Northern Mosaic Cardigan#northernmosaiccardigan |
|||||||||||||||||||
![]() |
![]() |
||||||||||||||||||
Gebreid vest in DROPS Merino Extra Fine. Het werk wordt van boven naar beneden gebreid in tricotsteek, met ronde pas en Scandinavisch patroon. Maten XS – XXXL.
DROPS 273-27 |
|||||||||||||||||||
|
------------------------------------------------------- UITLEG VOOR HET PATROON: ------------------------------------------------------- RIBBELSTEEK (heen en weer gebreid): Brei alle naalden recht, aan zowel de goede als de verkeerde kant. 1 ribbel in de hoogte = brei 2 naalden recht. VERHOGING: Om het vest iets hoger aan de achterkant van de hals te maken als u de pas breit, kunt u een verhoging breien. Sla dit gedeelte over als u geen verhoging wilt. Voeg 1 markeerder in, in het midden van de naald (midden achter). Begin aan de goede kant en brei recht tot 12-12-12-13-13-14-14 steken voorbij de markeerder midden achter, keer het werk – lees TIP VOOR HET BREIEN-1, 24-26-28-30-30-32-34 averecht. Keer en brei 36-39-42-45-45-48-51 recht, keer en brei 48-52-56-60-60-64-68 averecht, keer en brei 60-65-70-75-75-80-85 recht, keer en brei 72-78-84-90-90-96-102 averecht. Keer het werk en brei recht tot het einde van de naald (kantsteek gebreid zoals hiervoor), keer dan en brei 1 naald averecht (de kantsteken worden zoals hiervoor gebreid). Ga verder met de pas in de rondte zoals beschreven in de tekst. TIP VOOR HET BREIEN-1: Als u verkorte naalden breit, ontstaat er een klein gaatje na elke keer dat u het werk keert. Dit gaatje kan gesloten worden door de draad aan te trekken of de techniek Duitse Verkorte naalden te gebruiken als volgt: Haal de eerste steek averecht af, breng de draad over de rechter naald en trek goed aan vanaf de achterkant (2 lussen op de naald). Deze lussen worden samen gebreid op de volgende naald. BREITIP-2: Om te voorkomen dat de stekenverhouding te strak wordt tijdens het breipatroon, is het belangrijk dat de draden aan de achterkant niet te strak zijn. Gebruik een naald in een maat groter wanneer u in patroon breit als dit nodig is. PATROON: Zie telpatronen A.1 en A.2. Het patroon wordt gebreid in tricotsteek. Kies het telpatroon voor uw maat. De telpatronen worden van rechts naar links gelezen als u aan de goede kant breit en van links naar rechts als u aan de verkeerde kant breit. TIP VOOR HET MEERDEREN: Om uit te rekenen hoe u gelijkmatig meerdert, tel het totaal aantal steken op de naald (bijv. 105 steken), minus 7 steken aan elke kant die niet gemeerderd zijn, en deel de resterende 91 steken door het aantal te maken meerderingen (bijv. 18) = 5.1. In dit voorbeeld meerdert u door als volgt te breien in ongeveer elke 5e steek (meerder niet over de 7 steken aan elke kant). Deze symmetrische methode van meerderen geeft 1 nieuwe steek. Volg punten 1 - 4: 1. Houd de breidraad achter het werk. Haal de eerste steek averecht af. 2. Neem de linker naald achter de afgehaalde steek en tussen de afgehaalde steek en de volgende steek op de rechter naald. 3. Maak 1 omslag om de rechter naald en haal het door de steek (1 nieuwe steek op de rechter naald). 4. Haal de voorste steeklus van de linker naald en brei dan recht door de voorkant van de andere steeklus. 