Toffee Glow Sweater#toffeeglowsweater |
||||||||||||||||
![]() |
![]() |
|||||||||||||||
Gebreide trui in DROPS Paris. Het werk wordt van boven naar beneden gebreid in tricotsteek met Europeaanse pas, kleine kabels en rolhalsrand. Maten XS - XXXL.
DROPS 268-27 |
||||||||||||||||
|
------------------------------------------------------- UITLEG VOOR HET PATROON: ------------------------------------------------------- PATROON: Zie telpatronen A.1 en A.2. De telpatronen worden van rechts naar links gelezen als u aan de goede kant breit en van links naar rechts als u aan de verkeerde kant breit. TIP VOOR HET MEERDEREN-1: MEERDER 1 STEEK RICHTING LINKS – aan de goede kant: Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de naald eronder op te nemen, neem de draad op vanaf de voorkant en brei recht door de lus aan de achterkant van de naald. MEERDER 1 STEEK RICHTING RECHTS- aan de goede kant: Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de naald eronder op te nemen, neem de draad op vanaf de achterkant en brei recht door de lus die aan de voorkant van de naald ligt. TIP VOOR HET MEERDEREN-2: MEERDER 1 STEEK RICHTING RECHTS- op de verkeerde kant: Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de naald eronder op te nemen, neem de draad op vanaf de achterkant en brei averecht door de lus aan de voorkant van de naald. MEERDER 1 STEEK RICHTING LINKS – op de verkeerde kant: Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de naald eronder op te nemen, neem de draad op vanaf de voorkant en brei averecht door de lus aan de achterkant van de naald. MOUWTIP: Als u steken opneemt onder de mouw, kan er een klein gaatje ontstaan in de overgang tussen de steken op het lijf en de mouw. Dit gaatje kan gesloten worden door de draad tussen 2 steken op te nemen en deze gedraaid samen te breien met de eerste steek tussen het lijf en de mouw. TIP VOOR HET MINDEREN: Minder 1 steek aan elke kant van de markeerdraad als volgt: Brei tot er 3 steken over zijn voor de markeerdraad, 2 recht samen, 2 recht (de markeerdraad zit tussen deze 2 steken), haal 1 steek recht af, 1 recht en haal de afgehaalde steek over de gebreide steek (2 steken geminderd). ------------------------------------------------------- BEGIN HET WERK HIER: ------------------------------------------------------- TRUI – KORTE SAMENVATTING VAN HET WERK. Het patroon gebruikt zowel lange als korte naalden; begin met de lengte die past bij het aantal steken en wissel wanneer nodig. Als er een «0» in uw maat staat, sla dan de informatie over en ga gelijk verder met de volgende instructie. Brei volgens punten 1 – 5. 1. ACHTERPAND: Zet steken op voor de achterkant van de hals. Brei het achterpand heen en weer, van boven naar beneden, meerder steken aan elke kant tot het aantal schoudersteken bereikt is. Het achterpand heeft licht diagonale schouders. 2. VOORPAND: Wordt in 2 delen gebreid (elke kant van de hals). Begin door steken op te nemen langs een schouder achter, brei naar beneden en meerder voor de halslijn. Herhaal op de andere schouder. Dan worden er steken opgezet voor de voorkant van de halslijn en de 2 voorpanden worden samengevoegd. Het voorpand wordt tot de aangegeven lengte gebreid. 3. PAS: Plaats alle steken op dezelfde rondbreinaald, brei eerst een voorpand, neem steken op voor een mouw langs de zijkant van het voorpand, brei het achterpand, neem steken op voor de tweede mouw langs de zijkant van het andere voorpand. De pas wordt in de rondte voortgezet. 4. MEERDEREN VOOR HET LIJF EN DE MOUWEN: Terwijl u de pas voortzet, worden er steken gemeerderd, eerst voor de mouwen en later voor zowel het lijf als de mouwen. 