BESPAAR 30% op 5 leuke wolgarens
DROPS Safran
100% katoen
vanaf 1.15 € /50g
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 5.75€ krijgen.

De garenkosten worden berekend op basis van het benodigde materiaal voor de kleinste maat en het goedkoopste producttype. Op zoek naar nog een scherpere prijs? Deze vindt u wellicht bij de DROPS Deals!

DROPS Super Sale

Blue Wish Shorts

Gehaakte korte broek in DROPS Safran. Het werk wordt van boven naar beneden gehaakt met kantpatroon aan de onderkant van de pijpen en koord in de taille. Maat XS – XXXL.

Markeer maat:


DROPS 266-35

#bluewishshorts

DROPS design: Patroon e-397
Garengroep A
----------------------------------------------------------

MAAT:
XS - S - M - L - XL - XXL - XXXL

GAREN:
DROPS SAFRAN van garnstudio (behoort tot garengroep A)
250-300-300-350-350-400-450 g kleur 05, Lavendel

HAAKNAALD:
DROPS HAAKNAALD 3.5 mm.

STEKENVERHOUDING:
22 stokjes in de breedte en 12 toeren in de hoogte op haaknaald 3.5 mm = 10 x 10 cm.
22 vasten in de breedte en 25 toeren in de hoogte op haaknaald 3.5 mm = 10 x 10 cm.
LET OP: De haaknaald is slechts een richtlijn! Als u te veel steken heeft op 10 cm, haak dan verder met een grotere haaknaald, als u te weinig steken heeft op 10 cm haak dan verder met een kleinere haaknaald.

-------------------------------------------------------

Alternatief garen – Bekijk hier hoe u een ander garen kiest
Garengroep A tot F – Bekijk hier hoe u hetzelfde patroon gebruikt met een ander garen
Garenverbruik als u een alternatief garen kiest – Gebruik onze garenvervanger

-------------------------------------------------------

Misschien vindt u deze ook leuk...

DROPS Safran
100% katoen
vanaf 1.15 € /50g
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 5.75€ krijgen.

De garenkosten worden berekend op basis van het benodigde materiaal voor de kleinste maat en het goedkoopste producttype. Op zoek naar nog een scherpere prijs? Deze vindt u wellicht bij de DROPS Deals!

Instructies voor het patroon

0
0


----------------------------------------------------------

UITLEG VOOR HET PATROON:

----------------------------------------------------------

LOSSE:
Als u aan het uiteinde van de haaknaald haakt, is de losse vaak te strak. 1 losse zou even lang moeten zijn als 1 vaste/half stokje/stokje breed is.

PATROON:
Zie telpatronen A.1 tot A.6.
Lees de telpatronen van rechts naar links als u aan de goede kant haakt en van links naar rechts als u aan de verkeerde kant haakt.

TIP VOOR HET MEERDEREN:
Meerder 1 stokje door 2 stokjes in dezelfde steek te haken.

TIP VOOR HET MINDEREN:
Minder 1 stokje door 2 stokjes samen te haken tot 1 stokje als volgt:
* Maak 1 omslag, voeg de haaknaald in de volgende steek, pak de draad, maak 1 omslag en haal de draad door de 2 eerste lussen op de haaknaald *, herhaal van *-* 2 keer in totaal, maak 1 omslag en haal de draad door alle 3 lussen op de haaknaald (= 1 steek geminderd).

----------------------------------------------------------

BEGIN HET WERK HIER:

----------------------------------------------------------

KORTE BROEK - KORTE SAMENVATTING VAN HET WERK:
Haak in de rondte van boven naar beneden. Haak eerst een rand in de rondte met een naald met gaatjes om het koord door te rijgen. Haak dan een verhoging aan de achterkant van de short - haak de verhoging heen en weer met verkorte toeren om het achterpand te vormen. Haak in de rondte na de verhoging.
Verdeel het werk voor de pijpen, haak een kruisje heen en weer van midden voor naar midden achter. Bevestig het kruisje aan het achterpand van de short. Haak dan elke pijp in de rondte en eindig met een kanten rand aan de onderkant van de pijpen. Haak een touwtje voor het koordje.

