DROPS / 213 / 35

Hey June by DROPS Design

Gehaakte poncho trui met raglan in DROPS Sky. Het werk wordt van boven naar beneden gehaakt in een hoek, A-lijn en met kantpatroon. Maat XS–XXL

DROPS design: Patroon sk-085
Garengroep B
----------------------------------------------------------

MAAT:
XS - S - M - L - XL - XXL

MATERIAAL:
DROPS SKY van garnstudio (behoort tot garengroep B)
250-250-300-300-350-400 g kleur 03, lichtbeige

STEKENVERHOUDING:
16 stokjes in de breedte en 8 toeren in de hoogte = 10 x 10 cm.

HAAKNAALD:
DROPS HAAKNAALD 4.5 mm.
De haaknaald is slechts een richtlijn! Als u te veel steken heeft op 10 cm, haak dan verder met een grotere haaknaald. Als u te weinig steken heeft op 10 cm, haak dan verder met een kleinere haaknaald.

Heeft u deze of een van onze andere ontwerpen gemaakt? Tag uw afbeeldingen in social media met #dropsdesign, zodat we ze kunnen zien!

Wilt u een ander garen gebruiken? Probeer de garenvervanger!
Weet u niet zeker welke maat u moet kiezen? Dan is het misschien zinvol om te weten dat het model in de afbeelding ongeveer 170 cm is en maat S of M heeft. Wanneer u een trui, vest, jurk of vergelijkbaar kledingstuk maakt, dan kunt u onderaan het patroon een schema vinden met de afmetingen van het uiteindelijke kledingstuk (in cm).

74% Alpaca, 18% Polyamide, 8% Wol
vanaf 5.85 € /50g
DROPS Sky uni colour DROPS Sky uni colour 5.85 € /50g
Bizzy Lizzy
Bestel
DROPS Sky mix DROPS Sky mix 5.85 € /50g
Bizzy Lizzy
Bestel
Naalden & Haaknaalden
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 29.25€ krijgen. Lees meer.

Instructies voor het patroon

UITLEG VOOR HET PATROON:

----------------------------------------------------------

LOSSE:
Als u aan het uiteinde van de haaknaald haakt, is de losse vaak te strak. 1 losse zou ongeveer even lang moeten zijn als 1 stokje breed is.

PATROON:
Zie telpatronen A.1 tot A.7.

INFORMATIE VOOR HET HAKEN:
Op het begin van iedere toer met stokjes vervangt u het eerste stokje met 3 lossen.
Eindig de toer met 1 halve vaste in de 3e losse op het begin van de toer.
De toer begint en eindigt met 1 losse in de telpatronen, begin met 3 lossen (deze vervangen het laatste stokje op de toer).
Eindig de toer met 1 halve vaste in de 3e losse op het begin van de toer.
Op iedere toer met vasten vervangt u de eerste vaste met 1 losse.
Eindig de toer met 1 halve vaste in de eerste losse op het begin van de toer.

TIP VOOR HET MEERDEREN:
Haak 2 stokjes in dezelfde steken (= 1 stokje gemeerderd).

----------------------------------------------------------

BEGIN HET WERK HIER:

----------------------------------------------------------

TRUI - KORTE SAMENVATTING VAN HET WERK:
Haak in de rondte van boven naar beneden. Haak eerst een pas. Verdeel dan het werk voor het lijf en de mouwen en haak deze apart verder in de rondte. Eindig met een rand rondom de halslijn.

PAS:
Haak 96-96-104-104-112-112 lossen - lees LOSSEN, op haaknaald 4.5 mm met Sky en vorm een ring met 1 halve vaste in de eerste losse. Haak 1 stokje in iedere losse en meerder 16-16-12-16-16-24 stokjes verdeeld – lees INFORMATIE VOOR HET HAKEN en TIP VOOR HET MEERDEREN = 112-112-116-120-128-136 stokjes.

