Red Moon Sweater#redmoonsweater |
|
![]() |
![]() |
Gebreide trui in DROPS Fiesta. Het werk wordt van boven naar beneden gebreid in tricotsteek met Europese pas. Maten XS - XXXL.
DROPS 272-35 |
|
|
------------------------------------------------------- UITLEG VOOR HET PATROON: ------------------------------------------------------- TIP VOOR HET MEERDEREN-1: MEERDER 1 STEEK RICHTING LINKS – aan de GOEDE KANT: Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de naald eronder op te nemen, neem de draad op vanaf de voorkant en brei recht door de lus aan de achterkant van de naald. MEERDER 1 STEEK RICHTING RECHTS - aan de GOEDE KANT: Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de naald eronder op te nemen, neem de draad op vanaf de achterkant en brei recht door de lus die aan de voorkant van de naald ligt. TIP VOOR HET MEERDEREN-2: MEERDER 1 STEEK RICHTING RECHTS- op de verkeerde kant VERKEERDE KANT: Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de naald eronder op te nemen, neem de draad op vanaf de achterkant en brei averecht door de lus aan de voorkant van de naald. MEERDER 1 STEEK RICHTING LINKS – op de VERKEERDE KANT: Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de naald eronder op te nemen, neem de draad op vanaf de voorkant en brei averecht door de lus aan de achterkant van de naald. TIP VOOR HET MEERDEREN-3: Bij het gelijkmatig meerderen op de eerste naald boordsteek is het belangrijk om de steken die daarna averecht worden gebreid te meerderen, zodat de rechte steken mooi doorlopen vanaf de tricotsteek. MOUWTIP: Als u steken opneemt onder de mouw, kan er een klein gaatje ontstaan in de overgang tussen de steken op het lijf en de mouw. Dit gaatje kan gesloten worden door de draad tussen 2 steken op te nemen en deze gedraaid samen te breien met de eerste steek tussen het lijf en de mouw. TIP VOOR HET MINDEREN: Minder 1 steek aan elke kant van de markeerdraad als volgt: Brei tot er 3 steken over zijn voor de markeerdraad, 2 recht samen, 2 recht (de markeerdraad zit tussen deze 2 steken), haal 1 steek recht af, 1 recht en haal de afgehaalde steek over de gebreide steek (2 steken geminderd). ------------------------------------------------------- BEGIN HET WERK HIER: ------------------------------------------------------- TRUI – KORTE SAMENVATTING VAN HET WERK. Het patroon gebruikt zowel lange als korte naalden; begin met de lengte die past bij het aantal steken en wissel wanneer nodig. Brei volgens punten 1 – 5. 1. ACHTERPAND: Zet steken op voor de achterkant van de hals. Brei het achterpand heen en weer, van boven naar beneden, meerder steken aan elke kant tot het aantal schoudersteken bereikt is. Het achterpand heeft ietwat diagonale schouders. 2. VOORPAND: Wordt in 2 delen gebreid (elke kant van de hals). Begin door steken op te nemen langs een schouder achter, brei naar beneden en meerder voor de halslijn. Herhaal op de andere schouder. Vervolgens worden er steken opgezet voor de voorkant van de halslijn en de schouders worden samengevoegd voor het voorpand, dat verder heen en weer wordt gebreid tot de juiste maat. 3. PAS: Plaats alle steken op dezelfde rondbreinaald, brei eerst het voorpand, neem steken op voor een mouw langs de zijkant van het voorpand, brei het achterpand, neem steken op voor de tweede mouw langs de andere kant van het andere voorpand. De pas wordt in de rondte verder gebreid. 4. MEERDEREN VOOR HET LIJF EN DE MOUWEN: Terwijl u verder gaat met de pas, worden er steken gemeerderd, eerst voor de mouwen en later voor zowel het lijf als de mouwen. 