DROPS Super Sale · BESPAAR 30% op 5 knusse wolgarens.
DROPS Merino Extra Fine
100% wol
vanaf 3.20 € /50g
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 41.60€ krijgen.

De garenkosten worden berekend op basis van het benodigde materiaal voor de kleinste maat en het goedkoopste producttype. Op zoek naar nog een scherpere prijs? Deze vindt u wellicht bij de DROPS Deals!

DROPS Autumn & Winter 26/27

Northern Mosaic Cardigan

Gebreid vest in DROPS Merino Extra Fine. Het werk wordt van boven naar beneden gebreid in tricotsteek, met ronde pas en Scandinavisch patroon. Maten XS – XXXL.

Markeer maat:


DROPS 273-27

#northernmosaiccardigan

DROPS Design: Patroon me-310
Garengroep B
-------------------------------------------------------

MATEN:
XS - S - M - L - XL - XXL - XXXL

GAREN:
DROPS MERINO EXTRA FINE van garnstudio (behoort tot garengroep B)
450-500-550-600-650-700-750 g kleur 50, Licht beige
50-50-50-100-100-100-100 g kleur 07, Licht Taupe
50-50-50-50-50-50-50 g kleur 04, Grijs Mix
50-50-50-50-50-50-50 g kleur 36, Amethist
50-50-50-50-50-50-50 g kleur 47, Saliegroen

KNOPEN:
DROPS KNOPEN NR 516: 7-7-7-7-7-8-8 stuks.

NAALDEN:
DROPS RONDBREINAALD 3.5 MM: Lengte 40 cm en 80 cm.
DROPS RONDBREINAALD 2.5 MM: Lengte 80 cm.
DROPS NAALDEN ZONDER KNOP MAAT 3.5 MM.
DROPS NAALDEN ZONDER KNOP MAAT 2.5 MM.
De techniek MAGIC LOOP kan gebruikt worden – u heeft dan alleen een rondbreinaald van 80 cm nodig in elke maat.

STEKENVERHOUDING:
22 steken in de breedte en 30 naalden in de hoogte met tricotsteek en Scandinavisch patroon op naald 3.5 mm = 10 x 10 cm.
LET OP: De naalddikte is slechts een richtlijn. Als u te veel steken heeft op 10 cm, ga dan verder met een grotere naald. Als u te weinig steken heeft op 10 cm, ga dan verder met een kleinere naald.

-------------------------------------------------------

Alternatief garen – Bekijk hier hoe u een ander garen kiest
Garengroep A tot F – Bekijk hier hoe u hetzelfde patroon gebruikt met een ander garen
Garenverbruik als u een alternatief garen kiest – Gebruik onze garenvervanger

-------------------------------------------------------

Misschien vindt u deze ook leuk...

DROPS Merino Extra Fine
100% wol
vanaf 3.20 € /50g
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 41.60€ krijgen.

De garenkosten worden berekend op basis van het benodigde materiaal voor de kleinste maat en het goedkoopste producttype. Op zoek naar nog een scherpere prijs? Deze vindt u wellicht bij de DROPS Deals!

Instructies voor het patroon

0
0


-------------------------------------------------------

UITLEG VOOR HET PATROON:
-------------------------------------------------------

RIBBELSTEEK (heen en weer gebreid):
Brei alle naalden recht, aan zowel de goede als de verkeerde kant.
1 ribbel in de hoogte = brei 2 naalden recht.

VERHOGING:
Om het vest iets hoger aan de achterkant van de hals te maken als u de pas breit, kunt u een verhoging breien. Sla dit gedeelte over als u geen verhoging wilt.
Voeg 1 markeerder in, in het midden van de naald (midden achter).
Begin aan de goede kant en brei recht tot 12-12-12-13-13-14-14 steken voorbij de markeerder midden achter, keer het werk – lees TIP VOOR HET BREIEN-1, 24-26-28-30-30-32-34 averecht.
Keer en brei 36-39-42-45-45-48-51 recht, keer en brei 48-52-56-60-60-64-68 averecht, keer en brei 60-65-70-75-75-80-85 recht, keer en brei 72-78-84-90-90-96-102 averecht. Keer het werk en brei recht tot het einde van de naald (kantsteek gebreid zoals hiervoor), keer dan en brei 1 naald averecht (de kantsteken worden zoals hiervoor gebreid).
Ga verder met de pas in de rondte zoals beschreven in de tekst.

