DROPS Super Sale - BESPAAR 30% op 5 populaire garens!
DROPS Alpaca
100% alpaca
vanaf 3.90 € /50g
DROPS Brushed Alpaca Silk
77% Alpaga, 23% Soie
vanaf 3.30 € /25g
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 39.30€ krijgen.

De garenkosten worden berekend op basis van het benodigde materiaal voor de kleinste maat en het goedkoopste producttype. Op zoek naar nog een scherpere prijs? Deze vindt u wellicht bij de DROPS Deals!

Blue Plume Sweater

Gebreide trui in DROPS Alpaca en DROPS Brushed Alpaca Silk. Het werk wordt van boven naar beneden gebreid met Europese schouders/ diagonale schouders, rolranden en golfpatroon. Maat XS – XXXL.

Markeer maat:


DROPS 266-20

#blueplumesweater

DROPS design: Patroon as-217
Garengroep C
----------------------------------------------------------

MAAT:
XS - S - M - L - XL - XXL - XXXL

GAREN:
DROPS Alpaca van garnstudio (behoort tot garengroep A)
250-250-300-300-350-400-400 g kleur 6205, Lichtblauw
En gebruik:
DROPS Brushed Alpaca Silk van garnstudio (behoort tot garengroep A)
150-150-175-175-200-225-250 g kleur nr. 28, Pacific Blue

NAALDEN:
DROPS RONDBREINAALD 4.5 mm: Lengte 40 en 80 cm.
DROPS RONDBREINAALD 3.5 mm: Lengte: 40 cm.
DROPS NAALDEN ZONDER KNOP MAAT 4.5 mm.
DROPS NAALDEN ZONDER KNOP MAAT 3.5 mm.
De techniek MAGIC LOOP kan gebruikt worden – u heeft dan alleen een rondbreinaald nodig van 80 cm in elke maat.

STEKENVERHOUDING:
17 steken in de breedte en 22 naalden in de hoogte in tricotsteek en 1 draad van elke kwaliteit op naald 4.5 mm = 10 x 10 cm.
18 steken in de breedte bij het breien van golfpatroon met 1 draad van elke kwaliteit op naald 4.5 mm = 10 cm.
LET OP! De naalddikte is slechts een richtlijn. Als u te veel steken heeft op 10 cm, brei dan verder met grotere naalden. Als u te weinig steken heeft op 10 cm, brei dan verder met kleinere naalden.

-------------------------------------------------------

Alternatief garen – Bekijk hier hoe u een ander garen kiest
Garengroep A tot F – Bekijk hier hoe u hetzelfde patroon gebruikt met een ander garen
Garenverbruik als u een alternatief garen kiest – Gebruik onze garenvervanger

-------------------------------------------------------

Misschien vindt u deze ook leuk...

DROPS Alpaca
100% alpaca
vanaf 3.90 € /50g
DROPS Brushed Alpaca Silk
77% Alpaga, 23% Soie
vanaf 3.30 € /25g
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 39.30€ krijgen.

De garenkosten worden berekend op basis van het benodigde materiaal voor de kleinste maat en het goedkoopste producttype. Op zoek naar nog een scherpere prijs? Deze vindt u wellicht bij de DROPS Deals!

Instructies voor het patroon

----------------------------------------------------------

UITLEG VOOR HET PATROON:

----------------------------------------------------------

TIP VOOR HET MEERDEREN-1:
MEERDER 1 STEEK RICHTING LINKS - aan de GOEDE KANT:
Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de naald eronder op te nemen, neem de draad op vanaf de voorkant en brei de steek recht in de lus achter de naald.
MEERDER 1 STEEK RICHTING RECHTS - aan de GOEDE KANT:
Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de naald eronder op te nemen, neem de draad op vanaf de achterkant en brei de steek recht in de lus aan de voorkant van de naald.

TIP VOOR HET MEERDEREN-2:
MEERDER 1 STEEK RICHTING LINKS - op de VERKEERDE KANT:
Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de naald eronder op te nemen, neem de draad op vanaf de achterkant en brei de steek averecht in de lus aan de voorkant van de naald.
MEERDER 1 STEEK RICHTING RECHTS - op de VERKEERDE KANT:
Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de naald eronder op te nemen, neem de draad op vanaf de voorkant en brei de steek averecht in de lus achter de naald.

TIP VOOR HET BREIEN:
Als u verkorte toeren breit, ontstaat er een klein gaatje na elke keer dat u het werk keert. Dit gaatje kan gesloten worden door de draad aan te trekken of de techniek Duitse Verkorte toeren te gebruiken als volgt:
Haal de eerste steek averecht af, breng de draad over de rechter naald en trek goed aan vanaf de achterkant (2 lussen op de naald). Deze lussen worden samen gebreid op de volgende naald.