HAAK PATROON A.1 TOT A.5 ALS VOLGT:
De toer begint in de overgang tussen de linker mouw en het achterpand.
Haak * A.1a (= 2 stokjes) over 22-22-23-24-26-28 stokjes, A.2a (= 1 stokje = midden achter/midden voor), A.3a (= 2 stokjes) over 22-22-23-24-26-28 stokjes (= achterpand/voorpand), A.4a (= 1 stokje), A.3a over 8 stokjes, A.5a (= 2 stokjes = mouw) *, haak van *-* 2 keer in totaal.
DENK OM DE STEKENVERHOUDING!
Meerder op de 4e toer (aanvullend op de telpatronen) 0-2-2-4-4-6 stokjes verdeeld op elk voorpand/achterpand aan elke kant van de middelste steek (dus 0-4-4-8-8-12 steken gemeerderd in totaal op elk voorpand/achterpand) en 0-2-2-2-2-4 stokjes verdeeld op elke mouw (= 0-12-12-20-20-32 steken verdeeld gemeerderd en 40 steken gemeerderd in A.2a/A.4a/A.5a) = 152-164-168-180-188-208 steken.
Herhaal het patroon in de hoogte.
Dus haak A.2a over het middelste stokje van de vorige herhaling.
Iedere keer dat het werk wordt herhaald zijn er 6 stokjes meer aan elke kant van de middelste steek, welke in patroon A.1a/A.3a worden gehaakt.
Haak A.4a over het eerste stokje van de vorige herhaling, haak de overgebleven 4 steken in patroon A.3a.
Haak A.5a over de laatste 2 stokjes van de vorige herhaling, haak de overgebleven steken in patroon A.3a.
Dus meerder 8 steken in totaal op elke mouw en 12 steken op het voorpand/achterpand voor iedere herhaling van het patroon in de hoogte (= 40 steken gemeerderd in totaal).
Op de 8e toer (dus de laatste toer van de 2e herhalingen) meerdert u (aanvullend op de telpatronen) 0-2-2-4-4-6 stokjes verdeeld op elk voorpand/achterpand aan elke kant van de middelste steek (dus 0-4-4-8-8-12 steken gemeerderd in totaal op elk voorpand/achterpand) en 0-2-2-2-2-4 stokjes verdeeld op elke mouw (= 0-12-12-20-20-32 steken verdeeld gemeerderd en 40 steken gemeerderd in A.2a/A.4a/A.5a) = 192-216-220-240-248-280 steken.
Herhaal dan het patroon in de hoogte.
Als er 15-15-17-19-21-21 toeren zijn gehaakt in totaal, haak dan nog 1 toer zoals hiervoor maar meerder 1 steek op elke mouw = 274-298-322-362-390-422 steken.
Het werk meet ongeveer 20-20-23-25-28-28 cm.
Voeg 4 markeerdraden in het werk zonder te haken als volgt:
Voeg 1 markeerdraad in op het begin van de toer, voeg 1 markeerdraad in na 93-101-109-125-135-147 stokjes (= achterpand), voeg 1 markeerdraad in na 44-48-52-56-60-64 stokjes (= rechter mouw), voeg 1 markeerdraad in na 93-101-109-125-135-147 stokjes (= voorpand), de overgebleven steek op de toer (= 44-48-52-56-60-64 stokjes) zijn de linker mouw.
Deze markeerdraden geven aan waar de pas later wordt verdeeld.
Als de stekenverhouding in de hoogte niet klopt, ga dan verder met haken zoals uitgelegd hieronder tot het werk 20-20-23-25-28-28 cm meet, maar het meerderen gaat verder en het lijf wordt een beetje breder. Haak dan als volgt indien nodig:
Ga verder met A.2a over de middelste ste(e)k(en) (afhankelijk van op welke toer u gaat haken) op het voorpand/achterpand en A.1a/A.3a over de overgebleven steken.
Bij een hoogte van 20-20-23-25-28-28 cm, verdeelt u het werk voor het lijf en de mouwen als volgt:
Haak zoals hiervoor over de steken op het achterpand tot de markeerdraad, haak 8 lossen, zet de steken tussen de 2 markeerdraden over (= mouw), haak zoals hiervoor over de steken op het voorpand tot de volgende markeerdraad, haak 8 lossen, sla de laatste steken tussen markeerdraden over (= mouw).

LIJF:
Voeg 1 markeerdraad in, in het midden van de 8 steken onder elke mouw. Neem de markeerdraden mee in de hoogte, minder aan elke kant van deze markeerdraden.
Ga verder in patroon zoals hiervoor, dus meerder midden voor en midden achter en minder steken onder elke mouw door telpatroon A.6a en A.7a als volgt te haken:
Haak tot de steken in A.6a over zijn voor de markeerdraad (dit komt overeen met waar het patroon afgekant was voor het lijf/de mouwen), haak A.6a, haak A.7a.
Haak zo aan elke kant van iedere markeerdraad. Minder steken in A.6a en A.7a en meerder steken in A.2a midden voor/midden achter.
Als 1 herhaling / 4 toeren zijn gehaakt in de hoogte, zijn er 16 steken geminderd en er zijn 24 steken gemeerderd, dus meerder 8 steken per herhaling.
Ga zo verder in patroon tot het werk 24 cm meet vanaf waar het werk was verdeeld, pas aan op het einde met 2 toeren met alleen stokjes - of haak tot de gewenste afmetingen.