TIP VOOR HET BREIEN-1:
Als u verkorte naalden breit, ontstaat er een klein gaatje na elke keer dat u het werk keert. Dit gaatje kan gesloten worden door de draad aan te trekken of de techniek Duitse Verkorte naalden te gebruiken als volgt:
Haal de eerste steek averecht af, breng de draad over de rechter naald en trek goed aan vanaf de achterkant (2 lussen op de naald). Deze lussen worden samen gebreid op de volgende naald.

BREITIP-2:
Om te voorkomen dat de stekenverhouding te strak wordt tijdens het breipatroon, is het belangrijk dat de draden aan de achterkant niet te strak zijn. Gebruik een naald in een maat groter wanneer u in patroon breit als dit nodig is.

PATROON:
Zie telpatronen A.1 en A.2.
Het patroon wordt gebreid in tricotsteek.
Kies het telpatroon voor uw maat.
De telpatronen worden van rechts naar links gelezen als u aan de goede kant breit en van links naar rechts als u aan de verkeerde kant breit.

TIP VOOR HET MEERDEREN:
Om uit te rekenen hoe u gelijkmatig meerdert, tel het totaal aantal steken op de naald (bijv. 105 steken), minus 7 steken aan elke kant die niet gemeerderd zijn, en deel de resterende 91 steken door het aantal te maken meerderingen (bijv. 18) = 5.1.
In dit voorbeeld meerdert u door als volgt te breien in ongeveer elke 5e steek (meerder niet over de 7 steken aan elke kant).
Deze symmetrische methode van meerderen geeft 1 nieuwe steek. Volg punten 1 - 4:
1. Houd de breidraad achter het werk. Haal de eerste steek averecht af.
2. Neem de linker naald achter de afgehaalde steek en tussen de afgehaalde steek en de volgende steek op de rechter naald.
3. Maak 1 omslag om de rechter naald en haal het door de steek (1 nieuwe steek op de rechter naald).
4. Haal de voorste steeklus van de linker naald en brei dan recht door de voorkant van de andere steeklus.
1 gemeerderde steek.

MOUWTIP:
Als u steken opneemt onder de mouw, kan er een klein gaatje ontstaan in de overgang tussen de steken op het lijf en de mouw. Dit gaatje kan gesloten worden door de draad tussen 2 steken op te nemen en deze gedraaid samen te breien met de eerste steek tussen het lijf en de mouw.

TIP VOOR HET MINDEREN:
Minder 1 steek aan elke kant van de markeerdraad als volgt:
Brei tot er 4 steken over zijn voor de markeerdraad, 2 recht samen, 4 recht (de markeerdraad zit in het midden van deze 4 steken), haal 1 steek recht af, 1 recht en haal de afgehaalde steek over de gebreide steek (2 steken geminderd).

KNOOPSGATEN:
Brei de knoopsgaten op de rechter voorbies aan de goede kant als volgt:
NAALD 1 (goede kant): Maak 1 omslag, 2 recht samen (zorg ervoor dat deze 2 steken 1 averechte en 1 rechte steek zijn in deze volgorde).
NAALD 2 (verkeerde kant): Brei de boordsteek zoals hiervoor, brei de omslag recht zodat er een gaatje ontstaat.
Brei 7-7-7-7-7-8-8 knoopsgaten als de voorbies 1½ cm meet.
Het bovenste knoopsgat zit 2 cm onder de bovenste opzetrand, het onderste knoopsgat 4-4-4-4-5-5-5 cm boven de onderrand. De andere 5-5-5-5-5-6-6 knoopsgaten worden gebreid met 7½-8-8½-8½-9-8-8 cm tussen elk.

-------------------------------------------------------

BEGIN HET WERK HIER:

-------------------------------------------------------

VEST – KORTE SAMENVATTING VAN HET WERK.
Het patroon gebruikt zowel lange als korte naalden; begin met de lengte die past bij het aantal steken en wissel wanneer nodig.
De hals en de pas worden heen en weer gebreid met de rondbreinaald, vanaf midden voor en van boven naar beneden, meerder voor de pas. Als de pas klaar is, wordt het werk verdeeld voor het lijf en de mouwen en het lijf wordt verder heen en weer gebreid, terwijl de mouwen wachten. De mouwen worden in de rondte gebreid, van boven naar beneden. Langs de voorpanden worden steken opgenomen voor de biezen, welke op het einde heen en weer worden gebreid.
Als er een «0» in uw maat staat, sla dan de informatie over en ga gelijk verder met de volgende instructie.