RAND MET OOGJES:
Haak 137-157-173-189-205-229-257 LOSSEN - lees uitleg hierboven, op haaknaald 3.5 mm met DROPS Safran. Zet de lossen samen in een ring met 1 halve vaste in de eerste losse. Haak verder als volgt:
Haak A.1a in de eerste steek (= begin en einde van de toer = midden achter), haak dan A.1b over de hele toer = 136-156-172-188-204-228-256 vasten + 1 losse aan het begin van de toer. Ga zo verder in patroon. Denk om de stekenverhouding!
Als A.1 is gehaakt, meet de rand ongeveer 3 cm. Haak dan een verhoging zoals hieronder uitgelegd:

HOOGTE:
Begin midden achter, haak A.2a in de eerste steek, haak A.2b over de volgende 6-7-7-8-8-9-9 steken, haak A.2c in de volgende steek, keer het werk.
Haak A.2c in de eerste steek, haak A.2b over de volgende 13-15-15-17-17-19-19 steken, haak A.2a in de volgende steek, keer het werk.
Haak A.2a in de eerste steek, haak A.2b over de volgende 20-23-23-26-26-29-29 steken, haak A.2c in de volgende steek, keer het werk.
Haak A.2c in de eerste steek, haak A.2b over de volgende 27-31-31-35-35-39-39 steken, haak A.2a in de volgende steek, keer het werk.
Ga zo verder heen en weer door 7-8-8-9-9-10-10 steken meer te haken bij elke keer tot er 16-16-18-18-20-20-22 naalden in totaal zijn gehaakt (het werk wordt 8-8-9-9-10-10-11 keer gekeerd aan elke kant). Het werk meet ongeveer 9-9-10-10-11-11-12 cm vanaf de opzetrand midden achter.
Na de laatste keer keren, haakt u vasten tot midden achter. Haak dan het werk in de rondte vanaf midden achter zoals uitgelegd hieronder.

KORTE BROEK:
Haak 1 toer met vasten in de rondte over alle steken, dus haak de eerste toer in A.1. Haak dan stokjes als volgt: Haak A.3a in de eerste steek, haak A.3b over de hele toer. Ga zo verder met stokjes in de rondte.
Bij een hoogte van 5-5-5-5-6-6-6 cm vanaf de opzetrand midden voor, voeg dan 4 markeerders in het werk, dit wordt gedaan zonder de steken te haken – begin midden achter, tel 27-32-35-39-42-48-54 steken (inclusief het 1e stokje aan het begin van de toer = 3 lossen), voeg 1 markeerder in de volgende steek, tel 14-14-16-16-18-18-20 steken, voeg 1 markeerder in de volgende steek, tel 52-62-68-76-82-94-106 steken (= aan de voorkant op de korte broek), Voeg 1 markeerder in de volgende steek, tel 14-14-16-16-18-18-20 steken, voeg 1 markeerder in de volgende steek, er zijn 26-31-34-38-41-47-53 steken over op de naald.
Ga verder met A.3 in de rondte zoals hiervoor. Meerder TEGELIJKERTIJD op de eerste toer 1 stokje in de steek voor de 1e en 3e markeerder en na de 2e en 4e markeerder – lees TIP VOOR HET MEERDEREN (= 4 steken gemeerderd). Meerder zo iedere toer 10-8-4-3-1-0-0 keer en dan om de toer 4-5-8-9-11-11-11 keer = 192-208-220-236-252-272-300 stokjes + 3 lossen aan het begin van de toer. LET OP! Zorg ervoor dat de markeerders in dezelfde steek blijven zitten als u ze meeneemt tijdens het haken, zodat er altijd 14-14-16-16-18-18-20 steken aan elke kant van de korte broek tussen de steken met de markeerders zijn.
Bij een hoogte van 23-25-27-29-31-33-34 cm vanaf de opzetrand midden voor, verdeel dan het werk voor de pijpen en haak een kruisje midden voor tot midden achter op de korte broek. Knip het garen af.