MOUWEN:
Hecht de draad af met 1 halve vaste in de 4e losse onder de mouw, haak 1 stokje in elk van de 4 lossen onder de mouw, haak dan in patroon zoals hiervoor over de 44-48-52-56-60-64 overgeslagen steken voor de mouw en eindig met 1 stokje in elk van de laatste 4 lossen onder de mouw = 52-56-60-64-68-72 stokjes.
Haak tot A.3a 32-33-31-30-27-28 cm meet vanaf de scheiding (of tot de gewenste lengte– LET OP!: Minder voor de grotere maten vanwege een bredere hals en een langere pas) - pas aan na 2 toeren met alleen stokjes.
Haak dan 1 rand om de mouw als volgt:
Haak * 1 vaste, 3 lossen, sla ongeveer 1 cm over *, haak van *-* rondom de hele mouw, pas aan op het einde met 3 lossen en 1 halve vaste in de eerste vaste. Knip en hecht het garen af. Haak de andere mouw op dezelfde wijze.

HALSRAND:
Haak een rand rondom de hals als volgt: Begin in het midden op de bovenkant van de schouder, hecht de draad aan met 1 halve vaste in de 1e steek. Haak * 1 vaste in de volgende steek, 3 lossen, sla ongeveer 1 cm over *, haak van *-* rondom de hals, pas zo aan dat u de toer eindigt met 3 lossen en 1 halve vaste in de eerste vaste. Zorg ervoor dat de rand niet te strak is op de hals, sla indien nodig minder steken over. Hecht af.

Telpatroon

= stokje in de steek
= stokje om de steek
= losse
= haak 2 stokjes samen als volgt: Haak 1 stokje in het volgende stokje, maar wacht met de laatste doorhaling, haak 1 stokje in het volgende stokje, maar op de laatste doorhaling haalt u het garen door alle lussen op de haaknaald (= 1 stokje geminderd)
= haak 2 stokjes samen als volgt: Haak 1 stokje rondom de volgende losse, maar wacht met de laatste doorhaling, haak 1 stokje in het volgende stokje, maar op de laatste doorhaling haalt u het garen door alle lussen op de haaknaald (= 1 stokje geminderd).
= haak 2 stokjes samen als volgt: Haak 1 stokje in het volgende stokje, maar wacht met de laatste doorhaling, haak 1 stokje in de volgende losse, maar op de laatste doorhaling haalt u het garen door alle lussen op de haaknaald (= 1 stokje geminderd)
= deze toer is reeds gehaakt; het laat alleen zien hoe de volgende toer in de steken gehaakt moet worden



Heeft u hulp nodig voor dit patroon?

Bedankt dat u een patroon van DROPS Design kiest. We zijn er trots op dat we patronen aanbieden die correct en makkelijk te volgen zijn. Alle patronen zijn uit het Noors vertaald en u kunt altijd het origineel patroon controleren (DROPS 213-35) voor de afmetingen en de berekiningen.

Heeft u moeite met het volgen van het patroon? Hieronder vindt u een lijst met bronnen die u kunnen helpen om uw project vlot af te maken - of om eenvoudig iets nieuws te leren.

1) Waarom is de stekenverhouding zo belangrijk?

De stekenverhouding bepaalt de uiteindelijke afmetingen van uw werkstuk en wordt normaliter aangegeven in 10 x 10 cm. Het wordt als volgt aangegeven: het aantal steken in de breedte x het aantal naalden in de hoogte - dus: 19 steken x 26 naalden = 10 x 10 cm.

De stekenverhouding is heel erg individueel; sommige mensen breien/haken heel losjes, terwijl anderen vrij strak werken. De stekenverhouding past u aan met de naalddikte, wat de reden is waarom we slechts een suggestie voor de naalddikte geven! U moet deze aanpassen (naar boven of beneden) om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding overeenkomt met de stekenverhouding die aangegeven staat in het patroon. Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan zal het garenverbruik anders zijn, en zal uw werkstuk andere afmetingen krijgen dan het patroon aangeeft.

De stekenverhouding geeft tevens aan welk garen als vervanging kan dienen. U kunt verschillende garens met elkaar vervangen, zolang de stekenverhouding maar hetzelfde is.