HALS:
Zet 105-107-113-117-121-125-131 steken op met rondbreinaald 2.5 mm en Lichtbeige DROPS Merino Extra Fine of brei Italiaans opzetten.
Aan de goede kant, brei de eerste naald als volgt: 1 RIBBELSTEEK – lees uitleg hierboven, brei boordsteek (1 recht en 1 averecht) tot er 2 steken over zijn, 1 recht en 1 ribbelsteek. Ga verder met deze boordsteek heen en weer gebreid tot de hals 3-3-3-3-4-4-4 cm meet, met de volgende naald aan de goede kant.
Voeg 1 markeerder in na 1 kantsteek (midden voor); het werk wordt nu vanaf hier gemeten.

PAS:
Ga verder met rondbreinaald 3.5 mm.
Aan de goede kant: Brei 1 ribbelsteek, 6 tricotsteken, dan 91-93-99-103-107-111-117 tricotsteken waarbij u 18-22-24-24-26-26-30 steken verdeeld over deze steken meerdert – lees TIP VOOR HET MEERDEREN, brei 6 tricotsteken en 1 ribbelsteek = 123-129-137-141-147-151-161 steken.
U kunt nu een VERHOGING aan de achterkant van de hals breien – lees uitleg hierboven. Als de verhoging klaar is, ga dan verder met de pas. Als u geen verhoging wilt, gaat u gelijk verder met de volgende alinea.

Ga verder met tricotsteek met 1 ribbelsteek aan elke kant. Denk om de stekenverhouding.
Als de pas 3-3-3-3-4-4-4 cm meet vanaf de markeerder, meerder dan 36-38-38-40-42-46-48 steken verdeeld – denk om TIP VOOR HET MEERDEREN (meerder niet over de buitenste 7 steken aan elke kant) = 159-167-175-181-189-197-209 steken.
Als de pas 5-5-6-6-7-8-8 cm meet vanaf de markeerder, meerder dan 44-44-44-46-46-54-58 steken verdeeld = 203-211-219-227-235-251-267 steken.
Begin op de volgende naald aan de goede kant met het patroon als volgt – lees uitleg hierboven en lees TIP VOOR HET BREIEN-2: 1 ribbelsteek, brei A.1 tot er 2 steken over zijn op de naald, brei A.2 en 1 ribbelsteek.
Ga verder met dit patroon en meerder als volgt op elke naald gemarkeerd met een pijl in A.1 – denk om TIP VOOR HET MEERDEREN (meerder niet over de buitenste 7 steken aan elke kant):

Pijl-1: Meerder 48-48-48-56-56-64-64 steken verdeeld = 251-259-267-283-291-315-331 steken.
Pijl-2: Meerder 24-24-32-40-40-48-48 steken verdeeld = 275-283-299-323-331-363-379 steken.
Pijl-3: Meerder 24-24-24-32-32-32-40 steken verdeeld = 299-307-323-355-363-395-419 steken – zorg ervoor dat de meerderingen op deze naald geen invloed hebben op de bladvorm in het patroon.
Pijl-4: Meerder 24-24-24-24-24-32-32 steken verdeeld = 323-331-347-379-387-427-451 steken.
Als de pas 20-21-22-23-24-25-27 cm meet vanaf de markeerder midden voor, verdeel dan het werk voor het lijf en de mouwen. A.1 en A.2 worden voortgezet op zowel het lijf als de mouwen; zorg ervoor dat alle meerdernaalden klaar zijn voordat u gaat verdelen.

VERDELEN VOOR HET LIJF EN DE MOUWEN:
Brei 49-51-55-59-61-67-73 steken zoals hiervoor (= voorpand), plaats de volgende 64-64-64-72-72-80-80 steken op een hulpdraad voor de mouw, zet 8-16-16-16-24-24-24 steken op (midden onder de mouw), brei 97-101-109-117-121-133-145 steken (= achterpand), plaats de volgende 64-64-64-72-72-80-80 steken op een hulpdraad voor de mouw, zet op 8-16-16-16-24-24-24 steken (midden onder de mouw), brei de laatste 49-51-55-59-61-67-73 steken zoals hiervoor (= voorpand). Het lijf en de mouwen worden apart verder gebreid.