KRUISJE:
Tel 97-105-111-119-127-137-151 stokjes (inclusief 1e stokje aan het begin van de toer = 3 lossen) en voeg 1 markeerder in voor de volgende steek (= midden voor).
Begin aan de goede kant 2-2-2-3-3-4-4 steken voor deze markeerder, haak A.4a in de eerste steek, haak A.4b in elk van de volgende 2-2-2-4-4-6-6 volgende steken, haak A.4c in de laatste steek. Haak A.4 heen en weer als volgt. TEGELIJKERTIJD, als het kruisje 4 cm meet, meerder dan 1 steek aan elke kant - denk om TIP VOOR HET MEERDEREN en meerder aan de binnenkant van de buitenste steek aan elke kant. Meerder zo iedere 4 cm 2-2-2-3-3-4-4 keer in totaal = 8-8-8-12-12-16-16 steken.
Als er 1 toer over is voor het kruisje 12-12-12-15-15-18-18 cm meet, meerder dan 1 stokje in het midden van de toer = 9-9-9-13-13-17-17 steken. Hecht af, het kruisje meet ongeveer 12-12-12-15-15-18-18 cm.

AFWERKING:
Hecht het kruisje aan de achterkant van de korte broek - het begin van de naald moet in het midden van het kruisje passen - naai de rand tegen de rand met kleine steken.

LINKER PIJP:
Begin aan de goede kant op het kruis aan de achterkant, haak 1 halve vaste in de eerste steek, haak A.3a in deze steek, haak dan A.3b rond de pijp als volgt: Haak 25-25-25-32-32-39-39 stokjes over het kruis en haak 1 stokje in elk van de 90-98-104-109-117-124-138 stokjes rond de pijp op de korte broek = 115-123-129-141-149-163-177 stokjes + 3 lossen aan het begin van de toer. Ga verder met A.3 in de rondte tot de pijp ongeveer 4-4-5-6-6-7-7 cm meet – pas TEGELIJKERTIJD op de laatste naald het aantal steken aan naar 113-125-131-143-149-161-179 stokjes + 3 lossen – lees TIP VOOR HET MEERDEREN en TIP VOOR HET MINDEREN in de uitleg hierboven.
Begin op de volgende naald met de kantrand en haak als volgt: Haak A.5a over de 4 eerste steken, haak A.5b 18-20-21-23-24-26-29 keer in totaal, haak A.5c over de laatste 2 steken. Ga zo verder in patroon tot A.5 is gehaakt. Knip en hecht het garen af. De pijp meet ongeveer 8-8-9-10-10-11-11 cm vanaf de scheiding.

RECHTER PIJP:
Begin aan de goede kant op het kruisje aan de achterkant, haak 1 halve vaste in de eerste steek, haak A.3a in deze steek, haak dan A.3b rondom de pijp als volgt: Haak 1 stokje in elk van de 90-98-104-109-117-124-138 stokjes rondom het been op de korte broek en haak 25-25-25-32-32-39-39 stokjes over het kruisje = 115-123-129-141-149-163-177 stokjes + 3 lossen aan het begin van de toer. Ga verder met A.3 in de rondte tot de pijp ongeveer 4-4-5-6-6-7-7 cm meet – pas TEGELIJKERTIJD op de laatste naald het aantal steken aan naar 113-125-131-143-149-161-179 stokjes + 3 lossen – denk om TIP VOOR HET MEERDEREN en TIP VOOR HET MINDEREN.
Begin op de volgende naald met de kantrand en haak als volgt: Haak A.5a over de 4 eerste steken, haak A.5b 18-20-21-23-24-26-29 keer in totaal, haak A.5c over de laatste 2 steken. Ga zo verder in patroon tot A.5 is gehaakt. Knip en hecht het garen af.