Bekijk de DROPS les: Hoe u de stekenverhouding opmeet

Bekijk de DROPS video: Hoe u een proeflapje maakt

naar boven

2) Wat zijn de garengroepen?

Al onze garens zijn ondergebracht in garengroepen (van A tot F) volgens dikte en stekenverhouding – groep A bevat de dunste garens en groep F de dikste. Dit maakt het makkelijker voor u om alternatieve garens te vinden voor onze patronen, indien u graag ander garen wilt gebruiken. Alle garens binnen dezelfde groep hebben ongeveer eenzelfde stekenverhouding en kunnen elkaar vervangen. Het is wel zo dat verschillende garenkwaliteiten verschillende structuren en eigenschappen hebben, wat het uiteindelijke werkstuk een unieke 'look en feel' geeft.

Klik hier voor een overzicht van de garens in elke garengroep

naar boven

3) Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

Bij het kiezen van een ander garen is het belangrijk dat de stekenverhouding hetzelfde blijft. De afmetingen van het uiteindelijke werk zijn dan hetzelfde als aangegeven in de tekening bij het patroon. Het is makkelijker om dezelfde stekenverhouding te krijgen als u garen gebruikt uit dezelfde garengroep. Het is ook mogelijk om meerdere draden van een dunner garen te gebruiken om de stekenverhouding van een dikker garen te krijgen. Probeer onze garenvervanger. We raden u aan om altijd een proeflapje te maken.

LET OP: als u een ander garen neemt, kan het kledingstuk een andere 'look en feel' krijgen dan het kledingstuk op de foto, vanwege individuele eigenschappen en kwaliteiten van elk garen.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

naar boven

4) Hoe gebruik ik de garenvervanger?

Bovenaan al onze patronen vindt u een link naar onze garenvervanger, welke handig kan zijn als u een ander garen wilt gebruiken dan staat aangegeven in het patroon. Door het garen in te vullen dat u wilt vervangen, de hoeveelheid (in uw maat) en het aantal draden, stelt de vervanger geschikte alternatieven voor met dezelfde stekenverhouding. Daarnaast wordt aangegeven hoeveel u nodig heeft in de nieuwe kwaliteiten en of u met meerdere draden moet werken. De meeste bollen zijn 50 gram (sommige zijn 25 gram of 100 gram).

Als het patroon met meerdere kleuren wordt gebreid/gehaakt, moet elke kleur apart worden vervangen. Dit geldt ook als het patroon met verschillende draden van verschillende garens wordt gemaakt (bijvoorbeeld 1 draad Alpaca en 1 draad Kid-Silk) dan zult u voor elk individueel alternatieven moeten vinden.

Klik hier voor de garenvervanger

naar boven

5) Waarom krijg ik de verkeerde stekenverhouding met de aangegeven naalddikte?

De naalddikte die aangegeven is in het patroon geldt slechts als een richtlijn, het is van belang dat de stekenverhouding klopt. En omdat de stekenverhouding per persoon nogal verschillend is, zult u de naalddikte aan moeten passen om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding hetzelfde is als in het patroon – misschien is het nodig dat u 1 of zelfs 2 naalddiktes naar beneden of naar boven moet om de juiste stekenverhouding te krijgen. Daarom raden we ook aan om een proeflapje te maken.

Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan kunnen de afmetingen van het werkstuk afwijken van de afmetingen volgens de tekening.

Bekijk de DROPS les: Hoe meet u de stekenverhouding

Bekijk de DROPS video: Hoe maakt u een proeflapje voor de stekenverhouding

naar boven

6) Waarom wordt het patroon van boven naar beneden gereid?

Als u een kledingstuk van boven naar beneden breit, dan geeft dit meer flexibiliteit en mogelijkheden voor persoonlijke aanpassingen. Het is bijvoorbeeld makkelijker om het kledingstuk te passen terwijl u er mee bezig bent. U kunt ook makkelijker de lengte van de pas en de schouderkoppen aanpassen.

In de uitleg worden alle stappen zorgvuldig uitgelegd in de juiste volgorde. De telpatronen zijn aangepast aan de breirichting en worden zoals gebruikelijk gebreid.

naar boven

7) Waarom zijn de mouwen korter in de grotere maten?

De totale breedte van het kledingstuk (van pols tot pols) is groter in de grotere maten, ondanks dat de eigenlijke mouwen korter zijn. De grotere maten hebben langere mouwkoppen en bredere schouders, dus er is een goede pasvorm in alle maten.

naar boven

8) Wat is een herhaling?