LIJF:
= 211-235-251-267-291-315-339 steken. Ga verder met het patroon vanaf de pas, dus brei A.1 en A.2 heen en weer gebreid met 1 ribbelsteek aan elke kant. LET OP: Als het werk in het midden van een patroonrand is verdeeld, past het patroon mogelijk niet onder de mouwen. Ga verder met het patroon vanaf de pas tot het midden onder de mouwen. De volgende patroonrand past.
Als A.1 en A.2 klaar zijn in de hoogte, ga dan verder met tricotsteek met Licht beige.
Brei tot het werk 45-47-49-51-52-53-55 cm meet vanaf de markeerder midden voor.
Begin op de volgende naald aan de goede kant met de boordsteek als volgt. Meerder tegelijkertijd 42-46-50-52-58-62-66 steken verdeeld op de naald – denk om TIP VOOR HET MEERDEREN (meerder de kantsteken niet) = 253-281-301-319-349-377-405 steken:
Ga verder met rondbreinaald 2.5 mm. Brei 1 ribbelsteek, boordsteek (1 recht en 1 averecht – denk om het meerderen) tot er 2 steken over zijn, 1 recht en brei 1 ribbelsteek.
Als de boordsteek 4-4-4-4-5-5-5 cm meet, kant dan af met recht boven recht en averecht boven averecht of brei Italiaans afkanten.
Het vest meet ongeveer 49-51-53-55-57-58-60 cm vanaf de markeerder midden voor en 54-56-58-60-62-64-66 cm vanaf de schouder.

MOUWEN:
Plaats de 64-64-64-72-72-80-80 mouwsteken van een hulpdraad op rondbreinaald 3.5 mm en neem 1 steek op in elk van de 8-16-16-16-24-24-24 opgezette steken onder de mouw – lees MOUWTIP = 72-80-80-88-96-104-104 steken.
Voeg 1 markeerdraad in, in het midden van de 8-16-16-16-24-24-24 nieuwe steken onder de mouw. De naald begint bij de markeerdraad.
Ga verder met het patroon vanaf de pas in de rondte.
Minder TEGELIJKERTIJD na 1 naald midden onder de mouw – lees TIP VOOR HET MINDEREN als volgt: Minder 2 steken 2-2-2-2-3-3-3 keer elke 2e naald, dan 2 steken 0-2-2-4-7-9-9 keer om de 2 cm = 68-72-72-76-76-80-80 steken – het patroon past niet onder de mouw bij het minderen.
Als A.1 klaar is in de hoogte, ga dan verder met tricotsteek met Licht
beige tot de mouw 42-42-41-41-39-40-38 cm meet vanaf de scheiding.
Ga verder met breinaalden zonder knop maat 2.5 mm. Brei boordsteek (1 recht en 1 averecht), meerder tegelijkertijd 14-14-14-16-16-16-16 steken verdeeld op de eerste naald = 82-86-86-92-92-96-96 steken.
Als de boordsteek 4-4-4-4-5-5-5 cm meet, kant dan af met boordsteek of brei Italiaans afkanten. De mouw meet ongeveer 46-46-45-45-44-45-43 cm vanaf de scheiding.

LINKER VOORBIES:
Gebruik rondbreinaald 2.5 mm en kleur Lichtbeige, begin aan de goede kant op het linker voorpand en neem 134-142-146-152-160-162-168 steken op aan de binnenkant van de 1 kantsteek (ongeveer 26 steken per 10 cm – het aantal steken moet deelbaar zijn door 2).
Brei dan als volgt:
NAALD 1 (verkeerde kant): 1 ribbelsteek, brei boordsteek (1 averecht en 1 recht) tot er 3 steken over zijn, 1 averecht en brei 2 ribbelsteken.
NAALD 2 (goede kant): 2 ribbelsteken, brei boordsteek (1 recht en 1 averecht) tot er 2 steken over zijn, 1 recht en 1 ribbelsteek.
Herhaal NAALDEN 1 en 2 tot de voorbies 3-3-3-3-3-3½-3½ cm meet. Kant af met recht boven recht en averecht boven averecht, of brei Italiaans afkanten.