TIP VOOR HET MINDEREN:
Minder 1 steek aan elke kant van de markeerdraad als volgt:
Brei tot er 3 steken over zijn voor de markeerdraad, 2 recht samen, 2 recht (de markeerdraad zit in het midden van deze 2 steken), 1 steek recht afhalen, 1 recht, haal de afgehaalde steek over de gebreide steek (= 2 steken geminderd).

----------------------------------------------------------

BEGIN HET WERK HIER:

----------------------------------------------------------

TRUI - KORTE SAMENVATTING VAN HET WERK:
In dit patroon worden naalden van verschillende lengteS gebruikt, begin met de lengte die past bij het aantal steken en wissel wanneer nodig. Brei eerst het werk heen en weer gebreid op de rondbreinaald. Begin door steken op te zetten aan de achterkant van de hals. Brei dan het achterpand naar beneden terwijl u TEGELIJKERTIJD meerdert aan elke kant van het werk naar het aantal steken totdat de schouderbreedte bereikt is. Het achterpand heeft een ietwat diagonale schouder. Brei dan naar beneden tot de armsgaten. Leg nu het achterpand aan de kant en brei het voorpand. Het voorpand wordt eerst in 2 delen gebreid. Begin door steken op te nemen over een schouder van het achterpand, brei en meerder richting de hals. Herhaal op de andere schouder. Plaats het rechter en linker voorpand samen als de meerderingen voor de hals klaar zijn. Brei dan het voorpand naar beneden tot de armsgaten. Zet nu het voorpand en achterpand op dezelfde rondbreinaald en brei het lijf naar beneden in de rondte op de rondbreinaald. Neem steken op voor de mouwen rondom de armsgaten en brei de mouwen naar beneden. Brei eerst heen en weer met verkorte toeren om een mouwkop te maken, brei dan de mouwen naar beneden in de rondte op de naald. Eindig door steken op te nemen rondom de hals en brei een halsrand. Als er een 0 staat in uw maat, sla dan de informatie over en ga verder met de volgende informatie.

ACHTERPAND:
Brei het werk heen en weer op de rondbreinaald. Zet 30-30-30-38-38-38-38 steken op rondbreinaald 4.5 mm met 1 draad DROPS Alpaca en 1 draad DROPS Brushed Alpaca Silk (= 2 draden).
NAALD 1 (= verkeerde kant): Brei alle steken averecht.
NAALD 2 (= goede kant): Lees TIP VOOR HET MEERDEREN-1 en brei 3 recht, meerder 1 steek richting links, brei A.1, A.2, A.3, meerder 1 steek richting rechts, 3 recht.
NAALD 3 (= verkeerde kant): Lees TIP VOOR HET MEERDEREN-2 en brei 3 averecht, meerder 1 steek richting links, brei A.3, A.2, A.1, meerder 1 steek richting rechts, 3 averecht.
NA de 3e NAALD: Brei de 2e en 3e NAALD 13-13-13-11-11-11-11 keer in totaal (= 26-26-26-22-22-22-22 naalden gebreid), na de laatste meerdering zijn er 82 steken op de naald in alle maten. A.1, A.2 en A.3 zijn nu klaar in de hoogte.

De meerderingen worden gedaan in XS en S (ga verder vanaf ALLE MATEN).

Ga verder met meerderingen in maat M-L-XL-XXL-XXXL op iedere naald zoals hiervoor aan de binnenkant van 3 steken in tricotsteek aan elke kant, brei TEGELIJKERTIJD patroon als volgt: 3 steken in tricotsteek, brei A.4 4 keer in totaal, brei 3 steken in tricotsteek. Brei de nieuwe steken in tricotsteek.
Meerder 0-0-4-4-8-8-13 keer aan elke kant (= 0-0-4-4-8-8-13 naalden gebreid), er zijn 26-26-30-26-30-30-35 meerderingen gemaakt in totaal aan elke kant = 82-82-90-90-98-98-108 steken op de naald. Ga verder vanaf ALLE MATEN.

