DROPS / 138 / 31

Emilia by DROPS Design

Gebreid DROPS vest met kantpatroon en strikband van "Fabel", "Alpaca" en "Kid-Silk". Maat: S - XXXL.

  • Emilia / DROPS 138-31 - Gebreid DROPS vest met kantpatroon en strikband van Fabel, Alpaca en Kid-Silk. Maat: S - XXXL.
DROPS design: Model nr. FA-174
Garengroep A
--------------------------------------------------------
Maat: S - M - L - XL - XXL - XXXL
Materiaal: DROPS FABEL van Garnstudio
Kleur nr. 623pl, rose mist:
150-150-200-200-200-250 gr
En gebruik: DROPS ALPACA van Garnstudio
Kleur nr. 3720, roze:
150-150-150-200-200-200 gr
Kleur nr. 3112, zacht roze:
100-100-100-100-100-100 gr
Kleur nr. 9020, zeer lichtgrijs:
100-100-100-100-100-100 gr
En gebruik: DROPS KID-SILK van Garnstudio
Kleur nr. 20, lichtbeige:
150-175-175-200-225-250 gr

DROPS RECHTE BREINLD en RONDBREINLD (80 cm) 5 mm - of de maat die u nodig heeft voor een stekenverhouding van 17 st x 22 nld in tricotst met 1 draad Fabel of Alpaca en 1 draad Kid-Silk = 10 x 10 cm.
--------------------------------------------------------

-------------------------------------------------------
Stekenverhouding – Kijk hier hoe u deze moet opmeten en waarom
Alternatief garen – Bekijk hier hoe u een ander garen kiest
Garengroep A tot F – Bekijk hier hoe u hetzelfde patroon gebruikt met een ander garen
Garenverbruik als u een alternatief garen kiest – Gebruik onze garenvervanger
-------------------------------------------------------


75% wol, 25% polyamide
vanaf 2.12 € /50g
DROPS Fabel uni colour DROPS Fabel uni colour 2.12 € /50g
Hobbydoos.nl
Bestel
DROPS Fabel print DROPS Fabel print 2.28 € /50g
Hobbydoos.nl
Bestel
DROPS Fabel long print DROPS Fabel long print 2.52 € /50g
Hobbydoos.nl
Bestel

100% alpaca
vanaf 2.75 € /50g
DROPS Alpaca uni colour DROPS Alpaca uni colour 2.75 € /50g
Hobbydoos.nl
Bestel
DROPS Alpaca mix DROPS Alpaca mix 2.85 € /50g
Hobbydoos.nl
Bestel
needles Naalden & Haaknaalden
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 33.86€ krijgen. Lees meer.

Instructies voor het patroon

TIP VOOR HET WISSELEN VAN KLEUR:
Als u het streeppatroon breit, is het mooier als u wisselt van kleur naast de voorbies, zo voorkomt u lange draden aan de buitenkant die na het afwerken toch vaak zichtbaar zijn als het vest open valt.
Wissel als volgt: Brei het juiste aantal nld met een kleur, brei dan de voorbies (dus telpatroon M.1) nog eens heen en terug met dezelfde kleur en wissel dan van kleur. Knip de draden niet af, maar neem ze gaandeweg mee naar boven in het werk.

KANTPATROON:
Zie telpatroon M.1 – het aantal st varieert van 6 tot 10 afhankelijk van waar u bent in het telpatroon. Zowel de heengaande als de teruggaande naalden zijn weergegeven.

KANTPATROON:
Zie telpatroon M.2, Het telpatroon geeft de goede kant van het werk weer. Zowel de heengaande als de teruggaande naalden zijn weergegeven.

STREEPPATROON:
Zie telpatroon M.3.

RIBBELST (heen en weer gebreid op de nld):
brei alle nld recht.

TIP VOOR HET MEERDEREN (voor de kraag):
Meerder de st voor kraag naast alle st in telpatroon M.1. Alle meerderingen worden gemaakt aan de goede kant. Meerder door 1 omsl te maken, brei de omsl in de volgende nld gedraaid recht, dus brei achter in de st in plaats van voor in de st om een gaatje te voorkomen. Brei de gemeerderde st in ribbelst.