RECHTER VOORBIES:
Neem hetzelfde aantal steken op en brei op dezelfde manier als de linker voorbies maar met 2 ribbelsteken bij de hals en 1 ribbelsteek aan de onderrand.
Als de voorbies 1½ cm meet, brei dan 7-7-7-7-7-8-8 KNOOPSGATEN verdeeld – lees uitleg hierboven. Na de knoopsgaten gaat u verder met de voorbies tot dezelfde breedte als de linker voorbies. Kant af op dezelfde manier als de linker band.

AFWERKING:
Naai de knopen op de linker voorbies.

Telpatroon

kleur Licht beige = kleur Licht beige
kleur Amethist = kleur Amethist
kleur Saliegroen = kleur Saliegroen
kleur Licht Taupe = kleur Licht Taupe
kleur Grijs Mix = kleur Grijs Mix
meerdernaald (geldt voor de pas) = meerdernaald (geldt voor de pas)
Diagram for DROPS 273-27
Diagram for DROPS 273-27
Diagram for DROPS 273-27

Elk van onze patronen hebben specifieke instructievideo's om u te helpen. Leren breien

Heeft u een vraag? Bekijk een lijst met vaak gestelde vragen (FAQ)

De stekenverhouding bepaalt de uiteindelijke afmetingen van uw werkstuk en wordt normaliter aangegeven in 10 x 10 cm. Het wordt als volgt aangegeven: het aantal steken in de breedte x het aantal naalden in de hoogte - dus: 19 steken x 26 naalden = 10 x 10 cm.

De stekenverhouding is heel erg individueel; sommige mensen breien/haken heel losjes, terwijl anderen vrij strak werken. De stekenverhouding past u aan met de naalddikte, wat de reden is waarom we slechts een suggestie voor de naalddikte geven! U moet deze aanpassen (naar boven of beneden) om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding overeenkomt met de stekenverhouding die aangegeven staat in het patroon. Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan zal het garenverbruik anders zijn, en zal uw werkstuk andere afmetingen krijgen dan het patroon aangeeft.

De stekenverhouding geeft tevens aan welk garen als vervanging kan dienen. U kunt verschillende garens met elkaar vervangen, zolang de stekenverhouding maar hetzelfde is.

Bekijk de DROPS les: Hoe u de stekenverhouding opmeet

Bekijk de DROPS video: Hoe u een proeflapje maakt

De benodigde hoeveelheid garen wordt aangegeven in grammen, dus bijvoorbeeld: 450 g. Om uit te rekenen hoeveel bollen u nodig heeft, moet u eerst weten hoeveel gram er in 1 bol gaat (25 g, 50 g, of 100 g). Deze informatie vindt u door op de individuele garenkwaliteit te klikken op onze site. Deel de hoeveelheid benodigde garen door de hoeveelheid per bol. Bijvoorbeeld, als de bollen 50 gram wegen (de meest gebruikelijke hoeveelheid), ziet de berekening er als volgt uit: 450 / 50 = 9 bollen.

Bij het kiezen van een ander garen is het belangrijk dat de stekenverhouding hetzelfde blijft. De afmetingen van het uiteindelijke werk zijn dan hetzelfde als aangegeven in de tekening bij het patroon. Het is makkelijker om dezelfde stekenverhouding te krijgen als u garen gebruikt uit dezelfde garengroep. Het is ook mogelijk om meerdere draden van een dunner garen te gebruiken om de stekenverhouding van een dikker garen te krijgen. Probeer onze garenvervanger. We raden u aan om altijd een proeflapje te maken.

LET OP: als u een ander garen neemt, kan het kledingstuk een andere 'look en feel' krijgen dan het kledingstuk op de foto, vanwege individuele eigenschappen en kwaliteiten van elk garen.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

Al onze garens zijn ondergebracht in garengroepen (van A tot F) volgens dikte en stekenverhouding – groep A bevat de dunste garens en groep F de dikste. Dit maakt het makkelijker voor u om alternatieve garens te vinden voor onze patronen, indien u graag ander garen wilt gebruiken. Alle garens binnen dezelfde groep hebben ongeveer eenzelfde stekenverhouding en kunnen elkaar vervangen. Het is wel zo dat verschillende garenkwaliteiten verschillende structuren en eigenschappen hebben, wat het uiteindelijke werkstuk een unieke 'look en feel' geeft.

