Blooming Lace Cardigan#bloominglacecardigan |
|||||||||||||||||||||||||
![]() |
![]() |
||||||||||||||||||||||||
Gebreid vest in DROPS Nord. Het werk wordt van boven naar beneden gebreid met Europese pas, kantpatroon, PUNNIKRAND en korte mouwen. Maten XS - XXXL.
DROPS 267-23 |
|||||||||||||||||||||||||
|
------------------------------------------------------- UITLEG VOOR HET PATROON: ------------------------------------------------------- PATROON: Zie telpatronen A.1 tot A.5. Kies het telpatroon voor uw maat (geldt voor A.1, A.3 en A.5). De telpatronen worden van rechts naar links gelezen als u aan de goede kant breit en van links naar rechts als u aan de verkeerde kant breit. TIP VOOR HET MEERDEREN-1: MEERDER 1 STEEK RICHTING LINKS – aan de GOEDE KANT: Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de naald eronder op te nemen, neem de draad op vanaf de voorkant en brei recht door de lus aan de achterkant van de naald. MEERDER 1 STEEK RICHTING RECHTS- aan de GOEDE KANT): Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de naald eronder op te nemen, neem de draad op vanaf de achterkant en brei recht door de lus die aan de voorkant van de naald ligt. TIP VOOR HET MEERDEREN-2: MEERDER 1 STEEK RICHTING RECHTS- op de VERKEERDE KANT: Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de naald eronder op te nemen, neem de draad op vanaf de achterkant en brei averecht door de lus aan de voorkant van de naald. MEERDER 1 STEEK RICHTING LINKS – op de VERKEERDE KANT: Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de naald eronder op te nemen, neem de draad op vanaf de voorkant en brei averecht door de lus aan de achterkant van de naald. TIP VOOR HET MEERDEREN-3: Bij het gelijkmatig meerderen op de eerste naald boordsteek is het belangrijk om te meerderen in de steken die daarna averecht worden gebreid, zodat de gebreide steken mooi doorlopen vanaf de tricotsteek. RIBBELSTEEK: Brei alle naalden recht, aan zowel de goede als de verkeerde kant. 1 ribbel in de hoogte = brei 2 naalden recht. BIEZEN MET PUNNIKRAND: BEGIN VAN DE NAALD: Brei de voorbies als volgt (7 steken): Haal 1 steek averecht af met de draad aan de voorkant, 1 recht, brei 5 ribbelsteken. EINDE VAN DE NAALD: Brei de voorbies als volgt (7 steken): Brei tot er 7 steken over zijn op de naald, brei 5 ribbelsteken, haal 1 steek averecht af met de draad aan de voorkant, 1 recht. Brei zo aan zowel de goede als de verkeerde kant. KNOOPSGATEN: Brei de knoopsgaten op de rechter voorbies (als het kledingstuk gedragen wordt) aan de goede kant, als er 5 steken over zijn op de naald als volgt: NAALD 1 (goede kant): Maak 1 omslag, 2 recht samen, 1 recht, haal 1 steek averecht af met de draad aan de voorkant, 1 recht. NAALD 2 (verkeerde kant): Brei de voorbies zoals hiervoor, brei de omslag recht zodat er een gaatje ontstaat. Het eerste knoopsgat wordt op de eerste naald aan de goede kant gebreid nadat de hals klaar is. Brei dan de andere 5-5-5-5-5-6-6 knoopsgaten met 7½-7½-8-8-8-7½-7½ cm tussen elk. MOUWTIP: Als u steken opneemt onder de mouw, kan er een klein gaatje ontstaan in de overgang tussen de steken op het lijf en de mouw. Dit gaatje kan gesloten worden door de draad tussen 2 steken op te nemen en deze gedraaid samen te breien met de eerste steek tussen het lijf en de mouw. TIP VOOR HET MINDEREN: Minder 1 steek aan elke kant van de markeerdraad als volgt: Brei tot er 3 steken over zijn voor de markeerdraad, 2 recht samen, 2 recht (de markeerdraad zit tussen deze 2 steken), haal 1 steek recht af, 1 recht en haal de afgehaalde steek over de gebreide steek (2 steken geminderd). ------------------------------------------------------- BEGIN HET WERK HIER: ------------------------------------------------------- VEST – KORTE SAMENVATTING VAN HET WERK. Het patroon gebruikt zowel lange als korte naalden; begin met de lengte die past bij het aantal steken en wissel wanneer nodig. Brei volgens punten 1 – 5. 