TIP VOOR HET MINDEREN (voor de hals):
Minder st voor de hals naast alle st in telpatroon M.1 en de gemeerderde st voor de kraag. Alle minderingen worden aan de goede kant gemaakt als volgt:
Rechter voorpand: Na alle st in telpatroon M.1 en de gemeerderde st: 2 st gedraaid r samen (dus brei achter in de st in plaats van voor in de st).
Linker voorpand: Voor alle st in telpatroon M.1 en de gemeerderde st: 2 st recht samen.
--------------------------------------------------------

LIJF:
Wordt heen en weer gebreid op de rondbreinld van middenvoor naar middenvoor zodat alle de st goed op de nld passen. LEES TIP VOOR HET WISSELEN VAN KLEUR!
Zet 221-237-253-269-301-333 st op (incl 6 voorbies st aan iedere kant middenvoor) met rondbreinld 5 mm en 1 draad roze Alpaca en 1 draad Kid-Silk. Brei 1 nld recht aan de verkeerde kant. Plaats 2 markeerders in het werk; 58-62-66-70-78-86 st vanaf iedere kant middenvoor om de zijkanten aan te geven (= 105-113-121-129-145-161 st tussen de markeerders voor het achterpand). Plaats ook een markeerder na 6 st vanaf iedere kant middenvoor (= voorbiezen).
Brei de volgende nld als volgt (aan de goede kant): Brei de 1e nld in KANTPATROON - zie telpatroon M.1, over de eerste 6 st (= voorbies), brei dan * 7 st r, 1 st r afh, 2 st recht samen, afgeh st overh, 6 st r *, herhaal van *-* in totaal 13-14-15-16-18-20 keer, brei dan de laatste 7 st r = 196-210-224-238-266-294 st. (26-28-30-32-36-40 st geminderd en 1 nieuwe st gemeerderd op de rechter voorbies in het patroon.)

Brei de volgende nld als volgt (aan de verkeerde kant): Brei de 1e nld van telpatroon M.1 over de eerste 6 st (= voorbies). Brei dan 183-197-211-225-253-281 st r en brei de laatste 7 st als de 2e nld in telpatroon M.1.
Brei dan KANTPATROON – zie telpatroon M.2, over de middelste 183-197-211-225-253-281 st = 13-14-15-16-18-20 patroonherhalingen in de breedte plus 1 st (de laatste st wordt gebreid als de eerste st in het telpatroon zodat het patroon gelijk is aan iedere kant middenvoor) en telpatroon M.1 over de voorbies st aan iedere kant (dus de st aan de buitenkant van de aan iedere kant middenvoor).

Brei als telpatroon M.2 twee keer in de hoogte is gebreid het STREEPPATROON – zie telpatroon M.3 - en brei tegelijkertijd telpatroon M.2 nog een keer in de hoogte. Brei als telpatroon M.2 voor de derde keer is gebreid telpatroon M.2A over alle patroonherhalingen van telpatroon M.2 (dus minder 26-28-30-32-36-40 st). Er zijn nu 79-85-91-97-109-121 st tussen de markeerders voor het achterpand – als het aantal niet klopt, verplaats de markeerders aan de zijkanten dan zo dat het aantal st wel klopt en zo dat op beide voorpand delen evenveel st komen (= 39-42-45-48-54-60 en de st in telpatroon M.1).
Ga dan verder in tricotst over de middelste 157-169-181-193-217-241 st met de voorbiezen in telpatroon M.1 als hiervoor – brei TEGELIJKERTIJD het streeppatroon volgens telpatroon M.3 over alle st tot het werk klaar is.

LEES NU EERST TOT HET LINKER VOORPAND VOOR U VERDER GAAT!

MINDEREN ZIJKANT: Minder bij een hoogte van 20-21-22-23-24-25 cm 1 st aan iedere kant van de markeerders aan de zijkanten. Herhaal dit minderen iedere 7 cm in totaal 5 keer.
KRAAG: Meerder bij een hoogte van 51-52-53-54-55-56 cm 1 st aan iedere kant middenvoor voor de kraag - ZIE TIP VOOR HET MEERDEREN. Herhaal dit meerderen om de nld in totaal 8 keer en dan elke 4e nld 6 keer (= 14 st gemeerderd), brei alle gemeerderde st in RIBBELST – zie uitleg boven!
MINDEREN VOOR DE HALS: Minder bij een hoogte van 54-55-56-57-58-59 cm (3 cm nadat het meerderen voor de kraag begint), 1 st aan iedere kant middenvoor voor de hals - ZIE TIP VOOR HET MINDEREN. Herhaal dit minderen iedere nld aan de goede kant in totaal 14-14-15-15-16-17 keer.
ARMSGATEN: Kant bij een hoogte van 58-59-60-61-62-63 cm 6-6-8-10-12-14 st af aan iedere kant voor de armsgaten (dus 3-3-4-5-6-7 st aan iedere kant van beide markeerders aan de zijkanten). Brei ieder deel apart verder.