Klik hier voor een overzicht van de garens in elke garengroep

Bovenaan al onze patronen vindt u een link naar onze garenvervanger, welke handig kan zijn als u een ander garen wilt gebruiken dan staat aangegeven in het patroon. Door het garen in te vullen dat u wilt vervangen, de hoeveelheid (in uw maat) en het aantal draden, stelt de vervanger geschikte alternatieven voor met dezelfde stekenverhouding. Daarnaast wordt aangegeven hoeveel u nodig heeft in de nieuwe kwaliteiten en of u met meerdere draden moet werken. De meeste bollen zijn 50 gram (sommige zijn 25 gram of 100 gram).

Als het patroon met meerdere kleuren wordt gebreid/gehaakt, moet elke kleur apart worden vervangen. Dit geldt ook als het patroon met verschillende draden van verschillende garens wordt gemaakt (bijvoorbeeld 1 draad Alpaca en 1 draad Kid-Silk) dan zult u voor elk individueel alternatieven moeten vinden.

Klik hier voor de garenvervanger

Omdat de verschillende garens verschillende kwaliteiten en verschillend texturen hebben, hebben we ervoor gekozen om het originele garen in het patroon te laten staan. Maar u kunt vrij makkelijk andere opties vinden tussen de beschikbare garenkwaliteiten door onze garenvervanger te gebruiken, of door een garen uit dezelfde garengroep uit te kiezen.

Het is mogelijk dat sommige verkooppunten nog bollen op voorraad hebben van garens die niet meer leverbaar zijn, of dat iemand thuis nog een paar bollen heeft liggen en hier een patroon bij zoekt.

De garenvervanger laat alternatieve garens zien en de hoeveelheid die u nodig heeft in de nieuwe kwaliteit.

Als u het lastig vindt om te bepalen welke maat u moet maken, dan is het wellicht een goed idee om een bestaand kledingstuk dat goed zit, op te meten. Vervolgens kunt u de maat kiezen door de afmetingen te vergelijken met de afmetingen in de maattekening bij het patroon.

U kunt de maattekening onderaan het patroon vinden.

Bekijk DROPS les: Maattekeningen lezen

De naalddikte die aangegeven is in het patroon geldt slechts als een richtlijn, het is van belang dat de stekenverhouding klopt. En omdat de stekenverhouding per persoon nogal verschillend is, zult u de naalddikte aan moeten passen om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding hetzelfde is als in het patroon – misschien is het nodig dat u 1 of zelfs 2 naalddiktes naar beneden of naar boven moet om de juiste stekenverhouding te krijgen. Daarom raden we ook aan om een proeflapje te maken.

Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan kunnen de afmetingen van het werkstuk afwijken van de afmetingen volgens de tekening.

Bekijk de DROPS les: Hoe meet u de stekenverhouding

Bekijk de DROPS video: Hoe maakt u een proeflapje voor de stekenverhouding

Als u een kledingstuk van boven naar beneden breit, dan geeft dit meer flexibiliteit en mogelijkheden voor persoonlijke aanpassingen. Het is bijvoorbeeld makkelijker om het kledingstuk te passen terwijl u er mee bezig bent. U kunt ook makkelijker de lengte van de pas en de schouderkoppen aanpassen.

In de uitleg worden alle stappen zorgvuldig uitgelegd in de juiste volgorde. De telpatronen zijn aangepast aan de breirichting en worden zoals gebruikelijk gebreid.

Het telpatroon laat alle naalden en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt gelezen van onder naar boven, van rechts naar links. 1 vierkant = 1 steek.

Als u heen en weer breit, wordt elke andere naald aan de goede kant gebreid en elke andere naald wordt aan de verkeerde kant gebreid. Als u aan de verkeerde kant breit, moet u het telpatroon omgekeerd breien, dus van links naar rechts. rechte steken worden dan averecht gebreid en averechte steken recht, etc.

Als u in de rondte breit wordt elke naald aan de goede kant gebreid en het telpatroon wordt dan van rechts naar links gebreid op alle naalden.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees ik de teltekening bij de patronen?

Het telpatroon laat alle toeren en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt van onder naar boven gehaakt en van rechts naar links.

Als u heen en weer haakt, wordt elke andere toer aan de goede kant gehaakt: van rechts naar links en elke andere toer wordt aan de verkeerde kant gehaakt: vank links naar rechts.