5. LIJF EN MOUWEN: Als de meerderingen en de pas klaar zijn, wordt de pas verdeeld voor het lijf en de mouwen. Het lijf wordt verder in de rondte gebreid terwijl de mouwen wachten. Dan worden de mouwen in de rondte gebreid, van boven naar beneden. Er worden steken opgenomen rondom de halslijn en de hals wordt in de rondte gebreid op het einde. ------------------------------------------------------- ACHTERPAND: Het werk wordt heen en weer gebreid. Zet 37-37-37-37-39-39-39 steken op met rondbreinaald 4 mm en DROPS Fiesta. NAALD 1 (verkeerde kant): Averecht. NAALD 2 (goede kant): Lees TIP VOOR HET MEERDEREN-1. Brei 3 recht, meerder 1 steek richting links, brei recht tot er 3 steken over zijn op de naald, meerder 1 steek richting rechts, 3 recht. NAALD 3 (verkeerde kant): Lees TIP VOOR HET MEERDEREN-2. 3 averecht, meerder 1 steek richting rechts, brei averecht tot er 3 steken over zijn op de naald, meerder 1 steek richting links, 3 averecht. NA NAALD 3: Brei NAALDEN 2 en 3 in totaal 10-11-12-13-13-14-15 keer (20-22-24-26-26-28-30 naalden gebreid) = 77-81-85-89-91-95-99 steken. Denk om de stekenverhouding. Knip de draad af en plaats de steken op een hulpdraad. LINKERSCHOUDER: Vind de linker schouder achter als volgt: Leg het achterpand plat neer, met de goede kant naar boven, met de hulpdraad naar u toe; de linkerkant van het werk = linkerschouder. Begin aan de goede kant bij de hals op de linker schouder achter en neem 1 steek op in elke gebreide naald, aan de binnenkant van de buitenste steek tot het armsgat (20-22-24-26-26-28-30 steken), eindig door 1 steek op te nemen aan de buitenkant op de schouder (kantsteek) = 21-23-25-27-27-29-31 schoudersteken. Voeg 1 markeerder in bij de hals. Alle afmetingen op het voorpand worden vanaf deze markeerder genomen, gemeten in de breirichting. Brei tricotsteek, met de eerste naald aan de verkeerde kant. Als het werk 6-6-7-8-8-9-10 cm meet, meerder dan voor de halslijn als volgt: NAALD 1 (goede kant): Recht. NAALD 2 (verkeerde kant): Averecht, zet 1 steek op aan het einde van de naald. Brei NAALDEN 1 en 2 in totaal 4-4-4-4-5-5-5 keer (8-8-8-8-10-10-10 naalden gebreid) = 25-27-29-31-32-34-36 steken. De meerderingen voor de halslijn zijn klaar. Het werk meet ongeveer: 9-9-10-11-12-13-14 cm vanaf de markeerder. Ongeveer 2 cm van de halslijndiepte ligt op het achterpand. Knip de draad af en plaats de steken op een hulpdraad en brei de rechterschouder over de rechter schouder achter. RECHTERSCHOUDER: Begin aan de goede kant bij het armsgat op de rechter schouder achter en neem 1 steek op aan de buitenkant van de schouder (kantsteek), neem dan 1 steek op in elke gebreide naald, aan de binnenkant van de buitenste steek tot aan de hals (20-22-24-26-26-28-30 steken) = 21-23-25-27-27-29-31 schoudersteken. Voeg 1 markeerder in bij de hals. Alle afmetingen op het voorpand worden vanaf deze markeerder genomen, gemeten in de breirichting. Brei tricotsteek, met de eerste naald aan de verkeerde kant. Als het werk 6-6-7-8-8-9-10 cm meet, meerder dan voor de halslijn als volgt: NAALD 1 (goede kant): Recht, zet 1 steek op aan het einde van de naald. NAALD 2 (verkeerde kant): Averecht. Brei NAALDEN 1 en 2 in totaal 4-4-4-4-5-5-5 keer (8-8-8-8-10-10-10 naalden gebreid) = 25-27-29-31-32-34-36 steken. VOORPAND: Voeg op de volgende naald (goede kant) de voorste schouders samen voor het voorpand als volgt: Brei de 25-27-29-31-32-34-36 steken op de