ALLE MATEN:
Voeg 1 markeerder in aan de rand aan de zijkant. Meet nu het werk vanaf hier! Brei nu in patroon als volgt: Brei 3-3-7-7-11-11-16 steken in tricotsteek, brei A.4 4 keer in totaal (ga verder op de juiste naald in maat M- L-XL-XXL-XXXL), brei 3-3-7-7-11-11-16 steken in tricotsteek. Denk om de stekenverhouding! Begin vanaf een hoogte van 11-12-11-12-10-11-7 cm vanaf de markeerder met meerderen voor de armsgaten. Let op welke naald de volgende naald in het patroon is. Het is belangrijk dat de meerderingen voor de armsgaten op het voorpand op dezelfde naald beginnen, zodat het patroon vanaf dezelfde naald verder loopt wanneer de patronen worden samengevoegd.

MEERDEREN VOOR DE ARMSGATEN:
NAALD 1 (= goede kant): Lees TIP VOOR HET MEERDEREN-1 en brei 3 recht, meerder 1 steek richting links, brei 0-0-4-4-8-8-13 steken in tricotsteek, brei A.4 4 keer in totaal, brei 0-0-4-4-8-8-13 steken in tricotsteek, meerder 1 steek richting rechts, 3 recht.
NAALD 2 (= verkeerde kant): Brei averecht zonder te meerderen. Brei de 1e en 2e NAALD 4-4-6-6-8-8-12 keer in totaal = 90-90-102-102-114-114-132 steken op de naald. Het werk moet ongeveer 15-16-16-17-17-18-18 cm meten vanaf de markeerder aan de zijkant, eindig met een naald op de verkeerde kant. Knip het garen af, zet de steken op een hulpdraad, brei nu het linker voorpand over de linkerschouder zoals uitgelegd hieronder.

LINKER VOORPAND:
Vind de linkerschouder op het achterpand als volgt: Leg het achterpand plat neer met de goede kant naar boven, plaats het achterpand zodat de steken op de draad/steekhouder naar u toe liggen, de linkerkant van het werk = linkerschouder. Neem nu steken op over de linker diagonale schouder op het achterpand - begin aan de goede kant bij de hals en neem steken op naar buiten richting de schouder als volgt:
Neem 1 steek op in iedere gebreide naald aan de binnenkant van de buitenste steek, neem niet op in de laatste steek richting de schouder = 25-25-29-25-29-29-34 steken. Alle lengte afmetingen op het voorpand worden vanaf de opneemrand gedaan. Brei dan als volgt op de verkeerde kant: Brei 3-3-7-7-11-11-16 steken averecht, brei A.5.
Meerder op de naald met ster steken richting de hals als volgt:
NAALD 1 (= goede kant): Denk om TIP VOOR HET MEERDEREN-1 en brei de eerste 3 steken in A.5, meerder 1 richting links, ga verder met A.5, brei 3-3-7-7-11-11-16 recht.
NAALD 2 (= verkeerde kant): Brei alle steken averecht. Brei de 1e en 2e NAALD 5 keer in totaal (= 10 naalden gebreid) = 30-30-34-30-34-34-39 steken (de volgende naald wordt aan de goede kant gebreid). Knip het garen af, zet de steken op een hulpdraad, brei nu het rechter voorpand over de schouder – lees uitleg hieronder.

RECHTER VOORPAND:
Neem nu steken op over de linker diagonale schouder op het achterpand - begin aan de goede kant op de schouder en neem steken op naar buiten richting de hals als volgt:
Begin 1 steek vanaf de buitenste gebreide naald, neem 1 steek op in elke gebreide naald aan de binnenkant van de buitenste steek = 25-25-29-25-29-29-34 steken. Alle lengte afmetingen op het voorpand worden vanaf de opneemrand gedaan. Brei dan als volgt op de verkeerde kant: Brei A.6, 3-3-7-7-11-11-16 averecht.
Meerder op de naald met ster steken richting de hals als volgt:
NAALD 1 (= goede kant): 3-3-7-7-11-11-16 recht, brei A.6 tot er 3 steken over zijn, meerder richting rechts, 3 recht (= de laatste 3 steken in A.6) - denk om TIP VOOR HET MEERDEREN-1. NAALD 2 (= verkeerde kant): Brei alle steken averecht. Brei de 1e en 2e NAALD 5 keer in totaal (= 10 naalden gebreid) = 30-30-34-30-34-34-39 steken (de volgende naald wordt aan de goede kant gebreid). Plaats dan de voorpanden samen zoals uitgelegd hieronder.

VOORPAND (rechter en linker deel samen):
Brei de eerste naald als volgt aan de goede kant:
Brei de 30-30-34-30-34-34-39 steken van het rechter voorpand recht, zet 22-22-22-30-30-30-30 nieuwe steken op voor de hals, brei de 30-30-34-30-34-34-39 steken van het linker voorpand recht = 82-82-90-90-98-98-108 steken op de naald. Brei 1 naald averecht over alle steken.
Brei dan patroon als volgt: Brei 3-3-7-7-11-11-16 steken in tricotsteek, brei A.4 4 keer in totaal, brei 3-3-7-7-11-11-16 steken in tricotsteek.
Brei tot het werk ongeveer 23-24-25-26-26-27-25 cm meet vanaf de opneemrand, en de volgende naald is dezelfde naald als op het achterpand - begin nu met de meerderingen voor de armsgaten.

