Sunlit Grid Top#sunlitgridtop |
||||||||||||||||||||||||||||
![]() |
![]() |
|||||||||||||||||||||||||||
Gebreide trui in DROPS Muskat. Het werk wordt van boven naar beneden gebreid met Europese pas, kabels en korte mouwen. Maten XS - XXXL.
DROPS 268-24 |
||||||||||||||||||||||||||||
|
------------------------------------------------------- UITLEG VOOR HET PATROON: ------------------------------------------------------- PATROON: Zie telpatronen A.1 tot A.7. De telpatronen tonen het patroon aan de goede kant. TIP VOOR HET MEERDEREN-1: MEERDER 1 STEEK RICHTING LINKS – aan de GOEDE KANT: Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de naald eronder op te nemen, neem de draad op vanaf de voorkant en brei recht door de lus aan de achterkant van de naald. MEERDER 1 STEEK RICHTING RECHTS- aan de GOEDE KANT: Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de naald eronder op te nemen, neem de draad op vanaf de achterkant en brei recht door de lus die aan de voorkant van de naald ligt. TIP VOOR HET MEERDEREN-2: MEERDER 1 STEEK RICHTING RECHTS- op de VERKEERDE KANT: Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de naald eronder op te nemen, neem de draad op vanaf de achterkant en brei averecht door de lus aan de voorkant van de naald. MEERDER 1 STEEK RICHTING LINKS – op de VERKEERDE KANT: Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de naald eronder op te nemen, neem de draad op vanaf de voorkant en brei averecht door de lus aan de achterkant van de naald. MOUWTIP: Als u steken opneemt onder de mouw, kan er een klein gaatje ontstaan in de overgang tussen de steken op het lijf en de mouw. Dit gaatje kan gesloten worden door de draad tussen 2 steken op te nemen en deze gedraaid samen te breien met de eerste steek tussen het lijf en de mouw. TIP VOOR HET MINDEREN: Minder 1 steek aan elke kant van de markeerdraad als volgt: Brei tot er 3 steken over zijn voor de markeerdraad, 2 recht samen, 2 recht (de markeerdraad zit tussen deze 2 steken), haal 1 steek recht af, 1 recht en haal de afgehaalde steek over de gebreide steek (2 steken geminderd). ------------------------------------------------------- BEGIN HET WERK HIER: ------------------------------------------------------- TRUI – KORTE SAMENVATTING VAN HET WERK. Het patroon gebruikt zowel lange als korte naalden; begin met de lengte die past bij het aantal steken en wissel wanneer nodig. Brei volgens punten 1 – 5. 1. ACHTERPAND: Zet steken op voor de achterkant van de hals. Brei het achterpand in tricotsteek, heen en weer, van boven naar beneden, meerder steken aan elke kant tot het aantal schoudersteken bereikt is. Het achterpand heeft licht diagonale schouders. 2. VOORPAND: Wordt in 2 delen gebreid (elke kant van de hals). Begin met het breien van steken langs een schouder achter, brei in patroon naar beneden en meerder voor de halslijn. Herhaal op de andere schouder. 3. PAS: Plaats alle steken op dezelfde rondbreinaald, brei eerst het achterpand, neem dan steken op voor een mouw langs de zijkant van een voorpand, brei het voorpand, zet steken op voor de halslijn, brei het andere voorpand, neem steken op voor de tweede mouw langs de zijkant van het andere voorpand. De pas wordt in de rondte verder gebreid. 4. MEERDEREN VOOR HET LIJF EN DE MOUWEN: Terwijl u de pas verder breit, worden er steken gemeerderd, eerst voor de mouwen en later voor zowel het lijf als de mouwen. 5. LIJF EN MOUWEN: Als de meerderingen en de pas klaar zijn, wordt de pas verdeeld voor het lijf en de mouwen. Het lijf wordt in de rondte afgewerkt terwijl de mouwen wachten. Dan worden de mouwen in de rondte gebreid, van boven naar beneden. Er worden steken opgenomen rondom de halslijn en de hals wordt op het einde in de rondte gebreid. ------------------------------------------------------- ACHTERPAND: Het werk wordt heen en weer gebreid. Zet 33-35-37-37-39-39-39 steken op met rondbreinaald 4 mm en DROPS Muskat. Brei 1 naald averecht aan de verkeerde kant. Meerder nu aan elke kant, aan de binnenkant van 3 steken als volgt:. NAALD 1 (goede kant): Lees TIP VOOR HET MEERDEREN-1. Brei 3 recht, meerder 1 steek richting links, brei recht tot er 3 steken over zijn op de naald, meerder 1 steek richting rechts, 3 recht. NAALD 2 (verkeerde kant): Lees TIP VOOR HET MEERDEREN-2. 