1. ACHTERPAND: Zet steken op voor de achterkant van de hals. Brei het achterpand heen en weer gebreid, meerder steken aan elke kant tot het aantal schoudersteken bereikt is. Het achterpand heeft een ietwat diagonale schouder. 2. VOORPANDEN: Begin door steken op te nemen langs een schouder achter, brei naar beneden en meerder voor de halslijn. Herhaal op de andere schouder. 3. PAS: Voeg de voor- en achterpanden samen, brei eerst 1 voorpand, neem steken op voor de mouw langs de zijkant van het voorpand, brei het achterpand, neem steken op voor de mouw langs de zijkant van het tweede voorpand, brei dan dit voorpand. De pas wordt heen en weer gebreid vanaf midden voor. 4. MEERDEREN VOOR HET LIJF EN DE MOUWEN: Terwijl u de pas breit, meerdert u eerst steken voor de mouwen, dan voor de mouwen en voorpanden en tot slot voor de mouwen, voorpanden en het achterpand. 5. LIJF EN MOUWEN: Wanneer alle meerderingen klaar zijn en de pas de juiste lengte heeft, wordt het verdeeld over het lijf en de mouwen. Het lijf wordt verder heen en weer gebreid terwijl de mouwen wachten. Dan worden de mouwen in de rondte gebreid, van boven naar beneden. Er worden steken opgenomen rondom de halslijn en de hals wordt op het einde heen en weer gebreid. ACHTERPAND: Het werk wordt heen en weer gebreid. Zet 44-44-44-44-50-50-50 steken op met rondbreinaald 3 mm en DROPS Nord. NAALD 1 (verkeerde kant): Averecht. NAALD 2 (goede kant): Lees TIP VOOR HET MEERDEREN-1. 3 recht, meerder 1 steek richting links, brei PATROON – lees uitleg hierboven, als volgt: A.1a, dan 2 keer A.1b, A.1c, meerder 1 steek richting rechts, 3 recht. NAALD 3 (verkeerde kant): Lees TIP VOOR HET MEERDEREN-2. 3 averecht, meerder 1 steek richting rechts, brei A.1c, dan A.1b 2 keer, A.1a, meerder 1 steek richting links, 3 averecht. NA NAALD 3: Brei NAALDEN 2 en 3 in totaal 12-13-14-15-15-16-17 keer (24-26-28-30-30-32-34 naalden gebreid). LET OP: De gemeerderde steken worden in het patroon gebreid, dus afwisselend 10-10-10-10-12-12-12 tricotsteken en 2 kantpatroonsteken, zorg ervoor dat de 3 buitenste steken aan elke kant altijd in tricotsteek worden gebreid. Na de laatste meerdering zijn er 92-96-100-104-110-114-118 steken. Denk om de stekenverhouding. Knip de draad af en plaats de steken op een hulpdraad. RECHTER VOORPAND: Vind de rechter schouder achter als volgt: Leg het achterpand plat neer, met de goede kant naar boven, met de hulpdraad naar u toe; de rechterkant van het werk = rechterschouder. Begin aan de goede kant bij het armsgat op de rechter schouder achter en neem 1 steek op in de buitenste steek (kantsteek), dan 1 steek in elke gebreide naald (aan de binnenkant van de buitenste steek) tot de halslijn (24-26-28-30-30-32-34 steken) = 25-27-29-31-31-33-35 schoudersteken. Voeg 1 markeerder in bij de hals. Alle afmetingen op het voorpand worden vanaf deze markeerder genomen, gemeten in de breirichting. Brei 1 naald averecht aan de verkeerde kant, brei dan patroon als volgt: NAALD 1 (goede kant): Brei 20-22-24-26-26-28-30 recht, brei A.2. NAALD 2 (verkeerde kant): Brei A.2, 20-22-24-26-26-28-30 averecht. Herhaal NAALDEN 1 en 2 tot het voorpand 5-6-7-8-6-8-9 cm meet vanaf de markeerder, eindig na een volledige herhaling van A.2 in de hoogte, zodat het patroon correct doorloopt. Meerder nu voor de halslijn als volgt: NAALD 1 (goede kant): Brei 20-22-24-26-26-28-30 recht, brei A.3 tot er 3 steken