MEERDEREN VOOR DE ARMSGATEN:
NAALD 1 (= goede kant): Lees TIP VOOR HET MEERDEREN-1 en brei 3 recht, meerder 1 steek richting links, brei 0-0-4-4-7-7-12 steken in tricotsteek, brei A.4 4 keer in totaal, brei 0-0-4-4-7-7-12 steken in tricotsteek, meerder 1 steek richting rechts, 3 recht.
NAALD 2 (= verkeerde kant): Brei alle steken averecht. Brei de 1e en 2e NAALD 4-4-6-6-8-8-12 keer in totaal = 90-90-102-102-114-114-132 steken op de naald. Het werk moet ongeveer 27-28-30-31-33-34-36 cm meten vanaf de opneemrand. Zet nu het voorpand en achterpand samen voor het lijf zoals uitgelegd hieronder.

LIJF:
Brei zoals hiervoor over de 90-90-102-102-114-114-132 steken van het voorpand, zet 5-5-12-12-19-19-20 nieuwe steken op aan het einde van deze naald, brei zoals hiervoor over de 90-90-102-102-114-114-132 steken van het achterpand en zet 5-5-12-12-19-19-20 nieuwe steken op aan het einde van de naald = 190-190-228-228-266-266-304 steken op de naald. Ga verder met het gecreëerde patroon, dus brei zoals te zien is in A.4. Er is ruimte voor 10-10-12-12-14-14-16 herhalingen van A.4, zorg ervoor dat het patroon doorloopt over de steken van het voorpand en achterpand. Ga verder tot het werk 56-58-60-62-64-66-68 cm meet vanaf de opzetrand midden achter. Brei 1 naald recht en 1 naald averecht voordat u losjes afkant met recht.

MOUWEN:
De mouw wordt gebreid vanaf het armsgat en naar beneden.
Leg het werk plat neer en voeg 1 markeerder in op de bovenkant van het armsgat = midden op de bovenkant van de schouder – LET OP: Het midden op de bovenkant van de schouder is niet dezelfde plaats als waar steken zijn opgenomen voor het voorpand, maar een paar cm naar beneden op het voorpand.
Gebruik rondbreinaald 5 mm en neem de steken stevig op (gebruik indien nodig een dunnere naald).
NEEM STEKEN OP ALS VOLGT:
Begin in het midden van de nieuwe steken die opgezet zijn onder de mouw - neem 71-75-85-89-99-101-107 steken op – pas aan zodat u hetzelfde aantal steken opneemt aan elke kant van de markeerder.
MOUWKOP:
Brei in patroon als volgt: Brei 26-28-33-35-40-41-44 steken in tricotsteek, A.7, 26-28-33-35-40-41-44 steken in tricotsteek. Brei eerst tricotsteek en patroon heen en weer gebreid met verkorte toeren over de mouwkop om een betere pasvorm op de mouw te krijgen, begin de naald midden onder de mouw en brei dan als volgt:
NAALD 1 (= goede kant): Brei 4 steken voorbij A.7 op de bovenkant van de schouder, keer het werk – lees TIP VOOR HET BREIEN.
NAALD 2 (= verkeerde kant): Brei 4 steken voorbij A.7, keer het werk. NAALD 3 (= goede kant): Brei 3-3-3-3-2-2-2 steken voorbij de vorige keer dat u het werk keerde, keer het werk. NAALD 4 (= verkeerde kant): Brei 3-3-3-3-2-2-2 steken voorbij de vorige keer dat u het werk keerde, keer het werk.
Herhaal NAALDEN 3 en 4.
Brei tot er 12-12-18-18-24-24-28 keer is gekeerd in totaal (= 6-6-9-9-12-12-14 keer aan elke kant en de laatste naald wordt op de verkeerde kant gebreid).
NA DE LAATSTE KEER KEREN:
De laatste keer dat de 4e naald wordt gebreid eindigt u de naald door het werk te keren, brei dan aan de goede kant tot het begin van de naald (midden onder de mouw).
Voeg 1 markeerdraad in midden onder de mouw, deze wordt gebruikt voor het minderen van steken onder de mouw. Neem de markeerdraad mee in de hoogte tijdens het breien. DE MOUW VERDER:
Brei nu in de rondte in tricotsteek en A.7 terwijl u tegelijkertijd mindert onder de mouw, lees TIP VOOR HET MINDEREN en minder als volgt:
Als er 1 naald is gebreid, minder dan 2 steken 2-2-3-3-4-4-4 keer in iedere tweede naald, minder dan 2 steken 8-9-12-13-16-16-18 keer iedere 3½-3-3-3-2-2-1½ cm = 51-53-55-57-59-61-63 steken op de naald. Brei tot de mouw 47-49-48-48-47-48-46 cm meet vanaf het midden op de bovenkant van de schouder. Brei verder met breinaalden zonder knop maat 3.5 mm en brei boordsteek (= 1 recht/1 averecht) terwijl u TEGELIJKERTIJD 9-11-9-11-9-11-13 steken verdeeld meerdert op de 1e naald = 60-64-64-68-68-72-76 steken. Als de boordsteek 3-3-3-4-4-4-4 cm meet, brei dan 3 naalden in tricotsteek met breinaalden zonder knop maat 5 mm voordat u ietwat losjes afkant met recht (= rolrand). De mouw meet ongeveer 50-52-51-52-51-52-50 cm vanaf het midden op de bovenkant van de schouder.