3 averecht, meerder 1 steek richting rechts, brei averecht tot er 3 steken over zijn op de naald, meerder 1 steek richting links, 3 averecht. NA NAALD 2: Brei NAALDEN 1 en 2 in totaal 11-11-11-12-12-13-13 keer (22-22-22-24-24-26-26 naalden gebreid) = 77-79-81-85-87-91-91 steken. Denk om de stekenverhouding. Knip de draad af en plaats de steken op een hulpdraad. LINKERSCHOUDER: Vind de linker schouder achter als volgt: Leg het achterpand plat neer, met de goede kant naar boven, met de hulpdraad naar u toe; de linkerkant van het werk = linkerschouder. Begin aan de goede kant bij de hals op de linker schouder achter en neem 1 steek op in elke gebreide naald, aan de binnenkant van de buitenste steek tot het armsgat (22-22-22-24-24-26-26 steken), eindig door 1 steek op te nemen aan de buitenkant op de schouder (kantsteek) = 23-23-23-25-25-27-27 schoudersteken. Voeg 1 markeerder in bij de hals. Alle afmetingen op het voorpand worden vanaf deze markeerder genomen, gemeten in de breirichting. Brei de eerste naald als volgt aan de verkeerde kant: Brei 4-4-4-6-6-3-3 averecht, 1 recht, 4 averecht en meerder 2 steken verdeeld over deze steken, 2 recht, 12-12-12-12-12-17-17 averecht en meerder 1-1-1-1-1-2-2 steken verdeeld over deze steken = 26-26-26-28-28-31-31 steken; De omslagen worden gedraaid gebreid op de volgende naald om gaatjes te voorkomen. Brei nu in patroon als volgt: NAALD 1 (goede kant): Brei A.1, dan A.2, 1-1-1-1-1-2-2 keer, brei A.3, A.4, 4-4-4-6-6-3-3 recht. NAALD 2 (verkeerde kant): Brei 4-4-4-6-6-3-3 averecht, brei A.4, A.3, dan A.2, 1-1-1-1-1-2-2 keer, brei A.1; aan de verkeerde kant brei altijd recht boven recht en averecht boven averecht. Brei NAALDEN 1 en 2 tot A.1 klaar is in de hoogte, met de laatste naald aan de goede kant = 37-37-37-39-39-42-42 steken. De halsmeerderingen zijn nu klaar. Het werk meet ongeveer 11 cm vanaf de markeerder. Ongeveer 2-2-2-1-1-1-1 cm van de halslijndiepte ligt op het achterpand. Knip de draad af en plaats de steken op een hulpdraad en brei het rechter voorpand. RECHTERSCHOUDER: Begin aan de goede kant bij het armsgat op de rechter schouder achter en neem 1 steek op aan de buitenkant van de schouder (kantsteek), dan 1 steek in elke naald gebreid, aan de binnenkant van de buitenste steek tot aan de hals (22-22-22-24-24-26-26 steken) = 23-23-23-25-25-27-27 schoudersteken. Voeg 1 markeerder in bij de hals. Alle afmetingen op het voorpand worden vanaf deze markeerder genomen, gemeten in de breirichting. Brei de eerste naald als volgt aan de verkeerde kant: Brei 12-12-12-12-12-17-17 averecht en meerder 1-1-1-1-2-2 steken verdeeld over deze steken, 2 recht, 4 averecht en meerder 2 steken verdeeld over deze steken, 1 recht, 4-4-4-6-6-3-3 averecht = 26-26-26-28-28-31-31 steken; De omslagen worden gedraaid gebreid op de volgende naald om gaatjes te voorkomen. Brei nu in patroon als volgt: NAALD 1 (goede kant): Brei 4-4-4-6-6-3-3 recht, brei A.5, A.6, dan A.2, 1-1-1-1-1-2-2 keer, brei A.7. NAALD 2 (verkeerde kant): Brei A.7, dan A.2, 1-1-1-1-1-2-2 keer, brei A.6, A.5, 4-4-4-6-6-3-3 recht; aan de verkeerde kant brei altijd recht boven recht en averecht boven averecht. Brei NAALDEN 1 en 2 tot A.7 is klaar in de hoogte, met de laatste naald aan de goede kant = 37-37-37-39-39-42-42 steken. Knip de draad af en plaats de steken op een hulpdraad. De delen worden nu als volgt samengevoegd voor de pas. PAS: Tijdens het samenvoegen van de delen