LINKER VOORPAND:
Ga verder en meerder voor de kraag en minder voor de hals en brei telpatronen M.1 en M.3 als hiervoor – meerder TEGELIJKERTIJD 2 cm na het splitsen bij de armsgaten 1 st voor de schouders (meerder door 2 st in de tweede st van de zijkant te breien). Herhaal dit meerderen iedere 4e nld in totaal 6-5-5-5-2-0 keer (meerder geen st voor maat XXXL). Als alle meerderingen en minderingen zijn gemaakt, staan er 43-45-46-48-49-51 st op de nld (indien u de eerste of laatste nld in telpatroon M.1 breit). Kant bij een hoogte van ongeveer 76-78-80-82-84-86 cm (pas zo aan dat de volgende nld aan de goede kant is) de buitenste 29-31-32-34-35-37 st af voor de schouder, brei de rest van nld als hiervoor = 14-18 st over op de nld (afhankelijk van waar u bent in telpatroon M.1).
KRAAG: Ga verder in telpatroon M.3 als hiervoor (maar wissel vanaf nu van kleur aan kant van het armsgat, dus aan het begin van de nld aan de goede kant). Brei telpatroon M.1 over de buitenste 6-10 st als hiervoor en brei in ribbelst over de overgebleven 8 st, brei als volgt: * 2 nld over alleen telpatroon M.1 plus 2 st, 2 nld over alle st *, herhaal van *-* tot de kraag ongeveer 6-6-7-7-7-8 cm hoog is gemeten aan de korte kant in ribbelst. Kant alle st af.

RECHTER VOORPAND:
Brei als het linker voorpand maar in spiegelbeeld. Als u afkant voor de schouders aan de verkeerde kant, ga dan verder met de kraag zonder de draden af te knippen. Als u wisselt van kleur in telpatroon M.3, doe dit dan aan het begin van de nld aan de verkeerde kant.

ACHTERPAND:
= 63-69-73-77-87-97 st.
Ga verder in tricotst en telpatroon M.3 als hiervoor – meerder TEGELIJKERTIJD 2 cm na het splitsen voor de armsgaten voor de schouders aan iedere kant als op het voorpand (dus 1 st iedere 4e nld in totaal 6-5-5-5-2-0 keer) = 75-79-83-87-91-97 st. Kant bij een hoogte van 74-76-78-80-82-84 cm de middelste 15-15-17-17-19-21 st af voor de hals en eindig iedere schouder apart. Kant dan 1 st af in de volgende nld richting de hals = 29-31-32-34-35-37 st over op elke schouder. Kant af bij een hoogte van ongeveer 76-78-80-82-84-86 cm, zorg dat u afkant in dezelfde nld in telpatroon M.3 als op het voorpand.

MOUW:
Wordt heen en weer gebreid op de nld.
Zet 44-46-48-50-52-54 st op met nld 5 mm en 1 draad roze Alpaca en 1 draad Kid-Silk. Brei 4 nld in ribbelst, brei dan in tricotst en streeppatroon volgens telpatroon M.3 tot het werk klaar is. Meerder TEGELIJKERTIJD bij een hoogte van 12 cm 1 st aan iedere kant. Herhaal dit meerderen iedere 5-4-4-3½-3-3 cm in totaal 8-9-9-10-11-11 keer = 60-64-66-70-74-76 st. Kant bij een hoogte van 49-49-49-48-46-45 cm (Minder cm voor de grootste maten voor een grotere mouwkop en bredere schouders) 5 st af aan het begin van iedere nld, 2 keer aan iedere kant. Kant dan de overgebleven st af, het werk meet ongeveer 51-51-51-50-48-47 cm.

AFWERKING:
Naai de schoudernaden samen. Naai de kraagdelen samen middenachter en naai de kraag dan langs de hals. Naai de mouwnaden samen naast de kant st en naai de mouwen in het vest.