HALSRAND:
Gebruik rondbreinaald 3.5 mm. Begin aan de goede kant op een schouderlijn en neem ongeveer 88 tot 108 steken op aan de binnenkant van 1 steek - het aantal steken moet deelbaar zijn door 2. Brei boordsteek in de rondte = 1 recht/1 averecht voor 2 cm. Ga verder met rondbreinaald 5 mm. Brei 3 naalden in tricotsteek en kant losjes af met recht (= rolrand).

Telpatroon

recht aan de goede kant, averecht aan de verkeerde kant = recht aan de goede kant, averecht aan de verkeerde kant
maak 1 omslag tussen 2 steken = maak 1 omslag tussen 2 steken
2 recht samen = 2 recht samen
Diagram for DROPS 266-20
Diagram for DROPS 266-20
Diagram for DROPS 266-20
Diagram for DROPS 266-20
Diagram for DROPS 266-20

Elk van onze patronen hebben specifieke instructievideo's om u te helpen.

Heeft u een vraag? Bekijk een lijst met vaak gestelde vragen (FAQ)

De stekenverhouding bepaalt de uiteindelijke afmetingen van uw werkstuk en wordt normaliter aangegeven in 10 x 10 cm. Het wordt als volgt aangegeven: het aantal steken in de breedte x het aantal naalden in de hoogte - dus: 19 steken x 26 naalden = 10 x 10 cm.

De stekenverhouding is heel erg individueel; sommige mensen breien/haken heel losjes, terwijl anderen vrij strak werken. De stekenverhouding past u aan met de naalddikte, wat de reden is waarom we slechts een suggestie voor de naalddikte geven! U moet deze aanpassen (naar boven of beneden) om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding overeenkomt met de stekenverhouding die aangegeven staat in het patroon. Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan zal het garenverbruik anders zijn, en zal uw werkstuk andere afmetingen krijgen dan het patroon aangeeft.

De stekenverhouding geeft tevens aan welk garen als vervanging kan dienen. U kunt verschillende garens met elkaar vervangen, zolang de stekenverhouding maar hetzelfde is.

Bekijk de DROPS les: Hoe u de stekenverhouding opmeet

Bekijk de DROPS video: Hoe u een proeflapje maakt

De benodigde hoeveelheid garen wordt aangegeven in grammen, dus bijvoorbeeld: 450 g. Om uit te rekenen hoeveel bollen u nodig heeft, moet u eerst weten hoeveel gram er in 1 bol gaat (25 g, 50 g, of 100 g). Deze informatie vindt u door op de individuele garenkwaliteit te klikken op onze site. Deel de hoeveelheid benodigde garen door de hoeveelheid per bol. Bijvoorbeeld, als de bollen 50 gram wegen (de meest gebruikelijke hoeveelheid), ziet de berekening er als volgt uit: 450 / 50 = 9 bollen.

Bij het kiezen van een ander garen is het belangrijk dat de stekenverhouding hetzelfde blijft. De afmetingen van het uiteindelijke werk zijn dan hetzelfde als aangegeven in de tekening bij het patroon. Het is makkelijker om dezelfde stekenverhouding te krijgen als u garen gebruikt uit dezelfde garengroep. Het is ook mogelijk om meerdere draden van een dunner garen te gebruiken om de stekenverhouding van een dikker garen te krijgen. Probeer onze garenvervanger. We raden u aan om altijd een proeflapje te maken.