worden steken opgenomen langs de voorpanden voor de mouwen en er worden 4 kantsteken geminderd. Markeringen worden ingevoegd in elke overgang tussen het lijf en de mouwen. Begin aan de goede kant op het achterpand en brei dan als volgt: Voeg 1 markeerder in (de naald begint hier), 2 recht samen (1 steek geminderd), brei recht tot er 2 steken over zijn op het achterpand, haal 1 steek recht af, 1 recht, haal de afgehaalde steek over de gebreide steek (1 steek geminderd), voeg 1 markeerder in, Neem 23 steken op langs de zijkant van het rechter voorpand (= mouwsteken, opgenomen aan de binnenkant van de buitenste steek), voeg 1 markeerder in, ga verder als volgt over het rechter voorpand: Brei 2 recht samen (1 steek geminderd), brei recht boven recht en averecht boven averecht tot het einde van het werk, zet 18-18-18-24-24-24-24 steken op voor de halslijn, brei recht boven recht en averecht boven averecht over het linker voorpand tot er 2 steken over zijn, haal 1 steek recht af, 1 recht, haal de afgehaalde steek over de gebreide steek (1 steek geminderd), Voeg 1 markeerder in, neem 23 steken op langs de zijkant van het linker voorpand (= mouwsteken, opgenomen aan de binnenkant van de buitenste steek) = 211-213-215-229-231-241-241 steken. Er zijn 23 steken op elke mouw, 90-90-90-100-100-106-106 steken op het voorpand en 75-77-79-83-85-89-89 steken op het achterpand. Ga verder in de rondte en meerder alleen op de mouwen. De opgezette steken midden voor worden in het patroon gebreid. Zorg ervoor dat u het patroon op de juiste manier voortzet (dus A.2, A.3 en A.6 gaan verder op naald 9 in het telpatroon, terwijl A.5 en A.4 verder gaan vanaf naald 1). Denk om TIP VOOR HET MEERDEREN-1 en brei dan als volgt: NAALD 1: Brei recht over alle steken op het achterpand, verplaats de markeerder naar de rechter naald, meerder 1 steek richting links, brei recht tot de volgende markeerder, meerder 1 steek richting rechts, verplaats de markeerder naar de rechter naald, over het voorpand ga verder met het patroon: Brei 3-3-3-5-5-2-2 recht, brei A.5, A.6, dan A.2, 9-9-9-10-10-12-12 keer (= 54-54-54-60-60-72-72 steken), brei A.3, A.4, 3-3-3-5-5-2-2 recht, verplaats de markeerder naar de rechter naald, meerder 1 steek richting links, brei recht tot de volgende markeerder, meerder 1 steek richting rechts, verplaats de markeerder naar de rechter naald (4 gemeerderde steken). NAALD 2: Ga verder met tricotsteek en patroon zonder te meerderen. Brei NAALDEN 1 en 2 in totaal 15-16-16-17-15-12-8 keer (30-32-32-34-30-24-16 naalden gebreid) = 271-277-279-297-291-289-273 steken. Er zijn 53-55-55-57-53-47-39 steken op elke mouw, 90-90-90-100-100-106-106 steken op het voorpand en 75-77-79-83-85-89-89 steken op het achterpand. Meerder nu voor zowel het lijf als de mouwen als volgt, meerder op het lijf 2 steken aan de binnenkant van de markeerders zodat er 2 steken tussen de meerderingen op het lijf en de mouwen zijn: NAALD 1: 2 recht, meerder 1 steek richting links, brei recht tot er 2 steken over zijn op het achterpand voor de markeerder, meerder 1 steek richting rechts, 2 recht, verplaats de markeerder naar de rechter naald, meerder 1 steek richting links, brei recht tot de volgende markeerder (= mouw), meerder 1 steek richting rechts. Verplaats de markeerder naar de rechter naald, 2 recht, meerder 1 steek richting links, ga verder met tricotsteek en patroon tot er 2 steken over zijn op het voorpand voor de markeerder, meerder 1 steek richting rechts, 2 recht, verplaats de markeerder naar de rechter naald, meerder 1 steek richting links, brei recht tot de volgende markeerder (= mouw), Meerder 1 steek richting rechts, verplaats de markeerdraad naar de rechter naald (8 gemeerderde steken). NAALD 2: Ga verder met tricotsteek en patroon zonder te meerderen. Brei NAALDEN 1 en 2 in totaal 5-7-9-10-13-17-22 keer (10-14-18-20-26-34-44 