Telpatronen worden vaak herhaald in de breedte op de naald en/of in de hoogte. 1 herhaling van het telpatroon is hoe het te zien is in het telpatroon. Als er staat dat u 5 herhalingen van A.1 op de naald moet breien, dan breit u het patroon in totaal 5 keer achter/na elkaar op de naald. Als er staat dat u 2 herhalingen van A.1 in de hoogte moet breien, dan breit u het hele telpatroon (dus alle naalden van het telpatroon) een keer en begint u opnieuw onderaan bij het begin en breit u het telpatroon nog een keer.

naar boven

9) Hoe brei ik volgens een telpatroon?

Het telpatroon laat alle naalden en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt gelezen van onder naar boven, van rechts naar links. 1 vierkant = 1 steek.

Als u heen en weer breit, wordt elke andere naald aan de goede kant gebreid en elke andere naald wordt aan de verkeerde kant gebreid. Als u aan de verkeerde kant breit, moet u het telpatroon omgekeerd breien, dus van links naar rechts. rechte steken worden dan averecht gebreid en averechte steken recht, etc.

Als u in de rondte breit wordt elke naald aan de goede kant gebreid en het telpatroon wordt dan van rechts naar links gebreid op alle naalden.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees ik de teltekening bij de patronen?

naar boven

10) Hoe haak ik volgens een telpatroon?

Het telpatroon laat alle toeren en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt van onder naar boven gehaakt en van rechts naar links.

Als u heen en weer haakt, wordt elke andere toer aan de goede kant gehaakt: van rechts naar links en elke andere toer wordt aan de verkeerde kant gehaakt: vank links naar rechts.

Als u in de rondte haakt, wordt elke toer in het telpatroon aan de goede kant gehaakt, van rechts naar links.

Als u een cirkelvormig telpatroon haakt, dan begint u in het midden en haakt u naar buiten toe, tegen de klok in, toer na toer.

Meestal beginnen de toeren met een opgegeven aantal lossen (overeenkomend met de hoogte van de volgende steek), deze zijn of in het telpatroon opgenomen, of uitgelegd in het patroon.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees je telpatronen voor haken

naar boven

11) Hoe brei/haak je verschillende telpatronen tegelijkertijd op dezelfde naald/toer

Instructies om verschillende telpatronen achter elkaar op dezelfde naald/toer te breien/haken, worden meestal als volgt beschreven: “brei/haak A.1, A.2, A.3 in totaal 0-0-2-3-4 keer". Dit betekent dat u A.1 een keer breit/haakt, daarna wordt A.2 een keer gebreid/gehaakt, en A.3 wordt het aantal aangegeven keren (in de breedte) in uw maat gebreid/gehaakt – in dit geval als volgt: S = 0 keer, M = 0 keer, L=2 keer, XL= 3 keer en XXL = 4 keer.

De telpatronen worden zoals gebruikelijk gebreid/gehaakt: begin met de eerste naald/toer in A.1, brei/haak dan de volgende naald/toer in A.2 etc.

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor breien leest

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor haken leest

naar boven

12) Waarom begint het werk met meer lossen dan waarmee gehaakt wordt?

Lossen zijn ietsje smaller dan andere steken en om te voorkomen dat de opzetrand te strak wordt, haken we eenvoudigweg meer lossen om mee te beginnen. Het aantal steken wordt in de volgende toer aangepast zodat het overeenkomt met het patroon en de afmetingen in de tekening.

naar boven

13) Waarom meerderen voor de boord als het werk van boven naar beneden gebreid wordt?

De rand in ribbelsteek is elastischer en zal ietwat samentrekken vergeleken met bijvoorbeeld tricotsteek. Door te meerderen voor de rand in ribbelsteek, voorkomt u een zichtbaar verschil in breedte tussen de rand in ribbelsteek en de rest van het lijf.

naar boven

14) Waarom meerderen in de afkantrand?

Het gebeurt vrij makkelijk dat u te strak afkant, en door omslagen te maken tijdens het afkanten (terwijl u deze tegelijkertijd afkant) voorkomt u dat de afkantrand te strak wordt.

Bekijk de DROPS video: Hoe kant u af met omslagen

naar boven

15) Hoe meerder/minder je afwisselend op elke 3e en 4e naald/toer?

