Coffee Bliss Jacket#coffeeblissjacket |
|
![]() |
![]() |
Gebreid vest in DROPS Merino Extra Fine of DROPS Lima. Het werk wordt van boven naar beneden gebreid in tricotsteek met Europese pas, V-hals, PUNNIKRAND en sjaalkraag. Maten XS - XXXL.
DROPS 272-44 |
|
|
------------------------------------------------------- UITLEG VOOR HET PATROON: ------------------------------------------------------- TIP VOOR HET MEERDEREN-1: MEERDER 1 STEEK RICHTING LINKS – aan de GOEDE KANT: Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de naald eronder op te nemen, neem de draad op vanaf de voorkant en brei recht door de lus aan de achterkant van de naald. MEERDER 1 STEEK RICHTING RECHTS- aan de GOEDE KANT: Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de naald eronder op te nemen, neem de draad op vanaf de achterkant en brei recht door de lus die aan de voorkant van de naald ligt. TIP VOOR HET MEERDEREN-2: MEERDER 1 STEEK RICHTING RECHTS- aan de VERKEERDE KANT: Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de naald eronder op te nemen, neem de draad op vanaf de achterkant en brei averecht door de lus aan de voorkant van de naald. MEERDER 1 STEEK RICHTING LINKS – aan de VERKEERDE KANT: Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de naald eronder op te nemen, neem de draad op vanaf de voorkant en brei averecht door de lus aan de achterkant van de naald. RIBBELSTEEK: Brei alle naalden recht, aan zowel de goede als de verkeerde kant. 1 ribbel in de hoogte = brei 2 naalden recht. TIP VOOR HET MEERDEREN-3 (voor de zijkanten van het lijf):Begin 1 steek voor de markeerdraad, maak 1 omslag, 2 recht (de markeerdraad zit tussen deze 2 steken), maak 1 omslag (2 gemeerderde steken). Brei op de volgende naald de omslagen gedraaid recht om gaatjes te voorkomen. MOUWTIP: Als u steken opneemt onder de mouw, kan er een klein gaatje ontstaan in de overgang tussen de steken op het lijf en de mouw. Dit gaatje kan gesloten worden door de draad tussen 2 steken op te nemen en deze gedraaid samen te breien met de eerste steek tussen het lijf en de mouw. TIP VOOR HET MINDEREN: Minder 1 steek aan elke kant van de markeerdraad als volgt: Brei tot er 3 steken over zijn voor de markeerdraad, 2 recht samen, 2 recht (de markeerdraad zit tussen deze 2 steken), haal 1 steek recht af, 1 recht en haal de afgehaalde steek over de gebreide steek (2 steken geminderd). AFKANTEN MET PUNNIKRAND: Kant na de laatste naald af als volgt: BEGIN (goede kant): Zet 2 steken op de rechter naald. Zet deze 2 steken op de linker naald, zodat de draad 2 steken verderop op de naald zit (de draad wordt strakker als u een kleine tube vormt). NAALD 1 (goede kant): 1 recht, brei 2 steken gedraaid recht samen, zet de 2 steken van de rechter naald op de linker naald, keer het werk niet. Herhaal NAALD 1 tot er 2 steken over zijn. Zet deze 2 steken terug op de linker naald. Kant af. Naai een kleine steek, om het begin en het einde van de PUNNIKRAND samen te voegen (als u in de rondte breit). ------------------------------------------------------- BEGIN HET WERK HIER: ------------------------------------------------------- VEST – KORTE SAMENVATTING VAN HET WERK. Het patroon gebruikt zowel lange als korte naalden; begin met de lengte die past bij het aantal steken en wissel wanneer nodig. Brei volgens punten 1 – 5. 1. ACHTERPAND: Zet steken op voor de achterkant van de hals. Brei het achterpand heen en weer gebreid, meerder steken aan elke kant tot het aantal schoudersteken bereikt is. Het achterpand heeft een ietwat diagonale schouder. 