5. LIJF EN MOUWEN: Als de meerderingen en de pas klaar zijn, wordt de pas verdeeld voor het lijf en de mouwen. Het lijf wordt in de rondte verder gebreid terwijl de mouwen wachten. Dan worden de mouwen in de rondte gebreid, van boven naar beneden. Er worden steken opgenomen rondom de halslijn en de hals wordt op het einde gebreid. ACHTERPAND: Het werk wordt heen en weer gebreid. Zet 28-30-30-30-32-32-32 steken op met rondbreinaald 5 mm en DROPS Paris. NAALD 1 (verkeerde kant): Averecht. NAALD 2 (goede kant): Lees TIP VOOR HET MEERDEREN-1. Brei 3 recht, meerder 1 steek richting links, brei recht tot er 3 steken over zijn op de naald, meerder 1 steek richting rechts, 3 recht. NAALD 3 (verkeerde kant): Lees TIP VOOR HET MEERDEREN-2. 3 averecht, meerder 1 steek richting rechts, brei averecht tot er 3 steken over zijn op de naald, meerder 1 steek richting links, 3 averecht. NA NAALD 3: Brei NAALDEN 2 en 3 in totaal 9-9-9-10-10-11-12 keer (18-18-18-20-20-22-24 naalden gebreid). Na de laatste meerdering zijn er 64-66-66-70-72-76-80 steken. Denk om de stekenverhouding. Knip de draad af en plaats de steken op een hulpdraad. LINKERSCHOUDER: Vind de linker schouder achter als volgt: Leg het achterpand plat neer, met de goede kant naar boven, met de hulpdraad naar u toe; de linkerkant van het werk = linkerschouder. Begin aan de goede kant bij de hals op de linker schouder achter en neem 1 steek op in elke gebreide naald, aan de binnenkant van de buitenste steek tot het armsgat (18-18-18-20-20-22-24 steken), eindig door 1 steek op te nemen aan de buitenkant op de schouder (kantsteek) = 19-19-19-21-21-23-25 schoudersteken. Voeg 1 markeerder in bij de hals. Alle afmetingen op het voorpand worden vanaf deze markeerder genomen, gemeten in de breirichting. Brei tricotsteek met de eerste naald aan de verkeerde kant. Als het werk 4-5-5-6-7-8-8 cm meet, meerder dan voor de halslijn als volgt: NAALD 1 (goede kant): 4 recht, brei A.1, brei recht tot het einde van de naald (1 gemeerderde steek). NAALD 2 (verkeerde kant): Brei averecht (denk erom dat u de omslagen gedraaid breit zoals beschreven in de uitleg over het symbool). NAALD 3 (goede kant): 4 recht, brei A.1, brei recht tot het einde van de naald (1 gemeerderde steek). NAALD 4 (verkeerde kant): Brei averecht (omslagen gedraaid). NAALD 5 (goede kant): 4 recht, brei A.1, brei recht tot het einde van de naald (1 gemeerderde steek). NAALD 6 (verkeerde kant): Brei averecht (omslagen gedraaid). Brei NAALDEN 1 tot 6 in totaal 2 keer (dus de telpatronen worden twee keer in de hoogte gebreid), brei dan naalden 1 en 2 nog een keer (14 naalden gebreid) = 26-26-26-28-28-30-32 steken. De halsmeerderingen zijn nu klaar. De pas meet ongeveer 10-11-11-12-13-14-14 cm vanaf de markeerder. Een deel van de halsdiepte ligt op het achterpand. De halsdiepte aan de voorkant = 9-9-9-10-11-12-12 cm. De halsdiepte op het achterpand = 1-2-2-2-2-2-2 cm. Plaats de steken op een hulpdraad en brei de rechter schouder voor over de rechter schouder achter als volgt. RECHTERSCHOUDER: Begin aan de goede kant bij de schouder op de rechter schouder achter en neem 1 steek op aan de buitenkant van de schouder (kantsteek), dan 1 steek in elke naald gebreid, aan de binnenkant van de buitenste steek tot de halslijn (18-18-18-20-20-22-24 steken) = 19-19-19-21-21-23-25 schoudersteken. Voeg 1 markeerder in bij de hals. Alle afmetingen op het voorpand worden vanaf deze markeerder genomen, gemeten in de breirichting. Brei tricotsteek met de eerste naald aan de verkeerde kant. Als het werk 4-5-5-6-7-8-8 cm meet, meerder dan voor de halslijn als volgt: NAALD 1 (goede kant): Brei recht tot er 8 steken over zijn op de naald, brei A.2, 4 recht. NAALD 2 (verkeerde kant): Brei averecht (denk erom dat u de omslagen gedraaid breit zoals beschreven in de uitleg over het symbool). NAALD 3 (goede kant): Brei recht tot er 8 steken over zijn op de naald, brei A.2, 4 recht. NAALD 4 (verkeerde kant): Brei averecht (omslagen gedraaid). NAALD 5 (goede kant): Brei recht tot er 8 steken over zijn op de naald, brei A.2, 4 recht. NAALD 6 (verkeerde kant): Brei averecht (omslagen gedraaid). Brei NAALDEN 1 tot 6 in totaal 2 keer (dus de telpatronen worden twee keer in de hoogte gebreid), brei dan naalden 1 en 2 nog een