over zijn, meerder 1 steek richting rechts – denk om TIP VOOR HET MEERDEREN-1, 3 recht (de laatste 3 steken in A.3). NAALD 2 (verkeerde kant): Brei A.3 (de gemeerderde steken worden in het telpatroon getekend), 20-22-24-26-26-28-30 averecht. NAALD 3 (goede kant): Brei 20-22-24-26-26-28-30 recht, brei A.3. NAALD 4 (verkeerde kant): Brei A.3, 20-22-24-26-26-28-30 averecht. Brei NAALDEN 1 tot 4 in totaal 1-1-1-1-2-2-2 keer (4-4-4-4-8-8-8 naalden gebreid) = 26-28-30-32-33-35-37 steken. Ga verder met meerderen voor de halslijn als volgt: NAALD 1 (goede kant): Brei 20-22-24-26-26-28-30 recht, brei A.3 tot er 3 steken over zijn, meerder 1 steek richting rechts, 3 recht (de laatste 3 steken in A.3). NAALD 2 (verkeerde kant): Brei A.3, 20-22-24-26-26-28-30 averecht. Brei NAALDEN 1 en 2 in totaal 5 keer (10 naalden gebreid) = 31-33-35-37-38-40-42 steken. Zet aan het einde van de volgende naald aan de goede kant, 26-26-26-26-28-28-28 steken op voor de halslijn = 57-59-61-63-66-68-70 steken. De meerderingen voor de halslijn zijn klaar. Het werk meet 9-10-11-12-12-14-15 cm vanaf de markeerder. 2-2-2-2-2-3-3 cm van de halsdiepte ligt op het achterpand. Ga verder als volgt met de eerste naald aan de verkeerde kant: Brei 7 steken volgens BIEZEN MET PUNNIKRAND – lees uitleg hierboven, ga verder met A.3, brei 20-22-24-26-26-28-30 tricotsteken. Ga verder met dit patroon en herhaal de laatste 4 naalden in A.3 en verder. Denk om het eerste knoopsgat op de rechter voorbies – lees uitleg hierboven. Brei tot het voorpand 11-12-12-13-13-15-16 cm meet vanaf de markeerder, eindig na naald aan de verkeerde kant. Knip de draad af en plaats de steken op een hulpdraad. een Brei het linker voorpand. LINKER VOORPAND: Begin aan de goede kant bij de hals op de linker schouder achter en neem 1 steek op in elke gebreide naald (neem de steken op aan de binnenkant van de buitenste steek) tot het armsgat (24-26-28-30-30-32-34 steken), neem dan 1 steek op in de buitenste steek op de schouder (kantsteek) = 25-27-29-31-31-33-35 schoudersteken. Voeg 1 markeerder in bij de hals. Alle afmetingen op het voorpand worden vanaf deze markeerder genomen, gemeten in de breirichting. Brei 1 naald averecht aan de verkeerde kant, brei dan patroon als volgt: NAALD 1 (goede kant): Brei A.4, brei 20-22-24-26-26-28-30 recht. NAALD 2 (verkeerde kant): Brei 20-22-24-26-26-28-30 averecht, brei A.4. Herhaal NAALDEN 1 en 2 tot het voorpand 5-6-7-8-6-8-9 cm meet vanaf de markeerder, eindig na een volledige herhaling van A.4 in de hoogte zodat het patroon correct doorloopt. Meerder nu voor de halslijn als volgt: NAALD 1 (goede kant): Brei de eerste 3 steken in A.5, meerder 1 steek richting links - denk om TIP VOOR HET MEERDEREN-1, eindig de naald in A.5, brei 20-22-24-26-26-28-30 recht. NAALD 2 (verkeerde kant): Brei 20-22-24-26-26-28-30 averecht, brei A.5. NAALD 3 (goede kant): Brei A.5, brei 20-22-24-26-26-28-30 recht. NAALD 4 (verkeerde kant): 20-22-24-26-26-28-30 averecht, brei A.5 Brei NAALDEN 1 tot 4 in totaal 1-1-1-1-2-2-2 keer (4-4-4-4-8-8-8 naalden gebreid) = 26-28-30-32-33-35-37 steken. Ga verder met meerderen voor de halslijn als volgt: NAALD 1 (goede kant): Brei de eerste 3 steken in A.5, meerder 1 steek richting links, eindig de naald in A.5, brei 20-22-24-26-26-28-30 recht. NAALD 2 (verkeerde kant): Brei 20-22-24-26-26-28-30 averecht, brei A.5. Brei NAALDEN 1 en 2 in totaal 5 keer (10 naalden gebreid) = 31-33-35-37-38-40-42 steken. Zet aan het einde van de volgende naald aan de verkeerde kant, 26-26-26-26-28-28-28 steken op voor de halslijn = 57-59-61-63-66-68-70 steken. De meerderingen voor de halslijn zijn klaar. Het werk meet 9-10-11-12-12-14-15 cm vanaf de markeerder. 