Icy Ballerina Wrap#icyballerinawrap |
|
![]() |
![]() |
Gebreid vest in DROPS Flora en DROPS Kid-Silk of DROPS Alpaca en DROPS Kid-Silk. Het werk wordt van boven naar beneden gebreid met overslag, raglan en PUNNIKRAND. Maten XS - XXXL.
DROPS 266-3 |
|
|
------------------------------------------------------- UITLEG VOOR HET PATROON: ------------------------------------------------------- RIBBELSTEEK: Brei alle naalden recht, aan zowel de goede als de verkeerde kant. 1 ribbel in de hoogte = brei 2 naalden recht. 2 STEKEN PUNNIKRAND: BEGIN VAN DE NAALD: Haal 1 steek averecht af met de draad aan de voorkant, 1 recht. EINDE VAN DE NAALD: Brei tot er 2 steken over zijn op de naald, haal 1 steek averecht af met de draad aan de voorkant, 1 recht. Ga zo verder aan zowel de goede als de verkeerde kant. RAGLAN: Alle meerderingen worden aan de goede kant gebreid! Meerder 1 steek door 1 omslag te maken, welke als volgt wordt gebreid op de volgende naald: VOOR DE MARKEERDER (de omslag draait naar links): Brei averecht door de lus die aan de achterkant van de naald ligt (vermijdt een gaatje). NA DE MARKEERDER (de omslag draait naar rechts): Haal de omslag averecht af en zet hem dan terug door de linker naald door de achterkant te steken (de omslag is andersom). Brei averecht door de steeklus die aan de voorkant van de naald ligt (vermijdt een gaatje). Ga verder met de nieuwe steken in tricotsteek. OVERSLAG: Alle meerderingen worden aan de goede kant gebreid! Meerder 1 steek door 1 omslag te maken, welke als volgt wordt gebreid op de volgende naald: BEGIN VAN DE NAALD (de omslag draait naar rechts): Haal de omslag averecht af en zet hem dan terug door de linker naald door de achterkant in te brengen (de omslag is andersom). Brei averecht door de steeklus die aan de voorkant van de naald ligt (vermijdt een gaatje). Ga verder met de nieuwe steken in tricotsteek. EINDE VAN DE NAALD (de omslag draait naar links): Brei averecht door de lus aan de achterkant van de naald (vermijdt een gaatje). Ga verder met de nieuwe steken in tricotsteek. MOUWTIP: Als u steken opneemt onder de mouw, kan er een klein gaatje ontstaan in de overgang tussen de steken op het lijf en de mouw. Dit gaatje kan gesloten worden door de draad tussen 2 steken op te nemen en deze gedraaid samen te breien met de eerste steek tussen het lijf en de mouw. TIP VOOR HET MINDEREN: Minder 1 steek aan elke kant van de markeerdraad als volgt: Brei tot er 4 steken over zijn voor de markeerdraad, 2 recht samen, 4 recht (de markeerdraad zit in het midden van deze 4 steken), haal 1 steek recht af, 1 recht en haal de afgehaalde steek over de gebreide steek (2 steken geminderd). ------------------------------------------------------- BEGIN HET WERK HIER: ------------------------------------------------------- VEST – KORTE SAMENVATTING VAN HET WERK. Het patroon gebruikt zowel lange als korte naalden; begin met de lengte die past bij het aantal steken en wissel wanneer nodig. Eerst worden de biezen heen en weer gebreid, dan worden er steken opgenomen voor de pas langs elke bies. De hals en de pas worden heen en weer gebreid met de rondbreinaald, vanaf midden voor en van boven naar beneden, terwijl u meerdert voor de raglan en de omslag. Als de pas klaar is, wordt het werk verdeeld voor het lijf en de mouwen en het lijf wordt verder heen en weer gebreid, terwijl de mouwen wachten. De mouwen worden in de rondte gebreid, van boven naar beneden. Op het einde wordt een strikband heen en