KOORD:
Haak 1 losse op haaknaald 3.5 mm met DROPS Safran, gebruik 2 draden (haal de draad in de bol naar buiten en gebruik deze samen met de draad die al gebruikt wordt). Plaats de draden bij elkaar, maar gebruik de linker wijsvinger om de draden uit elkaar te houden (plaats een draad op de bovenkant van de wijsvinger en plaats een draad op de onderkant van de wijsvinger) en zorg ervoor dat de draden die worden gebruikt op dezelfde plaats zitten terwijl u werkt. Haak het koord volgens telpatroon A.6 tot het koord ongeveer 130-140-150-160-170-180-190 cm meet – of haak tot de gewenste lengte. Knip de draden af, haal de draden door de steek en hecht af.
Rijg het garen op en neer door de naald met gaatjes aan de bovenkant van de korte broek – begin en eindig ongeveer midden voor.

Telpatroon

deze toer (grijs gemarkeerd) is reeds gehaakt en laat alleen zien hoe de volgende toer gehaakt moet worden in de steken eronder = deze toer (grijs gemarkeerd) is reeds gehaakt en laat alleen zien hoe de volgende toer gehaakt moet worden in de steken eronder
1 losse = 1 losse
1 losse (staat gelijk aan 1 vaste aan het begin van de toer), eindig de toer met 1 halve vaste in deze losse = 1 losse (staat gelijk aan 1 vaste aan het begin van de toer), eindig de toer met 1 halve vaste in deze losse
1 vaste in de steek eronder / 1 vaste om de lossenlus = 1 vaste in de steek eronder / 1 vaste om de lossenlus
3 lossen (staat gelijk aan 1 stokje aan het begin van de toer), eindig de toer met 1 halve vaste in de 3e losse van het begin van de toer. = 3 lossen (staat gelijk aan 1 stokje aan het begin van de toer), eindig de toer met 1 halve vaste in de 3e losse van het begin van de toer.
1 stokje in de steek eronder = 1 stokje in de steek eronder
1 halve vaste in de steek eronder = 1 halve vaste in de steek eronder
3 lossen = 3 lossen
1 half stokje in de steek eronder = 1 half stokje in de steek eronder
1 stokje in de 3e losse van het begin van de toer = 1 stokje in de 3e losse van het begin van de toer
haak 7 stokjes in de middelste losse in de lossenlus eronder = haak 7 stokjes in de middelste losse in de lossenlus eronder
Strikken: * Neem de draden zoals uitgelegd in het patroon, * breng de haaknaald over en rond de onderste draad (= 2 lussen op de haaknaald), neem de haaknaald onder en om de bovenste draad en haal deze draad door beide lussen op de haaknaald *, haak van *naar* = Strikken: * Neem de draden zoals uitgelegd in het patroon, * breng de haaknaald over en rond de onderste draad (= 2 lussen op de haaknaald), neem de haaknaald onder en om de bovenste draad en haal deze draad door beide lussen op de haaknaald *, haak van *naar*
haakrichting = haakrichting
Diagram for DROPS 266-35
Diagram for DROPS 266-35
Diagram for DROPS 266-35
Heeft u een vraag? Bekijk een lijst met vaak gestelde vragen (FAQ)

De stekenverhouding bepaalt de uiteindelijke afmetingen van uw werkstuk en wordt normaliter aangegeven in 10 x 10 cm. Het wordt als volgt aangegeven: het aantal steken in de breedte x het aantal naalden in de hoogte - dus: 19 steken x 26 naalden = 10 x 10 cm.