2-2-2-2-2-3-3 cm van de halsdiepte ligt op het achterpand. Ga verder als volgt met de eerste naald aan de verkeerde kant: Brei 7 steken volgens biezen met PUNNIKRAND, ga verder met A.5, brei 20-22-24-26-26-28-30 tricotsteken. Ga verder met dit patroon en herhaal de laatste 4 naalden vanaf A.5. Brei tot het voorpand 11-12-12-13-13-15-16 cm meet vanaf de markeerder, eindig na een naald aan de verkeerde kant. De voor- en achterpanden worden nu samengevoegd en er worden steken opgenomen voor de mouwen. PAS: NAALD 1 (goede kant): Begin aan de goede kant op het linker voorpand, brei de voorbiessteken zoals hiervoor, ga verder met A.5, brei dan recht tot er 2 steken over zijn op het voorpand, haal 1 steek af, 1 recht en haal de afgehaalde steek over (1 steek geminderd), voeg 1 markeerder in, neem 28-32-32-34-34-40-42 steken op langs de zijkant van het linker voorpand (= mouwsteken, gebreid aan de binnenkant van de buitenste steek), voeg 1 markeerdraad in, brei de eerste 2 steken op het achterpand recht samen (1 steek geminderd), ga verder met A.1 tot er 2 steken over zijn op het achterpand, haal 1 steek af, 1 recht en haal de afgehaalde steek over (1 steek geminderd), voeg 1 markeerdraad in, neem 28-32-32-34-34-40-42 steken op langs de zijkant van het rechter voorpand (= mouwsteken, opgenomen aan de binnenkant van de buitenste steek), voeg 1 markeerdraad in, brei de eerste 2 steken op het rechter voorpand recht samen (1 steek geminderd), brei recht tot er 37-37-37-37-40-40-40 steken over zijn, brei A.3 en de voorbiessteken zoals hiervoor = 258-274-282-294-306-326-338 steken. NAALD 2 (verkeerde kant): Ga verder met de biezen, patroon en tricotsteek tot aan de eerste markeerder, verplaats de markeerder naar de rechter naald, meerder 1 steek richting links, brei averecht naar de volgende markeerder, meerder 1 steek richting rechts, verplaats de markeerder naar de rechter naald, ga verder met A.1 naar de volgende markeerder, verplaats de markeerder naar de rechter naald. Meerder 1 steek richting links, brei averecht tot de volgende markeerder, meerder 1 steek richting rechts, verplaats de markeerder naar de rechter naald, brei tricotsteek, patroon en de voorbies zoals hiervoor = 262-278-286-298-310-330-342 steken. NAALD 3 (goede kant): Brei zoals hiervoor tot de eerste markeerder, verplaats de markeerder naar de rechter naald, meerder 1 steek richting links, brei recht tot de volgende markeerder, meerder 1 steek richting rechts, verplaats de markeerder naar de rechter naald, brei zoals hiervoor naar de volgende markeerder, verplaats de markeerder naar de rechter naald. Meerder 1 steek richting links, brei recht tot de volgende markeerder, meerder 1 steek richting rechts, verplaats de markeerder naar de rechter naald, brei tot het einde van de naald zoals hiervoor = 266-282-290-302-314-334-346 steken. NAALD 4 (verkeerde kant): Brei zoals hiervoor tot de eerste markeerder, verplaats de markeerdraad naar de rechter naald, meerder 1 steek richting links, brei averecht naar de volgende markeerder, meerder 1 steek richting rechts, verplaats de markeerdraad naar de rechter naald, brei zoals hiervoor naar de volgende markeerder, verplaats de markeerdraad naar de rechter naald. Meerder 1 steek richting links, brei averecht tot de volgende markeerder, meerder 1 steek richting rechts, verplaats de markeerder naar de rechter naald, brei tot het einde van de naald zoals hiervoor = 270-286-294-306-318-338-350 steken. NAALD 5 (goede kant): Brei zoals hiervoor tot de eerste markeerder, verplaats de markeerdraad naar de rechter naald, meerder 1 steek richting links, brei recht tot de volgende