Als u in de rondte haakt, wordt elke toer in het telpatroon aan de goede kant gehaakt, van rechts naar links.

Als u een cirkelvormig telpatroon haakt, dan begint u in het midden en haakt u naar buiten toe, tegen de klok in, toer na toer.

Meestal beginnen de toeren met een opgegeven aantal lossen (overeenkomend met de hoogte van de volgende steek), deze zijn of in het telpatroon opgenomen, of uitgelegd in het patroon.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees je telpatronen voor haken

Instructies om verschillende telpatronen achter elkaar op dezelfde naald/toer te breien/haken, worden meestal als volgt beschreven: “brei/haak A.1, A.2, A.3 in totaal 0-0-2-3-4 keer". Dit betekent dat u A.1 een keer breit/haakt, daarna wordt A.2 een keer gebreid/gehaakt, en A.3 wordt het aantal aangegeven keren (in de breedte) in uw maat gebreid/gehaakt – in dit geval als volgt: S = 0 keer, M = 0 keer, L=2 keer, XL= 3 keer en XXL = 4 keer.

De telpatronen worden zoals gebruikelijk gebreid/gehaakt: begin met de eerste naald/toer in A.1, brei/haak dan de volgende naald/toer in A.2 etc.

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor breien leest

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor haken leest

De totale breedte van het kledingstuk (van pols tot pols) is groter in de grotere maten, ondanks dat de eigenlijke mouwen korter zijn. De grotere maten hebben langere mouwkoppen en bredere schouders, dus er is een goede pasvorm in alle maten.

De tekening/ het schema met de afmetingen geeft informatie over de volledige lengte van het kledingstuk. Als het een trui of een vest betreft, dan wordt deze vanaf het hoogste punt op de schouder gemeten (meestal het dichtst bij de halslijn), en recht naar beneden tot de onderkant van het kledingstuk. Het wordt NIET gemeten vanaf de punt van de schouder. Op gelijke wijze wordt ook de lengte van de pas gemeten, vanaf het hoogste punt op de schouder en naar beneden tot waar de pas gesplitst wordt voor het lijf en de mouwen.

Op een vest worden de afmetingen nooit over de biezen genomen, tenzij anders aangegeven. Meet altijd binnen de biessteken als u de lengte opmeet.

Bekijk de DROPS les: Maattekeningen lezen

Telpatronen worden vaak herhaald in de breedte op de naald en/of in de hoogte. 1 herhaling van het telpatroon is hoe het te zien is in het telpatroon. Als er staat dat u 5 herhalingen van A.1 op de naald moet breien, dan breit u het patroon in totaal 5 keer achter/na elkaar op de naald. Als er staat dat u 2 herhalingen van A.1 in de hoogte moet breien, dan breit u het hele telpatroon (dus alle naalden van het telpatroon) een keer en begint u opnieuw onderaan bij het begin en breit u het telpatroon nog een keer.

Lossen zijn ietsje smaller dan andere steken en om te voorkomen dat de opzetrand te strak wordt, haken we eenvoudigweg meer lossen om mee te beginnen. Het aantal steken wordt in de volgende toer aangepast zodat het overeenkomt met het patroon en de afmetingen in de tekening.

De rand in ribbelsteek is elastischer en zal ietwat samentrekken vergeleken met bijvoorbeeld tricotsteek. Door te meerderen voor de rand in ribbelsteek, voorkomt u een zichtbaar verschil in breedte tussen de rand in ribbelsteek en de rest van het lijf.

Het gebeurt vrij makkelijk dat u te strak afkant, en door omslagen te maken tijdens het afkanten (terwijl u deze tegelijkertijd afkant) voorkomt u dat de afkantrand te strak wordt.

Bekijk de DROPS video: Hoe kant u af met omslagen

Om gelijkmatig te meerderen (of te minderen) kunt u meerderen op, bijvoorbeeld: afwisselend elke 3e en 4e naald, als volgt: brei 2 naalden en meerder op de 3e naald, brei 3 naalden en meerder op de 4e naald. Herhaal dit tot het meerderen klaar is.