LET OP: als u een ander garen neemt, kan het kledingstuk een andere 'look en feel' krijgen dan het kledingstuk op de foto, vanwege individuele eigenschappen en kwaliteiten van elk garen.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

Al onze garens zijn ondergebracht in garengroepen (van A tot F) volgens dikte en stekenverhouding – groep A bevat de dunste garens en groep F de dikste. Dit maakt het makkelijker voor u om alternatieve garens te vinden voor onze patronen, indien u graag ander garen wilt gebruiken. Alle garens binnen dezelfde groep hebben ongeveer eenzelfde stekenverhouding en kunnen elkaar vervangen. Het is wel zo dat verschillende garenkwaliteiten verschillende structuren en eigenschappen hebben, wat het uiteindelijke werkstuk een unieke 'look en feel' geeft.

Klik hier voor een overzicht van de garens in elke garengroep

Bovenaan al onze patronen vindt u een link naar onze garenvervanger, welke handig kan zijn als u een ander garen wilt gebruiken dan staat aangegeven in het patroon. Door het garen in te vullen dat u wilt vervangen, de hoeveelheid (in uw maat) en het aantal draden, stelt de vervanger geschikte alternatieven voor met dezelfde stekenverhouding. Daarnaast wordt aangegeven hoeveel u nodig heeft in de nieuwe kwaliteiten en of u met meerdere draden moet werken. De meeste bollen zijn 50 gram (sommige zijn 25 gram of 100 gram).

Als het patroon met meerdere kleuren wordt gebreid/gehaakt, moet elke kleur apart worden vervangen. Dit geldt ook als het patroon met verschillende draden van verschillende garens wordt gemaakt (bijvoorbeeld 1 draad Alpaca en 1 draad Kid-Silk) dan zult u voor elk individueel alternatieven moeten vinden.

Klik hier voor de garenvervanger

Omdat de verschillende garens verschillende kwaliteiten en verschillend texturen hebben, hebben we ervoor gekozen om het originele garen in het patroon te laten staan. Maar u kunt vrij makkelijk andere opties vinden tussen de beschikbare garenkwaliteiten door onze garenvervanger te gebruiken, of door een garen uit dezelfde garengroep uit te kiezen.

Het is mogelijk dat sommige verkooppunten nog bollen op voorraad hebben van garens die niet meer leverbaar zijn, of dat iemand thuis nog een paar bollen heeft liggen en hier een patroon bij zoekt.

De garenvervanger laat alternatieve garens zien en de hoeveelheid die u nodig heeft in de nieuwe kwaliteit.

Als u het lastig vindt om te bepalen welke maat u moet maken, dan is het wellicht een goed idee om een bestaand kledingstuk dat goed zit, op te meten. Vervolgens kunt u de maat kiezen door de afmetingen te vergelijken met de afmetingen in de maattekening bij het patroon.

U kunt de maattekening onderaan het patroon vinden.

Bekijk DROPS les: Maattekeningen lezen

De naalddikte die aangegeven is in het patroon geldt slechts als een richtlijn, het is van belang dat de stekenverhouding klopt. En omdat de stekenverhouding per persoon nogal verschillend is, zult u de naalddikte aan moeten passen om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding hetzelfde is als in het patroon – misschien is het nodig dat u 1 of zelfs 2 naalddiktes naar beneden of naar boven moet om de juiste stekenverhouding te krijgen. Daarom raden we ook aan om een proeflapje te maken.

Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan kunnen de afmetingen van het werkstuk afwijken van de afmetingen volgens de tekening.

Bekijk de DROPS les: Hoe meet u de stekenverhouding

Bekijk de DROPS video: Hoe maakt u een proeflapje voor de stekenverhouding

Als u een kledingstuk van boven naar beneden breit, dan geeft dit meer flexibiliteit en mogelijkheden voor persoonlijke aanpassingen. Het is bijvoorbeeld makkelijker om het kledingstuk te passen terwijl u er mee bezig bent. U kunt ook makkelijker de lengte van de pas en de schouderkoppen aanpassen.

In de uitleg worden alle stappen zorgvuldig uitgelegd in de juiste volgorde. De telpatronen zijn aangepast aan de breirichting en worden zoals gebruikelijk gebreid.

Het telpatroon laat alle naalden en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt gelezen van onder naar boven, van rechts naar links. 1 vierkant = 1 steek.