markeerder, meerder 1 steek richting rechts, verplaats de markeerdraad naar de rechter naald, brei zoals hiervoor naar de volgende markeerder, verplaats de markeerdraad naar de rechter naald, Meerder 1 steek richting links, brei recht tot de volgende markeerder, meerder 1 steek richting rechts, verplaats de markeerder naar de rechter naald, brei tot het einde van de naald zoals hiervoor = 274-290-298-310-322-342-354 steken. NAALD 6 (verkeerde kant): Brei zoals hiervoor zonder te meerderen. NA NAALD 6: Brei NAALDEN 5 en 6 in totaal 7-5-4-5-7-3-1 keer (14-10-8-10-14-6-2 naalden gebreid). Er zijn in totaal 10-8-7-8-10-6-4 meerderingen in de hoogte op de mouwen: 48-48-46-50-54-52-50 steken op elke mouw, 56-58-60-62-65-67-69 steken op elk voorpand en 90-94-98-102-108-112-116 steken op het achterpand = 298-306-310-326-346-350-354 steken. Meerder nu op zowel de mouwen als het lijf, meerder 2 steken aan de binnenkant van de markeerders op het lijf zodat er 2 steken tussen de meerderingen op de mouwen en het lijf zijn als volgt: NAALD 1 (goede kant): Brei zoals hiervoor tot er 2 steken over zijn op het voorpand voor de eerste markeerder, meerder 1 steek richting rechts, 2 recht, verplaats de markeerder naar de rechter naald, meerder 1 steek richting links, brei recht tot de volgende markeerder, meerder 1 steek richting rechts, verplaats de markeerder naar de rechter naald, 2 recht, meerder 1 steek richting links, ga verder met A.1 tot er 2 steken over zijn op het achterpand voor de volgende markeerder, meerder 1 steek richting rechts, 2 recht, verplaats de markeerder naar de rechter naald, meerder 1 steek richting links, brei recht tot de volgende markeerder, meerder 1 steek richting rechts. Verplaats de markeerdraad naar de rechter naald, 2 recht, meerder 1 steek richting links, brei tot het einde van de naald (= 8 gemeerderde steken, 1 aan elke kant van de 2 steken in elke overgang tussen het lijf en de mouwen). NAALD 2 (verkeerde kant): Brei zoals hiervoor zonder te meerderen. Brei NAALDEN 1 en 2 in totaal 12-14-16-18-21-26-31 keer (24-28-32-36-42-52-62 naalden gebreid). Denk erom dat de gemeerderde steken op het achterpand in A.1 worden gebreid en dat de 3 buitenste steken aan elke kant van het achterpand altijd in tricotsteek worden gebreid. Na de laatste meerdering heeft u 22-22-23-26-31-32-35 meerderingen in de hoogte op de mouwen gebreid en 12-14-16-18-21-26-31 meerderingen in de hoogte op het lijf: 72-76-78-86-96-104-112 steken op elke mouw, 68-72-76-80-86-93-100 steken op elk voorpand en 114-122-130-138-150-164-178 steken op het achterpand = 394-418-438-470-514-558-602 steken. De mouwen meten ongeveer 12-12-13-14-17-18-20 cm. Als het vest dubbel gevouwen is op de schouder, meet het werk ongeveer 18-18-19-21-24-26-28 cm vanaf de buitenkant op de schouder en naar beneden over het armsgat Brei verder zonder verdere meerderingen als de pas korter is dan dit. Verdeel nu het werk voor het lijf en de mouwen. VERDELEN VOOR HET LIJF EN DE MOUWEN: Brei de eerste 68-72-76-80-86-93-100 steken zoals hiervoor (= voorpand), plaats de volgende 72-76-78-86-96-104-112 steken op een hulpdraad voor de mouw, zet 6-8-10-12-14-16-18 steken op (midden onder de mouw), brei de volgende 114-122-130-138-150-164-178 steken zoals hiervoor (= achterpand), plaats de volgende 72-76-78-86-96-104-112 steken op een hulpdraad voor de mouw, zet 6-8-10-12-14-16-18 steken op (midden onder de mouw). Brei de laatste 68-72-76-80-86-93-100 steken zoals hiervoor (= voorpand). Het lijf en de mouwen worden apart verder gebreid. LIJF: = 262-282-302-322-350-382-414 steken. Voeg 1 markeerdraad in, in het midden van de 6-8-10-12-14-16-18 opgezette