STRIKBAND:
De strikband is gelijk aan beide kanten.
Zet 14 st op met nld 5 mm en 1 draad Fabel en 1 draad Kid-Silk. Brei als volgt: Brei de eerste nld in telpatroon M.1 over de eerste 6 st, brei dan de laatste 8 st r. Keer het werk, brei de eerste nld in telpatroon M.1 over de eerste 6 st, brei 2 st in ribbelst en brei de tweede nld in telpatroon M.1 over de laatste 7 st. Keer het werk, brei de derde nld in telpatroon M.1 over de eerste 7 st, 2 st in ribbelst en de 2e nld in telpatroon M.1 over de laatste 7 st. Ga zo verder met 2 st in ribbelst in het midden en telpatroon M.1 aan iedere kant van deze st. Het aantal st op de strikband zal variëren van 14 tot 22. Kant af na 1 hele herhaling van telpatroon M.1 als de strikband ongeveer 110-120-130-140-150-160 cm lang is.


Telpatroon

symbols = brei deze st alle nld recht (= ribbelst)
symbols = 1 omsl tussen 2 st
symbols = 2 st recht samen
symbols = kant deze st af
symbols = 1 st r afh, 2 st recht samen, afgeh st overh
symbols = Fabel en Kid-Silk
symbols = roze Alpaca en Kid-Silk
symbols = zacht roze Alpaca en Kid-Silk
symbols = zeer lichtgrijs Alpaca en Kid-Silk
diagram
diagram
signature

Heeft u hulp nodig voor dit patroon?

Bedankt dat u een patroon van DROPS Design kiest. We zijn er trots op dat we patronen aanbieden die correct en makkelijk te volgen zijn. Alle patronen zijn uit het Noors vertaald en u kunt altijd het origineel patroon controleren (DROPS 138-31) voor de afmetingen en de berekiningen.

Heeft u moeite met het volgen van het patroon? Hieronder vindt u een lijst met bronnen die u kunnen helpen om uw project vlot af te maken - of om eenvoudig iets nieuws te leren.

1) Waarom is de stekenverhouding zo belangrijk?

De stekenverhouding bepaalt de uiteindelijke afmetingen van uw werkstuk en wordt normaliter aangegeven in 10 x 10 cm. Het wordt als volgt aangegeven: het aantal steken in de breedte x het aantal naalden in de hoogte - dus: 19 steken x 26 naalden = 10 x 10 cm.

De stekenverhouding is heel erg individueel; sommige mensen breien/haken heel losjes, terwijl anderen vrij strak werken. De stekenverhouding past u aan met de naalddikte, wat de reden is waarom we slechts een suggestie voor de naalddikte geven! U moet deze aanpassen (naar boven of beneden) om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding overeenkomt met de stekenverhouding die aangegeven staat in het patroon. Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan zal het garenverbruik anders zijn, en zal uw werkstuk andere afmetingen krijgen dan het patroon aangeeft.

De stekenverhouding geeft tevens aan welk garen als vervanging kan dienen. U kunt verschillende garens met elkaar vervangen, zolang de stekenverhouding maar hetzelfde is.

Bekijk de DROPS les: Hoe u de stekenverhouding opmeet

Bekijk de DROPS video: Hoe u een proeflapje maakt

naar boven

2) Wat zijn de garengroepen?

Al onze garens zijn ondergebracht in garengroepen (van A tot F) volgens dikte en stekenverhouding – groep A bevat de dunste garens en groep F de dikste. Dit maakt het makkelijker voor u om alternatieve garens te vinden voor onze patronen, indien u graag ander garen wilt gebruiken. Alle garens binnen dezelfde groep hebben ongeveer eenzelfde stekenverhouding en kunnen elkaar vervangen. Het is wel zo dat verschillende garenkwaliteiten verschillende structuren en eigenschappen hebben, wat het uiteindelijke werkstuk een unieke 'look en feel' geeft.

Klik hier voor een overzicht van de garens in elke garengroep

naar boven

3) Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

Bij het kiezen van een ander garen is het belangrijk dat de stekenverhouding hetzelfde blijft. De afmetingen van het uiteindelijke werk zijn dan hetzelfde als aangegeven in de tekening bij het patroon. Het is makkelijker om dezelfde stekenverhouding te krijgen als u garen gebruikt uit dezelfde garengroep. Het is ook mogelijk om meerdere draden van een dunner garen te gebruiken om de stekenverhouding van een dikker garen te krijgen. Probeer onze garenvervanger. We raden u aan om altijd een proeflapje te maken.