2. VOORPANDEN: Begin met het breien van de voorbies met ribbelsteek en PUNNIKRAND, welke aan het einde aan de halslijn wordt genaaid. Neem dan steken op langs een schouder achter, brei naar beneden en meerder voor de halslijn. Herhaal op de andere schouder. 3. PAS: Voeg de voor- en achterpanden samen, brei eerst 1 voorpand, neem steken op voor de mouw langs de zijkant van het voorpand, brei het achterpand, neem steken op voor de mouw langs de zijkant van het tweede voorpand, brei dan dit voorpand. De pas wordt heen en weer gebreid vanaf midden voor, over alle steken. 4. MEERDEREN VOOR HET LIJF EN DE MOUWEN: Terwijl u de pas breit, meerdert u eerst steken voor de mouwen, daarna voor het lijf en de mouwen. De meerderingen voor de V-hals gaan door. 5. LIJF EN MOUWEN: Wanneer alle meerderingen klaar zijn en de pas de juiste lengte heeft, wordt het werk verdeeld voor het lijf en de mouwen. Het lijf wordt verder heen en weer gebreid terwijl de mouwen wachten. Dan worden de mouwen in de rondte gebreid, van boven naar beneden. ACHTERPAND: Het werk wordt heen en weer gebreid. Zet 30-32-32-34-34-34-38 steken op met rondbreinaald 4 mm en DROPS Merino Extra Fine of DROPS Lima. NAALD 1 (verkeerde kant): Averecht. NAALD 2 (goede kant): Lees TIP VOOR HET MEERDEREN-1. Brei 3 recht, meerder 1 steek richting links, brei recht tot er 3 steken over zijn op de naald, meerder 1 steek richting rechts, 3 recht. NAALD 3 (verkeerde kant): Lees TIP VOOR HET MEERDEREN-2. 3 averecht, meerder 1 steek richting rechts, brei averecht tot er 3 steken over zijn op de naald, meerder 1 steek richting links, 3 averecht. NA NAALD 3: Brei NAALDEN 2 en 3 in totaal 12-12-12-12-13-13-13 keer (24-24-24-24-26-26-26 naalden gebreid). Na de laatste meerdering zijn er 78-80-80-82-86-86-90 steken. Denk om de stekenverhouding. Knip de draad af en plaats de steken op een hulpdraad. RECHTER VOORBIES: Zet 18 steken op met rondbreinaald 4 mm: NAALD 1 (goede kant): Brei 15 RIBBELSTEKEN – zie uitleg hierboven, 1 recht, haal 1 steek averecht af met de draad aan de voorkant, 1 recht. NAALD 2 (verkeerde kant): Haal 1 steek averecht af met de draad aan de voorkant, 1 recht, haal 1 steek averecht af met de draad aan de voorkant, brei 15 ribbelsteken. NAALD 3 (goede kant): Brei 15 ribbelsteken, 1 recht, haal 1 steek averecht af met de draad aan de voorkant, 1 recht. NAALD 4 (verkeerde kant): Haal 1 steek averecht af met de draad aan de voorkant, 1 recht, haal 1 steek averecht af met de draad aan de voorkant, brei 8 ribbelsteken. NAALD 5 (goede kant): Brei 8 ribbelsteken, 1 recht, haal 1 steek averecht af met de draad aan de voorkant, 1 recht. Herhaal NAALDEN 2 tot 5 tot de voorbies 7-8-8-8-8-8-9 cm meet langs de kortste rand (= ongeveer de helft van de breedte van de hals op het achterpand), eindig na een naald aan de verkeerde kant. Zet de steken op een hulpdraad. Brei nu het rechter voorpand samen met deze voorbies als volgt. RECHTER VOORPAND: Vind de rechter schouder achter als volgt: Leg het achterpand plat neer, met de goede kant naar boven, met de hulpdraad naar u toe; de rechterkant van het werk = rechterschouder. Begin aan de goede kant bij het armsgat op de rechter schouder achter en neem 1 steek op in elke gebreide naald, aan de binnenkant van de buitenste steek tot aan de hals (= 24-24-24-24-26-26-26 steken), brei dan over de voorbies (15 ribbelsteken en 3 steken PUNNIKRAND, dus geen korte naald) = 42-42-42-42-44-44-44 steken. Voeg 1 markeerder in bij de hals. Alle afmetingen op het voorpand worden vanaf deze markeerder genomen. Brei tricotsteek en de voorbiessteken zoals hiervoor (geen verkorte naalden meer over de voorbies). U mindert nu de voorbiessteken en meerdert voor de V-hals aan de binnenkant van de