De stekenverhouding is heel erg individueel; sommige mensen breien/haken heel losjes, terwijl anderen vrij strak werken. De stekenverhouding past u aan met de naalddikte, wat de reden is waarom we slechts een suggestie voor de naalddikte geven! U moet deze aanpassen (naar boven of beneden) om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding overeenkomt met de stekenverhouding die aangegeven staat in het patroon. Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan zal het garenverbruik anders zijn, en zal uw werkstuk andere afmetingen krijgen dan het patroon aangeeft.

De stekenverhouding geeft tevens aan welk garen als vervanging kan dienen. U kunt verschillende garens met elkaar vervangen, zolang de stekenverhouding maar hetzelfde is.

Bekijk de DROPS les: Hoe u de stekenverhouding opmeet

Bekijk de DROPS video: Hoe u een proeflapje maakt

De benodigde hoeveelheid garen wordt aangegeven in grammen, dus bijvoorbeeld: 450 g. Om uit te rekenen hoeveel bollen u nodig heeft, moet u eerst weten hoeveel gram er in 1 bol gaat (25 g, 50 g, of 100 g). Deze informatie vindt u door op de individuele garenkwaliteit te klikken op onze site. Deel de hoeveelheid benodigde garen door de hoeveelheid per bol. Bijvoorbeeld, als de bollen 50 gram wegen (de meest gebruikelijke hoeveelheid), ziet de berekening er als volgt uit: 450 / 50 = 9 bollen.

Bij het kiezen van een ander garen is het belangrijk dat de stekenverhouding hetzelfde blijft. De afmetingen van het uiteindelijke werk zijn dan hetzelfde als aangegeven in de tekening bij het patroon. Het is makkelijker om dezelfde stekenverhouding te krijgen als u garen gebruikt uit dezelfde garengroep. Het is ook mogelijk om meerdere draden van een dunner garen te gebruiken om de stekenverhouding van een dikker garen te krijgen. Probeer onze garenvervanger. We raden u aan om altijd een proeflapje te maken.

LET OP: als u een ander garen neemt, kan het kledingstuk een andere 'look en feel' krijgen dan het kledingstuk op de foto, vanwege individuele eigenschappen en kwaliteiten van elk garen.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

Al onze garens zijn ondergebracht in garengroepen (van A tot F) volgens dikte en stekenverhouding – groep A bevat de dunste garens en groep F de dikste. Dit maakt het makkelijker voor u om alternatieve garens te vinden voor onze patronen, indien u graag ander garen wilt gebruiken. Alle garens binnen dezelfde groep hebben ongeveer eenzelfde stekenverhouding en kunnen elkaar vervangen. Het is wel zo dat verschillende garenkwaliteiten verschillende structuren en eigenschappen hebben, wat het uiteindelijke werkstuk een unieke 'look en feel' geeft.

Klik hier voor een overzicht van de garens in elke garengroep

Bovenaan al onze patronen vindt u een link naar onze garenvervanger, welke handig kan zijn als u een ander garen wilt gebruiken dan staat aangegeven in het patroon. Door het garen in te vullen dat u wilt vervangen, de hoeveelheid (in uw maat) en het aantal draden, stelt de vervanger geschikte alternatieven voor met dezelfde stekenverhouding. Daarnaast wordt aangegeven hoeveel u nodig heeft in de nieuwe kwaliteiten en of u met meerdere draden moet werken. De meeste bollen zijn 50 gram (sommige zijn 25 gram of 100 gram).

Als het patroon met meerdere kleuren wordt gebreid/gehaakt, moet elke kleur apart worden vervangen. Dit geldt ook als het patroon met verschillende draden van verschillende garens wordt gemaakt (bijvoorbeeld 1 draad Alpaca en 1 draad Kid-Silk) dan zult u voor elk individueel alternatieven moeten vinden.