LET OP: als u een ander garen neemt, kan het kledingstuk een andere 'look en feel' krijgen dan het kledingstuk op de foto, vanwege individuele eigenschappen en kwaliteiten van elk garen.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

naar boven

4) Hoe gebruik ik de garenvervanger?

Bovenaan al onze patronen vindt u een link naar onze garenvervanger, welke handig kan zijn als u een ander garen wilt gebruiken dan staat aangegeven in het patroon. Door het garen in te vullen dat u wilt vervangen, de hoeveelheid (in uw maat) en het aantal draden, stelt de vervanger geschikte alternatieven voor met dezelfde stekenverhouding. Daarnaast wordt aangegeven hoeveel u nodig heeft in de nieuwe kwaliteiten en of u met meerdere draden moet werken. De meeste bollen zijn 50 gram (sommige zijn 25 gram of 100 gram).

Als het patroon met meerdere kleuren wordt gebreid/gehaakt, moet elke kleur apart worden vervangen. Dit geldt ook als het patroon met verschillende draden van verschillende garens wordt gemaakt (bijvoorbeeld 1 draad Alpaca en 1 draad Kid-Silk) dan zult u voor elk individueel alternatieven moeten vinden.

Klik hier voor de garenvervanger

naar boven

5) Waarom krijg ik de verkeerde stekenverhouding met de aangegeven naalddikte?

De naalddikte die aangegeven is in het patroon geldt slechts als een richtlijn, het is van belang dat de stekenverhouding klopt. En omdat de stekenverhouding per persoon nogal verschillend is, zult u de naalddikte aan moeten passen om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding hetzelfde is als in het patroon – misschien is het nodig dat u 1 of zelfs 2 naalddiktes naar beneden of naar boven moet om de juiste stekenverhouding te krijgen. Daarom raden we ook aan om een proeflapje te maken.

Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan kunnen de afmetingen van het werkstuk afwijken van de afmetingen volgens de tekening.

Bekijk de DROPS les: Hoe meet u de stekenverhouding

Bekijk de DROPS video: Hoe maakt u een proeflapje voor de stekenverhouding

naar boven

6) Waarom wordt het patroon van boven naar beneden gereid?

Als u een kledingstuk van boven naar beneden breit, dan geeft dit meer flexibiliteit en mogelijkheden voor persoonlijke aanpassingen. Het is bijvoorbeeld makkelijker om het kledingstuk te passen terwijl u er mee bezig bent. U kunt ook makkelijker de lengte van de pas en de schouderkoppen aanpassen.

In de uitleg worden alle stappen zorgvuldig uitgelegd in de juiste volgorde. De telpatronen zijn aangepast aan de breirichting en worden zoals gebruikelijk gebreid.

naar boven

7) Waarom zijn de mouwen korter in de grotere maten?

De totale breedte van het kledingstuk (van pols tot pols) is groter in de grotere maten, ondanks dat de eigenlijke mouwen korter zijn. De grotere maten hebben langere mouwkoppen en bredere schouders, dus er is een goede pasvorm in alle maten.

naar boven

8) Wat is een herhaling?

Telpatronen worden vaak herhaald in de breedte op de naald en/of in de hoogte. 1 herhaling van het telpatroon is hoe het te zien is in het telpatroon. Als er staat dat u 5 herhalingen van A.1 op de naald moet breien, dan breit u het patroon in totaal 5 keer achter/na elkaar op de naald. Als er staat dat u 2 herhalingen van A.1 in de hoogte moet breien, dan breit u het hele telpatroon (dus alle naalden van het telpatroon) een keer en begint u opnieuw onderaan bij het begin en breit u het telpatroon nog een keer.

naar boven

9) Hoe brei ik volgens een telpatroon?

Het telpatroon laat alle naalden en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt gelezen van onder naar boven, van rechts naar links. 1 vierkant = 1 steek.

Als u heen en weer breit, wordt elke andere naald aan de goede kant gebreid en elke andere naald wordt aan de verkeerde kant gebreid. Als u aan de verkeerde kant breit, moet u het telpatroon omgekeerd breien, dus van links naar rechts. rechte steken worden dan averecht gebreid en averechte steken recht, etc.