keer (14 naalden gebreid) = 26-26-26-28-28-30-32 steken. De halsmeerderingen zijn nu klaar. Het werk meet ongeveer 10-11-11-12-13-14-14 cm vanaf de markeerder. Een deel van de halsdiepte ligt op het achterpand. De halsdiepte aan de voorkant = 9-9-9-10-11-12-12 cm. De halsdiepte op het achterpand = 1-2-2-2-2-2-2 cm. VOORPAND: Voeg op de volgende naald aan de goede kant de 2 voorpanden samen als volgt: Brei recht over de 26-26-26-28-28-30-32 steken op de rechterschouder, zet 12-14-14-14-16-16-16 steken op voor de halslijn, brei recht over de 26-26-26-28-28-30-32 steken op de linkerschouder = 64-66-66-70-72-76-80 steken. Brei tricotsteek heen en weer gebreid tot het werk 11-12-12-13-14-15-16 cm meet vanaf de markeerder, met de laatste naald aan de verkeerde kant. De voor- en achterpanden worden nu samengevoegd en er worden steken opgenomen voor de mouwen. NAALD 1 (goede kant): Brei de eerste 2 steken op het voorpand recht samen (1 steek geminderd), brei recht tot er 2 steken over zijn op het voorpand, haal 1 steek af, 1 recht en haal de afgehaalde steek over (1 steek geminderd), voeg 1 markeerder in, neem 18-20-20-22-24-26-28 steken op langs de linkerkant van het voorpand (= mouwsteken – neem op aan de binnenkant van 1 steek). Voeg 1 markeerder in, brei de eerste 2 steken op het achterpand recht samen (1 steek geminderd), brei recht tot er 2 steken over zijn op het achterpand, haal 1 steek af, 1 recht en haal de afgehaalde steek over (1 geminderde steek), voeg 1 markeerder in, neem 18-20-20-22-24-26-28 steken op langs de rechterkant van het voorpand (= mouwsteken – neem op aan de binnenkant van 1 steek), Voeg 1 markeerder in = 160-168-168-180-188-200-212 steken. PAS: Ga verder in de rondte. NAALD 1: Brei recht en meerder 1 steek aan elke kant van elke mouw – denk om TIP VOOR HET MEERDEREN-1 – meerder richting links aan het begin van de mouw en richting rechts aan het einde van de mouw. Het aantal steken op de mouwen neemt toe, maar blijft hetzelfde op de voor- en achterpanden. Brei deze naald 3 keer: 24-26-26-28-30-32-34 steken op elke mouw en 62-64-64-68-70-74-78 steken op de voor- en achterpanden = 172-180-180-192-200-212-224 steken. Ga verder als volgt: NAALD 1: Brei recht en meerder 1 steek aan elke kant van elke mouw zoals hiervoor. Het aantal steken op de mouwen neemt toe, maar blijft hetzelfde op de voor- en achterpanden. NAALD 2: Brei recht zonder te meerderen. Brei NAALDEN 1 en 2 in totaal 5-4-2-3-2-1-1 keer (10-8-4-6-4-2-2 naalden gebreid). Er zijn in totaal 8-7-5-6-5-4-4 meerderingen in de hoogte op de mouwen: 34-34-30-34-34-34-36 steken op elke mouw en 62-64-64-68-70-74-78 steken op de voor- en achterpanden = 192-196-188-204-208-216-228 steken. Meerder nu op zowel het lijf als de mouwen. De meerderingen op het lijf zijn 4 steken aan de binnenkant van de markeerders = 4 steken tussen de meerderingen op de mouwen en het lijf: TOER 1. Brei 4 recht, brei A.1, brei recht tot er 8 steken over zijn op het voorpand voor de markeerder, brei A.2. 4 recht, verplaats de markeerder naar de rechter naald, meerder 1 steek richting links, brei recht tot de volgende markeerder, meerder 1 steek richting rechts, verplaats de markeerder naar de rechter naald, 4 recht, brei A.1, brei recht tot er 8 steken over zijn op het achterpand voor de markeerder, brei A.2, 4 recht, verplaats de markeerder naar de rechter naald,. Meerder 1 steek richting links, brei recht tot de volgende markeerder (= mouw), meerder 1 steek richting rechts, verplaats de markeerder naar de rechter naald (8 steken gemeerderd: 1 steek aan elke kant van de 4 steken in elke overgang tussen het lijf en de mouwen). NAALD 2: Brei recht zonder te meerderen (de omslagen worden gebreid zoals beschreven in de uitleg van het symbool). Brei NAALDEN 1 en 2 in totaal 7-8-12-12-15-17-18 keer (14-16-24-24-30-34-36 naalden gebreid – dus A.1 en A.2 worden 2-2-4-4-5-5-6 keer in de hoogte gebreid, dan herhaalt u de eerste 2-4-0-0-0-2-0 