voorbies + 2 steken maar voordat de minderingen/meerderingen klaar zijn, wordt het werk aan de kant gelegd en wordt het linker voorpand gebreid. Lees de volgende 3 delen door voordat u verder gaat, zodat u weet hoe het werk wordt gebreid. MINDERINGEN OP DE VOORBIES: Als het werk 5 cm meet vanaf de markeerder, begin dan met het minderen van de voorbies door de eerste 2 ribbelsteken samen te breien (aan de goede kant gezien). Minder zo iedere 1½ cm in totaal 10 keer = 8 voorbiessteken over: 5 ribbelsteken en 3 steken PUNNIKRAND). MEERDEREN VOOR DE V-HALS: Als het werk 7-7-8-8-8-8-8 cm meet, meerder dan voor de halslijn als volgt: NAALD 1 (goede kant): Brei tot er 2 steken over zijn voor de voorbies, meerder 1 steek richting rechts, 2 recht en brei de voorbies zoals hiervoor. NAALD 2 (verkeerde kant): Brei de voorbies zoals hiervoor, brei averecht tot het einde van de naald. Meerder voor de V-hals iedere 2e naald (elke naald aan de goede kant) in totaal 12-12-12-12-12-12-14 keer, dan iedere 4e naald 3-4-4-5-5-5-5 keer. Als hetwerk 11-12-12-12-14-14-15 cm meet, leg het dan aan de kant en eindig na een naald aan de verkeerde kant. Knip de draad af, plaats de steken op een hulpdraad en brei de linker voorbies en het voorpand. LINKER VOORBIES: Zet 18 steken op met rondbreinaald 4 mm: NAALD 1 (goede kant): Haal 1 steek averecht af met de draad aan de voorkant, 1 recht, haal 1 steek averecht af met de draad aan de voorkant, met 15 ribbelsteken. NAALD 2 (verkeerde kant): Brei 15 ribbelsteken, 1 recht, haal 1 steek averecht af met de draad aan de voorkant, 1 recht. NAALD 3 (goede kant): Haal 1 steek averecht af met de draad aan de voorkant, 1 recht, haal 1 steek averecht af met de draad aan de voorkant, met 8 ribbelsteken. NAALD 4 (verkeerde kant): Brei 8 ribbelsteken, 1 recht, haal 1 steek averecht af met de draad aan de voorkant, 1 recht. Herhaal NAALDEN 1 tot 4 tot de voorbies 7-8-8-8-8-8-9 cm meet langs de kortste rand (= ongeveer ½ van de breedte van de hals op het achterpand), eindig na een naald aan de verkeerde kant. Brei nu het linker voorpand samen met deze voorbies. LINKER VOORPAND: Brei de voorbiessteken zoals hiervoor, ga dan verder aan de goede kant bij de hals op de linker schouder achter en neem 1 steek op in elke gebreide naald, aan de binnenkant van de buitenste steek tot het armsgat (= 24-24-24-24-26-26-26 steken) = 42-42-42-42-44-44-44 steken. Voeg 1 markeerder in bij de hals. Alle afmetingen op het voorpand worden vanaf deze markeerdraad genomen. Brei tricotsteek en de voorbiessteken zoals hiervoor (15 ribbelsteken en 3 steken PUNNIK), er zijn geen verkorte naalden meer op de voorbies. U mindert nu de voorbiessteken en meerdert voor de V-hals aan de binnenkant van de voorbies + 2 steken maar voordat de minderingen/meerderingen klaar zijn, worden de voorpanden en het achterpand samen gebreid en worden steken voor de mouwen opgenomen. Lees de volgende 3 delen door voordat u verder gaat, zodat u weet hoe het werk wordt gebreid. MINDEREN DE VOORBIES: Als het werk 5 cm meet vanaf de markeerder, begin dan met het minderen van de voorbies door de laatste 2 ribbelsteken samen te breien (aan de goede kant gezien). Minder zo iedere 1½ cm in totaal 10 keer = 8 voorbiessteken over (= 3 steken PUNNIKRAND en 5 ribbelsteken). MEERDEREN VOOR DE V-HALS: Als het werk 7-7-8-8-8-8-8 cm meet, meerder dan voor de halslijn als volgt: NAALD 1 (goede kant): Brei de voorbies zoals hiervoor + 2 rechte steken, meerder 1 steek richting links, brei recht tot het einde van de naald. NAALD 2 (verkeerde kant): Brei averecht en brei de voorbies. Meerder voor de V-hals iedere 2e naald (iedere naald