Klik hier voor de garenvervanger

Omdat de verschillende garens verschillende kwaliteiten en verschillend texturen hebben, hebben we ervoor gekozen om het originele garen in het patroon te laten staan. Maar u kunt vrij makkelijk andere opties vinden tussen de beschikbare garenkwaliteiten door onze garenvervanger te gebruiken, of door een garen uit dezelfde garengroep uit te kiezen.

Het is mogelijk dat sommige verkooppunten nog bollen op voorraad hebben van garens die niet meer leverbaar zijn, of dat iemand thuis nog een paar bollen heeft liggen en hier een patroon bij zoekt.

De garenvervanger laat alternatieve garens zien en de hoeveelheid die u nodig heeft in de nieuwe kwaliteit.

Als u het lastig vindt om te bepalen welke maat u moet maken, dan is het wellicht een goed idee om een bestaand kledingstuk dat goed zit, op te meten. Vervolgens kunt u de maat kiezen door de afmetingen te vergelijken met de afmetingen in de maattekening bij het patroon.

U kunt de maattekening onderaan het patroon vinden.

Bekijk DROPS les: Maattekeningen lezen

De naalddikte die aangegeven is in het patroon geldt slechts als een richtlijn, het is van belang dat de stekenverhouding klopt. En omdat de stekenverhouding per persoon nogal verschillend is, zult u de naalddikte aan moeten passen om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding hetzelfde is als in het patroon – misschien is het nodig dat u 1 of zelfs 2 naalddiktes naar beneden of naar boven moet om de juiste stekenverhouding te krijgen. Daarom raden we ook aan om een proeflapje te maken.

Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan kunnen de afmetingen van het werkstuk afwijken van de afmetingen volgens de tekening.

Bekijk de DROPS les: Hoe meet u de stekenverhouding

Bekijk de DROPS video: Hoe maakt u een proeflapje voor de stekenverhouding

Als u een kledingstuk van boven naar beneden breit, dan geeft dit meer flexibiliteit en mogelijkheden voor persoonlijke aanpassingen. Het is bijvoorbeeld makkelijker om het kledingstuk te passen terwijl u er mee bezig bent. U kunt ook makkelijker de lengte van de pas en de schouderkoppen aanpassen.

In de uitleg worden alle stappen zorgvuldig uitgelegd in de juiste volgorde. De telpatronen zijn aangepast aan de breirichting en worden zoals gebruikelijk gebreid.

Het telpatroon laat alle naalden en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt gelezen van onder naar boven, van rechts naar links. 1 vierkant = 1 steek.

Als u heen en weer breit, wordt elke andere naald aan de goede kant gebreid en elke andere naald wordt aan de verkeerde kant gebreid. Als u aan de verkeerde kant breit, moet u het telpatroon omgekeerd breien, dus van links naar rechts. rechte steken worden dan averecht gebreid en averechte steken recht, etc.

Als u in de rondte breit wordt elke naald aan de goede kant gebreid en het telpatroon wordt dan van rechts naar links gebreid op alle naalden.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees ik de teltekening bij de patronen?

Het telpatroon laat alle toeren en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt van onder naar boven gehaakt en van rechts naar links.

Als u heen en weer haakt, wordt elke andere toer aan de goede kant gehaakt: van rechts naar links en elke andere toer wordt aan de verkeerde kant gehaakt: vank links naar rechts.

Als u in de rondte haakt, wordt elke toer in het telpatroon aan de goede kant gehaakt, van rechts naar links.

Als u een cirkelvormig telpatroon haakt, dan begint u in het midden en haakt u naar buiten toe, tegen de klok in, toer na toer.

Meestal beginnen de toeren met een opgegeven aantal lossen (overeenkomend met de hoogte van de volgende steek), deze zijn of in het telpatroon opgenomen, of uitgelegd in het patroon.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees je telpatronen voor haken

Instructies om verschillende telpatronen achter elkaar op dezelfde naald/toer te breien/haken, worden meestal als volgt beschreven: “brei/haak A.1, A.2, A.3 in totaal 0-0-2-3-4 keer". Dit betekent dat u A.1 een keer breit/haakt, daarna wordt A.2 een keer gebreid/gehaakt, en A.3 wordt het aantal aangegeven keren (in de breedte) in uw maat gebreid/gehaakt – in dit geval als volgt: S = 0 keer, M = 0 keer, L=2 keer, XL= 3 keer en XXL = 4 keer.