1 gemeerderde steek. MOUWTIP: Als u steken opneemt onder de mouw, kan er een klein gaatje ontstaan in de overgang tussen de steken op het lijf en de mouw. Dit gaatje kan gesloten worden door de draad tussen 2 steken op te nemen en deze gedraaid samen te breien met de eerste steek tussen het lijf en de mouw. TIP VOOR HET MINDEREN: Minder 1 steek aan elke kant van de markeerdraad als volgt: Brei tot er 4 steken over zijn voor de markeerdraad, 2 recht samen, 4 recht (de markeerdraad zit in het midden van deze 4 steken), haal 1 steek recht af, 1 recht en haal de afgehaalde steek over de gebreide steek (2 steken geminderd). KNOOPSGATEN: Brei de knoopsgaten op de rechter voorbies aan de goede kant als volgt: NAALD 1 (goede kant): Maak 1 omslag, 2 recht samen (zorg ervoor dat deze 2 steken 1 averechte en 1 rechte steek zijn in deze volgorde). NAALD 2 (verkeerde kant): Brei de boordsteek zoals hiervoor, brei de omslag recht zodat er een gaatje ontstaat. Brei 7-7-7-7-7-8-8 knoopsgaten als de voorbies 1½ cm meet. Het bovenste knoopsgat zit 2 cm onder de bovenste opzetrand, het onderste knoopsgat 4-4-4-4-5-5-5 cm boven de onderrand. De andere 5-5-5-5-5-6-6 knoopsgaten worden gebreid met 7½-8-8½-8½-9-8-8 cm tussen elk. ------------------------------------------------------- BEGIN HET WERK HIER: ------------------------------------------------------- VEST – KORTE SAMENVATTING VAN HET WERK. Het patroon gebruikt zowel lange als korte naalden; begin met de lengte die past bij het aantal steken en wissel wanneer nodig. De hals en de pas worden heen en weer gebreid met de rondbreinaald, vanaf midden voor en van boven naar beneden, meerder voor de pas. Als de pas klaar is, wordt het werk verdeeld voor het lijf en de mouwen en het lijf wordt verder heen en weer gebreid, terwijl de mouwen wachten. De mouwen worden in de rondte gebreid, van boven naar beneden. Langs de voorpanden worden steken opgenomen voor de biezen, welke op het einde heen en weer worden gebreid. Als er een «0» in uw maat staat, sla dan de informatie over en ga gelijk verder met de volgende instructie. HALS: Zet 105-107-113-117-121-125-131 steken op met rondbreinaald 2.5 mm en Lichtbeige DROPS Merino Extra Fine of brei Italiaans opzetten. Aan de goede kant, brei de eerste naald als volgt: 1 RIBBELSTEEK – lees uitleg hierboven, brei boordsteek (1 recht en 1 averecht) tot er 2 steken over zijn, 1 recht en 1 ribbelsteek. Ga verder met deze boordsteek heen en weer gebreid tot de hals 3-3-3-3-4-4-4 cm meet, met de volgende naald aan de goede kant. Voeg 1 markeerder in na 1 kantsteek (midden voor); het werk wordt nu vanaf hier gemeten. PAS: Ga verder met rondbreinaald 3.5 mm. Aan de goede kant: Brei 1 ribbelsteek, 6 tricotsteken, dan 91-93-99-103-107-111-117 tricotsteken waarbij u 18-22-24-24-26-26-30 steken verdeeld over deze steken meerdert – lees TIP VOOR HET MEERDEREN, brei 6 tricotsteken en 1 ribbelsteek = 123-129-137-141-147-151-161 steken. U kunt nu een VERHOGING aan de achterkant van de hals breien – lees uitleg hierboven. Als de verhoging klaar is, ga dan verder met de pas. Als u geen verhoging wilt, gaat u gelijk verder met de volgende alinea. Ga verder met tricotsteek met 1 ribbelsteek aan elke kant. Denk om de stekenverhouding. Als