Als u heen en weer breit, wordt elke andere naald aan de goede kant gebreid en elke andere naald wordt aan de verkeerde kant gebreid. Als u aan de verkeerde kant breit, moet u het telpatroon omgekeerd breien, dus van links naar rechts. rechte steken worden dan averecht gebreid en averechte steken recht, etc.

Als u in de rondte breit wordt elke naald aan de goede kant gebreid en het telpatroon wordt dan van rechts naar links gebreid op alle naalden.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees ik de teltekening bij de patronen?

Het telpatroon laat alle toeren en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt van onder naar boven gehaakt en van rechts naar links.

Als u heen en weer haakt, wordt elke andere toer aan de goede kant gehaakt: van rechts naar links en elke andere toer wordt aan de verkeerde kant gehaakt: vank links naar rechts.

Als u in de rondte haakt, wordt elke toer in het telpatroon aan de goede kant gehaakt, van rechts naar links.

Als u een cirkelvormig telpatroon haakt, dan begint u in het midden en haakt u naar buiten toe, tegen de klok in, toer na toer.

Meestal beginnen de toeren met een opgegeven aantal lossen (overeenkomend met de hoogte van de volgende steek), deze zijn of in het telpatroon opgenomen, of uitgelegd in het patroon.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees je telpatronen voor haken

Instructies om verschillende telpatronen achter elkaar op dezelfde naald/toer te breien/haken, worden meestal als volgt beschreven: “brei/haak A.1, A.2, A.3 in totaal 0-0-2-3-4 keer". Dit betekent dat u A.1 een keer breit/haakt, daarna wordt A.2 een keer gebreid/gehaakt, en A.3 wordt het aantal aangegeven keren (in de breedte) in uw maat gebreid/gehaakt – in dit geval als volgt: S = 0 keer, M = 0 keer, L=2 keer, XL= 3 keer en XXL = 4 keer.

De telpatronen worden zoals gebruikelijk gebreid/gehaakt: begin met de eerste naald/toer in A.1, brei/haak dan de volgende naald/toer in A.2 etc.

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor breien leest

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor haken leest

De totale breedte van het kledingstuk (van pols tot pols) is groter in de grotere maten, ondanks dat de eigenlijke mouwen korter zijn. De grotere maten hebben langere mouwkoppen en bredere schouders, dus er is een goede pasvorm in alle maten.

De tekening/ het schema met de afmetingen geeft informatie over de volledige lengte van het kledingstuk. Als het een trui of een vest betreft, dan wordt deze vanaf het hoogste punt op de schouder gemeten (meestal het dichtst bij de halslijn), en recht naar beneden tot de onderkant van het kledingstuk. Het wordt NIET gemeten vanaf de punt van de schouder. Op gelijke wijze wordt ook de lengte van de pas gemeten, vanaf het hoogste punt op de schouder en naar beneden tot waar de pas gesplitst wordt voor het lijf en de mouwen.

Op een vest worden de afmetingen nooit over de biezen genomen, tenzij anders aangegeven. Meet altijd binnen de biessteken als u de lengte opmeet.

Bekijk de DROPS les: Maattekeningen lezen

Telpatronen worden vaak herhaald in de breedte op de naald en/of in de hoogte. 1 herhaling van het telpatroon is hoe het te zien is in het telpatroon. Als er staat dat u 5 herhalingen van A.1 op de naald moet breien, dan breit u het patroon in totaal 5 keer achter/na elkaar op de naald. Als er staat dat u 2 herhalingen van A.1 in de hoogte moet breien, dan breit u het hele telpatroon (dus alle naalden van het telpatroon) een keer en begint u opnieuw onderaan bij het begin en breit u het telpatroon nog een keer.

Lossen zijn ietsje smaller dan andere steken en om te voorkomen dat de opzetrand te strak wordt, haken we eenvoudigweg meer lossen om mee te beginnen. Het aantal steken wordt in de volgende toer aangepast zodat het overeenkomt met het patroon en de afmetingen in de tekening.

De rand in ribbelsteek is elastischer en zal ietwat samentrekken vergeleken met bijvoorbeeld tricotsteek. Door te meerderen voor de rand in ribbelsteek, voorkomt u een zichtbaar verschil in breedte tussen de rand in ribbelsteek en de rest van het lijf.

Het gebeurt vrij makkelijk dat u te strak afkant, en door omslagen te maken tijdens het afkanten (terwijl u deze tegelijkertijd afkant) voorkomt u dat de afkantrand te strak wordt.

Bekijk de DROPS video: Hoe kant u af met omslagen

Om gelijkmatig te meerderen (of te minderen) kunt u meerderen op, bijvoorbeeld: afwisselend elke 3e en 4e naald, als volgt: brei 2 naalden en meerder op de 3e naald, brei 3 naalden en meerder op de 4e naald. Herhaal dit tot het meerderen klaar is.