Om gelijkmatig te meerderen (of te minderen) kunt u meerderen op, bijvoorbeeld: afwisselend elke 3e en 4e naald, als volgt: brei 2 naalden en meerder op de 3e naald, brei 3 naalden en meerder op de 4e naald. Herhaal dit tot het meerderen klaar is.

Bekijk de DROPS les: Meerder of minder 1 st afwisselend

naar boven

16) Waarom is het patroon een beetje anders dan wat ik op de foto zie?

Herhalingen van het patroon kunnen een beetje anders zijn in de verschillende maten, om de juiste verhoudingen te krijgen. Als u niet dezelfde maat maakt als het kledingstuk op de foto, wijkt uw werkstuk wellicht ietsje af. Dit is met zorg ontwikkeld en aangepaste zodat het totale beeld van het kledingstuk hetzelfde is in alle maten.

Zorg ervoor dat u de instructies en de telpatronen voor uw maat volgt!

naar boven

17) Hoe kan ik een vest in de rondte breien, in plaats van heen en weer?

Als u liever in de rondte breit dan heen en weer, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen. U moet dan steken midden voor toevoegen (meestal 5 steken) en de instructies volgen. Als u normaal het werk keert en aan de verkeerde kant breit, breit u nu over de extra steken en gaat u verder in de rondte. Aan het einde knipt u het werk open. Neem steken op voor de biezen en werk de afgeknipte randen af.

Bekijk de DROPS video: Hoe breit u knipbiezen en openknippen

naar boven

18) Kan ik een trui heen en weer breien in plaats van in de rondte?

Als u liever heen en weer breit dan in de rondt, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen zodat u de panden apart van elkaar breit en aan het eind aan elkaar naait. Deel de steken voor het lijf in tweeën en voeg 1 kantsteek toe aan elke kant (voor het in elkaar naaien) en brei het voor- en achterpand apart van elkaar.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een patroon aanpassen van rondbreinaalden naar rechte naalden?

naar boven

19) Waarom staan er garens in de patronen die niet meer leverbaar zijn?

Omdat de verschillende garens verschillende kwaliteiten en verschillend texturen hebben, hebben we ervoor gekozen om het originele garen in het patroon te laten staan. Maar u kunt vrij makkelijk andere opties vinden tussen de beschikbare garenkwaliteiten door onze garenvervanger te gebruiken, of door een garen uit dezelfde garengroep uit te kiezen.

Het is mogelijk dat sommige verkooppunten nog bollen op voorraad hebben van garens die niet meer leverbaar zijn, of dat iemand thuis nog een paar bollen heeft liggen en hier een patroon bij zoekt.

Degarenvervanger laat alternatieve garens zien en de hoeveelheid die u nodig heeft in de nieuwe kwaliteit.

naar boven

20) Hoe verander ik een kledingstuk voor dames in eentje voor heren?

Als u een patroon heeft gevonden doe alleen beschikbaar is in damesmaten, dan hoeft het niet heel moeilijk te zijn om deze aan te passen naar een herenmaat. Het grootste verschil is de lengte van de mouwen en het lijf. Begin met breien in de damesmaat die overeenkomt met de borstwijdte. De lengte die erbij komt wordt namelijk gebreid voordat u begint met afkanten voor de armsgaten. Als het patroon van boven naar beneden wordt gebreid, kunt u lengte toevoegen vlak na de armsgaten of voor de eerste mindering op de mouw.

Wat betreft de extra hoeveelheid garen wat u nodig heeft: dit hangt heel erg af van hoeveel lengte u toevoegt, maar het is vaak meter dat u een bol te veel hebt dan te weinig.

naar boven

21) Hoe voorkom ik dat een harig kledingstuk gaat pillen of pluizen?

Alle garens hebben vezels die uitsteken (door de productie) waardoor een kledingstuk gaat pluizen of pillen. Geborstelde garens (dus meer harige garens) hebben meer van deze losse, uitstekende vezels waardoor het eerder gaat pluizen of pillen.

Hoewel het niet mogelijk is om te garanderen dat geborsteld garen 100% pluisvrij is, is het wel mogelijk om dit drastisch af te laten nemen, door de volgende stappen te ondernemen:

1. Als het kledingstuk klaar is (voordat u het gaat wassen) schudt u het kledingstuk flink uit, zodat de losse haartjes eruit komen. LET OP: gebruik GEEN roller, borstel of andere methode, waardoor aan het kledingstuk getrokken wordt

2. Plaats het kledingstuk in een plastic zak en leg het in de vriezer - de temperatuur zorgt ervoor dat de vezels minder aan elkaar blijven zitten, en uitstekende vezels komen makkelijker los.