De telpatronen worden zoals gebruikelijk gebreid/gehaakt: begin met de eerste naald/toer in A.1, brei/haak dan de volgende naald/toer in A.2 etc.

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor breien leest

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor haken leest

De totale breedte van het kledingstuk (van pols tot pols) is groter in de grotere maten, ondanks dat de eigenlijke mouwen korter zijn. De grotere maten hebben langere mouwkoppen en bredere schouders, dus er is een goede pasvorm in alle maten.

De tekening/ het schema met de afmetingen geeft informatie over de volledige lengte van het kledingstuk. Als het een trui of een vest betreft, dan wordt deze vanaf het hoogste punt op de schouder gemeten (meestal het dichtst bij de halslijn), en recht naar beneden tot de onderkant van het kledingstuk. Het wordt NIET gemeten vanaf de punt van de schouder. Op gelijke wijze wordt ook de lengte van de pas gemeten, vanaf het hoogste punt op de schouder en naar beneden tot waar de pas gesplitst wordt voor het lijf en de mouwen.

Op een vest worden de afmetingen nooit over de biezen genomen, tenzij anders aangegeven. Meet altijd binnen de biessteken als u de lengte opmeet.

Bekijk de DROPS les: Maattekeningen lezen

Telpatronen worden vaak herhaald in de breedte op de naald en/of in de hoogte. 1 herhaling van het telpatroon is hoe het te zien is in het telpatroon. Als er staat dat u 5 herhalingen van A.1 op de naald moet breien, dan breit u het patroon in totaal 5 keer achter/na elkaar op de naald. Als er staat dat u 2 herhalingen van A.1 in de hoogte moet breien, dan breit u het hele telpatroon (dus alle naalden van het telpatroon) een keer en begint u opnieuw onderaan bij het begin en breit u het telpatroon nog een keer.

Lossen zijn ietsje smaller dan andere steken en om te voorkomen dat de opzetrand te strak wordt, haken we eenvoudigweg meer lossen om mee te beginnen. Het aantal steken wordt in de volgende toer aangepast zodat het overeenkomt met het patroon en de afmetingen in de tekening.

De rand in ribbelsteek is elastischer en zal ietwat samentrekken vergeleken met bijvoorbeeld tricotsteek. Door te meerderen voor de rand in ribbelsteek, voorkomt u een zichtbaar verschil in breedte tussen de rand in ribbelsteek en de rest van het lijf.

Het gebeurt vrij makkelijk dat u te strak afkant, en door omslagen te maken tijdens het afkanten (terwijl u deze tegelijkertijd afkant) voorkomt u dat de afkantrand te strak wordt.

Bekijk de DROPS video: Hoe kant u af met omslagen

Om gelijkmatig te meerderen (of te minderen) kunt u meerderen op, bijvoorbeeld: afwisselend elke 3e en 4e naald, als volgt: brei 2 naalden en meerder op de 3e naald, brei 3 naalden en meerder op de 4e naald. Herhaal dit tot het meerderen klaar is.

Bekijk de DROPS les: Meerder of minder 1 st afwisselend

Als u liever in de rondte breit dan heen en weer, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen. U moet dan steken midden voor toevoegen (meestal 5 steken) en de instructies volgen. Als u normaal het werk keert en aan de verkeerde kant breit, breit u nu over de extra steken en gaat u verder in de rondte. Aan het einde knipt u het werk open. Neem steken op voor de biezen en werk de afgeknipte randen af.