Als u in de rondte breit wordt elke naald aan de goede kant gebreid en het telpatroon wordt dan van rechts naar links gebreid op alle naalden.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees ik de teltekening bij de patronen?

naar boven

10) Hoe haak ik volgens een telpatroon?

Het telpatroon laat alle toeren en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt van onder naar boven gehaakt en van rechts naar links.

Als u heen en weer haakt, wordt elke andere toer aan de goede kant gehaakt: van rechts naar links en elke andere toer wordt aan de verkeerde kant gehaakt: vank links naar rechts.

Als u in de rondte haakt, wordt elke toer in het telpatroon aan de goede kant gehaakt, van rechts naar links.

Als u een cirkelvormig telpatroon haakt, dan begint u in het midden en haakt u naar buiten toe, tegen de klok in, toer na toer.

Meestal beginnen de toeren met een opgegeven aantal lossen (overeenkomend met de hoogte van de volgende steek), deze zijn of in het telpatroon opgenomen, of uitgelegd in het patroon.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees je telpatronen voor haken

naar boven

11) Hoe brei/haak je verschillende telpatronen tegelijkertijd op dezelfde naald/toer

Instructies om verschillende telpatronen achter elkaar op dezelfde naald/toer te breien/haken, worden meestal als volgt beschreven: “brei/haak A.1, A.2, A.3 in totaal 0-0-2-3-4 keer". Dit betekent dat u A.1 een keer breit/haakt, daarna wordt A.2 een keer gebreid/gehaakt, en A.3 wordt het aantal aangegeven keren (in de breedte) in uw maat gebreid/gehaakt – in dit geval als volgt: S = 0 keer, M = 0 keer, L=2 keer, XL= 3 keer en XXL = 4 keer.

De telpatronen worden zoals gebruikelijk gebreid/gehaakt: begin met de eerste naald/toer in A.1, brei/haak dan de volgende naald/toer in A.2 etc.

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor breien leest

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor haken leest

naar boven

12) Waarom begint het werk met meer lossen dan waarmee gehaakt wordt?

Lossen zijn ietsje smaller dan andere steken en om te voorkomen dat de opzetrand te strak wordt, haken we eenvoudigweg meer lossen om mee te beginnen. Het aantal steken wordt in de volgende toer aangepast zodat het overeenkomt met het patroon en de afmetingen in de tekening.

naar boven

13) Waarom meerderen voor de boord als het werk van boven naar beneden gebreid wordt?

De rand in ribbelsteek is elastischer en zal ietwat samentrekken vergeleken met bijvoorbeeld tricotsteek. Door te meerderen voor de rand in ribbelsteek, voorkomt u een zichtbaar verschil in breedte tussen de rand in ribbelsteek en de rest van het lijf.

naar boven

14) Waarom meerderen in de afkantrand?

Het gebeurt vrij makkelijk dat u te strak afkant, en door omslagen te maken tijdens het afkanten (terwijl u deze tegelijkertijd afkant) voorkomt u dat de afkantrand te strak wordt.

Bekijk de DROPS video: Hoe kant u af met omslagen

naar boven

15) Hoe meerder/minder je afwisselend op elke 3e en 4e naald/toer?

Om gelijkmatig te meerderen (of te minderen) kunt u meerderen op, bijvoorbeeld: afwisselend elke 3e en 4e naald, als volgt: brei 2 naalden en meerder op de 3e naald, brei 3 naalden en meerder op de 4e naald. Herhaal dit tot het meerderen klaar is.

Bekijk de DROPS les: Meerder of minder 1 st afwisselend

naar boven

16) Waarom is het patroon een beetje anders dan wat ik op de foto zie?

Herhalingen van het patroon kunnen een beetje anders zijn in de verschillende maten, om de juiste verhoudingen te krijgen. Als u niet dezelfde maat maakt als het kledingstuk op de foto, wijkt uw werkstuk wellicht ietsje af. Dit is met zorg ontwikkeld en aangepaste zodat het totale beeld van het kledingstuk hetzelfde is in alle maten.

Zorg ervoor dat u de instructies en de telpatronen voor uw maat volgt!

naar boven

17) Hoe kan ik een vest in de rondte breien, in plaats van heen en weer?