steken onder elke mouw. Ga verder met A.5 en A.3 op de voorpanden, brei A.1 op het achterpand tot aan de markeerdraden (3-8-1-6-2-10-4 tricotsteken voor de markeerdraad aan elke kant), tricotsteek over de andere steken en de biezen zoals hiervoor. Brei tot het werk 46-48-50-52-52-54-56 cm meet vanaf de opzetrand, midden achter. Begin op de volgende naald aan de goede kant met de boordsteek, meerder tegelijkertijd 36-40-44-48-50-54-58 steken verdeeld op de naald (meerder niet over de biezen), brei als volgt: Ga verder met rondbreinaald 2.5 mm, brei de voorbies zoals hiervoor, dan boordsteek (2 recht, 1 averecht) – denk om het meerderen en lees TIP VOOR HET MEERDEREN-3, tot er 9 steken over zijn, 2 recht en de voorbies zoals hiervoor = 298-322-346-370-400-436-472 steken. Als de boordsteek 2-2-2-2-3-3-3 cm meet, kant dan ietwat losjes af met recht boven recht en averecht boven averecht. Het vest meet ongeveer 48-50-52-54-55-57-59 cm vanaf midden achter en 50-52-54-56-58-60-62 cm vanaf de schouder. MOUWEN: Plaats de 72-76-78-86-96-104-1126 mouwsteken van een hulpdraad op rondbreinaald 3 mm en neem 1 steek op in elk van de 6-8-10-12-14-16-18 opgezette steken onder de mouw – lees MOUWTIP = 78-84-88-98-110-120-130 steken. Voeg een markeerdraad in, in het midden van de 6-8-10-12-14-16-18 steken onder de mouw. De naald begint bij de markeerdraad. Brei in tricotsteek in de rondte. Minder TEGELIJKERTIJD na 1 naald midden onder de mouw – lees TIP VOOR HET MINDEREN als volgt: Minder 2 keer 2 steken om de 2 cm, dan 1 keer 2 steken = 72-78-82-92-104-114-124 steken. Brei verder tot de mouw 15-15-14-14-9-9-7 cm meet vanaf de scheiding. Ga verder met breinaalden zonder knop maat 2.5 mm. Brei boordsteek (2 recht, 1 averecht), meerder tegelijkertijd 12-12-14-16-16-18-20 steken verdeeld op de eerste naald = 84-90-96-108-120-132-144 steken. Als de boordsteek 2-2-2-2-3-3-3 cm meet, kant dan ietwat losjes af met boordsteek. De mouw meet ca. 29-29-29-30-29-30-30 cm vanaf de schouder. HALS: Gebruik rondbreinaald 2.5 mm, begin aan de goede kant, midden voor en neem 130-133-136-139-148-154-157 steken op langs de halslijn (zorg ervoor dat u 1 steek opneemt in elke voorbiessteek). Brei 1 naald averecht, pas indien nodig het aantal steken aan (het moet deelbaar zijn door 2 + 1 + voorbiessteken). Brei de eerste naald als volgt aan de goede kant: De voorbies zoals hiervoor, boordsteek (2 recht, 1 averecht) tot er 9 steken over zijn, 2 recht en de voorbies zoals hiervoor. Als de boordsteek 2-2-2½-2½-3-3-3 cm meet, kant dan ietwat losjes af met recht boven recht en averecht boven averecht. AFWERKING: Naai de knopen op de linker voorbies. |
|||||||||||||||||||||||||
Uitleg van het telpatroon |
|||||||||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||||||||
![]() |
|||||||||||||||||||||||||
![]() |
|||||||||||||||||||||||||
![]() |
|||||||||||||||||||||||||
![]() |
|||||||||||||||||||||||||
![]() |
|||||||||||||||||||||||||
![]() |
|||||||||||||||||||||||||
Heeft u dit patroon gemaakt?Tag dan uw afbeeldingen met #dropspattern #bloominglacecardigan of stuur ze naar de #dropsfan galerij. Heeft u hulp nodig voor dit patroon?U vind 50 instructievideo's, een commentaar/vragengedeelte en nog veel meer, als u naar het patroon gaat op garnstudio.com © 1982-2026 DROPS Design A/S. Alle rechten voorbehouden. Op dit document, inclusief alle subdocumenten, rust copyright. Lees meer over wat u kunt doen met onze patronen onderaan elk patroon op onze site |
|||||||||||||||||||||||||
Laat een opmerking achter voor DROPS 267-23
Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!
Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.