Bekijk de DROPS video: Hoe breit u knipbiezen en openknippen

Als u liever heen en weer breit dan in de rondt, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen zodat u de panden apart van elkaar breit en aan het eind aan elkaar naait. Deel de steken voor het lijf in tweeën en voeg 1 kantsteek toe aan elke kant (voor het in elkaar naaien) en brei het voor- en achterpand apart van elkaar.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een patroon aanpassen van rondbreinaalden naar rechte naalden?

Herhalingen van het patroon kunnen een beetje anders zijn in de verschillende maten, om de juiste verhoudingen te krijgen. Als u niet dezelfde maat maakt als het kledingstuk op de foto, wijkt uw werkstuk wellicht ietsje af. Dit is met zorg ontwikkeld en aangepaste zodat het totale beeld van het kledingstuk hetzelfde is in alle maten.

Zorg ervoor dat u de instructies en de telpatronen voor uw maat volgt!

Als u een patroon heeft gevonden doe alleen beschikbaar is in damesmaten, dan hoeft het niet heel moeilijk te zijn om deze aan te passen naar een herenmaat. Het grootste verschil is de lengte van de mouwen en het lijf. Begin met breien in de damesmaat die overeenkomt met de borstwijdte. De lengte die erbij komt wordt namelijk gebreid voordat u begint met afkanten voor de armsgaten. Als het patroon van boven naar beneden wordt gebreid, kunt u lengte toevoegen vlak na de armsgaten of voor de eerste mindering op de mouw.

Wat betreft de extra hoeveelheid garen wat u nodig heeft: dit hangt heel erg af van hoeveel lengte u toevoegt, maar het is vaak meter dat u een bol te veel hebt dan te weinig.

Alle garens hebben vezels die uitsteken (door de productie) waardoor een kledingstuk gaat pluizen of pillen. Geborstelde garens (dus meer harige garens) hebben meer van deze losse, uitstekende vezels waardoor het eerder gaat pluizen of pillen.

Hoewel het niet mogelijk is om te garanderen dat geborsteld garen 100% pluisvrij is, is het wel mogelijk om dit drastisch af te laten nemen, door de volgende stappen te ondernemen:

1. Als het kledingstuk klaar is (voordat u het gaat wassen) schudt u het kledingstuk flink uit, zodat de losse haartjes eruit komen. LET OP: gebruik GEEN roller, borstel of andere methode, waardoor aan het kledingstuk getrokken wordt

2. Plaats het kledingstuk in een plastic zak en leg het in de vriezer - de temperatuur zorgt ervoor dat de vezels minder aan elkaar blijven zitten, en uitstekende vezels komen makkelijker los.

3. Laat een paar uur in de vriezer liggen, voordat u het eruit haalt en schudt het kledingstuk dan opnieuw uit.

4. Was het kledingstuk volgens de instructies op het garenlabel.

Pillen is een natuurlijk proces dat zelfs bij de meest exclusieve vezels voorkomt. Het is een natuurlijk teken van dragen dat lastig is te voorkomen en het meest zichtbaar is in gebieden waar de meeste wrijving optreedt, zoals bij de mouwen en de manchetten.

U kunt uw kledingstuk er als nieuw uit laten zien door het pillen te verwijderen met een pluizenkam of pillenverwijderaar.

Kunt u het antwoord op uw vraag nog steeds niet vinden? Scroll dan naar beneden en laat een vraag achter zodat een van onze experts kan proberen u te helpen. Dit wordt normaal tussen 5 tot 10 werkdagen gedaan..
In de tussentijd kunt u de vragen en antwoorden lezen die anderen bij dit patroon achter hebben gelaten of doe mee met de DROPS Workshop op Facebook om hulp te krijgen van mede breisters en haaksters!
Heeft u dit patroon gemaakt?
Tag dan uw afbeeldingen met #dropspattern #bluewishshorts of stuur ze naar de #dropsfan galerij.

Laat een opmerking achter voor DROPS 266-35

Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!

Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.