rechterschouder recht, zet 27 steken op voor de halslijn, brei de 25-27-29-31-32-34-36 steken op de linkerschouder recht = 77-81-85-89-91-95-99 steken. Ga verder met tricotsteek heen en weer gebreid tot het voorpand 12-12-14-14-14-14-16 cm meet vanaf de markeerder, met de laatste naald aan de verkeerde kant. Nu worden de voor- en achterpanden samengevoegd en worden er steken opgenomen voor de mouwen als volgt. NAALD 1 (goede kant): Brei de eerste steek op het voorpand recht (deze steek hoort bij de mouw), voeg 1 markeerder in (begin van de naald), brei recht tot er 1 steek over is op het voorpand, voeg 1 markeerder in, brei de laatste steek op het voorpand recht (hoort bij de mouw), neem 25-25-29-29-29-29-33 steken op langs de linkerkant van het voorpand (= mouwsteken die worden opgenomen aan de binnenkant van de buitenste steek), Brei de eerste steek op het achterpand recht (hoort bij de mouw), voeg 1 markeerder in, brei recht tot er 1 steek over is op het achterpand, voeg 1 markeerder in, brei de laatste steek op het achterpand recht (hoort bij de mouw), neem 25-25-29-29-29-29-33 steken op langs de rechterkant van het voorpand (= mouwsteken die worden opgenomen aan de binnenkant van de buitenste steek) = 204-212-228-236-240-248-264 steken. Brei de eerste steek recht zodat de naald begint in de overgang tussen het voorpand en de mouw. Er zijn 27-27-31-31-31-31-35 steken op elke mouw en 75-79-83-87-89-93-97 steken op de voor- en achterpanden. PAS: Ga verder in de rondte als volgt: NAALD 1: Brei recht en meerder 1 steek aan elke kant van de mouwen – denk om TIP VOOR HET MEERDEREN-1, meerder 1 steek richting links aan het begin van de mouw en 1 steek richting rechts aan het einde van de mouw; Het aantal steken op elke mouw neemt toe, maar blijft hetzelfde op de voor- en achterpanden. NAALD 2: Brei recht zonder te meerderen. Brei NAALDEN 1 en 2 in totaal 10-12-12-12-10-9-5 keer (20-24-24-24-20-18-10 naalden gebreid. 10-12-12-12-10-9-5 meerderingen in de hoogte op de mouwen, met 47-51-55-55-51-49-45 steken op elke mouw en 75-79-83-87-89-93-97 steken op de voor- en achterpanden) = 244-260-276-284-280-284-284 steken. U meerdert nu op zowel het lijf als de mouwen, meerder aan de binnenkant van 2 steken op het lijf zodat er 2 steken tussen de meerderingen op het lijf en de mouwen zijn. Brei dan als volgt: NAALD 1: * 2 recht, meerder 1 steek richting links, brei recht tot er 2 steken over zijn voor de volgende markeerder, meerder 1 steek richting rechts, 2 recht, verplaats de markeerder naar de rechter naald, meerder 1 steek richting links, brei naar de volgende markeerder (= mouw), meerder 1 steek richting rechts, verplaats de markeerder naar de rechter naald, * Brei van *-* 1 keer (8 gemeerderde steken: 1 gemeerderde steek aan elke kant van de 2 steken in elke overgang tussen het lijf en de mouwen). NAALD 2: Brei recht zonder te meerderen. Brei NAALDEN 1 en 2 in totaal 9-10-12-13-17-19-23 keer (18-20-24-26-34-38-46 naalden gebreid). Er zijn in totaal 10-11-13-13-14-15-16 meerderingen in de hoogte op de mouwen en 9-10-12-13-17-19-23 meerderingen in de hoogte op het lijf: 65-71-79-81-85-87-91 steken op elke mouw en 93-99-107-113-123-131-143 steken op de voor- en achterpanden = 316-340-372-388-416-436-468 steken. De mouw meet ongeveer 14-16-17-18-19-20-20 cm. Als de trui dubbel gevouwen wordt op de schouder, meet het werk ongeveer: 20-22-24-25-26-27-28 cm vanaf de buitenkant op de schouder en naar beneden over het armsgat. Als het werk korter