weer gebreid in dubbel recht. Als er een «0» in uw maat staat, sla dan de informatie over en ga gelijk verder met de volgende instructie. RECHTER VOORBIES MET PUNNIKRAND: Zet 4 steken op met breinaalden zonder knop maat 4 mm, DROPS Kid-Silk en DROPS Flora of DROPS Kid-Silk en DROPS Alpaca (2 draden). Brei dan als volgt: GOEDE KANT: 1 RIBBELSTEEK, 1 recht, brei 2 STEKEN PUNNIKRAND – lees uitleg hierboven. VERKEERDE KANT: Brei 2 steken PUNNIKRAND, 1 averecht, 1 ribbelsteek. Herhaal deze naalden tot de voorbies 10½-11-11½-11½-12-12-12 cm meet, met de laatste naald aan de verkeerde kant. Knip de draad af en plaats de steken op een hulpdraad. LINKER VOORBIES MET PUNNIKRAND: Neem 4 steken op langs de opzetrand op de rechter voorbies met breinaalden zonder knop en 1 draad van elke kwaliteit (2 draden), zorg ervoor dat de ribbelsteken en PUNNIKRAND van de rechter voorbies doorlopen Later worden steken opgenomen aan de binnenkant van de 1 ribbelsteek voor de pas. Brei dan als volgt: GOEDE KANT: Brei 2 steken PUNNIKRAND, 1 recht, 1 ribbelsteek. VERKEERDE KANT: Brei 1 ribbelsteek, 1 averecht en 2 steken PUNNIKRAND. Herhaal deze naalden tot de voorbies 10½-11-11½-11½-12-12-12 cm meet, met de laatste naald aan de verkeerde kant. De hele bies meet 21-22-23-23-24-24-24 cm, met de naad midden achter. Neem nu steken op langs de voorbies, aan de binnenkant van de 1 ribbelsteek en aan de goede kant, als volgt: Brei 2 steken PUNNIKRAND, haal 1 steek recht af, 1 recht, haal de afgehaalde steek over (= 3 voorbiessteken), neem 45-47-49-49-51-51-51 steken op langs de voorbies, met een gelijk aantal steken aan elke kant van de opzetrand midden achter, brei dan over de rechter voorbies als volgt: 2 recht samen, brei 2 steken PUNNIKRAND (= 3 voorbiessteken) = 51-53-55-55-57-57-57 steken. PAS: Voeg 4 markeerders in, zonder de steken te breien en voeg elke markeerder in een steek (de raglansteken) en u meerdert voor de raglan aan elke kant van de raglansteken). Tel 3 steken (= linker voorpand), voeg markeerder-1 in de volgende steek, tel 9 steken (= mouw), voeg markeerder-2 in de volgende steek, tel 23-25-27-27-29-29-29 steken (= achterpand), voeg markeerder-3 in de volgende steek, tel 9 steken (= mouw), voeg markeerder-4 in de volgende steek. Er zijn 3 steken over (= rechter voorpand). Ga verder met tricotsteek heen en weer gebreid met 2 steken PUNNIKRAND aan elke kant, terwijl u meerdert voor de RAGLAN aan elke kant van de raglansteken op elke 2e naald en meerdert voor de OMSLAG aan de binnenkant van 3 steken aan elke kant op elke 4e naald – lees uitleg hierboven waarin wordt beschreven hoe u moet meerderen. NAALD 1 (goede kant): Brei 2 steken PUNNIKRAND, brei recht tot er 2 steken over zijn op de naald, meerder voor de raglan aan elke kant van alle raglansteken, eindig met 2 steken PUNNIKRAND (8 gemeerderde steken). NAALD 2 (verkeerde kant): Brei averecht met 2 steken PUNNIKRAND aan elke kant (denk om de omslagen zoals beschreven onder RAGLAN). NAALD 3 (goede kant): Brei 2 steken PUNNIKRAND, 1 recht, meerder 1 steek voor de omslag, brei recht tot er 3 steken over zijn op de naald, meerder voor de raglan aan elke kant van alle raglansteken, meerder 1 steek voor de omslag, 1 recht, brei 2 steken PUNNIKRAND (10 gemeerderde steken; 2 voor de omslag en 8 voor de raglan). NAALD 4 (verkeerde kant): Brei averecht met 2 steken PUNNIKRAND aan elke kant (denk om de omslagen zoals beschreven onder raglan en omslag). Brei NAALDEN 1 tot 4 in totaal 3 keer (12 naalden gebreid) = 105-107-109-109-111-111-111 steken. In totaal 3 meerderingen in de hoogte voor de omslag en 6 meerderingen in de hoogte voor de raglan. Denk om de stekenverhouding. Meerder nu voor zowel de raglan als de omslag om de 2e naald: NAALD 1 (goede kant): Brei 2 steken PUNNIKRAND, 1 recht, meerder 1 steek voor de omslag, brei recht tot er 3 steken over zijn op de naald, meerder voor de raglan aan elke kant van alle raglansteken, meerder 1 steek voor de omslag, 1 recht, brei 2 steken PUNNIKRAND (10 gemeerderde steken; 2 voor de omslag en 8 voor de raglan). NAALD 2 (verkeerde kant): Brei averecht met 2 steken PUNNIKRAND aan elke kant (denk om de omslagen zoals beschreven onder raglan en omslag). Brei NAALDEN 1 en 2 in totaal 18-20-22-24-25-25-26 keer (36-40-44-48-50-50-52 naalden gebreid) = 285-307-329-349-361-361-371 steken. Er zijn in totaal 21-23-25-27-28-28-29 meerderingen in de hoogte voor de omslag en 24-26-28-30-31-31-32 meerderingen in de hoogte voor de raglan. Meerder nu alleen voor de raglan op de voor- en achterpanden (meerder niet over de mouwen) en meerder voor de omslag om de 2e naald: NAALD 1 (goede kant): Brei 2 steken PUNNIKRAND, 1 recht, meerder 1 steek voor de omslag, brei recht tot er 3 steken over zijn op de naald, meerder voor de raglan voor de 1e en 3e raglansteek en na de 2e en 4e raglansteek, meerder 1 steek voor de omslag, 1 recht, brei 2 steken PUNNIKRAND (6 gemeerderde steken; 2 voor de omslag en 4 voor de raglan). NAALD 2 (verkeerde kant): Brei averecht met 2 steken PUNNIKRAND aan elke kant (denk om de omslagen zoals beschreven onder raglan en omslag). Brei NAALDEN 1 en 2 in totaal 1-1-1-1-2-5-8 keer (2-2-2-2-4-10-16 naalden gebreid) = 291-313-335-355-373-391-419 steken. Er zijn in totaal 22-24-26-28-30-33-37 meerderingen in de hoogte voor de omslag en 24-26-28-30-31-31-32 meerderingen voor raglan op de mouwen en 25-27-29-31-33-36-40 meerderingen in de hoogte voor raglan op de voor- en achterpanden. De pas meet ongeveer 20-22-23-25-27-29-32 cm vanaf midden achter. Verdeel nu het werk voor het lijf en de mouwen. VERDELEN VOOR HET LIJF EN DE MOUWEN: Verdeel en ga verder met meerderen voor de omslag als volgt: Brei 2 steken PUNNIKRAND, brei 1 tricotsteek, meerder 1 steek voor de omslag, brei 48-52-56-60-64-70-78 tricotsteken (inclusief markeerdraadsteek-1 = voorpand), plaats de volgende 57-61-65-69-71-71-73 steken op een hulpdraad voor de mouw, zet 4-6-8-12-16-20-22 steken op (midden onder de mouw), brei 75-81-87-91-97-103-111 tricotsteken (van markeerdraadsteek-2 tot en met markeerdraadsteek-3 = achterpand), plaats de volgende 57-61-65-69-71-71-73 steken op Een hulpdraad voor de mouw, zet 4-6-8-12-16-20-22 steken op (midden onder de mouw), brei 48-52-56-60-64-70-78 tricotsteken (3 steken over), meerder 1 steek voor de omslag, brei 1 tricotsteek en 2 steken PUNNIKRAND (= voorpand). Het lijf en de mouwen worden apart verder gebreid. LIJF: = 187-205-223-243-265-291-319 steken. Voeg 1 markeerdraad in, in het midden van de 4-6-8-12-16-20-22 opgezette steken onder elke mouw. Neem deze markeerdraden mee tijdens het breien, ze worden gebruikt voor het minderen aan elke kant van het lijf. Ga verder met tricotsteek met 2 steken PUNNIKRAND aan elke kant en meerder voor de omslag om iedere 2e naald zoals hiervoor (2 gemeerderde steken op elke meerdernaald). Als het lijf 4 cm meet vanaf de scheiding, minder dan 1 steek aan elke kant van beide markeerdraden – lees TIP VOOR HET MINDEREN (4 geminderde steken). Minder zo iedere 5 cm in totaal 3 keer (12 geminderde steken). Als de minderingen klaar zijn, ga dan verder met tricotsteek met 2 steken PUNNIKRAND aan elke kant en meerder voor de omslag om iedere 2e naald zoals hiervoor tot het werk 38-40-42-44-46-48-50 cm meet vanaf midden achter = 221-239-259-279-301-327-353 steken. Laat de steken op de naald zitten. Brei een strikband welke in deze steken wordt gebreid. STRIKBAND: Zet 17 steken op met breinaalden zonder knop maat 4 mm en 1 draad van elke kwaliteit (2 draden). Brei dubbel recht als volgt heen en weer gebreid: NAALD 1: * 1 recht, haal 1 steek averecht af met de draad aan de voorkant *, brei van *-* tot er 1 steek over is, 1 recht. NAALD 2: * Haal 1 steek averecht af met de draad aan de voorkant, 1 recht *, brei van *-* tot er 1 steek over is, haal 1 steek averecht af met de draad aan de voorkant. Herhaal NAALDEN 1 en 2 tot de strikband 55-60-65-70-75-80-85 cm meet. Rek het iets uit voordat u gaat meten. Eindig na naald 2. Brei nu deze strikband aan het lijf, brei de laatste steek op de strikband samen met de volgende steek op het lijf, beginnend met het linker voorpand en ga verder als volgt: NAALD 1: * 1 recht, haal 1 steek averecht af met de draad aan de voorkant *, brei van *-* tot er 1 steek over is, brei deze steek gedraaid recht samen met de eerste steek op het lijf (1 steek op het lijf geminderd). Keer het werk. NAALD 2: * Haal 1 steek averecht af met de draad aan de voorkant, 1 recht *, brei van *-* tot er 1 steek over is, haal 1 steek averecht af met de draad aan de voorkant. Herhaal NAALDEN 1 en 2 tot alle lijfsteken afgekant zijn. Ga verder met dubbel recht zoals hiervoor heen en weer gebreid over de strikband tot het aan de andere kant even lang is = 55-60-65-70-75-80-85 cm. Kant af. De voorbies is ongeveer 4 cm breed. Het vest meet ongeveer 42-44-46-48-50-52-54 cm vanaf midden achter en 44-46-48-50-52-54-56 cm vanaf de schouder. MOUWEN: Plaats de 57-61-65-69-71-71-73 mouwsteken van een hulpdraad op rondbreinaald 4 mm en neem 1 steek op in elk van de 4-6-8-12-16-20-22 opgezette steken onder de mouw – lees MOUWTIP = 61-67-73-81-87-91-95 steken. Voeg een markeerdraad in, in het midden van de 4-6-8-12-16-20-22 nieuwe steken onder de mouw. De naald begint bij de markeerdraad. Brei in tricotsteek in de rondte. TEGELIJKERTIJD, als de mouw 1 cm meet vanaf de scheiding, minder dan midden onder de mouw – denk om TIP VOOR HET MINDEREN als volgt: Minder 2 steken iedere 2e naald 3-3-4-4-4-3-2 keer = 55-61-65-73-79-85-91 steken. Brei verder tot de mouw 30-29-28-27-26-25-23 cm meet vanaf de scheiding. Brei 3 naalden boordsteek (1 recht, 1 averecht), minder 1 steek op de eerste naald = 54-60-64-72-78-84-90 steken. Kant af met boordsteek. De mouw meet ca. 31-30-29-28-27-26-24 cm vanaf de scheiding. |
|
![]() |
|
Heeft u dit patroon gemaakt?Tag dan uw afbeeldingen met #dropspattern #icyballerinawrap of stuur ze naar de #dropsfan galerij. Heeft u hulp nodig voor dit patroon?U vind 39 instructievideo's, een commentaar/vragengedeelte en nog veel meer, als u naar het patroon gaat op garnstudio.com © 1982-2026 DROPS Design A/S. Alle rechten voorbehouden. Op dit document, inclusief alle subdocumenten, rust copyright. Lees meer over wat u kunt doen met onze patronen onderaan elk patroon op onze site |
|
Laat een opmerking achter voor DROPS 266-3
Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!
Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.