aan de goede kant) in totaal 12-12-12-12-12-12-14 keer, dan iedere 4e naald 3-4-4-5-5-5-5 keer. TEGELIJKERTIJD, als het werk 11-12-12-12-14-14-15 cm meet, worden de voor- en achterpanden op dezelfde naald gezet en worden er steken opgenomen voor de mouwen als volgt; denk eraan om door te gaan met de minderingen over de biezen en de meerderingen voor de hals. PAS: NAALD 1 (goede kant): Begin aan de goede kant op het linker voorpand. Brei de voorbies zoals hiervoor, brei dan recht tot er 1 steek over is op het voorpand, voeg 1 markeerder in, brei de laatste steek op het voorpand recht (hoort bij de mouw), neem 22-24-24-24-30-30-32 steken op langs de zijkant van het linker voorpand, aan de binnenkant van de buitenste steek, brei de eerste steek op het achterpand recht (hoort bij de mouw), Voeg 1 markeerder in, brei recht tot er 1 steek over is op het achterpand, voeg 1 markeerder in, brei de laatste steek op het achterpand recht (hoort bij de mouw), neem 22-24-24-24-30-30-32 steken op langs de zijkant van het rechter voorpand, aan de binnenkant van de buitenste steek, brei de eerste steek op het rechter voorpand recht (hoort bij de mouw), voeg 1 markeerder in, brei recht over het rechter voorpand en brei de voorbies zoals hiervoor. NAALD 2 (verkeerde kant): Brei averecht, met de biezen zoals hiervoor. NAALD 3 (goede kant): Brei de voorbies, brei recht tot de eerste markeerder, verplaats de markeerder naar de rechter naald, meerder 1 steek richting links, brei recht tot de volgende markeerder, meerder 1 steek richting rechts, verplaats de markeerder naar de rechter naald, brei recht tot de volgende markeerder, verplaats de markeerder naar de rechter naald, meerder 1 steek richting links, brei recht tot de volgende markeerder, meerder 1 steek richting rechts, verplaats de markeerder naar de rechter naald, brei tot het einde van de naald zoals hiervoor. NAALD 4 (verkeerde kant): Brei averecht, met de biezen zoals hiervoor. NA NAALD 4: Brei NAALDEN 3 en 4 tot u 16-16-15-14-10-6-2 keer in de hoogte op de mouwen heeft gemeerderd (32-32-30-28-20-12-4 naalden gebreid): 56-58-56-54-52-44-38 steken op elke mouw en 76-78-78-80-84-84-88 steken op het achterpand. Meerder nu op zowel het lijf als de mouwen, meerder 2 steken aan de binnenkant van de markeerders op het lijf zodat er 2 steken tussen de meerderingen op de mouwen en op het lijf zijn: NAALD 1 (goede kant): Brei zoals hiervoor tot er 2 steken over zijn voor de eerste markeerder, meerder 1 steek richting rechts, 2 recht, verplaats de markeerder naar de rechter naald, meerder 1 steek richting links, brei recht tot de volgende markeerder (= mouw), meerder 1 steek richting rechts, verplaats de markeerder naar de rechter naald, 2 recht, meerder 1 steek richting links, brei recht tot er 2 steken over zijn voor de volgende markeerder, meerder 1 steek richting rechts, 2 recht, verplaats de markeerder naar de rechter naald, meerder 1 steek richting links, brei recht tot de volgende markeerder (= mouw), meerder 1 steek richting rechts, verplaats de markeerder naar de rechter naald, 2 recht, meerder 1 steek richting links, brei tot het einde van de naald zoals hiervoor (8 gemeerderde steken; 1 gemeerderde steek aan elke kant van de 2 rechte steken in elke overgang tussen het lijf en de mouwen). NAALD 2 (verkeerde kant): Averecht, met de biezen zoals hiervoor. Brei NAALDEN 1 en 2 tot u 3-6-10-12-14-19-23 keer in de hoogte heeft gemeerderd (6-12-20-24-28-38-46 naalden gebreid). Er zijn in totaal 19-22-25-26-24-25-25 meerderingen in de hoogte op de mouwen en 3-6-10-12-14-19-23 meerderingen in de hoogte op de voor- en achterpanden: 62-70-76-78-80-82-84 