de pas 3-3-3-3-4-4-4 cm meet vanaf de markeerder, meerder dan 36-38-38-40-42-46-48 steken verdeeld – denk om TIP VOOR HET MEERDEREN (meerder niet over de buitenste 7 steken aan elke kant) = 159-167-175-181-189-197-209 steken. Als de pas 5-5-6-6-7-8-8 cm meet vanaf de markeerder, meerder dan 44-44-44-46-46-54-58 steken verdeeld = 203-211-219-227-235-251-267 steken. Begin op de volgende naald aan de goede kant met het patroon als volgt – lees uitleg hierboven en lees TIP VOOR HET BREIEN-2: 1 ribbelsteek, brei A.1 tot er 2 steken over zijn op de naald, brei A.2 en 1 ribbelsteek. Ga verder met dit patroon en meerder als volgt op elke naald gemarkeerd met een pijl in A.1 – denk om TIP VOOR HET MEERDEREN (meerder niet over de buitenste 7 steken aan elke kant): Pijl-1: Meerder 48-48-48-56-56-64-64 steken verdeeld = 251-259-267-283-291-315-331 steken. Pijl-2: Meerder 24-24-32-40-40-48-48 steken verdeeld = 275-283-299-323-331-363-379 steken. Pijl-3: Meerder 24-24-24-32-32-32-40 steken verdeeld = 299-307-323-355-363-395-419 steken – zorg ervoor dat de meerderingen op deze naald geen invloed hebben op de bladvorm in het patroon. Pijl-4: Meerder 24-24-24-24-24-32-32 steken verdeeld = 323-331-347-379-387-427-451 steken. Als de pas 20-21-22-23-24-25-27 cm meet vanaf de markeerder midden voor, verdeel dan het werk voor het lijf en de mouwen. A.1 en A.2 worden voortgezet op zowel het lijf als de mouwen; zorg ervoor dat alle meerdernaalden klaar zijn voordat u gaat verdelen. VERDELEN VOOR HET LIJF EN DE MOUWEN: Brei 49-51-55-59-61-67-73 steken zoals hiervoor (= voorpand), plaats de volgende 64-64-64-72-72-80-80 steken op een hulpdraad voor de mouw, zet 8-16-16-16-24-24-24 steken op (midden onder de mouw), brei 97-101-109-117-121-133-145 steken (= achterpand), plaats de volgende 64-64-64-72-72-80-80 steken op een hulpdraad voor de mouw, zet op 8-16-16-16-24-24-24 steken (midden onder de mouw), brei de laatste 49-51-55-59-61-67-73 steken zoals hiervoor (= voorpand). Het lijf en de mouwen worden apart verder gebreid. LIJF: = 211-235-251-267-291-315-339 steken. Ga verder met het patroon vanaf de pas, dus brei A.1 en A.2 heen en weer gebreid met 1 ribbelsteek aan elke kant. LET OP: Als het werk in het midden van een patroonrand is verdeeld, past het patroon mogelijk niet onder de mouwen. Ga verder met het patroon vanaf de pas tot het midden onder de mouwen. De volgende patroonrand past. Als A.1 en A.2 klaar zijn in de hoogte, ga dan verder met tricotsteek met Licht beige. Brei tot het werk 45-47-49-51-52-53-55 cm meet vanaf de markeerder midden voor. Begin op de volgende naald aan de goede kant met de boordsteek als volgt. Meerder tegelijkertijd 42-46-50-52-58-62-66 steken verdeeld op de naald – denk om TIP VOOR HET MEERDEREN (meerder de kantsteken niet) = 253-281-301-319-349-377-405 steken: Ga verder met rondbreinaald 2.5 mm. Brei 1 ribbelsteek, boordsteek (1 recht en 1 averecht – denk om het meerderen) tot er 2 steken over zijn, 1 recht en brei 1 ribbelsteek. Als de boordsteek 4-4-4-4-5-5-5 cm meet, kant dan af met recht boven recht en averecht boven averecht of brei Italiaans afkanten. Het vest meet ongeveer 49-51-53-55-57-58-60 cm vanaf de markeerder midden voor en 54-56-58-60-62-64-66 cm vanaf