naalden in A.1/A.2 nog een keer. Er zijn in totaal 15-15-17-18-20-21-22 meerderingen in de hoogte op de mouwen en 7-8-12-12-15-17-18 meerderingen in de hoogte op het lijf: 48-50-54-58-64-68-72 steken op elke mouw en 76-80-88-92-100-108-114 steken op de voor- en achterpanden) = 248-260-284-300-328-352-372 steken. De mouwen meten ongeveer 12-12-14-15-17-18-19 cm; Als de trui dubbel gevouwen is op de schouder, meet het werk ongeveer 18-18-20-22-24-26-27 cm vanaf de bovenkant van de schouder en naar beneden over het armsgat. Brei verder zonder verdere meerderingen tot het werk 19-20-21-22-24-26-27 cm meet vanaf de bovenkant van de schouder, naar beneden over het armsgat. Verdeel nu het werk voor het lijf en de mouwen. VERDELEN VOOR HET LIJF EN DE MOUWEN: Brei de eerste 76-80-88-92-100-108-114 steken recht (= voorpand), plaats de volgende 48-50-54-58-64-68-72 steken op een hulpdraad voor de mouw, zet 6-8-8-10-10-12-14 steken op (midden onder de mouw), brei 76-80-88-92-100-108-114 recht (= achterpand), plaats de volgende 48-50-54-58-64-68-72 steken op een hulpdraad voor de mouw, zet 6-8-8-10-10-12-14 steken op (midden onder de mouw). Het lijf en de mouwen worden apart verder gebreid. LICHAAM: = 164-176-192-204-220-240-256 steken. Brei in tricotsteek in de rondte voor nog een 26-27-28-29-28-27-28 cm. Ga verder met rondbreinaald 3.5 mm. Brei boordsteek (1 recht, 1 averecht), meerder tegelijkertijd 28-32-32-36-40-44-44 steken verdeeld op de eerste naald = 192-208-224-240-260-284-300 steken. Als de boordsteek 3-3-3-3-4-4-4 cm meet, kant dan af met boordsteek of Italiaans afkanten. De trui meet ongeveer 52-54-56-58-60-62-64 cm vanaf de bovenkant van de schouder. MOUWEN: Plaats de 48-50-54-58-64-68-72 mouwsteken van een hulpdraad op rondbreinaald 5 mm en neem 1 steek op in elk van de 6-8-8-10-10-12-14 opgezette steken onder de mouw – lees MOUWTIP = 54-58-62-68-74-80-86 steken. Voeg een markeerdraad in, in het midden van de 6-8-8-10-10-12-14 steken onder de mouw. De naald begint bij de markeerdraad. Brei in tricotsteek in de rondte. TEGELIJKERTIJD, als de mouw 1 cm meet vanaf de scheiding, minder dan midden onder de mouw – lees TIP VOOR HET MINDEREN als volgt: Minder 2 steken 1-2-2-2-2-3-3 keer elke 2e naald, minder dan 2 steken 0-0-0-1-3-3-4 keer elke 2 cm = 52-54-58-62-64-68-72 steken. Brei verder tot de mouw 37-38-37-36-34-32-31 cm meet vanaf de scheiding. Ga verder met breinaalden zonder knop maat 3.5 mm. Brei boordsteek (1 recht, 1 averecht), meerder tegelijkertijd 8-10-10-10-12-12-12 steken verdeeld op de eerste naald = 60-64-68-72-76-80-84 steken. Als de boordsteek 3-3-3-3-4-4-4 cm meet, kant dan af met boordsteek of Italiaans afkanten. De mouw meet ca. 40-41-40-39-38-36-35 cm vanaf de scheiding. HALS: Gebruik rondbreinaald 3.5 mm. Begin aan de goede kant op een schouderlijn en neem 80-86-86-88-98-100-100 steken op aan de binnenkant van 1 steek rondom de halslijn. Brei 1 naald recht en pas het aantal steken aan indien nodig, het moet deelbaar zijn door 2. Brei boordsteek in de rondte (1 recht, 1 averecht) voor 3-3-3-3½-3½-4-4 cm. Brei 3 naalden recht (= rolrand). Ga verder met rondbreinaald 5 mm. Kant af met recht. |
||||||||||||||||
Uitleg van het telpatroon |
||||||||||||||||
|
||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||
Heeft u dit patroon gemaakt?Tag dan uw afbeeldingen met #dropspattern #toffeeglowsweater of stuur ze naar de #dropsfan galerij. Heeft u hulp nodig voor dit patroon?U vind 52 instructievideo's, een commentaar/vragengedeelte en nog veel meer, als u naar het patroon gaat op garnstudio.com © 1982-2026 DROPS Design A/S. Alle rechten voorbehouden. Op dit document, inclusief alle subdocumenten, rust copyright. Lees meer over wat u kunt doen met onze patronen onderaan elk patroon op onze site |
||||||||||||||||
Laat een opmerking achter voor DROPS 268-27
Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!
Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.