Als u liever in de rondte breit dan heen en weer, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen. U moet dan steken midden voor toevoegen (meestal 5 steken) en de instructies volgen. Als u normaal het werk keert en aan de verkeerde kant breit, breit u nu over de extra steken en gaat u verder in de rondte. Aan het einde knipt u het werk open. Neem steken op voor de biezen en werk de afgeknipte randen af.

Bekijk de DROPS video: Hoe breit u knipbiezen en openknippen

naar boven

18) Kan ik een trui heen en weer breien in plaats van in de rondte?

Als u liever heen en weer breit dan in de rondt, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen zodat u de panden apart van elkaar breit en aan het eind aan elkaar naait. Deel de steken voor het lijf in tweeën en voeg 1 kantsteek toe aan elke kant (voor het in elkaar naaien) en brei het voor- en achterpand apart van elkaar.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een patroon aanpassen van rondbreinaalden naar rechte naalden?

naar boven

19) Waarom staan er garens in de patronen die niet meer leverbaar zijn?

Omdat de verschillende garens verschillende kwaliteiten en verschillend texturen hebben, hebben we ervoor gekozen om het originele garen in het patroon te laten staan. Maar u kunt vrij makkelijk andere opties vinden tussen de beschikbare garenkwaliteiten door onze garenvervanger te gebruiken, of door een garen uit dezelfde garengroep uit te kiezen.

Het is mogelijk dat sommige verkooppunten nog bollen op voorraad hebben van garens die niet meer leverbaar zijn, of dat iemand thuis nog een paar bollen heeft liggen en hier een patroon bij zoekt.

Degarenvervanger laat alternatieve garens zien en de hoeveelheid die u nodig heeft in de nieuwe kwaliteit.

naar boven

20) Hoe verander ik een kledingstuk voor dames in eentje voor heren?

Als u een patroon heeft gevonden doe alleen beschikbaar is in damesmaten, dan hoeft het niet heel moeilijk te zijn om deze aan te passen naar een herenmaat. Het grootste verschil is de lengte van de mouwen en het lijf. Begin met breien in de damesmaat die overeenkomt met de borstwijdte. De lengte die erbij komt wordt namelijk gebreid voordat u begint met afkanten voor de armsgaten. Als het patroon van boven naar beneden wordt gebreid, kunt u lengte toevoegen vlak na de armsgaten of voor de eerste mindering op de mouw.

Wat betreft de extra hoeveelheid garen wat u nodig heeft: dit hangt heel erg af van hoeveel lengte u toevoegt, maar het is vaak meter dat u een bol te veel hebt dan te weinig.

naar boven

21) Hoe voorkom ik dat een harig kledingstuk gaat pillen of pluizen?

Alle garens hebben vezels die uitsteken (door de productie) waardoor een kledingstuk gaat pluizen of pillen. Geborstelde garens (dus meer harige garens) hebben meer van deze losse, uitstekende vezels waardoor het eerder gaat pluizen of pillen.

Hoewel het niet mogelijk is om te garanderen dat geborsteld garen 100% pluisvrij is, is het wel mogelijk om dit drastisch af te laten nemen, door de volgende stappen te ondernemen:

1. Als het kledingstuk klaar is (voordat u het gaat wassen) schudt u het kledingstuk flink uit, zodat de losse haartjes eruit komen. LET OP: gebruik GEEN roller, borstel of andere methode, waardoor aan het kledingstuk getrokken wordt

2. Plaats het kledingstuk in een plastic zak en leg het in de vriezer - de temperatuur zorgt ervoor dat de vezels minder aan elkaar blijven zitten, en uitstekende vezels komen makkelijker los.

3. Laat een paar uur in de vriezer liggen, voordat u het eruit haalt en schudt het kledingstuk dan opnieuw uit.

4. Was het kledingstuk volgens de instructies op het garenlabel.

naar boven

22) Waar op het kledingstuk wordt de lengte gemeten??

De tekening/ het schema met de afmetingen geeft informatie over de volledige lengte van het kledingstuk. Als het een trui of een vest betreft, dan wordt deze vanaf het hoogste punt op de schouder gemeten (meestal het dichtst bij de halslijn), en recht naar beneden tot de onderkant van het kledingstuk. Het wordt NIET gemeten vanaf de punt van de schouder. Op gelijke wijze wordt ook de lengte van de pas gemeten, vanaf het hoogste punt op de schouder en naar beneden tot waar de pas gesplitst wordt voor het lijf en de mouwen.