Bekijk de DROPS les: Meerder of minder 1 st afwisselend

Als u liever in de rondte breit dan heen en weer, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen. U moet dan steken midden voor toevoegen (meestal 5 steken) en de instructies volgen. Als u normaal het werk keert en aan de verkeerde kant breit, breit u nu over de extra steken en gaat u verder in de rondte. Aan het einde knipt u het werk open. Neem steken op voor de biezen en werk de afgeknipte randen af.

Bekijk de DROPS video: Hoe breit u knipbiezen en openknippen

Als u liever heen en weer breit dan in de rondt, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen zodat u de panden apart van elkaar breit en aan het eind aan elkaar naait. Deel de steken voor het lijf in tweeën en voeg 1 kantsteek toe aan elke kant (voor het in elkaar naaien) en brei het voor- en achterpand apart van elkaar.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een patroon aanpassen van rondbreinaalden naar rechte naalden?

Herhalingen van het patroon kunnen een beetje anders zijn in de verschillende maten, om de juiste verhoudingen te krijgen. Als u niet dezelfde maat maakt als het kledingstuk op de foto, wijkt uw werkstuk wellicht ietsje af. Dit is met zorg ontwikkeld en aangepaste zodat het totale beeld van het kledingstuk hetzelfde is in alle maten.

Zorg ervoor dat u de instructies en de telpatronen voor uw maat volgt!

Als u een patroon heeft gevonden doe alleen beschikbaar is in damesmaten, dan hoeft het niet heel moeilijk te zijn om deze aan te passen naar een herenmaat. Het grootste verschil is de lengte van de mouwen en het lijf. Begin met breien in de damesmaat die overeenkomt met de borstwijdte. De lengte die erbij komt wordt namelijk gebreid voordat u begint met afkanten voor de armsgaten. Als het patroon van boven naar beneden wordt gebreid, kunt u lengte toevoegen vlak na de armsgaten of voor de eerste mindering op de mouw.

Wat betreft de extra hoeveelheid garen wat u nodig heeft: dit hangt heel erg af van hoeveel lengte u toevoegt, maar het is vaak meter dat u een bol te veel hebt dan te weinig.

Alle garens hebben vezels die uitsteken (door de productie) waardoor een kledingstuk gaat pluizen of pillen. Geborstelde garens (dus meer harige garens) hebben meer van deze losse, uitstekende vezels waardoor het eerder gaat pluizen of pillen.

Hoewel het niet mogelijk is om te garanderen dat geborsteld garen 100% pluisvrij is, is het wel mogelijk om dit drastisch af te laten nemen, door de volgende stappen te ondernemen:

1. Als het kledingstuk klaar is (voordat u het gaat wassen) schudt u het kledingstuk flink uit, zodat de losse haartjes eruit komen. LET OP: gebruik GEEN roller, borstel of andere methode, waardoor aan het kledingstuk getrokken wordt

2. Plaats het kledingstuk in een plastic zak en leg het in de vriezer - de temperatuur zorgt ervoor dat de vezels minder aan elkaar blijven zitten, en uitstekende vezels komen makkelijker los.

3. Laat een paar uur in de vriezer liggen, voordat u het eruit haalt en schudt het kledingstuk dan opnieuw uit.

4. Was het kledingstuk volgens de instructies op het garenlabel.

Pillen is een natuurlijk proces dat zelfs bij de meest exclusieve vezels voorkomt. Het is een natuurlijk teken van dragen dat lastig is te voorkomen en het meest zichtbaar is in gebieden waar de meeste wrijving optreedt, zoals bij de mouwen en de manchetten.

U kunt uw kledingstuk er als nieuw uit laten zien door het pillen te verwijderen met een pluizenkam of pillenverwijderaar.

Kunt u het antwoord op uw vraag nog steeds niet vinden? Scroll dan naar beneden en laat een vraag achter zodat een van onze experts kan proberen u te helpen. Dit wordt normaal tussen 5 tot 10 werkdagen gedaan..
In de tussentijd kunt u de vragen en antwoorden lezen die anderen bij dit patroon achter hebben gelaten of doe mee met de DROPS Workshop op Facebook om hulp te krijgen van mede breisters en haaksters!
Heeft u dit patroon gemaakt?
Tag dan uw afbeeldingen met #dropspattern #northernmosaiccardigan of stuur ze naar de #dropsfan galerij.

Laat een opmerking achter voor DROPS 273-27

Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!

Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.

Opmerkingen / Vragen (1)

country flag Dea schreef:

Splendido!

20.09.2026 - 21:06