is dan dit, brei dan verder zonder verdere meerderingen tot de juiste lengte. Verdeel nu het werk voor het lijf en de mouwen. VERDELEN VOOR HET LIJF EN DE MOUWEN Brei de eerste 93-99-107-113-123-131-143 steken recht (= voorpand), plaats de volgende 65-71-79-81-85-87-91 steken op een hulpdraad voor de mouw, zet 4-6-6-8-10-12-12 steken op (midden onder de mouw), brei 93-99-107-113-123-131-143 steken recht (achterpand), plaats de volgende 65-71-79-81-85-87-91 Zet steken op een hulpdraad voor de mouw, zet 4-6-6-8-10-12-12 steken op (midden onder de mouw). Het lijf en de mouwen worden apart verder gebreid. LIJF: = 194-210-226-242-266-286-310 steken. Voeg 1 markeerder in, in het midden van de 4-6-6-8-10-12-12 opgezette steken onder een mouw. Brei recht tot de markeerder; de naald begint nu hier. Ga verder met tricotsteek in de rondte tot het werk 46-48-50-52-53-55-57 cm meet vanaf de opzetrand midden achter. Ga verder met rondbreinaald 3 mm. Brei boordsteek (1 recht en 1 averecht). Meerder tegelijkertijd 38-42-46-50-54-58-64 steken verdeeld op de eerste naald – lees TIP VOOR HET MEERDEREN-3 = 232-252-272-292-320-344-374 steken. Als de boordsteek 4-4-4-4-5-5-5 cm meet, brei dan 1 naald recht en kant dan af met recht. De trui meet ca. 50-52-54-56-58-60-62 cm vanaf midden achter en 52-54-56-58-60-62-64 cm vanaf de bovenkant van de schouder. MOUWEN: Plaats de 65-71-79-81-85-87-91 mouwsteken van een hulpdraad op rondbreinaald 4 mm en neem 1 steek op in elk van de 4-6-6-8-10-12-12 opgezette steken onder de mouw – lees MOUWTIP = 69-77-85-89-95-99-103 steken. Voeg een markeerdraad in, in het midden van de 4-6-6-8-10-12-12 nieuwe steken onder de mouw. De naald begint bij de markeerdraad. Brei in tricotsteek in de rondte. Minder TEGELIJKERTIJD, na 1 naald, midden onder de mouw – lees TIP VOOR HET MINDEREN als volgt: Minder 2 steken iedere 2e naald 2-2-2-3-3-4-4 keer, dan 2 steken iedere 10-5-3-3-2½-2-2 cm, 3-6-9-9-11-11-12 keer = 59-61-63-65-67-69-71 steken. Brei verder tot de mouw 37-35-34-34-32-31-31 cm meet vanaf de scheiding. Ga verder met breinaalden zonder knop maat 3 mm. Brei boordsteek (1 recht, 1 averecht), meerder tegelijkertijd 11-13-13-13-13-15-15 steken verdeeld op de eerste naald – denk om TIP VOOR HET MEERDEREN-3 = 70-74-76-78-80-84-86 steken. Als de boordsteek 4-4-4-4-5-5-5 cm meet, brei dan 1 naald recht en kant dan af met recht. De mouw meet ca. 41-39-38-38-37-36-36 cm vanaf de scheiding en 55-55-55-56-56-56-56 cm vanaf de opneemrand op de schouder. HALS: Gebruik rondbreinaald 3 mm. Begin aan de goede kant, midden achter en neem 104-104-106-108-116-118-120 steken op aan de binnenkant van 1 steek rondom de halslijn. Brei in tricotsteek in de rondte voor 3-3-3½-3½-4-4-4½ cm. Brei 2 naalden boordsteek (1 recht en 1 averecht). Brei 2 naalden recht. Kant ietwat losjes af met recht. |
|
![]() |
|
Heeft u dit patroon gemaakt?Tag dan uw afbeeldingen met #dropspattern #redmoonsweater of stuur ze naar de #dropsfan galerij. Heeft u hulp nodig voor dit patroon?U vind 29 instructievideo's, een commentaar/vragengedeelte en nog veel meer, als u naar het patroon gaat op garnstudio.com © 1982-2026 DROPS Design A/S. Alle rechten voorbehouden. Op dit document, inclusief alle subdocumenten, rust copyright. Lees meer over wat u kunt doen met onze patronen onderaan elk patroon op onze site |
|
Laat een opmerking achter voor DROPS 272-35
Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!
Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.