en 44-46-48-52-54-56 cm vanaf de schouder. MOUWEN: De mouw wordt van boven naar beneden gebreid. Leg het werk plat neer en voeg 1 markeerder in op de bovenkant van het armsgat. LET OP! Midden boven van de mouw is niet de opneemnaald op het voorpand maar 4 tot 5 cm naar beneden op het voorpand. Gebruik rondbreinaald 4.5 mm en Marsepein. Begin in het midden van de opgezette steken onder de mouw en neem 52-56-60-64-70-78-80 steken op, met een gelijk aantal steken aan elke kant van de markeerder. Ga verder met rondbreinaald 5.5 mm. Brei verkorte toeren in tricotsteek, heen en weer gebreid voor de mouwkop (om de mouw een betere pasvorm te geven), beginnend vanaf midden onder de mouw met Marsepeinkleur: NAALD 1 (goede kant): Brei recht tot 6-6-8-8-8-8-10 steken voorbij de markeerder op de bovenkant van de mouw, keer het werk – lees TIP VOOR HET BREIEN. NAALD 2 (verkeerde kant): Brei averecht tot 6-6-8-8-8-8-10 steken voorbij de markeerder, keer het werk. NAALD 3 (goede kant): Brei recht tot 3-3-4-4-4-4-4 steken voorbij de vorige keer dat u het werk keerde, keer het werk. NAALD 4 (verkeerde kant): Brei averecht tot 3-3-4-4-4-4-4 steken voorbij de vorige keer dat u het werk keerde, keer het werk. Herhaal NAALDEN 3 en 4 tot u in totaal 10-12-12-12-14-14-14 keer heeft gekeerd (5-6-6-6-7-7-7 keer aan elke kant, met de laatste naald aan de verkeerde kant). NA DE LAATSTE KEER KEREN: Na de laatste naald 4, keer het werk en brei terug naar het begin van de naald (midden onder de mouw). Voeg hier 1 markeerdraad in; het wordt gebruikt voor het minderen onder de mouw. Neem deze mee tijdens het breien in de hoogte. Brei tricotsteek en A.1 in de rondte (het patroon past mogelijk niet onder de mouw). Minder TEGELIJKERTIJD na de eerste naald 2 steken midden onder de mouw - lees TIP VOOR HET MINDEREN. Minder zo iedere 2e naald 2-2-2-3-3-3-3 keer, dan iedere 9-9-9-8-6-4-4 cm, 3-4-4-4-5-7-7 times = 42-44-48-50-54-58-60 steken. Ga verder met het patroon tot de mouw 44-45-45-45-43-43-43 cm meet vanaf de schouder - pas zo aan dat u een paar centimeter met Marsepein aan de onderkant breit. Ga verder met breinaalden zonder knop maat 4.5 mm en brei boordsteek (2 recht, 2 averecht), meerder tegelijkertijd 6-8-8-6-6-6-8 steken verdeeld op de eerste naald = 48-52-56-56-60-64-68 steken. Als de boordsteek 6-6-7-7-8-8-8 cm meet, brei dan 3 naalden recht, kant dan ietwat losjes af met recht (= rolrand). De mouw meet ca. 50-51-52-52-51-51-51 cm vanaf de schouder. HALS: Gebruik rondbreinaald 4.5 mm en Marsepein. Begin aan de goede kant op een schouderlijn en neem 68-72-72-80-84-92-96 steken op aan de binnenkant van 1 steek. Brei 1 naald recht en pas indien nodig het aantal steken aan; het moet deelbaar zijn door 4. Brei boordsteek in de rondte (2 recht, 2 averecht) voor 2-2-2-3-3-3-3 cm. Brei 3 naalden recht, kant dan ietwat losjes af met recht (= rolrand). |
|||||||||||||
Uitleg van het telpatroon |
|||||||||||||
|
|||||||||||||
![]() |
|||||||||||||
![]() |
|||||||||||||
Heeft u dit patroon gemaakt?Tag dan uw afbeeldingen met #dropspattern #harbourstripessweater of stuur ze naar de #dropsfan galerij. Heeft u hulp nodig voor dit patroon?U vind 45 instructievideo's, een commentaar/vragengedeelte en nog veel meer, als u naar het patroon gaat op garnstudio.com © 1982-2026 DROPS Design A/S. Alle rechten voorbehouden. Op dit document, inclusief alle subdocumenten, rust copyright. Lees meer over wat u kunt doen met onze patronen onderaan elk patroon op onze site |
|||||||||||||
Laat een opmerking achter voor DROPS 266-27
Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!
Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.