steken op elke mouw, 82-90-98-104-112-122-134 steken op het achterpand en 49-53-57-60-64-69-75 steken op elk voorpand. De minderingen voor de biezen en meerderingen voor de V-hals zijn klaar. De mouw meet ongeveer 14-16-18-19-17-18-18 cm; Als het vest dubbel gevouwen is op de schouder, meet het werk ongeveer 19-22-24-25-25-25-26 cm vanaf de buitenkant op de schouder en naar beneden over het armsgat. Als het werk korter is dan dit, brei dan verder zonder verdere meerderingen tot de juiste afmetingen. Verdeel nu het werk voor het lijf en de mouwen. VERDELEN VOOR HET LIJF EN DE MOUWEN Brei 49-53-57-60-64-69-75 steken zoals hiervoor (= voorpand), kant de volgende 62-70-76-78-80-82-84 steken op een hulpdraad voor de mouw af, zet 6-6-8-10-12-14-16 steken op (midden onder de mouw), brei 82-90-98-104-112-122-134 steken (achterpand), plaats de volgende 62-70-76-78-80-82-84 steken op een hulpdraadvoor de mouw, zet 6-6-8-10-12-14-16 steken op (midden onder de mouw), brei de laatste 49-53-57-60-64-69-75 steken zoals hiervoor (voorpand). Het lijf en de mouwen worden apart verder gebreid. LIJF: = 192-208-228-244-264-288-316 steken. Voeg 1 markeerdraad in, in het midden van de 6-6-8-10-12-14-16 opgezette steken onder elke mouw en laat neem de markeerdraden mee tijdens het breien in de hoogte; Ze worden gebruikt bij het minderen/meerderen aan elke kant van het lijf. Brei tricotsteek heen en weer gebreid met de biezen zoals hiervoor. Als het lijf 4 cm meet vanaf de scheiding, meerder dan 1 steek aan elke kant van beide markeerdraden – lees TIP VOOR HET MEERDEREN-3 (4 gemeerderde steken). Meerder zo elke 3 cm in totaal 6 keer = 216-232-252-268-288-312-340 steken. Ga verder met tricotsteek en de biezen tot het werk 52-54-56-58-60-62-64 cm meet vanaf de opzetrand midden achter. Brei AFKANTEN IN PUNNIKRAND – lees uitleg hierboven. Het vest meet ongeveer 54-56-58-60-62-64-66 cm vanaf de schouder. MOUWEN: Plaats de 62-70-76-78-80-82-84 mouwsteken van een hulpdraad op rondbreinaald 4 mm en neem 1 steek op in elk van de 6-6-8-10-12-14-16 opgezette steken onder de mouw – lees MOUWTIP = 68-76-84-88-92-96-100 steken. Voeg een markeerdraad in, in het midden van de 6-6-8-10-12-14-16 nieuwe steken onder de mouw. De naald begint bij de markeerdraad. Brei in tricotsteek in de rondte. Minder TEGELIJKERTIJD op naald 1, midden onder de mouw – lees TIP VOOR HET MINDEREN als volgt: Minder 2 steken iedere 4-4-3-2½-2½-2½-2 cm, 4-8-10-12-12-14-14 keer = 60-60-64-64-68-68-72 steken. Brei verder tot de mouw 40-39-38-38-40-40-40 cm meet vanaf de scheiding. Brei AFKANTEN IN PUNNIKRAND. RIEM: Gebruik rondbreinaald 4 mm. Zet 5 steken op. Brei 1 naald recht. Brei dan een tube als volgt: * Duw de 5 steken naar het rechter uiteinde van de naald zonder te keren, trek de draad aan, brei alle steken recht *, brei van *-* tot de riem 170-200 cm meet. De riem wordt om de taille geknoopt. AFWERKING: Naai de biezen aan de halslijn en naai de 2 biezen samen midden achter. |
|
![]() |
|
Heeft u dit patroon gemaakt?Tag dan uw afbeeldingen met #dropspattern #coffeeblissjacket of stuur ze naar de #dropsfan galerij. Heeft u hulp nodig voor dit patroon?U vind 30 instructievideo's, een commentaar/vragengedeelte en nog veel meer, als u naar het patroon gaat op garnstudio.com © 1982-2026 DROPS Design A/S. Alle rechten voorbehouden. Op dit document, inclusief alle subdocumenten, rust copyright. Lees meer over wat u kunt doen met onze patronen onderaan elk patroon op onze site |
|
Laat een opmerking achter voor DROPS 272-44
Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!
Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.