naalden gebreid) = 311-333-351-377-395-425-449 steken. Er zijn 63-69-73-77-79-81-83 steken op elke mouw, 100-104-108-120-126-140-150 steken op het voorpand en 85-91-97-103-111-123-133 steken op het achterpand. De mouw meet ca. 14-16-18-19-20-21-21 cm. Als de trui dubbel gevouwen is op de schouder, meet het werk ongeveer: 20-22-24-25-26-27-27 cm vanaf de buitenkant op de schouder en naar beneden over het armsgat. Verdeel nu het werk voor het lijf en de mouwen. VERDELEN VOOR HET LIJF EN DE MOUWEN Brei de eerste 85-91-97-103-111-123-133 steken recht (= achterpand), plaats de volgende 63-69-73-77-79-81-83 steken op een hulpdraad voor de mouw, zet 4-6-8-10-12-14-16 steken op (midden onder de mouw), brei 100-104-108-120-126-140-150 steken zoals hiervoor (= voorpand), plaats de volgende 63-69-73-77-79-81-83 steken op een hulpdraad voor de mouw, zet 4-6-8-10-12-14-16 steken op (midden onder de mouw). Het lijf en de mouwen worden apart verder gebreid. LIJF: = 193-207-221-243-261-291-315 steken. Ga verder met tricotsteek en patroon in de rondte tot het werk 40-42-44-46-48-50-52 cm meet vanaf de opzetrand midden achter, pas zo aan dat u op de laatste naald niet kabelt. Ga verder met rondbreinaald 3 mm. Brei boordsteek (1 recht en 1 averecht), meerder tegelijkertijd 19-25-31-31-37-37-43 steken verdeeld op de eerste naald (meerder niet over het patroon op het voorpand) = 212-232-252-274-298-328-358 steken. Als de boordsteek 4-4-4-5-5-5-5 cm meet, kant dan af met boordsteek. De trui meet ongeveer 44-46-48-51-53-55-57 cm vanaf de opzetrand midden achter en 46-48-50-52-54-56-58 cm vanaf de bovenkant van de schouder. MOUWEN: Plaats de 63-69-73-77-79-81-83 mouwsteken van een hulpdraad op rondbreinaald 4 mm en neem 1 steek op in elk van de 4-6-8-10-12-14-16 opgezette steken onder de mouw – lees MOUWTIP = 67-75-81-87-91-95-99 steken. Voeg een markeerdraad in, in het midden van de 4-6-8-10-12-14-16 nieuwe steken onder de mouw. De naald begint bij de markeerdraad. Brei in tricotsteek in de rondte. Minder TEGELIJKERTIJD, na 1 naald, midden onder de mouw – lees TIP VOOR HET MINDEREN als volgt: Minder 2 steken iedere 2-2-1-1-1-1-1 cm in totaal 3-4-5-5-3-2-1 keer = 61-67-71-77-85-91-97 steken. Brei verder tot de mouw 10-9-7-5-5-4-5 cm meet vanaf de scheiding. Ga verder met breinaalden zonder knop maat 3 mm. Brei boordsteek (1 recht en 1 averecht), meerder tegelijkertijd 13-13-15-17-17-17-19 steken verdeeld op de eerste naald = 74-80-86-94-102-108-116 steken. Als de boordsteek 4-4-4-5-5-5-5 cm meet, kant dan af met boordsteek. De mouw meet ca. 14-13-11-10-10-9-10 cm vanaf de scheiding en 28-29-29-29-30-30-31 cm vanaf de opneemrand op de schouder. HALS: Gebruik rondbreinaald 3 mm. Begin aan de goede kant bij een opneemrand en neem 98-104-108-108-114-114-114 steken op rondom de halslijn, aan de binnenkant van 1 steek. Het aantal steken moet deelbaar zijn door 2. Brei 1 naald recht. Brei boordsteek (1 recht en 1 averecht) in de rondte voor 3½-3½-4-4-4-4½-4½ cm. Kant af met boordsteek. |
||||||||||||||||||||||||||||
Uitleg van het telpatroon |
||||||||||||||||||||||||||||
|
||||||||||||||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||||||||||||||
Heeft u dit patroon gemaakt?Tag dan uw afbeeldingen met #dropspattern #sunlitgridtop of stuur ze naar de #dropsfan galerij. Heeft u hulp nodig voor dit patroon?U vind 47 instructievideo's, een commentaar/vragengedeelte en nog veel meer, als u naar het patroon gaat op garnstudio.com © 1982-2026 DROPS Design A/S. Alle rechten voorbehouden. Op dit document, inclusief alle subdocumenten, rust copyright. Lees meer over wat u kunt doen met onze patronen onderaan elk patroon op onze site |
||||||||||||||||||||||||||||
Laat een opmerking achter voor DROPS 268-24
Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!
Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.