Bekijk de DROPS les: Meerder of minder 1 st afwisselend

Als u liever in de rondte breit dan heen en weer, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen. U moet dan steken midden voor toevoegen (meestal 5 steken) en de instructies volgen. Als u normaal het werk keert en aan de verkeerde kant breit, breit u nu over de extra steken en gaat u verder in de rondte. Aan het einde knipt u het werk open. Neem steken op voor de biezen en werk de afgeknipte randen af.

Bekijk de DROPS video: Hoe breit u knipbiezen en openknippen

Als u liever heen en weer breit dan in de rondt, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen zodat u de panden apart van elkaar breit en aan het eind aan elkaar naait. Deel de steken voor het lijf in tweeën en voeg 1 kantsteek toe aan elke kant (voor het in elkaar naaien) en brei het voor- en achterpand apart van elkaar.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een patroon aanpassen van rondbreinaalden naar rechte naalden?

Herhalingen van het patroon kunnen een beetje anders zijn in de verschillende maten, om de juiste verhoudingen te krijgen. Als u niet dezelfde maat maakt als het kledingstuk op de foto, wijkt uw werkstuk wellicht ietsje af. Dit is met zorg ontwikkeld en aangepaste zodat het totale beeld van het kledingstuk hetzelfde is in alle maten.

Zorg ervoor dat u de instructies en de telpatronen voor uw maat volgt!

Als u een patroon heeft gevonden doe alleen beschikbaar is in damesmaten, dan hoeft het niet heel moeilijk te zijn om deze aan te passen naar een herenmaat. Het grootste verschil is de lengte van de mouwen en het lijf. Begin met breien in de damesmaat die overeenkomt met de borstwijdte. De lengte die erbij komt wordt namelijk gebreid voordat u begint met afkanten voor de armsgaten. Als het patroon van boven naar beneden wordt gebreid, kunt u lengte toevoegen vlak na de armsgaten of voor de eerste mindering op de mouw.

Wat betreft de extra hoeveelheid garen wat u nodig heeft: dit hangt heel erg af van hoeveel lengte u toevoegt, maar het is vaak meter dat u een bol te veel hebt dan te weinig.

Alle garens hebben vezels die uitsteken (door de productie) waardoor een kledingstuk gaat pluizen of pillen. Geborstelde garens (dus meer harige garens) hebben meer van deze losse, uitstekende vezels waardoor het eerder gaat pluizen of pillen.

Hoewel het niet mogelijk is om te garanderen dat geborsteld garen 100% pluisvrij is, is het wel mogelijk om dit drastisch af te laten nemen, door de volgende stappen te ondernemen:

1. Als het kledingstuk klaar is (voordat u het gaat wassen) schudt u het kledingstuk flink uit, zodat de losse haartjes eruit komen. LET OP: gebruik GEEN roller, borstel of andere methode, waardoor aan het kledingstuk getrokken wordt

2. Plaats het kledingstuk in een plastic zak en leg het in de vriezer - de temperatuur zorgt ervoor dat de vezels minder aan elkaar blijven zitten, en uitstekende vezels komen makkelijker los.

3. Laat een paar uur in de vriezer liggen, voordat u het eruit haalt en schudt het kledingstuk dan opnieuw uit.

4. Was het kledingstuk volgens de instructies op het garenlabel.

Pillen is een natuurlijk proces dat zelfs bij de meest exclusieve vezels voorkomt. Het is een natuurlijk teken van dragen dat lastig is te voorkomen en het meest zichtbaar is in gebieden waar de meeste wrijving optreedt, zoals bij de mouwen en de manchetten.

U kunt uw kledingstuk er als nieuw uit laten zien door het pillen te verwijderen met een pluizenkam of pillenverwijderaar.

Kunt u het antwoord op uw vraag nog steeds niet vinden? Scroll dan naar beneden en laat een vraag achter zodat een van onze experts kan proberen u te helpen. Dit wordt normaal tussen 5 tot 10 werkdagen gedaan..
In de tussentijd kunt u de vragen en antwoorden lezen die anderen bij dit patroon achter hebben gelaten of doe mee met de DROPS Workshop op Facebook om hulp te krijgen van mede breisters en haaksters!
Heeft u dit patroon gemaakt?
Tag dan uw afbeeldingen met #dropspattern #blueplumesweater of stuur ze naar de #dropsfan galerij.

Laat een opmerking achter voor DROPS 266-20

Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!

Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.