3. Laat een paar uur in de vriezer liggen, voordat u het eruit haalt en schudt het kledingstuk dan opnieuw uit.

4. Was het kledingstuk volgens de instructies op het garenlabel.

naar boven

22) Waar op het kledingstuk wordt de lengte gemeten??

De tekening/ het schema met de afmetingen geeft informatie over de volledige lengte van het kledingstuk. Als het een trui of een vest betreft, dan wordt deze vanaf het hoogste punt op de schouder gemeten (meestal het dichtst bij de halslijn), en recht naar beneden tot de onderkant van het kledingstuk. Het wordt NIET gemeten vanaf de punt van de schouder. Op gelijke wijze wordt ook de lengte van de pas gemeten, vanaf het hoogste punt op de schouder en naar beneden tot waar de pas gesplitst wordt voor het lijf en de mouwen.

Op een vest worden de afmetingen nooit over de biezen genomen, tenzij anders aangegeven. Meet altijd binnen de biessteken als u de lengte opmeet.

Bekijk de DROPS les: Maattekeningen lezen

naar boven

23) Hoe weet ik hoeveel bollen ik nodig heb?

De benodigde hoeveelheid garen wordt aangegeven in grammen, dus bijvoorbeeld: 450 g. Om uit te rekenen hoeveel bollen u nodig heeft, moet u eerst weten hoeveel gram er in 1 bol gaat (25 g, 50 g, of 100 g). Deze informatie vindt u door op de individuele garenkwaliteit te klikken op onze site. Deel de hoeveelheid benodigde garen door de hoeveelheid per bol. Bijvoorbeeld, als de bollen 50 gram wegen (de meest gebruikelijke hoeveelheid), ziet de berekening er als volgt uit: 450 / 50 = 9 bollen.

naar boven

Heeft u DROPS garen besteld om dit patroon te maken? Dan heeft u recht op hulp van de winkel waar u het garen gekocht heeft. Vind hier een lijst van DROPS winkels!
Kunt u het antwoord op uw vraag nog steeds niet vinden? Scroll dan naar beneden en laat een vraag achter zodat een van onze experts kan proberen u te helpen. Dit wordt normaal tussen 5 tot 10 werkdagen gedaan.. In de tussentijd kunt u de vragen en antwoorden lezen die anderen bij dit patroon achter hebben gelaten of doe mee met de DROPS Workshop op Facebook om hulp te krijgen van mede breisters en haaksters!

Opmerkingen / Vragen (24)

Charlotte 22.06.2020 - 17:28:

Hei! Nydelig genser! Men jeg forstår ikke dette: «Dvs det økes totalt 8 masker på hvert av ermene og 12 masker på forstykket/bakstykket for hver repetisjon av mønsteret i høyden (= totalt 40 masker økt)» Sånn som jeg leser diagrammet økes det kun 3 ganger i A.5a og A.4a= 6 masker på hvert av ermene og i A.2a økes tilsammen 10 masker på for/bakstykke. Hva er det jeg ikke har skjønt?

DROPS Design 25.06.2020 kl. 08:35:

Hej Charlotte, du øger 4 staver jevnt fordelt på hvert av forstykket/bakstykke og 2 staver på hver av ermene i tillegg til diagrammene. I A.5 øker du 1 m på hver række. God fornøjelse!

Mieke Troosters 10.06.2020 - 09:52:

Hoi, Kunnen jullie juist aangeven welke delen wat zijn ? A.1a (= 2 stokjes) over 22-22-23-24-26-28 stokjes, A.2a (= 1 stokje = midden achter/midden voor), A.3a (= 2 stokjes) over 22-22-23-24-26-28 stokjes (= achterpand/voorpand), A.4a (= 1 stokje), A.3a over 8 stokjes, A.5a (= 2 stokjes = mouw) ??? Zijn A1 + A2 + A3 het voor en achterpand ? A4 + A5 de mouwen ?

DROPS Design 11.06.2020 kl. 14:07:

Dag Mieke,

De toer begint in de overgang tussen de linker mouw en het achter pand, dus je haakt eerst richting midden achter. A.1a haak je tot midden achter. A.2a haak je op midden achter, A.3 a haak je over de andere helft van het achterpand. A4. a is de overgang van het achterpand naar de rechter mouw. Dan haak je A.3a over 8 steken van de mouw en tot slot A.5a. Dit is de overgang van de rechter mouw naar het voorpand. Vervolgens herhaal je dit zodat je weer uitkomt bij de overgang tussen de linker mouw en het achterpand.