de schouder. MOUWEN: Plaats de 64-64-64-72-72-80-80 mouwsteken van een hulpdraad op rondbreinaald 3.5 mm en neem 1 steek op in elk van de 8-16-16-16-24-24-24 opgezette steken onder de mouw – lees MOUWTIP = 72-80-80-88-96-104-104 steken. Voeg 1 markeerdraad in, in het midden van de 8-16-16-16-24-24-24 nieuwe steken onder de mouw. De naald begint bij de markeerdraad. Ga verder met het patroon vanaf de pas in de rondte. Minder TEGELIJKERTIJD na 1 naald midden onder de mouw – lees TIP VOOR HET MINDEREN als volgt: Minder 2 steken 2-2-2-2-3-3-3 keer elke 2e naald, dan 2 steken 0-2-2-4-7-9-9 keer om de 2 cm = 68-72-72-76-76-80-80 steken – het patroon past niet onder de mouw bij het minderen. Als A.1 klaar is in de hoogte, ga dan verder met tricotsteek met Licht beige tot de mouw 42-42-41-41-39-40-38 cm meet vanaf de scheiding. Ga verder met breinaalden zonder knop maat 2.5 mm. Brei boordsteek (1 recht en 1 averecht), meerder tegelijkertijd 14-14-14-16-16-16-16 steken verdeeld op de eerste naald = 82-86-86-92-92-96-96 steken. Als de boordsteek 4-4-4-4-5-5-5 cm meet, kant dan af met boordsteek of brei Italiaans afkanten. De mouw meet ongeveer 46-46-45-45-44-45-43 cm vanaf de scheiding. LINKER VOORBIES: Gebruik rondbreinaald 2.5 mm en kleur Lichtbeige, begin aan de goede kant op het linker voorpand en neem 134-142-146-152-160-162-168 steken op aan de binnenkant van de 1 kantsteek (ongeveer 26 steken per 10 cm – het aantal steken moet deelbaar zijn door 2). Brei dan als volgt: NAALD 1 (verkeerde kant): 1 ribbelsteek, brei boordsteek (1 averecht en 1 recht) tot er 3 steken over zijn, 1 averecht en brei 2 ribbelsteken. NAALD 2 (goede kant): 2 ribbelsteken, brei boordsteek (1 recht en 1 averecht) tot er 2 steken over zijn, 1 recht en 1 ribbelsteek. Herhaal NAALDEN 1 en 2 tot de voorbies 3-3-3-3-3-3½-3½ cm meet. Kant af met recht boven recht en averecht boven averecht, of brei Italiaans afkanten. RECHTER VOORBIES: Neem hetzelfde aantal steken op en brei op dezelfde manier als de linker voorbies maar met 2 ribbelsteken bij de hals en 1 ribbelsteek aan de onderrand. Als de voorbies 1½ cm meet, brei dan 7-7-7-7-7-8-8 KNOOPSGATEN verdeeld – lees uitleg hierboven. Na de knoopsgaten gaat u verder met de voorbies tot dezelfde breedte als de linker voorbies. Kant af op dezelfde manier als de linker band. AFWERKING: Naai de knopen op de linker voorbies. |
|||||||||||||||||||
Uitleg van het telpatroon |
|||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||
![]() |
|||||||||||||||||||
![]() |
|||||||||||||||||||
![]() |
|||||||||||||||||||
Heeft u dit patroon gemaakt?Tag dan uw afbeeldingen met #dropspattern #northernmosaiccardigan of stuur ze naar de #dropsfan galerij. Heeft u hulp nodig voor dit patroon?U vind 32 instructievideo's, een commentaar/vragengedeelte en nog veel meer, als u naar het patroon gaat op garnstudio.com © 1982-2026 DROPS Design A/S. Alle rechten voorbehouden. Op dit document, inclusief alle subdocumenten, rust copyright. Lees meer over wat u kunt doen met onze patronen onderaan elk patroon op onze site |
|||||||||||||||||||
Laat een opmerking achter voor DROPS 273-27
Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!
Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.