Op een vest worden de afmetingen nooit over de biezen genomen, tenzij anders aangegeven. Meet altijd binnen de biessteken als u de lengte opmeet.

Bekijk de DROPS les: Maattekeningen lezen

naar boven

23) Hoe weet ik hoeveel bollen ik nodig heb?

De benodigde hoeveelheid garen wordt aangegeven in grammen, dus bijvoorbeeld: 450 g. Om uit te rekenen hoeveel bollen u nodig heeft, moet u eerst weten hoeveel gram er in 1 bol gaat (25 g, 50 g, of 100 g). Deze informatie vindt u door op de individuele garenkwaliteit te klikken op onze site. Deel de hoeveelheid benodigde garen door de hoeveelheid per bol. Bijvoorbeeld, als de bollen 50 gram wegen (de meest gebruikelijke hoeveelheid), ziet de berekening er als volgt uit: 450 / 50 = 9 bollen.

naar boven

Heeft u DROPS garen besteld om dit patroon te maken? Dan heeft u recht op hulp van de winkel waar u het garen gekocht heeft. Vind hier een lijst van DROPS winkels!
Kunt u het antwoord op uw vraag nog steeds niet vinden? Scroll dan naar beneden en laat een vraag achter zodat een van onze experts kan proberen u te helpen. Dit wordt normaal tussen 5 tot 10 werkdagen gedaan.. In de tussentijd kunt u de vragen en antwoorden lezen die anderen bij dit patroon achter hebben gelaten of doe mee met de DROPS Workshop op Facebook om hulp te krijgen van mede breisters en haaksters!

Opmerkingen / Vragen (11)

country flag Rikke 01.01.2021 - 21:37:

Hej, er denne strikket i glatstrik eller retstrik? Det ligner glatstrik, men diagram siger ret på alle pinde🤔😊 Tak.

user icon DROPS Design 07.01.2021 kl. 14:07:

Hej Rikke, jakken er strikket i glatstrik men kanterne som strikkes ifølge diagrammet strikkes i retstrik. God fornøjelse!

country flag Andrea Blümel 24.07.2019 - 10:51:

Hallo, könnte an diese Strickjacke auch nur mit Fabel stricken? Vielen Dank für die Antwort

user icon DROPS Design 24.07.2019 kl. 17:05:

Liebe Frau Blümel, ja, das geht, wenn Sie 2 Fäden Fabel nehmen (d.h. wenn Sie doppelfädig mit Fabel stricken). Die Jacke wird ja durchweg mit 2 Fäden der Garngruppe A gestrickt, daher können Sie problemlos auch 2 Fäden Fabel nehmen. Achten Sie auf jeden Fall darauf, dass Sie die richtige Maschenprobe haben, dann sollte die Jacke gut gelingen! Viel Spaß beim Stricken! :-)

country flag Inger Lise Løland 19.04.2015 - 16:45:

Jakken er lekker og fin å strikke! Men kraven på jakken bretter seg vel litt utover, og blir ikke da garnbyttet veldig synlig? Altså at trådene man trekker med oppover istedenfor å feste vil synes..? Jeg har ikke kommet så langt ennå, men aner at det ikke vil bli så pent. Noen råd/tips..?

country flag Patricia 10.03.2012 - 14:49:

Mooi model zou het willen breien in de nieuwe kleur fabel in een kleur waneer komen die uit

user icon DROPS Design 12.03.2012 kl. 10:13:

Wij hebben helaas nog geen levertijd voor de nieuwe Fabel kleuren. Zodra deze bekend zijn, dan publiceren we deze ook op de kleurenkaart (onder de kleur zelf).

country flag Deirdre 25.01.2012 - 23:51:

Love the edging on this one

country flag Barbara 15.01.2012 - 13:45:

Till hösten önskar jag mig mönster på islandströjor,och lite anorlunda tröjor,mer ovanliga

country flag Annasoer 07.01.2012 - 12:49:

Mooie pasvorm, zal heerlijk zitten! (kost wel wat tijd om te maken denk ik)

country flag Annalouise 02.01.2012 - 11:44:

Ein tolles Modell!

country flag Elke 29.12.2011 - 17:31:

Wunderbar!

country flag Iveta Sivá 09.12.2011 - 12:21:

Model podtrhuje ženskost a je nadčasový. Nádherný materiál.

Laat een opmerking achter voor DROPS 138-31

Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!

Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.