Ruxi 20.05.2020 - 17:22:

Hi! I have 1 more question, please! Could you explain the first row after the body separation for the XS size? (mentioning the number of double crochets in each section?). I don't understand what "move the marker thread upwards" means and also how we're supposed to follow the A6a and A7a pattern (because there are those 8 chain stitches under the sleeve, but according to the diagram, we should be working over 12 stitches in total...) Thank you!!

DROPS Design 22.05.2020 kl. 10:26:

Dear Ruxi, there is no number of sts since this will depend on your tension in height. "move the markers" means to let them follow the work so that you mark the sides. Work A.6/A.7 as follows: start 2 dc before the 8 chains on the side, work A.6 (= 2 sts from body + 4 chains), marker, work A.7 (= 4 chains + 2 sts from body). Happy crocheting!

Clare 14.05.2020 - 17:01:

I’m new to crochet. Where the pattern says A.1a (=2 treble crochets) over 22 treble crochets, could you explain this a little more, I keep ending up with 44 double crochets in this section and I don’t think it’s correct.

DROPS Design 15.05.2020 kl. 03:24:

Dear Clare, if the pattern says you have to repeat Pattern A.1a (2 stitch) over 22 stitches, that means that you have to repeat the pattern 11 times in width (in otherword you repeat the 2 stitch repeat until you reach the end of the allotted 22 stitch). I hope this helps.Happy Knitting!

Amanda 11.05.2020 - 19:42:

I’m trying to make the medium size. A.1a and A.3a both days to work over 23 stitches, but they are 2 stitch repeats so at the third row the pattern doesn’t align with the section that follows? What am I missing?

DROPS Design 12.05.2020 kl. 10:11:

Dear Amanda, work A.1a/A.3 over 23 sts as follows: repeat the 2 sts a total of 11 times (= 22 sts in total), then work the first st in diagram = 23 sts. So that the pattern is symetrical on each side (starts and ends the same way). Happy crocheting!

Jo Coombs 09.05.2020 - 11:02:

Oh, I've been looking for a different looking jumper that I can crochet in different sizes. Thank you!

Inge De Groot 05.05.2020 - 18:47:

De hele dag geprobeerd. Ik kom niet tot de 180 steken. Het is óf te ingewikkeld beschreven of te moeilijk, terwijl ik al heel wat afgehaakt heb maar ik haak af. Jammer want het model ziet er prachtig uit.

Inge De Groot 05.05.2020 - 13:24:

Na de uitleg over het meerderen in de 4de toer kom ik er nog niet uit. Jammer dat het, vooral het begin, niet per toer beschreven staat. Ik begrijp nog steeds niet hoe er van de 120 naar de 180 gemeerderd wordt in de 4de toer. Maar het zal voor mij dan wel te hoog gegrepen zijn, frustrerend dit, jammer.

DROPS Design 07.05.2020 kl. 10:41:

Dag Inge,

Erg jammer en frustrerend dat je er niet uitkomt. Het is de bedoeling dat je gewoon het telpatroon volgt en daarnaast op elk voorpand en op elk achter pand 0-4-4-8-8-12 steken verdeeld over de panden meerdert. Ook op elke mouw meerder je 0-2-2-2-2-4 steken verdeeld over de mouw. Samen met de meerderingen die al in de telpatronen zitten kom je dan op het juiste aantal steken.

Inge De Groot 05.05.2020 - 12:07:

Bedankt voor de uitleg!

Inge De Groot 03.05.2020 - 17:12:

Hallo, ik snap het meerderen op de 4de toer niet. 20 steken verdeeld gemeerderd, maar 40 steken gemeerderd in de telpatronen? Wat is het verschil tussen meerderen en verdeeld meerderen? De 20 steken meerderen begrijp ik, maar de 40 niet waar die vandaan komen. Ik vind het er erg ingewikkeld beschreven staan.

DROPS Design 05.05.2020 kl. 11:56:

Dag Inge,

De 40 steken zijn de meerderingen die al in het patroon verwerkt zijn, hiervoor hoef je dus alleen het telpatroon te volgen. Daarnaast meerder je ook nog zoals aangegeven staat in het de beschrijving, dus 8 stokjes op elk pand en 2 stokjes op elke mouw, is 20 stokjes extra in totaal over de hele toer.

Laat een opmerking achter voor DROPS 213-35

Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!

Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.